CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

32. MER-beoordeling

Besluitvormende raadsvergadering 16 december 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanvraag Verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de bouw van een restaurant met bovenwoning aan de Noordse Dorpsweg 2 te Noorden (2021-109)2.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo memonummer datum aan van kopie project projectnr. betreft

1.1

10 februari 2020 Dhr. Cor van Tilburg Antea Group Annemarie Hatzman Omgevingsvergunning Noordse Dorpsweg 2 0416081.100 Aanmeldingsnotitie m.e.r.beoordeling

Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens om het “Het Plashuis” aan de Noordse Dorpsweg 2 geheel te slopen en op het perceel soortgelijke nieuwbouw te plaatsen. De bestaande bebouwing en de op het terrein aanwezige bouwwerken (bergingen) worden afgebroken. In vergelijking tot de huidige bebouwing zal de nieuwbouw leiden tot een beperkte uitbreiding van het bestaande bouwvlak. Daarnaast is het voornemen om onder het bouwvlak een ondergrondse parkeergarage te realiseren.

Figuur 1.1: luchtfoto (2017) met het plangebied ‘Noordse Dorpweg 2’ in rood kader (bron: Globespotter)

De voorgenomen ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan "Noorden, Woerdens Verlaat en Vrouwenakker" (vastgesteld op 20 juni 2013 door de gemeenteraad van gemeente Nieuwkoop). Om de strijdigheid op te heffen is de initiatiefnemer voornemens een omgevingsvergunning aan te vragen. De gemeente geeft aan medewerking te verlenen en op grond van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) af te wijken van het bestemmingsplan voor de realisatie van het plan. Voor dit ruimtelijk besluit dient op grond van het Besluit m.e.r. in een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden gemotiveerd of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Als mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht worden, kan het bevoegde gezag besluiten dat een milieueffectrapportage (m.e.r.) – procedure doorlopen moet worden. Deze aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling bevat de analyse of door de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) optreden..

blad 1 van 5

memonummer: Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling betreft: omgevingsvergunning Het Plashuis

1.2

Waarom een m.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage-procedure (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of vergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van m.e.r. zijn vastgesteld in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r.. In de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage Dactiviteiten). De realisatie van project is aan te merken als een stedelijke ontwikkelingsproject. De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. De activiteit is wel opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2 (tabel 1). Tabel 1 Uitsnede onderdeel D van het Besluit m.e.r. onder categorie D 11.2 Activiteiten Gevallen Besluiten D 11.2

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelings-project met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1: een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening  het bestemmingsplan

De activiteit ligt onder de drempelwaarden:  Het gehele terrein is qua oppervlakte kleiner dan de drempelwaarde van 100 hectare of meer.  Het aantal woningen bedraagt niet meer dan 2000 woningen. De realisatie van de ontwikkeling valt voor wat betreft activiteit D.11.2 onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r.

1.3

Conclusie De drempelwaarden van de activiteiten uit het Besluit M.e.r. worden niet overschreden door de werkzaamheden die het project met zich mee brengt. Er geldt daarom geen (formele) m.e.r.beoordelingsplicht voor de ontwikkeling conform D 11.2 van het Besluit m.e.r. Echter het Besluit M.e.r. stelt daarnaast, in artikel 2 lid 5 sub b de verplichting om aandacht aan de mogelijke milieueffecten te besteden voor activiteiten die in onderdeel D genoemd staan, maar waar de drempelwaarden niet gehaald worden. Voor deze plannen dient een zogenaamde vormvrije m.e.r.beoordeling uitgevoerd te worden ingevolge artikel 2 lid 5 sub b Besluit mer. Hierbij wordt, net als bij de m.e.r.-beoordeling getoetst of er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. De procedure- en inhoudelijke vereisten voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling zijn sinds een wijziging van de Europese Richtlijn MER gelijk aan de procedurevereisten voor een ‘gewone’ m.e.r.-beoordeling. Het enige verschil is dat de publicatieverplichtingen in art. 2 lid 5 sub b Besluit mer niet van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. Deze (vormvrije) m.e.r.-beoordeling bevat de analyse of mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden door de gehele voorgenomen activiteit.

blad 2 van 5

memonummer: Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling betreft: omgevingsvergunning Het Plashuis

1.4

Criteria voor het toetsen van activiteiten in een vormvrije m.e.r.-beoordeling Er bestaan bepaalde inhoudelijke vereisten voor het toetsen of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze inhoudelijke vereisten staan benoemd in bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r. In deze richtlijn staan drie aspecten waaraan de voorgenomen activiteiten in een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan getoetst worden (zie samenvatting in tekstbox): 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect.

Selectiecriteria Europese richtlijn 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen:  de omvang van het project,  de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten,  het gebruik van natuurlijke hulpbronnen,  de productie van afvalstoffen,  verontreiniging en hinder,  risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën,  de risico’s voor de menselijke gezondheid. 2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen:  het bestaande en goedgekeurde landgebruik,  de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied,  het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: o wetlands, oeverformaties, riviermondingen, o kustgebieden en het mariene milieu, o berg- en bosgebieden, o reservaten en natuurparken, o gebieden die in de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; o speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 2009/147/EG en Richtlijn 92/43/EEG, o gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden

overschreden, o gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, o landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1 en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen:  het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking),  de aard van het effect,  het grensoverschrijdende karakter van het effect,  de intensiteit en complexiteit van het effect,  de waarschijnlijkheid van het effect,  de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect,  de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten,  de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.

blad 3 van 5

memonummer: Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling betreft: omgevingsvergunning Het Plashuis

1.5

Kenmerken en plaats van het project Het onderhavig plan bestaat uit de sloop en nieuwbouw van de huidige bebouwing inclusief een uitbreiding van het bouwoppervlak. De realisatie van dit plan heeft geen bijzondere kenmerken ten aanzien van: 1. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; 2. de productie van afvalstoffen; 3. risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën. De ruimtelijke onderbouwing, behorende bij de omgevingsvergunning, bevat een uitgebreide beschrijving van de kenmerken van dit plan.

1.6

Plaats Het projectgebied ligt ten westen van de kern Noorden aan de Noordse Dorpsweg. Ten oosten van het plangebied staat een kerkgebouw. Ten noorden ligt de Noordse Dorpweg met daarachter woningen. Ten westen en zuiden wordt het plangebied begrensd door de Nieuwkoopse Plassen. De grens van het projectgebied is op figuur 1.1 in rood kader aangegeven.

1.7

Kenmerken van het potentiële effect

Omgevingsaspect Effect Het project betreft de sloop en nieuwbouw van bestaande Akoestiek

Conclusie

Archeologie

Geen effect.

bebouwing waarbij wordt voorzien in een beperkte uitbreiding en de gebruiksmogelijkheden ter plaatse niet veranderen. De nieuwe bebouwing wordt grotendeels gerealiseerd binnen het bestaande bouwvlak en komt niet dichterbij de Noordse Dorpsweg te liggen. Daarnaast is de uitbreiding van dien beperkte aard dat deze geen extra verkeersaantrekkende werking als gevolg zal hebben. De bouw- en gebruiksmogelijkheden ter plaatse zullen niet significant wijzigen. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Het plangebied heeft geen monumentale status. Daarnaast valt het planvoornemen binnen de drempelwaarden voor archeologisch onderzoek.

Bodem

Voor dit plan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd om de bodemkwaliteit in beeld te brengen. De verzamelde gegevens geven aanwijzing dat (mogelijk) bodemverontreiniging aanwezig is binnen het plangebied.

Cultuurhistorie en landschap

Het plangebied bevat geen monumentale panden of bomen, waarvoor een beschermingsregime geldt. Met het stedenbouwkundig ontwerp wordt aangesloten bij de huidige inrichting en structuur van de omgeving.

Ecologie

Op de planlocatie is een natuurtoets en een vleermuisonderzoek uitgevoerd. In het plangebied zijn sporen

blad 4 van 5

Geen effect

Wel dient het planvoornemen voor de start van de bouw volgens artikel 23.2.1. van het bestemmingsplan voorgelegd te worden aan gemeentelijke archeoloog. In het kader van de omgevingsvergunning voor realisatie van het plan dient nader onderzoek uitgevoerd te worden. Voor de omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan(procedure) is dit geen belemmering. Wel wordt als voorwaarde gesteld dat, middels nader onderzoek, voorafgaand aan de bouw aangetoond wordt dat er geen belemmering is voor de toekomstige functie. Geen effect

Het planvoornemen heeft geen effect op overige natuurwaarden mits

memonummer: Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling betreft: omgevingsvergunning Het Plashuis

van beschermde vleermuizen aangetroffen. Van grote aantallen of een eventuele vlieg- of migratieroute nabij Het Plashuis is geen sprake. Er is geen wezenlijk negatief effect op populatieniveau. Voor de sloop van Het Plashuis en bijgebouwen is een ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming voor het verstoren of verwijderen van belangrijk leefgebied of vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen niet noodzakelijk. Aanwezigheid van broedvogels in de omliggende gebied zijn alleen in het broedseizoen te verwachten.

Externe veiligheid Luchtkwaliteit

Milieuhinder

Water

Stikstof

Verkeer

1.8

Effecten op beschermde natuurgebieden worden uitgesloten. In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. In de regeling NIBM is vastgelegd dat plannen voor de bouw van maximaal 1.500 woningen per definitie niet in betekende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het planvoornemen draagt niet in betekende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In of in de nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde bedrijven aanwezig, die mogelijk gehinderd worden door de nieuwe woningen. Het plan maakt ook geen vestiging van bedrijven mogelijk. Het planvoornemen leidt tot verharding en daarmee afname van infiltratie van hemelwater naar het grondwater. Conform wettelijke vereisten wordt dit gecompenseerd, waarmee er per saldo geen negatief effect is. De nieuwe situatie wordt op het huidige riool aangesloten. Er is een onderzoek uitgevoerd naar de stikstofdepositie die kan optreden naar aanleiding van het planvoornemen (Van Empel, 2020, zie bijlage 5 van de ruimtelijke onderbouwing). Uit de berekening blijkt dat er geen rekenresultaten zijn die (afgerond op twee decimalen) hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/jaar. De nieuwe situatie leidt niet tot significant negatieve effecten op Natura2000-gebied, er is geen toename van stikstofdepositie.

De directe ontsluitende weg heeft voldoende capaciteit hebben voor afwikkeling van verkeer in de huidige situatie. De beperkte uitbreiding leidt niet tot een wezenlijke toename van verkeer en daarmee niet tot significante effecten op deze weg. De nieuwe situatie voldoet aan de parkeernormen van de gemeente Nieuwkoop.

bouwactiviteiten niet plaatsvinden in het broedseizoen voor vogels.

Geen effect Geen effect

Geen effect

Geen effect

Geen effect

Geen effect

Conclusie

Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het onderhavig plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Geconcludeerd wordt dat er geen noodzaak is tot het opstellen van een MER of een (formele) m.e.r.-beoordeling voor onderhavige ontwikkeling.

blad 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=a8c6c8f1-b5e6-4e35-9afc-5869d1f783ea