368 Bijlage 1 verleende Natuurvergunning aan Royal Schiphol Group
Tekst van het document
DGNV / 20307623
Nadere inhoudelijke voorschriften 10. Het is vergunninghouder toegestaan om in een gebruiksjaar een maximum van 440.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer te accommoderen op Schiphol. 11. Schiphol dient uiterlijk 1 november 2024 aan het bevoegd gezag een document aan te leveren dat inzicht geeft in de reëel te verwachten vlootsamenstelling bij 440.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer en de daarbij behorende airborne-emissies (c.q. emissies in de vluchtfase zoals gedefinieerd in Deelrapport 3b, ook wel aangeduid met landing and take-off). De afleiding van de vlootsamenstelling bij 440.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer dient op vergelijkbare wijze te geschieden als de wijze waarop de vlootsamenstelling voor 500.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer is afgeleid. 12. Daarnaast is het vergunninghouder toegestaan tijdelijk, dat wil zeggen tot het moment waarop het nieuwe LVB is in werking is getreden, in een gebruiksjaar een maximum van 500.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer te accommoderen op Schiphol. 13. Als in het LVB een hoger maximum aantal vliegtuigbewegingen handelsverkeer is vastgesteld dan 440.000, geldt dit hogere aantal, met dien verstande dat het aantal vliegtuigbewegingen handelsverkeer nooit meer mag zijn dan 500.000.
Schiphol dient uiterlijk 1 november 2024 aan het bevoegd gezag een document aan te leveren dat inzicht geeft in de reëel te verwachten vlootsamenstelling bij het desbetreffende aantal vliegtuigbewegingen handelsverkeer en de daarbij behorende airborne-emissies (c.q. emissies in de vluchtfase zoals gedefinieerd in Deelrapport 3b, ook wel aangeduid met landing and take-off). De afleiding van de vlootsamenstelling bij het desbetreffende aantal vliegtuigbewegingen handelsverkeer dient op vergelijkbare wijze te geschieden als de wijze waarop de vlootsamenstelling voor 500.000 vliegtuigbewegingen handelsverkeer is afgeleid. 14. Om rekening te houden met mogelijke toekomstige wijzigingen van de vlootsamenstelling is conform aanvraag een opslag van maximaal 6% op het op het totaal aan airborne-emissies zoals berekend in deelrapport 3b, dan wel berekend op grond van voorschrift 11 en 13, toegestaan.
Pagina 22 van 28
Directoraat-generaal Natuur en Visserij
15. Het is vergunninghouder toegestaan om general aviation te accommoderen op Schiphol. 16. Het is vergunninghouder toegestaan om de met de exploitatie van Schiphol samenhangende grondgebonden activiteiten uit te voeren of uit te doen voeren. 17. De verkeersaantrekkende werking mag het aantal van 76.713 verkeersbewegingen met fossiele verbrandingsmotor per jaargemiddeld etmaal niet overschrijden. 18. Het APU-gebruik dient te worden beperkt tot 5 minuten voorafgaand aan het vertrek van de vliegtuigen. 19. Bij het taxiën dient een reductie van stikstofemissie plaats te vinden van 15% ten opzichte van de bestaande situatie als gevolg van het uitschakelen van een motor; dit betekent dat de emissie ten gevolge van taxiën niet meer mag bedragen dan 277 ton/jaar NOx. 20. Het is vergunninghouder toegestaan diverse bouwwerkzaamheden in het kader van aanleg, renovatie en beheer uit te voeren, die onlosmakelijk zijn verbonden met de exploitatie van Schiphol. Hiervoor geldt als uitgangspunt dat er maximaal 46 ton/jaar NOx en 0,71 ton/jaar NH3 mag worden uitgestoten.
DGNV / 20307623
Rapportage, monitoring algemeen 21. Om te kunnen vaststellen of het project is uitgevoerd binnen hetgeen vergund is, vindt er jaarlijks monitoring plaats van de van de airborne-emissies (c.q. emissies in de vluchtfase zoals gedefinieerd in Deelrapport 3b, ook wel aangeduid met landing and take-off). Vergunninghouder dient daartoe jaarlijks, binnen een maand na afloop van het gebruiksjaar, een overzicht van het aantal vliegtuigbewegingen, inclusief de vliegtuigtypen/motorcombinaties die in dat gebruiksjaar hebben gevlogen en daarbij behorende airborneemissies op basis van de meest actuele emissiekentallen en berekeningsmethodieken, aan de toezichthouder aan te leveren. 22. De airborne-emissies zoals berekend in deelrapport 3b, dan wel berekend ingevolge voorschrift 11 en 13, worden jaarlijks, binnen een maand na afloop van het gebruiksjaar, opnieuw berekend op basis van de meest actuele emissiekentallen en berekeningsmethodieken. 23. In het overzicht, zoals genoemd onder voorschrift 21, dienen de berekende airborne-emissies op grond van voorschrift 21 (daadwerkelijk gevlogen) en op grond van voorschrift 22 (jaarlijkse aanpassing berekeningen) met elkaar te worden vergeleken. 24.
Vergunninghouder zal een monitoringsplan indienen gericht op de verdere elektrificatie van de grondoperaties waaronder het verminderen van het APUgebruik, zoals beschreven in voorschrift 18 en het uitschakelen van een motor tijdens het taxiën, zoals beschreven in voorschrift 19. 25. Genoemd monitoringsplan dient uiterlijk binnen 2 maanden na vergunningverlening aan de toezichthouder te worden aangeleverd. 26. Het monitoringsplan dient ten minste te omvatten: De wijze waarop: - de verdere elektrificatie van de grondoperaties waaronder de beperking van het APU-gebruik tot 5 minuten voorafgaand aan vertrek, en - het taxiën met een motor uitgeschakeld Pagina 23 van 28
Directoraat-generaal Natuur en Visserij
wordt geregistreerd alsmede de wijze waarop en de frequentie waarmee deze gegevens met de toezichthouder gedeeld worden. 27. Vergunninghouder is verplicht de werkzaamheden in het kader van aanleg, renovatie en beheer, inclusief de daarmee gepaard gaande stikstofemissie, vier weken voorafgaand aan de uitvoering te melden aan de toezichthouder.
DGNV / 20307623
Rapportage, monitoring verkeersaantrekkende werking 28. Vergunninghouder dient uiterlijk binnen 1,5 jaar na vergunningverlening bij alle parkeerplaatsen, drop off, K&R strook, taxi-standplaatsen en cargolocaties ANPR-camera’s te plaatsen en in werking te hebben. 29. Daarnaast dient vergunninghouder uiterlijk binnen een maand na vergunningverlening ’het aantal voertuigen op alle ingangen/toeritten van Schiphol te aan de hand van verkeerslussen c.q. bestaande registratiesystemen te registreren. 30. Vergunninghouder dient uiterlijk binnen 1 maand onderscheidenlijk 1,5 jaar na vergunningverlening de precieze locaties van reeds bestaande dan wel nieuwe (ANPR) camera’s aan te leveren aan de toezichthouder. 31. Vergunninghouder dient minimaal vier keer per jaar, dat wil zeggen binnen een maand na afloop van de volgende perioden: • 1 november- 1 februari • 1 februari- 1 mei • 1 mei-1 augustus • 1 augustus- 1 november aan toezichthouder te rapporteren: - het aantal motorvoertuigen van en naar Schiphol gemeten aan de hand van verkeerlussen bij alle ingangen/toeritten van Schiphol. - het aantal motorvoertuigen met brandstofmotor van en naar Schiphol gemeten met de camera’s bij alle parkeerplaatsen, drop off, K&R strook, taxistandplaatsen, inclusief hotel-en charterbussen, huurauto’s en auto’s van personeel, cargo-locaties en terminal logistiek (bevoorrading).
Zolang nog niet alle ANPR camera’s zijn geplaatst, kan de verhouding elektrisch/brandstofmotor worden afgeleid van de verhouding elektrisch/brandstofmotor op basis van de registratie met de bestaande camera’s bij de grote parkeerplaatsen en de K&R-strook. - alsmede voor de desbetreffende periode een (kwartaal)prognose aan te leveren van het aantal verkeersbewegingen met fossiele verbrandingsmotor. 32. Schiphol zal op verzoek van de toezichthouder zo nodig vaker rapporteren dan de hiervoor genoemde vier keer per jaar. 33. Alvorens de camera’s ten behoeve van de monitoring van de verkeersaantrekkende werking in gebruik worden genomen, dient vergunninghouder door middel van een audit - door een door de toezichthouder aan te wijzen auditor – aan te tonen dat het ‘systeem-ontwerp’ voor de monitoring, dat wil zeggen het via (ANPR) camera’s registeren van het aantal motorvoertuigen, de kwaliteit van de monitoringsresultaten voldoende borgt; 34. Ten behoeve van de controleerbaarheid dient vergunninghouder de periodieke tellingen/rapportages gebaseerd op de (ANPR) camera’s, voordat de gegevens/input is vervallen, beschikbaar te stellen aan een door de
Pagina 24 van 28
Directoraat-generaal Natuur en Visserij
toezichthouder aan te wijzen auditor zodat deze periodiek geaudit kunnen worden.
DGNV / 20307623
Toezicht 35. De vergunninghouder voert een administratie met daarin alle documenten die betrekking hebben op deze vergunning en op de naleving van de voorschriften, in het bijzonder de voorschriften 21, 26, 31, 32 en 34. 36. De vergunninghouder geeft alle medewerking aan de aangewezen toezichthouder en opsporingsambtenaren. 37. De vergunninghouder toont informatie en documenten op verzoek aan de bevoegde toezichthouder en opsporingsambtenaren. Beëindiging activiteiten saldogevers 38. Van deze vergunning kan uitsluitend gebruik worden gemaakt, indien de (saldogevende) activiteiten van de saldogevers zijn beëindigd en beëindigd blijven. Looptijd en geldigheid 39. De vergunning heeft een onbepaalde geldigheidsduur. TER INFORMATIE Op grond van afdeling 4.1.1 van de Awb kan een verzoek tot wijziging van de vergunning worden ingediend. Op grond van artikel 5.4, eerste en tweede lid, van de Wnb kan de verleende vergunning worden ingetrokken of gewijzigd. Als de vergunninghouder handelt in strijd met de vergunning, kan op grond van artikel 7.2, tweede lid, van de Wnb een last onder bestuursdwang worden opgelegd. Conform artikel 5:32, eerste lid, van de Awb kan een bestuursorgaan dat bevoegd is bestuursdwang toe te passen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen. Hoogachtend, De Minister voor Natuur en Stikstof, namens deze:
MT-lid Directoraat-Generaal Natuur en Visserij
Pagina 25 van 28
Directoraat-generaal Natuur en Visserij
DGNV / 20307623
Bijlagen: Nota van Antwoord PB Schiphol Deelrapport 1 - Hoofdrapport d.d. 2 juni 2023 PB Schiphol Deelrapport 2 - Scenario’s d.d. 17 maart 2023 PB Schiphol Deelrapport 3a - Mobiliteit - 13 september 2023 Excelbestand Tabellen referentie behorend bij deelrapport 3a Mobiliteit PB Schiphol Deelrapport 3b - Emissies en deposities d.d. juni 2023 PB Schiphol Deelrapport 3c – Geluid d.d. maart 2023 PB Schiphol Deelrapport 3d - Ecologische beoordeling d.d. 17 maart 2023 PB Schiphol Deelrapport 3e - Externe saldering d.d. 14 september 2023 Excelbestand Schiphol overzicht depositieresultaten conservatieve RAV-codes d.d. 14 september 2023 Memo Maatschappelijk verkeer Schiphol d.d.
27 juni 2023 ref 1 - Aanwijzing 2000 - wijzigingsbesluit 7 juni 2000 ref 2 - 20210421 CieMER - Toetsingsadvies ref 3 - 20210706 LNV – Aanvullingsverzoek (6 juli 2021) ref 4 - 20220221 LNV - Tweede aanvullingsverzoek (21 februari 2022) ref 5 - 20201218 RHDHV Passende beoordeling Schiphol ref 6 - 20200331 CieMER - Evaluatie stikstofberekeningen Lelystad Airport ref 7 - 20211202 Schiphol - Geluidsruimte Aanwijzing Luchtvaartterrein Schiphol 1996 ref 8 - 20210709 Kamerbrief - Vervolgacties nav het eindrapport van het Adviescollege Meten en Berekenen Stikstof ref 9 - MER NNHS 2020 Samenvatting ref 9a - MER NNHS 2020 Deel 1 - Hoofdrapport ref 9b - MER NNHS 2020 Deel 2 – Achtergronden ref 9c - MER NNHS 2020 Deel 3 - Scenario's ref 9d - MER NNHS 2020 Deel 4 - Deelrapporten ref 9e - 20211025 - Aanvulling MER ref 10 - 20220630 Schiphol - Aanvulling PB Schiphol - excl. bijlagen ref 11 - 20220714 LNV - Derde aanvullingsverzoek (14 juli 2022) ref 12 - 20221223 LNV - Vierde aanvullingsverzoek (23 december 2022) ref 13 - Ontwerpwijziging LVB 16 februari 2021 Aanvulling 13 juli 2023 Brief - Aanvulling PB Schiphol Maatschappelijk verkeer Herberekening effecten maatschappelijk verkeer na aanpassing extern salderen 20230915 Capaciteitsstudie situatie 1994 Maximaal haalbaar aantal vliegtuigbewegingen in 1994 SOCS rapport mei 1987 Capaciteitsstudie banenstelsel van schiphol LVNL feb 1990
Pagina 26 van 28
Directoraat-generaal Natuur en Visserij
Aerius: AERIUS berekeningen Amsterdam Airport Schiphol; referentie en voorgenomen activiteit, uitvoer en emissies. AERIUS_Maatschappelijk verkeer_20230913104201_TAXI_GARcf4RuEF2Jik AERIUS_Maatschappelijk verkeer 2_20230913104211_Vliegbronnen
DGNV / 20307623
Bovenstaande bijlagen en nadere onderliggende stukken zijn te vinden op Natuurvergunningen (overheid.nl) waar het besluit wordt gepubliceerd. GML bestanden zijn opvraagbaar bij wetnatuurbescherming@minlnv.nl
BEROEP Bent u het niet eens met het definitieve besluit? Als belanghebbende kunt u hiertegen in beroep gaan. U kunt uw beroepschrift digitaal of via een brief indienen. Digitaal dient u in via het beroepschriftformulier: https://formulier.rechtspraak.nl/burger/bestuur/beroepschrift/rechtbank U heeft hier een DigiD voor nodig. Let op: het digitale beroepschriftformulier is niet bruikbaar voor rechtspersonen of voor gemachtigden van rechtspersonen. Bedrijven als een besloten vennootschep (bv) of naamloze vennootschap (nv) en organisatie als een stichting of vereniging dienen hun stukken op papier in. Een eenmanszaak, vennootschep onder firma (vof) of commanditaire vennootschap (cv) kan de formulieren wel gebruiken. Zij kunnen inloggen met hun DigiD. Via een brief. Vermeld in uw beroepschrift: uw naam en adres • het besluit waartegen u in beroep gaat • waarom u het niet eens bent met de beslissing van het bestuursorgaan • wat de beslissing volgens u moet zijn • Dateer en onderteken het beroepschrift. Uw woonplaats is bepalend bij de vraag bij welke rechtbank u uw beroepschrift moet indienen. Heeft u geen woonplaats in Nederland dan is de zetel van het bestuursorgaan bepalend. Via https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Contact#contactgegevens kunt u nagaan bij welke rechtbank u uw beroepschrift moet indienen.
Stuur de stukken die belangrijk zijn voor de rechter mee met het beroepschrift. In elk geval: het besluit waartegen u beroep instelt. • eventuele documenten en foto's waarmee u uw standpunt onderbouwt. •
PUBLICATIE BESLUIT De Minister voor Natuur en Stikstof maakt dit besluit openbaar op grond van artikel 3.1 van de Wet open overheid. Het zal onder anonimisering van de persoonsgegevens geplaatst worden Pagina 27 van 28
Directoraat-generaal Natuur en Visserij
op https://puc.overheid.nl/natuurvergunningen.
DGNV / 20307623
Pagina 28 van 28