ACHTERGRONDINFORMATIE: reactie op technische vragen SBN CDA NN en D66 over uitwerkingsplannen visie op sport en bewegen
Tekst van het document
Technische vragen raadsvoorstel uitwerkingsplannen visie sport en bewegen Vragen van D66: Raadsvoorstel uitwerkingsplannen Vraag 1: Graag ontvangen wij als reminder een overzicht van de onderzoeken / externe adviezen die in de afgelopen 4 jaar zijn uitgevoerd / opgesteld op het beleidsterrein sport en de kosten daarvan. Vraag aan de griffie: kunnen deze onderzoeken als achtergrondinformatie toegevoegd worden (openbaar toegankelijk) Antwoord: De volgende onderzoeken zijn in de afgelopen 4 jaar uitgevoerd op het gebied van sport: - Team Sportservice Zuid-Holland (2018), Gemeente Nieuwkoop, onderzoek sport, bewegen en leefstijl 2018. kosten: € 6.000 - Bureau R.I.E.T. (2018) – Meerjarenplan tennisbanen en hockeyvelden in de gemeente Nieuwkoop. kosten: niet snel te achterhalen ivm nieuw financieel systeem. - Mulier Instituut (2020), onderzoek naar de toekomst (perspectief) van tennis, voetbal, binnensport en het zwembaden in Nieuwkoop. kosten: € 25.000 - De Kleine Consultant (2020), onderzoek naar de sportbehoefte van jongeren in Nieuwkoop. kosten: € 4.000 - Drijver en Partners (2021), subsidie buitensport; analyse en denkrichtingen. kosten: € 20.000 - K3H (2021) huisvestingsonderzoek zwembad De Wel. kosten: € 8.800 Vraag 2: In een van de eerdere onderzoeken (was het Mulier?) zijn de ontwikkelingen in sportdeelname in kaart gebracht.
Graag ontvangen wij een reminder op de samenvatting van deze ontwikkelingen. Welke ledenaantallen worden geprognosticeerd voor de sporten die in het RV het meest voorop staan: voetbal, hockey, tennis, binnensporten. Antwoord: Mulier Instituut (2020), onderzoek naar de toekomst (perspectief) van tennis, voetbal, binnensport en het zwembaden in Nieuwkoop. Voornaamste conclusies: - De beschikbare accommodaties leveren genoeg ruimte voor de huidige en toekomstige sportbeoefening. Er zijn lichte overschotten, echter er is te weinig overcapaciteit voor een directe aanleiding om accommodaties te sluiten en/of te fuseren. - Er zijn kansen in het samenwerken tussen en ondersteunen van tennisverenigingen voor de toekomstbestendigheid van verenigingen en de tennissport. - Er zijn kansen in het voetbal voor verkennen van energiebesparende maatregelen/duurzame opwekking, voordeel gezamenlijke inkoop/onderhoud/subsidie, functieverbreding door stimulering maatschappelijke oriëntatie van verenigingen. - Er zijn mogelijkheden in het verhogen van de bezettingsgraad voor de binnensportaccommodaties, door meer samenwerking tussen de sport-/beweegaanbieders en het betrekken van de groeiende doelgroep 65plussers. - Beschikbare zwemwater (binnen en buiten) op totaal is voldoende. Echter voor wedstrijdzwemmen en bepaalde doelgroepen niet altijd volledig geschikt.
Verwachte ontwikkelingen in ledenaantallen: In het Mulier onderzoek worden geen ledenaantallen genoemd, wel wordt er gesproken over verwachte behoefte aan velden/banen/zaaldelen richting de toekomst. Voor tennis wordt een lichte daling verwacht, maar deze trend is volgens het rapport te keren bij extra inzet op vnl de oudere doelgroep. De bezetting van voetbalaccommodaties blijft naar verwachting stabiel, mits het voetbalclubs lukt om meisjes/vrouwen en senioren aan zich te binden. Het verwachte gebruik van de binnensportaccommodaties blijft stabiel. De hockeysport is niet onderzocht in het rapport van het Mulier Instituut.
Vraag 3: Stibuni maakt gebruik van R.I.E.T. bij begroting. Tennis en Hockey hebben dat ook gedaan om beoordelingen vergelijkbaar te houden. De gemeente heeft daarna opnieuw advies gevraagd, dit keer aan Drijver en Partners. Drijver en Partners komt tot andere conclusies dat R.I.E.T. Welke expert moeten we geloven en waarom? Antwoord: Voor een deel komen de verschillen tussen bureau R.I.E.T. en Drijver en Partners voort uit het al dan niet rekenen met btw en inflatie en het al dan niet meenemen van regulier onderhoud. Dit heeft effect op eindbedragen, maar niet op de vergelijking tussen de verschillende sporten. Drijver en Partners heeft gerekend met kengetallen vanuit de sportbonden, dit lijkt een betrouwbare bron. Ook houdt Drijver en Partners rekening met de uitvoering van een aantal taken door vrijwilligers, wat wenselijk is voor het betaalbaar houden van de accommodaties en in de praktijk ook gebeurt. Vraag 4: Het raadsbesluit ziet op keuzes voor sportsubsidies voor een 10-jaar termijn. Is overwogen om voor een andere termijn te kiezen? Welke afweging is gemaakt? Antwoord: De termijn van 10 jaar is gekozen omdat het voor het plannen van renovaties en vervanging nuttig is om over langere tijd vooruit te kijken en zekerheid te hebben over het beschikbare budget.
Daarnaast is het voor het aanbesteden van diensten gunstig om in staat te zijn langjarige contracten met partijen aan te gaan. De eerste overeenkomst met Stibuni had ook een looptijd van 10 jaar. Door de termijnen voor de hockey- en tennisaccommodaties gelijk te trekken aan die van de voetbalaccommodaties, kan het beleid van ondersteuning van buitensportaccommodaties na een aantal jaar in zijn geheel geëvalueerd en eventueel bijgesteld worden. Vraag 5: In de besluitpunten 2, 3, 4b, 4c, staan concrete bedragen genoemd. In besluitpunt 4a niet. Waarom is dit besluitpunt afwijkend geformuleerd? Antwoord: Het budget voor besluitpunt 4a is al onderdeel van de meerjarenbegroting, onderdeel sportterreinen. Voor de overige gevraagde bedragen is een verschuiving binnen de begroting nodig. Vraag 6: Wat zijn de ‘gelijke financiële voorwaarden’ die in dit besluitpunt worden aangehaald? Antwoord: Een subsidiebedrag voor renovatie en vervanging van de voetbalvelden van c.a. € 286.000 per jaar met indexering, en een huurtarief voor de voetbalvelden van. c.a. € 67.000 per jaar met indexering. Vraag 7: Graag ontvangen wij een berekening van de subsidies voor voetbalaccommodaties (het in de inhoud van het RV genoemde totaalbedrag van 319.000), hockeyaccommodatie, tennisaccommodatie en zaalsportaccommodatie naar een subsidiebedrag per sporter (o.b.v.
actuele ledenaantallen) antwoord: Op basis van de ledenaantallen genoemd in het onderzoek van Drijver en Partners is het voorgestelde subsidiebedrag per sporter; voor voetbal: € 319.000 voor 2128 spelende leden = € 150 per lid voor tennis: € 60.000 voor 1934 spelende leden = € 31 per lid voor hockey: € 35.000 voor 315 spelende leden = € 111 per lid
Voor de zaalsporten is de vraag op deze korte termijn moeilijk te beantwoorden, enerzijds omdat het niet mogelijk is op deze korte termijn inzicht te krijgen in de actuele ledenaantallen van alle betrokken verenigingen, anderzijds omdat de binnensportaccommodaties ook een belangrijke rol vervullen in het bewegingsonderwijs voor de Nieuwkoopse scholen. Ook is er voor de binnensportaccommodaties geen sprake van subsidie, maar van directe kosten voor de gemeente als eigenaar van de accommodaties. Vraag 8: In het rapport van Drijver en Partners wordt gerekend met kosten voor 70 kleedkamers van 25m2 (netto) en worden kapitaallasten berekend op basis van investeringsbedragen (62.227 per kleedkamer, 2.914 kapitaallasten/jaar). In hoeverre sluit deze berekening aan bij de reële situatie? antwoord: Omdat de kleedkamers in de gemeente Nieuwkoop volledig in eigendom zijn bij de verenigingen, hebben wij hier vanuit de gemeente geen goed zicht op. Overigens zijn de kleedkamers bij de berekeningen in het raadsvoorstel niet meegenomen. Vraag 9: Volgens de voorgestelde besluiten moeten alle accommodaties multifunctioneel worden gebruikt. Welk medegebruik wordt door het college verwacht? Welke effecten kan dit hebben op andere aanbieders van accommodatie en horeca? antwoord: Verenigingen hebben ruimte om hier binnen geldende regelgeving zelf invulling aan te geven.
Het college denkt hierbij aan het op grotere schaal openstellen van accommodaties voor het bewegingsonderwijs, het openbaar maken van velden als publieke beweegplek, het delen van accommodaties met meerdere sport- en beweegaanbieders en het openstellen voor maatschappelijke activiteiten in het domein van preventie, zorg en welzijn (bijvoorbeeld dagbesteding). Vraag 10: De kopjes ‘duurzaamheidsaspecten’ en ‘gezondheid’ in het RV zijn erg abstract en algemeen ingevuld. Graag ontvangen wij wat meer concretisering en onderbouwing van de uitspraken die hier worden gedaan. antwoord: Voor een uitgebreidere toelichting op de positieve gezondheidseffecten van sport en bewegen verwijzen we graag naar de visie op sport en bewegen. Op het gebied van duurzaamheid laat het huisvestingsonderzoek naar nieuwbouw van De Wel zien dat nieuwbouw ruim binnen de regelgeving ‘BENG’ kan worden gerealiseerd. Dit komt overeen met energielabel A++++ (het energielabel van het huidige zwembad is D). Dit houdt in een energieneutraal sportgebouw volgens de BENG methodiek welke maximaal is voorbereid op toekomstige aanscherping van de energieprestatie-eisen met 100% hernieuwbare energie en 0% gebruik van fossiele brandstof. vraag 11: Graag uitleg bij de dekking van het raadsvoorstel.
Hoe kan het dat er 90.000 euro ‘vrije ruimte’ in de sportbegroting zit? antwoord: Deze ruimte is recent ontstaan door verbeteringen in de bedrijfsvoering van zwembad De Wel. Uitwerkingsplan I sportpunt vraag 12: Wat is het sportpunt concreet? antwoord:
In het sportpunt werken medewerkers van de gemeente samen die betrokken zijn bij beleid en uitvoering van sport, en vormen zo een laagdrempelig aanspreekpunt voor sport- en beweegaanbieders en een startpunt voor gemeentelijke bijdragen en/of initiatieven op het gebied van sportstimulering. Er is nauw contact met de (gemeentelijke en externe) buurtsportcoaches hierbij. Ook coördineert het sportpunt de uitvoering van het Nieuwkoopse sportakkoord. vraag 13: Er wordt van de raad geen besluit gevraagd over het beschikbaar stellen van (extra) financiële middelen voor het sportpunt. Uit welk budget wordt het sportpunt betaald? Welke investeringen en kosten worden verwacht? antwoord: De gemeentelijke medewerkers die betrokken zijn bij het sportpunt worden al betaald vanuit de huidige begroting op personeel. Ook het bestaande budget voor de buurtsportcoachregeling blijft beschikbaar voor sportstimulering. De verwachting is dat veel kan worden gerealiseerd met behulp van huidige gemeentelijke budgetten en (in overleg met het kernteam sportakkoord) budgetten van het Nieuwkoopse sportakkoord. Het gevraagde budget voor ondersteuning van binnensportverenigingen zou ook kunnen worden ingezet. vraag 14: Wie onderhoudt straks de website www.nieuwkoopsportencultuur.nl.
Zijn er verantwoordelijkheden vastgelegd om de website actueel te houden? Is er een budget voor het actueel houden? antwoord: Dit is belegd bij de sportmakelaar, hieruit vloeien geen extra kosten voort. De input voor de website zal voor een belangrijk deel vanuit sport- en beweegaanbieders komen, zij hebben immers het aanbod van activiteiten. De gemeente heeft wel een stimulerende rol in het actueel houden van het platform. vraag 15: Wie is de sportmakelaar die in het stuk wordt genoemd? antwoord: Een medewerker van de gemeente die een rol heeft in de uitvoering van het gemeentelijk sportbeleid en namens de gemeente een partner is in de uitvoering van het Nieuwkoopse Sportakkoord. vraag 16: In het uitvoeringsplan wordt verwezen naar de doelen van het sportakkoord. Wat zijn de doelen van het sportakkoord? Kan het sportakkoord als achtergrondinformatie toegevoegd worden aan de vergaderstukken? antwoord: Dat kan. De doelen van het sportakkoord zijn geformuleerd rondom de thema’s vitale aanbieders, positieve sportcultuur, iedereen kan meedoen, van jongs af aan vaardig in bewegen, duurzame sportinfrastructuur/bewegen in de buitenruimte. Voor een uitgebreider overzicht van de doelen verwijzen wij naar het sportakkoord in de bijlage. vraag 17: Eerder heeft de wethouder uitgesproken dat het sportakkoord ‘van de samenleving’ is.
In dit uitwerkingsplan worden meerdere taken benoemd die door medewerkers worden uitgevoerd die in dienst zijn (of via een subsidie betaald worden door) de gemeente. Is het perspectief op het eigenaarschap en de uitvoering van het sportakkoord veranderd? Hoeveel ambtelijke fte wordt er nu en in de komende jaren ingezet voor de uitvoering van het sportbeleid? antwoord: Het sportakkoord is van de samenleving, maar de gemeente is wel een belangrijke partner van het sportakkoord. Deze partnerrol willen wij goed invullen. Daarnaast is er (gelukkig) een
aanzienlijke overlap in de doelen van het sportakkoord en de doelen van de gemeente zelf vanuit de visie op sport en bewegen. In die zin is er geen strakke scheidslijn in de gemeentelijke inzet voor de visie op sport en bewegen en het sportakkoord. De inzichten hierover zijn niet veranderd. De ambtelijke inzet ten behoeve van de uitvoering van het sportbeleid is moeilijk goed uit te drukken in fte, omdat sport en bewegen voor de meeste betrokken medewerkers een deel van het takenpakket is, waar de ene keer wat meer en de andere keer wat minder tijd aan wordt besteed. Hierbij valt te denken aan inzet vanuit het team sociaal domein, beheer openbare ruimte, team vastgoed en het Verenigingsloket. De sportmakelaar wordt wel fulltime ingezet voor sport en bewegen. Daarnaast werken er 9,2 fte voor zwembad De Wel. Uitwerkingsplan II binnensport vraag 18: Er wordt een budget gevraagd van 25.000 euro om een impuls te geven aan de toekomstbestendigheid van sportverenigingen. Wat gaat het college met dit geld doen? Waar is de hoogte van het bedrag op gebaseerd? antwoord: Dit plan zijn we nog aan het uitwerken. Het initiatief komt voort uit het signaal dat veel binnensportverenigingen in de gemeente het moeilijk hebben, hetgeen versterkt is door de maatregelen ter bestrijding van Covid-19.
Veel verenigingen worstelen met het aantrekken en behouden van voldoende leden, en het aantrekken en behouden van voldoende vrijwilligers, met name voor bestuurstaken. Met het beschikbaar stellen van het budget wil het college ruimte creëren om in te kunnen spelen op vragen/behoeften van binnensportverenigingen rondom het versterken van hun toekomstbestendigheid. Dit sluit ook aan bij de bevindingen van het Mulier Instituut dat er kansen liggen om de binnensportaccommodaties intensiever te benutten. De hoogte van het budget is een inschatting. Wanneer het budget niet uitgegeven wordt, valt dit terug naar de algemene reserve. vraag 19: Hoe oud is de sportzaal in Noorden ook alweer? antwoord: De gymzaal is gebouwd in 1965 en nu 56 jaar oud. vraag 20: Waarom zitten er geen cijfers over gebruik (bezetting) en de kosten van de binnensportvoorzieningen bij een uitwerkingsplan? antwoord: De cijfers over gebruik en bezetting zijn al onderdeel van het Mulier rapport Toekomst van tennis, voetbal, binnensport en zwembaden in de gemeente Nieuwkoop. De kosten van de binnensportvoorzieningen maken al onderdeel uit van de meerjarenbegroting. Er is voor gekozen om in het uitwerkingsplan te focussen op de gemeentelijke rol en plannen richting de toekomst. Uitwerkingsplan III: businesscase toekomst zwembad De Wel.
Vraag 21: Als wij de tekening en beschrijving van scenario 2 goed begrijpen, dan gaat het bij nieuwbouw om een bad dat goed geschikt is voor zwemles, banen zwemmen en watersporten. Maar het speelelement van het huidige bad vervalt. In de paragraaf omzetverbetering worden plussen genoemd voor een ruimere les- en sportcapaciteit, maar geen minbedragen voor een verlies aan gezinszwemmen e.d. Hoe zit dat? antwoord:
In scenario 2 blijven een peuterbad en speelelementen behouden, waardoor er voldoende speelvoorzieningen voor kinderen in de basisschoolleeftijd blijven. De schets van scenario 2 is een eerste idee, en kan bij nadere uitwerking nog wijzigen. Uitwerkingsplan IV buitensportaccommodaties Vraag 22: Het uitwerkingsplan begint met ‘via het beschikbaar stellen van de gemeentelijke binnen- en buitensportaccommodaties..’ Welke buitensportaccommodaties beschouwt het college als gemeentelijke accommodaties? antwoord: De voetbalvelden zijn eigendom van de gemeente. vraag 23: De derde zin is ‘voor de buitensportaccommodaties hebben we de doelstelling om toe te weken naar een transparante en vergelijkbare wijze van ondersteuning vanuit gemeenschapsgeld’. Wanneer wil dit college dit doel hebben bereikt? antwoord: Met het vaststellen van het uitwerkingsplan Financiële ondersteuning exploitatie buitensportaccommodaties. vraag 24: Wat is/zijn de norm(en) die het college hanteert voor beoordeling of een sportaccommodatie exploitabel te maken is zonder financiële steun van de gemeente? antwoord: Hier zijn geen vaste normen voor, maar wel een aantal aspecten waar naar gekeken kan worden.
Zoals of een sportaccommodatie in het verleden zonder gemeentelijke steun kon bestaan, de hoogte van de exploitatiekosten per lid en de gebruikelijke inkomstenbronnen per tak van sport, uit contributies, horeca en sponsoring. vraag 25: Hoe scoren voetbal, tennis en hockey op die norm(en). En hoe scoren paardrijden en golf? antwoord: Het beeld dat is ontstaan uit de huidige situatie in de gemeente Nieuwkoop en het onderzoek van Drijver en Partners, is dat voetbal en hockey sporten zijn die qua kosten van de velden niet zelfstandig te exploiteren zijn. De accommodaties voor bijvoorbeeld paardrijden en golf zijn dit wel. De tennisaccommodaties zitten hier tussenin; de accommodaties zijn in principe zelfstandig exploitabel, maar zonder gemeentelijke steun is het voor de clubs moeilijk om te innoveren en nieuwe initiatieven te ontplooien, omdat een groot deel van het beschikbare budget naar het instandhouden van de accommodatie gaat. vraag 26: Wat zou het voor de score van voetbal betekenen als er gerekend wordt met 4 of 5 voetballocaties (bij een gelijk aantal voetballers). antwoord: Deze vraag is niet op korte termijn zonder aanvullende toelichting, en zonder verder onderzoek, te beantwoorden. De beantwoording hangt af van factoren als de ligging van de locaties, hoeveel velden zijn er nodig per locatie, hoeveel velden moeten verplaatst en opnieuw aangelegd worden, etc.
vraag 27: Wat zou het voor de omvang van de accommodatiesubsidie voor voetbal betekenen als er slechts 4 of 5 locaties gesubsidieerd zouden worden? antwoord:
Zie antwoord vraag 26. vraag 28: In het plan staat genoemd dat de gemeente met de voetbalverenigingen met overschot in gesprek gaat op het moment dat grote renovatie of veldvervanging gepland staat. Wanneer is dat? antwoord: Met Stibuni wordt afgesproken dat zij een signaal afgeven wanneer er een grote renovatie of veldvervanging voorzien wordt op een vereniging met een capaciteitsoverschot. Er vindt 2 keer per jaar overleg plaats tussen Stibuni en gemeente naar aanleiding van het MJOP en vraag 29: Wat is het bedrag dat Stibuni op dit moment heeft aan reserves/reserveringen/eigen vermogen? antwoord: vertrouwelijk, zie aparte bijlage vraag 30: Hoe kan het dat de stichting reserves heeft opgebouwd als het beleid van de gemeente erop is gericht om alleen subsidie die nodig is toe te kennen? antwoord: Bij de oprichting van Stibuni hebben gemeente en Stibuni afgesproken dat Stibuni de verantwoordelijkheid kreeg om met de beschikbare incidentele en structurele middelen de afgesproken aanleg en renovaties van de voetbalvelden te realiseren. Toen al was de insteek dat als Stibuni met minder geld de gevraagde projecten kon realiseren, Stibuni dit geld opzij kon zetten om de voetbalvelden ook op langere termijn te kunnen blijven renoveren en vervangen.
De reserveringen voor onderhoud (via de voorziening renovaties) van Stibuni zijn ontstaan omdat steeds meer van de eerder aangelegde velden aan renovatie of vervanging toe zijn. Uiteindelijk worden alle door de gemeente beschikbaar gestelde middelen besteed aan renovatie en vervanging van voetbalvelden, en zijn deze middelen ook noodzakelijk voor Stibuni om haar taken naar behoren uit te kunnen voeren. vraag 31: Wij krijgen graag inzage in de meest recente begroting die Stibuni ter verantwoording van een subsidie(aanvraag) bij de gemeente heeft ingediend. antwoord: De jaarrekening 2020 van Stibuni wordt als vertrouwelijke bijlage meegestuurd. vraag 32: Het college wil de voorgestelde subsidie aan de tennisverenigingen beschikbaar stellen onder voorwaarde van oprichting van een beheerstichting. Het college wil de voorgestelde subsidie aan de hockeyvereniging beschikbaar stellen onder voorwaarde van aansluiting bij ofwel Stibuni ofwel de beheerstichting van de tennisverenigingen. Wat heeft het college bedacht ten aanzien van een plicht om de hockeyvereniging te laten toetreden tot Stibuni of tot de beheerstichting van de tennisverenigingen? antwoord: Het kader vanuit de gemeente is dat het in ieder geval een formeel construct betreft waarin heldere afspraken zijn vastgelegd over de besteding van de gemeentelijke middelen en verantwoording hierover.
Het initiatief en de keuze hiervoor ligt in principe bij de Hockeyclub Nieuwkoop. De gemeente wil wel graag faciliteren en meedenken in het tot stand komen van het construct. Hierover heeft recent een eerste overleg plaatsgevonden tussen de Hockeyclub, Stibuni en de gemeente. Uitwerkingsplan V beweegvriendelijke openbare ruimte
vraag 33: Staat er in dit uitwerkingsplan nieuwe informatie? antwoord: Ja, het uitwerkingsplan is een combinatie van initiatieven die al in uitvoering zijn of uitgevoerd zijn, en nieuwe toekomstige initiatieven om het bewegen in de openbare ruimte te stimuleren. Daarnaast gaat het uitwerkingsplan ten opzichte van de visie op sport en bewegen dieper in op de verschillende aspecten van bewegen in de openbare ruimte en de gemeentelijke doelstellingen daarbij. Algemeen vraag 34: Als alle voorstellen in dit raadsbesluit worden aangenomen, hoeveel geld geeft de gemeente Nieuwkoop dan jaarlijks uit aan sportaccommodaties? antwoord: Totaal kosten – inkomsten buitensportaccommodaties: € 448.000 per jaar Totaal kosten – inkomsten sporthallen/gymzalen: € 896.000 per jaar Totaal kosten – inkomsten De Wel: € 535.000 per jaar Totaal subsidie Aarweide: € 80.000 per jaar vraag 35: Het college kiest er in de verantwoording voor de accommodatiesubsidies voor om een 50% norm te introduceren.
Als zich in de komende jaren een nieuwe buitensportvereniging meldt bij de gemeente die een beroep wil doen op subsidie voor een accommodatie, kan deze vereniging dan ook aanspraak maken op een subsidie voor 50% van de exploitatiekosten? antwoord: De berekening van 50% wordt niet voorgesteld als vaste norm, maar als een nadere onderbouwing om te laten zien dat de voorgestelde bedragen in het raadsvoorstel een manier zijn om op een vergelijkbare manier specifiek de velden/banen voor voetbal, hockey en tennis te ondersteunen. Wanneer een andere buitensportvereniging zich tot de gemeente wendt met een verzoek om financiële ondersteuning, zal eerst gekeken worden naar de aspecten die ook zijn genoemd bij de beantwoording van vraag 24. Technische vragen CDA beslispunt 3 zwembad de Wel raadsvoorstel uitwerkingsplannen visie sport en bewegen Vraag 1: Bl 6 Door verbeteringen in de bedrijfsvoering en exploitatie van zwembad De Wel is het mogelijk om het benodigde extra bedrag van € 90.000 per jaar te besparen op De Wel. Dit budget is momenteel in de begroting in een stelpost op het budget Sportterreinen gezet.
Vraag: waar bestaan deze verbeteringen uit? Is bij de management rapportage huisvestingsonderzoek de Wel rekening gehouden met deze mogelijke verbetering in de bedrijfsvoering? Is dit eenmalig of jaarlijks? Waarom wordt dit niet gebruikt om verbeteringen aan het zwembad door te voeren? antwoord: Verbeteringen bestaan uit een combinatie van factoren. Dit gaat onder meer om het optimaliseren van de bedrijfsvoering (slimmer omgaan met overwerk, flexibele inzet en besparing van de managementkosten), meer inzetten op zwemles, kritischer kijken naar taken die niet horen bij de kerntaken en de tarieven naar een gemiddeld niveau brengen. Bij het huisvestingsonderzoek is alleen rekening gehouden met extra zwemwater waardoor de omzet verhoogd kan worden. Dit is structureel dus jaarlijks. Dit wordt op dit moment niet
gebruikt voor verbeteringen omdat juist het huisvestingsonderzoek aantoont dat nieuwbouw van het zwembad op de lange termijn waarschijnlijk slimmer is dan opknappen van het bestaande bad. vraag 2: Bl 3 Participatie, zwembad de Wel heeft een vergelijkbare rol in de kern Nieuwkoop als de Vlinder in ter Aar. Waarom is er geen participatie georganiseerd? antwoord: Het eerste onderzoek was een verkennend, technisch onderzoek waarbij de vraag nieuwbouw of renovatie centraal stond. Locatie is daarin niet meegenomen. De volgende stap is een locatieonderzoek. In dit traject zal participatie een belangrijke rol spelen. vraag 3: Hoe zijn de kerntaken tot stand gekomen? Middels participatie? antwoord: De kerntaken zijn gebaseerd op expertvisies gecombineerd met de rapportage van Mulier. Ook is gekeken naar het werkelijk gebruik en de kosten. Zie ook bij vraag 5 wat Mulier over pretzwemmen heeft aangegeven. vraag 4: Aan hoeveel locaties en aan welke locaties wordt gedacht om nader onderzoek te doen? antwoord: Er zijn verschillende mogelijkheden denkbaar. Dit is nog onderwerp van het voorgestelde nadere onderzoek. Uitwerkingsplan III Businesscase de Wel vraag 5: Bl 2. Op basis van de geformuleerde kerntaken uit de visie op sport en bewegen is er een duidelijke behoefte aan een functioneler zwembad.
Kan dit nader worden toegelicht? Waarom niet streven naar meer beleving? antwoord: Mulier geeft aan op pretzwemmen: “Voor pretzwemmen is het in kaart brengen van de behoefte een lastigere opgave dan voor de andere onderdelen. De behoefte aan pretzwemmen is sterk gerelateerd aan het aanbod. Als het aanbod niet aantrekkelijk genoeg is, zullen mensen ervoor kiezen gebruik te maken van andere recreatieve faciliteiten in de gemeente. De gemeente Nieuwkoop voorziet met het kleuterbad, peuterbad en de glijbaan met name in de behoefte aan pretzwemmen voor gezinnen met jonge kinderen. Het zwembad is door de configuratie zeer geschikt voor deze doelgroep. Voor kinderen in de oudere leeftijdsgroep, die op zoek zijn naar meer uitdaging, zijn er niet veel extra faciliteiten in het zwembad. In de zomer is het openluchtzwembad aantrekkelijk voor deze doelgroep. Daarnaast zijn er in de omgeving van Nieuwkoop enkele zwembaden met een apart recreatief zwemgedeelte, zoals De Tweesprong, De Kuil, het Batensteinbad en recreatiecentrum H2O. In de toekomst wordt met name een vergrijzing van de gemeente verwacht. Senioren nemen relatief weinig deel aan pretzwemmen en kiezen eerder voor doelgroepenactiviteiten en banenzwemmen.
De verwachting is dat er niet veel extra vraag naar pretzwemmen zal zijn in de toekomst.” vraag 6: Op bl 3 als niet voor renovatie, scenario 1, wordt gekozen, moet dan de boekwaarde van het oude zwembad niet in een keer afgeschreven worden bij scenario 2? antwoord: Nee, mogelijk kan de boekwaarde worden ingebracht in en terugverdiend bij de herontwikkeling van het terrein.
vraag 7: Op bl 3 worden twee scenario’s genoemd: renovatie en bij het alternatief verbinding met het buitenzwembad Aarweide. Wat wordt bedoeld met deze verbinding? Dat je van binnen naar buiten kan zwemmen? Is dat energetisch wel verantwoord? antwoord: De locatie naast Aarweide is één van de mogelijke locaties om een nieuw zwembad te bouwen. Met de verbinding wordt bedoeld een samenwerking tussen het nieuwe zwembad en Aarweide. Bijvoorbeeld het delen van faciliteiten. vraag 8: Bl 3 meer omzet samenhangend met meer zweminstructie betekent meer personeelslasten. Is hier rekening mee gehouden? antwoord: Ja, de meeropbrengst is een netto opbrengst. Huisvestingsonderzoek vraag 9: Bl 4 grootschalige renovatie in een keer uitvoeren gepland onderhoud komende 10 jaren. waarom vindt daarna in de eerste 10 jaar nog onderhoud plaats en zelfs meer dan bij nieuwbouw? Kan dit nader worden toegelicht? antwoord: Het pand blijft na renovatie een oud pand dat onderhoud nodig heeft, zoals aangegeven door Gebouwbeheer. vraag 10: Bl 5 bij de wel is nog voldoende ruimte om een instructiebad te realiseren dat aansluitend aan het huidige gebouw kan worden opgetrokken. Kan dit als een van de opties nader worden onderzocht? antwoord: Dat kan, maar niet duidelijk is wat de toegevoegde waarde daarvan is. Dit lijkt op het combineren van de nadelen van beide opties.
Immers het oude pand blijft in tact waardoor er veel onderhoud nodig blijft, er is geen sprake van een duurzame oplossing en er kan geen winst worden behaald door efficiënter bouwen. Het is wellicht mogelijk om op het veld een uitbreiding van het gebouw te realiseren met een instructiebad. Dit is niet in het huisvestingsonderzoek meegenomen. De kosten hiervoor zijn additioneel bij scenario 1 en moeten dan nog onderzocht worden. vraag 11: Bl6 staat volwaardig wedstrijdbad bij Nieuwbouw. Maar een echt wedstrijdbad is toch 50 meter? antwoord: Een wedstrijdbad kan 25 meter of 50 meter zijn. Met 6 banen voldoen we aan de eisen van de KNZB. vraag 12: Bl 8 de wel kampt met teruglopende bezoekersaantallen. Dit heeft te maken met concurrerende zwembaden in de omgeving met meer beleving, en/of meer mogelijkheden om de zwemsport te beoefenen. Welke zwembaden zijn concurrerend en wat maakt ze meer concurrerend? Kan een staatje gemaakt worden van het verloop van het bezoekersaantal, liefst over een zo lang mogelijke periode. Bij welk bezoekersaantal worden de variabele kosten goed gemaakt?
antwoord: Uit het Nationaal Sportonderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat het zwembad voor kinderen de meest gebruikte sportaccommodatie is en dat zwembaden een belangrijke rol vervullen op het gebied van sport en bewegen. Op de ranglijst van meest populaire sporten in de gemeente Nieuwkoop staat zwemmen op de 5e plaats na fitness, hardlopen, fietsen en wandelen. Vooral onder ouderen is zwemmen populair; in de leeftijdsgroep 65 tot en met 74 jaar staat zwemmen op de derde plaats en in de leeftijdsgroep vanaf 75 jaar zelfs op de eerste plaats. Uit hetzelfde onderzoek blijkt ook dat zwemmen op de tweede plaats staat als mogelijke nieuwe activiteit voor met name jongere leeftijdsgroepen. Dit wordt bevestigd door recente cijfers van de KNZB. Er is een groei van het aantal zwemmers in zwembaden aangedreven vanuit het open water zwemmen. De verwachting is dat deze stijging nog langer doorgaat. De tendens van dalende bezoekersaantallen in zwembaden lijkt te keren. Door corona zijn de getallen nu niet vergelijkbaar. Zwembaden in Alphen aan den Rijn, Bodegraven, Mijdrecht, Roelofarendsveen en Aalsmeer zijn alternatieven voor zwembad De Wel. Met name op het gebied van zwemlessen, banenzwemmen en aquasporten. Zoals in het Mulier onderzoek aangegeven zijn voor de jeugd van 12 tot 18 jaar op het gebied van beleving grote attractiebaden een alternatief.
Denk hierbij aan Duinrell of Eemhof. Het verhogen van de omzet per uur wordt met name gerealiseerd door programmering en minder door het aantal bezoekers. Een uur zwemles heeft de hoogste omzet per uur. Meer uur zwemles draagt bij aan een verhoging van de omzet per uur. Maar bijvoorbeeld ook minder sluitingsuren overdag. vraag 13: Bl 9 kan de ratio tussen de variabele kosten en de opbrengsten niet verbeterd worden in het huidige zwembad? antwoord: Jawel, dat doen we ook in de begroting. Zie het antwoord op vraag 1. vraag 14: Bl 10 duurzaamheid bij de investeringen staat dat een warmtepomp geïnstalleerd moet worden. Maar volgens de jaarstukken 2020 zou dit in 2021:gerealiseerd worden. Hoe zit dit? antwoord: Die geplande investering is on hold gezet vanwege deze discussie. Vraag 15: Bl 11 als je bezoekers verliest door meer beleving elders, waarom probeer je dan de oplossing niet te zoeken door meer beleving te realiseren? antwoord: Met onze adviseurs denken wij dat dit niet realistisch is op de schaal van Nieuwkoop en binnen de huidige financiële kaders. Zie ook het antwoord op vraag 5. Vraag 16: Bl 12 bezettingsgraad is dit probleem bij nieuwbouw opgelost? Je hebt toch ook meer personeel nodig als je meer instructie geeft antwoord: Nee dit probleem is niet opgelost.
Bezettingsgraad gaat naar verwachting wel omhoog doordat scenario 2 uitgaat van een 6e baan en een instructiebad dat beter inzetbaar is. Maar de kosten gaan inderdaad ook omhoog. vraag 17: Bl 13 en 14 hoe sporen tabel 1 en 2? antwoord:
Tabel 1 is een nadere specificering van het investeringsbedrag dat per scenario nodig is, opgenomen in kolom 2023 van Tabel 2. vraag 18: Bl 13 en 14 De nieuwbouwkosten zullen wel vrij nauwkeurig zijn in te schatten; in hoeverre een renovatie van liefst € 2.663.500,-- echt strikt noodzakelijk is, is moeilijk beoordelen. Kan hier een uitsplitsing van worden gemaakt en worden aangegeven of het strikt noodzakelijk is? antwoord: Op pagina 4 van de managementrapportage van K3H staat beschreven welke verbeteringen worden doorgevoerd. Aanvullend staan op pagina 10 de duurzaamheidsmaatregelen. Er liggen hele gedetailleerde ramingen onder deze berekeningen. Natuurlijk zitten daar keuzes in wat strikt noodzakelijk is of gewoon nodig. We gaan hier uit van de deskundigheid van de adviseurs. Die specifieke uitsplitsing van het budget kan voor de besluitvorming niet worden gemaakt. vraag 19: Waarom is na grootschalige renovatie de resterende levensduur korter dan bij Nieuwbouw? antwoord: Het zwembad krijgt ook na renovatie nooit de kwaliteit van een volledig nieuw zwembad. vraag 20: Waarom wordt er bij nieuwbouw weer in 40 jaar afgeschreven ipv 33 jaar wat blijkbaar de praktijk is? antwoord: Dit is een algemeen uitgangspunt in de gemeente Nieuwkoop. Het bad kan ook nog wel even mee en zal ook nog wel even mee moeten. Een nieuw bad staat er niet van vandaag op morgen.
Bij zwembaden is de gemiddelde levensduur 30 – 40 jaar. Voor andere gebouwen is dit 40 – 50 jaar [zie rapport K3H Architecten]. vraag 21: Hoe zijn de variabele kosten tov opbrengsten bij nieuwbouw antwoord: We verwachten bij nieuwbouw een verschuiving van variabele kosten naar vaste kosten. De verhouding tussen de variabele kosten en de opbrengst zal daardoor bij nieuwbouw gunstiger zijn dan bij renovatie van het bad. vraag 22: Kan de netto contante waarde van beide alternatieven worden bepaald en de reële optie waarde van het uitstellen van de beslissing? antwoord: Wij zijn uitgegaan van een rentepercentage van 0%. De bedragen kunnen daardoor gedeeld worden door 1 en zijn hetzelfde. Als de rente licht stijgt wordt het scenario nieuwbouw iets minder gunstig vanwege de grote investering die het vergt. Vragen SBN: Uitwerkingsplan II vraag 1: een incidenteel budget van E25k. Wat zijn de criteria voor toekomstbestendigheid, hoe wordt dit gemeten of vereniging hieraan voldoet en met welke frequentie? antwoord:
Zie ook de beantwoording van vraag 18 van D’66. Uitwerkingsplan III: scenario’s nieuwbouw zwembad De Wel Aan welke sportfuncties wordt gedacht als combinatie met nieuw te bouwen zwembad? antwoord: Dit is nog onderwerp van het voorgestelde nadere onderzoek. vraag 2: Welke wijzigingen in bedrijfsvoering resulteren tot besparing van E90k? antwoord: Zie antwoord op vraag 1 van het CDA vraag 3: Onderzoek nieuwbouw zwembad De Wel: Welke locaties zijn er in “ beeld” ? antwoord: Dit is nog onderwerp van het voorgestelde nadere onderzoek. Uitwerkingsplan IV vraag 4: Inzet op uitbreiden van multifunctioneel gebruik Welke criteria toetst het multifunctioneel gebruik? En mag voor multifunctioneel gebruik aan andere doelgroepen inkomsten worden berekend voor verhuur van faciliteiten van de club? antwoord: Zie ook antwoord vraag 9 van D’66. De verenigingen mogen huur/vergoeding vragen voor het gebruik van hun accommodatie door derden. vraag 5: Welke mogelijkheden zijn er voor het uitbreiden van multifunctioneel gebruik van sportaccommodaties? Wellicht concrete voorbeelden uit andere gemeenten? antwoord: Zie ook antwoord vraag 9 van D’66. Het college vindt bijvoorbeeld ‘Het buurthuis van de toekomst’ een mooi initiatief, waarbij sportverenigingen in diverse andere gemeenten een plek worden waar ook allerlei sociale/maatschappelijke activiteiten plaats vinden.
vraag 6: Overcapaciteit sport accommodaties: Wat zijn de criteria waarop besluitvorming plaatsvindt? Hoeveel overcapaciteit en hoe lang is structureel? antwoord: Hier zijn geen vaste criteria voor, dit is maatwerk in overleg met de betrokken vereniging en Stibuni. Naast overwegingen rondom de omvang en duur van de overcapaciteit, valt ook te denken aan de maatschappelijke rol van de accommodatie voor de kern en de mogelijkheden voor multifunctioneel gebruik van het veld/de baan, of mogelijkheden voor kostenreductie. Technische vragen Natuurlijk Nieuwkoop: Uitwerkingsplan I; vraag 1: graag nadere uitleg over de huidige samenwerking buurtsportcoaches/basisonderwijs en de insteek voor de komende jaren.
antwoord: De basisscholen ontvangen voor de inzet van de buurtsportcoaches deels geld (40%) vanuit de buurtsportcoachregeling en deels geld (60%) vanuit de onderwijssubsidie. De inzet van de buurtsportcoaches verschilt per school, maar concentreert zich vooral op (ondersteuning van) het bewegingsonderwijs, om een kwaliteitsslag in het bewegingsonderwijs te kunnen maken en meer aandacht te hebben voor kinderen met een (risico op) motorische achterstand. De gemeente vindt het belangrijk om de buurtsportcoachregeling in de toekomst in het basisonderwijs te blijven inzetten, omdat het basisonderwijs een plek is waar (bijna) alle Nieuwkoopse kinderen samen komen. Uitwerkingsplan IV: vraag 2: Voetbal, hockey en tennisverenigingen moeten een plan voor multifunctioneel gebruik van hun velden / accommodaties opstellen. Wanneer moeten deze plannen aangeleverd worden en over welke periode moeten deze plannen gaan? antwoord: Een precieze planning is nog niet afgesproken met de verenigingen, maar zij zullen hun plannen in ieder geval voor de start van de subsidieperiode moeten aanleveren, dus in het jaar 2022. De plannen kunnen betrekking hebben op de hele subsidieperiode (2023-2033), maar de gemeente zal de verenigingen wel vragen om in 2023 te starten met de uitvoering van de plannen.
vraag 3: Voorgesteld wordt om niet gebruikte subsidie, welke bedoeld was voor LED verlichting voor de tennisverenigingen, niet terug te vorderen maar dat deze ingezet mag worden voor andere duurzaamheidsmaatregelen. Wat is het ongebruikte subsidiebedrag? antwoord: Tot nu toe hebben drie tennisverenigingen een verzoek ingediend voor inzet van een resterend subsidiebedrag voor overige duurzaamheidsmaatregelen. Het resterend budget per vereniging is: TV Nieuwveen: € 3.600 LTV Zevenhoven: € 6.766 TV Nieuwkoop: € 27.959