368 - Bijlage 7 Reactie op technische vragen van D66 - Vergunning Wnb Schiphol
Tekst van het document
Technische vraag D66 naar aanleiding van de brief over de natuurvergunning Schiphol.
“Ivm de aangeboden brief 368 over de natuurvergunning voor de Royal Schiphol Group en het bericht dat daarover via het presidium is verspreid, heb ik de volgende technische vraag, waarop ik graag vandaag nog een antwoord zou ontvangen. In welke juridisch besluit (wet, ministeriële regeling, vergunning ed) is eerder een concreet maximaal aantal vluchten vastgelegd voor RSG. Graag delen van het antwoord en het betreffende besluit/document met de raad.”
Antwoord: Vooralsnog is we elijk alleen een maximum aantal vliegtuigbewegingen voor de nacht vastgesteld. Het momenteel nog in procedure zijnde nieuwe Luchthavenverkeersbesluit moet daar verandering in brengen. Ten jde van het in procedure brengen van dat besluit was het de bedoeling het plafond voor het aantal vliegtuigbewegingen te verankeren op 500.000 vliegtuigbewegingen per jaar. Dit aantal en de juridische basis ervan is centraal komen te staan in het juridisch steekspel rond de krimpbeweging die het (inmiddels demissionaire) kabinet wil inze en naar een maximumverkeersvolume van 440.000 vliegtuigbewegingen per jaar. Ter uitvoering van dat voornemen zijn afgelopen jaar twee regelingen in procedure gebracht: de zogenoemde Experimenteerregeling en later een zogenoemde Balanced Approach-procedure. Over die Experimenteerregeling is het nodige geprocedeerd. De uitkomst hee inderdaad een verlaging van het plafond opgeleverd dat overigens op een later jds p in werking moet treden. Uit het vorenstaande moge duidelijk worden dat het bepalen van het plafond voor vliegtuigbewegingen een ander juridisch traject is dan de verlening van de nu aan de orde zijnde natuurvergunning. Verder komt uit de gevoerde juridische procedures naar voren dat het aantal van 500.000 vliegtuigbewegingen in juridisch opzicht wordt beschouwd als een bestaand recht.
Dit aantal is in zoverre relevant voor de nu verleende natuurvergunning, dat het een gegeven is waarop de effecten van de gevraagde ac viteit moest worden doorgerekend. Die doorrekening betre de zogenoemde “passende beoordeling”. Daarbij worden de effecten van de aangevraagde ac viteit op de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden beoordeeld. Voor deze vergunning zijn die effecten in beeld gebracht voor zowel het huidige toegestane maximum aantal van 500.000 vliegtuigbewegingen als voor de situa e waarbij het maximumverkeersvolume wordt teruggebracht naar 440.000 vliegtuigbewegingen. Deze doorrekening op 500.000 vliegtuigbewegingen maakt dat op welk aantal vliegtuigbewegingen het plafond uiteindelijk zal worden ingesteld, de natuurvergunning alleen van toepassing kan zijn tot dit maximum.