CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

ACHTERGRONDINFORMATIE: Reactie op technische vragen D66 - raadsvoorstel onderzoek mogelijkheden randvoorwaarden flexwoningen.

Meningsvormende raad II 30 maart 2023, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Onderzoek naar de mogelijkheden en randvoorwaarden voor flexwoningen1.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op technische vragen Jop van der Pijl (D66) over raadsvoorstel onderzoek naar de mogelijkheden en randvoorwaarden voor flexwoningen Vragen: Quote: "Vooral de groep 50-59 jaar kent iemand die in een flexwoning geïnteresseerd” & “De doelgroepen starters en ouderen moeten goed bediend worden”. Beschreven in rapport onderzoek onder resultaten enquête. Vraag 1: Uit het onderzoek onder inwoners lijkt te blijken dat naast de jongeren ook ouderen veel interesse hebben in de kleine flexibele woonvormen. Dit terwijl deze groep minder lijkt terug te komen in de aantallen. Kan de rol van deze doelgroep in de uiteindelijke verdeling van de woningen onder de doelgroepen verder worden toegelicht? Vraag 2: In het VVGB die eerder door deze raad niet rijp voor besluitvorming werd verklaard was er ook nadrukkelijk veel aandacht voor de doelgroep spoedzoekers. Ook die groep komt hier minder/niet in terug. Kan de rol van deze doelgroep in de uiteindelijke verdeling van de woningen onder de doelgroepen verder worden toegelicht? Antwoord vraag 1: Uit de resultaten van het onderzoek onder inwoners blijkt dat er mensen uit alle leeftijdscategorieën gereageerd hebben op de enquête, waaronder ook de oudere leeftijdsgroepen.

Verder blijkt uit de resultaten dat de leeftijdscategorie tot 29 jaar, en de leeftijdscategorie vanaf 50 jaar het het meest belangrijk vinden dat er flexwoningen worden gebouwd. Er blijkt ook uit het onderzoek dat 56% interesse heeft óf iemand kent die interesse heeft in een flexwoning. Dit percentage is niet per leeftijdscategorie geanalyseerd. Het lijkt aannemelijk dat dit bijvoorbeeld kinderen of kleinkinderen zijn, die men kent. Deelnemers aan de enquête hebben bij beantwoording van de open vragen laten merken dat zij het onder andere belangrijk vinden dat de doelgroepen starters en ouderen aan bod komen. Aan uw raad wordt gevraagd te besluiten op een doelgroepen verdeling van 35% jongeren, 40% starters en overige woningzoekenden en 25% statushouders. Voor de doelgroep ouderen wordt voorlopend op de woonzorgvisie in ieder nieuwbouw project met permanente woningen de opties bekeken voor levensloop bestendige woningen of woonzorgconcepten. Er wordt niet voorgesteld om mensen uit de categorie ouderen in flexwoningen te plaatsen. De argumenten hiervoor zijn: - Het college is van mening, samen met het expertteam Woningbouw en Woondiensten Aarwoude, dat de doelgroep van oudere mensen meer gebaat is bij huisvesting in permanente levensloopbestendige woningen en heeft er daarom voor gekozen de flexwoningen niet specifiek voor deze groep te bestemmen.

Alle mensen die ouder zijn dan 28 jaar (en dus ook ‘ouderen’) kunnen in aanmerking komen middels de doelgroep ‘overige woningzoekenden’ als zij dit willen. Antwoord vraag 2: De verdeling van doelgroepen die nu als besluit wordt voorgelegd aan uw raad is 35% jongeren, 40% starters en overige woningzoekenden en 25% statushouders. Spoedzoekers zijn woningzoekenden die door uitzonderlijke situaties per direct op zoek zijn naar onderdak. Een spoedzoeker kan een woning toegewezen krijgen via bijvoorbeeld een urgentieverklaring of contingentenregeling. ‘Overige woningzoekenden’ betreft een algemene benaming voor een grote groep woningzoekenden, waar ook spoedzoekers onder kunnen vallen.

1/4

Het kan dus (bijvoorbeeld) voorkomen dat een spoedzoeker een flexwoning toegewezen krijgt, als dit een passende woning voor die persoon is en die persoon valt binnen de categorie waar de flexwoningen voor bedoeld zijn. De procedure en voorwaarden waaronder dit gebeurt is hetzelfde als bij permanente sociale huurwoningen.

Quote: “Plek om te parkeren vraagt ook aandacht, waarbij de ‘nota parkeernormen’ van toepassing is” Vraag 3: Welke norm zou dan gelden per flexwoning? Vraag 4: Is dit in lijn met de verwachting van het autobezit van de doelgroepen die interesse hebben in een flexwoning? Antwoord vraag 3: De norm die geldt per flexwoning is de norm die ook gehanteerd wordt voor permanente woningbouw. Deze norm zal in de praktijk liggen tussen een 1-kamerappartement 0,8 pp per woning en een sociale huurwoning kleiner dan 60 m2 van 1,4 pp per woning. Maar, inpassing van het parkeren en bijbehorende normering is maatwerk. Antwoord vraag 4: De inschatting/verwachting van het autobezit is onderdeel van de inpassing van het parkeren. De nota parkeernormen biedt ruimte voor maatwerk. Eea is afhankelijk van de locatie, het beoogde type flexwoning daar, de passende doelgroep daarbij en de omgeving van de locatie en het verloop van gesprek met de direct omwonenden/belanghebbenden.

Vraag 5: Momenteel vormt bij sommige projecten de gang naar de Raad van State een grote vertraging. Hierdoor kunnen projecten maanden op de ‘plank’ blijven liggen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat inwoners aanspraak kunnen maken op hun rechten. Kunnen inwoners op dezelfde manier in bezwaar gaan tegen een traject voor de realisatie van flexwoningen, als bij de realisatie van permanente woningbouw? Antwoord vraag 5: Omdat flexwoningen van tijdelijke aard zijn, kan een procedure om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan gevolgd worden. Deze procedure is anders dan in het geval van een (definitieve) wijziging van het bestemmingsplan, die bij permanente woningbouw gevolgd moet worden. Inwoners kunnen dus niet op dezelfde manier bezwaar maken, er wordt namelijk een andere procedure gevolgd. (Hier wordt er dan wel vanuit gegaan dat woningbouw (of bv het aantal te bouwen woningen) op de beoogde locatie niet was toegestaan, conform het bestemmingsplan). Nadere uitleg: Zoals hieronder verbeeld zijn er drie manieren om woningen te realiseren. De figuur geeft schematisch de te doorlopen procedure en de bezwaar en beroepsmogelijkheden aan.

1 Reguliere procedure De eerste manier is bedoeld in het onderhavige raadsvoorstel voor flexwoningen: de reguliere procedure om tijdelijk af te wijken van het bestemmingsplan voor de duur van maximaal 10 jaar (maar door het Chw experiment 15-20 jaar). 2/4

In deze procedure wordt een besluit genomen, waarna eerst bezwaar mogelijk is, daarna beroep bij de rechtbank en daarna hoger beroep bij de Raad van State. Er is geen mogelijkheid voor het indienen van zienswijze. De tijdsduur van de beroepen varieert, maar in onderstaand plaatje is 1 jaar wel erg rooskleurig weergegeven, gelet op de huidige behandelduur van beroepszaken (zowel bij de rechtbank als de RvS). Door deel te nemen aan het Chw-experiment van het ministerie kunnen de flexwoningen via deze reguliere procedure gerealiseerd worden voor een periode van 15-20 jaar. Anders diende procedure 2 gevolgd te worden. Via procedure 1 kan zonder experiment tot 10 jaar afgeweken worden, maar door deel te nemen aan het Chw-experiment is de periode nu langer. 2 uitgebreide procedure De tweede manier is de uitgebreide procedure om tijdelijk voor meer dan 10 jaar af te wijken van het bestemmingsplan. Daarbij is er geen bezwaarperiode, zoals in de reguliere procedure, maar een zienswijzeperiode. Het verschil met de reguliere procedure is dat er nog geen besluit is genomen, alleen nog een ontwerpbesluit waartegen een zienswijze ingediend kan worden. Het moment van het nemen van een besluit gebeurt dus later in de procedure dan bij de reguliere procedure. Na het (definitieve) besluit kan een inwoner zich wenden tot de rechtbank voor beroep en daarna de Raad van State voor hoger beroep.

3 wijziging van het bestemmingsplan De derde procedure is de permanente wijziging van het bestemmingsplan. Na de zienswijzeperiode en vaststelling van het bestemmingsplan volgt direct beroep bij de Raad van State (dus geen rechtbank), waardoor dat iets tijdswinst oplevert. Echter, dan moet er nog een bouwvergunning aangevraagd worden, omdat met de wijziging van het bestemmingsplan alleen de planologische mogelijkheden zijn aangepast, maar nog geen bouwtoestemming is verleend. Bij de eerdere twee procedures gebeurt dat wel. (Een bouwvergunning volgt de reguliere procedure). Overigens kan de bouwvergunning wel gecoördineerd samenlopen met de bestemmingsplanwijziging, maar dat gebeurt in de praktijk eigenlijk nooit vanwege de onzekerheid van de uitkomst na de zienswijze en bij de rechter. Wanneer welke procedure wordt gebruikt, hangt af van de omstandigheden van het geval. Als algemene regel geldt: hoe impactvoller de (planologische) verandering, des te uitgebreider de procedure. Omdat de flexwoningen tijdelijk zijn, is de impact minder groot. Voor permanente woningen zou voor de uitgebreide procedure worden gekozen, of – waarschijnlijker – voor een bestemmingsplanwijziging. Maar dat ligt er dus ook aan wat er op grond van het huidige bestemmingsplan al mogelijk is op die plek.

3/4

4/4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=eedb6b0d-627e-4317-b414-dc55b02d2420