6 - beoordeling Wet natuurbescherming
Tekst van het document
Sloop van woning aan de Westkanaalweg 31 in Papenveer Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming Opdrachtgever: v.o.f. Waterrijck
Groot Eco Advies 2019-104
Concept
09-12-2019
2e concept
17-08-2020
Definitief
28-10-2020
2
Inhoudsopgave 1 2 3 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 5 6
Inleiding Natuurwetgeving en -beleid Werkwijze Beschermde soorten en effectbeoordeling Flora Vogels Amfibieën, reptielen en vissen Zoogdieren Ongewervelden Gebiedsbescherming Conclusies
Literatuurlijst
4 6 9 10 10 10 12 13 14 15 17 18
3
1 Inleiding Aan de Westkanaalweg 31 in Papenveer wordt een woning gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw van twee woningen. In dit kader dienen eventuele effecten van de werkzaamheden getoetst te worden aan de natuurwetgeving.
Luchtfoto met daarop de ligging van de locatie Groot Eco Advies heeft in opdracht van v.o.f. Waterrijck op 21 november 2019 en 03 juni 2020 een veldbezoek afgelegd om de situatie ter plaatse te beoordelen. In deze rapportage worden de resultaten van het veldbezoek weergegeven en de eventuele effecten van de ruimtelijke ontwikkeling getoetst aan de natuurwetgeving.
Toetsing Wet natuurbescherming De toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming heeft concreet de volgende twee oogmerken: • Aannemelijk maken dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied niet worden aangetast. Het begrip ‘natuurlijke kenmerken’ moet worden gerelateerd aan de instandhoudings-doelstellingen voor het gebied: ze hebben te maken met de ecologische functies. • Aannemelijk maken dat een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten, dan wel de verstoring van soorten, niet optreedt.
4
De Wet natuurbescherming beschermt ook een aantal aangewezen dier- en plantensoorten. Bij ruimtelijke ingrepen dient te worden beoordeeld of er sprake is van negatieve effecten op beschermde dier- en plantensoorten.
Toetsing NNN en weidevogelleefgebied De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een samenhangend netwerk van (inter-) nationaal belangrijke, duurzaam te behouden ecosystemen. Voormalig staatssecretaris Dijksma introduceerde in 2014 de term NatuurNetwerk Nederland (NNN) om de term 'Ecologische Hoofdstructuur' (EHS) te vervangen. De NNN-toetsing dient om vast te stellen of de plannen het ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de ‘wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS’ in de weg staan. De toetsing heeft als oogmerk: • Aannemelijk te maken dat geen significant negatief effect optreedt op deze kenmerken. Belangrijke criteria waar deze toetsing op toespitst zijn ‘kwaliteit’, ‘areaal’ en ‘samenhang’ van het NNN-gebied.
5
2 Natuurwetgeving en -beleid Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet zijn de oude Boswet, Natuurbeschermingswet en de Flora- en faunawet samengevoegd tot één Natuurwet. Uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan. In de praktijk betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit bekeken moet worden of er sprake is van effecten of beschermde dieren en planten (soortenbescherming) en in bepaalde gevallen op natuurgebieden (gebiedsbescherming). Gebiedsbescherming Ligt een locatie waar een ruimtelijke ingreep of voorgenomen activiteit plaats vindt in of in de buurt van een Natura 2000 gebied dan is een toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Afhankelijk van de aard van de activiteit en de te beschermen waarden van (het) betreffende Natura 2000-gebied(en) dient beoordeeld te worden of en welke effecten er (mogelijk) aanwezig zijn. Soortbescherming Om te bepalen of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling wordt het stappenschema op pagina 7 doorlopen. Met de Wet natuurbescherming is de bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen in principe bij de provincie komen te liggen.
Ook gemeenten hebben een belangrijke rol bij de uitvoering van de Wet natuurbescherming. Is er sprake van een locatie gebonden activiteit met gevolgen voor wettelijk beschermde dier- en plantensoorten, moet ofwel een natuurtoets deel uitmaken van de procedure bij het verkrijgen van een omgevingsvergunning, ofwel er wordt voorafgaand aan de activiteit apart een ontheffing aangevraagd. Het is aan de gemeente om te beoordelen of de aanvraag voor een omgevingsvergunning volledig is, of dat de aanvrager apart ontheffing heeft aangevraagd. De provincie geeft op grond van de inhoudelijke toetsing al dan niet een Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) af. Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1. Soorten van de Vogelrichtlijn; 2. Soorten van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het verdrag van Bonn; 3. Andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels zijn beschermd. Daarnaast zijn ongeveer 230 andere soorten beschermd.
6
Stroomschema soortenbescherming
7
Om af te wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria te worden voldaan: 1. Er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling; 2. Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan; 3. De ingreep doet geen afbreuk aan de instandhouding van de soort. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten. In de wet zijn vormen van vrijstelling opgenomen, zoals de gedragscode, een programmatische aanpak of via de provinciale verordening. Verbodsbepalingen
8
3 Werkwijze De aanwezige natuurwaarden zijn in beeld gebracht door middel van een bronnenstudie en een veldbezoek.
Bureaustudie Voor de bureaustudie is gebruik gemaakt van landelijke, provinciale en (waar mogelijk) regionale bronnen met betrekking tot de verspreiding van beschermde planten en diersoorten.
Veldonderzoek Het veldbezoek is op 21 november 2019 door J. Groot uitgevoerd. In verband met onduidelijkheid over de omgrenzing van het plangebied is op een aanvullend bezoek afgelegd aan de locatie, voorafgaand aan een inventarisatieronde Gierzwaluwen en vleermuizen. De weersomstandigheden tijdens het bezoek van 21 november 219 waren redelijk: bewolkt, droog en 10 graden boven nul. De weersomstandigheden van het bezoek van 03 juni 2020 waren prima: 19 graden, half bewolkt en droog. Het veldbezoek was verkennend van aard, waarbij op basis van de summiere resultaten van de bureaustudie en de aanwezige terreintypen het voorkomen van beschermde planten en diersoorten is vastgesteld, of op basis van jarenlange velddeskundigheid is ingeschat.
9
4 Beschermde soorten en effectbeoordeling Voorgenomen werkzaamheden • Het slopen van de woning en houten garage aan de Westkanaalweg 31 in Papenveer. • Vervanging door nieuwbouw van twee woningen op de locatie. • Het kappen van een aanplant en dempen van een verlande en dichtgegroeide sloot.
4.1 Flora Op de locatie zijn geen beschermde plantensoorten of muurplanten waargenomen. Voor beschermde plantensoorten en muurplanten zijn geen geschikte groeiplaatsen aangetroffen.
Beplanting met jonge, dicht opeen groeiende boompjes, zonder potenties voor beschermde planten
4.2 Vogels De onderzochte woning is geschikt voor jaarrond beschermde broedvogels als Huismus en Gierzwaluw. Onder de dakpannen zijn geschikte invliegopeningen aanwezig.
10
Geschikte nesplaats voor Huismus en gierzwaluw
Invliegopening voor Gierzwaluw (en vleermuizen)
11
Rond de woning is gazon met wat ruigte en een enkele Kastanjeboom aanwezig. Nesten werden in de Kastanjeboom niet aangetroffen. De tuin heeft echter geen potenties voor broedvogels. In het plangebied is aangrenzend is een klein braamstruweel en aanplant aanwezig. Hier zullen in het broedseizoen diverse broedvogels broeden. De locatie en de aanplant zijn niet geschikt voor roofvogels en uilen. In de houten garage zijn geen braakballen van uilen aangetroffen. Er zijn ook geen geschikte invliegopeningen in de houten garage aanwezig.
12
4.3 Amfibieën, reptielen en vissen Grenzend aan het perceel is een beschoeide sloot aanwezig. Mogelijk verblijven hier algemene amfibieën en vissen. Op het perceel is een verlande en dichtgegroeide sloot aanwezig. deze heeft zijn functie verloren. Reptielen als de Ringslang worden op de locatie uitgesloten. De wateren blijven in het plan gehandhaafd. Effecten op amfibieën, reptielen en vissen zijn daarmee verwaarloosbaar. De locatie ligt ingeklemd tussen infrastructuur en bebouwing. Potenties voor de rugstreeppad zijn afwezig.
Door struweel en aanplant omringde sloot
Verlande sloot, die nagenoeg is dichtgegroeid.
13
4.4 Zoogdieren De woning is geschikt als verblijfplaats van Gewone dwergvleermuizen. Ze kunnen verblijven onder het daken en achter de betimmering. De enkelsteens muren zijn ongeschikt. In de directe omgeving is geschikt foerageergebied aanwezig. Daarnaast kunnen met name in de paarperiode tijdelijk Ruige dwergvleermuizen in de woning verblijven. Effecten op vleermuizen zijn daarmee niet uit te sluiten.
Het houten schuurtje is in beperkte mate geschikt voor vleermuizen.
14
Voor andere beschermde zoogdieren als Egel, Wezel en Hermelijn en beschermde muizensoorten zijn geen potenties aanwezig. Deze soorten zullen op de kleine locatie ontbreken. Effecten op deze soorten zijn dan ook niet aan de orde.
4.5 Ongewervelden Voor ongewervelden als beschermde vlinders en libellen ontbreekt geschikt leefgebied.
15
5 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Papenveer. Zowel het Natura 2000gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (5,2 kilometer) als NNN en weidevogelleefgebied liggen op ruime afstand van de locatie. Effecten van werkzaamheden op Natura 2000-gebied, NatuurNetwerk Nederland en weidevogelleefgebied kunnen op voorhand worden uitgesloten. In het kader van de stikstofproblematiek is wel nadere toetsing met betrekking tot stikstofdepositie noodzakelijk. Stikstofdepositie Het op 5,2 kilometer afstande liggende Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck is een Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen. In dit kader is een stikstofberekening nodig, welke ten grondslag dient te liggen aan een eventuele vergunningsaanvraag Wet natuurbescherming. Als gevolg van een uitspraak van de Raad van State wordt momenteel gewerkt aan een herziening van de wijze van stikstofberekening en de beoordeling hiervan.
Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van Natura 2000-gebied
16
Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van NNN
Ligging van de locatie (blauwe stip) ten opzichte van weidevogelleefgebied
17
6 Conclusies Beschermde soorten Op basis van deze quickscan wordt geconstateerd dat de woning en houten garage potenties herbergt voor vleermuizen, Gierzwaluw en Huismus. Voor andere beschermde soorten zijn geen potenties aanwezig. Door middel van gericht veldonderzoek kan worden vastgesteld of de genoemde soorten al dan niet aanwezig zijn. Broedende vogels mogen niet worden verstoord. Kap van de jonge aanplant dient buiten de broedperiode gestart te worden. Indien binnen de broedperiode gestart wordt met de kap, dient vooraf aantoonbaar te worden vastgesteld dat er geen broedende vogels in en direct rond het plangebied aanwezig zijn.
Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming in het kader Natura 2000, weidevogelleefgebied en NNN is niet aan de orde. Een voortoets is daarom niet nodig. Wel dient een stikstofberekening te worden uitgevoerd.
Aanbevelingen • • • •
Onderzoek naar vleermuizen uitvoeren (5 bezoeken in periode half mei- 1 oktober conform het vleermuisprotocol 2017). Onderzoek naar de Huismus uitvoeren (twee bezoeken in de periode 1 april-15 mei). Onderzoek uitvoeren naar de Gierzwaluw (drie bezoeken in de periode 1 juni-15 juli, waarvan 1x tussen 20 juni en 7 juli). Op verzoek van de Omgevingsdienst West-Holland de Rugstreeppad in het onderzoek betrekken.
18
Literatuurlijst BROEKHUIZEN, S., B. HOEKSTRA, V. VAN LAAR, C. SMEENK & J.B.M. THISSEN (RED.), 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. 3e herziene druk. KNNV Uitgeverij, Utrecht. CREEMERS, R.C.M., & J.C.W. VAN DELFT (RAVON, RED.), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland - Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. KNNV Uitgeverij, Utrecht. HERDER, J., J. KRANENBARG, D. HOOGENBOOM, J. HAMERS &K. DEKKER, 2012. Atlas van de Noord-Hollandse vissen 1980-2012. Landschap Noord-Holland, Stichting RAVON. JANSSEN, J.A.M., J.H.J SCHAMINÉE, 2004. Europese Natuur in Nederland, Soorten van de habitatrichtlijn. KNNV Uitgeverij, Utrecht. KAPTEYN, K., 1995. Vleermuizen in het landschap. Over hun ecologie, gedrag en verspreiding. Provincie Noord-Holland, Noordhollandse Zoogdierstudiegroep, Het Noordhollands Landschap, Haarlem. KRANENBARG, J. R.P.J.H. STRUIJK, M. SCHIPHOUWER, J. BERGSMA, K. DIDDEREN & J.E HERDER, 2015. De vissen van Zuid-Holland. Stichting RAVON, Nijmegen en Bureau Waardenburg, Culemborg. LIMPENS, H., K. MOSTERT & W. BONGERS (RED.), 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen: onderzoek naar verspreiding en ecologie. Utrecht. NEDERLANDSE VERENIGING VOOR LIBELLENSTUDIE 2002. De Nederlandse Libellen (Odonata). – Nederlandse Fauna 4.
Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. NIE, H.W. DE, 1997. Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen. 2e herziene druk. Media Publishing Int. bv, Doetinchem. SOVON, 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. Sovon, Nijmegen. STUMPEL, TON, STRIJBOSCH, HENK. 2006. Veldgids Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Utrecht. TWISK, P., A. VAN DIEPENBEEK & J.P. BEKKER, 2009. Veldgids Europese zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. VLEERMUISVAKBERAAD NETWERK GROENE BUREAUS, ZOOGDIERVERENIGING (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl
19