CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

ACHTERGRONDINFORMATIE - Reactie op technische vragen begroting NN

Meningsvormende raad I 26 oktober 2023, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 2024-20271.678 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op technische vragen Natuurlijk Nieuwkoop over begroting Renteontwikkeling Op pagina 9 is over de renteontwikkeling het volgende opgenomen "Bij het opstellen van deze begroting hebben we rekening gehouden met een rente van 2% op aan te trekken langlopende geldleningen. Dit is lager dan de huidige marktrente. Voor het risico dat we daadwerkelijk moeten lenen tegen een hoger percentage hebben we in de risicoparagraaf een bedrag opgenomen.” In de risicoparagraaf is een bedrag van € 1.000.000 opgenomen voor het risico dat de rente op de af te sluiten leningen hoger is dan 2%. Met het benoemen van het risico zijn er nog geen middelen gealloceerd voor dit risico. In de tabel op pagina 89 Renteresultaat is aangegeven dat het renteresultaat oploopt van € 78.000 in 2024 naar € 1.111.000 in 2027. In de tabel op pagina 9 wordt het verschil t.o.v. de kadernota aangegeven. Vragen: 1. Hoe is het bedrag van € 1.000.000,- berekend? Is hierbij uitgegaan van het contant maken van de meerkosten over de looptijd van de af te sluiten leningen? Antwoord: Bij een rentestijging van gemiddeld 1% nemen de jaarlijkse rentelasten grosso modo met € 400.000 toe. De kans dat zich een rentestijging van 1% voordoet is ingeschat op 50%. Uitgaande van een periode van 5 jaar is het bedrag van het risico op € 1 miljoen gekwantificeerd.

Bij de berekening van dit bedrag is niet uitgegaan van contant gemaakte meerkosten. 2. Wat is de impact op de begroting als uitgegaan wordt van de huidige marktrente? Antwoord: Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 1 is de impact bij 1% rentestijging circa € 400.000 per jaar. De huidige marktrente voor leningen met een looptijd van 10 jaar bedraagt circa 3,25%, zodat de impact op de begroting circa € 500.000 zou bedragen. Kanttekening hierbij is dat we er in de paragraaf financiering van uit gaan dat we de voorgenomen investeringen volgens planning realiseren. Daarnaast manifesteert de behoefte aan externe financiering zich pas na 2024. 3. Klopt het dat ten opzichte van de kadernota de ontwikkeling van de rentekosten fors stijgt in de jaren 2025, 2026 en 2027 en zo ja, wat is de reden dat hier in de kadernota nog niet van uit is gegaan? Antwoord: Op bladzijde 9 is aangegeven dat de rentekosten stijgen. Tot voor kort had de omvang van investeringen en overige (incidentele) kosten nauwelijks gevolgen voor de rentelasten van de gemeente. Dat had twee oorzaken, namelijk een hoge positieve kasstroom uit met name grondexploitaties en historisch extreem lage rentepercentages. Bij het samenstellen van de kadernota is onvoldoende aandacht gegeven aan het feit dat beide zaken inmiddels niet meer aan de orde zijn.

In de “oude” cyclus was rente ook onderdeel van het begrotingsproces en daarom niet tijdig in beeld. Algemene reserve vrij besteedbaar De algemene reserve is fors gedaald. Door verschuiving naar reserves die meetellen bij het weerstandsvermogen lijkt het effect op ons weerstandsvermogen beperkt. De risico’s tellen op tot afgerond € 9.000.000,-. Vragen: 1. Is er een voorschrift over de minimaal aan te houden algemene reserve vrij besteedbaar? Antwoord: Nee. In het algemeen wordt naar het ruimere begrip Weerstandsvermogen gekeken, waarbij ook een aantal bestemmingsreserves wordt meegenomen. Voor Nieuwkoop bedraagt de ratio weerstandsvermogen 2,17 (blz. 66 begroting). Een ratio van 0,8 of lager wordt als onvoldoende gewaardeerd. 2. Is de conclusie juist dat als de risico’s zich voordoen zoals aangegeven er besloten moet worden om een deel van de doelreserves vrij te laten vallen en zo ja, kan worden aangegeven welke reserve zich daarvoor financieel-technisch gezien het beste leent?

Antwoord: Wanneer de risico’s daadwerkelijk realiteit worden kan de vraag om andere doelreserves te laten vrijvallen aan de orde komen. Met de raad is afgesproken dat in het 1e kwartaal 2024 een heroverweging van de reserves plaats vindt. Daarop willen wij nu niet vooruitlopen. Verkeersstudie rondweg Ter Aar Op pagina 22 staat vermeld "In juni 2023 heeft de gemeenteraad ingestemd met het principe tracé voor de rondweg om deKerkweg en de rotonde Pieter de Vogel (Oostkanaalweg) in Ter Aar te ontlasten. In 2024 gaan we in gesprek met de stakeholders, zoals bewoners, ondernemers en de klankbordgroepen om te komen tot een locatie en ontwerp van de rondweg.”. Deze formulering wekt de indruk dat er maar 1 tracé wordt onderzocht. Naar aanleiding van de motie van NN en D66 heeft de wethouder De Kleer toegezegd dat hij meerdere tracés zal onderzoeken waaronder het tracé dat meer naar het zuiden ligt. Vragen: 1. Is de formulering in de programmabegroting onzorgvuldig en moet hier staan dat er meerdere tracés worden onderzocht? Antwoord: In het onderzoek is het zuidelijke deel van de rondweg indicatief ingetekend. Nu er een voorkeur is uitgesproken door uw raad, namelijk om variant 3 verder uit te werken, gaan wij met alle stakeholders in het gebied in gesprek om te onderzoeken wat uiteindelijk de beste locatie is voor de toekomstige weg.

Dus nee, de formulering is niet onzorgvuldig maar zal anders geïnterpreteerd moeten worden. 2. De wethouder heeft tevens toegezegd dat hij in q3 de raad zal informeren over de mogelijkheden tot verbetering van de verkeerssituatie in Ter Aar. Wanneer ontvangt de raad deze informatie? Antwoord: Het proces, en daarmee de inhoud van de brief, moet met meerdere stakeholders worden besproken, onder andere de Provincie en de grondeigena(a)r(en). Uw gemeenteraad zal nog dit jaar de brief ontvangen, helaas niet in kwartaal 3 zoals u is toegezegd, maar in kwartaal 4 van 2023. Opbouw begroting langs de structuur van de verplichte taakvelden Er is besloten om de opbouw van de begroting nog te baseren op de structuur van de begroting van 2023 en de indeling van de programma’s gelijk te houden. Op diverse pagina’s in de programmabegroting wordt de indruk gewekt dat er wel is overgestapt naar het op taakveldniveau toerekenen van kosten en begroten. Onder andere op pagina 27 en pagina 40. Pagina 27 "€ 1.087.000 lagere lasten als gevolg van een lagere doorbelasting vanuit de kostenplaatsen. Dit wordt veroorzaakt doordat de doorbelasting dit jaar op taakveldniveau plaatsvindt in tegenstelling tot voorgaande jaren toen de doorbelasting op productniveau plaatsvond. Dit leidt op vele plaatsen tot een verschuiving van de kosten.

Dit als gevolg van de gemaakte afspraken over de vereenvoudiging van de p&c-cyclus. Per saldo leidt dit niet tot een grotere mutatie dan die van de wijziging in de geraamde salariskosten. Deze lichten wij tot bij het overzicht overhead. Opgemerkt moet worden dat de doorbelasting van de uren openbaar groen (€ 1.285.000) per abuis aan programma 1 zijn doorbelast in plaats van aan programma 2. Dus feitelijk is er sprake van € 198.000 hogere doorbelasting kostenplaatsen." Pagina 40 “Er is sprake van € 352.000 hogere lasten als gevolg van een hogere doorbelasting vanuit de kostenplaatsen. Dit wordt veroorzaakt doordat de doorbelasting dit jaar op taakveldniveau plaatsvindt in tegenstelling tot voorgaande jaren toen de doorbelasting op productniveau plaatsvond. Dit leidt op vele plaatsen tot een verschuiving van de kosten. Dit als gevolg van de gemaakte afspraken over de vereenvoudiging van de p&c-cyclus. Per saldo leidt dit niet tot een grotere mutatie dan die van de wijziging in de geraamde salariskosten. Deze lichten wij toe bij het overzicht overhead.”

Vraag: Hoe moeten we de tekst op o.a. pagina 27 en 40 interpreteren in relatie tot de tekst in de leeswijzer? Graag toelichting. Antwoord: In de leeswijzer is aangegeven dat de opbouw en daarmee de financiële toelichting op taakvelden zou plaatsvinden. Dit zou echter betekenen dat op programmaniveau een zeer forse uitbreiding van toelichtende elementen zou plaatsvinden. Het aantal taakvelden is fors hoger dan het aantal thema’s waarop werd en nu is toegelicht. Bovendien is in 2023 het aantal taakvelden op het sociaal domein fors uitgebreid. De taakvelden hebben bovendien niet altijd een treffende omschrijving. Wij hebben geoordeeld dat het in dit stadium niet verstandig is om de financiële toelichting op taakveldniveau in te richten. De toerekening van de directe loon- en overige kosten had echter al plaatsgevonden. Dit konden wij niet meer terugdraaien, zonder uit de planning te lopen. Wij hebben een en ander met de auditcommissie besproken en toegezegd dat wij in samenspraak met de auditcommissie nadere voorstellen uitwerken. Verenigingsloket Op pagina 47 van de programmabegroting staat dat de doorontwikkeling van het Verenigingsloket 30.000,- incidenteel kost. Op pagina. 50 staat dat er vanuit de vertaling van het collegeprogramma in 2024 40.000,- is opgenomen voor dit doel. Vraag 1. Graag uitleg over de verschillende bedragen en de doorontwikkeling.

Antwoord: De juiste tekst op pagina 50 (eerste bullit) had moeten zijn: “Hogere lasten 2024 omdat er vanuit de vertaling van het collegeprogramma in 2024 € 30.000 is opgenomen voor de doorontwikkeling van het verenigingsloket en € 10.000 voor een onderzoek naar een verenigingsraad. Stelpost Inflatie Er is een stelpost van € 1.142.000 opgenomen voor inflatie van goederen/diensten en Gemeenschappelijke Regelingen. Vragen: 1. Hoe is het bedrag van € 1.142.000 vastgesteld en op welke componenten uit de programmabegroting heeft dit betrekking? 2. Is in het bedrag de doorrekening voor de totale begrotingsperiode opgenomen of alleen voor 2024? 3. De meeste gemeenschappelijke regelingen hebben de begroting voor 2024 al opgesteld en voorgelegd aan de deelnemende gemeenten. Welke regelingen zijn al verwerkt in de programmabegroting en welke regelingen nog niet? Antwoord: 1. Voor de opbouw van de stelpost wordt verwezen naar de Kadernota. 2. Uitgangspunt bij de nieuwe p&c cyclus is, net als bij de oude cyclus, constante prijzen in het meerjarenperspectief. De stelpost betreft dus de jaarschijf 2024. 3. De ramingen van de gemeenschappelijke regelingen zijn gebaseerd op de begrotingen 2023 zoals bekend tijdens het samenstellen van de kadernota. Bijstellingen door de gemeenschappelijke regelingen moet worden opgevangen binnen de genoemde stelpost.

Bijdrage Holland Rijnland De bijdrage van Nieuwkoop aan Holland Rijnland zal mogelijk stijgen als gevolg van een andere herverdelingsmethodiek. Vraag; 1. Is deze stijging al verwerkt in de programmabegroting? Antwoord: Wijzigingen in de verdeelsystematiek waar het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland nog niet toe heeft besloten zijn nog niet verwerkt in de begroting van Nieuwkoop.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=ece2285f-a7b6-4522-a96f-ad0fbbb1f303