CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-048c Beheerplan wegen 2021-2025 08-04

Besluitvormende raadsvergadering 3 juni 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen beheer en beleidsplan wegen 2021-2025 gemeente Nieuwkoop (2021-048)11.536 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Elementenverhardingen Duurzaamheid en materialisering: Binnen de markt van elementenverhardingen wordt hard gewerkt op het gebied van duurzaamheid. Fabrikanten prijzen hun duurzaamheid daarom ook aan. Echter is het af te raden zomaar voor het product met de laagste Co2 uitstoot bij productie te kiezen. Bij de keuze voor het product moet naar de hele levenscyclus, inclusief de uitstraling van het product gedurende de levenscyclus gekeken worden. Zo hebben betonstraatstenen bij productie een lagere Co2 uitstoot (ongeveer 88 Kg/ton) ten opzichte van straatbakstenen (ongeveer 130 Kg/ton) Ook zijn betonstraatstenen makkelijker te recyclen en ongeveer een factor 2,5 goedkoper dan straatbakstenen1. Als alleen hier naar gekeken wordt is de keuze snel gemaakt en worden betonstraatstenen voorgeschreven voor alle werken binnen de gemeente. Vanuit de hele levenscyclus bekeken is de praktijk weerbarstig. Zo gaan straatbakstenen voor de openbare ruimte ongeveer 80 jaar mee ten opzichte van maximaal 50 jaar voor betonstraatstenen. Na deze 80 jaar hebben de kleinere formaat straatbakstenen nog altijd een restwaarde voor de particuliere markt, waarbinnen ze voor lange periode kunnen circuleren. Door de ontwikkelingen op de markt zal de duurzaamheid van beide producten daarom inmiddels gelijk liggen.

De beheerkosten van straatbakstenen zijn echter hoger, maar behouden daarbij hun uitstraling beter. Straatbakstenen zijn daardoor zeer geschikt voor locaties waar een hoogwaardige uitstraling gewenst is. Betonstraatstenen zijn geschikt voor de standaard toepassingen. Het is van belang bij de keuze van materialen op het vlak duurzaamheid de markt goed te blijven volgen.

1 Onderzoek door ingenieursbureau Tauw in opdracht van gemeente Amsterdam 2010

26

Een andere duurzame keuze in de elementenverharding is het toepassen van betonplaten op voet- en fietsroutes in plaats van asfalt. Deze passen we de laatste jaren steeds meer toe op de afgelegen recreatieve fietsroutes en voetpaden waar onderhoud van een asfaltverharding verhoudingsgewijs erg duur is, zoals bijvoorbeeld het fietspad Molenweg in Zevenhoven. Deze betonplaten zijn namelijk nagenoeg onderhoudsvrij, en kunnen bijvoorbeeld bij een dijkophoging worden opgenomen en opnieuw worden aangebracht. Dit in tegenstelling tot een asfaltverharding die volledig moet worden afgevoerd en vervangen. Deze keuzes in materialisering worden voorgeschreven in het materialen handboek in de bijlage van het programma van eisen van gemeente Nieuwkoop. In 2021 wordt deze, zoals eerder vermeld, volledig geactualiseerd volgens de levenscyclus benadering. Door regelmatige actualisatie kan ook op een goed onderbouwde manier worden ingesprongen op nieuwe ontwikkelingen in de markt op het gebied van duurzaamheid.

Halfverhardingen Beheerkeuzes en duurzame materialisering: Halfverhardingen zjin steenachtige materialen met een maximale korrelgrote van 16mm die door verdichting een samenhangende structuur krijgen. In sommige gevallen gebeurt dit met bijmenging van hydraulisch materiaal. De halfverhardingen zijn door hun natuurlijke uitstraling zeer geschikt voor parkverhardingen. Daarnaast zijn ze niet scheurgevoelig en kunnen kleine schades zoals wortelopdruk eenvoudig en snel worden verholpen. Binnen de gemeente is voor de parkverhardingen gekozen voor één type halfverharding. Dit is GrauStabiel. Dit is een natuurlijk in Duitsland gewonnen steenachtig product met hydraulische (bindende eigenschappen). Om deze hydraulische eigenschappen te verbeteren wordt er een kleine hoeveelheid cement bijgemengd voor verwerking. Hierdoor ontstaat een pad met natuurlijke uitstraling, wat onder alle (ook natte) omstandigheden goed begaanbaar blijft en niet afgeeft. Hierdoor blijft de toegankelijkheid van de parken voor alle bewoners geborgd. Door de hydraulische eigenschappen hoeven de paden bij onderhoud niet te worden vervangen, maar kunnen ze worden gefreesd en bijgemengd met nieuw materiaal. Hierdoor ontstaan geen grote hoeveelheden afval. Het toepassen van Grau-Stabiel is daarom een duurzame keuze.

Cement betonverhardingen Beheerkeuzes en materialisering: Binnen de gemeente beheren we een beperkte hoeveelheid wegen van cement betonverharding. Van de traditionele betonweg is alleen het Tochtpad in beheer. Ook de Voorweg als gefundeerde betonweg met asfaltdeklaag valt hieronder. Cement betonverhardingen hebben als kenmerk dat ze nagenoeg onderhoudsvrij zijn. Echter zijn de aanlegkosten zeer hoog. Bij de overweging voor het toepassen van (gefundeerde) betonwegen is het van belang dit altijd vanuit de gehele levenscyclus te benaderen. 27

Veeroosters Beheerkeuzes en materialisering: Op de gemeentelijke wegen hebben we een flink aantal veeroosters in beheer. Dit komt omdat er een aantal wegen over particuliere gronden lopen waar vee gehouden wordt. Deze roosters zijn daarom in veel gevallen noodzakelijk maar beperken voor mensen die gebruik maken van een rolstoel, een rollator of een kinderwagen de toegankelijkheid. Ook voor recreatief verkeer op skeelers of inline-skates vormen de veeroosters een obstakel. Door het aanbrengen van stalen strips op het veerooster blijven deze functioneel en is de toegankelijkheid geborgd. Deze kleine ingreep wordt de komende jaren in overleg met de grondeigenaren uitgevoerd voor alle veeroosters welke in en direct rondom de woonkernen liggen. Bij vervanging van het veerooster, of voorafgaand aan het uitvoeren van groot onderhoud of reconstructie van de weg wordt de nut en noodzaak van de betreffende roosters besproken met de grondeigenaren. Op deze manier worden de veeroosters die geen functie meer hebben gesaneerd uit de openbare ruimte.

Wegmarkeringen Beheerkeuzes en materialisering: In het kader van de verkeersveiligheid is het van belang dat de wegmarkeringen goed zichtbaar zijn. Het tijdig uitvoeren van onderhoud is daarbij belangrijk. In 2020 is hiervoor een onderhoudscontract afgesloten. Voor de wegmarkeringen is gekozen voor retroreflecterend thermoplastisch markeringsmateriaal. Dit materiaal kent een drie keer langere levensduur dan wegenverf en is daardoor over de levensduur gezien de meest economische keuze. Om de zichtbaarheid van de markeringen in de buitengebieden te vergroten is een keuze gemaakt deze extra af te strooien met reflecterende glasparels. Dit vergroot het reflecterend vermogen en draagt daardoor bij aan de verkeersveiligheid.

28

7 Uitvoeringsparagraaf 7.1 Inleiding In de uitvoeringsparagraaf wordt ingegaan op hoe de onderhoudsplanning tot stand is gekomen. Dit is voor het planmatig en het klein dagelijks onderhoud uitgewerkt. In bijlage V van dit beheerplan is de complete onderhoudsplanning weergegeven van het planmatig wegonderhoud. Hierbinnen zijn in het groot onderhoud en het planmatig klein onderhoud een aantal stelposten opgenomen. Ook deze worden in dit hoofdstuk toegelicht. De financiën van het uitvoeringsprogramma zijn terug te vinden in hoofdstuk 8.

7.2 Proces uitvoeringsprogramma Onder het uitvoeringsprogramma van het planmatig onderhoud vallen de reconstructies (volledige vervangingen) van de wegen. Het (wijkgericht) groot onderhoud en het planmatig klein onderhoud. Dit onderhoud wordt bekostigd vanuit de voorziening wegen. Het behelst het overgrote deel van de onderhoudswerkzaamheden. Het planmatig onderhoud is ingepland op basis van CROW publicatie 147 wegbeheer uit juni 2019. Deze publicatie is de opvolging van wegbeheer 2011. Het verschil is dat er binnen de versie van 2019 meer ruimte is gemaakt voor het assetbeheer op basis van levenscyclus. Zo gaat de systematiek in op de restlevensduurbepaling (deflectiemetingen) voor asfaltverhardingen als hulpmiddel. Ook is er ruimte gemaakt voor deel-inspecties binnen het beheerareaal. Het geeft ook de mogelijkheid om op basis van deze publicatie het planningsproces te optimaliseren door het beschikbaar maken van de historische gegevens ten behoeve van het beheer. Door meer factoren mee te laten wegen binnen het planningsproces is het resultaat dat het abstractieniveau lager wordt en er doelmatiger beheerd kan worden. Onderstaand het stroomschema volgens CROW publicatie 147 wegbeheer 2019. Stap 1: Basis op orde (beheergegevens)

Stap 2: Basis op orde (cycli en kosten)

Stap 3: Inspecties en metingen.

Stap 4: Analyse en programmeren

Stap 1: Basis op orde (beheergegevens) In 2020 is het areaal in het beheersysteem bijgewerkt. Ook zijn de beheergegevens toegevoegd. Stap 2: Basis op orde (cycli en beheerkosten) Voor stap 2 is van alle wegverhardingen bepaald waar deze zich in de levenscyclus bevinden en zijn de beheerkosten bijgewerkt.

29

Stap 3: Inspecteren en onderzoeken In 2019 en 2020 zijn respectievelijk een restlevensduurbepaling van de asfaltverhardingen en een visuele weginspectie uitgevoerd. Stap 4: Analyse en programmeren Hier wordt bepaald welke onderhoudsmaatregel de beste prijsprestatie levert om de schade te verhelpen. Ook komen afwijkingen ten opzichte van de geprojecteerde levenscyclus naar boven. Deze situaties worden geanalyseerd en bijgestuurd door middel van een onderhoudsmaatregel of de te verwachte levenscyclus. Vanuit deze analyse is een basisplanning opgesteld, die integraal is afgestemd. Dit is zowel intern als extern gedaan. Deze planning is verder uitgewerkt tot het in bijlage V opgenomen uitvoeringsprogramma van het planmatig onderhoud.

7.3 Uitvoeringsprogramma planmatig onderhoud Reconstructies Bijlage V-1

In het uitvoeringsprogramma zijn 29 reconstructieprojecten opgenomen. Binnen deze projecten wordt de gehele wegconstructie vervangen. 24 reconstructieprojecten (83%) kennen een integrale samenwerking. Zeven van deze projecten zijn dijkverzwaringen waarbij er wordt samengewerkt met een van de drie waterschappen binnen de gemeente. Met een aandeel van 24% binnen de planning van de reconstructies is het aandeel dijkverzwaringen relatief groot. Voor deze projecten wordt op basis van restlevensduur van de verhardingen afspraken gemaakt over kostenverdeling voor de vervanging ervan. Uitgangspunt is dat het waterschap de restwaarde van de verharding bijdraagt vanuit het project. De gemeente draagt op basis van het al afgeschreven deel bij aan de nieuwe wegconstructie. Het aandeel reconstructies ten opzichte van het groot onderhoud vanuit het uitvoeringsprogramma is hoog. Dit wordt ingegeven door het hoge percentage dijkreconstructies en de feit dat veel woonwijken binnen de gemeente zijn aangelegd in de jaren zeventig. De hier aanwezige verhardingen hebben het einde van hun levensduur bereikt.

Planmatig klein onderhoud Bijlage V-2 In het uitvoeringsprogramma zijn 31 wegen of clusters van wegen opgenomen waar planmatig klein onderhoud is gepland. Ook dit onderhoud is op basis van de onderzoeken en levenscyclus geprogrammeerd. Het doel van het planmatig klein onderhoud op elementenverhardingen is de kwaliteit van de verhardingen verbeteren op plaatsen waar dit nodig is. Hierdoor draagt dit positief bij aan de uitstraling van de openbare ruimte en het behalen van de geprojecteerde termijnen voor groot onderhoud en vervanging. Voor de elementenverhardingen is de uitvoering van het planmatig klein onderhoud puur gericht op schades en wordt het slechts lokaal uitgevoerd. Het planmatig klein onderhoud op de asfaltverhardingen dient grotendeels voor het behalen van de geprojecteerde levensduur. Uitstel ervan kan tot kapitaalvernietiging leiden, doordat schades van 30

een asfaltweg exponentieel kunnen toenemen. Ook hier wordt het onderhoud gericht ingezet, maar wel over het gehele wegvak oppervlak. Doordat het planmatig klein onderhoud zo gericht wordt ingezet, neemt ook het abstractheidsniveau na drie planjaren enorm toe. Om te voorkomen dat het onderhoud suboptimaal wordt uitgevoerd is in 2023 een gedeeltelijke weginspectie ingepland. Voor het uitvoeren van de inspectie en het hieruit voortkomende onderhoud in de jaren 2024 en 2025 zijn stelposten opgenomen.

Groot onderhoud Bijlage V-3 In het uitvoeringsprogramma zijn 12 groot onderhoud projecten opgenomen. De uitvoering van drie (25%) van deze projecten vindt integraal plaats. Binnen het groot onderhoud wordt de bestaande elementenverharding volledig opgenomen en weer aangelegd. Voor asfaltwegen wordt de deklaag vervangen. In sommige gevallen wordt dit gedaan in combinatie met versterkingsmaatregelen, waarbij de asfaltconstructie wordt versterkt om de beoogde levensduur te behalen.

Stelposten Bijlage V-2 en 3 Binnen het uitvoeringsprogramma zijn een aantal stelposten opgenomen. Hierbij is een overzicht te vinden van deze stelposten met de bijhorende toelichting. Stelpost weginspectie 2023 en 2025 Deze stelpost dient voor het uitvoeren van een visuele weginspectie voor een gedeelte van het areaal in 2023, en het gehele areaal in 2025. Deze dienen voor het programmeren van het planmatig klein onderhoud in de jaren 2024 en 2025 en het programmeren van het onderhoud in het beheerplan 2026-2030. Stelpost planmatig klein onderhoud 2024-2025 Om het planmatig klein onderhoud in 2024 en 2025 goed en efficiënt uit te kunnen voeren vindt er in 2023 een programmering van dit onderhoud plaats op basis van de gedeeltelijke weginspectie. Voor de uitvoering is een stelpost opgenomen in deze jaren. De hoogte hiervan is het gemiddelde bedrag over de jaren 2021 t/m 2023. Stelpost advisering en onderzoeken projecten Deze post is opgenomen om binnen de wegontwerpen en projecten te kunnen anticiperen op de locatiespecifieke omstandigheden. Hiermee kan maatwerk worden geleverd op het ontwerp wanneer de omstandigheden daar om vragen. Ook kunnen hiervoor de benodigde milieukundige onderzoeken uitgevoerd worden voor het afvoeren van reststoffen. Voor de uitvoering van deze werkzaamheden is jaarlijks een bedrag opgenomen.

Dit bedrag is gebaseerd op 0,75% van de projectkosten voor groot onderhoud en reconstructies. Stelpost uitbesteding VAT kosten Deze post is opgenomen om de piek in reconstructie werkzaamheden op te vangen binnen de organisatie. Hieruit worden de kosten betaald ten behoeve van de uitbesteding van Project voorbereiding en administratie. 31

Dagelijks klein onderhoud De werkzaamheden van het dagelijks klein onderhoud worden uitgevoerd door de eigen dienst en vanuit de onderhoudscontracten. Dit betreffen de kleinschalige onderhoudswerkzaamheden aan elementenverhardingen, asfaltverhardingen, veeroosters en wegmarkeringen. Ook de straatreiniging, gladheid- en onkruidbestrijding op verharding vallen onder het dagelijks klein onderhoud. Om de onkruidbestrijding op verhardingen efficiënter uit te kunnen voeren en het proces verder te automatiseren is het noodzakelijk een tweede onkruidbestrijdingsmachine aan te schaffen. Deze machine is kleiner en kan hierdoor op plekken komen waar de grote machine niet bij kan. Bij handmatig afmaaien van het onkruid, komt dit relatief snel weer terug. De aanschaf van deze machine draagt bij aan een verbeterde beeldkwaliteit. Omdat er meer planmatig klein onderhoud wordt uitgevoerd vanuit de voorziening, lopen de totale kosten voor het dagelijks klein onderhoud terug. De wijzigingen binnen de kosten voor het dagelijks klein onderhoud worden inzichtelijk gemaakt in hoofdstuk 8, financiële en personele gevolgen.

7.4 Overige en omgevingsprojecten Niet alle projecten binnen de gemeente aan de verhardingen komen voort uit het beheerplan wegen. Ook worden er projecten gegenereerd vanuit woningbouwontwikkelingen, aanpak verkeersveiligheid en derde partijen zoals de provincie. In de onderstaande tabel vindt u een overzicht van deze projecten. Project

Jaar start

Ter Aar

Aanleg rotonde Aardamseweg/Westkanaalweg

2021

Ter Aar

Openbare ruimte IKC Ter Aar

2021

Ter Aar

Bouwrijp/woonrijp maken drie woningbouwlocaties Vernieuwd Verbonden

2022

Ter Aar

Ter Aar Noordoost

Onb.

Ter Aar

Vlinderlocatie Ter Aar

Onb.

Ter Aar

Aanpak verkeersveiligheid Westkanaalweg

2021

Langeraar

IKC Langeraar

Onb.

Langeraar

Woonrijp maken Vivero

2022

Nieuwkoop

Rotonde N231/Achttienkavels

2021

Nieuwkoop

Bouwrijp/woonrijp maken Buytenwech Noord

2022

Nieuwveen

Woonrijp maken de Verwondering

2022

Nieuwveen

Definitieve inrichting Schoterhoek II

2021

Nieuwveen

Bouwrijp/Woonrijp maken Teylerspark II

2023

Nieuwveen

IKC Nieuwveen

Onb.

Noorden

Woonrijp maken Driekoppenland

2021

Noordeinde

Bouwrijp/Woonrijp maken Tochtpad de Dobbe

2022

Zevenhoven

IKC Zevenhoven buitenruimte

2021

Woerdense Verlaat

IKC Woerdense Verlaat

Onb.

32

8 Financiële en personele gevolgen 8.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft inzicht in de financiële consequenties van dit beheerplan. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen de onderhoudssoorten op basis van de financiële onderverdeling in de begroting. Grofweg is dit onder te verdelen uit posten die direct uit de exploitatiebegroting komen en de posten die uit de voorziening wegen komen. Deze voorziening wordt vanuit de exploitatiebegroting door middel van een jaarlijkse toevoeging op peil gehouden. Op deze manier wordt er gezorgd voor balans op de begroting en zijn kosten voor toekomstig onderhoud gedekt. Op basis van de levenscyclus die voor het hele areaal is vastgesteld wordt deze voorziening verantwoord. Op basis van geraamde kosten van het planmatig onderhoud is ook bekeken wat de belasting is op de organisatie voor voorbereiding, administratie en toezicht (VAT) op de projecten.

8.2 Kosten uit de exploitatiebegroting Uit de exploitatiebegroting komen alle kosten die niet direct bijdragen aan de levensduur van de wegen, maar wel belangrijk zijn voor het gebruik, uitstraling of verkeersveiligheid. Binnen de post regulier en klein onderhoud vindt er op basis van dit beheerplan een aantal aanpassingen plaats. Doordat er meer planmatig klein onderhoud wordt uitgevoerd, lopen de uitgaven van het regulier klein onderhoud terug. Daarnaast is het wenselijk een onderverdeling te maken voor de uitgaven van materialen voor uitvoering van de eigen dienst, onderhoud wegmarkeringen, onderhoud veeroosters, onderhoud elementenverhardingen en onderhoud asfaltverhardingen binnen deze post. De aanschaf en afschrijving van de tweede machine ten behoeve van de onkruidbestrijding is een aanpassing op de post onkruidbestrijding. In de paragraaf financiële gevolgen is een overzicht van de aanpassingen te vinden.

8.3 Kosten uit de voorziening en reserve maatschappelijk nut De investeringen met een maatschappelijke nut dienen geactiveerd te worden. Dit betekent dat wegen die gereconstrueerd worden over de verwachte levensduur worden afgeschreven. Daarmee wordt bevorderd dat de kosten van de investeringen ten laste komen op het moment dat de gebruikers van de infrastructuur er nut van hebben. In deze paragraaf financiële gevolgen staan drie overzichten: - Overzicht van de kosten van het planmatig groot en klein onderhoud. - Overzicht van de reconstructies. - Overzicht over het verloop van de voorziening van 2026 en verder op basis van de geplande levenscyclus van het areaal.

33

8.4 Personele gevolgen Binnen deze planperiode vindt er een grote hoeveelheid dijkverzwaringen plaats. Daarnaast bevindt de onderhoudscyclus met betrekking tot de reconstructies zich in een piek. Dit komt omdat veel verhardingen, welke aangelegd zijn in de jaren ‘70 het einde van hun levenscyclus bereiken. Er is in de jaren zeventig in verhouding veel gebouwd binnen de gemeente. Deze piek in reconstructies brengt veel werkzaamheden met zich mee voor de gemeentelijke organisatie. Er is besloten deze piek af te vangen door een deel van de voorbereiding, toezicht en administratie van de projecten uit te besteden. Om de kosten hiervan te dekken is binnen de het uitvoeringsprogramma groot onderhoud in de jaren 2021 en 2023 een stelpost opgenomen.

8.5 Financiële gevolgen Wijzigingen budget regulier en klein onderhoud (exploitatiebegroting) Wijziging exploitatiebegroting Regulier klein onderhoud wegen

2021

2022

2023

2024

2025

Onderhoud elementenverharding

80.000

80.000

80.000

80.000

80.000

Onderhoud asfaltverharding

87.000

87.000

87.000

87.000

87.000

Onderhoud wegmarkeringen

45.000

45.000

45.000

45.000

45.000

Onderhoud veeroosters

28.000

28.000

28.000

28.000

28.000

Uitgaven wegenbouw materialen eigen dienst

15.000

15.000

15.000

15.000

15.000

255.000

255.000

255.000

255.000

255.000

2021

2022

2023

2024

2025

5.000

5.000

5.000

5.000

Totaal Wijziging exploitatiebegroting

Onkruidbestrijding Afschrijving materieel (€25.000)

5.000

Verloop voorziening onderhoud wegen Verloop voorziening Onderhoud wegen 2021

2022

2023

stand per 1 jan 8.611.613 8.955.453 8.754.922 storting

1.232.800 1.232.800 1.232.800

2024

2025

9.579.570 10.388.780 1.232.800

1.232.800

Toevoeging degeneratiekosten kabels en leidingen (17.09106 / G17.0766)

108.000

108.000

108.000

108.000

108.000

onttrekking t.b.v groot onderhoud

686.903 1.079.727

192.567

169.261

252.130

Onttrekking t.b.v. planmatig klein onderhoud

310.057

323.585

362.330

353.976

461.604

eindstand 8.955.453 8.754.922 9.579.570 10.388.780 11.123.474 Onttrekkingen gebaseerd op bijlage V-2 planmatig klein onderhoud en V-3 groot onderhoud

34

Verloop reserve herwaardering investering maatschappelijk nut Verloop reserve herwaardering Investeringen Maatschappelijk Nut (wegen) 2021

2022

2023

2024

2025

2026

438.864

419.976

328.282

188.346

122.678

73.933

0

-18.888

-110.582

-250.518

-316.186

-364.931

Netto storting in reserve herwaardering Investeringen Maatschappelijk Nut (wegen)

438.864

438.864

438.864

438.864

438.864

438.864

Stand reserve herwaardering kapitaalgoederen (rehabilitaties wegen)

4.958.046

5.396.910

5.816.886

6.145.167

6.333.513

6.456.191

Bruto storting in de reserve herwaardering kapitaalgoederen (4110198/471000) Kapitaallasten reconstructies

Onttrekking kapitaallasten gebaseerd op bijlage VI

Verloop voorziening en reserve maatschappelijk nut lange termijn Het verloop van de voorziening voor de lange termijn is opgenomen in bijlage VII van het beheerplan. Hierin is op basis van het geprojecteerde onderhoud binnen de levenscyclus een prognose van het verloop van de voorziening over een periode van 25 jaar weergegeven. Hierbij is onderscheid gemaakt in het verloop van de voorziening ten behoeve van het planmatig onderhoud van de wegen en het verloop van de reserve herwaardering investering maatschappelijk nut, waaruit de reconstructies worden bekostigd. Binnen het overzicht van dit verloop zijn de kosten niet geïndexeerd. Ook de jaarlijkse bijdrage vanuit de exploitatie en de toevoeging vanuit de degeneratiekosten kabels en leidingen zijn gelijk gehouden over het gehele verloop. Op basis hiervan kan opgemaakt worden dat de voorziening voor het onderhoud van de wegen een positief saldo kent tot en met 2040. Het verloop herwaardering investeringen maatschappelijk nut ten behoeve van de reconstructies kent een positief saldo over het gehele geprogrammeerde verloop.

Conclusie Binnen de voorziening is op basis van de huidige jaarlijkse bijdrage voldoende financiële buffer aanwezig om de uitvoeringsparagrafen van dit en de beheerplannen tot 2040 te realiseren. Er wordt daarom in dit beheerplan geen grotere storting verlangd ten behoeve van de voorziening. Doordat er meer planmatig klein onderhoud wordt uitgevoerd vanuit de voorziening lopen de kosten voor incidenteel onderhoud vanuit de post regulier klein onderhoud met €60.000,- terug. Ten behoeve van de post onkruidbestrijding is voor de aanschaf van een tweede onkruidbestrijdingsmachine €25.000,- nodig. Deze kosten worden geactiveerd en in 5 jaar afgeschreven op de betreffende post

Omdat de lange termijn invulling van de voorziening wegen een directe relatie heeft met de geprojecteerde theoretische staat van onderhoud van de wegen is het verloop ervan grillig. In de toekomst zal het abstractheidsniveau verder afnemen en ontstaat er meer inzicht in de effecten van 35

planmatig klein onderhoud op de kwaliteiten van de openbare ruimte. Op basis van de ervaringen met het levenscyclus beheer zal het geprojecteerd onderhoud worden bijgestuurd bij de opvolgende beheerplannen. De verwachting is dat projecten op basis hiervan enkele jaren naar voren of naar achter kunnen schuiven binnen het verloop. Hierdoor worden de geprojecteerde kosten wel gemaakt, maar het jaar van uitgave ervan kan veranderen. Binnen het verloop van de voorziening loopt het bedrag van de reserve in eerste instantie nog op, om vervolgens te dalen. Op de lange termijn lijkt een tekort te ontstaan. Het is nu echter nog te vroeg om hierop te anticiperen. De inkomsten vanuit de degeneratiekosten kabels en leidingen zijn bijvoorbeeld vrij conservatief ingeschat. Dit omdat er pas twee jaar ervaring is met de huidige werkwijze. Bij de opvolgende beheerplannen wordt het verloop van de levenscyclus opnieuw beken en bijgestuurd. De jaarlijkse stortingen vanuit de exploitatie ten behoeve van deze voorziening en de reserve maatschappelijk nut wijzigen niet. Omdat er meer planmatig klein onderhoud uitgevoerd word, loopt het incidenteel regulier onderhoud wegen terug. Deze kosten worden direct gedekt vanuit de exploitatiebegroting. Hierdoor valt er €60.000,- vrij. Dit bedrag valt vrij voor besteding binnen programma 2.

Voor aanschaf van een tweede onkruidbestrijdingsmachine is het noodzakelijk de benodigde financiële middelen ter beschikking stellen van €25.000. De kosten van de aanschaf van deze machine moeten worden geactiveerd en in 5 jaar binnen de post onkruidbestrijding worden afgeschreven.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=5aa9f921-5fb5-40f3-ba6b-cc859d3ec16c