ACHTERGRONDINFORMATIE - Beantwoording technische vraag D66 verordening leerlingenvervoer
Tekst van het document
Beantwoording technische vraag D66 verordening leerlingenvervoer Vraag: Bij het RV Verordening Leerlingenvervoer (MR I) heb ik een technische vraag: In enkele artikelen (o.a. artikel 5) is sprake van bepalingen t.a.v. de afstand tot de dichtstbijzijnde school van meer dan 6 km én een fietsafstand van meer dan 15 km. Wat staat hier nu precies? Is dit echt de meest begrijpelijke manier om de toekenningecriteria te formuleren? Antwoord: In meerdere artikelen van de verordening komt terug dat er aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, op het moment dat de afstand van de woning van de leerling tot de dichtstbijzijnde voor deze leerling toegankelijke school, meer dan 6 kilometer bedraagt. Artikel 5 betreft de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een vergoeding voor kosten van het openbaar vervoer. Hier geldt ook dat de leerling minimaal 6 kilometer van de dichtstbijzijnde toegankelijke school moet wonen. Daarnaast geldt dat de fietsafstand naar school minimaal 15 kilometer moet bedragen om in aanmerking te kunnen voor vergoeding van openbaar vervoer. De gedachte hierachter is dat een leerling, mits hij/zij hiertoe in staat is, over een afstand van minder dan 15 kilometer ook zou kunnen fietsen naar school, in plaats van het openbaar vervoer te gebruiken.
In artikel 4 t/m 7 is ervoor gekozen om per soort vervoersvoorziening een puntsgewijze opsomming te geven van alle criteria om in aanmerking te komen voor deze specifieke vervoersvoorziening. Hierdoor zit er wat herhaling in de artikelen. Het idee hierachter is dat ouders op deze manier makkelijker kunnen opzoeken of zij wel of niet in aanmerking komen voor een voorziening, zonder dat er steeds onderlinge verwijzingen naar andere artikelen zijn.