CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

28. Stikstofrapportage

Besluitvormende raadsvergadering 18 november 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Aanvraag Verklaring van geen bedenkingen ten behoeve van de bouw van een restaurant met bovenwoning aan de Noordse Dorpsweg 2 te Noorden (2021-109)5.033 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage M – QUO-13481-K9N1Z1/V3 Voortoets Stikstofdepositie Noordse Dorpsweg 2 Noorden 17-12-2020

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

Inhoudsopgave 1 Inleiding ..................................................................................................................................................... 2 2

Algemene gegevens................................................................................................................................... 3

3

Rekenmodel ............................................................................................................................................... 4

4

Literatuurgegevens .................................................................................................................................... 4

5

Emissies ..................................................................................................................................................... 5 5.1

Beschrijving project ........................................................................................................................... 5

5.2

Emissiebronnen in de aanlegfase ...................................................................................................... 8

5.3

Emissiebronnen in de gebruiksfase (beoogde situatie) .................................................................. 11

5.4

Intern salderen in de aanlegfase ..................................................................................................... 12

6

Rekenresultaten ...................................................................................................................................... 14

7

Conclusie.................................................................................................................................................. 15

8

Bijlagen .................................................................................................................................................... 16

Pagina 1 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

1

Inleiding

Bouwplannen (ook kleinschalige bouwplannen) kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000- gebied. Het gebruik van bedrijven (de gebruiksfase) kan leiden tot een emissie van stikstofdioxide. Deze emissie kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van het gebruik van aardgas en het verkeer van o.a. vrachtwagens. Ook kan sprake zijn van een emissie van de stikstofdioxide als gevolg van de bouwwerkzaamheden in de aanlegfase, bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen en grondverzet op de bouwplaats. In dit rapport worden de stikstofemissies en stikstofdeposities inzichtelijk gemaakt voor het slopen en nieuwbouwen van het Plashuis te Noorden, en wordt getoetst of sprake is van een toename van stikstofdepositie op de omliggende Natura-2000 gebieden. Stappenplan “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten” Het ministerie van BZK heeft n.a.v. de uitspraak van Raad van State van 29 mei 2019 een stappenplan samengesteld welke als tool gebruikt kan worden voor nieuwe activiteiten. Het stappenplan is opgesteld om inzicht te geven in de gevolgen van de uitspraak van 29 mei 2019. In het stappenplan is relevante informatie opgenomen voor de afweging van de eventuele gevolgen van stikstofdepositie bij nieuwe bouwprojecten.

In deze voortoets is rekening gehouden met de werkwijze zoals opgenomen in het stappenplan (zie bijlage 2). Vvgb en Verklaring Wet natuurbescherming – Natura-2000 gebieden Voor de locatie heeft de Omgevingsdienst Haaglanden op 5 december 2017 een Vvgb (verklaring van geen bedenkingen) afgegeven. Door de PAS-uitspraak van de Afdeling op 29 mei 2019 is deze Vvgb echter niet meer bruikbaar. In het kader van de aanvraag Omgevingsvergunning is 6 maart 2020 opnieuw verzocht om een Vvgb. De Omgevingsdienst Haaglanden heeft namens de Gedeputeerde Staten op 26 juni 2020 een Verklaring Wet natuurbescherming – Natura-2000 gebieden afgegeven. Naar aanleiding van ingediende zienswijzen op de Omgevingsvergunning vinden er wijzigingen plaats. Deze wijzigingen hebben betrekking op de realisatie van extra parkeerplaatsen. De eigenaar van het Plashuis, dhr. Van Kleef, heeft besloten om extra parkeerplaatsen te realiseren op het eiland voor het Plashuis. In dit kader is dit onderzoek aangevuld met de extra inzet van werktuigen en machines (welke dus extra benodigd zijn, t.b.v. de realisatie van extra parkeerplaatsen en een brug). Tevens zijn de berekeningen geactualiseerd i.v.m. de actualisatie van AERIUS-Calculator (i.v.m. de nieuwe release van 15 oktober 2020).

Pagina 2 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

2

Algemene gegevens

Opdrachtgever Naam:

Het Plashuis

Adres:

Noordse Dorpsweg 2

Postcode en plaats:

2431 AT Noorden

Email:

vk.beheer@planet.nl

Adviseur/ contactpersoon Bedrijf:

Van Empel Inspecties en Advisering

Afdeling

Van Empel Milieu Advies

Contactpersoon

Huub Wilborts

Adres:

Elskensakker 44 Bergeijk

Postadres

Postbus 31, 5570 AA Bergeijk

Telefoonnummer:

+31 (0)88 17 00 100/ +31 (0)6 12 63 46 58

Email:

milieu@vanempelinspecties.com

Gegevens het object Adres:

Noordse Dorpsweg 2

Plaats:

2431 AT Noorden

Rapport Rapportnummer:

QUO-13481-K9N1Z1/V3

Datum:

17 december 2020

Rapporteur:

H. Wilborts

Pagina 3 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

3

Rekenmodel

Met de inwerkingtreding van het PAS is het gebruik van het rekenmodel AERIUS Calculator voorgeschreven voor de berekening van de stikstofdepositie. Op 29 mei 2019 heeft de Raad van State het PAS onverbindend verklaard. Ondanks deze uitspraak blijft AERIUS-Calculator een geschikt rekeninstrument voor het bepalen van de stikstofdepositie van activiteiten. In het kader van onderhavige beoordeling zijn AERIUS-berekeningen gemaakt. Voor het gebruik van de AERIUS Calculator is een praktische instructie voor vergunningverlening opgesteld. Dit betreft de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator”. Alle typen emissiebronnen (punten, lijnen en vlakken) van stikstof (NOx en NH3) kunnen in AERIUS Calculator ingevoerd worden. AERIUS Calculator heeft ten behoeve van het gebruikersgemak veel voorkomende typen bronnen van diverse sectoren (bijvoorbeeld industrie, landbouw, verkeer en vervoer) gedefinieerd. Daarbij zijn voor diverse bronkenmerken default waarden ingevuld die gebruikt worden als de gebruiker zelf geen aangepaste waarde invoert.

4 Literatuurgegevens Voor deze rapportage is gebruik gemaakt van literatuurgegevens uit de volgende rapporten: -

Handleiding AERIUS Calculator (beschikbaar via www.aerius.nl/nl/manuals/calculator); Instructie-gegevensinvoer-AERIUS-Calculator-2020; Datasheet TNO-getallen voor AERIUS 2020v3 mobiele werktuigen; Stappenplan “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten”, ministerie BZK.; CROW-publicatie 317; Provinciale Beleidsregels intern en extern salderen van 10 december 2019; Rapport "Ontwikkeling energiekengetallen utiliteitsgebouwen;

Pagina 4 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

5

Emissies

De relevante emissie, met effect op de vermestende stikstofdepositie zijn NOx en NH3. NOx-emissie ontstaat bij het verbranden van fossiele brandstoffen. Dit vindt plaats in de aanwezige verbrandingsinstallaties en mobiele voertuigen. Deze emissies worden o.a. veroorzaakt door transport ten behoeve van het aanvoeren van de bouwmaterialen en afvoeren grond/bouwafval etc. In dit onderzoek is de stikstofemissie en -depositie van de volgende situaties inzichtelijk gemaakt: - Aanlegfase beoogde; - Gebruiksfase beoogde. 5.1

Beschrijving project

Men is voornemens om het bestaande pand “Het Plashuis” aan de Noordse Dorpsweg te slopen en een soortgelijk nieuwbouw te plaatsen. Ten behoeve van de aanvraag Omgevingsvergunning voor bouwen dient aangetoond te worden dat er geen sprake is van significante negatieve gevolgen m.b.t. stikstof. In onderstaande afbeeldingen is het plan verder verduidelijkt.

Afbeelding 1: bestaande situatie (bron: Advies en ontwerpbureau voor Bouwkunst Nico van den Berg)

Pagina 5 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

Afbeelding 2: beoogde situatie (bron: Advies en ontwerpbureau voor Bouwkunst Nico van den Berg)

Pagina 6 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

Afbeelding 3: plattegrond nieuwe inrichting bebouwing met kelder (links) en begane grond (rechts) (bron: Advies en ontwerpbureau voor Bouwkunst Nico van den Berg)

Afbeelding 4: Eerste verdieping beoogd (bron: Advies en ontwerpbureau voor Bouwkunst Nico van den Berg)

Voor de detailtekeningen en complete plattegrondtekeningen van het gebouw wordt verwezen naar de aanvraag Omgevingsvergunning. Pagina 7 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

5.2

Emissiebronnen in de aanlegfase

Bij de sloop en de realisatie van de nieuwbouw van het “Plashuis” vinden in de aanlegfase bouwactiviteiten plaats. In deze fase zijn met enige regelmaat machines en werktuigen nodig zoals bijvoorbeeld een graafmachine, vrachtwagens/betonwagens, bestelbussen enz. De tijdelijke bijdrage van de emissies bij aanleg zijn afzonderlijk berekend, aan de hand van een opgave van de heer J. van Kleef. De heer J. van Kleef is aannemer en tevens de eigenaar van Het Plashuis. De planning van de werkzaamheden is opgenomen in bijlage 3, Voor de aanlegfase van het nieuwe “Plashuis” zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -

Totale bouwtijd: 1 jaar Werkbare dagen: 200 dagen

Over het algemeen worden de grotere partijen bouwmaterialen aangeleverd met behulp van vrachtwagens. Dagelijks vinden er ook verkeersbewegingen plaats met behulp van bestelbussen (al dan niet gecombineerd met aanhanger). Deze bestelbussen worden naast het vervoer van werklui en de benodigde gereedschappen/machines ook gebruikt voor de aan- en afvoer van materialen (waaronder bouwmaterialen, steigermaterialen, stroomvoorzieningen, mingraver etc.) Verkeersbewegingen door bouwverkeer in aanlegfase Voor het project is een realistische inschatting gemaakt van het aantal voertuigen voor de aanvoer van bouwmaterialen en afvoer van bouwafval en dergelijke. Zwaar verkeer: Tijdens het bouwen zijn de volgende zware voertuigen benodigd: -

2 Graafmachines t.b.v. slopen en bouwrijp maken terrein; 2 Heimachines t.b.v. het heien/boren/schroeven van heipalen; 47 Betonstorters, t.b.v. het storten van beton; 4 Betonpompen, t.b.v. het verpompen van beton; 31 Vrachtwagens bouwmaterialen, t.b.v. de aan- en afvoer van materialen en afval etc.; 6 tractoren t.b.v. de afvoer van puin t.b.v. sloopwerkzaamheden; 1 vrachtwagen met minigraver, t.b.v. het graven van sleuven of aanvullen met grond.

Uitgaande van 200 werkbare dagen is voor het zwaar verkeer rekening gehouden met een gemiddelde van 1 zwaar voertuig per dag. Middelzwaar verkeer: -

2 middelzware voertuigen per dag (kleine vrachtwagen of bestelauto met aanhanger).

Licht verkeer: -

2 lichte voertuigen per dag (personenauto’s, bouwbussen, etc.) .

Pagina 8 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

In AERIUS is voor de aanlegfase het volgende ingevoerd1: Aantal totaal

voertuigen

Lichte Middelzware Zware motorvoertuigen motorvoertuigen motorvoertuigen 10 4 4 2 Tabel 1: verdeling aantal voertuigen op basis van weekdaggemiddelde (worst-case)

Het aantal voertuigbewegingen zijn worst-case opgenomen in de berekening. In de AERIUSCalculator wordt het weekdaggemiddelde omgerekend naar een jaaremissie. In de praktijk ligt het gemiddeld aantal voertuigen in de aanlegfase lager. Voor het plan is een rijlijn opgenomen (inclusief de verkeer aantrekkende werking op de openbare weg, zie toelichting in paragraaf 5.3). Door de voertuigaantallen in AERIUS in te voeren wordt automatisch de emissie bepaald. Inzet van elektrische machines/werktuigen Om de NOx-emissie tijdens het bouwen zo veel mogelijk te beperken worden tijdens de bouw van het nieuwe Plashuis zoveel mogelijk elektrische machines en werktuigen ingezet. Voor de bronnering ten behoeve van de bouw van de kelder, wordt gebruik gemaakt van elektrische bronneringspompen. De pompen worden aangesloten op de aanwezige stroomvoorziening. Tijdens de bouw wordt ook een elektrische bouwkraan gestationeerd (10 ton bouwkraan RBI 524). Deze bouwkraan kan de gehele bouwperiode ingezet worden ten behoeve van het hijsen (en op- en overslag van) van bouwmaterialen. De kraan heeft een maximale werkhoogte van 17 meter en een gieklengte van 24 meter. De bouwkraan wordt zodanig gestationeerd dat deze tijdens de gehele bouwfase ingezet kan worden voor allerlei hand- en spandiensten.

Omdat de bronneringspompen en bouwkraan elektrisch zijn (en dus geen Nox-emissie veroorzaken) worden deze verder niet opgenomen in de AERIUS-berekeningen. Emissie stationair draaiende machines en werktuigen In verband met de bouwactiviteiten in de aanlegfase is rekening gehouden met de inzet van de volgende machines en werktuigen (conform opgave van de aannemer): -

32 uur stationair draaien van een graafmachine t.b.v. slopen en inrichten van de bouwplaats (circa 4 dagen); 16 uur stationair draaien van een graafmachine t.b.v. de graafwerkzaamheden t.b.v. het uitgraven van de kelder (circa 2 werkdagen)2. 1 uur stationair draaien van een tractor tijdens het verladen van het sloopafval (circa 12 minuten per vracht);

De invoer in AERIUS is gericht is op het aantal vervoersbewegingen. Dit betekent dat als een weg met heen- en teruggaand verkeer wordt gemodelleerd, het aantal bezoeken verdubbeld moet worden om het aantal vervoersbewegingen te verkrijgen. 2 De grond die vrijkomt bij het ontgraven van de kelder wordt op het terrein toegepast t.b.v. egalisatie van het complete terrein. Er vinden derhalve geen aan- en afvoerbewegingen plaats t.b.v. de grondverbetering. 1

Pagina 9 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

-

-

20 uur stationair draaien van een heimachine t.b.v. het heien/boren/schroeven van palen; 21,5 uur stationair draaien van betonstorters/ betonpompen t.b.v. het storten van beton (gemiddeld 0,25 uur betonwagen en 0,25 uur betonpomp per vracht beton); 18,5 uur stationair draaien van vrachtwagens tijdens laden en lossen zand, puin bouwmaterialen, afval, enz. (31 vrachtwagens á 0,5 uur per vracht laden- lossen, en 3 vrachtwagens á 1 uur laden- lossen met zelflosser) 16 uur stationair draaien van een minigraver t.b.v. aanleg leidingwerk en ander hand- en spandiensten allerlei.

Voor de emissie vanuit de mobiele werktuigen is gebruik gemaakt van de defaultwaarden zoals opgenomen in AERIUS-Calculator, welke zijn gebaseerd op de kengetallen afkomstig van de Datasheet “TNO-getallen voor AERIUS 2020v3 mobiele werktuigen”. In onderstaande tabel is de minimaal vereiste inzet van machines en werktuigen3 voor de realisatie van onderhavig plan weergegeven. Type werktuig

69

NOX emissiefactor (gram/kWh) 0,8

aantal draai uren 32

emissie NOX in kg/jr 1,77

69

0,8

16

0,88

heistelling 80 kW, bouwjaar vanaf Diesel 80 55 0,9 2015 betonpomp/betonstorter/ Diesel 200 69 1 vrachtwagens 200 kW, bouwjaar vanaf 2014 minigraver 60 KW, bouwjaar Diesel 60 69 0,8 vanaf 2015 tractor 200 KW, bouwjaar vanaf Diesel 200 55 0,9 2014 Tabel 2: defaultwaarden mobiele werktuigen zoals opgenomen in AERIUS-Calculator

20

0,79

40

5,52

16

0,53

1

0,10

graafmachines 100 kW, bouwjaar vanaf 2015 (slopen) graafmachines 100 kW, bouwjaar vanaf 2015 (graven, egaliseren)

Brandstof

Vermogen (kW)

Belasting (%)

Diesel

100

Diesel

100

De gegevens zoals opgenomen in tabel 2 zijn opgenomen in de AERIUS-berekeningen. Deze berekeningen zijn onderdeel van deze rapportage.

3 Van een aantal werktuigen zijn in AERIUS geen default brongegevens opgenomen. In onderhavige AERIUS-berekening is voor de volgende werktuigen aansluiting gezocht bij vergelijkbare type werktuigen (qua vermogen en emissie) zoals opgenomen in Addendum default brongegevens Mobiele werktuigen. Betonpomp en vrachtwagens (aangesloten bij default brongegevens betonstorters). Heistelling (aangesloten bij default brongegevens graaf-laadcombinatie)

Pagina 10 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

5.3

Emissiebronnen in de gebruiksfase (beoogde situatie)

Emissie vanuit de nieuwe bedrijfswoning en restaurant Zowel de inpandige bedrijfswoning als het restaurant, worden aardgas loos verwarmt. In de keuken van het restaurant wordt alleen maar met elektrische apparatuur gewerkt. Vandaar dat er in de gebruiksfase geen Nox-emissie vrijkomt vanuit het nieuwe pand, wat dus een positieve bijdrage oplevert voor wat betreft de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000 gebied. Emissie vanuit de verkeer aantrekkende werking in de gebruiksfase Projecten kunnen leiden tot extra verkeer en vervoer (wegverkeer) van en naar het projectgebied. Wanneer verkeer- en vervoersbewegingen van en naar het projectgebied worden meegenomen als emissiebron, dan moet vervolgens bepaald worden tot welke afstand deze moeten worden meegenomen in het onderzoek. Hier zijn in de praktijk geen harde criteria voor. Er dient in alle gevallen een onderbouwde afweging gemaakt te worden tot waar het verkeer meegenomen wordt. Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.

Hierbij wordt aangesloten bij de huidige jurisprudentie: - Uitspraak Raad van State E03.99.0110, 20 juni 2001; - Uitspraak Raad van State 200803554/1, 14 januari 2009; - Uitspraak Raad van State 201506346/1/A1 van 6 juli 2016. Voor zowel de westelijke als de oostelijke rijrichting is rekening gehouden met een rijlijn van 70 meter. Het Plashuis is gelegen op de rand van het dorp. Ten westen van de locatie is de overgang van een 30 kilometer-per-uur-weg naar een 60 kilometer per-uur-weg buiten de bebouwde kom. Ten oosten van de locatie is sprake van een 30 kilometer-per-uur-weg. Voor beide rijrichting is het verkeer na 70 meter volledig opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Het verkeer wat het terrein van het Plashuis verlaat of nadert is op de rijafstand van 70 meter qua snelheid en rij- en stopgedrag gelijk aan het overige verkeer op de Noordse Dorpsweg (conform de genoemde jurisprudentie). Het verkeer is per rijrichting verdeeld in de verhouding 50/50 (50% verkeer via het westen en 50% verkeer via het oosten). Voor de gebruiksfase is rekening gehouden met gemiddeld 66 verkeersbewegingen4 per dag. 4 In AERIUS Calculator wordt voor het aantal verkeersbewegingen rekening gehouden met een gemiddeld aantal bewegingen per etmaal. In de AERIUS Calculator wordt deze input omgerekend naar een jaaremissie.

In de aanvraag Omgevingsvergunning wordt in het belang van het bepalen van het minimaal benodigd aantal parkeerplaatsen (en i.v.m. het akoestisch onderzoek) een maximaal aantal motorvoertuigbewegingen per dag vermeld. Dit aantal bewegingen geldt echter voor een extreem drukke dag. Het aantal bezoekers per dag is variabel (van 0 bezoekers op een dag dat Het Plashuis gesloten is, tot maximaal 192 motorvoertuigen per weekdagetmaal). In de regel geldt dat er vooral in de weekenden veel bezoekers zijn. Doordeweeks is het rustig. Ook per seizoen is het aantal bezoekers variabel. In de zomerdagen en feestdagen loopt het aantal bezoekers, en dus ook het aantal verkeersbewegingen op. In de overige perioden is het rustiger. In de AERIUS-berekening is rekening gehouden met de gemiddelde verkeersintensiteit in motorvoertuigbewegingen per etmaal voor de dagen over een geheel rekenjaar. Het gaat dus om het aantal voertuigbewegingen die overeenkomt met het gemiddelde van de dagen maandag tot en met zondag, verdeeld over het gehele jaar. In de AERIUS-berekening is rekening gehouden met (365 dagen x 66 voertuigbewegingen) ruim 24.000 verkeersbewegingen per jaar.

Pagina 11 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

5.4

Intern salderen in de aanlegfase

In de aanlegfase is sprake van een geringe overschrijding van de drempelwaarde van 0,00 mol/ha/jaar. De stikstofdepositie in de aanlegfase bedraagt 0,02 mol/ha/jr. De Vvgb kan op basis van intern (of extern) salderen worden afgegeven, als de stikstofdepositie op hexagoonniveau per saldo niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de realisatie van het nieuwe Plashuis wordt gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid voor intern salderen. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de depositieruimte die afkomstig is van de bestaande situatie (de situatie van het oude Plashuis). Wat is de referentiesituatie waarmee mag worden gesaldeerd? Mede naar aanleiding van het advies van de commissie Remkes en de reactie van het kabinet daarop, hebben de provincies in de beleidsregels zeker willen stellen dat de toestemmingsverlening voor nieuwe of gewijzigde initiatieven niet leidt tot toename van de stikstofdepositie. Deze beleidsregels zijn opgenomen in de Provinciale Beleidsregels intern en extern salderen van 10 december 2019. In dit verband geldt voor intern salderen dat gesaldeerd mag worden met de feitelijke gerealiseerde capaciteit (op moment van de aanvraag natuurvergunning).

Voor de bestaande situatie is rekening gehouden met de volgende documenten: - Blad 41, plattegrondtekening begane grond bestaand, herinrichting vissportcentrum, 11-042018; - Blad 42, plattegrondtekening verdieping bestaand, herinrichting vissportcentrum, 11-042018; - Blad 43, doorsnede bestaand AA-BB, herinrichting vissportcentrum, 11-04-2018; - Blad 44, doorsnede bestaand CC, herinrichting vissportcentrum, 11-04-2018; - Blad 45, doorsnede bestaand DD, herinrichting vissportcentrum, 11-04-2018; - Ruimtelijke Onderbouwing, Het Plashuis, Noordse Dorpsweg 2, gemeente Nieuwkoop, projectnummer 0416081.00, definitief revisie 03, 28-11-2018. Toelichting emissie NOx bestaande situatie Voor bronnen in de sector wonen en werken is vaak geen specifieke informatie beschikbaar over de uitstoothoogte en de warmte-emissie, waardoor het nodig is gebruik te maken van de default kengetallen. Aangezien bij dit project de emissies niet bekend zijn wordt gebruik gemaakt van de kengetallen uit de factsheet ‘Ruimtelijke plannen – emissiefactoren’ op de AERIUS-website (www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannen-emissiefactoren) 5. Deze kengetallen zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het College Bescherming persoonsgegevens (CBP). Voor het restaurant is het kengetal van 34 m3/m2 aangehouden (conform Rapport "Ontwikkeling energiekengetallen utiliteitsgebouwen).

In de toelichting van de factsheet wordt vermeld dat de groene waarden gebruikt kunnen worden voor de AERIUS-berekening. Derhalve zijn de groene waarden m.b.t. NOx/kg/jaar aangehouden in deze toetsing 5

Pagina 12 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

De NOx-emissie in de bestaande situatie wordt veroorzaakt door het verwarmen van de bedrijfswoning, het verwarmen van het restaurant en het bereiden van maaltijden in de keuken. De bedrijfswoning (meegenomen als hoekwoning) is een oudere woning. Hiervoor is het kengetal gehanteerd van 2,42 kg NOx per jaar. (kengetal vanuit de factsheet). In onderstaande berekening wordt de Nox-emissie vanuit het restaurant bepaald. Deze emissie is 5,31 kg NOx per jaar.

Afbeelding 5: Emissieberekening woning en restaurant

De totale emissie in bestaande situatie vanuit het pand het “Plashuis” is 7,73 kg NOx per jaar. Voor de verdeling van de verkeer aantrekkende werking van de bestaande situatie, zijn ten aanzien van de rijrichtingen en aantallen verkeersbewegingen dezelfde uitgangspunten gehanteerd, zoals opgenomen in de Vvgb van 5 december 2017 (uitgangspunten van Omgevingsdienst Haaglanden). Hierbij is rekening gehouden met in totaal 22 verkeersbewegingen (bestaande situatie). Het verkeer is per rijrichting verdeeld in de verhouding 50:50 (50% verkeer via het westen en 50% verkeer via het oosten).

Pagina 13 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

6

Rekenresultaten

Voor onderhavige berekeningen is gebruik gemaakt van de meest recente versie van AERIUSCalculator (beschikbaar via https://www.aerius.nl/nl). Via de module is het mogelijk om pdf-bestanden te genereren vanuit AERIUS-Calculator. Tegelijktijdig bij het aanbieden van deze rapportage worden de volgende Pdf-bestanden digitaal aangeboden. De Pdf-bestanden van de volgende berekeningen zijn digitaal toegevoegd (bijlage 1): - AERIUS_bijlage_20201217143728_S3QWDEUY5UeY (gebruiksfase beoogd); - AERIUS_bijlage_20201217142751_S1s55CYxfcxD (bestaande situatie); - AERIUS_bijlage_20201217142827_RxSCHQxymvUd (aanlegfase); - AERIUS_bijlage_20201217143534_RfAqv55Dc5vK (verschil gebruiksfase beoogd versus bestaand); - AERIUS_bijlage_20201217143152_RVgbpsm612tu (verschil aanleg versus bestaande situatie). De rekenresultaten zijn samengevat in onderstaande tabel. Natura-2000 gebied

Bestaande situatie

Beoogd (gebruiksfase)

Beoogd (aanlegfase)

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck

0,02

0,00

0,02

Verschil gebruiksfase beoogd versus bestaande situatie 0,00

Verschil aanlegfase versus bestaande situatie 0,00

Tabel 3: samenvatting rekenresultaten AERIUS

Uit de rekenresultaten blijkt dat de gebruiksfase van beoogde situatie niet zal gaan leiden tot nadelige effecten m.b.t. stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. In de aanlegfase is sprake van een stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/jr. Ten opzichte van de bestaande situatie is sprake van een emissie standstill, op de Natura-2000 gebieden.

Pagina 14 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

7

Conclusie

Naar aanleiding van ingediende zienswijzen op de Omgevingsvergunning vinden er wijzigingen plaats. Deze wijzigingen hebben betrekking op de realisatie van extra parkeerplaatsen. De eigenaar van het Plashuis, dhr. Van Kleef, heeft besloten om extra parkeerplaatsen te realiseren op het eiland voor het Plashuis. In dit kader is dit onderzoek aangevuld met de extra inzet van werktuigen en machines. Tevens zijn de berekeningen geactualiseerd i.v.m. de actualisatie van AERIUS-Calculator (i.v.m. de nieuwe release van 15 oktober 2020). Uit de rekenresultaten blijkt dat de gewenste ontwikkeling in zowel de aanlegfase en de gebruiksfase niet leidt tot nadelige effecten van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Middels de AERIUS-berekeningen is aangetoond dat de nieuwe situatie (door gebruikmaking van interne saldering bij de aanlegfase) niet zal leiden tot nadelige effecten m.b.t. stikstofdepositie op Natura-2000 gebied Nieuwkoopse Plassen en de Haeck en de overige omliggende Natura-2000 gebieden. Hiermee kan worden geconcludeerd dat de beoogde geen significant nadelige gevolgen met betrekking tot het aspect verzuring op Natura-2000 gebieden veroorzaakt. Conform het Stappenplan “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten” van het ministerie BZK, is er geen passende beoordeling noodzakelijk.

Pagina 15 van 16

Rapportnummer: QUO-13481-K9N1Z1/V3 © van Empel Inspecties en Advisering

8

Bijlagen

De volgende bijlagen zijn toegevoegd: Bijlage

Naam

1

Pdf-bestanden (digitaal per e-mail)

2

Stappenplan “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten”

3

Planning Nieuw Plashuis te Noorden (werk 141101)

Pagina 16 van 16

Rapportnummer: © van Empel Inspecties en Advisering

Bijlage 1: PDF-bestanden uitvoer AERIUS-Calculator (digitaal aangeleverd)

Rapportnummer: © van Empel Inspecties en Advisering

Bijlage 2: Stappenplan “Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten”

Toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten Aan de hand van onderstaand stappenplan kunt u vaststellen of u vergunningplichtig bent onder de Wet natuurbescherming en welke

Stap 1.

AERIUS-berekening stikstofdepositie op Natura 2000 als gevolg van project

≤ 0,00 mol/ha/jr

Geen vergunningplicht

> 0,00 mol/ha/jr

Stap 2.

Intern salderen

≤ 0,00 mol/ha/jr

Vergunning verleenbaar

> 0,00 mol/ha/jr

Stap 3.

Ecologische voortoets

uitgesloten

Zonder intern salderen: geen vergunningplicht Met intern salderen: vergunning verleenbaar

niet uitgesloten

Stap 4.

Passende beoordeling in het licht van instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden (evt. extern salderen)

Geen risico op aantasting natuurlijke kenmerken Vergunning verleenbaar

Natuurlijke kenmerken mogelijk aangetast

Stap 5.

ADC toets - Geen Alternatieven - Dwingende reden van groot openbaar belang - Compensatie van Natura 2000

Positieve uitkomst ADC-toets

Vergunning verleenbaar

Toelichting Stap 1 - AERIUS-berekening stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van een project

Verzamel informatie over de stikstofemissies per bron, bijvoorbeeld werkverkeer of mobiele werktuigen. Omdat de aanleg/bouw- en gebruiksfase beide deel uitmaken van een project, moet er voor beide fases worden bepaald hoeveel stikstofemissies hierbij vrijkomen en dienen er twee aparte AERIUS-berekeningen te worden gemaakt. Om de kans op een toename van stikstofdepositie zo klein mogelijk te maken, is het nodig om na te denken over (technische) mogelijkheden om de emissies zo laag mogelijk te houden. Denk hierbij aan het gebruiken van mobiele werktuigen met een zuinigere stage klasse1. Bereken vervolgens met behulp van de AERIUS Calculator of de emissies resulteren in stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebieden. Als de uitkomst is dat er geen sprake is van stikstofdepositie, dus kleiner of gelijk aan 0,00 mol/ ha/jaar, dan is er geen natuurvergunning nodig. Is er wel sprake van stikstofdepositie door de nieuwe activiteit maar kunt u intern salderen, ga dan naar stap 2. Ook kunt u voor sommige gevallen middels een voortoets uitsluiten dat een toename van depositie tot significant negatieve effecten leidt, zie hiervoor stap 3. Als u na stap 1 al zeker weet dat significant negatieve effecten niet bij voorbaat kunnen worden uitgesloten, en u kunt ook niet intern salderen, dan kunt u de voortoets overslaan en gelijk beginnen met stap 4.

wordt rekening gehouden met de staat van instandhouding van de betrokken habitattype. Als er sprake is van stikstofdepositie op reeds overbelaste natuur zal een voortoets in de meeste gevallen niet voldoende zijn omdat effecten niet bij voorbaat kunnen worden uitgesloten. Het advies is om hierover contact op te nemen met het bevoegd gezag. Voor nieuwe projecten waarvoor via een voortoets significant negatieve effecten kunnen worden uitgesloten is geen natuurvergunning nodig, tenzij u in de voortoets rekening houdt met intern salderen. Dan is wel een natuurvergunning vereist. Is het niet mogelijk om via de voortoets negatieve effecten bij voorbaat uit te sluiten, ga dan naar stap 4 Stap 4 - Passende beoordeling in het licht van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden (evt. rekening houdend met extern salderen)

Als significant negatieve effecten door stikstofdepositie niet kunnen worden uitgesloten, moet er getoetst worden of de kans bestaat op aantasting van de natuurlijke kenmerken van deze gebieden. Hierbij moet beoordeeld worden of de stikstofdeposities een risico vormen voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen zoals deze voor elk Natura 2000-gebied zijn bepaald. Hiervoor wordt een ecologische ‘passende beoordeling’ opgesteld. Als de conclusie van de passende beoordeling is dat er geen risico bestaat op aantasting van natuurwaarden, kan de natuurvergunning door het bevoegd gezag (vaak de provincie) worden verleend.

Stap 2 – intern salderen

Bij ‘intern salderen’ leidt de nieuwe situatie niet tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de huidige situatie. Bij woningbouw kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de bouw van een woonwijk op industriële of agrarische grond. Om te bepalen of de nieuwe situatie tot een toename van stikstofdepositie leidt, wordt een verschilberekening gemaakt tussen de huidige feitelijke stikstofdepositie (in zoverre deze vergund is) in de bestaande situatie en de stikstofdepositie in de nieuwe situatie. Bij het bepalen van de feitelijke depositie mag rekening worden gehouden met fluctuaties in uw bedrijfsvoering en aantoonbaar voorgenomen investeringen. Daarnaast zijn er bepaalde type projecten, en plannen ten behoeve van dergelijke projecten, waarvoor de vergunde depositieruimte geldt als uitgangspunt voor intern salderen, namelijk: wegen, vaarwegen, spoorwegen en luchtvaart, woningbouw, duurzame energieopwekking en energieprojecten van nationaal belang, projecten noodzakelijk in het kader van de nationale veiligheid en militaire activiteiten. Intern salderen mag worden meegewogen in de voortoets fase die is beschreven onder stap 3. De conclusie kan dan zijn dat door intern salderen er geen toename is van stikstofdepositie binnen het project of de locatie waardoor significante effecten bij voorbaat kunnen worden uitgesloten.

U moet dan echter wel een natuurvergunning aanvragen bij het bevoegd gezag (vaak de provincie).2 Stap 3 – Ecologische voortoets

Als de AERIUS-berekening aantoont dat uw project leidt tot tijdelijke en/of zeer geringe stikstofdepositie op overbelaste Natura 2000-gebied, kan het toch zo zijn dat significante negatieve effecten via een ecologische voortoets kunnen worden uitgesloten. Hierbij

Extern salderen meewegen in de passende beoordeling

Het is ook mogelijk om de negatieve effecten van een project te salderen met de positieve effecten van het (gedeeltelijk) intrekken van de vergunning van een ander project. Omdat hier de vergunning voor een activiteit buiten het project bij de passende beoordeling wordt betrokken, heet dit ‘extern salderen’. Hier zijn wel strenge voorwaarden aan verbonden en hiervoor moet getoetst worden aan de beleidsregels van het bevoegd gezag zoals deze gelden voor extern salderen. Luidt de conclusie van de passende beoordeling dat er toch nog risico bestaat op schade aan Natura 2000-gebieden, dan is er voor sommige projecten nog de mogelijkheid van het succesvol doorlopen van de ADC-toets onder stap 5. Stap 5 – ADC-toets

Als schade aan kwetsbare Natura 2000-gebieden en habitattype niet kan worden voorkomen, is er voor sommige projecten de mogelijkheid van het succesvol doorlopen van de ADC-toets. De drempel ligt hiervoor echter hoog. Er moet namelijk sprake zijn van: -- Het ontbreken van Alternatieven; -- Het bestaan van een Dwingende reden van groot openbaar belang om het project doorgang te verlenen (werkgelegenheid, volkshuisvesting, volksgezondheid, nationale economische belangen, verkeersveiligheid, duurzaamheid); -- De schade aan kwetsbare habitattype moet geCompenseerd worden door de aanleg van nieuwe natuur binnen of buiten de huidige Natura 2000 gebieden. Bij het succesvol doorlopen van de ADC-toets kan de natuurvergunning worden verleend.

1 https://www.aerius.nl/nl/handleiding/sectoren/1-stage-klasse.

Disclaimer: het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is niet

2 Kijk op de website van BIJ12 en/of uw provincie voor de beleidsregels zoals deze gelden voor intern salderen.

aansprakelijk voor verschrijvingen of fouten in de beslisboom en/of toelichting.

Rapportnummer: © van Empel Inspecties en Advisering

Bijlage 3: Planning Nieuw Plashuis te Noorden (werk 141101)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=868afe35-f189-4ec5-8b69-c766d97f1a4b