ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen begroting SBN
Tekst van het document
Reactie op technische vragen van SBN over begroting Pagina 20 - vervangen lichtmasten voor LED Er wordt een aanbesteding voorbereid om alle openbare verlichting (OV) in onze gemeente te vervangen voor LED-verlichting. • De informatie op pagina 79 is niet congruent hiermee. Gaan we nu aanbesteden voor het geheel? Of blijven we werken conform het beleids- en beheerplan? Antwoord: De tekst onder het kopje Wat gaan we doen? is inderdaad achterhaald. We gaan in 2024 een aanbesteding voorbereiden voor het vervangen van het resterende areaal in 2025 en 2026. Het dagelijks beheer en onderhoud vindt nog wel plaats volgens de uitgangspunten in het geldende beleids- en beheerplan. • Is in de gepresenteerde kosten en besparingen het kapitaalverlies van de huidige nog niet afgeschreven OV voorzien? Antwoord: Sinds 2020 worden de vervangingen afgeschreven over een langere periode. Alle vervangingen voor die tijd zijn direct afgeschreven en kennen daardoor geen rechtstreeks kapitaalverlies. Het verdelen vindt bovendien al plaats vanaf 2014, waardoor al een deel van het areaal voldoet aan de wensen. Dit deel wordt dan ook niet vervangen. De huidige kapitaallasten blijven dus van toepassing op het areaal wat niet wordt vervangen. • Wat is de betekenis voor de uitvoering van het huidige beleids- en beheerplan OV? Antwoord: Het verLEDden van de openbare verlichting wordt voorbereid in 2024.
Uitvoering vindt plaats in 2025 en 2026, waardoor dit niet direct van betekenis is op het huidige beleids- en beheerplan OV (2020-2024). De eerder gemelde hogere energiekosten in met name 2024 zijn al verwerkt. • Wat betekent dit voor het moment waarop een nieuw beleids- en beheerplan OV is voorzien (het huidige loopt t/m 2024). Of wordt deze vraag ingehaald door de wens van het gemeente-breed koppelen van de beheerplannen aan de planning- en controlcyclus? Antwoord: Doordat het gehele areaal naar verwachting in 2026 is verled, ontstaat een nieuwe situatie ten aanzien van het beheer en onderhoud. De smart lighting zorgt ervoor dat we veel actiever met de verlichting om kunnen gaan. De mogelijkheden en toepassing voor onze gemeente moet in de voorbereiding van het led-project (2024) duidelijk worden, waarna we dit vertalen in een nieuw beleids- en beheerplan. Het verdient daarom de voorkeur om een nieuw plan op te stellen voor de periode 2025 t/m 2029. Pagina 22 – groene dorpscentra • Zijn de hiervoor gereserveerde financiele middelen ook bedoeld voor verbeteringen van het dorpsplein / Hertog Albrechtplein bij de dorpswinkel in Zevenhoven? Antwoord: In het collegeprogramma zijn er gelden gereserveerd in een reserve dorpscentra, als deze nodig zijn voor het dorpscentrum Zevenhoven zal ter zijner tijd een onttrekking aan deze reserve aan de gemeenteraad worden gevraagd.
Pagina 27 • Waarom vervalt de stelpost formatie uitbreiding Schiphol? Antwoord: Het bijbehorende budget was in eerste instantie geparkeerd op een stelpost. Bij het opstellen van de begroting 2024 is de formatie opgenomen in de personeelsbegroting en komt derhalve de stelpost te vervallen.
Pagina 31 • Duurzame opvang vluchtelingen: hoe wordt er omgegaan met gemeenten die onder of boven hun taakstelling zitten?
In de vraagstelling lijken twee doelgroepen door elkaar gehaald te worden. Voor wat betreft de taakstelling huisvesting statushouders bestaat er een wettelijke grondslag. Elke gemeente krijgt op basis van inwoneraantal een taakstelling. Als je voor- of achterloopt op je halfjaarlijkse taakstelling zal deze gesaldeerd worden met de taakstelling van het halfjaar daarna. Iedereen moet zijn of haar aantallen dus volledig realiseren. Echter loopt het ritme per gemeente v.w.b. het muteren van woningen die kunnen worden toegewezen niet altijd geheel synchroon met het aantal te huisvesten statushouders. Hierdoor kan er soms een voorsprong en soms een achterstand ontstaan. Als de achterstand te hoog is dan kan de provincie interveniëren. Voor de duurzame opvang van vluchtelingen (realiseren AZC capaciteit) is landelijke de discussie gaande over de spreidingswet. Vooruitlopend op de spreidingswet hebben alle gemeenten in onze regio een gelijkluidend raadsvoorstel aangenomen. In dat regionale raadsvoorstel gaan de gemeenten er vooralsnog vanuit dat Zuid Holland in totaal 10.000 plekken zal realiseren. Dit aantal is vervolgens verdeeld (op inwonertal). Op dit moment oriënteren de gemeenten zich op ‘hoe deze taakstelling te realiseren’. Dit kan -en mag- in samenwerking met andere gemeenten. Tot slot hebben we een taakstelling voor het huisvesten van Oekraïense ontheemden.
Op dit momenten hebben wij 145 ontheemden Oekraïne gehuisvest. Hiermee hebben wij de taakstelling gehaald. Momenteel wordt het plaatsen van Oekraïners gecoördineerd vanuit de Veiligheidsregio. Hier wordt ook druk uitgeoefend op gemeenten die niet voldoende plekken realiseren.
Pagina 31 • Onderzoek alternatieve beheersvormen zwembad De Wel: dit jaar is er onderzoek gedaan naar alternatieve beheervormen. Welke vormen zijn er onderzocht? Wanneer krijgt de raad inzicht in dit onderzoeksproces voordat er in 2024 een besluit wordt genomen? Voor dit antwoord verwijzen wij graag naar de onlangs toegezonden raadsinformatiebrief welke u kunt vinden op de lijst van ingekomen stukken.
Pagina 41 • Financiële toelichting ‘thema onderwijs en ontwikkeling’: in 2023 is een specifieke uitkering ontvangen van €127.000,- voor de uitvoering van het Nationaal Programma Onderwijs. Waar zijn deze middelen aan besteed?
Voor de uitvoering van onder andere de middelen van het Nationaal Programma Onderwijs is het Plan van aanpak corona steunpakketten opgesteld. De volgende projecten zijn opgestart: Schooljudo, Pilot Plek 3, Peuter+groep, Grip op het Leven, Incompany training over onderwijs aan Nieuwkomers kinderen, sociale vaardigheidstrainingen en de MQ Scan.
Pagina 65 • Wat is de financiële onderbouwing van de risico’s 3 en 4? Antwoord: Op pagina 110 is toegelicht hoe het weerstandsvermogen, nodig om de risico’s van onze grondexploitaties af te dekken is berekend. Op basis van de IFLOnorm wordt dit risicobedrag berekend (totaal 5,3 miljoen). Voor de grondexploitaties algemeen (risico 2) is van dit bedrag uitgegaan, de trefkans is bepaald op 50% en daarom is het bedrag in de risicoparagraaf de helft (2,67 miljoen) van het bedrag berekend op basis van de IFLO-norm. Risico’s 3 en 4 zijn gerelateerd aan de grondexploitaties, hier is ook weer uitgegaan van de IFLO-norm, hier is echter de trefkans op 25% gesteld. Daarom is het bedrag een kwart 1.335.500 van het bedrag berekend met de IFLO-norm. Pagina 89 • De leningenportefeuille neemt fors toe van 29 miljoen in 2024 naar 72 miljoen in 2027. Dit is ruim meer dan een verdubbeling. Met een toenemende rentelast tot 1,1 miljoen in 2027. Welke ontwikkelingen liggen aan de fors toenemende leningenportefeuille allemaal ten grondslag? Antwoord: Uit de tabel op blz 88 blijkt dat het totaal van de Vaste activa en Grondexploitaties stijgt van € 102 miljoen in 2024 naar € 159 miljoen in 2027. Deze toename met € 57 miljoen is het gevolg van de voorgenomen investeringen.
Omdat er in 2024 nog sprake is van een financieringsoverschot van € 13 miljoen, nemen de opgenomen langlopende leningen met ‘slechts’ € 44 miljoen toe. • Is deze omvang van leningen daadwerkelijk noodzakelijk gezien de geprognosticeerde eind saldi van de liquiditeiten planning (pagina 91)? Antwoord: Ja, deze omvang is inderdaad noodzakelijk wanneer de kasstromen verlopen zoals in de liquiditeitsplanning is opgenomen. Naarmate de voorgenomen uitgaven verder in de toekomst liggen, neemt de onzekerheid uiteraard wel toe. Mocht bij voorbeeld de realisatie van voorgenomen investeringen bij de planning achter blijven, dan is denkbaar dat leningen niet of op een later moment worden opgenomen. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met toekomstige renteontwikkelingen. In de liquiditeitsplanning zijn de op te nemen geldleningen verwerkt. • Zijn er op specifieke ontwikkelingen financiering strategieën onderzocht en overwogen waarmee de leningenportefeuille en jaarlijkse rentelast lager uitpakken? Antwoord: Nee, daar is geen onderzoek naar gedaan. Pagina 94 (tabel) • Hoe laten de fors hogere apparaatskosten en overhead in 2024 zich verklaren? Antwoord: In voorgaande jaren was ons vertrekpunt voor de apparaatskosten de kosten die aan de overhead zijn toegerekend.
Dit is onjuist, omdat dan slechts een deel van de personeelskosten aan de apparaatskosten wordt toegerekend De apparaatskosten, omvatten alle personeels- en organisatiekosten en niet alleen degene die aan de overhead zijn toegerekend. Bovendien is er sprake van opwaartse druk als gevolg van hogere personele kosten door de CAO-afspraken 2023 en de geraamde verhoging voor 2024. • Hoe verklaart u de lagere formatie en bezetting en tegelijkertijd ook de lagere inhuur? Is er samenhang en zo ja welke? Antwoord: In de tabel op pagina 94 is een aantal onjuistheden geslopen. Onderstaand treft u de juiste cijfers in kolom 2024 aan.
Naam indicator
Eenheid
Nieuwkoop JR 2022
Formatie
Fte per 1.000 inwoners Fte per 1.000 inwoners Kosten per inwoner Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten
Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Totaal
Overhead*
Nieuwkoop B 2024
8,4
Nieuwko op B 2023 8,1
8,3
7,8
8,0
€ 517
€ 507
€ 885
5,96% € 1.100.687
1,40% € 281.000
1,2% € 281.000
10,86%
10,64%
12,02%
8,8
Pagina 111 • Duurzame gebiedssystemen De Olm en Bovenland: biedt de uitwisseling van warmte en elektriciteit op en rondom de bedrijventerreinen Bovenland en de Olm nog mogelijkheden voor het nieuw te bouwen zwembad bij SV Nieuwkoop? Antwoord: Een duurzaam gebiedssysteem waarbij warmte en/of elektriciteit uitgewisseld wordt tussen bedrijven rondom het bedrijventerrein Bovenland biedt naar verwachting geen mogelijkheden voor het nieuw te bouwen zwembad bij SV Nieuwkoop. De afstand tussen Bovenland en SV Nieuwkoop is hiervoor te groot. Rondom de Olm loopt nu eenzelfde proces waarbij ondernemers onderzoeken welke kansen er liggen voor energie-uitwisseling. Hierbij zullen onder andere de verbruiksprofielen van de bedrijven, kansen voor onderlinge uitwisseling, de mogelijkheden van uitbreiding van netinfrastructuur en leveringszekerheid in kaart gebracht worden. Een belangrijk vraagstuk hierbij is de haalbaarheid om energie te leveren aan afnemers buiten het bedrijventerrein waaronder het zwembad. Wel zal er in eerste instantie eerst gekeken worden naar lokale vraag en aanbod op het bedrijventerrein zelf. Dit is het meest energie en kosten-efficiënt.
Pagina 112 • Duurzaamheidsreserve: bij 'uitkering energiearmoede' staat gemeld dat er in 2024 een aanpak gepland staat voor woningeigenaren en WDA-huurders. Gaat dit specifiek om woningen die door WDA worden overgenomen? Is het de bedoeling dat de gemeente WDA gaat ondersteunen bij verduurzamingsmogelijkheden en zo ja, op welke wijze?
Antwoord: Wij kunnen ons voorstellen dat er enige verwarring is ontstaan over de besteding van de energiearmoede middelen. De aanpak energiearmoede bij huurders richt zich op het ondersteunen van de bewoners door middel van een bespaaradvies en het aanbrengen van kleine besparende maatregelen. Dit richt zich niet enkel op de woningen die worden overgenomen. Hierover moeten we nog in gesprek gaan met WDA wanneer de overname rond/definitief is. We helpen als eerste de bewoners van woningen waar geen grote verduurzaming of onderhoud op korte termijn gepland staat. Hiervoor hebben we de planning van WDA nodig voor de over te nemen
woningen. Extra ondersteuning aan WDA voor het nemen van grote maatregelen is niet mogelijk i.v.m. staatssteun regelgeving.