CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-120 Bijlage 1, 11e wijziging Apv GS april 2022 was-wordt-tabel_wijz_model-apv 2012 11e wijziging

Besluitvormende raadsvergadering 15 december 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen 11e Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Nieuwkoop 2012 (Apv) (2022-120)10.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

Artikel 5:21 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:21 Afbakeningsbepalingen 1. Het verbod van artikel 5:18 eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het provinciale wegenverordening.

2. De weigeringsgrond van artikel

5:19a, eerste lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Nieuwe tekst Artikel 5:21 Afbakeningsbepalingen 1. Artikel 5:18 eerste lid is niet van toepassing op beperkingengebiedaktiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet of de provinciale omgevingsverordening. 2. De weigeringsgrond van artikel 5:19a, eerste lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken.

Artikel 5:32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:32 Crossterreinen 1 Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2 Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a het voorkomen of beperken van overlast; b de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3 Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Nieuwe tekst Artikel 5:32 Crossterreinen 1. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de

22

Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Artikel 5:33 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1 Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2 Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a het voorkomen van overlast; b de bescherming van natuurof milieuwaarden; c de veiligheid van het publiek. 3 Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de

Nieuwe tekst Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. 2. Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a. het voorkomen van overlast; b. de bescherming van natuurof milieuwaarden; c. de veiligheid van het publiek. 3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de 23

4

5

terreinen als in het eerste lid bedoeld; e voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. Het verbod is voorts niet van toepassing: a op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebiede n of terreinen; b binnen de bij of krachtens de milieuverordening ZuidHolland aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebiede n of terreinen; b. binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel. 5. Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1 Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2 Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c vuur voor koken, bakken en braden. 3 Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4 Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden

Nieuwe tekst Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; c. vuur voor koken, bakken en braden. 3. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod. 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

24

5

6

geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429 aanhef en onder 1ᵒ of 3ᵒ, van het Wetboek van Strafrecht of de milieuverordening Zuid-Holland. Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraag 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429 aanhef en onder 1ᵒ of 3ᵒ, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening. 6. Op de ontheffing als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

{{esl:Signer1:capture:size(400,100)}} {{esl:Signer2:capture:size(400,100)}}

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=146e8766-7e15-4372-b822-5fdd7eeefe3d