ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen D66 Zienswijze herziening provinciaal omgevingsbeleid
Tekst van het document
Reactie op technische vragen D66 Zienswijze herziening provinciaal omgevingsbeleid (1) STOMP-principe, op wat voor manier wordt dit echt vastgelegd in het beleid i.p.v. dat het een uitgangspunt betreft? Antwoord In het omgevingsbeleid wordt het enkel vastgesteld in de vorm van lage parkeernormen die moeten worden gehanteerd bij 3 hectare locaties, vergelijkbaar met stationsomgevingen. Dit is bij de herziening Omgevingsbeleid 2024 aangepast en hier heeft gemeente Nieuwkoop toen ook op gereageerd. Als ontwikkelaar/gemeente word je hierdoor uitgedaagd om in de planontwikkeling eerst aandacht te hebben voor de overige vervoersmodaliteiten (stappen, trappen OV, mobility as a service) en op de laatste plaats pas de auto. Voor ons als landelijke gemeente is dat een uitdaging door de relatief beperkte OV aanbod zoals u heeft kunnen lezen in onze zienswijze. (2) Participatiekaders provincie, tijdens de presentatie werd aangegeven dat de provincie mogelijk participatie bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen gaat toetsen aan de provinciale kaders. In hoeverre liggen deze kaders in lijn met de lokale kaders (en in hoeverre vragen zij meer of minder). Kort: Wat is het gevolg wanneer dit beleid daadwerkelijk op deze manier wordt ingevoerd voor onze participatieprocessen/-trajecten? Antwoord Toetsing door de provincie heeft betrekking op omgevingsvergunningen aangevraagd bij de provincie.
Het gaat dus niet om omgevingsvergunningen die vallen onder de bevoegdheid van de gemeente. Uit de stukken die de provincie Zuid-Holland heeft opgesteld in het kader van de herziening van de Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma (Participatie in de herziening PS 2025), blijkt dat de provincie vier algemene participatieprincipes hanteert wanneer zij zelf participatie organiseert: 1. Aanpak bepalen op basis van het vraagstuk; 2. Aandacht voor verschillende perspectieven; 3. Heldere communicatie en verwachtingsmanagement; 4. Samen leren. Deze uitgangspunten komen in grote lijnen overeen met de kaders die wij hanteren in ons Participatiebeleid (2021), de Participatiewijzer en de Participatieverordening 2023. Op hoofdlijnen zijn de provinciale principes dus congruent met onze lokale werkwijze. Voor omgevingsvergunningen aangevraagd bij de provincie voor ontwikkelingen binnen onze gemeente is op dit moment nog onduidelijk wat precies de gevolgen kunnen zijn. Dit hangt af van de beoordeling door de provincie van het doorlopen participatieproces. Er zijn nu geen directe gevolgen voor onze participatieprocessen/-trajecten voor gemeentelijke omgevingsvergunningen. (3) Windmolens nabij Langeraar dwarsbomen woningbouwontwikkelingen, in de presentatie, maar ook daaromheen wordt aangegeven dat zoekgebieden voor windmolens drempels opwerpen voor ontwikkeling van Langeraar-West.
Voor een gedeelte is hier natuurlijk ontwikkeling mogelijk binnen de BSD-contouren; loopt deze ontwikkeling ook gevaar? Zo nee, waarom de rest van de Langeraar-West ontwikkeling wél? De ontwikkeling van windturbines in dit zoekgebied kunnen belemmerend werken op woningbouw aan de westkant van Langeraar. De provincie moet namelijk toestemming verlenen voor woningbouw buiten de rode contouren. Windturbines in een omvang zoals geschetst in de herziening tasten het woon- en leefklimaat aan van inwoners in en om Langeraar (o.a. effecten van geluidhinder op omwonenden, waardevermindering van woningen en aantasting woonomgeving). De combinatie van geluidhinder, zichtbaarheid, slagschaduw en beleving maakt dat windturbines op deze grote schaal hier ruimtelijk niet te
verantwoorden zijn. We vragen de provincie dan ook om rekening te houden met het algemeen maatschappelijk belang én het meewegen van de bredere maatschappelijke opgaven rondom de door u beoogde zoekgebieden, waaronder de woningopgave in en rondom Langeraar, zoals het 'Straatje erbij' waarover wij al met de provincie in gesprek zijn. (4) Beter onderzoek naar hoogte en natuur bij windlocaties, in de presentatie wordt geschreven dat er 'beter' onderzoek gedaan moet worden naar hoogte en natuur bij windlocaties. Hieruit lijkt te blijken dat er nu wél onderzoek door de provincie is gedaan op deze 2 gebieden, maar dat de gemeente deze onderzoeken onvoldoende vindt. Waaruit blijkt dat? Antwoord De vraag over hoogtebeperking: Qua hoogtebeperking heeft de provincie een quick scan uitgevoerd waarin onze conclusie wordt bevestigd dat ILT geen vrijstelling verleent voor windturbines hoger dan de hoogtebeperking van 146 m. Ondanks dat stelt de provincie dat een aeronautisch onderzoek mogelijk een ander beeld oplevert. Echter zien ze dit niet als onderdeel van de OER en leggen ze dat neer bij de ontwikkelaar in een volgende fase. Wij zijn het daar niet mee eens en we vinden dat er nu al een afweging gemaakt moet worden of hogere windturbines dan de hoogtebeperkingen mogelijk zijn.
Indien de hogere windturbines niet mogelijk zijn, wijst de provincie erop dat windturbines met een tiphoogte lager dan 146 meter op die plek kunnen. Wij wijzen er vervolgens weer op dat daarvoor geen OER is uitgevoerd en dat dit eerst moet plaatsvinden, voordat je kan stellen dat er windturbines in gebieden met hoogtebeperkingen mogelijk zijn. De vraag over natuur: tijdens de OR hebben we de gelegenheid genomen om de raad te informeren dat er onderzoeken zijn uitgevoerd naar de weidevogelstand in polder Nieuwkoop en dat deze onderzoeken, aangaande het zoekgebied windenergie in de polder Nieuwkoop, zodanig van elkaar afwijken dat de provincie geen conclusie kan trekken dat de huidige status van Beschermingscategorie 2 gebied weidevogels kan vervallen. Sterker nog, wij hebben het onderzoek - in opdracht van Agrarische natuurvereniging De Hollandse Venen – naast ervaringen in het veld gelegd (van agrariërs, een vogelaar en een grondeigenaar in het gebied) en daarin worden de resultaten van Schildwacht bevestigd. Onze conclusie is dat dit gebied – volgens de definitie van de provincie – geclassificeerd moet worden als een belangrijk weidevogelgebied.
Aangezien een windmolenpark wordt aangeduid als een transformatie (en dus geen sprake van inpassen of aanpassen) en in de ontwerpverordening het volgende wordt gesteld: Ontwikkelingen van het type ‘transformeren’ zijn uitgesloten, concluderen we dat het zoekgebied windenergie – volgens de regels van de provincie – niet levensvatbaar is dat dit zoekgebied moet worden geschrapt. In de zienswijze zullen we de vergelijking tussen de twee onderzoeken opnemen en onderbouwen waarom we tot bovenstaande conclusie komen. (5) Woningsplitsing, de gemeenteraad van Nieuwkoop heeft op 10 juli 2025 unaniem de motie 'Splits die woning' aangenomen. Hierin wordt het college gevraagd om 'bij de provincie, bij de actualisatie van het omgevingsbeleid, aan te dringen om woningsplitsing ook in het landelijk gebied (buiten de dorpen) mogelijk te maken'. Dit omdat toen, uit technische en politieke beantwoording bleek dat dit onder staand provinciaal omgevingsbeleid onmogelijkheden opwierpen. Zitten deze beperkingen/onmogelijkheden nog steeds in deze herziening van het provinciaal omgevingsbeleid? Zo ja; hoe? Antwoord De huidige verordening geeft aan dat stedelijke ontwikkelingen primair binnen bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) plaats moeten vinden. De uitleg die daarbij gegeven werd is dat woningsplitsing als regel aangemerkt werd als een stedelijke ontwikkeling.
De interpretatieruimte is daarbij vooral gelegen in de vraag wanneer een ontwikkeling ‘voldoende substantieel’ is om als stedelijke ontwikkeling aangemerkt te worden. In het nu voorliggende ontwerp van de verordening wordt woningsplitsing in het buitengebied (in de verordening: beschermingsgebied onbebouwde ruimte) niet genoemd als toelaatbare ontwikkeling, maar ook niet expliciet uitgesloten. Gezien de formulering van zowel de
verordening als de toelichting ligt een terughoudende uitleg door de provincie echter zeer voor de hand. Hoewel erkend wordt dat er ook (onder meer) bebouwingslinten en verspreid liggende bebouwing voorkomt in dergelijke gebieden, is de verordening expliciet als het gaat om verdere bebouwing in deze gebieden en is het wonen ook niet benoemd als een prioritaire ontwikkeling in deze gebieden. Hieruit trekken wij de conclusie dat het provinciaal omgevingsbeleid nog steeds beperkingen bevat voor woningsplitsing in het landelijk gebied of op zijn minst de ruimte geeft voor een dergelijke beperkende uitleg. Het voorgaande is voor ons reden om in de voorgestelde zienswijze een reactie op te nemen met het verzoek aan de provincie om te bevestigen dat woningsplitsing buiten stedelijk gebied op basis van de voorgelegde ontwerpverordening mogelijk is, danwel een bepaling op te nemen die het splitsen van woningen (ook buiten stedelijk gebied) expliciet toelaat.
(6) Hieruit lijk ik op te maken dat de huidige afspraak volgens de RES 1.0 is dat wanneer een gemeente zijn zoekgebied of ontwikkellocatie terugtrekt, het RES bod naar beneden wordt bijgesteld, klopt dat? Dus even concreet zou dat betekenen dat wanneer Alphen aan den Rijn zijn ontwikkeling van windenergie conform RES 1.0 terugtrekt, de totale opgave van de RES 1.0 in onze regio naar beneden moet worden bijgesteld naar de totale oorspronkelijke opgave, min de ontwikkeling van Alphen(?). “ Antwoord In de RES 1.0 zijn in Holland Rijnland zoekgebieden voor zonne-energie, windenergie of beide opgenomen. Op veel van deze zoekgebieden lagen nog allerlei belemmeringen vanuit het Rijk, de provincie, en/of gemeenten. Voor bijna alle zoekgebieden moest op één of meerdere van deze bestuurlijke niveaus beleid worden aangepast om tot daadwerkelijke realisatie over te kunnen gaan. Mede om te voorkomen dat - indien voor een gebied deze belemmeringen niet zouden worden weggenomen – het wegvallen van een zoekgebied elders in de regio gecompenseerd zou moeten worden is in de randvoorwaarden in de RES 1.0 (paragraaf 6.5, pagina 61, RES versie 11 d.d. 7-4-2021 ) o.a. opgenomen: •
De beperkingen die voortkomen uit bestaand of voorgenomen beleid door het Rijk, provincie en gemeenten vragen aanpassing. Hiervoor is bereidheid nodig om deze beperkingen in overleg weg te nemen. Het meer of minder loslaten van al deze beperkingen in onze regio, is een politieke afweging. Handhaving van de huidige situatie resulteert in een bod dat evenredig met de beperkingen wordt verlaagd.
Dus dit betekent dat: • Beperkingen die op de opgave drukken, niet eenzijdig kunnen worden weggenomen; • Indien zoekgebieden afvallen, het regionale bod evenredig wordt verlaagd; De huidige situatie binnen Holland Rijnland is dat het totaal van de vergeven vergunningen (en zelfs concrete plannen) ver achter blijft bij het bod van de regio. Dit omdat voor veel van de zoeklocaties in de RES 1.0 uiteindelijk de belemmeringen niet zijn weggenomen. De provincie houdt nu vast aan het totale bod van de regio zonder aan deze randvoorwaarde te voldoen. Daarnaast wordt met de invulling die de provincie nu probeert te geven aan het alsnog voldoen aan dit bod voorbij gegaan aan het volgende punt, dat ook in diezelfde randvoorwaarden is opgenomen. •
De opwekopgave voor zowel zonneweiden als windturbines worden evenredig verdeeld over de regio, rekening houdend met de mogelijkheden van gemeenten.