CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

80% CONCEPT versie zienswijze herziening omgevingsbeleid 2025 2e VERSIE 26-11 - ONOPGEMAAKT en nog ZONDER RAADSVOORSTEL

Oriënterende raad 27 november 2025, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze herziening provinciaal omgevingsbeleid - meningsvormende bespreking14.836 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

artikel 7.74a van de lijst te halen van gevallen van aanvragen om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor gedeputeerde staten adviseur zijn.

Economie Glastuinbouw – Nieuw Amstel Oost II en III In het ontwerp Omgevingsprogramma staat beschreven dat Nieuw Amstel Oost II en III op termijn een ontwikkelperspectief zouden behouden binnen het glastuinbouwcluster. Voor gemeente Nieuwkoop is dit een aandachtspunt, omdat in eerdere bestuurlijke en ruimtelijke afwegingen al is vastgesteld dat het nut en de noodzaak van de plannen Nieuw Amstel Oost I, II en III uitvoerig zijn beoordeeld. Daarbij is geconcludeerd dat de ontwikkelingen in Oost II en III niet uitvoerbaar en niet financieel haalbaar zijn, waardoor deze locaties geen realistisch perspectief bieden voor verdere ontwikkeling. Bovendien wordt door Greenport Aalsmeer aangegeven dat er geen behoefte bestaat aan uitbreiding op deze locaties. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • •

in het Omgevingsprogramma en de verordening te verduidelijken dat Nieuw Amstel Oost II en III geen toekomstig ontwikkelperspectief meer hebben binnen het glastuinbouwcluster; verwijzingen naar mogelijke toekomstige ontwikkeling of transformatie van Nieuw Amstel Oost II en III te actualiseren, zodat deze aansluiten bij de eerder gezamenlijk vastgestelde inzichten

Economische ontwikkeling binnen beschikbare ruimte en de 3-halocaties In de ontwerpwijziging van de Omgevingsvisie stelt de provincie dat economische ontwikkeling dient plaats te vinden binnen de beschikbare ruimte, inclusief de 3-ha-locaties. Dit verwijst naar het bestaande ruimtelijke regime waarin uitbreidingen van bedrijventerreinen buiten bestaand stads- en dorpsgebied slechts mogelijk zijn tot maximaal drie hectare. De provincie past hiermee een systematiek toe die oorspronkelijk bedoeld was om verrommeling van het landschap te voorkomen en zorgvuldig ruimtegebruik af te dwingen. Voor gemeente Nieuwkoop heeft dit belangrijke praktische consequenties. De bedrijventerreinen in gemeente Nieuwkoop zijn kleinschalig en vaak ingebed in het landelijk gebied. Bedrijven krijgen te maken met gelijktijdige opgaven zoals het verduurzamen van logistieke processen, uitbreidingsruimte voor installaties zoals warmtepompen, zonnepanelen, grootschalige laadinstallaties en andere energievoorzieningen, en een toenemende druk op bedrijfspercelen doordat logistieke stromen veranderen. Voor deze ontwikkelingen is fysieke ruimte nodig, zowel voor uitbreiding als voor flexibiliteit in de bedrijfsvoering. Het strikte 3-ha-regime maakt deze opgaven in de praktijk moeilijk uitvoerbaar.

Daarmee komt in gemeente Nieuwkoop, zoals bij bedrijventerrein De Olm, niet alleen de verduurzaming van bedrijven in het geding, maar ook het principe van wonen en werken dichtbij, dat juist in landelijke gemeenten essentieel is. Nieuwkoop kent veel lokale MKBbedrijven met sterke regionale wortels, die van grote waarde zijn voor de gemeenschap én voor de bredere Zuid-Hollandse economie, onder meer als toeleveranciers in internationale ketens, de bouw en de maakindustrie. Wanneer deze bedrijven door ruimtelijke beperkingen niet kunnen groeien of verduurzamen, dreigt verlies aan regionale economische kracht. Maatwerk per bedrijventerrein is daarom noodzakelijk om deze bedrijven te behouden en hun bijdrage aan Zuid-Holland te borgen. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

in het omgevingsbeleid op te nemen dat voor bestaande bedrijventerreinen kan worden afgeweken van het strikte 3-ha-regime, zoals voor bedrijventerrein De Olm, zodat uitbreidingen die noodzakelijk zijn voor verduurzaming en zorgvuldig ruimtegebruik mogelijk blijven;

•

•

maatwerk per bedrijventerrein toe te staan, gebaseerd op lokale omstandigheden, landschappelijke kwaliteiten en regionale afspraken binnen Holland Rijnland, aangezien verduurzaming vrijwel altijd extra fysieke ruimte vraagt en dat deze ruimte binnen een generiek 3-ha-plafond niet toereikend is; te verduidelijken dat de verduurzamingsopgave van bedrijven wordt beschouwd als een zwaarwegend belang dat moet worden meegewogen bij ruimtelijke afwegingen.

Terminologie: zwaarwegend belang bij uitbreidingsruimte bedrijventerreinen In de ontwerpwijziging van de Omgevingsvisie is opgenomen dat uitbreidingen van bedrijventerreinen slechts mogelijk zijn indien sprake is van een zwaarwegend belang. De term wordt echter niet gedefinieerd en komt ook in het Omgevingsprogramma en de Omgevingsverordening niet terug als uitgewerkt criterium. Voor gemeente Nieuwkoop is dit een belangrijk aandachtspunt. Het MKB maakt transities naar hernieuwbare energievoorzieningen en circulaire economie mogelijk. Veel bedrijven zijn lokaal gewortelde familiebedrijven, het behoud van deze lokale werkgelegenheid en continuïteit van deze bedrijven is van groot belang voor de economische stabiliteit van de gemeente. Het ontbreken van een duidelijke definitie van “zwaarwegend belang” creëert rechtsonzekerheid, zowel voor bedrijven als voor gemeente Nieuwkoop zelf. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • • • •

de term “zwaarwegend belang” duidelijk te definiëren, bij voorkeur zowel in de Omgevingsvisie als in de verordening; criteria op te nemen die richting geven aan de toepassing van het begrip, waaronder economische urgentie, wettelijke verplichtingen zoals de energietransitie, regionale werkgelegenheid en continuïteit van bestaande bedrijven; voorbeelden in de toelichting op te nemen, zodat de toepassing van dit begrip voor alle gemeenten uniform en voorspelbaar is; vast te leggen dat zwaarwegende belangen zowel op regionaal als op lokaal niveau kunnen worden aangetoond en gewaardeerd.

Mobiliteit en parkeren (zie ook Wonen en woningbouw Functiewijziging niet-woongebouwen naar wonen en de HOV-voorwaarde)

Adequaat openbaar vervoer – realisme voor landelijke gemeenten In het Servicedocument Omgevingsprogramma beschrijft de provincie haar visie op mobiliteit. Een centraal uitgangspunt is dat Zuid-Holland moet beschikken over een “adequaat en duurzaam aanbod van openbaar vervoer”, dat volgens de provincie snel, frequent, betrouwbaar, beschikbaar en betaalbaar moet zijn. In samenhang hiermee streeft de provincie naar woningbouw nabij hoogwaardig openbaar vervoer (HOV), lagere parkeernormen op deze locaties en een mobiliteitsmix met meer lopen, fietsen en deelmobiliteit. Voor gemeente Nieuwkoop is dit uitgangspunt echter niet vanzelfsprekend toepasbaar. Gemeente kent geen HOV-knooppunten binnen of nabij de eigen grenzen en is aangewezen op regulier busvervoer met beperkte frequentie. Hierdoor is de auto voor veel inwoners een noodzakelijk vervoermiddel. Dit geldt in het bijzonder voor ouderen, forensen en studenten. Door het ontbreken van HOV-verbindingen leidt toepassing van het provinciale kader tot knelpunten. Lagere parkeernormen die uitgaan van een goed OV-aanbod kunnen in Nieuwkoop niet op een realistische manier worden gemotiveerd en kunnen in de praktijk leiden tot parkeertekorten, parkeerdruk in woonstraten en aantasting van de leefbaarheid.

Bovendien betekent een mobiliteitsbeleid dat sterk leunt op HOV dat landelijke gemeenten structureel in het nadeel zijn en minder gebruik kunnen maken van ontwikkelingsruimte die binnen andere gemeenten wél eenvoudig mogelijk is. Bovendien is gemeente Nieuwkoop afhankelijk van provincie en Rijksoverheid op het gebied van (H)OV. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • • • •

in het Omgevingsprogramma en het servicedocument expliciet te benoemen dat adequaat OV in landelijke gebieden een andere invulling vraagt dan in stedelijke omgevingen; vast te leggen dat de provincie bereid is te investeren in kwaliteit en frequentie van OV in plattelandsgebieden zoals gemeente Nieuwkoop; het begrip adequaat OV zodanig te definiëren dat ook regulier busvervoer met beperkte frequentie binnen een realistisch en uitvoerbaar kader valt; te borgen dat lagere parkeernormen uitsluitend dwingend gelden wanneer daadwerkelijk sprake is van hoogwaardig OV.

Compact bouwen, hogere dichtheden en parkeernormen In het Servicedocument Omgevingsvisie, het Ontwerp Omgevingsprogramma en in de Ontwerp-Omgevingsverordening: 7.41ee (straatje erbij) legt de provincie vast dat stedelijke en dorpse gebieden compact moeten worden ontwikkeld, met een minimale dichtheid van 33 woningen per hectare. Daarbij worden lagere parkeernormen ingezet als instrument om ruimte in het plangebied efficiënter te gebruiken en autogebruik te ontmoedigen. De provincie motiveert dit door te wijzen op de mobiliteitstransitie, de wens om open ruimte te beschermen en de behoefte om woningbouw efficiënt te realiseren. Voor gemeente Nieuwkoop betekent dit echter dat een generieke inzet op hoge dichtheden en lage parkeernormen niet past bij het dorps karakter van de kernen. Hoge dichtheden kunnen leiden tot ingrepen in het dorpsbeeld en een ongewenste druk op de fysieke leefomgeving. Lagere parkeernormen sluiten bovendien niet aan bij het daadwerkelijke autobezit in een gemeente zonder HOV, waar bewoners afhankelijk zijn van de auto voor werk, school, zorg, recreatie en voorzieningen. ‘Daarbij komt dat zonder het dorpse karakter van de dorpen aan te tasten het toevoegen van parkeerruimtes in of onder gebouwen niet rendabel is.’ Daarnaast hebben hogere dichtheden in landelijke gemeenten andere ruimtelijke effecten dan in stedelijke gebieden.

Uitbreiding in de hoogte of in compacte verkavelingsvormen past niet

altijd bij de karakteristiek van de dorpen van gemeente Nieuwkoop. Nog daargelaten de eisen die gesteld worden aan klimaatadaptatie en waterberging. Ook de inrichting van de openbare ruimte komt onder druk te staan als er in onvoldoende parkeerruimte wordt voorzien. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • • •

expliciet onderscheid te maken tussen stedelijke en landelijke gebieden bij dichtheden en parkeernormen; de praktijk van het autobezit in landelijke gemeenten leidend te laten zijn bij het bepalen van de parkeernormen; lagere parkeernormen niet generiek toe te passen in gebieden zonder HOV.

Gemeente Nieuwkoop is bereid om lokale data over autobezit en parkeerdruk aan te leveren en vraagt de provincie om deze gegevens als uitgangspunt te hanteren.

Woningbouw bij HOV en toepassing van parkeernormen De Omgevingsvisie stelt dat voorkeur wordt gegeven aan woningbouw nabij HOV-locaties, waar de hoogste dichtheden moeten worden gerealiseerd en waar lage parkeernormen gecombineerd worden met deelmobiliteit en parkeeroplossingen op afstand. Deze strategie is begrijpelijk in een stedelijke context maar is niet toepasbaar op gemeente Nieuwkoop, omdat de gemeente geen HOV-knooppunten kent en niet binnen afzienbare tijd kan beschikken over infrastructuur die vergelijkbaar is met lightrail, rapidbus of frequent regionaal OV. Als dit kader zonder aanpassing op gemeente Nieuwkoop zou worden toegepast, ontstaat een ongelijk speelveld. Gemeenten met HOV krijgen ontwikkelingsruimte, terwijl gemeenten zonder HOV worden beperkt, ook wanneer zij voldoen aan andere voorwaarden zoals fietsverbindingen, regulier OV en nabijheid van voorzieningen. Dit raakt direct de brede welvaart van de inwoners en ondernemers in ons gebied en zorgt voor afname van brede welvaart in de toekomst. Terwijl de provincie juist een verbetering van de brede welvaart voor ogen heeft, voor heel Zuid-Holland. Een strikte koppeling tussen ontwikkelingsruimte, HOV-nabijheid en parkeernormen is daardoor voor gemeente Nieuwkoop onrealistisch en bovendien disproportioneel. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • • •

in de Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma op te nemen dat woningbouw ook mogelijk blijft buiten (H)OV, zones, mits de bereikbaarheid op andere manieren goed is geregeld; vast te leggen dat lage parkeernormen uitsluitend gelden voor HOV-locaties en niet automatisch worden toegepast in gemeenten zonder HOV; een vorm van maatwerk te bieden waarmee landelijke gemeenten gelijkwaardig kunnen deelnemen aan regionale programmeringsafspraken.

Asielopvang In de ontwerpwijziging van de Omgevingsvisie beschrijft de provincie dat opvang van asielzoekers in beginsel binnen bestaand stads en dorpsgebied plaatsvindt, met een faciliterende en coördinerende rol voor de provincie. Ook wordt aangegeven dat Gedeputeerde Staten, gezien de omvang van de opgave, op aanvraag van gemeenten ontheffing kunnen verlenen van de Omgevingsverordening om opvanglocaties mogelijk te maken. Voor gemeente Nieuwkoop is dit van direct belang. Nieuwkoop zoekt, samen met Kaag en Braassem, naar een locatie voor de uitvoering van de Spreidingswet, conform de uitgangspunten uit de provinciale brief van 12 december 2023. In deze brief is nadrukkelijk ruimte geboden om te zoeken buiten bestaand stads en dorpsgebied. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

in de Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma te bevestigen dat gemeenten met kleine kernen de mogelijkheid behouden om opvanglocaties voor asielzoekers buiten bestaand stads en dorpsgebied te realiseren, conform de provinciale brief van 12 december 2023.

Recreatieparken Provinciale regeling voor verblijfsrecreatieparken In de ontwerpwijziging van de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening is een specifieke regeling opgenomen voor verblijfsrecreatieparken. De provincie werkt daarbij met een lijst recreatieparken waarvoor onder voorwaarden uitzonderingen kunnen worden toegestaan op het verbod van permanente bewoning en op functiewijziging. In de toelichting wordt beschreven dat deze parken gebiedsgericht worden aangewezen en dat gemeenten beleidsruimte krijgen om, binnen het provinciale kader, eigen keuzes te maken rondom legalisatie, functiewijziging en verevening. Hiermee introduceert de provincie een systematiek die recreatieparken expliciet meeneemt in het provinciale ruimtelijke regime en tegelijkertijd ruimte laat voor lokaal maatwerk. Voor gemeente Nieuwkoop is met name van belang dat zeven recreatieparken in Zevenhoven op deze provinciale lijst worden geplaatst. Daarmee ontstaat voor het eerst een concreet perspectief op legalisatie van bestaande bewoning en op functiewijziging naar een permanente woonbestemming. Hoewel de provincie met deze regeling een ontwikkelperspectief biedt, bestaat er tegelijkertijd een belangrijke complicerende factor. In een recente brief aan gemeente Nieuwkoop heeft de provincie aangegeven dat de gemeente uiterlijk 10 februari 2026 een financiële verordening moet hebben vastgesteld.

Het voldoen aan deze termijn is helaas niet realistisch. De gemeente Nieuwkoop is op dit moment bezig met het ontwikkelen van scenario’s voor verevening en met het voeren van gesprekken met eigenaren via de besturen van de Vereniging van Eigenaren. De beschikbare tijd tot 10 februari 2026 is ontoereikend om deze complexe opgave op een zorgvuldige en uitvoerbare wijze te laten landen in een voorstel voor verevening. Gelukkig heeft u in uw brief van 30 september 2025 opgenomen dat wanneer het niet lukt de financiële verordening tijdig vast te stellen dat u dan de herziening van de onderhavige recreatieparken doorschuift naar een volgende (modulaire) herziening van het provinciaal Omgevingsbeleid. Hiervan maken wij graag gebruik. Daarnaast willen wij gebruik maken van het inspreekrecht voor het onderwerp recreatieparken, mochten wij concrete stappen gezet hebben over de financiële verevening. Wij zijn in goed overleg met ambtenaren van uw provincie over de verevening. Uit onze analyse komt naar voren dat voor de casus van Nieuwkoop het werken met anterieure overeenkomsten het meest geschikt is om afspraken over verevening te maken met de eigenaren van de parken. Wij worden hierbij ondersteund door experts van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO).

Gemeente Nieuwkoop onderschrijft de provinciale inzet om via de Omgevingsverordening een kader te bieden voor legalisatie en functiewijziging van recreatieparken en wil de zeven recreatieparken in Zevenhoven graag onder deze regeling brengen. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

de parken opnieuw op te nemen in een volgende herziening van het Omgevingsbeleid.

Provinciale beschrijving van vliegtuiggeluid in het OER De gemeente Nieuwkoop heeft kennisgenomen van het Omgevingseffectrapport (OER) behorend bij de herziening van het Omgevingsbeleid 2025. Wij constateren dat de provincie daarin terecht aandacht besteedt aan de geluidssituatie in Zuid-Holland en specifiek benoemt dat in Nieuwkoop 21,5% van de inwoners ernstig gehinderd is door vliegtuiggeluid. Hiermee wordt bevestigd dat de impact van Schiphol zich uitstrekt tot buiten de directe luchthavenregio. De gemeente onderschrijft de conclusie dat de huidige wettelijke kaders voor luchtvaartgeluid onvoldoende bescherming bieden tegen toenemende hinder. De ontwikkeling van nieuwe geluidproductieplafonds onder de Omgevingswet vraagt daarom om een zorgvuldige afweging, waarbij cumulatieve geluidbelasting — inclusief vliegverkeer — steeds wordt betrokken bij ruimtelijke keuzes. Voor Nieuwkoop heeft de hoge geluidbelasting directe gevolgen voor woningbouw, infrastructuur en het leefklimaat in onze kernen. Het is dan ook van belang dat de provincie in haar beleid expliciet rekening houdt met gemeenten die, ondanks hun grotere afstand tot Schiphol, aantoonbaar zwaar door geluid worden geraakt. De gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie daarom om: • • • • •

gemeenten met een hoog percentage ernstig gehinderden, waaronder Nieuwkoop, actief te betrekken bij beleidsvorming rond Schiphol en luchtvaartgeluid; bij het inrichten van geluidproductieplafonds rekening te houden met de bestaande geluidruimte en ontwikkelbehoefte van Nieuwkoop, zodat woningbouw en voorzieningenontwikkeling niet verder worden beperkt dan noodzakelijk; de cumulatieve beoordeling van verschillende geluidbronnen (weg, luchtvaart, industrie, wind) stevig te borgen en te waken voor disproportionele effecten op gemeenten buiten de directe Schipholcorridor; structureel overleg met Nieuwkoop te organiseren over knelpunten die voortkomen uit nieuwe geluidnormeringen of wijzigingen in vliegpatronen; in de toelichting op het OER en het Omgevingsprogramma duidelijker te maken hoe de provincie omgaat met gemeenten die niet naast Schiphol liggen, maar wel structureel hoge geluidbelasting ondervinden.

Landschap Groen-blauwe dooradering De provincie legt in de Omgevingsvisie de ambitie vast om in Zuid-Holland tien procent groenblauwe dooradering te realiseren en rondom Natura 2000-gebieden aanvullende maatregelen te nemen om drukfactoren te verminderen. De gemeente Nieuwkoop onderschrijft het belang van een sterke groenblauwe structuur. In onze gebiedsontwikkelingen gaan wij daarom al uit van ‘omgekeerd ontwerpen’, waarbij met het maken van een plan wordt gestart met het inzetten van de kwaliteiten van de landschappelijke onderlegger. Als veenweide- en waterlandschap heeft Nieuwkoop nu al een hoog percentage groenblauwe dooradering wat de afgelopen jaren ook is toegenomen. Zo heeft gemeente Nieuwkoop, in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, circa 150 hectare natuuruitbreiding gerealiseerd in het project Ruygeborg II, een natuurgebied tussen de dorpen Noorden en Nieuwkoop. Dit project was onderdeel van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG). Een generieke extra opgave bovenop deze bestaande structuur legt echter onevenredige druk op de schaarse ruimte in een gemeente als Nieuwkoop. Nieuwe verplichtingen hebben direct impact op andere urgente ruimtelijke opgaven, zoals woningbouw, energietransitie, water en bodem sturend, landbouwstructuur en economische ontwikkelruimte.

Daarbij past dat groenblauwe dooradering regionaal wordt benaderd, omdat de landschappelijke uitgangssituatie per gemeente sterk verschilt. In gemeenten met al een zeer fijnmazige groenblauwe structuur is de meerwaarde van verdere uitbreiding beperkt, terwijl die in andere gemeenten juist groter kan zijn. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • • •

bij de verdere uitwerking expliciet rekening te houden met het feit dat Nieuwkoop reeds een hoog percentage groenblauwe dooradering heeft, waardoor aanvullende opgaven disproportioneel kunnen uitpakken; de ambitie voor groenblauwe dooradering regionaal te beleggen, in plaats van iedere gemeente dezelfde opgave te geven; de bestaande inspanningen en landschappelijke kwaliteiten van gemeenten als Nieuwkoop als vertrekpunt te nemen, zodat nieuwe opgaven uitvoerbaar blijven binnen de combinatie van andere ruimtelijke uitdagingen.

Verordeningstechnische zaken In dit onderdeel van de gemeentelijke zienswijze wordt specifiek ingegaan op de ZuidHollandse Omgevingsverordening. De gemeentelijke zienswijzen zijn aangegeven per specifiek artikel / paragraaf of, waar dat mogelijk bleek, gebundeld per onderwerp. In een aantal gevallen heeft gemeente Nieuwkoo een zienswijze op de Omgevingsvisie danwel het programma naar voren gebracht in dit document. In een aantal gevallen werken die onderwerpen ook door in de verordening. Voorbeelden hiervan (niet uitputtend) zijn de bepalingen inzake windenergie en de aanwijzing van locaties daarvoor, bepalingen over weidevogelgebieden en bepalingen over het waterpeil. Deze zienswijzen moeten geacht worden ook tegen de betreffende onderdelen van de verordening gericht te zijn. Omwille van de leesbaarheid en overzichtelijkheid is afgezien van het hier telkens herhalen van het eerder ingenomen standpunt / de zienswijze.

LiB 5 contour Schiphol (paragraaf 7.3.6) Gebieden binnen de bebouwingscontour streekplannen 2003 werden voor het bouwen van nieuwe woningen gelijkgesteld aan bestaand stads- en dorpsgebied (BSD) dat weer overeen kwam met het begrip ‘stedelijk gebied’ uit het Besluit ruimtelijke ordening. In de toelichting van de verordening wordt ten onrechte gesteld dat het laatste bestemmingsplan dat gebruik maakt van deze regeling onlangs is vastgesteld en dat daarmee de regeling (en de geometrie) kunnen vervallen. Deze constatering en gevolgtrekking is niet juist. Mogelijk worden hiermee de ‘witte vlekken’ bedoeld binnen de bebouwingscontour streekplannen 2003 (destijds ook geduid als ‘te ontwikkelen gebied’). Deze locaties zijn voor gemeente Nieuwkoop inderdaad allemaal (grotendeels) in ontwikkeling genomen. Het laten vervallen van de aanduiding ‘bebouwingscontour’ heeft echter ook buiten de ‘te ontwikkelen gebieden’ gevolgen. Gebieden binnen de voormalige bebouwingscontour worden immers door de huidige verordening aangewezen als bestaand stads- en dorpsgebied / stedelijk gebied. Het laten vervallen van deze aanduiding houdt dus in dat deze status voor delen van dit gebied op zijn minst ter discussie zou kunnen komen te staan. Gmeente Nieuwkoop acht dat niet wenselijk en op het gebied van de rechtszekerheid ook niet uitlegbaar aan betrokken partijen.

Deze gebieden hebben deze status immers al meer dan 20 jaar. Het veranderen hiervan heeft (op lokaal niveau) ingrijpende gevolgen, met name aan de randen van deze gebieden als het gaat om inbreiding en herstructurering, maar ook om kleinschalige ontwikkeling. Door het schrappen van deze contour verdwijnen er daarmee bouwmogelijkheden binnen die gebieden en worden initiatieven beoordeeld naar de kaders van het beschermingsgebied onbebouwde ruimte. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

De status ‘stedelijk gebied’ in stand te houden voor alle gebieden die in de bebouwingscontour streekplannen 2003 zijn aangemerkt als bestaand stads- en dorpsgebied en hiermee dus de bouw- en gebruiksmogelijkheden onverminderd in stand te laten.

Beschermingsgebied onbebouwde ruimte (paragraaf 7.3.6a en 7.3.7) In de ontwerpverordening zijn gebieden aangewezen als beschermingsgebied onbebouwde ruimte. In deze gebieden moet rekening gehouden worden met het beschikbaar houden van voldoende ruimte voor prioritaire ontwikkelingen zoals een toekomstbestendige en

veerkrachtige landbouwsector, klimaatadaptatie, duurzame energie, watervoorziening en natuurherstel. In deze gebieden wordt dan ook een ‘nee, tenzij…’ principe gehanteerd voor stedelijke ontwikkelingen, behoudens enkele specifiek benoemde uitzonderingen. Gemeente Nieuwkoop onderschrijft de waarde van het Zuid-Hollands landschap in brede zin en de noodzaak om daar zorgvuldig en afgewogen mee om te gaan. Een ongeremde verspreiding van stedelijke functie is het buitengebied is ook wat gemeente Nieuwkoop betreft onwenselijk. Echter stelt gemeente Nieuwkoop vast dat aanzienlijke delen van verschillende kernen in het Nieuwkoops grondgebied vallen onder de aanduiding ‘beschermingsgebied onbebouwde ruimte’. Het gaat daarbij onder meer om volgende gebieden: • • • • • • • • • •

Kern Korteraar (Korteraarseweg, ten noorden van Kerkweg / Zevenhovenseweg) Kern Nieuwkoop (zuidkant / plaszijde van Zuideinde, Dorpsstraat en Noordenseweg) Kern Noorden (zuidkant / plaszijde van de Simon van Capelweg) Kern Noorden (Voorweg) Kern Noordse Dorp (Noordse Dorpsweg) Kern Woerdense Verlaat (zuidzijde Korte Meentweg) Kern Nieuwveen (Oude Nieuwveenseweg) Kern Ter Aar (noordzijde Kerkweg) Kern Langeraar (zuidzijde Langeraarseweg) Kern Vrouwenakker (gehele kern, met uitzondering van gebied ‘hart van Vrouwenakker, dat nu al is uitgezonderd)

Deze gebieden voldoen naar mening van gemeente Nieuwkoop aan de definitie van ‘stedelijk gebied’ zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en zouden daarom niet gekwalificeerd moeten worden als onbebouwde ruimte. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • •

gebieden die voldoen aan de definitie van ‘stedelijk gebied’ zoals opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) niet op te nemen in het gebied ‘beschermingsgebied onbebouwde ruimte’; voor de volledigheid geven wij hierbij nog aan dat de hiervoor genoemde gebieden naar oordeel van gemeente Nieuwkoop kwalificeren als zodanig gedefinieerd stedelijk gebied.

Woningsplitsing in buitengebied (geen specifieke paragraaf) De raad van gemeente Nieuwkoop heeft op 10 juli 2025 een motie aangenomen waarin de raad oproept om splitsing van wonignen ook in het buitengebied – waar doorgaans relatief grote woningen staan – mogelijk te maken. In de verordening zien wij op dit moment geen bepalingen opgenomen die zien op de mogelijkheid voor splitsing van woningen en dan met name woningen buiten het stedelijk gebied. Graag zie tgemeente Nieuwkoop een bevestiging dat de verordening een dergelijke ontwikkeling niet in de weg staat, danwel dat een bepaling wordt opgenomen die dit expliciet toestaat. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • te bevestigen dat splitsing van woningen buiten stedelijk gebied op basis van de verordening mogelijk is, danwel een bepaling op te nemen die het splitsen van woningen (ook buiten stedelijk gebied) expliciet toelaat.

Klimaatadaptief en toekomstbestendig ontwikkelen; cumulatie van eisen en randvoorwaarden (paragraaf 7.3.6a) Gemeente onderkent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen veel belangen spelen, zoals zuinig omgaan met de beschikbare ruimte, respect voor de waarden van het landschap in brede zin en rekening houden met de toekomst, waaronder duurzaam en klimaatadaptief bouwen, maar ook voor voldoende betaalbare huisvesting voor de juiste doelgroepen.. Gemeente Nieuwkoop ziet echter ook dat al deze genoemde aspecten (en meer) hun eigen plek krijgen in de verordening. Hierdoor dreigt de onderlinge samenhang uit het oog te geraken en is er het risico van cumulatie van maatregelen en eisen, zonder oog voor een realistische haalbaarheid en lokale omstandigheden. Bovendien moet er rekening mee gehouden worden dat de opties voor lokale ontwikkelmogelijkheden vaak (zeer) beperkt zijn. De behoefte is vaak lokaal van aard en laat zich lang niet altijd op een andere plek invullen. Tegelijkertijd zijn de opties vaak beperkt en is er niet de luxe om te kiezen voor de meest optimale locatie, maar is de opgave doorgaans het optimaliseren van de enige beschikbare locatie. Gemeente Nieuwkoop roept dan ook op om meer aandacht te geven aan de mogelijke gevolgen van cumulatie van eisen en er rekening mee te houden dat niet alles op iedere plek in dezelfde mate te realiseren is.

Het is essentieel dat er aandacht en ruimte voor specifieke oplossingen voor lokale problemen en uitdagingen. Het is onwenselijk dat goede lokale ontwikkelkansen verloren zouden gaan als gevolg van ambities op andere terreinen. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • •

voldoende aandacht te hebben voor een mogelijke cumulatie van eisen en voorschriften, die daarmee als geheel juist aan een toekomstbestendige ontwikkeling in de weg staan; in de verordening - bij recht - voldoende ruimte te laten voor lokaal maatwerk en op specifieke omstandigheden toegesneden oplossingen.

Straatje erbij (paragraaf 7.3.6a) Gemeente Nieuwkoop is blij dat de mogelijkheden voor ‘straatje erbij’ een duidelijke plek krijgen in het provinciaal omgevingsbeleid. Dit neemt echter niet weg dat wij hierbij een aantal opmerkingen en kanttekeningen willen plaatsen. Het gaat daarbij met name om de aspecten ‘minimale bebouwingsdichtheid’ en het beperken van deze regeling tot maximaal één locatie per kern en het uitsluiten van kernen met een grote buitenstedelijke bouwlocatie. Deze generieke regels lijken vooral opgesteld vanuit een meer stedelijke context en zonder oog voor lokale omstandigheden. Zoals elders in deze zienswijze ook al betoogd vragen wij om meer op de lokale omstandigheden toegesneden beleid, of althans expliciet de mogelijkheid voor lokaal maatwerk. Zeker op het Nieuwkoops schaalniveau (maar ook voor ‘straatje erbij’ meer in algemene zin) zal de voorgestelde minimale bebouwingsdichtheid leiden tot bouwvormen en woningtypen (zoals sommige vormen van hoogbouw) die niet aansluiten bij de lokale wensen, behoeften en stedenbouwkundige structuur van de kernen. Gemeente Nieuwkoop pleit er dan ook voor om primair uit te gaan van wat lokaal noodzakelijk en passend is, en niet op voorhand ongedifferentieerde technische randvoorwaarden te stellen.

Wat werkt en acceptabel is in een grootstedelijke context, is op een meer dorps niveau niet altijd en vanzelfsprekend een juiste keuze of benadering. Zo hanteert het Rijk in de (concept) Nota Ruimte het principe van het ‘wijkje erbij’ (tot circa 100 woningen) als passend instrument voor landelijke gemeenten met beperkte binnenstedelijke capaciteit.

Een zelfde uitgangspunt zou naar mening van gemeente Nieuwkoop ook op moeten gaan voor het aantal gevallen waarin ‘straatje erbij’ of ‘wijkje erbij’ bij een kern wordt toegepast. emeente roept op om hierbij uit te gaan van de lokale behoefte en de ruimtelijke geschiktheid (en beschikbaarheid) van lokaties. Het op voorhand uitsluiten van locaties omdat er elders aan een kern al eerder een ‘straatje erbij’ is toegepast (of een grote buitenstedelijke bouwlocatie ligt) is geen evenwichtig en verantwoord gebruik van de beschikbare ruimte. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • • • •

het provinciale instrument straatje erbij in artikel 7.41ee te verruimen naar een wijkje erbij, conform het landelijke kader; bij de toepassing van ‘straatje erbij’ niet op voorhand harde grenzen op te leggen met betrekking tot (onder meer) de minimale bebouwingsdichtheid en het maximaal aantal toepassingen per kern; bij de toepassing van ‘straatje erbij’ vooral oog te hebben voor de lokale kansen en behoeften en de geschiktheid van de locaties en dit uitgangspunt ook expliciet en rechtstreeks in de verordening op te nemen; in de toelichting op te nemen dat voor landelijke gemeenten de toepassing van straatje erbij niet beperkend mag uitpakken voor het realiseren van lokale woningbouwopgaven, regionale woondeals en doorstroming.

Voldoende sociale huurwoningen (paragraaf 7.3.8a) Zoals elders ook al opgemerkt met betrekking tot het realiseren van een voldoende aandeel sociale huurwoningen, stelt gemeente Nieuwkoop vast dat het aandeel dat is vastgelegd in de verordening niet overeenkomt met de afspraken die daar in regionaal verband – ook met de provincie – over zijn gemaakt. Regionaal is een aandeel van 30% sociale woningbouw overeen gekomen (voor nieuwbouwprojecten, gerekend over de gehele gemeentelijke programmering). In de verordening wordt echter een aandeel van 1/3 genoemd (oftewel 33.33%). Hoewel in de verordening ook een bepaling is opgenomen over de regionaal afgestemde woningbouwprogrammering, stelt gemeente vast dat hier op zijn minst ruimte voor conflicterende interpretaties is. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

de vermelding 1/3 aandeel sociale huurwoningen te vervangen door 30%, danwel (uitsluitend) een verwijzing naar de in regionaal verband gemaakte afspraken.

Afwijkingsmogelijkheid parkeernorm art. 7.45fa Omgevingsverordening In artikel 7.45fa van de Omgevingsverordening staat dat gemeenten bij buitenstedelijke woningbouwlocaties kunnen afwijken van de parkeernorm van 1,3 parkeerplaats per woning wanneer toepassing van deze norm leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat, of wanneer de locatie niet of onvoldoende wordt ontsloten door openbaar vervoer. Dit artikel is inhoudelijk niet gewijzigd. Voor gemeente Nieuwkoop is deze bepaling relevant, omdat de gemeente geen HOV en slechts beperkte OV-ontsluiting kent. De standaardnorm van 1,3 parkeerplaats per woning sluit hierdoor vaak niet aan bij de feitelijke situatie in een landelijke gemeente. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

te bevestigen dat in gemeenten zonder HOV de afwijkingsmogelijkheid de norm moet zijn en niet de uitzondering;

•

een toelichting toe te voegen waarin staat dat maatwerk voor landelijke gebieden het uitgangspunt is.

Bedrijven en bedrijventerreinen (paragraaf 7.3.11) Gemeente Nieuwkoop is van mening dat de nu geïntroduceerde systematiek van bedrijvengebieden, bedrijventerreinen, zware bedrijventerreinen, zware bedrijven en terreinen anders dan voor zware bedrijven onduidelijk en weinig consistent is. Naar mening van gemeente Nieuwkoop laat deze systematiek zich dan ook niet doorvertalen in een omgevingsplan dat voor inwoners en ondernemers (maar ook voor beroepsmatige gebruikers zoals overheden en adviseurs) te begrijpen en toe te passen is. Inhoudelijk kan gemeente Nieuwkoop zich niet vinden in de verplichte opname van een vergunningenstelsel voor de vestiging of wijzigen van bedrijven (bedrijfsactiviteiten) op een zwaar bedrijventerrein. Dit is een lastenverzwaring waar het bedrijfsleven als sector niet bij gebaat is, niet past in de bestuurlijke visie van Nieuwkoop en waar de gemeentelijke organisatie ook niet op is toegerust. Voor veel bedrijven – met name MKB – brengt dit extra kosten en onzekerheid met zich mee en kan dit noodzakelijke investeringen in verduurzaming en innovatie vertragen. Een dergelijk stelsel zal bovendien op termijn de verdringing van lichtere bedrijven tot gevolg hebben. waarbij het onduidelijk is waar dergelijke bedrijven zich dan in de toekomst wel kunnen vestigen.

Want hoewel het gaat om minder zware bedrijven, gaat het naar aard nog steeds om bedrijven die zich niet zonder meer in een woongebied of zelfs in een gemengd lint kunnen vestigen. Daarbij speelt niet alleen de aard en het karakter van dergelijke bedrijven een rol, maar ook simpelweg de aantallen. Vooralsnog zijn er geen signalen - althans niet in het ontwerp van de verordening - dat de ruimte voor bedrijventerreinen significant toe kan nemen. Dat zou dus inhouden dat dergelijke bedrijven voor hun vestigingsmogelijkheden zijn aangewezen op de bestaande dorpskernen die feitelijk grotendeels woonkernen zijn - of de gemeente danwel de provincie moeten verlaten. Ook die laatste omstandigheid ziet gemeente Nieuwkoop als een bedreiging voor de sector en indirect voor de leefbaarheid. Gemeente Nieuwkoop ligt aan de buitengrens van de provincie en de stap voor bedrijven om te verplaatsen naar Noord-Holland of Utrecht zal dan ook niet groot zijn. Dat met alle evidente gevolgen voor afname van leefbaarheid en lokale werkgelegenheid en toename van verkeersbewegingen tot gevolg. Een ander punt waar gemeente Nieuwkoop zich niet in kan vinden is de verplichte reservering van milieugebruiksruime binnen een straal van 300 meter van een zwaar bedrijventerrein.

Groter gebieden rond de bedrijventerreinen worden hiermee (onder overgangsbepalingen) feitelijk op slot gezet terwijl daar geen noodzaak voor is. Juist vanwege de opbouw en indeling van bedrijventerreinen - in ieder geval in de Nieuwkoopse situatie - is een dergelijke ruimteclaim onnodig en onevenredig bezwarend. De basis van de Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties maakt dat dergelijke omstandigheden meegenomen moeten worden in de afweging. Een bindend voorgeschreven verplichte ruimtereservering zonder op voorhand rekening te houden met andere feiten en omstandigheden past niet bij het (kunnen) maken van een evenwichtige keuze. Natuurlijk deelt gemeente Nieuwkoop het standpunt dat we op een goede en verantwoorde wijze met de schaarse ruimte om moeten gaan .Daarbij hoort ook het uitgangspunt dat de bedrijventerreinen beschikbaar zijn en blijven voor bedrijfsactiviteiten die elders niet passend of niet wenselijk zijn. Gemeente Nieuwkoop is echter van mening dat een aantal van de daarvoor voorgestelde keuzes in deze ontwerpverordening niet de juiste weg zijn en verzoekt dan ook nadrukkelijk om die keuzes te heroverwegen.

Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • • •

•

de systematiek en terminologie van paragraaf 7.3.11 ter herzien en te vereenvoudigen op een wijze waarop dit via een duidelijke en uitlegbare manier is op te nemen in het omgevingsplan; af te zien van de (planologische) vergunningplicht voor de vestiging of wijziging van bedrijfsactiviteiten op (zware) bedrijventerreinen; in het verlengde daarvan ook af te zien van regelgeving en/of instructieregels die de aanwezigheid of vestiging van lichtere bedrijven op bedrijventerreinen beperkt of belemmert. De bedrijven waar hier op gedoeld wordt zijn de bedrijven die door hun aard, aantal, en/of omvang zich niet kunnen vestigen (of waarvan vestiging niet gewenst is) in woongebieden, dorpslinten of in het buitengebied; af te zien van het opnemen van een verplichte ruimteclaim voor milieugebruiksruimte zware bedrijven.

Bedrijven en bedrijventerreinen - technische zienswijze In de geometrie van de bedrijvengebieden is het gebied aan de oostzijde van de Grendel (in de kern Nieuwkoop) ten onrechte nog opgenomen als bedrijvengebied. Bij de herziening van het toenmalige bestemmingsplan Kern Nieuwkoop heeft dit gebied een woonfunctie gekregen. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

de geometrie van het het bedrijvengebied aan de oostzijde van de Grendel in de kern Nieuwkoop aan te passen conform de functie in het tijdelijk deel omgevingsplan en dit deel van het gebied dus niet meer op te nemen als bedrijvengebied.

Huisvesting arbeidsmigranten (paragraaf 7.3.12) In de verordening word op een aantal punten ingegaan op de huisvesting van arbeidsmigranten (volgens short- en midstay principe). In de verordening wordt dit gekoppeld aan de agrarische sector c.q. de tuinbouwsector. De pratijk is dat veel arbeidsmigranten ook in andere sectoren werken zoals de bouwsector en de logistiek (specifiek in de Nieuwkoopse situati is dat ook Schiphol). Ook deze arbeidskrachten vervullen een belangrijke rol voor de economische sector en ervaren voor een deel ook soortgelijke problemen op het gebied van (tijdelijke) huisvesting. In het verlengde daarvan pleit gemeente Nieuwkoop ook voor de mogelijkheid voor het toekenen van een permanente status aan de arbeidsmigrantenhuisvesting aan de Oostkanaalweg in Papenveer. Deze locatie voorziet, al ongeveer 20 jaar, zonder meer in een lokale en bovenlokale behoefte en is naar mening van de gemeente een ruimtelijk geschikte locatie. Het is in de praktijk geen tijdelijke voorziening meer. Het blijkt dat de tijdelijke status waaronder de huisvesting nu plaats vindt belemmerend werkt op de investeringsmogelijkheden en daarmee indirect op de kwaliteit van de huisvesting. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • •

ook aandacht te besteden aan mogelijkheden van huisvesting van arbeidsmigranten in andere sectoren dan de agrarische sector / tuinbouwsector en daarvoor gelijkwaardige mogelijkheden op te nemen; ruimte te geven voor het permanent maken van de huisvesting van arbeidsmigranten op de nu bestaande locatie aan de Oostkanaalweg in Papenveer.

Overgangsrecht (paragraaf 7.3.25) Met betrekking tot het overgangsrecht is als peilmoment opgenomen het ‘vastgesteld ontwerp’ van een wijziging omgevingsplan. Het omgevingsrecht kent een dergelijke term echter niet. Wij vragen u dan ook om te verduidelijken welk moment hiermee bedoeld wordt: • datum van de publicatie van een ontwerp wijziging omgevingsplan (start zienswijzenperiode); • datum van vaststelling van het plan door het bevoegd gezag (datum raadsbesluit of bij delegatie: collegebesluit); • of mogelijk nog een andere datum die bedoeld wordt, zoals de kennisgeving voornemen omgevingsplan (16.29 Ow) of de datum inwerkingtreding van de wijziging. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

te verduidelijken welke peildatum bedoeld wordt bij toepassing van het overgangsrecht.

Bijlage IX - technische zienswijze In de tabel B1 van Bijlage IX is bij het plan ‘Vrouwenakker’ ten onrechte de plaatsnaam Nieuwkoop vermeld. De juiste plaatsnaam is Vrouwenakker. Gemeente Nieuwkoop verzoekt om de tekst in de tabel hierop aan te passen. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

de plaatsnaam bij de naam locatie ‘Vrouwenakker’ in tabel B1 te corrigeren naar ‘Vrouwenakker’.

Bijlage XX In de wijziging van de verordening wordt aangegeven dat de advieslijst voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten wordt overgeheveld als bijlage naar de ZHOV. Hoewel dit louter een administratieve handeling zou moeten betreffen. De praktijk is nu echter dat de lijst gelijktijdig aanzienlijk is uitgebreid met een aantal onderwerpen die ook nieuw in de advieslijst is opgenomen. Gemeente Nieuwkoop is van mening dat met voldoende duidelijke kaders een uitbreiding van het adviesrecht een verder overbodige stap is die vooral een vergroting van de administratieve lasten tot gevolg heeft en vertragend gaat werken in de besluitvorming en uitvoering. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

voor bijlage XX te volstaan met een administratieve overheveling van de bestaande regeling en hierin geen verdere uitbreiding van de adviestaken in op te nemen.

Artikel 7.43 – definitie van ruimtelijke ontwikkeling Artikel 7.43 introduceert een definitie van “ruimtelijke ontwikkeling”, maar de reikwijdte daarvan blijft beperkt en open voor interpretatie. De begripsomschrijving maakt onvoldoende onderscheid tussen fysieke ingrepen, gebruikswijzigingen, planologische wijzigingen en beleidsmatige aanpassingen. Omdat veel bepalingen in hoofdstuk 7 alleen gelden voor “ruimtelijke ontwikkelingen”, is een heldere definitie essentieel om te voorkomen dat deze term te breed wordt uitgelegd. Voor gemeente Nieuwkoop kan een te ruime interpretatie leiden tot onnodige provinciale advies- of toetsingsmomenten. Dit remt de uitvoering van gemeentelijk beleid en kan leiden tot een stapeling van administratieve lasten voor kleine projecten die normaal gesproken een beperkte impact hebben op de leefomgeving. Tegelijkertijd creëert onduidelijkheid het risico dat gemeentelijke beleidswijzigingen ten onrechte worden aangemerkt als ruimtelijke ontwikkeling, met extra verplichtingen tot gevolg.

Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: • • • • • • • •

de definitie van “ruimtelijke ontwikkeling” aan te scherpen; onderscheid te maken tussen fysieke ingreep, gebruikswijziging en beleidswijziging; een uitputtende lijst van voorbeelden in de toelichting op te nemen; duidelijk te maken welke ontwikkelingen niet onder het begrip vallen; hiermee rechtszekerheid te bieden aan gemeenten en initiatiefnemers. duidelijk te maken wanneer advies zwaarwegend is en wanneer gemotiveerd mag worden afgeweken; de nut- en noodzaak van uitbreiding van de adviesplicht te onderbouwen; te borgen dat BOPA’s die passen binnen gemeentelijk beleid niet onnodig worden belast.

Bijlage IX – Correctie omvang grote buitenstedelijke bouwlocatie Ter Aar Noordoost In Bijlage IX, onder B, en in Bijlage II van de Omgevingsverordening zijn de grote buitenstedelijke bouwlocaties (3-ha-locaties) opgenomen. Voor gemeente Nieuwkoop betreft dit onder andere de locatie Ter Aar Noordoost. De provincie heeft deze locatie in de bijlagen opgenomen met een omvang van 7 hectare. Met de provincie is reeds bestuurlijk en ambtelijk afgestemd dat het feitelijke projectgebied Ter Aar Noordoost 11 hectare bedraagt, conform de gezamenlijke uitwerking en eerdere afstemming in het kader van de woningbouwprogrammering. De huidige vermelding van 7 hectare wijkt daarmee af van de overeengekomen projectgrens en biedt geen juist juridisch kader voor verdere planvorming. Gemeente Nieuwkoop verzoekt de provincie om: •

de omvang van de grote buitenstedelijke bouwlocatie Ter Aar Noordoost in Bijlage IX en Bijlage II te corrigeren van 7 hectare naar 11 hectare, conform de reeds gemaakte afspraken en het feitelijke projectgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=ed3e4c80-1a46-489a-b347-ade2a591fca1