CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

9 - milieukundig bodem- en verhardingsonderzoek

Meningsvormende raad I 4 november 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Westkanaalweg 31-32, Papenveer'25.639 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

PROJECT 7153 MILIEUKUNDIG ONDERZOEK BODEM EN VERHARDINGEN WESTKANAALWEG 31-32 TE TER AAR Versie II

Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl

bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies

Project 7153

Titel

Milieukundig onderzoek bodem en verhardingen Westkanaalweg 31-32 te Ter Aar Versie II

Projectleider

Dhr. B.P.M. Smeulders

Adviseur

Dhr. S.A. van Hemert

Datum rapport

25 september 2020

Versie

Versie II (vervangt versie d.d. 11 december 2020)

Opdrachtgever

Waterrijck V.O.F. Nieuwveenseweg 32 2421 LD Nieuwkoop

Contactpersoon

Dhr. A. Blijleven

Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.

Project 7153

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING EN DOEL

1

2

TERREINGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Historie tot op heden 2.4 Voorgaand onderzoek 2.5 Toekomstige situatie 2.6 Hypothese en onderzoeksopzet 2.6.1 Fase I (perceel A5468) 2.6.2 Fase II (perceel A5468/A5469)

3 3 3 3 4 5 5 5 6

3

VELDWERK 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten 3.2.1 Grond 3.2.2 Grondwater 3.2.3 Asfalt 3.2.4 Duizendknoop

7 7 9 9 10 11 11

4

CHEMISCHE ANALYSES 4.1.1 Analyses grond verkennend bodemonderzoek 4.1.2 Analyses grond nader bodemonderzoek 4.2 Analyses grondwater 4.3 Analyses asfalt en indicatief PAK 4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Opbouw asfalt en indicatief PAK

12 12 13 14 15 15 15

5

ASBESTANALYSES 5.1 Verkennend/indicatief asbestonderzoek 5.2 Nader asbestonderzoek (perceel A5469)

16 16 17

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1 Conclusies 6.2 Aanbevelingen

20 20 21

BIJLAGEN BIJLAGE I BIJLAGE II BIJLAGE III BIJLAGE IV BIJLAGE V BIJLAGE VI

: Kaartmateriaal : Boorbeschrijvingen : Toetsingstabellen : Analysecertificaten : Tabel zintuigelijke waarnemingen : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst

1

1

Project 7153

INLEIDING EN DOEL Door dhr. Blijleven is aan Grondslag BV opdracht verleend voor het uitvoeren van een milieukundig onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en verhardingen (asfalt), ter plaatse van het perceel Westkanaalweg 31-32 te Ter Aar. De huidige rapportage vervangt het eerder ingediende en door de Omgevingsdienst WestHolland beoordeelde rapportage (verkennend bodem- en asbestonderzoek Westkanaalweg 3132 Ter Aar (Papenveer), adviesbureau Grondslag, kenmerk 7153, d.d. 11 december 2019). Bij de Omgevingsdienst West-Holland is deze zaak bekend onder zaaknummer 2020-002423. Opgemerkt dient te worden dat de diverse onderzoeken in verschillende fases zijn uitgevoerd in de periode van november 2019 tot en met augustus 2020. De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de beoogde bestemmingswijziging. Men is voornemens om de bestaande woning te slopen en de realisatie van twee woningen mogelijk te maken op de onderzoekslocatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vastleggen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en het beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde woonbestemming. In verband met de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is tevens aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het afperkend onderzoek is: -

het bepalen van de omvang in horizontale en verticale richting van de aanwezige verontreinigingen aan zware metalen in grond; het vaststellen of er sprake is van een 'geval van ernstige bodemverontreiniging' in het kader van de Wet Bodembescherming (Wbb); het vaststellen van een eventuele spoedeisendheid van sanering;

Het verkennend bodemonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN 5740/A1 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De opzet en uitvoering van het aanvullend onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 (‘strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’). Een eventuele bepaling van de spoedeisendheid van sanering vindt plaats op basis van de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en de webapplicatie Sanscrit. Het doel van het verkennend (perceel A5469) en indicatief asbestonderzoek (perceel A5468) is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning te bepalen of de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie verontreinigd is met asbest. Met het onderzoek wordt een indicatief asbestgehalte bepaald, aan de hand waarvan kan worden bepaald of nader onderzoek noodzakelijk is. Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek is een nader asbestonderzoek uitgevoerd op een gedeelte van de locatie (perceel A5469). Met het verkennend onderzoek is een indicatief asbestgehalte bepaald dat de grenswaarde voor nader onderzoek overschrijdt (> 50 mg/kg ds).

Het doel van het nader onderzoek is het bepalen van het gemiddelde gehalte aan asbest in de bodem ter plaatse van de verdachte deellocatie (perceel A5469). Het asbestonderzoek is verricht volgens de richtlijnen uit de NEN5707 (Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond) en de onderliggende norm

2

Project 7153

NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek). Indien blijkt dat op de locatie sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging met asbest is tevens inzicht gewenst in de omvang van de verontreiniging en de risico’s als gevolg van de verontreiniging. In dat geval wordt een risicobeoordeling uitgevoerd conform het Protocol Asbest. Het onderzoek van het asfalt is uitgevoerd conform de CROW publicatie 210 - Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt.

3

2

Project 7153

TERREINGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.

2.1

Afbakening onderzoekslocatie Het perceel Westkanaalweg 31-32 is kadastraal bekend als gemeente Ter Aar, sectie A, nummers 5468 en 5469. De x- en y-coördinaten van het perceel zijn 109.856 en 466.295. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van ca. 1.983 m². De onderzoekslocatie bestaat uit de hierboven beschreven kadastrale percelen. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.

2.2

Huidige situatie Perceel A5468 Op het perceel is een woonhuis met voor- en achtertuin en een schuurtje aanwezig. Het woonhuis is gesitueerd op het zuidoostelijk deel van het perceel. De oprit naar het woonhuis is verhard met asfalt (ca. 65 m2). Verder is plaatselijk klinkerverharding aanwezig. Voor het overige is het perceel onverhard. De tuin is grotendeels overwoekerd door een dichte vegetatie. Perceel A5469 De twee percelen worden gescheiden door een aanwezige watergang. Het perceel A5469 is geheel braakliggend en onverhard. De vegetatie is voorafgaand aan het bodemonderzoek verwijderd. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I.

2.3

Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - opdrachtgever; - Omgevingsdienst West-Holland; - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl); - www.bodemloket.nl; - terreininspectie (plaatsgevonden voorafgaand aan het veldwerk op 20 november 2019 (perceel A5468) en 24 juli 2020 (perceel A5469)). Op de onderzoekslocatie is al vanaf omstreeks 1920 bebouwing aanwezig. De huidige bebouwing is alleen aanwezig op het oostelijk deel van de locatie (perceel A5468). Op basis van historisch kaartmateriaal kan worden opgemaakt dat ook op de westzijde van de locatie (perceel A5469) tot omstreeks 2005 bebouwing aanwezig was. Dit betrof een woonhuis met restaurant en een garage. Het is bekend dat tussen 1935 en 1970 een bloembollenkwekerij aanwezig was op de locatie. Het valt niet uit te sluiten dat er in het verleden mogelijk bestrijdingsmiddelen zijn toegepast en/of opgeslagen.

4

Project 7153

Op basis van historisch kaartmateriaal kan worden vastgesteld dat in de periode tussen 1960 en 1970 vermoedelijk een sloot is gedempt op het middengedeelte van perceel A5468. De vermoedelijke ligging van de slootdemping is weergeven op kaartmateriaal in bijlage I. Op basis van informatie van bodemloket kan worden opgemaakt er dat er een ondergrondse HBO-tank staat geregistreerd op de locatie. De tank was aanwezig tot 1998. De exacte ligging van de tank is onbekend. Voor zover bekend zijn er geen saneringscertificaten aanwezig. Voor zover bekend zijn er op de locatie in het verleden geen bedrijven aanwezig geweest die asbesthoudende producten, apparaten of voorwerpen vervaardigden en/of verwerkten. Op basis van het vooronderzoek geldt er geen concrete verdenking op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Echter is tijdens de terreininspectie (20 november 2019) van perceel A5468 visueel asbestverdacht materiaal (golfplaten) aangetroffen op het dak van het schuurtje. Het dak bevindt zich in goede staat, maar het asbesthoudende dak is niet voorzien van een dakgoot. De bodem ter plaatse van de afwatering is verdacht op het voorkomen van asbest. Op perceel A5469 is tijdens de terreininspectie op 24 juli 2020 sporadisch asbesthoudend plaatmateriaal (golfplaat) aangetroffen. De bodem is hierdoor verdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging.

Zover bekend is er niet structureel afval gestort of verbrand en is het maaiveld niet opgehoogd. Voor zover bekend zijn er geen (grote) obstakels, zijnde puin, funderingsresten, slakken, sintels en/of asfalt in de bodem aanwezig. Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan. Het is bekend dat op beide percelen (A5468 en A5469) in 2002 een bodemonderzoek is uitgevoerd door Grondslag BV. Deze onderzoeken worden in paragraaf 2.4 verder toegelicht. In de nabije omgeving zijn geen grootschalige gevallen van bodemverontreiniging bekend. Ter Aar maakt onderdeel uit van de gemeente Nieuwkoop. Op de bodemfunctieklassenkaart van de gemeente Nieuwkoop is de onderzoekslocatie ingedeeld als functieklasse Wonen. 2.4

Voorgaand onderzoek Op het westelijk deel van de onderzoekslocatie (perceel A5469) is in 2002 door Grondslag BV een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd (Verkennend en nader bodemonderzoek Westkanaalweg 32 te Ter Aar, Grondslag BV, project 6765, d.d. 5 april 2002). In totaal zijn met het verkennend bodemonderzoek 8 boringen geplaatst op de locatie. Hierbij zijn ter plaatse van de boringen 4 en 6 sterke verhogingen aangetoond aan lood en zijn matige verhogingen aangetoond aan zink in de bovengrond (0,0-0,5). Met het nader onderzoek zijn de aangetroffen sterke verhogingen afgeperkt. Het nader onderzoek heeft aangetoond dat de aangetroffen sterke verontreinigingen van plaatselijke aard zijn. In beide gevallen (boringen 4 en 6) is minder dan 25 m3 sterk verontreinigde grond aanwezig. De verontreinigingen werden daarom niet beschouwd als geval van ernstige bodemverontreiniging en er was geen sprake van een saneringsnoodzaak.

5

Project 7153

Op het oostelijk deel van de onderzoekslocatie (perceel A5468) is in 2000 door Grondslag BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn lichte verhogingen aangetoond aan diverse zware metalen, PAK en minerale olie (natuurlijke herkomst). In het grondwater zijn geen verhogingen boven de streefwaarde aangetroffen. Er is tijdens de uitvoering van het veldwerk ter plaatse van de onderzoekslocatie visueel geen asbest waargenomen. Destijds is door de opdrachtgever aangegeven dat op het naastgelegen perceel wel asbest is toegepast. De lichte verhogingen vormde destijds geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. 2.5

Toekomstige situatie Het huidige woonhuis op perceel A5468 wordt gesloopt. In plaats daarvan worden twee nieuwe woningen op het perceel gerealiseerd.

2.6

Hypothese en onderzoeksopzet

2.6.1 Fase I (perceel A5468) Chemisch bodemonderzoek Ter plaatse van de (vermoedelijke) gedempte sloot kunnen verhogingen aan PAK en zware metalen worden verwacht. Ter plaatse van de voormalige HBO-tank (mits deze gelokaliseerd kan worden) kunnen verhogingen aan minerale olie worden verwacht. Voor het overige worden op basis van voorgaand onderzoek maximaal lichte verhogingen verwacht in de bodem. Ter plaatse van de twee verdachte deellocaties volgt het onderzoek de "Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP)" van de NEN 5740. Ter plaatse van de (vermoedelijke) gedempte sloot worden twee boorraaien geplaatst om de slootdemping te lokaliseren. Op de overige, onverdachte, terreindelen volgt de opzet de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte nietlijnvormige locatie (ONV-NL)" van de NEN 5740. De toplaag (0,0-0,3 m-mv) op kadastraal perceel A5468 wordt aanvullend onderzocht op OCB’s in verband met het mogelijke gebruik van bestrijdingsmiddelen in het verleden. Asbestonderzoek Voor de locatie geldt op basis van het vooronderzoek geen concrete verdenking op de aanwezigheid van een asbestverontreiniging. Echter is er tijdens de terreininspectie op 20 november 2019 asbestverdachte dakbedekking aangetroffen op de aanwezige schuur. Het dak beschikt niet over een dakgoot.

De bodem ter plaatse van de afwatering is hierdoor verdacht op het voorkomen van een asbestverontreiniging aangezien er geen aaneengesloten verharding (asfalt en/of beton) aanwezig is. Ter plaatse van de afwatering dient asbestonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5707. De inspectiegaten (0,3 x 0,3 meter breed) worden tot 0,1 m-mv gegraven. De toplaag is hierbij de meest verdachte bodemlaag. Asfalt Het onderzoek volgt CROW publicatie 210 - Richtlijn omgaan met vrijkomend asfalt. Het aantal te boren asfaltkernen is afhankelijk van de oppervlakte. Voor dit onderzoek wordt uitgegaan van 2 boringen.

6

Project 7153

2.6.2 Fase II (perceel A5468/A5469) Chemisch bodemonderzoek Verkennend bodemonderzoek (perceel A5469) Op basis van voorgaand onderzoek kunnen plaatselijk matige en sterke verhogingen worden verwacht aan lood en zink in de bovengrond. Voor het overige worden in de boven en ondergrond maximaal lichte verhogingen verwacht aan diverse parameters. Het onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een heterogeen verdachte locatie (VED-HE)" van de NEN 5740. Het is bekend dat op een tweetal locaties bij voorgaand bodemonderzoek (Verkennend en nader bodemonderzoek Westkanaalweg 32 te Ter Aar, Grondslag BV, project 6765, d.d. 5 april 2002) sterke verhogingen zijn aangetoond aan lood en zink (spotverontreinigingen). Huidig onderzoek moet aantonen of de destijds gemeten sterke verhogingen reproduceerbaar zijn. Door de Omgevingsdienst West-Holland is aangegeven dat aanvullend grondwateronderzoek op perceel A5469 niet noodzakelijk is. De toplaag (0,0-0,3 m-mv) op kadastraal perceel A5469 wordt aanvullend onderzocht op OCB’s in verband met het mogelijke gebruik van bestrijdingsmiddelen in het verleden. Aanvullend bodemonderzoek (perceel A5468/A5469) In verband met de aangetoonde sterke verhogingen ter plaatse van de boringen 02 (barium/nikkel) en 201 (lood) is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd.

Het uitgangspunt is dat het spotverontreinigingen betreft en dat in de afperkende grondmonsters geen sterke verhogingen zullen worden aangetoond. Asbestonderzoek Verkennend asbestonderzoek (perceel A5469) Voor de locatie geldt op basis van het vooronderzoek geen concrete verdenking op de aanwezigheid van een asbestverontreiniging. De locatie wordt aangemerkt als onverdacht voor asbest. Ter bevestiging van deze hypothese wordt een onderzoek verricht de conform de “Onderzoeksstrategie voor een kleinschalig onverdachte locatie” van de NEN 5707. Algemeen Opgemerkt dient te worden dat een verkennend bodemonderzoek volgens een steekproefsgewijze opzet wordt uitgevoerd. Tevens dient het bodemonderzoek beschouwd te worden als een tijdelijk vastgestelde status van de bodemkwaliteit ter plaatse. Derhalve kan in bepaalde situaties (bijvoorbeeld bij een toekomstige bestemmingswijziging of aanvraag van een omgevingsvergunning) de geldigheidsduur van het onderzoek beperkt zijn. Tevens wordt opgemerkt dat in het veld wordt getracht om conform de NEN 5707 monsters te nemen van minimaal 10 kg droge stof voor de asbestanalyse. Hiervoor wordt in het veld een schatting gemaakt van het percentage droge stof en worden de monsters in het veld gewogen. Desondanks kan het voorkomen dat de monsters, na droging in het laboratorium, een kleiner gewicht blijken te hebben.

Doorgaans betreft dit een geringe afwijking, waardoor het ons inziens geen invloed heeft op de betrouwbaarheid van het onderzoek.

Project 7153

7

3

VELDWERK

3.1

Uitvoering De diverse onderzoeken op de locatie zijn uitgevoerd in twee fases (I en II). De verrichtingen zijn uitgewerkt in onderstaande tabellen: Tabel 3.1: Uitgevoerde werkzaamheden fase I Verrichting

Datum

Verrichten boringen en verkennend onderzoek

plaatsen

peilbuizen 20 november 2019

Maaiveldinspectie en inspectiegaten (verkennend asbestonderzoek)

asbest 20 november 2019

Persoon

Geldend protocol

dhr. R.J.M. van Asselen

2001

dhr. R.J.M. van Asselen

2018

Verrichten asfaltboringen

20 november 2019

dhr. D. Windt

CROW 210

Grondwatermonstername

4 december 2019

dhr. R.J.M. van Asselen

2002

Tabel 3.2: Uitgevoerde werkzaamheden fase II Verrichting

Datum

Persoon

Geldend protocol

Verrichten boringen verkennend en aanvullend onderzoek

24 juli 2020

Dhr. J. Terlaak

2001

Verrichten boringen tbv aanvullend bodemonderzoek

24 juli 2020 20 augustus 2020

Dhr. J. Terlaak Dhr. J. Nuvelstijn

2001

Maaiveldinspectie en inspectiegaten asbest (verkennend asbestonderzoek)

24 juli 2020

Dhr. J. Terlaak

2018

Maaiveldinspectie en graven sleuven asbest tbv nader asbestonderzoek

20 augustus 2020

Dhr. J. Nuvelstijn

2018

In de onderstaande tabel 3.3 is een overzicht gegeven van de verrichte werkzaamheden per type onderzoek. Tabel 3.3: Verrichte veldwerkzaamheden (water) bodem- en asbestonderzoek Terreindeel

Oppervlakte Strategie (in m2)

Veldwerk Boringen (m-mv)

Peilbuizen (m-mv)

Inspectiegate n/ sleuven

Boornummers

Peilbuizen (filtertraject m-mv)

Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Perceel A5468 (fase I)

Ca. 1.288

ONV-NL

8x 0,5 1x 1,4 3x 2,0

1x 2,0 1x 2,2

-

01 t/m 14

03-1 (1,0-2,0) 06 (1,2-2,2)

Perceel A5469 (fase II)

Ca. 695

VED-HE

4x 0,5 3x 0,8 2x 2,0

-

-

201 t/m 209

-

Aanvullend bodemonderzoek (NEN 5740) Perceel A5468 (rondom boring 02)

Ca. 45

Aanvullend onderzoek

8x 2,0

-

-

102 t/m 109

-

Perceel A5469 Ca. 80 (rondom boring 201)

Aanvullend onderzoek

1x 0,7 6x 1,0

-

-

211A, 211B, 212 t/m 216

-

-

Verkennend asbestonderzoek (NEN 5707) Perceel A5468 (fase I)

-

Indicatief

-

-

3x inspectiegat

13, 14, 101

Perceel A5469 (fase II)

Ca. 695

Kleinschalig onverdacht

2x 2,0 (brede boor: 12 cm)

-

4x inspectiegat

Inspectiegaten: 203 t/m 206 Boringen: 201, 202

Project 7153

8

Terreindeel

Oppervlakte Strategie (in m2)

Veldwerk Boringen (m-mv)

Peilbuizen (m-mv)

Inspectiegate n/ sleuven

Boornummers

Peilbuizen (filtertraject m-mv)

Nader asbestonderzoek (NEN 5707) RE1 (perceel A5469)

Ca. 695

NEN 5707 strategie voor nader onderzoek

-

-

6x sleuf

SL01 t/m SL06

-

Ca. 65

CROW-210

2x boring tot onderzijde asfalt

-

-

01 en 02

-

Asfaltonderzoek Asfalt oprit perceel A5468

Perceel A5468 (oostzijde onderzoekslocatie) Verkennend bodemonderzoek Op basis van het historisch onderzoek en de terreininspectie is de op het perceel geregistreerde HBO-tank niet aangetroffen. Het onderzoek ter plaatse van de tank vervalt. In totaal zijn ter plaatse van perceel A5468 veertien boringen verricht (01 t/m 14). De boringen 01 en 02 zijn geplaatst in de oprit ter plaatse van de aanwezige asfaltverharding. Ter plaatse van de (vermoedelijke) slootdemping zijn een tweetal boorraaien (03-1 en 04) geplaatst. De overige boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. Aanvullend bodemonderzoek Ter plaatse van boring 02 heeft aanvullend bodemonderzoek plaatsgevonden in verband met de aangetoond sterke verhogingen aan barium en nikkel. Boring 102 is geplaatst ten behoeve van de verticale afperking. De overige boringen (103 t/m 109) zijn geplaatst om de verontreiniging horizontaal af te perken. Verkennend asbestonderzoek Voor het asbestonderzoek is het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd. Vervolgens zijn twee inspectiegaten gegraven (13 en 14) ter plaatse van de afwatering van het asbestdak. Ook ter plaatse van boring 05 is in verband met het aantreffen van asbestverdachte bijmenging een inspectiegat (101) gegraven. De uitkomende grond is visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen.

De gaten voor het asbestonderzoek zijn 0,3 x 0,3 meter breed en tot 0,5 m-mv gegraven. De monsterneming is handmatig uitgevoerd met behulp van een schep. Perceel A5469 (westzijde onderzoekslocatie) Verkennend bodemonderzoek In totaal zijn ter plaatse van perceel A5469 negen boringen verricht (201 t/m 209). Boring 201 en 202 zijn geplaatst bij de uit voorgaand bodemonderzoek bekende spotverontreinigingen (lood/zink). De overige boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. Aanvullend bodemonderzoek Ter plaatse van boring 201 heeft aanvullend bodemonderzoek plaatsgevonden in verband met een aangetoonde sterke verhoging aan lood in de bovengrond. De boringen 211A, 211B en 212 t/m 216 zijn geplaatst om de verontreiniging horizontaal af te perken. Verkennend asbestonderzoek Voor het asbestonderzoek is het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd. Vervolgens zijn vier inspectiegaten gegraven (203 t/m 206). De uitkomende grond is visueel geïnspecteerd

9

Project 7153

op asbestverdachte materialen. De gaten zijn circa 0,3 x 0,3 meter breed en tot 0,5 m-mv gegraven. Nader asbestonderzoek Met het verkennend asbestonderzoek is ter plaatse van inspectiegat 203 een asbestgehalte gemeten van 64,32 mg/kg ds (> toetswaarde nader onderzoek). Derhalve is een nader asbestonderzoek uitgevoerd. Voorafgaand aan het veldwerk is een veiligheids- en gezondheidsplan opgesteld. Hierin zijn de maatregelen beschreven die genomen moeten worden voor het veilig uitvoeren van het veldwerk. Eén van de maatregelen is het controleren en zo nodig in stand houden van een bodemvochtgehalte van minimaal 10%. Voor het nader asbestonderzoek zijn met behulp van een mobiele kraan zes inspectiesleuven gegraven (SL01 t/m SL06). De zes sleuven zijn verdeeld over het perceel (RE1). Om een goed beeld te krijgen van de onderzoekslocatie is één sleuf extra geplaatst dan conform het onderzoeksprotocol noodzakelijk is. De sleuven hebben een lengte van ca. 2,0 meter en een breedte van 0,4 meter. De sleuven zijn tot maximaal 0,8 m-mv gegraven. Het opgegraven materiaal is ter plaatse visueel geïnspecteerd. Eventueel asbestverdacht materiaal in de fractie >2 cm (avm) is per sleuf bemonsterd.

Tevens zijn mengmonster samengesteld van de fijne fractie voor een analyse op asbest Algemeen De ligging van de boringen, de peilbuizen, de inspectiegaten en de inspectiesleuven is weergegeven in bijlage I. 3.2

Resultaten

3.2.1 Grond Bodemopbouw Perceel A5468 Ter plaatse van perceel A5468 bestaat de bodem vanaf het maaiveld tot een diepte van 0,5 m-mv hoofdzakelijk uit klei. Hieronder bestaat de bodem tot een diepte van 2,2 m-mv afwisselend uit zand-, klei- en veenlagen. Ter plaatse van de oprit is onder de asfaltverharding een laag grind/stabilisatiezand (0,1-0,6 m-mv) aangetroffen. Hieronder bestaat de bodem uit zand- en kleilagen.

Perceel A5469 Ter plaatse van perceel A5469 bestaat de bodem vanaf het maaiveld tot een diepte van 0,2-1,0 m-mv uit zand. Hieronder bestaat de bodem tot de maximale boordiepte van 2,0 m-mv hoofdzakelijk uit klei. Ter plaatse van de inspectiesleuven SL02 t/m SL04 en SL06 is een veenlaag (0,6-0,8 m-mv) waargenomen onder de zandlaag. Algemeen De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II

Project 7153

10

NB: Opgemerkt wordt dat voor dit milieuhygiënisch onderzoek de profielbeschrijvingen gebaseerd zijn op zintuiglijke beoordeling en ‘puntwaarnemingen’ betreffen. In een geroerde bodem kan het profiel soms sterk verschillen in het horizontale en verticale vlak. De profielbeschrijving heeft plaatsgevonden conform de NEN-EN-ISO 14688. Dit kan in sommige situaties een andere classificatie opleveren dan volgens de standaard RAW-bepalingen. Er gelden bijvoorbeeld verschillende definities voor o.a. zand en klei. Hiermee dient rekening te worden gehouden bij het opstellen van bestekken en andere voorbereiding van civieltechnische werkzaamheden. Geadviseerd wordt om zo nodig aanvullend onderzoek te doen conform de standaard RAW-bepalingen, bijvoorbeeld door middel van aanvullende zeefproeven. Zintuiglijke waarnemingen Tijdens de uitvoering van de grondboringen, de inspectiegaten en de inspectiesleuven is het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal zintuiglijk zorgvuldig beoordeeld op afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In bijlage V zijn de waargenomen relevante afwijkingen weergegeven. Perceel A5468 In nagenoeg alle boringen zijn in de boven- en ondergrond sporen puin (aardewerk/baksteen/beton/metselpuin) waargenomen. Plaatselijk is in de boven- en ondergrond een lichte of matige bijmenging aan kolen waargenomen.

Ter plaatse van boring 05 bevat de bovengrond een sterke bijmenging aan metselpuin. In verband met de waargenomen bijmenging ter plaatse van boring 05 is een inspectiegat gegraven (worst-case). Ter plaatse van de globale ligging van de slootdempingen zijn de boringen 03 t/m 05, 10 en 101 geplaatst. Ter plaatse van de globale ligging van de slootdempingen is bodemvreemde bijmenging waargenomen, maar niet afwijkend van de aangetroffen bodemvreemde bijmenging op het overige deel van de onderzoekslocatie. Perceel A5469 In de boven- en ondergrond zijn over het algemeen lichte en matige bijmengingen aan puin (baksteen/beton/aardewerk) waargenomen. Plaatselijk is ook een lichte bijmenging aan slakken waargenomen. De exacte herkomst van het puin alsmede de periode van toepassing is niet bekend, maar is vermoedelijk geweest voor 1993. Het puin is daarmee verdacht op het voorkomen van asbest en geeft aanleiding tot een bodemonderzoek naar asbest conform NEN 5707. In inspectiegat 203 zijn in de bovengrond (0,0-0,4 m-mv) drie stuks asbestverdacht materiaal waargenomen. Met het nader asbestonderzoek zijn in sleuf SL01 (ter plaatse van inspectiegat 203) twee stuks asbestverdacht materiaal waargenomen. 3.2.2 Grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens vermeld die zijn verzameld tijdens de monstername van het grondwater. Tabel 3.4: Veldwerkgegevens grondwater peilbuis

filterstelling (m-mv)

grondwaterstand (m-mv)

pH

EC (mS/cm)

Troebelheid (NTU)

03-1

0,50 – 1,50

0,35

6,7

1110

397

6

1,00 – 2,00

0,45

6,9

1210

70,5

Project 7153

11

De gemeten troebelheid in het grondwater is relatief hoog. De troebelheid wordt veroorzaakt door in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes in het grondwater ten tijde van de bemonstering. Als gevolg van de verhoogde troebelheid kunnen de concentraties van de onderzochte stoffen mogelijk verhoogd zijn. 3.2.3 Asfalt Ter plaatse van de oprit (perceel A5468) zijn in totaal twee asfaltboringen geplaatst. In onderstaande tabel is de constructieopbouw per boring weergegeven. Tabel 3.5 Constructieopbouw Boring

Dikte asfalt totaal (mm)

Soort fundering

Dikte fundering (mm)

Ondergrond

01

32

Gepenetreerde steen Grind/ stabilisatiezand

86 780

Klei vanaf 0,9 m-mv

02

16

Gepenetreerde steen Grind

46 490

Zand vanaf 0,55 m-mv

De omschrijvingen zijn visueel bepaald en niet getoetst aan de Standaard RAW. Voor details zie analysecertificaten in de bijlage.

3.2.4 Duizendknoop Op perceel A5468 is de Aziatische Duizendknoop waargenomen; een invasieve uitheemse plantensoort. Duizendknoop heeft een negatief effect op zowel gebouwen als natuur. De Duizendknoop heeft sterke wortels die de fundatie en stabiliteit van gebouwen kunnen aantasten. Er geld een landelijk protocol voor het omgaan met de Aziatische Duizendknoop. Op locaties waar nieuwbouw wordt gerealiseerd bestaat het risico dat er bij grondverzet duizendknoopresten worden verspreid. Meer informatie over de Aziatische Duizenknoop en het landelijk protocol is te vinden op: https://bestrijdingduizendknoop.nl/protocol/

Project 7153

12

4

CHEMISCHE ANALYSES De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de normwaarden uit de ‘Circulaire Bodemsanering per 1 juli 2013’ en Bijlage B van de ‘Regeling Bodemkwaliteit’. Het toetsingskader is bijgevoegd in de bijlage.

4.1.1 Analyses grond verkennend bodemonderzoek De analyseresultaten zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond verkennende onderzoeken Ref

Boringen met diepte (m-mv)

Waarnemingen

Analyseparameters

Overschrijding >AW

>T

>I

Verkennend bodemonderzoek perceel A5468 Bovengrond MMSD

03-1 (0,00-0,50) 04 (0,30-0,80)

baksteen+ baksteen+

NEN-g

Hg, Pb, Zn, PAK

-

-

BG01 / BG01 OCB

07 (0,00-0,20) 08 (0,00-0,50) 10 (0,00-0,50) 12 (0,00-0,50)

baksteen+ hout+ glas+ metselpuin+ baksteen+ glas+

NEN-g + OCB

Cd, Hg, Pb, Zn, PAK

-

-

BG02

07 (0,20-0,50) 09 (0,30-0,60)

metselpuin+ kolen+ baksteen+ kolen+

NEN-g + OCB

Ba, Co, Hg, Pb, Ni, Zn, PAK

-

-

BG03

05 (0,70-1,20)

Metselpuin+ kolen++

NEN-g

Ba, Cu, Hg, Mo, Ni, Zn, PAK

Pb

-

BG04

02 (0,80-1,30) 02 (1,30-1,50)

Baksteen+ cement+ kolen++

NEN-g

Co, Cu

Ba, Ni

-

Baksteen+, beton++, dakpan Baksteen+, beton++, metselpuin++ Baksteen+, beton++, metselpuin++

NEN-g + OCB

Ba, Hg, Pb, Zn, Ni, PAK

-

-

207 (0,00 - 0,40) 208 (0,00 - 0,30) 209 (0,00 - 0,20)

Baksteen+, beton+ -

NEN-g + OCB

Ba, Co, Cu, Hg, Pb, Zn, PAK

-

-

201-1 (04) 201 (0,00 - 0,40)

Baksteen+, beton+

Pakket 9-metalen + PAK

Ba, Cd, Co, Hg, Ni, PAK

Zn

Pb (1,2*I)

202-1 (06) 202 (0,00 - 0,40)

Baksteen+

Pakket 9-metalen + PAK

Ba, Co, Hg, Ni, Zn

Pb

-

203-2

203 (0,00 - 0,50)

Baksteen++, slakken+, NEN-g+ OCB metselpuin++

Ba, Hg, Pb, PAK

Zn

-

201 (1,00 - 1,50) 202 (0,80 - 1,30) 207 (0,40 - 0,80) 208 (0,30 - 0,80) 209 (0,20 - 0,70)

Baksteen+ Baksteen+

Ba, Hg, Pb, Ni, PAK

-

-

Ondergrond

Verkennend bodemonderzoek perceel A5469 Bovengrond MMBG.1

204 (0,00 - 0,50) 205 (0,00 - 0,50) 206 (0,00 - 0,50)

MMBG.2

Ondergrond MMOG.1

NEN-g

ref : referentie op analysecertificaat waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) @ Ba : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920)

Mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. De mengmonsters van de bovengrond zijn aanvullend geanalyseerd op bestrijdingsmiddelen (OCB’s).

Project 7153

13

Verkennend bodemonderzoek perceel A5468 In het metsel- en kolengruishoudende monster van de ondergrond (BG03) is een matige verhoging aan lood gemeten. In het mengmonster van de ondergrond (BG04) is een matige verhoging aan barium en nikkel gemeten. In de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn lichte verhogingen aangetoond aan diverse zware metalen en/of PAK. Verkennend bodemonderzoek perceel A5469 Ter plaatse van boring 201 (201-1) is in de bovengrond een sterke verhoging gemeten aan lood en een matige verhoging aan zink. Deze sterke verhoging is gemeten ter plaatse van de reeds bekende lood/zink verontreiniging uit voorgaand onderzoek. Ter plaatse van de boringen 202 (202-1) en 203 (203-2) zijn matige verhogingen gemeten aan zink/lood. De gemeten sterke verhogingen aan lood/zink uit voorgaand onderzoek (Verkennend en nader bodemonderzoek Westkanaalweg 32 te Ter Aar, Grondslag BV, project 6765, d.d. 5 april 2002), ter plaatse van boring 6, bleken niet reproduceerbaar. Voor het overige zijn in alle (meng) monsters lichte verhogingen gemeten aan diverse zware metalen en/of PAK. 4.1.2 Analyses grond nader bodemonderzoek Uit de resultaten van de verkennende onderzoeken blijkt dat op een tweetal locaties de toetswaarde voor nader onderzoek wordt overschreden: I. Barium en nikkel (>T) in grond ter plaatse van boring 02 (zandige toplaag) II.

Lood (>I) in grond ter plaatse van boring 201 (slootdemping) In verband hiermee is extra inspanning verricht om deze verontreinigingen nader in beeld te brengen. Rondom de verontreinigingen zijn aanvullende boringen verricht. Een aantal van de monsters die zijn genomen is ter analyse aan het laboratorium aangeboden. In onderstaande tabel staan de resultaten van de grondanalyses weergegeven van het nader onderzoek. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond aanvullende onderzoeken Ref

Boringen met diepte (m-mv)

Waarnemingen

Analyseparameters

Overschrijding >AW

>T

>I

Aanvullend bodemonderzoek perceel A5468 (rondom boring 02) Verticale afperking 102-1 (02- 102 (0,80-1,30) 5)

Pakket 9-metalen

Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Zn

-

Ni (1,1*I), Ba (1,1*I)

102.2 (02- 102 (1,30-1,50) 06)

Pakket 9-metalen

Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Zn

-

Ni (1,1*I), Ba (1,5*I)

102-3

Barium / nikkel

Ni, Ba

-

-

102 (1,50-2,00)

Horizontale afperking 103-2

103 (0,30 - 0,70)

Baksteen+

Barium / nikkel

Ni

Ba

-

104-1

104 (0,06 - 0,56)

Baksteen+

Barium / nikkel

Ni

Ba

-

105-1

105 (0,00 - 0,50)

-

Barium / nikkel

-

-

-

106-2

106 (0,30 - 0,80)

Baksteen+

Barium / nikkel

-

Ni

Ba (1,0*I)

107-1

107 (0,00 - 0,50)

Baksteen+

Barium / nikkel

Ni

Ba

-

108-1

108 (0,00 - 0,50)

Baksteen+

Barium / nikkel

Ni

Ba

-

109-2

109 (0,50 - 0,80)

Baksteen+

Barium / nikkel

-

Ba, Ni

-

ref : referentie op analysecertificaat waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) @ Ba : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920)

Project 7153

14

Vervolg tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond aanvullende onderzoeken Ref

Boringen met diepte (m-mv)

Waarnemingen

Analyseparameters

Overschrijding >AW

>T

>I

Aanvullend bodemonderzoek perceel A5469 (rondom boring 201) Verticale afperking 201-2

201 (0,40-0,90)

Baksteen+, beton+

Lood

Pb

-

-

Horizontale afperking 211A-1

212 (0,00 - 0,50)

Beton++, baksteen+, aardewerk+

Lood

Pb

-

-

212-1

213 (0,00 - 0,40)

Beton++, baksteen++, aardewerk+++

Lood

-

Pb

-

213-1

214 (0,00 - 0,50)

Beton++, baksteen++, aardewerk+

Lood

Pb

-

-

214-1

211A (0,00 - 0,50)

Beton+, baksteen++, aardewerk+

Lood

-

Pb

-

ref : referentie op analysecertificaat waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) Ba@ : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920)

Aanvullend bodemonderzoek perceel A5468 (rondom boring 02) Monsters van de boringen verricht rondom boring 02 zijn geanalyseerd op barium en nikkel. Boring 102 is geplaatst om de verontreiniging verticaal af te perken. Ter plaatse van boring 102 zijn sterke verhogingen aangetoond aan barium en nikkel in de bodemlaag van 0,8-1,5 mmv. In de bodemlaag van 1,5-2,0 m-mv zijn maximaal lichte verhogingen aangetoond. De overige boringen zijn geplaatst om de verontreiniging horizontaal af te perken. Hierbij is in één monster (boring 106: 0,30-0,80 m-mv) nog een sterke verhoging aangetoond aan barium. In de ring boringen hieromheen (103 t/m 105 en 107 t/m 109) zijn maximaal lichte en matige verhogingen aangetoond aan barium en/of nikkel in separaat geanalyseerde monsters. Aanvullend bodemonderzoek perceel A5469 (rondom boring 201) Monsters van de boringen verricht rondom boring 201 zijn geanalyseerd op lood. In het verticaal afperkende monster (201-2), ter plaatse van boring 201, is een lichte verhoging gemeten aan lood. In de horizontaal afperkende monsters (211A-1 t/m 214-1) zijn lichte en matige verhogingen aangetoond aan lood. 4.2

Analyses grondwater De analyseresultaten van het grondwater zijn weergegeven in tabel 4.3. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing aan de normwaarden in bijlage III. Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis

Filtertraject (m-mv)

Analyseparameters

Overschrijding >S

>T

>I

03-1

0,50 – 1,50

NEN-gw

barium, naftaleen, xylenen, dichloormethaan, dichlooretheen, tetrachlooretheen, C+T dichlooretheen

-

-

06

1,20 – 2,20

NEN-gw

barium

-

-

Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Op deze wijze wordt een breed beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater zijn enkel lichte verhogingen aangetoond aan barium, VAK en VOCL.

Project 7153

15

4.3

Analyses asfalt en indicatief PAK De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door het RvA-geaccrediteerd laboratorium Eurofins Omegam.

4.3.1 Toetsingskader Voor PAK in asfalt is in het Besluit Bodemkwaliteit een samenstellingseis opgenomen van 75 mg/kg ds. In eerste instantie wordt het PAK-gehalte indicatief bepaald met behulp van de PAK-marker en UV-licht. Wanneer op deze wijze PAK wordt aangetoond, is het PAK-gehalte groter dan 250 mg/kg ds. De grens voor hergebruik van 75 mg/kg ds wordt in dat geval ruimschoots overschreden. Dientengevolge worden deze lagen niet verder onderzocht. Indien met het indicatief onderzoek geen verdachte lagen worden aangetoond, is het PAKgehalte kleiner dan 250 mg/kg ds. Ter beoordeling of het PAK-gehalte kleiner is dan de hergebruiksnorm van 75 mg/kg ds worden er aanvullende kwantitatieve analyses uitgevoerd conform de CROW 210. 4.3.2 Opbouw asfalt en indicatief PAK In onderstaande tabel zijn de resultaten van het indicatief PAK-onderzoek weergegeven. De laagopbouw per asfaltkern is opgenomen in de bijlage. Tabel 4.4 Opbouw asfalt Boring

Dikte asfalt (mm)

Indicatief PAK

Opmerking

01

32

Ja

Fluorescentie waargenomen op gehele kern

02

16

Ja

Fluorescentie waargenomen op gehele kern

Oprit

In totaal is er maar ca. 1,6 m3 asfalt (4 ton) aanwezig op de locatie. De omvang van de laag gepenetreerde stenen onder het asfalt bedraagt naar schatting 4,3 m3 (10 ton). Zowel in het asfalt als in de laag gepenetreerde stenen is indicatief PAK aangetoond. Het PAK-houdend asfalt en de onderliggende laag gepenetreerde stenen dient afgevoerd te worden naar een erkend verwerker.

Project 7153

16

5

ASBESTANALYSES De analyses zijn uitgevoerd door een daartoe gecertificeerd laboratorium. Het toetsingskader is opgenomen in de bijlage.

5.1

Verkennend/indicatief asbestonderzoek Grove fractie (>2 cm) Perceel A4568 Tijdens de visuele inspectie van de opgegraven grond is in geen van de inspectiegaten asbestverdacht materiaal > 2 cm aangetroffen. Ook op het maaiveld is geen asbest waargenomen. Perceel A4569 Op het maaiveld is voornamelijk op de oostzijde van perceel A5469 asbestverdacht plaatmateriaal materiaal aangetroffen. De locaties waar het asbestverdacht materiaal is aangetroffen zijn opgenomen op de kaart in bijlage I. Tijdens de visuele inspectie van de opgegraven grond is in gat 203 asbestverdacht plaatmateriaal > 2 cm aangetroffen. In de overige gaten en boringen is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het verzamelmonster uit gat 203 is geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Fijne fractie (<2 cm) Voor het onderzoek van de fijne fractie zijn een vijftal (meng)monsters samengesteld: Perceel A5468 MMASB1: gat 13, gat 14 (0,0-0,1 m-mv) MMASB2: gat 13, gat 14 (0,2-0,5 m-mv) 101-1 (01-1): gat 101 (0,05-0,50 m-mv)

toplaag (asbestdak) verdachte bovengrond (asbestdak) verdachte bovengrond zonder asbest

Perceel A5469 ASB-204-206: gat 204 t/m 206 (0,0-0,5 m-mv) ASB-203-GR: gat 203 (0,0-0,5 m-mv)

verdachte bovengrond zonder asbest verdachte bovengrond met asbest

De mengmonsters zijn geanalyseerd op asbest. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.1. Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. De rekentabel voor de bepaling van het asbestgehalte van inspectiegat 203 is opgenomen in bijlage III. In tabel 5.1 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte. Tabel 5.1: resultaten verkennend asbestonderzoek – bepaling indicatief gehalte in mg/kg ds Ref

Inspectiegat (monster m-mv)

Verzamelmonster (> 2 cm), gemeten waarde

Grond(meng)monster (< 2 cm), gemeten waarde

Totaalgehalte, gewogen#

serpentijn

amfibool

serpentijn

amfibool

(afgerond)

Perceel A5468 MMASB1

13 (0,00-0,10) 14 (0,00-0,10)

-

-

0

0

0

MMASB2

13 (0,10-0,50) 14 (0,10-0,50)

-

-

0

0

0

101-1 (011)

101 (0,05-0,50)

-

-

0

0

0

Project 7153

17

Tabel 5.1: resultaten verkennend asbestonderzoek – bepaling indicatief gehalte in mg/kg ds Ref

Inspectiegat (monster m-mv)

Verzamelmonster (> 2 cm), gemeten waarde

Grond(meng)monster (< 2 cm), gemeten waarde

Totaalgehalte, gewogen#

serpentijn

serpentijn

Serpentijn

amfibool

(afgerond)

Perceel A5469 ASB-203GR

203 (0,00-0,50)

62,00 (h)

-

2,9 (h)

0

64,32 (h) *

ASB-204206

204 (0,00-0,50) 205 (0,00-0,50) 206 (0,00-0,50)

-

-

6,6 (nh)

0

6,6 (nh)

Ref blanco (h) / (nh) # * **

referentie op analysecertificaat niet aangetroffen niet geanalyseerd hechtgebonden asbest / niet-hechtgebonden asbest gewogen toetswaarde = serpentijn + 10 x amfibool het gehalte overschrijdt de toetswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg ds) het gehalte overschrijdt de interventiewaarde (100 mg/kg ds)

Perceel A5468 In zowel de grove- (>2cm) als in de fijne (<2cm) fractie is geen asbest aangetoond. Perceel A5469 Ter plaatse van inspectiegat 203 is asbesthoudend materiaal in de grove fractie (>2cm) aangetoond. In de overige inspectiegaten is geen asbest aangetoond in de grove fractie. Ook in de fijne fractie (<2cm) van zowel gat 203 als de gaten 204 t/m 206 is in geringe mate asbest aangetoond. Het hoogst gemeten gehalte aan asbest betreft gat 201. De toetswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg ds.) wordt hier overschreden. Voor de overige inspectiegaten wordt de toetswaarde voor nader onderzoek niet overschreden. 5.2

Nader asbestonderzoek (perceel A5469) Op basis van de resultaten van het verkennend asbestonderzoek is op perceel A5469 een nader asbestonderzoek uitgevoerd. De bovengrond met puinbijmenging wordt aangemerkt als de verdachte bodemlaag voor het voorkomen van een asbestverontreiniging, aangezien het aangetroffen asbest naar alle waarschijnlijkheid afkomstig is van de voormalige bebouwing. De ondergrond wordt beschouwd als onverdacht met betrekking tot het voorkomen van asbest. Met het nader asbestonderzoek wordt het gemiddelde gehalte aan asbest per ruimtelijke eenheid (RE) wordt bepaald. De maximale oppervlakte van een RE bedraagt 1.000 m2. Voorafgaand aan het onderzoek wordt uitgegaan van de volgende ruimtelijke eenheden: - RE 1 verdachte bovengrond met puinbijmenging De onderzoeksopzet is gebaseerd op de "NEN 5707 Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond". Deze norm is van toepassing voor de bepaling van asbest in bodem en grond met een volumepercentage van minder dan 50% bijmenging aan bouw- en sloopafval. Grove fractie (>2 cm) Op het maaiveld is voornamelijk op de oostzijde asbestverdacht plaatmateriaal materiaal aangetroffen. De locaties waar het asbestverdacht materiaal is aangetroffen zijn opgenomen op de kaart in bijlage I.

18

Project 7153

Tijdens de visuele inspectie van de opgegraven grond is in sleuf SL01 asbestverdacht materiaal > 2 cm aangetroffen. De asbestverdachte materialen zijn per sleuf/verdachte laag verzameld en geanalyseerd op asbest. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.2. Fijne fractie (<2cm) Voor het onderzoek van de fijne fractie is één mengmonster van de grond samengesteld: ASB ff 01: SL01 (0,0-0,35 m-mv)

worst case (mengmonster met asbest in grove fractie)

Binnen RE1 is één monster van de fijne fractie van de meest verdachte bodemlaag samengesteld en geanalyseerd op asbest. Dit betreft de bodemlaag (0,0-0,35 m-mv) uit sleuf SL01, waarin asbestverdacht plaatmateriaal is aangetroffen. Dit monster is geanalyseerd als worstcase monster. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage IV. De resultaten zijn weergegeven in tabel 5.2.

Project 7153

19

Totaalresultaat Voor het totaalresultaat dienen de resultaten van de grove fractie en de fijne fractie te worden opgeteld. De rekentabellen voor de bepaling van het asbestgehalte zijn opgenomen in bijlage III. In tabel 5.2 zijn de voor de toetsing relevante analyseresultaten weergegeven, alsmede het totaalgehalte voor de betreffende RE. Tabel 5.2: bepaling gemiddelde asbestgehalte per ruimtelijke eenheid in mg/kg ds Ruimtelijke eenheid

Sleuven (diepte m-mv)

Omschrijving laag

RE1, verdachte bovengrond: zand met lichte tot matige bodemvreemde bijmenging

blanco (h) / (nh) # ** n.b.

Verzamelmonster (> 2 cm), gemeten waarde

Grond(meng)monster (< 2 cm), gemeten waarde

serpentijn

amfibool

serpentijn

amfibool

SL01 (0,0-0,7)

43,98 (h)

-

0

0

SL02 (0,0-0,8)

-

-

SL03 (0,0-0,8)

-

n.b.

n.b.

SL04 (0,0-0,8)

-

-

SL05 (0,0-0,8)

-

-

SL06 (0,0-0,7)

-

-

Totaalgehalte, gewogen# (afgerond)

43,98 (h)

niet aangetroffen niet geanalyseerd hechtgebonden asbest / niet-hechtgebonden asbest gewogen toetswaarde = serpentijn + 10 x amfibool het gehalte overschrijdt de interventiewaarde niet bepaald

Volgens de toetsingsregels uit de NEN 5707 kan worden geconcludeerd dat de verontreiniging met asbest binnen RE1 heterogeen verdeeld is. Dit heeft als gevolg dat voor het bepalen van het asbestgehalte voor RE1 (totaalgehalte) gerekend dient te worden met de hoogst gemeten waarde aan asbest, in dit geval betreft dit sleuf SL01 (43,98 mg/kg ds). Het asbestgehalte (gewogen) van RE1 overschrijdt de interventiewaarde niet.

20

6

Project 7153

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN De milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie Westkanaalweg 31-32 is vastgelegd. Behalve de chemische kwaliteit is tevens de aanwezigheid van asbest in de bodem onderzocht. Verder heeft ook onderzoek plaatsgevonden naar de kwaliteit van het aanwezige asfalt.

6.1

Conclusies Chemische kwaliteit Perceel A5468 De gestelde hypothese dat ter plaatse van de (vermoedelijke) gedempte sloot verhogingen aan PAK en/of zware metalen verwacht kunnen worden, is bevestigd. Ter plaatse van de slootdemping zijn maximaal lichte verhogingen gemeten aan zware metalen en/of PAK. De kwaliteit van de grond ter plaatse van de slootdemping wijkt niet af van de kwaliteit op het overige gedeelte van het perceel. Ook de bodemvreemde bijmenging ter plaatse van de globale ligging van de slootdemping wijkt niet af van de aangetroffen bodemvreemde bijmenging op het overige deel van de onderzoekslocatie. Op basis van het historisch onderzoek en de terreininspectie is de op het perceel geregistreerde HBO-tank niet aangetroffen. De gestelde hypothese dat er geen verontreinigingen worden verwacht ter plaatse van het overige gedeelte van het perceel, is niet bevestigd. Ter plaatse van de boringen 102 en 106 zijn sterke verhogingen gemeten aan nikkel en barium. In de afperkende boringen hieromheen zijn maximaal matige verhogingen gemeten aan nikkel en barium. Voor het overige zijn er lichte verhogingen aangetoond aan diverse zware metalen en/of PAK. In het grondwater zijn lichte verhogingen gemeten aan barium, vluchtige aromaten en VOCL. De herkomst van de lichte verhogingen in het grondwater is onbekend.

De verontreiniging met nikkel/barium boven de interventiewaarde is aanwezig ter plaatse van de boringen 102 en 106 (oprit woonhuis) aanwezig van 0,45 tot maximaal 1,50 m-mv. De nikkel/barium verontreiniging in de grond heeft een oppervlakte van circa 19 m2. De dikte van het pakket sterk verontreinigde grond bedraagt maximaal 1,05 meter. Het totale volume sterk met nikkel/barium verontreinigde grond wordt geraamd op circa 20 m3. Dit komt overeen met 34 ton (bij een soortelijk gewicht van 1,7 ton/m3). Er is geen sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. Perceel 5469 De gestelde hypothese dat op basis van voorgaand onderzoek plaatselijk matige tot sterke verhogingen worden verwacht aan lood en zink in de bovengrond, is bevestigd. Alleen ter plaatse van boring 201 is in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) een sterke verhoging gemeten aan lood. De sterke verhoging is aangetoond ter plaatse van de reeds bekende lood/zink verontreiniging uit voorgaand onderzoek (Verkennend en nader bodemonderzoek Westkanaalweg 32 te Ter Aar, Grondslag BV, project 6765, d.d. 5 april 2002). De bekende lood/zink verontreiniging ter plaatse van boring 6 uit voorgaand onderzoek, bleek niet reproduceerbaar. In boring 202 is een matige verhoging gemeten aan lood en een lichte verhoging aan zink.

Ook in de afperkende boringen rondom boring 6 uit voorgaand onderzoek, zijn destijds geen verhogingen gemeten boven de interventiewaarde.

21

Project 7153

Voor het overige zijn op het perceel hoofdzakelijk lichte verhogingen gemeten aan diverse zware metalen en/of PAK. Plaatselijk zijn matige verhogingen gemeten aan lood en zink. De verontreiniging met lood ter plaatse van boring 201 is aanwezig vanaf het maaiveld tot een diepte van 0,5 m-mv. De loodverontreiniging in de grond heeft een oppervlakte van circa 7 m2. De dikte van het pakket sterk verontreinigde grond bedraagt 0,5 meter. Het totale volume sterk met lood verontreinigde grond wordt geraamd op circa 3,5 m3. Dit komt overeen met 6 ton (bij een soortelijk gewicht van 1,7 ton/m3). Er is geen sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. Asbestonderzoek Perceel A5468 De gestelde hypothese dat de bovengrond verdacht is op het voorkomen van asbest, is niet bevestigd. In de bovengrond is op de verdachte locaties (boring 05 en ter plaatse van het asbestdak) zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. De gevolgde onderzoeksstrategie geeft in voldoende mate de situatie ter plaatse van het perceel weer. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van nader asbestonderzoek. Perceel A5469 De gestelde hypothese dat het perceel wordt aangemerkt als onverdacht op het voorkomen van asbest, is niet bevestigd. In de bovengrond is met het verkennend asbestonderzoek in gat 203 asbesthoudend materiaal aangetroffen (>2cm).

Ook in de grondfractie < 2 cm is asbest aangetoond. Voor de bodem is een indicatief asbestgehalte bepaald van 64,32 mg/kg ds (worst case). Deze waarde overschrijdt de toetswaarde voor nader onderzoek. Aansluitend is op perceel A5469 een nader asbestonderzoek uitgevoerd. De aanleiding voor het nader onderzoek zijn de resultaten van het uitgevoerde verkennend asbestonderzoek waarbij de toetswaarde voor nader onderzoek werd overschreden. In totaal zijn zes sleuven geplaatst op het perceel. Alleen in sleuf SL01 is asbesthoudend materiaal aangetroffen in de grove fractie. Volgens de toetsingsregels uit de NEN 5707 kan worden geconcludeerd dat de verontreiniging met asbest binnen RE1 heterogeen verdeeld is. Dit heeft als gevolg dat voor het bepalen van het asbestgehalte voor RE1 (totaalgehalte) gerekend dient te worden met de hoogst gemeten waarde aan asbest, in dit geval betreft dit sleuf SL01 (43,98 mg/kg ds.). Het asbestgehalte (gewogen) van RE1 overschrijdt de interventiewaarde niet. In de bodem is asbest aangetroffen, maar in een gehalte lager dan de interventiewaarde. Formeel is er geen sprake van een (ernstig) geval van bodemverontreiniging en/of een saneringsnoodzaak. Asfaltonderzoek In totaal is er ca. 1,6 m3 asfalt (4 ton) aanwezig op de locatie. De omvang van de laag gepenetreerde stenen onder het asfalt bedraagt naar schatting 4,3 m3 (10 ton).

Zowel in het asfalt als in de laag gepenetreerde stenen is indicatief PAK aangetoond. 6.2

Aanbevelingen Aangezien er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, geldt geen saneringsplicht voor de locatie. Naast de noodzaak tot saneren in het kader van de Wet bodembescherming kunnen er andere redenen zijn waarom een sanering nodig of gewenst is,

22

Project 7153

bijvoorbeeld wanneer er graafwerkzaamheden staan gepland ter plaatse van de aanwezige verontreinigingen. De onderzoeksresultaten vormen ons inziens geen belemmering voor de beoogde bestemmingswijziging. Ook vormen de onderzoeksresultaten ons inziens geen belemmeringen voor de toekomstige afgifte van een omgevingsvergunning. De afgifte van de omgevingsvergunning blijft echter een beleidsmatige afweging van de gemeente zelf. In geval van een voorgenomen sanering wordt geadviseerd om de werkzaamheden vast te leggen in een Plan van Aanpak. De BRL7000 en BRL6000 zijn bij een niet-ernstig geval formeel niet van toepassing. Geadviseerd wordt de werkzaamheden wel in lijn met deze BRL’s uit te voeren. Met betrekking tot de veiligheidskundige aspecten wordt geadviseerd om conform de CROW400 een V&G-plan op te stellen onder verantwoording van een erkende arbeidshygiënist of HVK-er. In deze rapportage is de omvang van de verontreiniging vastgesteld, zoals deze aanwezig is in de bodem. Indien de verontreiniging wordt gesaneerd middels ontgraving, dient rekening gehouden te worden met het feit dat de hoeveelheid vrijkomende grond niet overeen hoeft te komen met de vermelde omvang van de verontreiniging.

De hoeveelheid te ontgraven grond hangt namelijk onder andere af van de randvoorwaarden van een saneringsplan (terugsaneerwaarde), eventuele graafverliezen (bijvoorbeeld ontgraving onder talud, ontgraving van een niet verontreinigde toplaag) en het verschil tussen losse en vaste kuubs grond. Aanbevolen wordt om de grond die tijdens de werkzaamheden vrijkomt te hergebruiken binnen de perceelsgrenzen. Indien dit niet mogelijk is kan de grond op basis van dit rapport worden afgevoerd naar een grondbank of -depot. Hiervoor kan het noodzakelijk zijn dat de grond nog onderzocht dient te worden op PFAS. Als de grond wordt afgevoerd voor hergebruik elders, is (normaliter) eerst een keuring nodig (doorgaans incl. PFAS) conform het Besluit Bodemkwaliteit. Met name bij grotere partijen grond is dit laatste voordeliger dan afvoeren naar een grondbank of -depot. Aanbevolen wordt om het PAK-houdend asfalt en de onderliggende laag gepenetreerde stenen af te voeren naar een erkend verwerker. Aanbevolen wordt de met duizendknoop begroeide grond af te voeren naar een erkend verwerker.

BIJLAGE I

37 r

9

et

A 7667

09

SL03

4

SL04 SL02 SL01

SL05

SL06

A 4019

/ A 7666

//

35

Overzichtskaart

//

08

//

03-1

/

N

gras

A 7665

33

opslag verf en gif

//

13

10

11

06 14

d

pa

uis

Sl

//

A 5468

gras

// 5

A 7131

12

tegels

//

206 vml. garage

101

SL03

213 betonnen fundering 215

209 braak

SL02

212

asfalt

r

211B

103

211A

108

102 02

203 106

107 SL05

105

SL01

208

r

gras 04

braak

01

Legenda

/

216

/

braak

204 4 201

214

BOORPUNTENKAART

//

SL04

07

//

205

A 5469

nr. 31

vml. woonhuis

1

46

104

N

109

l aa

an

tk es

braak

W

eg

w

- boorpunt - inspectiegat - asbestverdacht materiaal op maaiveld - asbestverdacht materiaal in bodem - inspectiegat met boorpunt - boorraai - boorpunt asfalt - boorpunt met peilbuis - sleuf RE 1 - ruimtelijke eenheid 1 - boorpunt voorgaand onderzoek - boorpunt met peilbuis voorgaand onderzoek / / - mogelijke slootdemping - onderzoekslocatie - perceelsgrens A 5468- kadastraal nummer 0

207

2.5

5

7.5

10m

Schaal : 1:250

Formaat : A3

Opdrachtgever: Waterrijck V.O.F.

6

Project : Westkanaalweg 31-32 Ter Aar (Papenveer)

202

Project nummer: 7153

Naam : 7153tek2020.dwg

Initialen : MM/JTE

Datum : 15-9-2020

aa

str

en

m oe Bl

SL06

t

AAR00 A 8468

Kamerik 0348-402103

Heerhugowaard 072-5729457

Steenwijk 0521-521924

P:\00000-09999\07100-07199\07153\2019 - 2020\VO-2019\4 kaartmateriaal\7153tek2020.dwg

37 r

9

et

A 7667

09

A 4019

/ A 7666

//

35

Overzichtskaart

//

08

//

03-1

/

N

gras

A 7665

33

opslag verf en gif

//

13

10

11

06 14

d

pa

uis

Sl

//

A 5468

gras

// 5

A 7131

12

tegels

//

206 vml. garage

101

SL03

213 betonnen fundering 204 4 201

214 216

SL02

212

asfalt

r

211B

103

211A

108

102 02

203 106

107 SL05

105

SL01

208

r

gras 04

braak

01

/

SL04

215

/

braak

Legenda

//

A 5469

VERONTREINIGINGSSITUATIE

07

//

205

209 braak

nr. 31

vml. woonhuis

1

46

104

N

109

l aa

an

tk es

braak

W

eg

w

- boorpunt - inspectiegat - asbestverdacht materiaal op maaiveld - asbestverdacht materiaal in bodem - inspectiegat met boorpunt - boorraai - boorpunt asfalt - boorpunt met peilbuis - sleuf RE 1 - ruimtelijke eenheid 1 - Ba + Ni > interventiewaarde - Pb > interventiewaarde - boorpunt voorgaand onderzoek - boorpunt met peilbuis voorgaand onderzoek / / - mogelijke slootdemping - onderzoekslocatie - perceelsgrens A 5468- kadastraal nummer 0

207

2.5

5

7.5

10m

Schaal : 1:250

Formaat : A3

Opdrachtgever: Waterrijck V.O.F.

6

Project : Westkanaalweg 31-32 Ter Aar (Papenveer)

202

Project nummer: 7153

Naam : 7153tek2020.dwg

Initialen : MM/JTE

Datum : 15-9-2020

aa

str

en

m oe Bl

SL06

t

AAR00 A 8468

Kamerik 0348-402103

Heerhugowaard 072-5729457

Steenwijk 0521-521924

P:\00000-09999\07100-07199\07153\2019 - 2020\VO-2019\4 kaartmateriaal\7153tek2020.dwg

BIJLAGE II

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand

bentoniet afdichting

filter

Boring:

0

01

1

Boring: 0

asfalt

12

Zwart

0

Volledig grind, zwartbruin

8 80

90

Klei, matig siltig, matig humeus, zwak zandig, zwak wortelhoudend, sporen schelpen, resten planten, donkerbruin

4

100

5

140

150

Klei, matig siltig, matig humeus, zwak zandig, zwak wortelhoudend, sporen schelpen, resten planten, donkerbruin

7 200

200

03-1

Boring: 0

0 1

40

gras

2

100

04 0

0

Klei, zwak siltig, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, zwak baksteenhoudend, donkerbruin Veen, matig kleiïg, zwak wortelhoudend, resten planten, lichtbruin

50

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, matig koolhoudend, zwartgrijs, Stabilisatie zand sporen Zand, matig fijn, zwak siltig, sporen baksteen, matig koolhoudend, zwartgrijs, Cement sporen

6 150

Boring:

Zwart

55

4

Donkerbeige, Stabilisatie zand

100

asfalt

Volledig grind, zwartbruin, Stabilisatie zand zwak

2 50

60

3

0 6

1

2 50

02

1 30

50

Klei, zwak siltig, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, sporen baksteen, sporen grind, donkerbruin Klei, matig siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, sporen grind, zwak aardewerkhoudend, resten planten, donkerbruin

2

100

gras

3

3 4 150

150

150

Klei, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, resten planten, lichtbruin

4 5 5

200

Boring:

200

05

1

2

7

70

3

0

50

50

Klei, matig siltig, matig humeus, matig koolhoudend, sporen metselpuin, resten planten, zwartbruin

gras Klei, zwak siltig, zwak zandig, matig humeus, sporen wortels, sporen grind, sporen schelpen, donkerbruin

1

Klei, matig siltig, zwak humeus, sporen grind, resten planten, zwak koolhoudend, sporen metselpuin, donkerbruin

Veen, matig kleiïg, zwak wortelhoudend, resten planten, lichtbruin

5

06

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken kolen, sterk metselpuinhoudend, zwak aardewerkhoudend, donkerbruin

130

150

tegel

50

50

100

Boring: 0 5

0

200

200

Klei, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, resten planten, lichtbruin

2 100 3 150 4

6 200

200

200

200 5

Projectnaam: Westkanaalweg 31-32 te Papenveer

220

Veen, matig kleiïg, zwak wortelhoudend, lichtbruin

Project: 7153 getekend volgens NEN-EN-ISO 14688

Boring:

07

Boring: 0

0 1

20

2 50

50

Boring:

0

30

2 60

50

50

gras

Klei, matig siltig, zwak humeus, resten planten, sporen aardewerk, zwak baksteenhoudend, sporen kolen, donkerbruin

10

0

Klei, matig siltig, zwak zandig, zwak humeus, sporen wortels, sporen grind, sporen planten, donkerbruin 50

Boring: 0

1 30

2 60

gras

gras

50

Klei, matig siltig, zwak zandig, zwak humeus, sporen wortels, sporen grind, sporen planten, zwak glashoudend, donkerbruin, Metselpuin sporen

0

gras

50

Klei, matig siltig, zwak zandig, zwak humeus, sporen wortels, sporen grind, sporen planten, sporen baksteen, donkerbruin, Schelpen sporen Glas sporen

12

0

Klei, matig siltig, zwak zandig, zwak humeus, sporen wortels, sporen grind, sporen planten, donkerbruin Klei, matig siltig, zwak humeus, resten planten, sporen aardewerk, zwak baksteenhoudend, sporen kolen, donkerbruin

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=955738bb-c7dd-407b-80c6-db03e388d0f6