CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen D66 over RV Afgeven verklaring geen bedenkingen vergunningaanvraag padelhal Nieuwveenseweg 39A Nieuwkoop

Oriënterende raad 26 september 2024, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Afgeven verklaring van geen bedenkingen vergunningaanvraag padelhal Nieuwveenseweg 39A, Nieuwkoop996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op technische vragen D66 over raadsvoorstel Afgeven verklaring van geen bedenkingen vergunningaanvraag padelhal Nieuwveenseweg 39A Nieuwkoop Vragen D66: 1. De desbetreffende sportaanbieder op deze locatie heeft eerder al een bestemmingswijziging gekregen voor het bouwen van een sportlocatie op deze locatie. Opnieuw geven we meer ruimte aan deze aanbieder voor het aanbieden van aanvullende activiteiten. Zijn de afgelopen jaren andere aanvragen gedaan door commerciële sportaanbieders voor aanpassing van een bestemmingsplan ten gunste van het aanbieden van nieuwe sporten? Zo ja, hoe is hier toen op gereageerd? In de periode van 1 januari 2021 tot heden zijn er geen verzoeken van commerciële sportaanbieders geweest om een bestemmingsplan te wijzigen. Wel is er, naast deze vergunningaanvraag voor de padelhal, door een commerciële sportaanbieder één vergunningaanvraag ingediend om tijdelijk van het bestemmingsplan af te wijken. Deze aanvraag was een verlenging van een tijdelijke vergunning voor de periode van juli 2018 tot en met december 2021. De aanvraag betrof het plaatsen van een tijdelijke sportstudio met een overkapping en enkele sporttoestellen ten behoeve van bootcamplessen aan de rand van het complex van voetbalvereniging Altior in Langeraar. De tijdelijke vergunning is in 2022 verleend voor de periode tot en met 1 december 2027.

Zoals in het raadsvoorstel is omschreven, is er de afgelopen jaren wel geïnformeerd naar de mogelijkheden voor het realiseren van padelbanen op bedrijventerreinen. Hiervoor zijn echter geen vergunningaanvragen ingediend of wijzigingen van het bestemmingsplan aangevraagd. 2. De provincie doet in haar reactie de suggestie om het hekwerk tussen het sportcentrum en het naastgelegen bedrijf te vergroenen. Is deze suggestie ook verwerkt? De initiatiefnemer heeft de suggestie van de provincie om het hekwerk tussen het sportcentrum en het naastgelegen bedrijf te vergroenen overgenomen in het inrichtingsplan. De vergroening zal plaatsvinden door middel van een beukenhaag. De provincie Zuid-Holland heeft positief gereageerd op de beukenhaag, omdat deze zijn blad vasthoudt en daarmee de doorkijk redelijk goed blokkeert. Het inrichtingsplan is pas ingediend nadat het raadsvoorstel was opgesteld en is daarom niet als bijlage aan het raadsvoorstel toegevoegd. Met het inrichtingsplan is voldoende invulling gegeven aan het voorschrift dat de aanvrager uiterlijk vier weken vóór de start van de werkzaamheden een inrichtingsplan indient waaruit blijkt hoe het terrein rondom de hal en het parkeerterrein zo wordt ingericht met water en groen dat er sprake is van een acceptabele landschappelijke inpassing.

Het inrichtingsplan zal als bijlage aan het definitieve besluit op de vergunningaanvraag worden toegevoegd. Ook zal aan dit besluit het voorschrift worden verbonden dat het buitenterrein binnen zes maanden na afronding van de werkzaamheden conform het inrichtingsplan moet zijn ingericht. Hiermee is voldoende geregeld dat het inrichtingsplan ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Het inrichtingsplan is als bijlage toegevoegd aan dit antwoord. 3. Zijn er overige wensen/verplichtingen opgeschreven met betrekking tot het vergroenen, naast het compensatiewater? Bijvoorbeeld het, in samenwerking met de naburige bedrijven en woningen, aanplanten van meer groen of bomen? Is dit een wens/verplichting die inpassing zou kunnen krijgen in de uiteindelijke vergunningverlening? In het ontwerpbesluit is het voorschrift opgenomen dat de initiatiefnemer uiterlijk vier weken vóór de start van de werkzaamheden een inrichtingsplan moet indienen

waaruit blijkt hoe het terrein rondom de hal en het parkeerterrein zo wordt ingericht met water en groen dat er sprake is van een acceptabele landschappelijke inpassing. Aan het voorschrift zijn verder geen wensen of verplichtingen verbonden. Het graven van compensatiewater is een verplichting die voortkomt uit de regels van het Hoogheemraadschap van Rijnland. De verplichting om compensatiewater te graven staat daarom los van het voorschrift om de ontwikkeling landschappelijk in te passen. Na het opstellen van het raadsvoorstel heeft de initiatiefnemer een inrichtingsplan ingediend voor het terrein. Het inrichtingsplan is afgestemd met de provincie ZuidHolland en akkoord bevonden. Wel heeft de provincie nog een optimalisatie voorgesteld door de te planten beukenhaag aan de achterzijde van het terrein te vervangen door een bladverliezende gemengde haag van inheemse soorten zoals meidoorn, sleedoorn, kornoelje, liguster en hondsroos, omdat dit meer doet voor de biodiversiteit en het beeld vanuit het landschap verzacht. De provincie heeft aangegeven dat de initiatiefnemer zelf de afweging mag maken om deze optimalisatie wel of niet over te nemen. Het inrichtingsplan is als bijlage toegevoegd aan dit antwoord. Het inrichtingsplan zal als bijlage aan het definitieve besluit op de vergunningaanvraag worden toegevoegd.

Ook zal aan dit besluit het voorschrift worden verbonden dat het buitenterrein binnen zes maanden na afronding van de werkzaamheden conform het inrichtingsplan moet zijn ingericht. Hiermee is voldoende geregeld dat het inrichtingsplan ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. 4. Er wordt verlichting gerealiseerd rondom het pand en bij de parkeerplaatsen. Wordt deze verlichting na sluiting uitgeschakeld of blijft dit continu aan? Worden er naast de 'vleermuisvriendelijke' LED verlichting nog andere maatregelen getroffen om lichtvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen? In de vergunningaanvraag is niet aangegeven of de verlichting na sluiting wordt uitgeschakeld of blijft branden. Om ervoor te zorgen dat de verlichting niet onnodig blijft branden, zal aan het besluit op de aanvraag het voorschrift worden verbonden dat de verlichting na sluiting uitgeschakeld moet zijn. Er worden door de initiatiefnemer maatregelen getroffen om lichtvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen. Zowel de lichtmast als de verlichting aan de gevels van de gebouwen wordt naar beneden gericht. Bovendien wordt de lichtmast gericht naar de parkeerplaats en de toegangsweg, zodat deze zo min mogelijk uitstraalt naar de sloot en de weilanden. 5.

Is de verbindingsweg die rondom het sportcentrum wordt gerealiseerd richting de padelbanen breed genoeg voor 2 voertuigen om elkaar te passeren? Zo nee, is de weg wél breed genoeg voor fietsers en voetgangers om voertuigen te passeren? De verbindingsweg rondom het sportcentrum krijgt een breedte van 3,5 meter. Dit is niet breed genoeg om twee personenauto’s elkaar te laten passeren. Wel zijn er in de bocht en bij het nieuwe parkeerterrein plekken waar tegenliggers elkaar kunnen laten passeren. De verbindingsweg is voor fietsers en voetgangers wel breed genoeg om een personenauto te passeren. Ook is een wegbreedte van 3,5 meter voor de hulpdiensten voldoende om de hal te kunnen bereiken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=1f8ac42c-9329-4bb8-beb1-5fe7d5ece524