ACHTERGRONDINFORMATIE Bijlage bij reactie op technische vragen NN - 2014-088c Uitgangspuntennotitie bpl Landelijk gebied Nieuwkoop (nieuw) GEAMENDEERD.pdf
Tekst van het document
Uitgangspuntennotitie bestemmingsplan Landelijk gebied Nieuwkoop (nieuw)
31
“Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied”. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype ‘gemengd gebied’, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. De afstanden zijn indicatief en gelden alleen voor nieuwe situaties. Relatie met het plangebied Het plangebied bestaat uit buitengebied waar verspreid niet-agrarische bedrijfsactiviteiten voorkomen. Deze bedrijven zijn opgenomen in een ‘Lijst van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied’. Per bedrijf is tevens in de lijst de categorie, waartoe het bedrijf volgens de genoemde VNG-publicatie behoort, opgenomen. Bedrijven die ten tijde van het opstellen van dit plan aanwezig zijn, zullen worden geïnventariseerd en worden opgenomen in de ‘Lijst van niet-agrarische bedrijven’. Dit betekent dat deze bedrijven hun activiteiten kunnen voortzetten.
Bij bedrijfsbeëindiging of -verplaatsing kan zich dan alleen nog een gelijksoortig bedrijf vestigen. Op deze manier kan milieuhinder op de betreffende plekken niet toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Deze systematiek voorkomt namelijk dat zich op locaties met een bedrijfsbestemming andere (grote) bedrijven vestigen die meer milieuhinder veroorzaken voor de omgeving.
Uitgangspuntennotitie bestemmingsplan Landelijk gebied Nieuwkoop (nieuw)
32
BIJLAGE 4 Afweging en methodiek afgesplitste agrarische bedrijfswoningen (o.a. plattelandswoningen) Aanleiding en dilemma Net zoals in de glastuinbouwgebieden is ook in het landelijke gebied – weliswaar in mindere mate – sprake van agrarische bedrijfswoningen die qua eigendom en gebruik ‘afgesplitst’ zijn van het oorspronkelijke bedrijf. Sindsdien worden deze feitelijk in strijd met de nog altijd geldende bestemming particulier bewoond. Omdat het een voormalige bedrijfswoning betreft, en deze ook als zodanig is vergund, staat deze woning in de regel op (zeer) korte afstand van het bedrijf. Maar omdat deze geen onderdeel meer uitmaakt van de inrichting, wordt de woning voor de milieuregelgeving als een gevoelig object van derden aangemerkt. Hierdoor kan dus het bedrijf waar deze oorspronkelijk als bedrijfswoning toe behoorde, milieuhinder veroorzaken voor de particuliere bewoners van deze woning. Afgezien van de feitelijke aard van de milieuhinder, zal het bedrijf hier de directe negatieve effecten van ondervinden v.w.b. de milieuregelgeving waar het aan dient te voldoen. Dit geldt voor de bestaande, feitelijke bedrijfsactiviteiten, maar zo mogelijk nog sterker bij uitbreiding(splannen). Bewoners van een voormalige bedrijfswoning zullen een positieve bestemming van het particuliere gebruik nastreven.
De zorg van ondernemers in de omgeving is om belemmerd te worden in de bedrijfsvoering door klachten van de particuliere bewoners die ter plaatse wonen. Methodiek en aanpak particuliere woonbestemmingen Om te voorkomen dat de actieve bedrijven hinder ondervinden van de omzetting van voormalige bedrijfswoningen naar een particuliere woonbestemming, worden deze situaties in beeld gebracht, om inzicht te verkrijgen in de afstanden tussen de woningen ten opzichte van de achterliggende bedrijfsgebouwen en toegangswegen. Indien sprake is van voldoende ruime afstanden, kan de woonbestemming worden toegekend. Voor situaties waarin sprake is van (te) kleine afstanden zal nader onderzoek noodzakelijk zijn. In die gevallen worden de milieuactiviteiten in beeld gebracht, de locatie van de mogelijke hinderbronnen en de aan- en afvoer situatie op het bedrijf ten opzichte van de woning. De methodiek van de beoordeling zal dezelfde zijn als bij het bestemmingsplan Glastuinbouw uit 2013.
Uitgangspuntennotitie bestemmingsplan Landelijk gebied Nieuwkoop (nieuw)
33
Logischerwijs wordt ook bij de toekenning van de woonbestemming een zelfde insteek gekozen als bij het bestemmingsplan Glastuinbouw. De gemeente heeft de particuliere bewoners van voormalige bedrijfswoningen vooraf verzocht een anterieure overeenkomst te ondertekenen. De gemeente stelt zich hierin op het standpunt dat eventuele planschade niet voor rekening is van de gemeenschap, maar voor de individuele burgers die gebaat zijn bij de herbestemming van hun woning. Indien noodzakelijk zijn ook de kosten van milieuonderzoeken voor rekening van de aanvrager. Immers de financiële voordelen van de omzetting (waardevermeerdering van de woning) zijn ook uitsluitend voor de aanvrager. Plattelandswoningen Eveneens zal worden ingespeeld op de mogelijkheden die de “Wet plattelandswoning” biedt. Per 1 januari 2013 is het toegestaan om voormalige agrarische bedrijfswoningen in het bestemmingsplan aan te duiden als ‘plattelandswoning’. De woning houdt dan een agrarische bestemming (bedrijfswoning), maar de bewoners behoeven niet langer een relatie te hebben met het bijbehorende agrarische bedrijf. De wet regelt vervolgens dat het bijbehorende agrarische bedrijf niet in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd door de aanwezigheid van een plattelandswoning op korte afstand van het bedrijf.
De bewoners van een plattelandswoning genieten dus minder bescherming tegen de milieugevolgen van het agrarisch bedrijf waartoe de woning behoorde. In de plattelandswoning moet echter wel een ‘voldoende’ woon- en leefklimaat kunnen worden gegarandeerd. Er zijn dus situaties denkbaar waarbij ook de status van plattelandswoning geen optie is. De gemeente kon dergelijke woningen in het verleden uitsluitend bestemmen conform het feitelijke gebruik en een woonbestemming toekennen. Het probleem daarbij was dat dit veelal milieubeperkingen opleverde voor het aangrenzende agrarische bedrijf. In het verleden behielden deze woningen in het bestemmingsplan daarom de status van bedrijfswoning. Aangezien ze inmiddels als burgerwoning in gebruik waren, was er formeel sprake van strijdig gebruik. Vanwege de ‘oudere rechten’ van de naastgelegen bedrijven onstond hiermee per definitie een beginselplicht tot handhaving. Het aanduiden van een plattelandswoning biedt echter alleen soelaas voor de voormalige bedrijfswoning van het eigen bedrijf. Een op korte afstand gesitueerd agrarisch bedrijf van ‘de buren’ wordt hiermee niet geholpen. Voor dát bedrijf blijft de plattelandswoning gelden als ‘woning van derden’ met de bijbehorende beschermingsregeling.
Het naburige bedrijf moest in de bedrijfsvoering al rekening houden met deze ‘bedrijfswoning van derden’ en moet dat met een aanduiding ‘plattelandswoning’ nog steeds. Ten opzichte van die woning, ook al is deze bestemd als plattelandswoning, gelden de normale normen en eisen vanuit de milieuwetgeving.
Uitgangspuntennotitie bestemmingsplan Landelijk gebied Nieuwkoop (nieuw)
34