2021-053a Raadsvoorstel RES 1.0 Holland Rijnland
Tekst van het document
Gemeente Nieuwkoop College van Burgemeester en Wethouders
Raadsvoorstel Portefeuillehouder: G. Elkhuizen (RES) G. van Duin (coördinerend wethouder Duurzaamheid) Besluitvormende vergadering: 3 juni 2021
Opgesteld door: Eelco Meijer, afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling & Grondbedrijf
Registratienummer collegebesluit: 21.08682
Raadsnummer: 2021-053
Titel / onderwerp: RES 1.0 Holland Rijnland Samenvatting: Op 1 juli 2021 dient de RES 1.0 Holland Rijnland door de verschillende raden vastgesteld te zijn. Na vaststelling zal deze – als bijdrage van onze regio aan de RES – worden aangeboden aan het Rijk als onderdeel van het Nationaal Programma RES (NP RES). In het raadsvoorstel is ingegaan op de lokale bijdrage aan het groter geheel met het accent op het onderdeel “Elektriciteit”. Nieuwkoop heeft op de regionale kaart haar oriëntatiegebieden gezet die zijn voortgekomen uit participatie met inwoners en lokale stakeholders. Als productieplafond is 0,08 TWh groene stroom gehanteerd dat overeenkomt met het al eerder vastgestelde streefdoel uit het Beleidskader Duurzaamheid. Dit is als het ware ons lokaal bod binnen Holland Rijnland en sluit aan op de geprognotiseerde maximale ruimte die Liander tot 2030 heeft qua netcapaciteit en aansluitmogelijkheden. In de RES 1.0 Holland Rijnland is rekening gehouden met de wensen en bedenkingen van de verschillende raden. Zo zijn voor de Nieuwkoopse situatie eerder ingetekende windturbines van de regionale kaart gehaald en zijn Natura 2000 en NNN-gebieden gevrijwaard van zonnevelden en windturbines. Ons college is van mening dat de RES 1.0 Holland Rijnland voldoende recht doet aan de door de Raad ingebrachte wensen en bedenkingen.
Wel stellen we als Nieuwkoop een aantal voorwaarden waaronder Nieuwkoop kan instemmen. Deze geven duidelijkheid waar onze grenzen liggen en geven tegelijkertijd voldoende ruimte om – samen met onze inwoners en lokale stakeholders - aan de opgave te werken. Met inachtneming van deze voorwaarden stelt het college de Raad voor de RES 1.0 Holland Rijnland vast te stellen. Alle regionale stukken, inclusief de RES 1.0 Holland Rijnland, zijn te vinden onder de link: https://hollandrijnland.stackstorage.com/s/DHcyYV15K2yWt1nx
1
Pagina 2 van 15
Voorgesteld besluit: Het college van burgemeester & wethouders stelt de raad voor het volgende te besluiten: 1. De RES 1.0 Holland Rijnland, onder de volgende voorwaarden, vast te stellen: a. Nieuwkoop hanteert een productieplafond van 0,08 TWh duurzame elektriciteit per jaar op land in 2030. b. Nieuwkoop sluit plaatsing van zonnevelden en windturbines in Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland uit. Deze gebieden bieden géén mogelijkheden. c. Nieuwkoop ziet geen mogelijkheden voor grote en middelgrote windturbines in haar gemeente. 2. Het college de opdracht te geven een afwegingskader voor zonnevelden op te stellen om sturing te kunnen geven aan initiatieven voor zonnevelden burgemeester en wethouders van Nieuwkoop {{esl:Signer1:capture:size(250,100)}} {{esl:Signer2:capture:size(250,100)}}
Govard Slooters secretaris
Robbert-Jan van Duijn burgemeester
2
Pagina 3 van 15
TOELICHTING
Inleiding / aanleiding Binnen regio Holland Rijnland werken dertien gemeenten, Provincie Zuid Holland, Omgevingsdienst West-Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland samen om te komen tot een regionale energiestrategie (RES). Ook andere stakeholders zoals netbeheerder Liander zijn hierbij betrokken. Deze regionale samenwerking is reeds ingezet bij de ondertekening van het Energieakkoord Holland Rijnland in september 2017. Partijen hebben destijds met elkaar de ambitie gesteld om in 2050 een energieneutrale regio te zijn. Hoofdonderdelen RES en focus In de RES 1.0 wordt het regionale aanbod voor de periode tot 2030 uitgewerkt ten aanzien van elektriciteit, gas en warmte. De RES vindt haar oorsprong in het Klimaatakkoord. De RES richt zich met name op de volgende drie onderdelen: 1. Opwekking van duurzame elektriciteit (landelijk: 35 TWh op land in 2030) 2. Warmtetransitie in de gebouwde omgeving (van fossiele naar duurzame bronnen) 3. Organisatie van benodigde opslag en energie-infrastructuur. Voor de vaststelling van RES 1.0 Holland Rijnland heeft “Elektriciteit (punt 1)” de grootste aandacht van ons college, omdat er vanuit het Rijk een duidelijke taak ligt bij de gemeenten binnen de regio om haar bijdrage te leveren aan 35 TWh op land in 2030. Dit moeten we met bestaande, bewezen technieken realiseren.
Voor de productie van groene stroom zijn dat vooralsnog windturbines en zonnepanelen. Voor deze productie is ruimte nodig. Ruimte waar we zorgvuldig mee om gaan. Zeker met het oog op onze ligging in het Groene Hart, onze kenmerkende landschappen en mooie natuur. Ondanks de focus op de opwekking van duurzame elektriciteit in de RES 1.0 willen we benadrukken dat we energiebesparing en het benutten van lokale warmte net zo belangrijk vinden. Deze onderwerpen komen terug in ons duurzaamheidsprogramma en later dit jaar in de Transitievisie Warmte. Zoeken naar een goede balans Vanwege de ruimtevraag en zichtbaarheid in het landschap kan het opvoeren van de duurzame elektriciteitsproductie in de regio een impact hebben op het landschap, natuur en beleving van inwoners. Afgezien hiervan moet er uiterlijk op 1 juli 2021 een bod bij het Rijk liggen en een zoekrichting waar deze productie zou kunnen plaatsvinden (zoekgebieden). Aangezien Nieuwkoop een landelijke gemeente is, zal de druk op onze gemeente toenemen als blijkt dat er langs de grote infra (A4, A44, N11) niet voldoende geproduceerd kan worden. We hebben (al vanaf het begin) onze eigen lijn gevolgd en samen met inwoners en lokale stakeholders naar deze problematiek gekeken.
Zodoende tracht de gemeente een goede balans te vinden tussen de opgave om lokaal groene stroom te produceren en het behoud – of zelfs versterking – van de waarden die wij als gemeente belangrijk vinden (natuur, landschap, beleving etc.). Wensen en bedenkingen De Raad heeft Holland Rijnland wensen en bedenkingen meegegeven richting de RES 1.0 Holland Rijnland. Een aantal ervan zijn doorgeschoven naar de RES 2.0. In bijlage 2 is een overzicht gegeven wat er met de wensen en bedenkingen van de Raad is gedaan, zowel regionaal als lokaal. Onze conclusie is dat als er regionaal wensen niet zijn overgenomen, dat het dan wel lokaal een plek heeft gekregen.
3
Pagina 4 van 15 Denkmee Nieuwkoop Vanuit de gedachte dat RES en Omgevingsbeleid een directe relatie hebben met elkaar, hebben we ervoor gekozen om vanuit de Ruimtelijke Kwaliteit naar het elektriciteitsvraagstuk te kijken. Daarvoor is een eigen concept kansenkaart zonnevelden en concept kansenkaart windenergie ontwikkeld. Door de lokale context te schetsen, is getracht om inwoners en lokale stakeholders achtergronden mee te geven voor kansen en restricties voor zonnevelden en windenergie. Vervolgens is via het participatieplatform Denkmee Nieuwkoop aan inwoners gevraagd meningen/ideeën achter te laten op de concept kansenkaarten. Met hun inbreng helpen inwoners en lokale stakeholders de gemeente om tot een goede ruimtelijke ordening te komen. Dit heeft tot een oriëntatiekaart zonnevelden geleid. Onder het kopje Participatie wordt uitgelegd hoe de gemeente de participatie met inwoners en stakeholders heeft doorlopen.
Op Denkmee Nieuwkoop is alle informatie te vinden over: de RES 1.0, vragen en antwoorden, concept kansenkaarten zonnevelden en windenergie, resultaten enquête en online bijeenkomsten met de dorpen, terugkoppeling op bijdragen van belangengroepen, verenigingen en andere geïnteresseerden, de oriëntatiekaart zonnevelden en het vervolg op dit traject PARK advies en regionale samenwerking Het beeld dat uit de participatie naar voren komt, heeft veel raakvlakken met het PARK1 advies voor het Groene Hart (het rapport is te vinden op Denkmee Nieuwkoop). Wij herkennen de noodzaak om het RES-vraagstuk integraal vanuit de ruimtelijke kwaliteit te benaderen. Wij onderschrijven het belang om Natura 2000 en NNN-gebieden te vrijwaren van windturbines en zonnevelden. We delen de mening dat er vooral gekeken wordt naar koppelkansen en naar gebieden waar vraag en aanbod bij elkaar komt. Alle hoofdpunten uit het PARK advies komen terug in ons participatietraject met inwoners en lokale stakeholders. Ten aanzien van windenergie wordt ons beeld in het PARK advies gedeeld dat clustering van windturbines langs de hoofdinfrastructuur (A -en grote N wegen) het meest voor de hand ligt.
Tegelijkertijd zijn er in het PARK advies wel mogelijkheden toegedicht aan grootschalige zonnevelden in koppeling met gebieden die te maken hebben met bodemdaling en waar stikstofreductie – vanwege nabijgelegen Natura 2000 gebieden – gewenst is. Over het algemeen komt de denkwijze van de opstellers van het PARK advies overeen met onze benadering van dit vraagstuk. Ons college concludeert dat PARK een goed product heeft afgeleverd wat ook op goedkeuring van Stichting Groene Hart kan rekenen. Zelf hebben we ook over de grenzen van onze gemeente gekeken en afgestemd met gemeenten als Alphen aan den Rijn, Kaag en Braassem, De Ronde Venen en Woerden. Tot dusver zijn er weinig aanknopingspunten om gemeentegrensoverschrijdende projecten op te pakken. Voor het warmtevraagstuk ligt dat wel anders. In Greenport Aalsmeer verband kijken we naar benuttingsmogelijkheden van het potentieel aan diepere aardwarmte (SCAN2) en restwarmte voor tuinbouwkassen en woningen. Vaststelling RES 1.0 Holland Rijnland De RES wordt regionaal opgesteld, maar uiteindelijk zijn het de afzonderlijke raden die het besluit nemen over de vaststelling van de RES 1.0 Holland Rijnland. De besluitvormingsprocedures voor de RES zijn vastgelegd in de handreiking RES als uitwerking van het Klimaatakkoord.
Op 7 april 2021 is de RES 1.0 Holland Rijnland vrijgegeven ter vaststelling door de gemeenteraden, Provinciale Staten en Verenigde Vergadering (waterschap). De RES 1.0 Holland Rijnland wordt 1 Provinciaal Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit. Document: Regionale energiestrategieën en het Groene Hart, Advies over de gewenste
samenhang en ruimtelijke kwaliteit in de RES 1.0, Samenwerkende PARK’s - Provincie Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Holland, 9 november 2020 2
Seismische Campagne Aardwarmte Nederland
4
Pagina 5 van 15 vervolgens doorgeleid naar het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland en – uiterlijk 1 juli 2021 aangeboden aan het Rijk als onderdeel van het Nationaal Programma RES (NP RES).
Beoogd (maatschappelijk) effect Ons doel is om vanuit het participatietraject met inwoners en lokale stakeholders te komen tot een gebalanceerde invulling van de RES 1.0, waarin de belangen van Nieuwkoop op een goede, herkenbare en realistische wijze zijn afgewogen.
Kader / eerdere besluiten / voorgeschiedenis Relevante kaders Relevante regelgeving en beleidskaders voor het opstellen van de RES 1.0 zijn: - Klimaatwet - Omgevingswet - Warmtewet 2.0 (in voorbereiding) - Energieakkoord Holland Rijnland - Coalitieakkoord Provincie Zuid-Holland Eerdere besluiten - Raadsbesluit Wensen en bedenkingen Concept RES Holland Rijnland, 28 mei 2020, nummer 2020-043 - Raadsbesluit Beleidskader Duurzaamheid gemeente Nieuwkoop, 28 mei 2020, nummer 2020041 met de toevoeging: a) De lokale doelen voor het thema energietransitie vast te stellen, onder de voorwaarde dat deze doelen blijven meebewegen met de wensen & bedenkingen en komende besluiten van onze gemeente, over de (concept) RES - Raadsbesluit Duurzaamheidsprogramma 2021-2024, 18 maart 2021, nummer 2021-06 RES en Omgevingswet Vroegtijdige betrokkenheid van de samenleving is belangrijk bij het maken van beleid voor de fysieke leefomgeving. Participatie heeft daarom een belangrijke plaats in zowel de RES als in de instrumenten van de Omgevingswet, die vanaf 2022 van kracht zijn. De Omgevingswet heeft participatie als een aparte pijler. Daarnaast gaat de Omgevingswet uit van integraliteit, waarmee energie onderdeel is geworden van omgevingsbeleid. De RES en het Omgevingsbeleid zijn daardoor aan elkaar verbonden3.
Aan de totstandkoming van de Omgevingsvisie voor Nieuwkoop is een uitgebreide participatie voorafgegaan. De participatie rondom de RES valt samen met de eindfase van de Omgevingsvisie. Deze zijn aan elkaar gekoppeld.
Participatie / betrokken partijen / personen Gemeente Nieuwkoop heeft veel energie gestoken om de RES lokaal te laten landen. We hebben als gemeente ervoor gekozen om van onderaf – vanuit de lokale realiteit – te wegen waar mogelijkheden liggen voor zonnevelden en windenergie. Als vertrekpunt voor onze participatie hebben we – net als het PARK advies voor het Groene Hart - de Ruimtelijke Kwaliteit genomen. Vanuit de kwaliteiten die we toedichten aan ons landschap in het Groene Hart, onze natuurwaarden en kijkend naar koppelkansen, zijn we het gesprek aangegaan met onze inwoners en lokale stakeholders. De resultaten van het participatietraject met onze inwoners vindt u op Denkmee Nieuwkoop. In diverse raadsgesprekken werd grote waarde gehecht aan een transparant participatieproces. Gezien de nadruk hierop gaan we dieper in op de manier hoe we inwoners en lokale stakeholders 3 Handreiking NP RES, versie 1.1, oktober 2019
5
Pagina 6 van 15 betrokken hebben bij het proces richting een oriëntatiekaart en – na de zomer - een afwegingskader voor zonnevelden. Aankondiging / communicatie De gemeente heeft stevig ingezet om de inwoners bij dit onderwerp te betrekken. Er zijn twee keer uitnodigingen, in de vorm van ansichtkaarten, gestuurd naar alle woonadressen in de hele gemeente. De eerste keer om mee de denken op het platform Denkmee.nieuwkoop.nl om daar reacties en ideeën op de kansenkaarten te zetten en het volgen van een Webinar daarover. De tweede keer met een oproep om de enquête zon/wind – Nieuwkoop in te vullen. Daarbij is er gebruik gemaakt van lokale externe media zoals AD, Omroeper, Alphens Nieuwsblad en digitaal via Nieuwkoops.nl en de Nieuwkoper.nl. Ook via de eigen kanalen Nieuwkoop Nieuws, de gemeentelijke website en social media zijn talloze keren gevraagd om mee te doen. Naast berichten in de media en een bijeenkomst met dorpsraden zijn er circa 1200 e-mails gestuurd naar inwoners die zich op het platform hebben ingeschreven met de uitnodiging om de onlinebijeenkomsten voor de dorpen bij te wonen. Eerste fase: informeren De gemeente heeft op verschillende wijze inwoners geïnformeerd. In de Week van de Duurzaamheid is een uitgebreid artikel in Nieuwkoop Nieuws verschenen met uitleg over de RES.
Er is een speciale Webinar RES gehouden waarin inwoners werden geïnformeerd over de RES, de opgave, het participatietraject richting een RES 1.0 en het besluitvormingsproces. Tijdens de Webinar zijn vragen beantwoord en verdere duiding gegeven. Alle vragen en antwoorden zijn op Denkmee Nieuwkoop gezet. Via het platform was het ook mogelijk om de Webinar RES terug te kijken. Alle relevante informatie rondom de RES en de inwonersparticipatie is op Denkmee Nieuwkoop gezet. Daarmee functioneerde dit platform als centrale informatiebron voor alle inwoners. Tweede fase: reacties en ideeën ophalen De gemeente heeft een concept kansenkaart zonnevelden en een concept kansenkaart windenergie op Denkmee Nieuwkoop gezet. Deze kaarten waren inzoombaar en de lokale context was onder de omschrijvingen voor de deelgebieden te vinden. Inwoners hebben hun reactie en ideeën op de beide kaarten geplaatst. Er zijn kritische kanttekeningen gemaakt, bezorgdheden geuit en goede en creatieve ideeën aangedragen. We hebben ongeveer 150 reacties/ideeën binnengekregen. Aansluitend hierop heeft de gemeente via Denkmee een enquête zon/wind – Nieuwkoop uitgedaan. Deze enquête geeft inzicht in de voorkeuren ten aanzien van zonnevelden en windenergie en welke randvoorwaarden inwoners belangrijk vinden voor het plaatsen van zonnevelden.
De resultaten ervan worden gebruikt voor het opstellen van een ruimtelijk en sociaaleconomisch afwegingskader. De enquête is door bijna 600 inwoners ingevuld. Derde fase: verdieping ideeën Na analyse van de resultaten vanuit Denkmee en de enquête is de dialoog met de inwoners aangegaan door per dorpscluster de ideeën/kansrijke gebieden nader te bespreken. Tijdens drie interactieve onlinebijeenkomsten (21, 25 en 28 januari 2021) is de gemeente per dorpscluster dieper op de kansen ingegaan. Per bijeenkomst namen tussen de 80 en 100 inwoners deel. De bijeenkomsten waren interactief van karakter. Het eerste deel was informatief, in het tweede deel ging men onder leiding van een gespreksleider in gesprek met elkaar en tijdens het laatste deel werden de gesprekken samengevat. Vierde fase: analyse en terugkoppeling De inbreng van inwoners via Denkmee Nieuwkoop, enquête zon/wind en bijeenkomsten met dorpen aangevuld met reacties, meningen, kansen, alternatieven via brieven, petities, e-mails etc. - vormen input voor de uiteindelijk afweging te komen tot een oriëntatiekaart zonnevelden. Daarbij zijn ook de resultaten uit de sessies met lokale stakeholders (sectortafels) meegenomen. Dit alles leidt tot een
6
Pagina 7 van 15 overzicht hoe een gebied ‘scoort’ op vraag en aanbod, koppelkansen, netbelasting en draagvlak onder inwoners. Dit geeft inzicht voor de mogelijkheden voor een bepaald gebied voor zonnevelden. De terugkoppeling, oriëntatiekaart en het vervolg erop is op Denkmee Nieuwkoop geplaatst. Via lokale media en e-mails vanuit de gemeente zijn inwoners en lokale stakeholders geïnformeerd. Participatie stakeholders Parallel aan het participatietraject met inwoners hebben ook lokale stakeholders – vanuit verschillende sectortafels - naar de kansenkaarten gekeken en hun kijk daarop met ons gedeeld. De sectortafels zijn door de Gebiedscoöperatie Nieuwkoop (GCN) opgericht met het doel om de energietransitie – vanuit een systeembenadering - in Nieuwkoop te bevorderen. Met het besef dat een transitie om systeeminnovaties vraagt, heeft GCN de tafels ingedeeld in sectoren. De achterliggende gedachte is dat stakeholders - in ketens waarbinnen ze opereren – elkaar nodig hebben om daadwerkelijk de transitie verder te brengen. De sectortafels zijn kortweg als volgt ingedeeld: Industrie, Landbouw, Glastuinbouw, Mobiliteit, Water-natuur-klimaat en Gebouwde Omgeving. Al deze tafels hebben meerdere bijeenkomsten gehad. De integrale afstemming vindt plaats in de Begeleidingsgroep waar de verschillende tafels zijn vertegenwoordigd.
Het advies van de Begeleidingsgroep over de energietransitie is in bijlage 3 te vinden. Jongeren In de Raad is meerdere keren gesproken om jongeren intensiever bij de energietransitie te betrekken. Zij zijn de generatie die in de wereld moeten leven die oudere generaties achterlaten. Los van de participatie rondom de RES hebben we, via het platform Swipocratie, jongeren een aantal vragen en stellingen voorgelegd waar zij door middel van ‘swipen’ antwoord op konden geven. De Swipocratie is door het vegen naar links of rechts, de snelheid en de vormgeving zeer laagdrempelig om mee te doen. Er is gebruik gemaakt van gerichte Facebook en Instagram advertenties. De advertenties waren alleen te zien voor jongeren uit de doelgroep. Uiteindelijk is de Swipocratie 110 keer ingevuld en na filteren op leeftijd, en woonachtig in de gemeente, bleven er 80 jongeren (15-25 jaar) over. Uit de resultaten blijkt dat de jongeren meer bereid zijn om energie te besparen dan om energie op te wekken. Windmolens en zonnepanelen op daken zien ze liever bij industrie geplaatst worden. Er is weinig draagvlak voor het delen van auto’s of het verkiezen van openbaar vervoer boven een eigen auto. In de bijgevoegde infographic zijn de uitkomsten op een rij gezet. Van de 80 jongeren gaven er tien aan mee te willen praten in een jongerenpanel over duurzaamheid.
Deze jongeren zijn uitgenodigd voor een eerste bijeenkomst. Deze zal in het teken staan van kennismaking en introductie van het onderwerp. Duurzaamheidsaspecten De RES 1.0 is voor ons het vliegwiel om te komen tot een afwegingskader voor zonnevelden. De RES 1.0 zorgt voor een versnelling van het halen van onze lokale energiedoelstellingen, zoals beschreven in ons Beleidskader Duurzaamheid. We sluiten niet onze ogen voor de effecten van een grootschalige vorm van productie van elektriciteit. We zoeken naar een evenwicht tussen het benutten van ruimte voor energieopwekking en het versterken van onze natuur en leefomgeving.
Gezondheid Voor de totstandkoming van de oriëntatiekaart zonnevelden is rekening gehouden met de beleving die inwoners hebben met het landschap. Het Groene Hart is namelijk landschappelijk en cultuurhistorisch een uniek gebied met groene/blauwe/recreatieve functies en daarmee een belangrijke tegenhanger van de drukke en dichtbebouwde (rand)stad. Uit de vele reacties blijkt dat inwoners over het algemeen veel waarde hechten aan rust, ruimte, groen, natuur en een mooie karakteristieke woonomgeving. De beleving ervan kan het onderliggende gevoel naar de oppervlakte brengen dat al te drastische ingrepen in het landschap ons verder afdrijft van waar we ons thuis voelen. Dit kan effecten hebben 7
Pagina 8 van 15 op de gezondheid van inwoners die in het gebied wonen, werken en/of recreëren. We hebben geluisterd naar bedenkingen die inwoners hebben bij bepaalde polders en hebben dat meegewogen in de totstandkoming van de oriëntatiekaart zonnevelden. De milieueffecten van zonnevelden windmolens komen in het afwegingskader aan bod. Aangezien Nieuwkoop geen ruimte ziet voor middelgrote en grote windturbines in de gemeente, zijn de milieueffecten die hieraan zijn gerelateerd niet aan de orde.
Varianten met argumenten voor en tegen
Waarom zijn er geen mogelijkheden voor grote en middelgrote windturbines in Nieuwkoop? Windturbines wekken relatief veel groene stroom op en zorgen voor een efficiënter functioneren van het elektriciteitsnet. Tijdens de behandeling van de Concept RES heeft de gemeenteraad in haar wensen en bedenkingen het volgende besloten (W&B 4): “Nieuwkoop is van mening dat opwek van duurzame elektriciteit langs grote infra mogelijk moet worden gemaakt. Wat betreft wegeninfrastructuur komen daarvoor allereerst de N11, A4 en A44 in aanmerking”. Met inachtneming van het bovengenoemde standpunt heeft de gemeente onderzocht welke feitelijke argumenten er spelen aangaande mogelijkheden voor grote en middelgrote windturbines op het grondgebied van gemeente Nieuwkoop. Voor twee derde van het grondgebied van de gemeente Nieuwkoop (tot Nieuwkoopse plassen en oostelijke rand) zijn hoogtebeperkingen van Schiphol (Luchtindelingsbesluit) van invloed op de plaatsingsmogelijkheden van windturbines. Volgens de kaarten van Nationaal Programma RES zouden windturbines met een vermogen van 3,6 MW kunnen volstaan. Echter gelden voor dat gebied hoogtebeperkingen van 120 tot 146 meter.
Bij windturbines is de tiphoogte bepalend wat maakt dat ook 3,6 MW turbines (met tiphoogte tot circa 180 meter) te hoog zijn, terwijl kleinere windturbines (3 MW, masthoogte 91 meter, tiphoogte max 150 m) economisch voor energie-exploitanten steeds minder interessant worden4. Inspectiedienst Leefomgeving & Transport (ILT) geeft aan dat er geen vrijstellingen verleend worden in die gebieden waar hoogtebeperkingen gelden die in het verlengde liggen van start -en landingsbanen.
4 De hoogte van de opbrengst is voornamelijk afhankelijk van de ashoogte, tiphoogte, vermogen van de turbine
en de windsnelheid. Als vuistregel wordt gehanteerd: 2x grotere wieken = 4x meer opbrengst. Een hogere opbrengst is niet alleen nodig om de energiedoelstellingen binnen de RES in handbereik te krijgen, maar ook nodig om windenergie financieel haalbaar te maken. In het Klimaatakkoord is als doel gesteld dat na 2025 hernieuwbare elektriciteit concurrerend wordt met de marktwaarde van de geproduceerde elektriciteit. In het akkoord is een kostprijsreductiepad vastgelegd dat tegelijkertijd dient als begrenzing voor het toekennen van SDE-subsidies voor windmolenparken. Dit maakt dat het erg lastig is om voor de kleinere turbines (3,0 - 3,6 MW) een rendabele businesscase te bouwen.
8
Pagina 9 van 15 Uit onderstaand figuur is af te leiden dat plaatsing van windturbines in Nieuwkoop moeilijk realiseerbaar is. Daar waar grijs gebied te zien is, zijn theoretisch mogelijkheden.
De invloedsfeer van een hoogtebeperking (gele vlak) is groter dan alleen het gebied waar formeel de hoogtebeperking geldt. Het is dus zeer de vraag of er vrijstellingen verleend kunnen worden als er, net buiten de hoogtebeperking contour (het grijze gebied), windturbines van 3,6 MW of hoger als een mogelijkheid worden gezien. Argumenten voor windturbines: - Windturbines wekken verhoudingsgewijs meer groene stroom op dan zonnevelden en zorgen voor meer systeemefficiëntie in het elektriciteitsnet - Windturbines nemen minder ruimte in beslag dan zonnevelden, waardoor de agrarische functie van het gebied behouden blijft Argumenten tegen windturbines: - Er zijn te veel belemmeringen voor windturbines waaronder de hoogtebeperkingen vanuit Schiphol en veiligheidsafstanden ten opzichte van woningen en andere gevoelige objecten - De nieuwe generatie windturbines hebben over het algemeen een groot vermogen (5,6 MW) en zijn hoger (> 140 m) dan de huidige generatie middelgrote windturbines op land (3 MW). Vanwege de hoogtebeperkingen van Schiphol is er vrijwel geen plek voor windturbines met een groot vermogen. - De Natura 2000 en NatuurNetwerkNederland gebieden hebben een beschermde status. Verstoring van deze gebieden heeft haar doorwerking naar het omliggende landelijk gebied als foerageergebied en migratieroute voor diverse doelsoorten.
Mede gelet op de stikstofcrisis, wat ook ons Natura 2000 gebied raakt, staan Nieuwkoop en Provincie voor een grote natuurherstel opgave in het gebied (Europese instandhoudingsverplichtingen). - Windturbines kunnen tot ongewenste milieueffecten leiden; denk aan: geluidhinder, slagschaduw en lichtvervuiling (knipperende lichten). 9
Pagina 10 van 15 -
Binnen de gemeente is er weinig tot geen draagvlak voor grote en middelgrote windturbines Het PARK advies voor het Groene Hart stelt dat grootschalige elektriciteitsproductie qua landschappelijke inpasbaarheid beter past bij hoofdinfra, zoals de A4, A44 en N11. Dit sluit aan op W&B 4 van de Raad.
Op basis van bovengenoemde argumenten concludeert ons college dat het plaatsen van windturbines geen haalbare kaart is (beslispunt 1c). Aansluitend hierop sluit het college aan bij W&B 4 van de Raad dat wat betreft wegeninfrastructuur allereerst de N11, A4 en A44 daarvoor in aanmerking komen.
Waarom ons niet beperken tot zonnepanelen op daken? Argumenten voor: - Alle dakoppervlak die we kunnen benutten voor zonnepanelen, moeten we vooral ook benutten; het legt namelijk geen claim op de ruimte en heeft het minste impact op de omgeving Argumenten tegen: - We hebben te weinig grote daken in de gemeente (grofweg 20 ha waarvan een deel geschikt) om de 0,08 TWh in 2030 te halen - Voor zon op kleine daken (< 15 kW) is de autonome groei (van landelijk 7 TWh, waarvan 0,24 TWh voor Holland Rijnland) al ingecalculeerd in het Klimaatakkoord. De opbrengst van zon op kleine daken telt alleen mee voor het RES-bod als er meer geproduceerd wordt dan 0,24 TWh. Dat is op dit moment niet de verwachting.
Hoeveel is 0,08 TWh? Een productie van 0,08 TWh per jaar staat grofweg gelijk aan 80 tot 100 hectare zonnevelden. Dit is afhankelijk van het vermogen van zonnepanelen, veldopstelling, mate van verdichting van panelen in een veld, weersomstandigheden, daadwerkelijk te benutten oppervlak van grote daken en andere factoren. Op het moment van vergunningverlening en daadwerkelijke aanleg van zonnevelden zal gestuurd worden op hoog rendement zonnepanelen. Rekening houdend met de steeds toenemende vermogenstoename van zonnepanelen kan het noodzakelijke beslag op de ruimte lager worden dan het hierboven genoemde aantal hectares. Door de opbrengsten van zon op grote daken en zonnevelden in de tijd te monitoren, kan bijgehouden worden hoeveel ruimte (hectare / dakoppervlak) er daadwerkelijk nodig is om tot 0,08 TWh productie te komen in 2030.
Is een productieplafond van 0,08 TWh in 2030 nodig? Ja, dat is om de volgende redenen nodig: - We hebben vraagtekens bij het realiteitsgehalte van 1,05 TWh productie van groene stroom in 2030 in regio Holland Rijnland. We denken dat deze ambitie te hoog gegrepen is. Er is namelijk uitgegaan van theoretische potenties voor wind -en zonne-energie in gebieden langs de infra waar niet of nauwelijks participatie met inwoners hebben plaatsgevonden. Daarbij zijn plan-MER achtige elementen niet in de regionale kaart verwerkt. Om te voorkomen dat deze theoretische opgave voor een groot deel in Nieuwkoop landt, denken we dat een begrenzing ons beschermt tegen bestuurlijke druk om meer te realiseren dan wij in onze ruimte mogelijk achten. - Aansluitend op het vorige punt: We willen maximaal sturing houden op de invulling van onze ruimte; zo willen we een ongebreidelde groei aan zonnevelden in onze gemeente voorkomen - We willen aansluiting vinden met het eerder vastgestelde streefdoel uit het Beleidskader Duurzaamheid ter hoogte van 0,08 TWh productie van groene stroom in 2030. 10
Pagina 11 van 15 -
Het productieplafond geeft niet alleen onze begrenzing aan, maar geeft juist ook de ruimte om – samen met onze inwoners en lokale stakeholders - aan de opgave te werken.
Argumenten tegen: - Door het instellen van een productieplafond wijken we af van de regionale lijn. Om die reden hebben we bij Holland Rijnland er niet op aangedrongen een productieplafond voor Nieuwkoop op de regionale kaart te zetten.
En is deze 0,08 TWh realistisch? Ja, om de volgende redenen: - Het sluit aan op de geprognotiseerde maximale ruimte die Liander tot 2030 heeft qua netcapaciteit en aansluitmogelijkheden op het onderstation, midden -en laagspanningstations. - Het noodzakelijke beslag op de openbare ruimte kan beperkt blijven vanwege een steeds toenemende vermogenstoename van zonnepanelen verder in de tijd.
En hoe vullen we deze 0,08 TWh in? Holland Rijnland wil een kwart (0,25 TWh) van haar ambitie realiseren met zonnepanelen op grote daken. In Nieuwkoop ligt grofweg 20 ha aan dakoppervlak op grote daken. We willen maximaal inzetten op het benutten van deze grote daken. Aansluitend op de ambitie van de regio streven we ernaar om 0,02 TWh aan groene stroom op grote daken te produceren. Dat betekent dat de overige 0,06 TWh op land via zonnevelden zou kunnen worden gerealiseerd (tussen de 60 en 80 ha). Dit sluit goed aan op de beschikbare en toekomstige netcapaciteit en aansluitmogelijkheden op het net. Wat zijn oriëntatiegebieden en hoe wordt omgegaan met initiatieven voor zonnevelden buiten deze oriëntatiegebieden? Op de oriëntatiekaart staan alleen gebieden waar een voorzichtige acceptatie van inwoners is om onder voorwaarden ontwikkelingen mogelijk te maken. Deze gebieden zijn 1 op 1 overgenomen op de regionale kaart van Holland Rijnland als onderdeel van de RES 1.0 Holland Rijnland (zie link, bijlage 6.6). In bijlage 4 is de oriëntatiekaart helderder dan het plaatje hiernaast. Verderop in dit raadsvoorstel zijn de afzonderlijke oriëntatiegebieden toegelicht. Belangrijk te noemen is dat er géén gebieden zijn aangewezen; het is een oriëntatiekaart (beleidskaart) met gebieden waarbinnen mogelijkheden worden gezien om zonnevelden te plaatsen.
Het wil dus ook niet zeggen dat de hele opgave terecht komt in 1 gebied of dat een gebied volledig benut kan worden voor zonnevelden. Ook zijn er buiten de oriëntatiegebieden mogelijkheden voor zonnevelden, alleen zijn deze wel onderhevig aan uiteenlopende belemmeringen die zonnevelden in de weg staan. De grijs ingekleurde gebieden, Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland, bieden géén mogelijkheden (zijn uitgesloten). Bij verkenningen naar zonnevelden moet rekening gehouden worden met grondexploitaties (met het oog op toekomstige ontwikkelingen als woningbouw/bedrijfsactiviteiten/natuurontwikkeling), aansluitmogelijkheden op het elektriciteitsnet en de bereidheid van grondeigenaren om hun land beschikbaar te stellen. Tegelijkertijd willen we sturen op een goede ruimtelijke inpassing en zorgen dat 11
Pagina 12 van 15 baten van zonnevelden ook ten goede komen aan de directe omgeving. In een afwegingskader willen we dit verder uitwerken en ervoor zorgen dat initiatiefnemers in hun verkenningen de omgeving betrekken.
Waarom een oriëntatiegebied aan de noordrand? Draagvlak/acceptatie Vanuit de onlinebijeenkomst RES op 21 januari 2021 voor de dorpen Vrouwenakker, Nieuwveen, Noordeinde en Zevenhoven ondersteunt door de brief van de werkgroep Blokland/Uiterbuurtweg en de dorpsraden Vrouwenakker en Nieuwveen - kwam naar voren dat er vooral kansen gezien worden voor zonnevelden in de noordrand van het gebied tegen de kassen aan. De noordrand zou uitkomst kunnen bieden voor tientallen hectares zonnevelden in verpauperde delen van het gebied. Anders dan de lagergelegen polder worden daardoor de panelen uit het karakteristieke zicht van de omgeving onttrokken. Netcapaciteit Naast het gegeven dat er in de huidige situatie vraag en aanbod moeilijk gekoppeld kan worden, is daarbij het elektriciteitsnet vraaggericht ingericht. Deze moet dus aangepast worden om het geschikt te maken voor energielevering vanuit de zonnevelden. De afstand tot het onderstation in Nieuwkoop is daarin een beperkende factor. Hoe verder grootschalige elektriciteitsproductie afzit van het onderstation hoe minder gunstig de business case. Afgezien hiervan ziet Liander ruimte voor circa 4 ha aan zonnevelden in dit gebied (via middenspanningstations).
Waarom een oriëntatiegebied in het middengebied? Deze stond niet op de concept kansenkaart zonnevelden. Draagvlak/acceptatie Vanuit de participatie met inwoners en belangengroepen is verschillende keren naar voren gekomen dat men het gebied tussen Nieuwveen (tegen bedrijfsterrein Schoterhoek aan) en Nieuwkoop (meer bij het onderstation van Liander) als gebied ziet waar goede mogelijkheden liggen. Daarbij wordt wel opgemerkt dat de baten van het veld niet enkel en alleen naar buiten mogen wegvloeien, maar dat de directe omgeving kan meeprofiteren. Tegen het bedrijventerrein aan vindt men zonnevelden in de overgang van bedrijfsterrein naar natuur/landbouw een goede optie. Een goede inpassing in het landschap (voor beide alternatieven) wordt belangrijk gevonden. Vraag en aanbod bij elkaar Afhankelijk van de energiebehoefte van de bedrijven, en in hoeverre ze zelf al gebruik maken van zonnepanelen op hun eigen dak, is een koppeling met een zonneveld niet ondenkbaar. Netcapaciteit Vanwege de nabijheid van het onderstation van Liander biedt dit oriëntatiegebied ruimte voor meer grootschalige elektriciteitsproductie. Liander wil een back-up trafo – die aangaat in het geval van storingen en onderhoud – gebruiken voor het aansluiten van grootschalige velden waar groene stroom wordt geproduceerd.
De verwachting is dat daarmee de aansluitcapaciteit naar maximaal 50 MW gaat (10 MW huidige capaciteit + 40 MW via back-up trafo) wat overeenkomt met circa 50 ha aan zonnevelden. De 50 MW gaat niet ten koste van aansluitmogelijkheden op het middenspanningsnet;
12
Pagina 13 van 15 die staat er los van. De back-up trafo staat op het terrein van Liander op het bedrijventerrein van Nieuwkoop.
Welke argumenten zijn er voor een zonneveld ten oosten van de Woerdense Verlaat? Draagvlak/acceptatie Tijdens de onlinebijeenkomst voor o.a. Woerdense Verlaat kwam naar voren dat men zich bij zonnevelden, op of tegen de voormalige stortplaats, iets kan voorstellen. Wel onder voorwaarde dat dit ingepast wordt (niet zichtbaar is). Het is belangrijk hoe een dergelijk veld wordt ingericht, waarbij er oog is voor milieurisico’s bij verstoring van de afdichtingslaag van de voormalige stortplaats. Dorpsraad Woerdense Verlaat en De Belangengroep Nieuwkoop Groenwest/Zuideinde noemen de voormalige stortplaats ook als mogelijkheid. Wel zal verstoring van het nabijgelegen weidevogelgebied ‘de Bovenlanden’ voorkomen moeten worden. Netcapaciteit Woerdense Verlaat ligt aan de rand van het gebied waar Stedin actief is. Vanwege deze excentrische ligging lijken er beperkingen te zijn voor de aansluitmogelijkheden op het elektriciteitsnet.
Waarom blijft Deelgebied G als oriëntatiegebied aan de westrand op de kaart staan, terwijl er een petitie is aangeboden tegen zonnevelden in dit gebied? Draagvlak/acceptatie Op het platform Denkmee Nieuwkoop zijn veel reacties geplaatst van inwoners die dit gebied wel kansrijk vinden vanwege dat het relatief ver van bebouwing afligt. Tijdens de onlinebijeenkomst voor de dorpen Langeraar, Korteraar, Ter Aar en Papenveer bleek dat men voorzichtig positief was over dit gebied. Als redenen werd aangedragen dat het een dunbevolkt gebied is gelegen aan de grens van de gemeente. Vanwege deze grensligging wordt aangegeven om vooral ook regionale kansen met elkaar te blijven bespreken. Ook voor dit landschap geldt dat de openheid ervan een waarde heeft en dat een zonneveld goed in het landschap moet worden ingepast. Dit beeld is nog eens sterker naar buiten gebracht door een (laat in het participatieproces ingebrachte) petitie tegen zonnevelden in dit gebied. Netcapaciteit De mogelijkheden voor zonnevelden in het gebied zijn aanwezig vanwege de ligging ten opzichte van een onderstation ter hoogte van Leimuiden. Wel is de ligging van dit gebied minder gunstig in vergelijking met het middengebied. Daar zijn verhoudingsgewijs betere aansluitmogelijkheden vanwege het dichtbijgelegen onderstation op het bedrijventerrein van Nieuwkoop.
Afweging Het verschil tussen de petitie tegen zonnevelden in dit gebied en de andere drie is dat er geen alternatieven zijn genoemd waar (in dit geval het westelijke deel van Nieuwkoop) zonnevelden mogelijk zouden kunnen zijn. Het uitsluiten van dit gebied draagt ook niet bij aan een evenredige verdeling over de gemeente. Uit de participatie kwam naar voren dat daar veel waarde aan wordt gehecht. Ten slotte wil ons college nog eens onderstrepen dat de oriëntatiegebieden niet helemaal vol gelegd worden met zonnevelden. Het wil dus niet zeggen dat de hele opgave (0,08 TWh) terecht komt in 1 gebied of dat een gebied volledig benut kan worden voor zonnevelden. Daarbij zal in een 13
Pagina 14 van 15 afwegingskader nadere bepalingen worden opgenomen voor de ruimtelijke inpassing van zonnevelden. Ook zal aangestuurd worden op omgevingsparticipatie bij projecten om te voorkomen dat alle baten naar buiten wegvloeien. Ons college deelt de zorgen van de petitie-indieners, maar vindt dat er voldoende ruimte is voor verkenningen naar zonnevelden in het gebied.
Waarom is een afwegingskader voor zonnevelden nodig? 1. Het geeft de gemeente een instrument in handen om aanvragen voor zonnevelden in behandeling te nemen om: a. ontwikkelingen op gang te krijgen om de opgave van 0,08 TWh in 2030 te halen b. op basis van afwegingscriteria een grondhouding aan te nemen tegenover een initiatiefnemer voor het gebied waarbinnen deze een zonneveld wil exploiteren c. op basis van toetsingscriteria te beoordelen of in de plannen voldoende rekening is gehouden met ruimtelijke inpassing en sociaaleconomische aspecten die spelen in en rond het gebied d. meer te kunnen sturen op lokaal eigendom en financiële participatie 2. Het geeft initiatiefnemers van zonnevelden: a. een inschatting in welke gebieden hun plannen meer kans van slagen heeft en welke belemmeringen er bestaan (risicobeoordeling) b. helderheid over de ruimtelijke en sociaaleconomische randvoorwaarden waarop hun plannen worden getoetst Het streven is om het afwegingskader nog dit jaar vast te stellen, zodat er voldoende tijd is om in 2025 de vergunningen afgegeven te hebben (zie link bijlage 6.5 Handreiking verankering in omgevingsbeleid).
Voorgesteld besluit Het college van burgemeester & wethouders stelt de raad voor het volgende te besluiten: 1. de RES 1.0 Holland Rijnland, onder de volgende voorwaarden, vast te stellen: a. Nieuwkoop hanteert een productieplafond van 0,08 TWh duurzame elektriciteit per jaar op land in 2030 b. Nieuwkoop sluit plaatsing van zonnevelden en windturbines in Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland uit. Deze gebieden bieden géén mogelijkheden. c. Nieuwkoop ziet geen mogelijkheden voor grote en middelgrote windturbines in haar gemeente. 2. het college de opdracht te geven een afwegingskader voor zonnevelden op te stellen om sturing te kunnen geven aan initiatieven voor zonnevelden
Kanttekeningen / risico's en beheersmaatregelen Harmonisatie in de stukken versus lokaal maatwerk Op 31 maart 2021 heeft het overleg van de betrokken bestuurders (Portefeuillehouders overleg +, kortweg PHO+) de RES 1.0 vrijgegeven voor besluitvorming. Deze besluitvorming over de RES vindt plaats in de volksvertegenwoordigende organen van de individuele samenwerkende overheden. Besluitvorming vindt zo veel als mogelijk geharmoniseerd (met dezelfde besluiten en met standaard teksten) plaats, waarbij een bepaalde mate van maatwerk mogelijk is mits de kern van het besluit overeind blijft. Ons maatwerk is te vinden in de voorwaarden (1 a, b en c) onder beslispunt 1 en ook in de lokale uitwerking om tot een afwegingskader te komen (beslispunt 2). 14
Pagina 15 van 15
Instemming met de RES 1.0 Holland Rijnland is niet vrijblijvend De RES is één gezamenlijk document van alle samenwerkende partijen, dat breed gedragen wordt. Het is identiek voor alle partijen. Verschillen van inzicht omtrent de RES leiden niet tot aanpassing van de RES zelf, maar kunnen doorwerken in de verdere uitwerking of vertaling naar beleid van de betreffende overheid. Moties en amendementen hebben hun werking in het traject na RES 1.0 Holland Rijnland Eventuele moties kunnen worden ingediend bij het eigen college van de individuele overheden. Aangezien de RES een samenwerking is van verschillende organisaties, kan deze zelf geen moties ontvangen of hieraan opvolging geven. Effecten van moties krijgen hun beslag in de lokale uitwerking (verankering in beleid) en kunnen voor wat betreft het document RES op zijn vroegst in de RES 2.0 verwerkt worden. Amendementen kunnen een (complicerende) invloed hebben op de besluitvorming van de RES. Mogelijke gevolgen hiervan zijn niet bij voorbaat inzichtelijk te maken. Een amendement (wijziging van de RES-tekst) kan alleen tot aanpassing van de RES 1.0 leiden als alle RES-partners dit steunen. Indien dit niet het geval is, dan zal het amendement worden meegenomen voor uitwerking in de ontwikkeling van de RES 2.0.
Financiële en juridische gevolgen Financieel Iedere RES-regio krijgt een financiële bijdrage vanuit het rijk voor de jaren 2019, 2020 en 2021. De regio Holland Rijnland ontvang jaarlijks ongeveer € 400.000, waarmee de totale bijdrage van het Rijk neerkomt op 1.2 miljoen om de RES op te stellen. De kosten voor het opstellen van de RES 1.0 Holland Rijnland zijn volledig gedekt. Juridisch Aan de regionale zoekgebiedenkaart (waarin de lokale oriëntatiekaart is verwerkt) kunnen door derden géén rechten worden ontleend. In dit beleidstraject zijn de raden het besluitvormend orgaan dat de regionale kaart als onderdeel van de RES 1.0 Holland Rijnland vaststellen. Tegen dit besluit is geen bezwaar en beroep in de vorm van Algemene wet bestuursrecht mogelijk. Dat laatste geldt ook voor het vaststellen van een lokaal afwegingskader voor zonnevelden. Pas als er een afwegingskader is vastgesteld, kunnen aanvragen voor zonnevelden worden behandeld. Als een aanvraag van een initiatiefnemer vervolgens leidt tot een wijziging van het bestemmingsplan/omgevingsplan, en binnen dit juridisch planologisch kader is het voornemen om een omgevingsvergunning af te geven, dan geldt de Algemene wet bestuursrecht wel en kunnen er zienswijzen worden ingediend en is er gelegenheid voor bezwaar en beroep. Bijlagen 1.
RES 1.0 Holland Rijnland met alle bijlagen inclusief zoekgebiedenkaart, klik op: https://hollandrijnland.stackstorage.com/s/DHcyYV15K2yWt1nx 2. Wensen en Bedenkingen concept RES versus RES 1.0 Holland Rijnland, analyse en reactie (lokaal en regionaal) 3. Advies inzake RES Begeleidingsgroep en sectortafels RES-duurzame ontwikkeling 4. Oriëntatiekaart zonnevelden gemeente Nieuwkoop 5. Infographic Swipocratie energietransitie jongeren Advies meningsvormende raad I 20 mei 2021 De raad heeft voldoende informatie om een besluit te nemen. Het wordt een discussiestuk in de volgende besluitvormende raadsvergadering. 15