2021-024 Bijlage Covid19 middelen in het gemeentefonds
Tekst van het document
Covid-19 middelen in het gemeentefonds We hebben via het gemeentefonds vorig jaar veel middelen gehad om organisaties te ondersteunen en ontlasten vanwege wegvallende inkomsten of extra kosten door Covid19. Door een aantal Nieuwkoopse organisaties wordt gevraagd om een tegemoetkoming in de kosten. De regelingen die we op dit moment hebben voorzien hier echter niet in. De middelen zin in verschillende tranches toegevoegd aan het gemeentefonds. De eerste en tweede tranche zijn verwerkt in de septembercirculaire 2020, de derde tranche in de decembercirculaire 2020. Nr. Omschrijving 1 Lokale culturele voorzieningen mrt. - juni 2 Inhaal Jeugd 3 Inhaal Wmo 4 Eigen bijdrage Wmo 5 Noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep 6 mutatie Voorschoolse voorziening peuters 7 Schrappen opschalingskorting 2020 en 2021 8 Lokale culturele voorzieningen jul- - dec. 9 Buurt- en dorpshuizen 10 Vrijwilligers organisaties 11 Toezicht en handhaving 12 extra kosten verkiezingen 13 Precario belasting en markt- en evenementenleges 14 Continuïteit van zorg (COVID 19) 2020 15 Compensatie quarantainekosten 2020 16 Aanvullend pakket re-integratiemiddelen 17 Gemeentelijk schuldenbeleid 18 Bijzondere bijstand 19 Impuls re-integratie 2021 20 Cultuurmiddelen 2021 21 Extra kosten verkiezingen 2021 Totaal bedragen
Bron jun-20 jun-20 jun-20 jun-20 jun-20 jun-20 sep-20 sep-20 sep-20 sep-20 sep-20 sep-20 sep-20 dec-20 dec-20 dec-20 dec-20 dec-20 dec-20 dec-20 dec-20
2020 73.905 36.104 19.088 18.876 42.111 13.459 90.002 73.423 17.845 12.062 65.931 40.076 33.102 33.046 4.074 5.776 10.649 3.620
593.148
2021
13.284 21.770 7.400 7.094 54.507 38.269
Totaal 73.905 36.104 19.088 18.876 42.111 13.459 295.722 73.423 17.845 12.062 65.931 40.076 33.102 33.046 4.074 19.060 32.419 11.020 7.094 54.507 38.269
348.044
941.192
205.720
Toelichting nr. 1. en 8: Lokale culturele voorzieningen De medeoverheden zijn verantwoordelijk voor twee derde van alle subsidies aan cultuur en houden daarmee de lokale en regionale culturele infrastructuur overeind: openbare bibliotheken, muziekscholen, centra voor de kunsten, musea, monumenten, schouwburgen, concertzalen, vlakke vloer theaters, poppodia, filmhuizen, beeldende kunstinstellingen, amateurkunst, cultuureducatie en festivals. Voor het landelijke gesubsidieerde aanbod zijn de lokale podia essentieel als speelplekken. Het kabinet heeft besloten om een bevoorschotting op de compensatie aan medeoverheden te verstrekken van € 60 miljoen voor de periode van medio maart 2020 tot en met 1 juni 2020. Dit met het oog op borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur. Deze organisaties missen nu onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen. Het bedrag is toegevoegd aan het cluster Cultuur en ontspanning van de algemene uitkering. Eerder heeft het kabinet de gemeenten, voor de periode van medio maart tot en met 1 juni 2020, € 60 miljoen verstrekt voor de borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur (zie paragraaf 2.2-1 van de aanvullende brief juni 2020).
Deze organisaties missen onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen. Het kabinet stelt aan gemeenten nogmaals € 60 miljoen beschikbaar voor de periode van 1 juni tot en met 31 december 2020.
Voor Nieuwkoop is dit gezamenlijk € 147.328 Toelichting nr. 2, 3 en 14: Inhaal Jeugd en Wmo en continuiteit van Zorg Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, om cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Het Rijk heeft, in afstemming met de VNG, een zeer dringend beroep op gemeenten gedaan om hun aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning financieel zekerheid en ruimte te bieden, van 1 maart 2020 tot in elk geval 1 juni 2020. Deze afspraak is verlengd naar 1 juli 2020. Het Rijk heeft tegelijkertijd met gemeenten afspraken gemaakt over compensatie van de directe meerkosten die voortkomen uit de coronamaatregelen en het volgen van de RIVMrichtlijnen. Daarnaast zijn Rijk en gemeenten in gesprek over de per saldo extra uitgaven over het geheel van 2020 voor zover die gerelateerd kunnen worden aan een evident uitstel van noodzakelijke zorg. Hierbij wordt ook rekening gehouden met wat onder de gebruikelijke omzet kan worden gerealiseerd. De nadere uitwerking van deze afspraken leidt voor nu tot een voorschot op de compensatie voor gemeenten van € 144 miljoen voor de meerkosten en inhaalzorg.
In de komende periode werken Rijk en VNG samen om van deze inschatting van de kosten tot inzicht en definitieve afspraken te komen. Op 23 juni 2020 is bekend gemaakt dat de eerder gemaakte afspraken tussen VNG en het Rijk ten aanzien van het vergoeden van de meerkosten Wmo en Jeugd zijn verlengd van 1 juli tot en met 31 december 2020. Van het totaalbedrag van € 144 miljoen uit het compensatiepakket van 28 mei 2020 is een bedrag van € 46 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering, te weten € 34,3 miljoen aan het cluster Jeugd (onderdeel Jeugdhulp; betreft inhaalzorg) en € 11,7 miljoen aan het cluster Maatschappelijke ondersteuning (onderdeel Wmo 2015 begeleiding; betreft inhaalzorg). De overige € 98 miljoen betreft een voorschot voor meerkosten. Dit is toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Maatschappelijke opvang en de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. Daarnaast is in opdracht van de Ministeries van VWS, FIN, BZK en de VNG een onderzoek naar de omvang van de totale meerkosten in het sociaal domein in 2020 uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is de totale hoogte van de compensatie met betrekking tot de Jeugdwet en Wmo 2015 in het bestuurlijk overleg van 23 september jl. gezamenlijk vastgesteld op € 170 miljoen. Dit betreft een afrondende afspraak voor meerkosten (inclusief mogelijke inhaalzorg) in het sociaal domein over 2020.
Er vindt na afloop van 2020 dan ook geen nacalculatie meer plaats. Het verleende voorschot wordt met de nu vastgestelde € 170 miljoen aan compensatie verrekend. Er wordt dus € 26 miljoen extra toegevoegd aan het al door gemeenten ontvangen voorschot van € 144 miljoen. Van de aanvullende € 26 miljoen wordt € 20,4 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering (cluster Wmo 2015) en € 5,6 miljoen aan de integratie-uitkering Beschermd Wonen. Op de andere onderdelen van het gemeentefonds waar meerkosten en inhaalzorg op van toepassing zijn, zijn reeds middelen toegekend via het voorschot in de aanvullende brief van juni 2020. Toelichting nr. 4: Inkomstenderving eigen bijdrage Wmo De minister van VWS heeft besloten de inning van de eigen bijdrage voor de Wmo (excl. beschermd wonen en opvang) stop te zetten voor de maanden april en mei 2020. Aanleiding hiervoor was het feit dat als gevolg van de coronacrisis een substantieel deel van de zorg en ondersteuning in de Wmo niet (volledig) kon worden geleverd. Vanwege een onevenredige uitvoeringslast voor gemeenten en aanbieders rond het tijdelijk opschorten van de eigen bijdrage is besloten om Wmo-cliënten in genoemde maanden vrij te stellen van de eigen
bijdrage. Gemeenten worden gecompenseerd voor de gederfde inkomsten. Hiervoor is een bedrag van € 18 miljoen gereserveerd op de begroting van het Ministerie van VWS. Rijk en gemeenten zijn in overleg over de wijze waarop de middelen ter beschikking worden gesteld. Het voornemen is dit middels een decentralisatie-uitkering te doen. Toelichting nr. 5: Noodopvang ouders met een cruciaal beroep Het kabinet heeft besloten om voor kinderen van wie één of beide ouders werken in een cruciaal beroep of vitale sector, noodopvang te organiseren. Gemeenten coördineren de noodopvang, in overleg met kinderopvangorganisaties en scholen. Zij moeten zorgen voor voldoende aanbod voor kinderen in de leeftijd van 0 tot circa 12 jaar. Deze opvang is zonder extra kosten voor ouders.5 Het kabinet heeft besloten € 23 miljoen beschikbaar te stellen voor gemeenten voor de periode medio maart tot 1 juli. De (gratis) noodopvang gedurende werkdagen overdag is geëindigd op 8 juni. Noodopvang voor avond, nacht en weekenden blijft nog wel (gratis) beschikbaar voor ouders, waarvan één of beide ouders werken in de zorg. Deze vorm van noodopvang is in ieder geval beschikbaar tot 1 juli. Eind juni wordt besloten of dit gecontinueerd moet worden. Rijk en gemeenten zijn in overleg over de wijze waarop de middelen ter beschikking worden gesteld. Nadere informatie volgt in de septembercirculaire 2020.
Toelichting nr. 6: Voor en vroegschoolse educatie De decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters is met € 8,3 miljoen verhoogd in verband met de (gedeeltelijke) sluiting van de kinderopvang in de periode 16 maart tot en met 7 juni 2020 in verband met het coronavirus. Ouders/verzorgers zijn in maart opgeroepen om de rekening voor de opvang te blijven betalen in deze periode. Dit gold ook voor ouders/verzorgers van een kind dat gebruik maakt van de gemeentelijke regelingen voorschoolse educatie, peuteraanbod en sociaal medische indicatie. Op deze wijze kon het gemeentelijke aanbod rondom kinderopvang in stand worden gehouden. Daarbij is ook gecommuniceerd dat ouders een vergoeding krijgen voor het betalen van de eigen bijdrage in deze periode. Met deze eenmalige ophoging ontvangen gemeenten middelen om de eigen bijdrage van de ouders/verzorgers te vergoeden voor de hiervoor genoemde periode. De verdeling van het toegevoegd bedrag vindt plaats naar rato van het aandeel van iedere gemeente in de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters voor het jaar 2020. Bijlage 3.1-4 bevat de bedragen per gemeente. Toelichting nr. 7: Opschalingskorting Gezien de toegenomen financiële druk bij gemeenten door corona heeft het kabinet besloten de oploop in de opschalingskorting voor gemeenten in de jaren 2020 en 2021 incidenteel te schrappen.
Dit leidt tot een verhoging van de algemene uitkering van het gemeentefonds van € 70 miljoen in 2020 en € 160 miljoen in 2021. Voor Nieuwkoop is dit effect € 90.000 in 2020 en € 205.720 in 2021. Toelichting nr. 8: Lokale culturele voorzieningen Zie toelichting nr. 1 Toelichting nr . 9: Buurt- en dorpshuizen Het kabinet stelt € 17 miljoen voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra uitgaven voor de dorps- en buurthuizen als gevolg van de coronamaatregelen. Deze extra uitgaven bestaan onder andere uit het kwijtschelden van huur en het compenseren van tegenvallende inkomsten uit bijvoorbeeld horeca en zaalverhuur van buurt- en dorpshuizen. Voor Nieuwkoop is dit € 17.845. Toelichting nr. 10: Vrijwilligersorganisaties Jeugd
Het kabinet stelt € 7,3 miljoen beschikbaar om lokale vrijwilligersorganisaties, zoals de scouting en speeltuinen, te compenseren voor schade als gevolg van de coronamaatregelen. Hiermee wordt opvolging gegeven aan de motie van het lid Peters c.s.. Voor Nieuwkoop is dit € 12.062 Toelichting nr. 11: Toezicht en handhaving Het kabinet stelt € 50 miljoen voor 2020 beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra toezicht- en handhavingskosten als gevolg van de coronamaatregelen; onder andere de extra inzet van boa’s en de extra verkeersmaatregelen. De middelen zijn toegevoegd aan het cluster Openbare orde en veiligheid (exclusief subcluster brandweer). Bij de verwerking van de taakmutatie hebben de fondsbeheerders ervoor gekozen om alleen gebruik te maken van de maatstaven die (duidelijk) een inhoudelijke relatie hebben met de kosten die gemeenten hebben gemaakt voor het extra toezicht en de handhaving als gevolg van de coronamaatregelen. Toelichting nr. 12: Verkiezingen Het kabinet stelt € 30 miljoen beschikbaar om gemeenten te compenseren voor de extra kosten bij de herindelingsverkiezingen in november 2020 en de Tweede Kamerverkiezing 2021 als gevolg van de corona-maatregelen.
De extra kosten hangen onder meer samen met aanvullende kosten voor de inrichting van stemlokalen, voor het mogelijk moeten huren van alternatieve locaties die in de coronacrisis beter geschikt zijn om als stemlokaal in te richten, voor toegankelijkheid van die locaties en voor de aanvullende werkzaamheden die gemeenten moeten doen ter voorbereiding van de verkiezingen. Van dit bedrag wordt € 29 miljoen bij deze circulaire uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering. Dit bedrag wordt verdeeld op basis van het gemiddeld aantal stembureaus dat gemeenten gebruikten tijdens de verkiezingen voor de Provinciale Staten en het Europees Parlement in 2019. Daarnaast stelt het Ministerie van BZK circa € 0,5 miljoen beschikbaar voor een wervingscampagne stembureauleden en voor voorlichtingsactiviteiten om kiezers voorlichting te geven over de maatregelen die gelden bij het stemmen. Dit bedrag zal worden besteed vanuit de begroting van het Ministerie van BZK. Tot slot ontvangen de gemeenten die bij de Tweede Kamerverkiezing in 2021 meedoen aan het experiment centraal tellen een bijdrage van circa € 0,5 miljoen voor meerkosten die gerelateerd zijn aan COVID-19. Dit bedrag zal uiterlijk in de meicirculaire 2021 aan het gemeentefonds worden toegevoegd.
Het kabinet stelt een aanvullende compensatie van € 26,9 miljoen ter beschikking aan gemeenten in verband met de maatregelen die vanwege COVID-19 aanvullend noodzakelijk zijn voor de Tweede Kamerverkiezing. Daarvan wordt € 22 miljoen uitgekeerd via het gemeentefonds. Deze compensatie van € 22 miljoen is bedoeld voor onder meer de extra organisatie, het inrichten van stemlokalen en instellen van stembureaus voor vervroegd stemmen, het drukken, opslaan en beveiligen van stembescheiden, de portokosten van briefstembescheiden, het instellen van afgiftepunten en van briefstembureaus. Dit bedrag wordt uitgekeerd in de vorm van een decentralisatie-uitkering op basis van het aantal kiesgerechtigden per gemeente. Toelichting nr. 13: Precariobelasting en markt- en evenementenleges Door de coronamaatregelen waren er in de periode van 1 maart tot 1 juni geen terrassen opgesteld en zijn er geen markten en evenementen geweest. Gemeenten zijn daardoor geconfronteerd met een terugval van inkomsten uit terrasprecario en uit markt- en evenementenleges. Het kabinet heeft besloten de gemeenten voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 voor dit doel te compenseren voor een bedrag van € 20 miljoen. De middelen worden beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering. De verdeling vindt plaats naar rato van de verwachte opbrengst van de betreffende belasting in de
gemeentelijke begroting 2020 zoals gemeenten die via Informatie voor derden (IV3) hebben aangeleverd bij het CBS. Waarbij de precariobelasting is gecorrigeerd voor een verondersteld deel dat betrekking heeft op ondergrondse leidingen. Toelichting nr. 14: Continuiteit van zorg Zie toelichting nr. 2. Toelichting nr. 15: Compensatie quarantainekosten 2020 Met de motie Asscher c.s. heeft de Tweede Kamer gevraagd hoe mensen ondersteund kunnen worden als ze in quarantaine horen te gaan. Het kabinet heeft met gemeenten afgesproken dat ze een rol zullen vervullen bij het ondersteunen van mensen die in quarantaine moeten. Het gaat daarbij vooral om praktische ondersteuning en het continueren van zorg en ondersteuning vanuit de sociaaldomeinwetten voor die burgers die in quarantaine moeten en niet in staat zijn de problemen die daardoor kunnen ontstaan zelf of met hun netwerk op te lossen. Het gaat mogelijk om een groep die niet al in beeld is bij gemeenten. In de quarantainegids die onder andere via de GGD verspreid wordt, worden mensen naar de gemeente en het Rode Kruis verwezen als ze de hulp niet zelf georganiseerd krijgen. Met de VNG is afgesproken dat gemeenten hun vrijwilligersorganisaties en hun toegang/informatiepunten voorbereiden om de mensen in quarantaine die het niet zelf redden, deze ondersteuning te bieden.
Dit vraagt ook een duidelijk vraagpunt en snelle handelswijze (binnen 1-3 werkdagen). Ter compensatie van mogelijke extra kosten wordt in 2020 eenmalig € 4 miljoen toegevoegd. Toelichting nr. 16 en 19: Aanvullend pakket re-integratiemiddelen Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2020 en 2021 extra middelen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden (€ 40 miljoen in 2020; € 90 miljoen in 2021 inclusief afdracht aan het BTW-Compensatiefonds). Gemeenten ontvangen deze extra middelen zodat zij de reguliere dienstverlening op peil kunnen houden nu de instroom in de bijstand toeneemt. Daarnaast ontvangen gemeenten in 2021 een tijdelijk impuls voor reintegratie (€50 miljoen inclusief afdracht aan het BTW-compensatiefonds) die gemeenten in staat stelt om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren. Persoonlijk contact is belangrijk om hen vanuit een uitkeringssituatie naar werk te begeleiden. Zie ook de brief van de Minister en Staatssecretaris van SZW van 23 september jl. over de uitwerking van het aanvullend sociaal pakket en de brief van 30 november jl. over de voortgang van de uitwerking van het aanvullend sociaal pakket. Voor het pakket Flankerend Beleid (Re-integratie én schuldhulpverlening) zijn ook voor 2022 middelen gereserveerd.
Over de toekenning en precieze verdeling vindt nog het gesprek plaats. Hierover worden gemeenten in de loop van 2021 nader geïnformeerd. Toelichting nr. 17 en 18: Extra middelen schuldenbeleid en bijzondere bijstand Als onderdeel van het steun- en herstelpakket stelt het kabinet in 2020 en 2021 extra middelen voor het gemeentelijk schuldenbeleid (€ 15 miljoen in 2020; € 30 miljoen in 2021) en de bijzondere bijstand (€ 5 miljoen in 2020; € 10 miljoen in 2021) beschikbaar, gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek. Deze extra middelen stellen gemeenten in staat om hun inwoners waar nodig van dichtbij te blijven ondersteunen. Meer informatie is te vinden in de brief van de Staatssecretaris van SZW van 28 september jl. over de intensivering armoede- en schuldenaanpak Toelichting nr. 20: Cultuurmiddelen 2021 In de Kamerbrief Uitwerking maatregelen tweede specifieke pakket voor de culturele en creatieve sector van 16 november jl. gaat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
in op de verdeling van de reeds eerder toegekende € 149,7 miljoen ter ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur. Veel van de culturele instellingen die door gemeenten worden ondersteund, komen door de coronacrisis in de problemen omdat activiteiten niet kunnen doorgaan en eigen inkomsten dalen. Met deze extra middelen worden gemeenten in staat gesteld om deze belangrijke instellingen te ondersteunen en zo de lokale culturele infrastructuur in stand te houden. De verdeling van de middelen vindt plaats naar rato van de Iv3-uitgaven van 2019 aan cultuur. Daarmee is het bedrag dat gemeenten krijgen, gerelateerd aan de aanwezige culturele infrastructuur die door gemeenten wordt ondersteund. Gemeenten weten zelf het beste welke (type) culturele instellingen of voorzieningen moeten worden ondersteund. Het is daarom aan de gemeenten zelf om de middelen daar in te zetten waar de culturele infrastructuur van hun gemeente de steun het hardst nodig heeft. Toelichting nr. 21: Verkiezingen Zie toelichting nr. 12.