2021-006h Quickscan Wet natuurbescherming
Tekst van het document
RAPPORT Quickscan Wet Natuurbescherming Korteraarseweg 80-86, Ter Aar
Kenmerk Datum
: R&O19072065/RSL/rap1 : 04 september 2019
Opdrachtgever : De heer A.M.M. Kempen Korteraarseweg 86 2461 GN Ter Aar
Goedkeuring Dhr. R.F.M. Sluijs (Ecoloog)
Datum Opsteller, auteur
26-08-2019
Handtekening
Inhoudsopgave 1. Inleiding ....................................................................................................................................................... 3
1.1 Aanleiding .............................................................................................................................................. 3 1.2 Doel van het onderzoek ........................................................................................................................ 3 1.3 Leeswijzer .............................................................................................................................................. 3 2. Opzet en uitvoering van het onderzoek ....................................................................................................... 4
2.1 Bureaustudie ......................................................................................................................................... 4 2.2 Veldonderzoek ...................................................................................................................................... 4 2.3 Effectenbeoordeling .............................................................................................................................. 4 3. Beschrijving van het plangebied .................................................................................................................. 5
3.1 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden en omgeving .......................................... 5 3.2 Algemene beschrijving van het plangebied .......................................................................................... 7 4. Wettelijk kader ............................................................................................................................................. 8
4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten ....................................................................................... 8 4.2 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland ........................................................... 9 5. Resultaten en effectenbeoordeling .............................................................................................................. 9
5.1 Vleermuizen .......................................................................................................................................... 9 5.2 Grondgebonden zoogdieren ............................................................................................................... 10 5.3 Vaatplanten ......................................................................................................................................... 10 5.4 Vogels .................................................................................................................................................. 10 5.5 Amfibieën en reptielen........................................................................................................................ 11 5.6 Overige beschermde soorten .............................................................................................................. 11 6. Samenvatting conclusie en overzichtstabel .............................................................................................. 12
6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 ................................................................................. 12 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 ................................................................................ 12 6.3 Tabel: Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied ......... 12 Literatuur en bronvermelding......................................................................................................................... 13 Detailfoto's plangebied .................................................................................................................................. 14
Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
2/15
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In opdracht van de heer Kempen is een flora - en faunaonderzoek uitgevoerd op de locatie Korteraarseweg 80-86, te Ter Aar. Aanleiding tot het uitvoeren van dit flora- en faunaonderzoek zijn de voorgenomen plannen om het opstal van bedrijfswoning naar burgerwoning om te zetten ten behoeve van de verkoop. De nieuwe bewoners willen in de achtergevel een glazen pui maken. In deze quickscan wordt dit voorstel eveneens meegenomen. 1.2 Doel van het onderzoek Deze quickscan flora en fauna heeft ten doel de voorgenomen plannen te toetsen aan de huidige natuurwetgeving zodat duidelijk wordt welke maatregelen moeten worden getroffen om overtreding van deze wet te voorkomen. Het plangebied is onderzocht en beoordeeld op de aanwezigheid van en betekenis voor door de Wet natuurbescherming beschermde plant- en diersoorten. Indien overtreding niet kan worden vermeden, is in het onderhavige rapport aangegeven voor welke soorten en met welke onderbouwing ontheffing dient te worden aangevraagd. Indien aanvullend onderzoek noodzakelijk blijkt, kan op basis van de quickscan een gedegen planning daarvan worden gemaakt. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 is de opzet van het onderzoek besproken en in hoofdstuk 3 wordt nader ingegaan op het plangebied. In hoofdstuk 4 is de reikwijdte en de doelstelling uit de Wet natuurbescherming beschreven.
In hoofdstuk 5 worden conclusies getrokken uit de resultaten van het bureauonderzoek en het veldbezoek, waarna in hoofdstuk 6 de conclusies zijn samengevat. Tot slot wordt in de bijlage een overzicht van de geraadpleegde literatuur gepresenteerd.
Vooraanzicht plangebied
Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
3/15
2. Opzet en uitvoering van het onderzoek Het onderhavige flora- en faunaonderzoek bestaat uit twee onderdelen, te weten: een bronnen- en literatuuronderzoek (bureaustudie) en een biotooptoets (veldbezoek). De biotooptoets is door een ecoloog uitgevoerd op 14 augustus in de ochtend. Het was windstil, zonnig en circa 20°c. 2.1 Bureaustudie Het bronnen- en literatuuronderzoek omvat een bureaustudie, waarbij kaarten zijn geraadpleegd (kenmerken van het landschap waarin het plangebied zich bevindt) en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. In het bronnen- en literatuuronderzoek zijn het plangebied en het omliggende gebied in een straal van ongeveer 1,5 kilometer onderzocht. Er zijn diverse bronnen geraadpleegd om een beeld te krijgen van de verspreiding en mogelijk voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied. Aan de hand van deze informatie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen, gezien de habitatvoorkeur van de betreffende soorten. Een overzicht van de gebruikte literatuur is opgenomen in de literatuurlijst, die is opgenomen in de bijlage van deze briefrapportage. 2.2 Veldonderzoek Naast een bureaustudie is een biotooptoets uitgevoerd.
Dit betreft een veldbezoek met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenen literatuuronderzoek worden in het veld getoetst en indien nodig aangevuld. Op het moment dat een biotooptoets wordt uitgevoerd, zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar afwezig. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen aan hun leefomgeving stellen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen, voedselgebieden en migratierouten vergeleken en getoetst met de situatie in het veld. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets, maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied. De resultaten van de biotooptoets betreffen uitsluitend waarnemingen binnen het plangebied. 2.3 Effectenbeoordeling Op basis van de veldkenmerken van het plangebied en de verspreiding van beschermde soorten, is beoordeeld voor welke beschermde soorten het plangebied van betekenis kan zijn. Bij deze toetsing is alleen gekeken naar de beschermde soorten uit de Wet Natuurbescherming. Deze soorten hebben een Nederlandse of Europese bescherming en moeten worden getoetst op voorkomen en effect.
Wanneer effecten optreden of verbodsbepalingen worden overtreden, dan zijn er mogelijk maatregelen nodig om de effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wet Natuurbescherming. Algemene soorten zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in Nederland dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt door de meeste projecten. Bovendien geldt voor deze soorten een vrijstelling van de verbodsbepalingen zoals weergegeven in artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet Natuurbescherming. Wel geldt de zorgplicht ex artikel 1.11.
Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
4/15
3. Beschrijving van het plangebied 3.1 Ligging plangebied ten opzichte van beschermde gebieden en omgeving Het plangebied is gesitueerd nabij de kruising van de Korteraarseweg met de Kerkweg in Ter Aar. Op de onderstaande kaart is te zien dat het plangebied geen deel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland. Het gebied maakt eveneens geen onderdeel uit van een ander beschermd gebied, zoals Natura 2000, belangrijk weidevogelgebied of strategische reservering natuur. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied is op 4,3km Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Binnen een straal van 10km liggen verder geen Natura2000-gebieden.
Ligging plangebied (rode cirkel midden) in een straal van ca 4 km ten opzichte van ecologische hoofdstructuur EHS/NNN (donkergroen en roze) en belangrijk weidevogelgebied PV (licht groen). Bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN
Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
5/15
Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van omgeving
Close-up plangebied Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
6/15
3.2 Algemene beschrijving van het plangebied Het plangebied betreft een bedrijfswoning van twee verdiepingen, met aan de woning vast een kantoor en kantine en schuur (alle één verdieping). Zowel woning als schuur hebben een bitumineuze dakbedekking. Het opstal is goed onderhouden. Aan de voorkant van het opstal is verharding, aan de achterkant erf. Aan het erf worden geen werkzaamheden verricht.
Foto-impressie plangebied: achterzijde en voorzijde. Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
7/15
4. Wettelijk kader 4.1 Wet natuurbescherming, onderdeel soorten Voor soortenbescherming geldt voor deze wet dat deze gericht is op het bereiken of herstellen van een gunstige staat van instandhouding van deze soorten. De wet maakt hiervoor een programmatische aanpak mogelijk. Binnen deze wet wordt de soortbescherming opgedeeld in drie categorieën: 1. De bescherming van alle natuurlijk in het wild levende vogels van soorten die voorkomen in de EU als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn en de niet in die bijlage genoemde geregeld voorkomende trekvogelsoorten (art. 3.1 – 3.4). 2. De bescherming van in het wild levende dieren en planten van soorten die voorkomen in de EU op grond van de Habitatrichtlijn (bijlagen I, II, IV, V) en natuurbeschermingsverdragen (art. 3.5 - 3.9). 3. De bescherming van niet onder de bovenstaande twee categorieën vallende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland, vermeld in de bijlage van de Wet natuurbescherming (art. 3.10 - 3.11). Voor de zoogdier- amfibieen reptielsoorten opgenomen in deze bijlage geldt geen Europese verplichting tot bescherming. Deze soorten worden beschermd vanwege de breed in de maatschappij levende overtuiging dat deze dieren een bescherming behoeven. De andere in de bijlage opgenomen soorten worden om ecologische redenen beschermd.
Hiermee geeft Nederland uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om kwetsbare en bedreigde dier- en plantsoorten te beschermen. Verbodsbepalingen: Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Uitbreiding verbodsbepalingen en mogelijkheid tot ontheffing of vrijstelling: Artikel 3.10 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.
in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. 2. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. t/m h. (niet van toepassing, zie wettekst). 3. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
8/15
4.2 Verordening uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland Artikel 8.1 vrijstelling ten behoeve van bestendig beheer of onderhoud en de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. 1. De verboden, bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, van de wet, gelden niet bij de uitvoering van handelingen in het kader van: a. de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; (b,c,d niet van toepassing, zie wettekst) 2. De vrijstellingen, bedoeld in het eerste lid, gelden ten aanzien van de in bijlage 6 genoemde andere beschermde soorten: Aardmuis, Bastaardkikker, Bosmuis, Bruine kikker, Bunzing, Dwergmuis, Dwergspitsmuis, Egel, Gewone bosspitsmuis, Gewone pad, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Kleine watersalamander , Konijn, Meerkikker, Ree, Rosse woelmuis, Veldmuis, Vos, Wezel en Woelrat. Bovenstaande soorten zijn derhalve niet beschermd bij de voorgenomen werkzaamheden, wel geldt de zorgplicht.
5. Resultaten en effectenbeoordeling 5.1 Vleermuizen Resultaten bureauonderzoek De Nationale Databank Flora en Fauna maakt melding van gewone dwergvleermuis. Deze gebouwbewonende soort kan in het plangebied verblijven indien geschikte invliegopeningen aanwezig zijn. Bomen zijn in het plangebied niet aanwezig. Bomen die vallen binnen de verstorende invloedsfeer moeten worden onderzocht op voor gewone dwergvleermuis geschikte invliegopeningen. Resultaten veldbezoek Het pand beschikt over open stootvoegen. Deze worden door de eigenaar in de winter met stukjes schuurspons gedicht tegen muizen. Onder alle ramen zowel aan de voorkant als aan de achterkant van het gebouw zit in het midden een open stootvoeg op een voor vleermuizen geschikte hoogte. Enkele andere open stootvoegen boven de lateien, bevinden zich niet op goede hoogte. Zie detailfoto's in bijlage. Sporen van vleermuizen zijn niet gevonden. De eigenaar geeft aan nog nooit direct om het gebouw vleermuizen te hebben gezien. Wel op het erf. Binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden valt een boom in de tuin van de buren. In deze boom zitten geen invliegopeningen. Het plangebied maakt vanwege het ontbreken van een lijnvormig element geen onderdeel uit van een vliegroute. Als foerageergebied heeft het plangebied vanwege ontbreken van groen geen functie.
Conclusie vleermuizen In het plangebied, en binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden, zijn mogelijk voor vleermuizen geschikte invliegopeningen aanwezig in de zin van open stootvoegen. De gewone dwergvleermuis heeft een netwerk aan gebouwen waarin ze huizen. Vooral in gebieden met bebouwing nabij een ‘groene omgeving’ zoals parken, loofbossen, houtwallen en beschutte waterpartijen komen ze veel voor. Hij is dus afhankelijk van meerdere, met elkaar samenhangende onderdelen van het landschap. Samenhangende onderdelen zijn in en nabij het plangebied niet aanwezig, zie afbeelding §3.1. Vanwege het ontbreken van sporen, de goede staat van onderhoud, het afdichten van de stootvoegen en het ontbreken van waarnemingen door de eigenaar is het niet aannemelijk dat zich gewone dwergvleermuizen in het plangebied bevinden. Het gebied maakt geen deel uit van een lijnelement en wordt daardoor niet gebruikt als vaste vliegroute van vleermuizen. Als foerageergebied heeft het plangebied geen functie. Op basis van het bovenstaande is het uitgesloten dat de voorgenomen werkzaamheden negatieve effecten hebben op vaste rust- en verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen.
Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
9/15
5.2 Grondgebonden zoogdieren Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens en biotoop kan de aanwezigheid van beschermde soorten zoogdieren worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen zoogdieren of sporen van beschermde zoogdieren waargenomen. Beschermde zoogdieren worden in de toekomst ook niet in het plangebied verwacht. Conclusie grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten zoogdieren aangetroffen. Deze worden gezien het biotoop ook niet verwacht in de toekomst. Voor eventueel aanwezige algemene zoogdieren geldt de zorgplicht (zie §6.1). 5.3 Vaatplanten Resultaten bureauonderzoek Op basis van verspreidingsgegevens en biotoop kan de aanwezigheid van beschermde soorten vaatplanten worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek Beschermde vaatplanten zijn tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. De meeste beschermde planten zijn afhankelijk van een zeer specialistisch biotoop. Geconstateerd is dat het biotoop in het plangebied hiervoor niet geschikt is. Een andere soortgroep vormen de muurplanten. Beschermde planten die op muren voorkomen zijn niet gevonden. De voegen van de muren in het plangebied zijn nog in tact en bieden niet de juiste samenstelling voor deze planten.
Conclusie vaatplanten Geconcludeerd kan worden dat de aanwezige vaatplanten geen beschermde status hebben en ontwikkelingen niet in de weg staan. 5.4 Vogels Resultaten bureauonderzoek In de verspreidingsgegevens worden over de afgelopen drie jaar meerdere vogelsoorten genoemd. Huismus (passer domesticus), gierzwaluw (apus apus) en andere soorten waarvan het nest jaarrond beschermd is, worden gemeld. De aanwezigheid van deze soorten kan gezien het dak worden uitgesloten. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen vogelsoorten gehoord in en nabij het plangebied. Het dak is voor huismus en gierzwaluw ongeschikt omdat invliegopeningen ontbreken. In het plangebied zijn geen, jaarrond beschermde, nesten aangetroffen. Het valt, vanwege de tuin van de buren, niet uit te sluiten dat algemene vogels binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden gaan broeden. Conclusie vogels Het plangebied heeft geen functie voor broedvogels waarvan het nest jaarrond beschermd is. In het gebied zijn geen (overblijfselen van) nesten aangetroffen. Huismussen zijn in het gebied en de omgeving daarvan niet gesignaleerd, noch doet het plangebied dienst als (essentiële) foerageerplaats of schuilplaats voor huismussen. Het valt niet uit te sluiten dat binnen de verstorende invloedsfeer van de werkzaamheden vogels gaan broeden.
De Wet natuurbescherming biedt bescherming aan alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. De nestbescherming geldt voor alle in gebruik zijnde nesten gedurende het broedseizoen en voor een beperkt aantal soorten jaarrond. Iedere in gebruik zijnd nest is beschermd. Voor het broedseizoen geldt geen vaste periode, globaal wordt uitgegaan van half maart tot half augustus. Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
10/15
Geadviseerd wordt de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Eveneens kan gestart worden voor het broedseizoen. Met continue verstoringen (weekenden uitgezonderd) kan dan tijdens het broedseizoen worden doorgewerkt, omdat door de verstorende werkzaamheden geen vogels gaan broeden. 5.5 Amfibieën en reptielen Resultaten bureauonderzoek Wat betreft in Zuid-Holland beschermde amfibieën komt alleen de rugstreeppad (bufo calamita) voor. Reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens worden uitgesloten. De werkzaamheden betreffen het maken van een glazen pui in de gevel aan de achterzijde van het gebouw. Tijdens de werkzaamheden wordt geen zand vergraven. Resultaten veldbezoek In het plangebied zijn geen amfibieën waargenomen. Het plangebied beschikt niet over watergang. Poeltjes of plaatsen waar regenwater kan blijven staan wat dienst kan doen als voortplantingswater zijn niet aanwezig in het plangebied. Los zand om zich in de winter in te graven is niet aanwezig. Het plangebied vormt geen geschikt biotoop voor rugstreeppad. Conclusie amfibieën en reptielen Beschermde amfibieën en reptielen kunnen op basis van verspreidingsgegevens en biotoop worden uitgesloten.
Vanwege de afwezigheid van de beschermde rugstreeppad en andere beschermde amfibieën zijn nader onderzoek naar het voorkomen van rugstreeppad en maatregelen met betrekking tot rugstreeppad en andere amfibieën niet noodzakelijk. Wel geldt de zorgplicht (zie §6.1). 5.6 Overige beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek De verschillende soorten libellen, vlinders, insecten en andere ongewervelden die vermeld worden in de Wet natuurbescherming zijn aanwezig in een ander biotoop dan het plangebied. Deze soorten stelle hoge eisen aan hun leefomgeving. Meldingen van deze soorten in het plangebied zijn er niet, het verspreidingsgebied ligt buiten het plangebied. Resultaten veldbezoek Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat het biotoop ongeschikt is voor beschermde soorten libellen en vlinders, vanwege het ontbreken van poeltjes of waardplanten voor ei-afzetting. Conclusie overige beschermde soorten Met beschermde ongewervelde diersoorten hoeft op grond van biotoop en verspreidingsgegevens geen rekening gehouden te worden.
Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
11/15
6. Samenvatting conclusie en overzichtstabel Uit bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Wel moet rekening gehouden worden met het broedseizoen voor vogels. De zorgplicht van de Wet natuurbescherming is altijd van toepassing. 6.1 De zorgplicht zoals weergegeven in artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt.
Zodra een in het wild levend dier wordt aangetroffen tijdens de werkzaamheden kan deze worden gevangen en direct worden overgeplaatst naar een geschikte habitat in de nabijheid van het plangebied. 6.2 De zorgplicht specifiek voor vogels in artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. 5. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Indien de werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, mogen deze pas uitgevoerd worden indien vooraf door een deskundig ecoloog is vastgesteld dat geen verstoring van broedvogels zal plaatsvinden.
6.3 Tabel: Overzicht van onderzochte soortgroepen en onderzoeksresultaten in het plangebied Soort(groep) Ingreep Nader Ontheffing Bijzonderheden/ verstorend onderzoek opmerkingen Vleermuizen Nee Nee Nee Geen verblijfplaatsen aanwezig, het plangebied heeft geen functie voor vleermuizen Grondgebonden Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. zoogdieren Vogels Nee* Nee Nee * zie zorgplicht vogels hoofdstuk 6. Amfibieën en Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. reptielen Vissen Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Vaatplanten Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Overige soorten Nee Nee Nee Geen beschermde soorten aanwezig. Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies. Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
12/15
Literatuur en bronvermelding Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Limpens e.a. KNNV 1997 Bats of Britain and Europe, C. Dietz en A. Kiefer, Bloomsbury 2016 www.vleermuis.net, voor up-to-date kennis van vleermuizen Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017, BIJ12 Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON)(Redactie) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland Stichting RAVON: www.ravon.nl Nederlandse Oecologische Flora. Wilde planten en hun relaties. Weeda e.a. 1985-1994 Verspreidingsatlas planten. 13 mei 2014, http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Sovon Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl Vereniging Vogelbescherming: www. vogelbescherming.nl Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep, Ministerie van LNV, 2009 Atlas van de Nederlandse Zoogdieren, Zoogdiervereniging 2016, S. Broekhuizen et al. Nationale Databank Flora en Fauna, www.telmee.nl
Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
13/15
Detailfoto's plangebied
Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
14/15
In de zijgevel zitten geen open stootvoegen.
Globale locatie in de achtergevel waar de glazen pui wordt ingebouwd. Korteraarseweg 80-86 - Ter Aar - R&O19072065/RSL/rap1
15/15