ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen D66 - MJOP
Tekst van het document
Technische vragen D66 Meerjarenonderhoudsplan gemeentelijke gebouwen 2025-2034 1. In het MJOP staan ook torens van kerken vermeld als gemeentelijke gebouwen waarvoor onderhoud wordt betaald. Is het verplicht om de onderhoudskosten van kerken te betalen? Antwoord: Een aantal kerktorens in onze gemeente zijn in gemeentelijk bezit. Voor ons gemeentelijk bezit zijn wij verantwoordelijk voor het onderhoud. 2. Hoe is het zo gekomen dat de gemeente Nieuwkoop het onderhoud van deze kerken betaald? Zijn deze kerken eigendom van de gemeente Nieuwkoop (en dus gemeentelijke gebouwen)? Antwoord: Belangrijk is een onderscheid te maken tussen kerkgebouw en kerktoren. De gemeente is eigenaar van twee kerktorens. Het verdere antwoord op deze vraag is een kort overzicht Nederlandse geschiedenis. “Hoewel kerk en kerkgebouw bijna altijd één bouwkundige eenheid vormen, kan het eigendom daarvan bij verschillende partijen berusten – zeker bij oudere complexen. Het kerkgebouw is dan veelal eigendom van een kerkgenootschap, terwijl de burgerlijke gemeente eigenaar van de toren is. En daarmee is de gemeente verantwoordelijk voor het onderhoud, wat leidt tot een kostenpost voor de gemeente. Dit onderscheid gaat terug tot de tijd van Napoleon.
De Wetgevende Vergadering van de Bataafsche Republiek legde in de Staatsregeling van 1798 vast dat de kerkgebouwen en pastorieën opnieuw moesten worden verdeeld onder de verschillende kerkgenootschappen. Over de kerktorens werd echter een specifieke en afwijkende regeling opgenomen: ‘De torens, aan de Kerkgebouwen gehecht, benevens de Klokken, met dezelver huisingen, worden verklaard, eigendommen te zijn en te blijven der Burgerlijke Gemeenten, staande te allen tijde onder dezelver behering en onderhoud’. De keuze om de op dat moment bestaande kerktorens onder de zeggenschap van de (lokale) overheid te brengen, was gebaseerd op een aantal argumenten. Zo konden de kerktorens dienen als uitkijk- en observatiepost om vijandige troepen tijdig waar te nemen. Bovendien waren de klokken in de kerktoren ook van betekenis als communicatiemiddel, bijvoorbeeld om te waarschuwen bij brand en andere rampen. Later waren deze torens cruciaal bij de invoering van het rijksdriehoekstelsel.” (met dank aan de website van MetafoorVastgoed). 3. Is het in Nederland gebruikelijk dat gemeenten de kosten betalen voor het verbouwen en/of nieuw bouwen van kerken (of kerktorens)? Antwoord: Waar gemeenten eigenaar zijn van een kerktoren is het gebruikelijk dat de kosten van onderhoud worden gedragen.
Een actueel voorbeeld is de renovatie van de Domtoren in Utrecht die is bekostigd door de gemeente Utrecht. 4. Is dit (de 'bereidheid' tot financiële vergoedingen voor het onderhoud van kerken) van toepassing op alle kerken in de gemeente of alleen voor de nieuw-hervormde
kerken (NH-kerken, zoals genoemd in het MJOP)? Mocht er een onderscheid zijn, waarop is dit onderscheid gebaseerd? Antwoord: Waar de gemeente eigenaar is van de kerktoren (dit geldt voor de twee in het MJOP opgenomen kerktorens) zijn wij verantwoordelijk voor het onderhoud. De eigendomssituaties kennen zoals beschreven een historische achtergrond. Wij maken geen bewust onderscheid tussen kerken of de geloofsovertuiging van de betreffende kerk, maar nemen slechts verantwoordelijkheid voor ons eigendom. 5. In het voorstel wordt opnieuw gesproken over het mogelijk wel/niet afstoten van de brandweerkazerne in Nieuwveen. Dit onderwerp staat al een lange tijd op de longlist voor te agenderen onderwerpen. Wanneer wordt verwacht dat er een raadsbesluit over dit onderwerp naar de gemeenteraad komt? Antwoord: Het college is in gesprek met de veiligheidsregio over overname van de drie kazernes in onze gemeente. Eind 2023 hebben wij de veiligheidsregio een formele brief gestuurd met de vraag of zij bereid zijn de kazernes van de gemeente over te nemen (en twee ervan nieuw te bouwen). In oktober 2024 heeft de VRHM op deze brief gereageerd. De VRHM onderschrijft de conclusie dat het noodzakelijk is drie kazernes voor Nieuwkoop te behouden. De VRHM onderschrijft ook dat hiervoor nieuwbouw noodzakelijk zal zijn voor de kazernes van Ter Aar en Nieuwveen.
Tot slot onderschrijft de VRHM dat de kazerne in Nieuwkoop in voldoende goede staat is om nog jaren mee te kunnen. De VRHM is bereid met de gemeente in gesprek te gaan over overname van deze kazerne. De VRHM heeft aan deze conclusies wel toegevoegd dat soortelijke vraagstukken in veel gemeenten binnen onze veiligheidsregio spelen. En dat er op dit moment onvoldoende financiële middelen zijn om de overname van al deze kazernes vanuit de VRHM te bekostigen. Naar aanleiding van deze reactie is het college met de VRHM in gesprek over de toekomst van de drie kazernes. Wij verwachten m.b.t. de overname van onze kazernes vergelijkbare afspraken zoals die in het verleden reeds met gemeenten zijn gemaakt. Hierbij is het van belang dat in eerste instantie binnen de VRHM de discussie wordt gevoerd welke beleidslijn hierin gekozen wordt. Hiertoe stelt de VRHM een strategisch huisvestingsplan op. In deze visie worden ook de toekomstplannen voor de kazernes in Nieuwkoop opgenomen en zal de financiële opgave worden gedefinieerd. Samengevat: het college is en blijft met de VRHM in gesprek over overname van de brandweerkazernes in onze gemeente. Dit project is gerelateerd aan de bredere huisvestingsdiscussie van de VRHM in onze regio en de financiële consequenties die dit heeft. Het maken van afspraken over de overdracht zal hierdoor vermoedelijk nog zeker enkele jaren in beslag nemen.