2021-006g Archeologisch bureauonderzoek
Tekst van het document
Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase
Korteraarseweg 86, Ter Aar Gemeente Nieuwkoop IDDS Archeologie rapport 2316
Colofon Projectnummer OM-nummer In opdracht van Auteur Redactie Versie Status
60220719 4727836100 dhr. A.M.M. Kempen S. Moerman A.W.E. Wilbers 1.3 definitief
Autorisatie A.W.E. Wilbers
Senior KNA Prospector
24-02-2020
Goedkeuring Gemeente Nieuwkoop
© IDDS Archeologie Noordwijk, februari 2020 ISSN 2212-9650 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
SAMENVATTING: In opdracht van dhr. A.M.M. Kempen heeft IDDS Archeologie in september 2019 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Korteraarseweg 86 in Ter Aar, gemeente Nieuwkoop. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit de gemeentelijke erfgoedverordening. De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied een steilrand aanwezig is die de overgang vormt tussen twee verwachtingsgebieden. De in het bureauonderzoek opgestelde specifieke verwachtingen zijn met het booronderzoek bevestigd. De zone ten oosten van de steilrand maakt onderdeel uit van de veenrest-dijk en het historische bebouwingslint langs de Korteraarseweg. De opbouw van dit deel van het plangebied bestaat uit een moderne ophooglaag op een historische bewoningslaag op Hollandveen. In de historische bewoningslaag, tot in de top van het Hollandveen, mogen archeologische resten worden verwacht vanaf de Late Middeleeuwen. De zone ten westen van de steilrand ligt 3 m lager dan de zone ten oosten.
Het Hollandveen is hier compleet afgegraven en geërodeerd door de veenplas die hier na de afgravingen is ontstaan. In dit deel van het plangebied worden geen archeologische resten verwacht. Er wordt geadviseerd om in het nieuwe bestemmingsplan alleen ter plaatse van het hooggelegen deel een archeologische dubbelbestemming op te nemen (Figuur 1). Archeologisch onderzoek wordt hier aanbevolen bij bodemingrepen die dieper reiken dan 0,9 m –mv. Afhankelijk van de aard en omvang van deze bodemingrepen zou een proefsleuvenonderzoek of een archeologische begeleiding van de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Het laaggelegen deel van het plangebied kan wat archeologie betreft worden vrijgegeven.
Figuur 1: Archeologisch advies.
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
INHOUDSOPGAVE: ADMINISTRATIEVE GEGEVENS VAN HET PLANGEBIED ................................................................. 4 1. INLEIDING ....................................................................................................................................... 5 1.1. Onderzoekskader ......................................................................................................................... 5 1.2. Doel- en vraagstellingen van het onderzoek ................................................................................ 5 1.3. Ligging van het plangebied ........................................................................................................... 6 2. BUREAUONDERZOEK ................................................................................................................... 7 2.1. Werkwijze ..................................................................................................................................... 7 2.2. Geologie, geomorfologie en bodem ............................................................................................. 7 2.3. Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden ..................................................... 10 2.4. Historische situatie en mogelijke verstoringen ........................................................................... 10 2.5.
Huidig landgebruik ...................................................................................................................... 12 2.6. Gespecificeerd verwachtingsmodel ............................................................................................ 13 3. VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 15 3.1. Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet .............................................................................. 15 3.2. Werkwijze ................................................................................................................................... 15 3.3. Resultaten ................................................................................................................................... 15 3.4. Interpretatie ................................................................................................................................. 16 4. CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN ............................................................................................ 17 4.1. Aanbevelingen ............................................................................................................................
18 LITERATUUR EN KAARTEN ............................................................................................................... 20 LIJST VAN AFKORTINGEN EN BEGRIPPEN .................................................................................... 21 BIJLAGEN 1. Topografische kaart 2. Archis-informatie 3. Boorlocatiekaart 4. Boorbeschrijvingen 5. Periodentabel
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Administratieve gegevens van het plangebied Toponiem
Korteraarseweg 86
Onderzoekmeldingsnummer
4727836100
Plaats
Ter Aar
Gemeente
Nieuwkoop
Kadastrale aanduiding
Ter Aar B 3745, 4005, 4006
Provincie
Zuid-Holland
Coördinaten Centrum Hoekpunten
109.880/464.532 109.861/464.575 (NW) 109.921/464.543 (NO) 109.902/464.506 (ZO) 109.829/464.492 (ZW)
Oppervlakte plangebied
4.375 m2
Onderzoekskader
Omgevingsvergunning
Uitvoerder
IDDS Archeologie Contactpersoon: mevr. S. Moerman Postbus 126 2200 AC Noordwijk (ZH) Tel: 071-4028586 E-mail: smoerman@idds.nl
Bevoegde overheid
Gemeente Nieuwkoop Postbus 1 2460 AA Ter Aar Tel: 14 0172
Adviseur van de bevoegde overheid
Omgevingsdienst West-Holland Postbus 159 2300 AD Leiden Tel: 071-4083100
Beheer en plaats van documentatie
IDDS Archeologie, Noordwijk
Uitvoeringsdatum veldwerk
04-09-19
4
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
1.
Inleiding
1.1.
Onderzoekskader
In opdracht van dhr. A.M.M. Kempen heeft IDDS Archeologie in september 2019 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Korteraarseweg 86 in Ter Aar, gemeente Nieuwkoop. Het onderzoek dient uitgevoerd te worden in het kader van een bestemmingsplanwijziging. In het plangebied staan een bedrijfswoning en een bedrijfshal. De panden worden verkocht en de kopers willen in beide panden gaan wonen. Hiervoor dient het bestemmingsplan gewijzigd te worden. Met deze wijziging dienen ook de paardenbak en de andere bouwwerken op het achterste perceel gelegaliseerd te worden. De rest van het plangebied krijgt de bestemming tuin. Er zijn dus geen concrete bodemingrepen gepland. De gemeente Nieuwkoop heeft geen eigen verwachtingskaart. Conform de erfgoedverordening van de gemeente (2018) worden de provinciale archeologische monumentenkaart en de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden gehanteerd. Op de provinciale waardenkaart (CHS) heeft het plangebied een hoge verwachting vanwege de ligging op oude stroomgordels en geulafzettingen. Op de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden (IKAW) heeft het plangebied een middelhoge tot lage verwachting.
Daarbij moet echter worden opgemerkt dat de schaal van deze kaart het eigenlijk niet toestaat om de archeologische verwachting op perceelsniveau te bepalen. 1.2.
Doel- en vraagstellingen van het onderzoek
De doelstelling van het bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Dit gebeurt aan de hand van bestaande bronnen over bekende en verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Daarnaast wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap in het plangebied, voor zover deze vormeenheden van invloed kunnen zijn geweest op de bruikbaarheid van de locatie door de mens in het verleden. Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen kansarme zones van het plangebied worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd voor behoud of voor vervolgonderzoek. Om deze doelstelling te kunnen realiseren, wordt op de volgende vragen een antwoord gegeven:
Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie? Hoe is de bodemopbouw in het plangebied en in welke mate is deze nog als intact te beschouwen? Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? Zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP? Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied en wordt deze bij het veldonderzoek bevestigd? Hoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, kunnen er toch archeologische indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied? In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?
Het archeologisch bureauonderzoek en het inventariserend veldonderzoek zijn uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 (Centraal College van Deskundigen 2018), en het Plan van Aanpak (PvA; Moerman 2019).
5
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Voor de in dit rapport gebruikte geologische en archeologische tijdsaanduidingen wordt verwezen naar Bijlage 5. Afkortingen en enkele vaktermen worden achterin dit rapport uitgelegd (zie lijst van afkortingen en begrippen). 1.3.
Ligging van het plangebied
De ligging van het gebied waar de bestemmingsplanwijziging betrekking op heeft, ofwel het plangebied, is weergegeven in Bijlage 1. Het plangebied ligt ten noordwesten van de kruising van de Korteraarseweg met de Kerkweg, in het buurtschap Korteraar. Het plangebied heeft een oppervlakte van 4.375 m2 en een maaiveldhoogte die afneemt van ca. -1,3 m NAP langs de Korteraarseweg tot -4,3 m NAP aan de westzijde. De exacte ligging en contouren van het plangebied zijn nader weergegeven in Bijlage 3 en Figuur 2. Om tot een gespecificeerde verwachting voor het plangebied te komen, is niet alleen gekeken naar bekende gegevens over het plangebied zelf maar ook naar de omgeving. Voor het totale onderzochte gebied, oftewel het onderzoeksgebied, is gekozen voor het gebied direct aan weerszijden van de Korteraarseweg. Onderzoeken die daarbuiten liggen, liggen op een andere ondergrond en zijn daarom minder relevant voor het plangebied.
Figuur 2: Het plangebied op een recente luchtfoto (bron: PDOK).
6
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
2.
Bureauonderzoek
2.1.
Werkwijze
Tijdens het bureauonderzoek zijn gegevens verzameld over het onderzoeksgebied. Er is gekeken naar bekende archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden, uitgevoerde archeologische onderzoeken, de fysieke kenmerken van het oude en huidige landschap en naar informatie over bodemverstoringen. Er is gebruik gemaakt van de provinciale verwachtingskaart (CHS) van de provincie Zuid-Holland van het Archeologisch Informatie Systeem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Aanvullende historische informatie is verkregen uit beschikbaar historisch kaartmateriaal, waaronder het Minuutplan van begin 19 e eeuw (beeldbank.cultureelerfgoed.nl) en enkele historische topografische kaarten (www.topotijdreis.nl). Tevens is gekeken naar mogelijk militair erfgoed in het plangebied (landschapinnederland.nl/militaire-landschapskaart; ikme.nl). Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap is onder andere gebruik gemaakt van de bodemkaart en de geomorfologische kaart van Nederland (PDOK), en van de stroomruggenkaart van het Nederlands rivierengebied (Cohen et al. 2012). Daarnaast is gebruik gemaakt van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3; www.ahn.nl). Voor informatie omtrent bodemsaneringen en ontgrondingenvergunningen is het Bodemloket (www.bodemloket.nl) geraadpleegd.
Om de ligging van kabels en leidingen in het plangebied te bepalen, is een KLIC-melding gedaan. Deze gegevens zijn aangevuld met informatie uit onderzoeksrapporten en achtergrondliteratuur (zie literatuurlijst). 2.2.
Geologie, geomorfologie en bodem
2.2.1. Ontstaansgeschiedenis landschap Het plangebied is gelegen in het westelijk veengebied (Berendsen 2005). Dit gebied is ontstaan in het Holoceen (vanaf 10.000 jaar geleden) onder invloed van de stijgende zeespiegel. Het veen behoort tot het Hollandveen Laagpakket dat deel uit maakt van de Nieuwkoop Formatie (de Mulder et al. 2003). Door het veengebied liepen enkele veenstromen en riviertjes die regelmatig zandige en kleiige sedimenten afzetten op de oevers en in het achter de oevers liggende komgebied. Resten van deze stromen zijn soms nog in het landschap herkenbaar als verhogingen omdat het zand en de klei minder inklinken dan het omliggende veen. Deze elementen in het landschap worden rivierinversieruggen genoemd. De veenvorming duurde voort tot aan de Late Middeleeuwen. Tussen ongeveer 1000 en 1300 na Chr. werd het veengebied ontgonnen. Hierbij werden vanaf een ontginningsas, een weg of een vaart, langgerekte percelen aangelegd. Dit type ontginning staat bekend als cope-ontginning. Vanaf ongeveer 1400 na Chr. is het veen op veel plaatsen op grote schaal afgegraven of gebaggerd ten behoeve van de turfwinning (Berendsen 2005). 2.2.2. Geomorfologie Het plangebied staat op de geomorfologische kaart (Figuur 3) weergegeven als bebouwd, waardoor geen geomorfologische eenheid bekend is.
Op basis van omliggende eenheden is het waarschijnlijk dat de Korteraarseweg en het direct daaraan grenzende deel van het plangebied gelegen zijn op een veenrest-dijk (kaartcode 4B81). Een veenrest-dijk is geen echte dijk, maar een restant veen dat vanwege het afgraven van de omliggende delen relatief hoog ligt in het landschap. De reden voor het niet afgraven van het veen ter plaatse van de veenrest-dijk moet worden gezocht in de aanwezigheid van de historische Korteraarseweg, waarlangs een historisch bebouwingslint aanwezig is. De veenrestdijk is duidelijk herkenbaar op de hoogtekaart (AHN3; Figuur 4), waarop te zien is dat het oostelijk deel van het plangebied (nabij de weg) ongeveer 3 m hoger ligt dan het westelijk deel van het plangebied.
7
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Figuur 3: Het plangebied op de geomorfologische kaart (bron: PDOK).
Figuur 4: Het plangebied op het AHN3 (bron: www.ahn.nl).
8
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Aan weerzijden van de veenrest-dijk is het veen volledig afgegraven, waardoor deze gebieden op de geomorfologische kaart als vlakte van getij-afzettingen zijn weergegeven (kaartcode 2M72). Richting de dorpskern van Ter Aar zijn nog wel restanten veen aanwezig, waardoor daar sprake is van een veenrestglooiing (kaartcode 3H61) en een ontgonnen veenvlakte (kaartcode 1M81ykd). Onder de dorpskern bevindt zich de stroomrug van de Aar (kaartcode 3B44) met aan weerzijden rivierkomvlaktes (kaartcode 1M46). De Aar was actief tussen ca. 700 voor Chr. en 50 na Chr. (2650-1900 BP). 2.2.3. Bodem Op de bodemkaart staat het plangebied weergegeven als gelegen op bovenland (Figuur 5). Dit komt overeen met de ligging op een veenrest-dijk conform de geomorfologische kaart.
Figuur 5: Het plangebied op de bodemkaart (bron: PDOK). Direct ten westen van het plangebied bestaat de bodem volgens de bodemkaart uit vlierveengronden op (meestal niet-gerijpte) klei, beginnend ondieper dan 120 cm (kaartcode dVk) of uit moerige eerdgronden met een moerige bovengrond of een moerige tussenlaag op niet-gerijpte klei (kaartcode dWo). De toevoeging d duidt op de sterke verdroging die plaatselijk optreedt in de bovengrond. Vlierveengronden bestaan uit een 10 tot 20 cm dikke bovengrond van venige klei of kleiig veen, gelegen op een pakket restveen dat tussen 40 en 120 cm diepte overgaat in slappe, kalkloze modderklei. De bovengrond van de moerige eerdgronden is 25-40 cm dik en bestaat meestal uit venige klei met veel zand. Hieronder ligt vrijwel altijd een 10-20 cm dikke kalkloze, zware kleilaag, die overgaat in een matig slap tot matig stevige ondergrond. Aan de oostzijde van de veenrest-dijk komen moerige eerdgronden met katteklei (kaartcode dWol) en tochteerdgronden (kaartcode pMo80) voor. De ondergrond van de moerige eerdgronden met katteklei bestaat uit matig slappe of slappe zware klei die in het bovenste deel vaak gele kattekleivlekken bevat. Katteklei duidt op zoute en brakke afzettingen, die door blootstelling aan de lucht erg zuur worden.
Tochteergronden hebben een 25-40 cm dikke bovengrond van humusrijke, lichte of matig zware klei, die naar onderen toe overgaat in matig zware klei.
9
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
2.3.
Archeologische en ondergrondse bouwhistorische waarden
Binnen het plangebied zijn geen terreinen aanwezig die op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) als waardevol staan aangegeven. Ook zijn er geen waarnemingen en vondsten gemeld en geen eerdere onderzoeken uitgevoerd. Vanwege de ligging in een historisch bebouwingslint kan het voorkomen van ondergrondse bouwhistorische waarden niet worden uitgesloten. Op de provinciale waardenkaart (CHS) heeft het plangebied een hoge verwachting vanwege de ligging op oude stroomgordels en geulafzettingen. Op de landelijke indicatieve kaart van archeologische waarden (IKAW) heeft het plangebied een middelhoge tot lage verwachting. Daarbij moet echter worden opgemerkt dat de schaal van deze kaart het eigenlijk niet toestaat om de archeologische verwachting op perceelsniveau te bepalen. Voor het onderzoeksgebied is alleen gekeken naar onderzoeken die zijn uitgevoerd direct aan weerszijden van de Korteraarseweg. Onderzoeken die daarbuiten liggen, liggen op een andere ondergrond en zijn daarom minder relevant voor het plangebied. Grootschalige bureauonderzoeken zijn buiten beschouwing gelaten. De eerder uitgevoerde onderzoeken binnen het onderzoeksgebied toonden een hoge verwachting aan voor archeologische resten vanaf de Late Middeleeuwen op basis van de ligging in een historisch bebouwingslint.
In de boringen werd een opbouw van een toemaakdek op Hollandveen (onderdeel van de veenrest-dijk) op Laagpakket van Wormer (alleen in de onderzoeken waar diep genoeg is geboord) aangetroffen. In diverse plangebieden 1 werden in de boringen archeologische indicatoren aangetroffen, op basis waarvan vervolgonderzoek werd geadviseerd. Geen van de geadviseerde vervolgonderzoeken is ook daadwerkelijk uitgevoerd. Direct ten zuiden van het plangebied werden aan de overzijde van de Korteraarseweg 2 archeologische indicatoren uit de Nieuwe tijd in het toemaakdek aangetroffen, maar werd desondanks geen vervolgonderzoek noodzakelijk geacht. Voor de locaties waar geen archeologische indicatoren in de boringen werden aangetroffen, 3 werd geen vervolgonderzoek geadviseerd. 2.4.
Historische situatie en mogelijke verstoringen
De oudst geraadpleegde kaart is een kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615. Hierop is te zien dat in deze periode reeds sprake was van een bebouwingslint aan weerszijden van de Korteraarseweg. Ook ter hoogte van het plangebied staat op deze kaart bebouwing weergegeven. Daarbij dient wel te worden opgemerkt dat deze kaart wat de weergave van bebouwing betreft niet altijd even nauwkeurig is.
1
Direct ten zuiden van het plangebied, aan de overzijde van de Korteraarseweg (Archisnr. 2052315100; van Wilgen 2004); ca. 445 m ten zuiden van het plangebied, aan de Korteraarseweg 138 (Archisnr. 2206450100; Berkhout 2008); ca. 1030 m ten noorden van het plangebied, aan de Korteraarseweg 28 (Archisnr. 2464817100; de Boer 2015); ca. 1780 m ten noorden van het plangebied, aan de Korteraarseweg 9 (Archisnr. 3297684100; Hanemaaijer / de Boer 2015). 2 Archisnr. 2052315100; van Wilgen 2004 3 Direct ten oosten van het plangebied, aan de overzijde van de Korteraarseweg (Archisnr. 2255634100; Hagens / Nillesen / Leuvering 2010); ca. 755 m ten noorden van het plangebied, ter hoogte van huisnummers 42-44 (Archisnr. 2391439100; Exaltus 2013).
10
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Figuur 6: Het plangebied (rood omcirkeld) op de kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 (bron: rijnland.net). De oudste kaart waarop de situatie in het plangebied nauwkeurig is weergegeven, betreft het minuutplan uit het begin van de 19e eeuw (Figuur 7). Uit deze kaart en de bijbehorende Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (OAT’s) kan worden afgeleid dat het westelijk deel van het plangebied in een veenplas gelegen was. De rest van het plangebied was in gebruik als huis, tuin, erf en weiland. De veenplas is drooggemalen aan het einde van de 19e eeuw. Op een topografische kaart uit 1899 is de drooggemalen situatie te zien (Figuur 7). In het oosten van het plangebied staat bebouwing weergegeven. Ten westen daarvan lijkt een weg te lopen, met aan de westzijde daarvan de steilrand van de oorspronkelijke veenplas. Op een topografische kaart uit 1950 is de weg langs de steilrand niet meer weergegeven. Wel staat hier een watergang aangegeven.
11
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Figuur 7: Het plangebied op enkele historische topografische kaarten (bron: Topotijdreis). 2.4.1. Tweede Wereldoorlog Op basis van het beschikbare kaartmateriaal (ikme.nl en landschapinnederland.nl/militairelandschapskaart) geldt in het plangebied geen specifieke verwachting voor archeologische resten uit de Tweede Wereldoorlog. 2.5.
Huidig landgebruik
In het oostelijke, hooggelegen deel van het plangebied bevindt zich bebouwing met een parkeerplaats. Het westelijke, laaggelegen deel bestaat uit een weiland en een paardenbak (Figuur 8).
12
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Figuur 8: Google Streetview foto waarop het hoogteverschil in het plangebied zichtbaar is. Midden in de foto is de beschoeiing aanwezig die de overgang tussen het hoge en lage deel vormt. 2.6.
Gespecificeerd verwachtingsmodel
Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied een steilrand aanwezig is die de overgang vormt tussen twee verwachtingsgebieden. De zone ten oosten van de steilrand maakt onderdeel uit van de veenrest-dijk. Langs de Korteraarseweg bevindt zich al sinds de Late Middeleeuwen een bebouwingslint. Vanwege de aanwezigheid van de bebouwing is dit lint (in tegenstelling tot de omgeving) niet afgegraven en bevindt zich daarom als een soort dijk in het landschap. De opbouw van dit deel van het plangebied bestaat naar verwachting uit een eventuele moderne ophooglaag op een toemaakdek op Hollandveen. In de top van het Hollandveen en in het toemaakdek mogen archeologische resten worden verwacht vanaf de Late Middeleeuwen. Op basis van het historisch kaartmateriaal is het plangebied vanaf het begin van de 17e eeuw mogelijk continu bebouwd geweest. Te verwachten sporen zijn de funderingen, muren, vloeren en kelders van zowel houtbouw als steenbouw. Ook kunnen sporen worden aangetroffen die op het erf verwacht mogen worden, zoals waterputten en sporen van bijgebouwen. Vondstmateriaal kan bestaan uit aardewerk, keramisch bouwmateriaal, natuursteen, glas, metaal en bot. De zone ten westen van de steilrand ligt 3 m lager dan de zone ten oosten. Hier kan mogelijk nog een restant Hollandveen aan het maaiveld aanwezig zijn.
Het Hollandveen kan echter ook compleet zijn afgegraven en geërodeerd door de veenplas die hier na de afgravingen is ontstaan. Het Laagpakket van Wormer zal aan of nabij het maaiveld liggen. Dit laagpakket heeft een lage archeologische verwachting vanwege de Waddenzee-achtige situatie waarin het is ontstaan. Ook de onderzijde van het veen (indien nog aanwezig) heeft een lage archeologische verwachting. In dit deel van het plangebied worden geen archeologische resten verwacht.
13
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Om het verwachtingsmodel te toetsen en waar nodig aan te vullen en om te controleren in hoeverre de bodemopbouw in het plangebied nog intact is, is er een Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, uitgevoerd.
14
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
3.
Veldonderzoek
3.1.
Onderzoekshypothese en onderzoeksopzet
Het doel van het Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase, is om de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting te toetsen en waar nodig aan te passen. Tijdens het veldonderzoek wordt vastgesteld waar de oorspronkelijke bodemopbouw intact is gebleven en waar niet. Daarnaast wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze in het verleden. Kansarme zones worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd voor de volgende fasen. Het veldonderzoek bestond uit een booronderzoek. Een veldkartering was niet mogelijk vanwege de aanwezige bebouwing, bestrating en begroeiing. 3.2.
Werkwijze
In het plangebied zijn vijf boringen gezet, waarvan drie boringen met een diepte van 2,0 m, één met een diepte van 3,0 m en één met een diepte van 4,0 m beneden het maaiveld (bijlage 3 en 4). Deze boringen zijn verdeeld over het plangebied. Er is gebruik gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 12 cm voor de bovenste lagen en een guts met een diameter van 4 cm voor het veen. Het veldonderzoek is uitgevoerd door D.F.A.M. van den Biggelaar (KNA Prospector MA). De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008) met behulp van een veldcomputer en het programma TerraIndex van I.T. Works. De locaties van de boringen (x- en y-waarden) zijn ingemeten vanuit de topografie. De hoogtes van de boringen (zwaarden) zijn bepaald aan de hand van het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3; www.ahn.nl). De opgeboorde monsters zijn door middel van verbrokkelen in het veld onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals aardewerk, baksteen, vuursteen, huttenleem en bot. 3.3.
Resultaten
3.3.1. Lithologie, geologie en bodemopbouw Bij het beschrijven van de lithologische opbouw van het plangebied wordt een onderscheid gemaakt tussen het westelijke laaggelegen gebied en het oostelijke hooggelegen gebied. Boringen 1 en 2 zijn gezet in het laaggelegen gebied. De maaiveldhoogte is hier ongeveer -4,4 m NAP. Onderin deze boringen is matig siltige klei aangetroffen met schelpenresten en enkele zandlagen. Rond de grondwaterspiegel (0,5 m –mv) is de klei matig tot sterk roesthoudend. De top van het kleipakket bevindt zich op 0,3 à 0,4 m –mv (-4,7 à -4,9 m NAP). Het kleipakket kan gerekend worden tot het Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk. Hierboven is met een scherpe overgang een laag venig zand aanwezig. Dit zand kan geïnterpreteerd worden als opgebracht pakket. Het veen in het zand is zo rul en sterk veraard dat het sterk lijkt op potgrond of tuinaarde; dit is nog een restant van het oorspronkelijke veenpakket dat is omgewerkt in het opgebrachte zand. Boringen 3 tot en met 5 zijn gezet in het hooggelegen gebied, waar de maaiveldhoogte tussen -1,2 en -1,5 m NAP ligt. Hier is onderin de boringen rietveen aangetroffen. Het betreft Hollandveen van de Formatie van Nieuwkoop. De top van het natuurlijke veen ligt in boringen 4 en 5 op 1,8 m –mv (-3,0 m NAP).
In boring 3 is het natuurlijke veen binnen de maximale boordiepte van 2,0 m –mv (-3,5 m NAP) niet aangetroffen. Naar boven toe gaat het natuurlijke veen over in sterk zandig, veraard veen (ook met de structuur van potgrond) met sporen metselpuin en bakstenen. De top van deze laag bevindt zich op 0,9 tot 1,3 m –mv (-2,1 tot -2,8 m NAP) en het betreft waarschijnlijk een historische bewoningslaag. Het veraarde veen wordt bedekt door een kleilaag in boring 3 en zandlagen in boringen 4 en 5. Zowel de kleilaag als de zandlagen betreffen opgebrachte grond. Op de klei- en zandlagen bevindt zich een pakket bouwzand, dat waarschijnlijk is opgebracht ten behoeve van de huidige bebouwing. Bij het
15
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
aanbrengen van het bouwzand zijn ook de onderliggende klei- en zandlagen verstoord geraakt, op basis van de aanwezigheid van ophoogzand in de kleilaag in boring 3 en brokken veen in boring 5. De recente verstoringen reiken tot 0,9 m –mv (-2,1 m NAP) in boring 4 en 1,3 m –mv (-2,5 tot -2,8 m NAP) in boringen 3 en 5. 3.3.2. Archeologische indicatoren In de boringen zijn geen archeologische indicatoren waargenomen. 3.4.
Interpretatie
Oorspronkelijk zal het gehele plangebied bedekt zijn geweest door een veenpakket. In het westen van het plangebied, het deel dat nu laaggelegen is, is het veenpakket volledig afgegraven. Onder een dunne laag opgebrachte grond zijn afzettingen aangetroffen die behoren tot het Laagpakket van Wormer. Deze afzettingen stammen uit een milieu vergelijkbaar met de huidige Waddenzee en hebben daarom een lage archeologische verwachting. Het oostelijk deel van het plangebied ligt 3 m hoger dan het westelijk deel omdat hier het veen niet is afgegraven. Dieper dan -3,0 m NAP is natuurlijk rietveen aangetroffen, behorende tot het Hollandveen. Het rietveen is bedekt met een laag veen die sterk zandig en veraard is. Deze laag veen wordt als historische bewoningslaag geïnterpreteerd en heeft een hoge verwachting voor bewoningsresten vanaf de ontginning van het gebied in de Late Middeleeuwen. Dat hierin geen archeologische indicatoren zijn aangetroffen, betekent niet dat er geen archeologische resten aanwezig zijn: het uitgevoerde verkennende booronderzoek is niet geschikt om hierover uitsluitsel te bieden en ook een karterend booronderzoek is niet geschikt voor het opsporen van archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd.
Boven de historische bewoningslaag in het oostelijk deel van het plangebied komen ophogingen en recente verstoringen voor, die variëren in diepte van 0,9 m –mv (-2,1 m NAP) in boring 4 tot 1,3 m –mv (-2,5 tot -2,8 m NAP) in boringen 3 en 5.
16
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
4.
Conclusie en aanbevelingen
In opdracht van dhr. A.M.M. Kempen zijn in september 2019 een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Korteraarseweg 86 in Ter Aar, gemeente Nieuwkoop. Ten behoeve van het onderzoek is een aantal vragen gesteld die als volgt beantwoord kunnen worden:
Wat is de fysiek-landschappelijke ligging van de locatie?
Het plangebied ligt op de overgang van een veenrest-dijk in het oosten naar een vlakte van getijafzettingen (het oorspronkelijke veen is hier volledig afgegraven) in het westen.
Hoe is de bodemopbouw in het plangebied en in welke mate is deze nog als intact te beschouwen?
In het westen van het plangebied is het oorspronkelijke veenpakket afgegraven, waardoor de bodemopbouw niet als intact kan worden beschouwd. In het oosten van het plangebied is het natuurlijke veenpakket bedekt met omgewerkte en opgehoogde lagen. De bodemopbouw kan hierdoor worden geclassificeerd als antropogeen.
Bevinden zich archeologisch relevante afzettingen in het plangebied? En zo ja, op welke diepte ten opzichte van het maaiveld en het NAP?
In de vlakte van getij-afzettingen is sprake van een dunne opgehoogde zandlaag (omgewerkt met een restant van het oorspronkelijke veen) op kleiafzettingen van het Laagpakket van Wormer. Deze afzettingen zijn ontstaan in een Waddenzee-achtig milieu en waren daarom ongeschikt voor bewoning. Het laaggelegen deel van het plangebied heeft daarom geen archeologische verwachting. Op de veenrest-dijk geldt wel een archeologische verwachting. Archeologische resten kunnen worden aangetroffen in de historische bewoningslaag, tot in de top van het natuurlijke veen, oftewel vanaf een diepte van diepte van 0,9 m –mv (-2,1 m NAP) in boring 4 tot 1,3 m –mv (-2,5 tot -2,8 m NAP) in boringen 3 en 5.
Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied en wordt deze bij het veldonderzoek bevestigd?
Uit het bureauonderzoek blijkt dat in het plangebied een steilrand aanwezig is die de overgang vormt tussen twee verwachtingsgebieden. De in het bureauonderzoek opgestelde specifieke verwachtingen zijn met het booronderzoek bevestigd. De zone ten oosten van de steilrand maakt onderdeel uit van de veenrest-dijk. Langs de Korteraarseweg bevindt zich al sinds de Late Middeleeuwen een bebouwingslint. Vanwege de aanwezigheid van de bebouwing is dit lint (in tegenstelling tot de omgeving) niet afgegraven en bevindt zich daarom als een soort dijk in het landschap. De opbouw van dit deel van het plangebied bestaat uit een moderne ophooglaag op een historische bewoningslaag op Hollandveen. In de historische bewoningslaag, tot in de top van het Hollandveen, mogen archeologische resten worden verwacht vanaf de Late Middeleeuwen. Op basis van het historisch kaartmateriaal is het plangebied vanaf het begin van de 17e eeuw mogelijk continu bebouwd geweest. Te verwachten sporen zijn de funderingen, muren, vloeren en kelders van zowel houtbouw als steenbouw. Ook kunnen sporen worden aangetroffen die op het erf verwacht mogen worden, zoals waterputten en sporen van bijgebouwen. Vondstmateriaal kan bestaan uit aardewerk, keramisch bouwmateriaal, natuursteen, glas, metaal en bot. De zone ten westen van de steilrand ligt 3 m lager dan de zone ten oosten.
Het Hollandveen is hier compleet afgegraven en geërodeerd door de veenplas die hier na de afgravingen is ontstaan. Het Laagpakket van Wormer ligt onder een dunne ophooglaag. Dit laagpakket heeft een lage archeologische verwachting vanwege de Waddenzee-achtige situatie waarin het is ontstaan. Ook de onderzijde van het veen (indien nog aanwezig) heeft een lage archeologische verwachting. In dit deel van het plangebied worden geen archeologische resten verwacht.
17
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Hoewel niet het doel van een verkennend booronderzoek, kunnen er toch archeologische indicatoren worden aangetroffen. Indien deze worden aangetroffen, dan gelden tevens de volgende vragen: wat is de verticale en horizontale ligging van de aangetroffen indicatoren, wat is de datering en wat is de invloed van deze vondsten op de archeologische verwachting van het plangebied?
In het plangebied zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen.
In hoeverre worden eventueel aanwezige archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden?
In het plangebied zijn geen bodemverstorende werkzaamheden gepland. Mochten deze in de toekomst wel voorzien zijn, dan geldt dat in het oostelijk deel van het plangebied mogelijk archeologische waarden worden bedreigd indien bodemingrepen reiken tot in de historische bewoningslaag, oftewel dieper dan 0,9 m –mv. In het westelijk deel van het plangebied (het laaggelegen deel) worden geen archeologische waarden bedreigd, ongeacht de diepte van de ingrepen. 4.1.
Aanbevelingen
Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied bestaat uit een hooggelegen deel met een hoge archeologische verwachting en een laaggelegen (afgegraven) deel met een lage archeologische verwachting. Er wordt geadviseerd om in het nieuwe bestemmingsplan alleen ter plaatse van het hooggelegen deel een archeologische dubbelbestemming op te nemen (Figuur 9). Archeologisch onderzoek wordt hier aanbevolen bij bodemingrepen die dieper reiken dan 0,9 m –mv. Afhankelijk van de aard en omvang van deze bodemingrepen zou een proefsleuvenonderzoek of een archeologische begeleiding van de werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Het laaggelegen deel van het plangebied kan wat archeologie betreft worden vrijgegeven.
Figuur 9: Archeologisch advies.
18
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Bovenstaand advies dient gecontroleerd en beoordeeld te worden door de bevoegde overheid, in dit geval de Gemeente Nieuwkoop. Deze zal vervolgens een besluit nemen inzake de te volgen procedure. IDDS Archeologie wil meegeven dat voordat dit besluit genomen is, er niet begonnen kan worden met bodemverstorende activiteiten of activiteiten die voorbereiden op bodemverstoringen. Voor alle gravende onderzoeken dient voorafgaand aan de uitvoering van het onderzoek een Programma van Eisen geschreven te worden. Dit Programma van Eisen moet goedgekeurd worden door de bevoegde overheid (de Gemeente Nieuwkoop) alvorens met het onderzoek kan worden begonnen. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het onverwacht aantreffen dan wel het ongezien vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet gegarandeerd worden.
Wij wijzen u er graag op dat indien in het vrijgegeven deel van het plangebied archeologische waarden worden aangetroffen, deze conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet zo spoedig mogelijk bij de minister voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gemeld dienen te worden. Dit kan door het invullen van het vondstmeldingsformulier op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (www.cultureelerfgoed.nl) of door contact op te nemen met de InfoDesk (info@cultureelerfgoed.nl).
19
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Literatuur en kaarten Berendsen, H.J.A., 20053 (1997): Landschappelijk Nederland. De fysisch-geografische regio’s, Assen. Berkhout, M., 2008: Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase: Korteraarseweg, Korteraar, gemeente Nieuwkoop, Noordwijk (Becker & Van de Graaf rapport). Boer, A. de, 2015: Korteraarseweg 28, Ter Aar, gemeente Nieuwkoop: een bureauonderzoek en booronderzoek, Utrecht (Bureau voor Archeologie Rapport 2014.101). Centraal College van Deskundigen, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda. Cohen, K.M./ E. Stouthamer/ H.J. Pierik/ A.H. Geurts, 2012: Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography, Utrecht. Exaltus, R., 2013: Korteraar, Korteraarseweg, gem. Nieuwkoop (ZH.). Een Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek, Zuidhorn (Steekproefrapport 2012-12/04Z). Hagens, D. / R. Nillesen / J. Leuvering, 2010: Korteraarseweg 81-81a te Korteraar, gemeente Nieuwkoop, Amersfoort (Synthegra rapport S090312). Hanemaaijer, M. / A. de Boer, 2015: Korteraarseweg 9, Korteraar, gemeente Nieuwkoop: een bureauen inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen, Utrecht (Bureau voor Archeologie Rapport 216). Moerman, S., 2019: Plan van aanpak. Korteraarseweg 86 in Ter Aar, gemeente Nieuwkoop, Noordwijk (Intern rapport, IDDS Archeologie). Mulder, E.F.J. de/ M.C. Geluk/ I.L.
Ritsema/ W.E. Westerhoff/ T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. SIKB, 2008: Archeologische standaard boorbeschrijving, Archeologie Leidraad, Gouda. Wilgen, L.R. van, 2004: Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen Bouwlocatie Korteraarseweg, Korteraar, Heinenoord (SOB Research rapport).
Websites beeldbank.cultureelerfgoed.nl ikme.nl landschapinnl.nl/bronnen-en-kaarten/militaire-landschapskaart www.ahn.nl www.archieven.nl www.bodemloket.nl www.topotijdreis.nl
20
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
Lijst van afkortingen en begrippen Afkortingen AHN AMK AMZ Archis ASB AWN BP GHG GLG GPS indet KNA mv NAP PvA PvE RCE SIKB
Actueel Hoogtebestand Nederland Archeologische Monumenten Kaart Archeologische Monumentenzorg Archeologisch Informatie Systeem Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland Before Present (Present = 1950) Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand Gemiddeld Laagste Grondwaterstand Global Positioning System ondetermineerbaar Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie maaiveld (het landoppervlak) Normaal Amsterdams Peil Plan van Aanpak Programma van Eisen Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer
Verklarende woordenlijst 14C-datering (ook wel C14-datering) Bepaling van gehalte aan radioactieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14Couderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie) Allerød tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 11.80011.000 jaar geleden antropogeen Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt) Archis-melding Elke melding bij het centraal informatiesysteem (Archis) artefact Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen bioturbatie Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten Bølling tijd Korte, relatief warme periode uit de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 13.50012.000 jaar geleden Boreaal Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen (datering ca. 6800-5500 voor Chr.) buitendijks Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen.
In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden castellum Romeins legerkamp conservering Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn couperen Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen crematie Begraving met gecremeerd menselijk bot crevasse Doorbraakgeul door een oeverwal dagzomen Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.)
21
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
dekzand
Dryas Edelmanboor Eemien eerdgrond eolisch estuarien estuarium fluviatiel fluvioglaciaal gaafheid Hollandveen Holoceen horizont humeus ijzeroer in situ inhumatie interstadiaal kom kreek kronkelwaard kwel kwelder laag leem Limes lithologie löss lutum meander meanderen oeverwal
Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een ‘dek’ (Formatie van Boxtel) Laatste gedeelte van de laatste ijstijd (Weichselien), ca. 20.000-10.000 jaar geleden Een handboor voor bodemonderzoek Interglaciaal tussen de voorlaatste en laatste ijstijd (Saalien en Weichselien), ca. 130.000-120.000 jaar geleden Grond met een humushoudende minerale bovengrond van meer dan 50 cm, ontstaan door invloed van de mens Door de wind gevormd, afgezet Afgezet in een estuarium Inham aan de kust waarin met name het getijde grote invloed uitoefent op het landschap, bijvoorbeeld de Westerschelde Door rivieren gevormd, afgezet Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang) Holocene formatie, ontstaan vanaf 3500 voor Chr. Jongste geologisch tijdvak dat nog steeds voortduurt (vanaf de laatste ijstijd: ca.
8800 jaar voor Chr.) Kenmerkende laag binnen de bodemvorming Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem IJzeroxidenhydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Een warmere periode tijdens een ijstijd (glaciaal) Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken Waterweg waarbij het water vanuit zee of rivier onder invloed van het getijde inen uitstroomt Deel van een stroomgebied omgeven – en grotendeels opgebouwd – door een meander Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater zie schor Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden als eenheid wordt onderscheiden Grondsoort die wordt gekenmerkt door een samenstelling van meer dan 50% silt, minder dan 50% zand en minder dan 25% klei de noordgrens van het Romeinse rijk Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten Door de wind gevormde afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 0,063 mm Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht
(van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt
22
IDDS Archeologie rapport 2316 Versie 1.3 (definitief)
OSL-datering
oxidatie plaggendek plangebied Pleistoceen
podzol pollenanalyse
prehistorie rivierduin Saalien schor silt slak slik spieker strandvlakte strandwal
stratigrafie stroomgordel stroomrug
stuwwal terras (rivier-) vaaggronden vicus vindplaats Weichselien zavel zeldzaamheid
Dateringsmethode waarmee op grond van energieverval kan worden bepaald wanneer een fragment kwarts (zand) voor het laatst heeft blootgestaan aan direct zonlicht Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; ‘verbranding’ bij veen) Verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht Gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon. Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende ijstijden). Na de laatste ijstijd begon het Holoceen (ca. 8800 voor Chr.) Goed ontwikkelde bodem in gebieden met veel neerslag De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven Door verstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom) Voorlaatste ijstijd, waarin het landijs tot in Nederland doordrong en de stuwwallen werden gevormd, ca.
200.00-130.000 jaar geleden Zandgrond in een getijdenwater; staat alleen onder water bij zeer hoog tij, begroeid Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Steenachtig afval van metaal- of aardewerkproductie Zandgrond in een getijdenwater; staat onder water bij vloed en valt droog bij eb, kwelder onbegroeid; wad Op palen geplaatst opslaghuisje Groot vlak zandig gebied tussen twee strandwallen Langs de kust gevormde langgerekte zandrug die uitsteekt boven het gemiddelde hoogwaterniveau; geeft in Nederland de oude ligging van de kustlijn weer Opeenvolging van lagen in de bodem Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en) Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijft door inklinking van de komgebieden als een rug in het landschap liggen Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten Door een rivier verlaten en daarna versneden dalbodem Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag Een burgerlijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca.
120.000-10.000 jaar geleden Grondsoort die tussen 8 en 25% lutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied
23
Bijlage 4: Boorbeschrijvingen
Pagina 1 / 2
0
Boring:
1
Boring:
2
Boring:
3
Datum:
04-09-2019
Datum:
04-09-2019
Datum:
04-09-2019
X:
109873,25
X:
109852,26
X:
109917,15
Y:
464557,87
Y:
464509,02
Y:
464537,69
Hoogte (m NAP):
-4,45
Hoogte (m NAP):
-4,35
Hoogte (m NAP):
-1,45
-445
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin, Potgrond, veraard veen, scherp, kalkloos
0
-435
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, sterk humeus, donkerbruin, Veraard veen, potgrond, scherp, kalkloos
0
-145
klinker Zand, uiterst fijn, zwak siltig, lichtbeige, scherp, Bouwzand
-465
Klei, matig siltig, sterk roesthoudend, licht oranjegrijs, geleidelijk
-485
50 -505
Klei, matig siltig, matig roesthoudend, licht oranjegrijs, geleidelijk, kalkrijk
50
Klei, matig siltig, lichtgrijs, Sporen schelpengruis, Weinig gevlekt donkergrijs, kalkrijk
100
50
-505
Klei, matig siltig, lichtgrijs, 150 tot 200 enkele dunne zandlagen, Sporen schelpengruis, Weinig gevlekt donkergrijs, kalkrijk
100
100 -255
-275
150
200
150
-645
200
Veen, sterk zandig, bruin, Enkele baksteenfragmenten, potgrond, heel zandig, rietveen, Sterk veraard
150
-635
200
Klei, sterk zandig, lichtgrijs, Klei gemengd met ophoogzand, scherp, kalkrijk
-345
Projectcode: 60220719 getekend volgens NEN 5104
Pagina 2 / 2
0
Boring:
4
Boring:
5
Datum:
04-09-2019
Datum:
04-09-2019
X:
109900,96
X:
109886,27
Y:
464512,37
Y:
464518,23
Hoogte (m NAP):
-1,2
Hoogte (m NAP):
-1,23
-120
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, scherp, Bouwzand
0
-123
klinker Zand, matig fijn, zwak siltig, scherp, Bouwzand
-143
Veen, sterk zandig, donkerbruin, Potgrond, sporen baksteengruis, scherp, omgewerkte grond 50
-170
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig metselpuinhoudend, zwak puinhoudend, lichtbeige, Matig baksteenfragmenten, scherp
50
-193
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbeige, scherp, Bouwzand
-210
Veen, sterk zandig, zwak metselpuinhoudend, bruin, Potgrond, heel zandig, sporen baksteengruis, scherp, aan de basis zandig, rietveen, Sterk veraard
100
100
-223
Zand, matig fijn, zwak siltig, brokken veen, grijs, Veen gemengd met ophoogzand, scherp, omgewerkte grond -253
150
Veen, sterk zandig, sporen metselpuin, donkerbruin, Potgrond, heel zandig, aan de basis matig baksteenfragmenten, de rest van het interval heeft sporen baksteenfragmenten, scherp, rietveen, Sterk veraard
150
-300
-303
Veen, mineraalarm, bruin, geleidelijk, rietveen, zwak amorf
Veen, mineraalarm, Grondwaterspiegel niet bereikt, rietveen, zwak amorf
200
200
250
250
300
300
-423
350
400
-520
Projectcode: 60220719 getekend volgens NEN 5104
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen zwak humeus
ongeroerd monster volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
Legenda afkortingen Archeologische Boorbeschrijving (conform ASB 2008) Percentages en Mediaan Klasse Zandmediaan Uiterst fijn 63-105 µm Zeer fijn 105-150 µm Matig fijn 150-210 µm Matig grof 210-300 µm Zeer grof 300-420 µm Uiterst grof 420-2000 µm Nieuwvormingen (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Afkorting Nieuwvormingen FEC IJzerconcreties FFC Fosfaatconcreties FOV Fosfaatvlekken MNC Mangaanconcreties ROV Roestvlekken VIV Vivianiet VKZ Verkiezeling ZAV Zandverkittingen Bodemkundige interpretaties Code Bodemkundige interpretaties BOD Bodem BOV Bouwvoor ESG Esgrond GLE Gleyhorizont HIN Humusinspoeling INH Inspoelingshorizont KAT Katteklei KBR Klei, brokkelig LOO Loodzand MOE Moedermateriaal OMG Omgewerkte grond OPG Opgebrachte grond OXR Oxidatie-reductiegrens POD Podzol RYP Gerijpt TKL Top kalkloos TRP Terpaarde UIT Uitspoelingshorizont VEN Vegetatieniveau VNG Gelaagd vegetatieniveau VRG Vergraven
Bodemhorizont Code Bodemhorizont BHA A-horizont BHAB BHAC BHAE BHB BHBC BHC BHE BHEB BHO BHR
AB-horizont AC-horizont AE-horizont B-horizont BH-horizont C-horizont E-horizont EB-horizont O-horizont R-horizont
Omschrijving Minerale bovengrond Overgangshorizont Overgangshorizont Overgangshorizont Inspoelingshorizont Overgangshorizont Uitgangsmateriaal Uitspoelingshorizont Overgangshorizont Strooisellaag Vast gesteente
Sedimentaire karakteristiek, laaggrens Afkorting Afmeting Klasse overgangszone BDI ≥ 3,0 - < 10,0 cm Basis diffuus BGE ≥ 0,3 - < 3,0 cm Basis geleidelijk BSE < 0,3 cm Basis scherp Kalkgehalte Code Kalkgehalte CA1 Kalkloos CA2 Kalkarm CA3 kalkrijk Archeologische indicatoren (1=spoor, 2=weinig, 3=veel) Code Omschrijving AWF Aardewerkfragmenten BST Baksteen GLS Glas HKB Houtskoolbrokken HKS Houtskoolspikkels MXX Metaal OXBO Onverbrand bot OXBV Verbrand bot SGK Gebroken kwarts SLA Slakken/sintels SVU Vuursteen SXX Natuursteen VKL Verbrande klei VSR Visresten
Bijlage 5: Periodentabel