240425 DB 11.2 bijlage Was-Wordt-lijst gewijjzigde GR VRHM versie 17 april 2024
Tekst van het document
Artikel 38 Directeur gemeenschappelijke meldkamer 1.De gemeenschappelijke meldkamer staat onder leiding van een directeur. 2.Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de directeur gemeenschappelijke meldkamer na overleg met het met bestuur van de regionale Ambulancevoorziening en de door de korpschef daartoe aangewezen ambtenaar van politie.
3.De directeur gemeenschappelijke meldkamer is verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur en rapporteert periodiek over de wijze waarop de gemeenschappelijke meldkamer functioneert. 4.De directeur gemeenschappelijke meldkamer heeft instemmingsrecht bij het aanstellen en aangesteld houden van personeel van de gemeenschappelijke meldkamer. 5.Het algemeen bestuur stelt voor de directeur gemeenschappelijke meldkamer een instructie vast. Artikel 39 Afspraken met politie en Regionale Ambulancevoorziening 1. Het algemeen bestuur, de korpschef en de hoofdofficier van Justitie sluiten een convenant met betrekking tot de meldkamerfunctie waarin in ieder geval afspraken zijn gemaakt over de locatie, het beleid en beheer, de financiën, de prestaties, de ondersteunende systemen en de samenwerking van politie met brandweer, geneeskundige hulpverlening en ambulancezorg in de meldkamer.
Artikel 36 Afspraken met politie en Regionale Ambulancevoorziening 1. Het algemeen bestuur, de korpschef en de hoofdofficier van justitie sluiten een convenant met betrekking tot de meldkamerfunctie waarin in ieder geval afspraken zijn gemaakt over de locatie, het beleid en beheer, de financiën, de prestaties, de ondersteunende systemen en de samenwerking van politie met brandweer, geneeskundige hulpverlening en ambulancezorg in de meldkamer. 2. Het algemeen bestuur kan eisen 2. Het algemeen bestuur kan eisen vaststellen waaraan de Regionale vaststellen waaraan de Regionale Ambulancevoorziening met betrekking tot Ambulancevoorziening met betrekking tot de meldkamer voor de daadwerkelijke de meldkamer voor de daadwerkelijke ambulancezorg met voldoen. De eisen ambulancezorg met voldoen. De eisen kunnen betrekking hebben op de locatie, kunnen betrekking hebben op de locatie, het het beleid en beheer, de financiën, de beleid en beheer, de financiën, de prestaties, prestaties, de ondersteunende systemen, de ondersteunende systemen, de de voorbereiding op en het daadwerkelijk voorbereiding op en het daadwerkelijk optreden bij ongevallen, rampen en crises optreden bij ongevallen, rampen en crises en en de samenwerking van ambulancezorg de samenwerking van ambulancezorg met met brandweer, geneeskundige brandweer, geneeskundige hulpverlening en hulpverlening en politie in de meldkamer.
politie in de meldkamer. Artikel 40 De coördinerend functionaris 1. De coördinerend functionaris is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis.
Artikel 37 De coördinerend functionaris 1. De coördinerend functionaris is belast met de coördinatie van de maatregelen en voorzieningen die de gemeenten treffen met het oog op een ramp of crisis.
2. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de coördinerend functionaris. 3. De coördinerend functionaris is verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur. 4. De coördinerend functionaris geeft leiding aan het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing. 5. Het algemeen bestuur stelt voor de coördinerend functionaris een instructie vast.
2. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de coördinerend functionaris. 3. De coördinerend functionaris is verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur. 4. De coördinerend functionaris geeft leiding aan het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing.
Artikel 41 Het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing Het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing ondersteunt de coördinerend functionaris.
Artikel 38 Het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing Het Bureau Gemeentelijke Crisisbeheersing ondersteunt de coördinerend functionaris.
Artikel 42 Samenstelling van de veiligheidsdirectie 1. Er is een veiligheidsdirectie. 2. De leden van de veiligheidsdirectie zijn: a. de commandant van de regionale brandweer, tevens directeur Veiligheidsregio; b. de directeur publieke gezondheid; c. de coördinerend functionaris; d. de politiechef. 3. De directeur Veiligheidsregio is voorzitter van de veiligheidsdirectie. 4. De leden van de veiligheidsdirectie kunnen zich ter vergadering laten vervangen door hun plaatsvervanger. 5. Het algemeen bestuur stelt voor de veiligheidsdirectie een instructie vast.
Artikel 39 Samenstelling van de veiligheidsdirectie 1. Er is een veiligheidsdirectie. 2. De leden van de veiligheidsdirectie zijn: a. de commandant van de regionale brandweer, tevens directeur Veiligheidsregio; b. de directeur publieke gezondheid; c. de coördinerend functionaris; d. de politiechef. 3. De directeur Veiligheidsregio is voorzitter van de veiligheidsdirectie. 4. De leden van de veiligheidsdirectie kunnen zich ter vergadering laten vervangen door hun plaatsvervanger. 5. Het algemeen bestuur stelt voor de veiligheidsdirectie een instructie vast.
Artikel 43 Taken van de veiligheidsdirectie De veiligheidsdirectie is belast met de multidisciplinaire afstemming en coördinatie van de voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bereidt de vergaderingen van het dagelijks bestuur op deze onderwerpen voor en fungeert als primair adviesorgaan van het algemeen bestuur dienaangaande.
Artikel 40 Taken van de veiligheidsdirectie De veiligheidsdirectie is belast met de multidisciplinaire afstemming en coördinatie van de voorbereiding op de rampenbestrijding en crisisbeheersing, bereidt de vergaderingen van het dagelijks bestuur op deze onderwerpen voor en fungeert als primair adviesorgaan van het algemeen bestuur dienaangaande.
Hoofdstuk 13 De secretaris en het Veiligheidsbureau
Hoofdstuk 13 De secretaris
Artikel 44 De secretaris
Artikel 41 De secretaris
1. De directeur Veiligheidsregio is tevens secretaris. 2. De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de commissies en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. 3. Alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de secretaris mede ondertekend. 4. De secretaris is secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 5. De secretaris woont de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. In deze vergaderingen heeft hij een adviserende stem. 6. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris. 7. De secretaris is verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur. 8. Het algemeen bestuur stelt voor de secretaris een instructie vast.
1. De directeur Veiligheidsregio is tevens secretaris. 2. De secretaris staat het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, de commissies en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak terzijde. 3. Alle stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de secretaris mede ondertekend. 4. De secretaris is secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. 5. De secretaris woont de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur. In deze vergaderingen heeft hij een adviserende stem. 6. Het algemeen bestuur benoemt, schorst en ontslaat de secretaris. 7. De secretaris is verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur.
Artikel 45 Het Veiligheidsbureau Het Veiligheidsbureau ondersteunt de secretaris en de directeur Veiligheidsregio. Artikel 46 Samenhangende taakuitvoering met de politie 1. Het algemeen bestuur, de korpschef en de hoofdofficier van Justitie sluiten een convenant met het oog op de multidisciplinaire samenwerking bij en de voorbereiding op branden, rampen en crises. 2. Het convenant heeft in ieder geval betrekking op de samenwerking in de Veiligheidsdirectie, de meldkamerfunctie, de informatievoorziening en informatieuitwisseling, het multidisciplinair oefenen en de operationele prestaties van de politie bij rampen en crises.
Artikel 42 Samenhangende taakuitvoering met de politie 1. Het algemeen bestuur, de korpschef en de hoofdofficier van justitie sluiten een convenant met het oog op de multidisciplinaire samenwerking bij en de voorbereiding op branden, rampen en crises. 2. Het convenant heeft in ieder geval betrekking op de samenwerking in de Veiligheidsdirectie, de meldkamerfunctie, de informatievoorziening en informatieuitwisseling, het multidisciplinair oefenen en de operationele prestaties van de politie bij rampen en crises.
Artikel 47 Verordeningen 1. Het algemeen bestuur stelt bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast, hierna te noemen de financiële verordening. In deze
Artikel 43 Verordeningen 1. Conform artikel 212 Gemeentewet, stelt het algemeen bestuur bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast, hierna te
verordening wordt benoemd welke programma’s worden gevoerd. Op deze regels is artikel 212 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 2. Het algemeen bestuur legt in de financiële verordening vast welke verdeelsteutel(s) per programma wordt gehanteerd bij het opstellen van de ontwerp-programmabegroting. 3. Het algemeen bestuur regelt in de financiële verordening de wijze van vorming en besteding alsmede de minimale omvang en de hoogte van de plafonds van de reserves van het openbaar lichaam. 4. Het algemeen bestuur stelt bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie, hierna te noemen de controleverordening. Op deze regels is artikel 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 5. Het algemeen bestuur stelt bij verordening richtlijnen en regels voor de organisatie vast ten aanzien van de treasury op het gebied van uitzettingen, financieringen en garanties. Op deze regels is hetgeen bepaald is in de Wet FIDO van overeenkomstige toepassing.
noemen Verordening financieel beleid, beheer en organisatie. Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. 2. Het algemeen bestuur legt in de financiële verordening vast welke verdeelsteutel(s) per programma wordt gehanteerd bij het opstellen van de ontwerp-programmabegroting. 3. Conform artikel 213 Gemeentewet, stelt het algemeen bestuur bij verordening regels vast voor de controle op het financiële beheer en op de inrichting van de financiële organisatie. Deze verordening waarborgt dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie wordt getoetst. 4. Het algemeen bestuur stelt bij verordening richtlijnen en regels voor de organisatie vast ten aanzien van de treasury op het gebied van uitzettingen, financieringen en garanties. Op deze regels is hetgeen bepaald is in de Wet financiering decentrale overheden van overeenkomstige toepassing.
Artikel 48 Begrotingsprocedure 1. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk zes weken voorafgaand aan het tijdstip waarop de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, vergezeld van toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen zes weken na toezending bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren, waarin deze zienswijzen
Artikel 44 Begrotingsprocedure 1. Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk twaalf weken voorafgaand aan het tijdstip waarop de ontwerpbegroting aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar, vergezeld van toelichting, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor eenieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken na toezending bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt
zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast voor 1 juli van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. 5. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval voor 15 juli aan gedeputeerde staten. 6. Het dagelijks bestuur zendt het besluit tot vaststelling van de begroting binnen twee weken na de vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten en geeft daarin aan of en zo ja op welke onderdelen is afgeweken van de eerder aangeboden ontwerp-programmabegroting. 7. Een begrotingswijziging wordt afgehandeld volgens de leden één tot en met zes van dit artikel, tenzij de wijziging van baten en/of lasten het gevolg is van: . het uitvoeren van projecten voor derden en de uitvoering daarvan resultaatneutraal (saldo van baten en lasten is nul) voor het openbaar lichaam geschiedt; a. het uitvoeren van markttaken en de uitvoering daarvan minimaal resultaatneutraal voor het openbaar lichaam geschiedt; b. het uitvoeren van aanvullende diensten en de uitvoering daarvan minimaal resultaatneutraal voor het openbaar lichaam geschiedt; c. wijziging van de bekostiging van het rijk en de verdere uitvoering van het betreffende product minimaal resultaatneutraal voor het openbaar lichaam geschiedt; d.
wijziging van de bekostiging door zorgverzekeraars en de verdere uitvoering van het betreffende product minimaal resultaatneutraal voor het openbaar lichaam geschiedt; e. besluiten ter zake van begrotingsoverschrijdingen van niet meer dan 1% van het begrotingstotaal per programma, waarbij gehandeld is conform het controleprotocol; f. niet in de begroting opgenomen verplichtingen, zoals vermeld in de financiële verordening, voor zover deze voor het
de commentaren, waarin deze zienswijzen zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. 5. Het algemeen bestuur stelt de begroting vast vóór 1 september van het jaar, voorafgaande aan dat, waarvoor de begroting moet dienen. Terstond na de vaststelling zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 6. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 7. Het dagelijks bestuur zendt het besluit tot vaststelling van de begroting binnen twee weken na de vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten en geeft daarin aan of en zo ja op welke onderdelen is afgeweken van de eerder aangeboden ontwerpprogrammabegroting. 8. Een begrotingswijziging wordt afgehandeld volgens de leden één tot en met zeven van dit artikel, tenzij de wijziging van baten en/of lasten het gevolg is van: a.
het uitvoeren van projecten voor derden en de uitvoering daarvan resultaatneutraal (saldo van baten en lasten is nul) voor de Veiligheidsregio geschiedt; b. het uitvoeren van markttaken en de uitvoering daarvan minimaal resultaatneutraal voor de Veiligheidsregio geschiedt; c. het uitvoeren van aanvullende diensten en de uitvoering daarvan
openbaar lichaam resultaatneutraal verlopen; g. van uitgaven die ten laste worden gebracht van een reserve of voorziening. 8. De begrotingswijzigingen met een resultaatneutraal karakter als bedoeld in lid zeven worden vastgesteld door het algemeen bestuur
minimaal resultaatneutraal voor de Veiligheidsregio geschiedt; d. wijziging van de bekostiging van het rijk en de verdere uitvoering van het betreffende product minimaal resultaatneutraal voor de Veiligheidsregio geschiedt; e. wijziging van de bekostiging door zorgverzekeraars en de verdere uitvoering van het betreffende product minimaal resultaatneutraal voor de Veiligheidsregio geschiedt; f. besluiten ter zake van begrotingsoverschrijdingen van niet meer dan 1% van het begrotingstotaal per programma, waarbij gehandeld is conform het controleprotocol; g. niet in de begroting opgenomen verplichtingen, zoals vermeld in de financiële verordening, voor zover deze voor de Veiligheidsregio resultaatneutraal verlopen; h. van uitgaven die ten laste worden gebracht van een reserve of voorziening. 9. De begrotingswijzigingen met een resultaatneutraal karakter als bedoeld in lid acht worden vastgesteld door het algemeen bestuur.
Artikel 49 Bijdragen van het Rijk en de gemeenten 1. In de programmabegroting wordt tenminste aangegeven welke bijdrage van het Rijk wordt ontvangen en welke bijdrage elke deelnemende gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. Het dagelijks bestuur stemt voor zover als mogelijk de methodiek voor het jaarlijks aanpassen van de loon- en prijsindexen af met de besturen van de andere gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden. 3. Bij de berekening van de gemeentelijke bijdrage wordt rekening gehouden met bijdragen van het rijk en van andere organisaties. 4. Vervallen. 5. Vervallen. 6. De gemeenten die de gemeentelijke brandweerkorpsen hebben geregionaliseerd
Artikel 45 Bijdragen van het Rijk en de gemeenten 1. In de programmabegroting wordt tenminste aangegeven welke bijdrage van het Rijk wordt ontvangen en welke bijdrage elke deelnemende gemeente verschuldigd is voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 2. Het dagelijks bestuur stemt voor zover als mogelijk de methodiek voor het jaarlijks aanpassen van de loon- en prijsindexen af met de besturen van de andere gemeenschappelijke regelingen in Hollands Midden. 3. Bij de berekening van de gemeentelijke bijdrage wordt rekening gehouden met bijdragen van het rijk en van andere organisaties. 4. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 15 januari en 1 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdrage.
blijven verantwoordelijk voor de door hen ten tijde van de instelling van de geregionaliseerde brandweer verstrekte feitelijke gegevens, financiële opstellingen, personeelsgegevens of anderszins. Ingeval blijkt dat sprake is van onverwachte gebreken of andere tekortkomingen in het kader van huisvesting, materiaal, materieel, personeel of anderszins, zullen de hieraan verbonden kosten voor rekening komen van de betreffende gemeente waar dit betrekking op heeft. 7. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 15 januari en 1 juli telkens de helft van de verschuldigde bijdrage. 8. Indien zich een substantiële verandering in de doeluitkering rampenbestrijding voordoet waardoor de financiering van óf de veiligheidsregio óf de uitvoering van taken van de geneeskundige hulpverlening bij de Regionale Dienst Openbare Gezondheid Hollands Midden in het geding komen treedt het bestuur in overleg met het bestuur van de Regionale Dienst Openbare Gezondheid Hollands Midden om tot een afgestemd voorstel voor een oplossing te komen aan de deelnemende gemeenten. Artikel 50 Jaarbericht 1.
Het dagelijks bestuur biedt het jaarbericht over het afgelopen jaar, onder toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van het jaarbericht en van hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks voor 1 juni ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan. 2. Het algemeen bestuur stelt het jaarbericht vast voor 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 3. Het jaarbericht wordt binnen twee weken, doch in ieder geval voor 15 juli, met alle bijbehorende stukken aan gedeputeerde staten aangeboden. 4. Vaststelling van het jaarbericht strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden.
Artikel 46 Jaarrekening 1. Het dagelijks bestuur biedt de jaarrekening over het afgelopen jaar, onder toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening en van hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks vóór 1 juni ter vaststelling aan het algemeen bestuur aan. 2. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast vóór 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 3. De jaarrekening wordt binnen twee weken, doch in ieder geval vóór 15 juli, met alle bijbehorende stukken aan gedeputeerde staten aangeboden. 4. Vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken
5. Het dagelijks bestuur zendt het jaarbericht binnen twee weken na vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten.
valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 5. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Artikel 51 Waarborg / Garantstelling 1. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 2. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet. 3. De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant tegen de Veiligheidsregio voor betaling van rente en aflossing van door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures.
Artikel 47 Waarborg / Garantstelling 1. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat de Veiligheidsregio te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen. 2. Indien aan het algemeen bestuur blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven in de begroting op te nemen, doet het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten het verzoek over te gaan tot toepassing van artikel 194 en 195 Gemeentewet. 3. De aan deze regeling deelnemende gemeenten waarborgen dan wel stellen zich garant tegen de Veiligheidsregio voor betaling van rente en aflossing van door de Veiligheidsregio aangegane leningen en voor dekking van eventuele exploitatie- of begrotingstekorten van de Veiligheidsregio. Een en ander vindt plaats binnen de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders en procedures.
Artikel 52 Kostenevaluatie / Visitatie 1. Het algemeen bestuur stelt eenmaal in de drie jaar een kostenevaluatie vast. Bij de kostenevaluatie wordt in ieder geval een vergelijking gemaakt met de gegevens betreffende de kosten van andere veiligheidsregio’s. 2. Het algemeen bestuur laat eenmaal in de vijf jaar een visitatie door een visitatiecommissie verrichten.
Artikel 48 Kostenevaluatie / Visitatie 1. Het algemeen bestuur stelt eenmaal in de drie jaar een kostenevaluatie vast. Bij de kostenevaluatie wordt in ieder geval een vergelijking gemaakt met de gegevens betreffende de kosten van andere veiligheidsregio’s. 2. Het algemeen bestuur laat eenmaal in de vijf jaar een visitatie door een visitatiecommissie verrichten.
Artikel 53 Het archief 1. Het algemeen bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio, in overeenstemming met een door dit bestuur vast te stellen regeling. 2. De secretaris is belast met feitelijke beheer van de archiefbescheiden, bedoeld in
Artikel 49 Het archief 1. Het algemeen bestuur stelt overeenkomstig de Archiefwet 1995 regels vast betreffende de wijze waarop zorg wordt gedragen voor de archiefbescheiden van de organen van de Veiligheidsregio. 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden.
het eerste lid, overeenkomstig de door het algemeen bestuur vast te stellen regeling. 3. Voor de bewaring van de op grond van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden aangewezen. 4. De beheerder van de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden oefent toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio.
3. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden. 4. De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde zorg, komen ten laste van de Veiligheidsregio. 5. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden is de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden aangewezen. 6. De beheerder van de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden oefent toezicht uit op het beheer van de archiefbescheiden van de Veiligheidsregio. 7. Bij opheffing van de Veiligheidsregio worden de archiefbescheiden overgebracht naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Leiden.
Artikel 54 Toetreding en uittreding 1. Toetreding van gemeenten tot deze regeling of uittreding uit deze regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van gemeenten in regio’s zoals bedoeld in de Wet Veiligheidsregio’s. 1. Het algemeen bestuurt regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding of uittreding.
Artikel 50 Toetreding 1. Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling is niet mogelijk, tenzij een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s, noopt tot toetreding van een of meer bestuursorganen. 2. In geval van toetreding, geschiedt deze nadat de colleges en het bestuursorgaan dat wenst toe te treden daarmee in meerderheid ingestemd hebben, onverminderd het bepaalde in artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het algemeen bestuur kan vooraf voorwaarden bepalen voor toetreding. Artikel 51 Uittreding 1. Uittreding uit de gemeenschappelijke regeling is niet mogelijk, tenzij een algemene maatregel van bestuur, als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s, noopt tot uittreding van een of meer bestuursorganen. 2. Het college dat moet uittreden, doet een verzoek hiertoe aan de voorzitter.
De voorzitter zendt het verzoek onverwijld aan het algemeen bestuur. 3. Het uittredende college en het dagelijks bestuur doen gezamenlijk een voorstel voor de gevolgen van de uittreding. Het voorstel bevat in elk geval de vergoeding van de berekenbare kosten die rechtstreeks het gevolg zijn van de uittreding. Het voorstel wordt onverwijld aan het algemeen bestuur gezonden. 4. De berekenbare kosten die rechtstreeks het gevolg zijn van de uittreding, komen voor rekening van de uittredende gemeente. Indien er als gevolg van de uittreding personele consequenties zijn, dient daarvoor een sociaal statuut te worden vastgesteld. 5. De uittreding vindt plaats nadat de colleges in meerderheid hebben ingestemd met het voorstel inzake de gevolgen en daarmee de uittreding zelf, waarbij in elk geval het uittredende college moet instemmen. Artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing. Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de gevolgen van uittreding en daarmee de uittreding zelf, wordt het geschil voorgelegd aan gedeputeerde staten, overeenkomstig artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 55 Wijzigingen 1. Zowel het algemeen bestuur als de besturen van tenminste eenderde van de deelnemende gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2.
De regeling kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van de besturen van tenminste tweederde van de deelnemende gemeenten.
Artikel 52 Wijzigingen 1. Zowel het algemeen bestuur als de besturen van tenminste eenderde van de deelnemende gemeenten kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. Artikel 1, lid 2 tot en met 5 Wet gemeenschappelijke regelingen is van toepassing, met dien verstande dat: a. het dagelijks bestuur de ontvangen zienswijzen (of mededelingen tot afzien ervan) doorzendt naar het algemeen bestuur; b. het algemeen bestuur de ontvangen zienswijzen weegt en beziet of deze aanleiding geven tot het heroverwegen van het voorstel tot wijziging van de regeling;
c. het voorstel tot wijziging van de regeling aan de deelnemende colleges wordt toegezonden met een toelichting op de weging van de zienswijzen. 3. De regeling kan worden gewijzigd bij een daartoe strekkend besluit van de besturen van tenminste tweederde van de deelnemende gemeenten. 4. De gewijzigde regeling wordt bekendgemaakt met toepassing van artikel 57, eerste lid van deze regeling. Artikel 56 Opheffing 1. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 2. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 3. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel, de overgebleven middelen en op geld waardeerbare rechten en plichten. 4. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van de Veiligheidsregio. 5. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 6. Zonodig blijven de organen van de Veiligheidsregio ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
Artikel 53 Opheffing 1. Ingeval van opheffing van de regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regelen. Hierbij kan van de bepalingen van de regeling worden afgeweken. 2. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, de raden van de deelnemende gemeenten gehoord, vastgesteld. 3. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel, het archief, de overgebleven middelen en op geld waardeerbare rechten en plichten. 4. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorgdragen voor de nakoming van de verplichtingen van de Veiligheidsregio. 5. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 6. Zo nodig blijven de organen van de Veiligheidsregio ook na het tijdstip van opheffing in functie, totdat de liquidatie is voltooid.
Hoofdstuk 18 Geschillen
Hoofdstuk 18 Overige zienswijzen Artikel 54 Overige zienswijzen Het bestuur kan, naast de in deze regeling wettelijk verplichte opgenomen zienswijzen, ook aan de raden om een zienswijze vragen op belangrijke bestuurlijke besluiten, wanneer de meerderheid van het algemeen bestuur dat nodig vindt.
Hoofdstuk 19 Geschillen Artikel 57 Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, één aangewezen door elk van de bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 4. De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
Artikel 55 Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen de beslissing van gedeputeerde staten wordt ingeroepen, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een daartoe door partijen in te stellen geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit vertegenwoordigers, één aangewezen door elk van de bij het geschil betrokken partijen, alsmede een door deze vertegenwoordigers aangewezen onafhankelijke voorzitter. 3. De geschillencommissie hoort de bij het geschil betrokken besturen. 4. De geschillencommissie brengt aan het algemeen bestuur advies uit over de mogelijkheden partijen tot overeenstemming te brengen.
Hoofdstuk 19 Slotbepalingen
Hoofdstuk 20 Slotbepalingen
Artikel 58 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 56 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 59 Vervanging en inwerkingtreding 1. De regeling wijzigt de per 8 oktober 2010 in werking getreden gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden. 2. De gewijzigde regeling treedt in werking op 1 januari 2014.
Artikel 57 Toezending, bekendmaking, inwerkingtreding en citeertitel 1. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de toezending en bekendmaking van deze regeling, als bedoeld in artikel 26 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 2. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2025. 3. De regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden’.
Artikel 60 Overgangsbepaling Vervallen Artikel 61 Titel De regeling wordt aangehaald als ‘Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Hollands Midden’.