2021-006f Verkennend milieukundig bodemonderzoek
Tekst van het document
TER AAR
GA TER AAR
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 8 van 16 - 12-07-2013
Topografie
Bebouwing
Perceelgrenzen
Wegen
Geselecteerd gebied
Water
25-meter contour
Afscheiding Coördinaten volgens RDM (Rijksdriehoeksmeting) Middelpunt: X 109906 Y 464537 Buffer: 25 meter
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 9 van 16 - 12-07-2013
GBKN
Bebouwing
Afscheiding
Wegen
Geselecteerd gebied
Water
25-meter contour
Coördinaten volgens RDM (Rijksdriehoeksmeting) Middelpunt: X 109906 Y 464537 Buffer: 25 meter
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 10 van 16 - 12-07-2013
Kadaster
Perceelgrenzen Geselecteerd gebied Coördinaten volgens RDM (Rijksdriehoeksmeting) Middelpunt: X 109906 Y 464537 Buffer: 25 meter
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 11 van 16 - 12-07-2013
25-meter contour
Verklaring vaktermen Achtergrondwaarde (AW 2000) Norm waaronder sprake is van schone grond. Overschrijding van deze waarde (AW2000) leidt tot licht verontreinigde grond. De Achtergrondwaarde varieert met de bodemverontreinigende stof en de bodemsoort. Aanvullend onderzoek Een beperkt onderzoek, dat meestal volgt op een verkennend of oriënterend onderzoek. Het heeft meestal tot doel aanvullende informatie te vergaren, zodat een nader onderzoek niet meer nodig is. Asbestonderzoek NEN 5707 De NEN 5707 beschrijft hoe onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem uitgevoerd wordt. Asbestonderzoek NEN 5897 De NEN 5897 beschrijft hoe onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in puinhoudende bodem uitgevoerd wordt. Beschikking Een beschikking is een officieel overheidsbesluit. Voor het grondgebied van de Omgevingsdienst WestHolland (ODWH) is de omgevingsdienst het bevoegd gezag dat beschikkingen in het kader van de Wet bodembescherming afgeeft. Indien een vermoeden bestaat of al duidelijk is dat een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is, kan de verontreiniging worden gemeld bij de ODWH. Deze zal, indien voldoende gegevens aanwezig zijn, een beschikking afgeven. Hierin staat wat de ernst en risico’s van de verontreiniging zijn en of sanering in het kader van de Wet bodembescherming noodzakelijk is.
De ODWH geeft ook haar goedkeuring – middels het nemen van beschikkingen – over plannen om de bodem te saneren. Een geval van ernstige bodemverontreiniging mag meestal alleen gesaneerd worden volgens een saneringsplan dat met een beschikking is goedgekeurd. De uitzondering hierop geldt voor eenvoudige standaard bodemsaneringen waarbij de mogelijkheid bestaat om te saneren op basis van een melding in het kader van het Besluit Uniforme Saneringen (de zogenaamde BUS-melding). Tot slot geeft de ODWH ook beschikkingen af over een uitgevoerde bodemsanering en eventueel nazorgplan, de zogenaamde evaluatie. De beschikking geeft dan aan of de sanering afdoende is uitgevoerd, of er sprake is van een restverontreiniging, of nazorgmaatregelen nodig zijn en of er gebruiksbeperkingen gelden. Besluit Opslag Ondergrondse Tanks (BOOT) Dit Besluit gaf regels voor de opslag van olieproduct of brandstof in ondergrondse tanks. Hieronder viel ook de plicht tot het uitvoeren van bodemonderzoek bij in gebruik zijnde, ondergrondse tankinstallaties. Deze regelgeving is in 2008 overgegaan in het ‘Activiteitenbesluit’. Bodemonderzoek Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd om te kunnen bepalen of de bodem verontreinigd geraakt is met schadelijke stoffen. Soms zijn meerdere bodemonderzoeken nodig om de soort verontreiniging, de concentraties en de omvang van de verontreiniging te bepalen.
Er zijn verschillende soorten bodemonderzoek, afhankelijk van het specifieke doel. Bodem sanering bedrijven (BSB-operatie) Onderzoek uitgevoerd in het kader van de BSB-operatie. Bodemsanering Door grond te ontgraven, ter plekke te reinigen of te isoleren kan een geval van bodemverontreiniging gesaneerd worden. Een locatie is succesvol gesaneerd zodra de bodemkwaliteit geen belemmering meer
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 12 van 16 - 12-07-2013
vormt voor het voorgenomen gebruik van de locatie, het zogenaamde ‘functiegericht saneren’. Dit wil dus niet zeggen dat de bodem ter plaatse volledig is schoongemaakt. Bodemverontreiniging De bodem is verontreinigd als een van de in de NEN 5740 genoemde stoffen, in concentraties boven de achtergrondwaarde/streefwaarde in de grond of het grondwater (bodem) aanwezig zijn. BSB-operatie In 1993 werd het Besluit ‘Verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen’ ingevoerd. Veel bedrijven werden hierdoor verplicht de bodemkwaliteit van hun bedrijfsterrein in beeld te brengen. De stichting ‘Bodem Sanering in gebruik zijnde Bedrijfsterreinen’ (BSB) heeft bedrijven hierbij geholpen door de mogelijkheid te bieden gezamenlijk via de BSB-operatie aan die verplichting te voldoen. De stichting BSB is inmiddels opgeheven. Geval van ernstige bodemverontreiniging Een geval van verontreiniging waarbij de bodem zodanig is verontreinigd, dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier, ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Er wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging als voor een stof meer dan 25 kubieke meter grond of meer dan 100 kubieke meter met grondwater verzadigd bodemvolume boven de interventiewaarde verontreinigd is. Voor asbest geldt dit volumecriterium niet.
Boven een concentratie van 100 mg/kg in grond is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Hbb Historisch bodembestand waarin historische gegevens uit verschillende archieven (gemeentearchieven, KvK, Hinderwetvergunningen etc.) zijn opgenomen mbt bodembedreigende activiteiten. Historisch onderzoek (HO) Archiefonderzoek naar het vroegere gebruik van een locatie. Hiermee kan ingeschat worden of er een risico is op bodemverontreiniging. Het historisch onderzoek maakt onderdeel uit van een vooronderzoek NEN 5725. Indicatief onderzoek Een verkennend bodemonderzoek beperkt van omvang en niet uitgevoerd volgens de onderzoeksrichtlijnen. Interventiewaarde (I) Norm waarboven sprake is van een sterke bodemverontreiniging. De interventiewaarde varieert met de bodemverontreinigende stof en de bodemsoort. ISV-programmering De gemeente heeft vanaf 2000 bodemonderzoeken en bodemsaneringen uitgevoerd en gesubsidieerd met gelden uit het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV). Per vijf jaar is een programma opgesteld. Licht verontreinigd De bodem is licht verontreinigd als voor een stof een bepaalde norm in de grond of het grondwater overschreden wordt. Deze norm heet Streefwaarde (S). Tegenwoordig wordt voor grond de term Achtergrondwaarde (A) gebruikt. Locatiecode Unieke code die in het bodeminformatiesysteem aan een locatie is gekoppeld.
Deze code begint altijd met ‘AA’ en wordt daarna gevolgd door de gemeentecode en een uniek volgnummer.
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 13 van 16 - 12-07-2013
Matig verontreinigd Deze term wordt veel gebruikt door adviesbureau´s om aan te geven dat de concentratie van een stof in de bodem de Tussenwaarde (T) overschrijdt (gemiddelde van Streefwaarde of Achtergrondwaarde en de Interventiewaarde). Meldingsformulier BUS saneringsplan Standaard en eenvoudige saneringen kunnen op basis van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) middels een standaardformulier gemeld worden bij het bevoegd gezag. Dit meldingsformulier vervangt het saneringsplan. Meldingsformulier BUS evaluatieverslag De verslaglegging van een standaard sanering kan op basis van het Besluit Uniforme Saneringen (BUS) middels een standaardformulier ingediend worden bij het bevoegd gezag. Het formulier vervangt de saneringsevaluatie. Monitoring Het periodiek meten van de grondwaterkwaliteit. Nader onderzoek (NO) Een vervolgonderzoek op een verkennend bodemonderzoek met als doel de aard, de mate (concentratie), eventuele risico’s en omvang van de eerder aangetroffen verontreiniging vast te stellen. De gegevens van het nader onderzoek zijn de basis voor de beoordeling van de ernst van de bodemverontreiniging en de noodzaak voor een spoedige sanering. Nazorg Nazorg gaat om het zolang als nodig in stand houden van een situatie waarin onaanvaardbaar milieuhygiënisch risico wordt voorkómen door ‘beheer’ en ‘beheersing’ na een bodemsanering.
Hierbij kan als voorbeeld worden gedacht aan het in stand houden van een leeflaag of periodieke grondwatermonitoring. Nulsituatie-onderzoek Onderzoek uitgevoerd ten behoeve van het verlenen van een milieuvergunning. De beginsituatie wordt vastgelegd op de plekken waar volgens de milieuvergunning bodembedreigende activiteiten plaats gaan vinden. Er wordt alleen gekeken naar de bodembedreigende stoffen die gebruikt gaan worden. Na beëindiging van de activiteiten wordt op dezelfde wijze een eindsituatie-onderzoek uitgevoerd. Oriënterend onderzoek (OO) Een eerste onderzoek naar aanleiding van een vermoeden dat sprake is van bodemverontreiniging. PreHO Deze term wordt gebruikt voor beperkte historische informatie uit bijvoorbeeld archieflijsten. Het betreft geen volwaardig historisch onderzoek (HO). Saneringsevaluatie Een beschrijving van de uitgevoerde sanering, het resultaat van de sanering en de eventueel te nemen nazorgmaatregelen. Saneringsonderzoek (SO) Inventarisatie van de manieren waarop een verontreiniging gesaneerd kan worden. Het saneringsonderzoek
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 14 van 16 - 12-07-2013
beschrijft de milieuhygiënische, technische en financiële aspecten en de kwaliteit van de bodem die met de op die manier uitgevoerde sanering kan worden bereikt. Het resultaat van het onderzoek is een voorstel voor een keuzevariant voor de wijze van sanering. Saneringsplan (SP) Een plan waarin de gekozen saneringsmaatregelen zijn beschreven en de effecten die met de maatregelen worden beoogd (het saneringsresultaat). Streefwaarde (S) Norm waaronder sprake is van schone grond. Boven de Streefwaarde is sprake van lichte verontreinigde grond of grondwater. De streefwaarde varieert met de bodemverontreinigende stof en de bodemsoort. Voor grond is de streefwaarde nu vervangen door de Achtergrondwaarde. Sterk verontreinigd De bodem is sterk verontreinigd als voor een stof de interventiewaarde (I) in de grond of het grondwater overschreden wordt. Tussenwaarde (T) Het gemiddelde van de Streefwaarde (of Achtergrondwaarde) en de Interventiewaarde. Verkennend onderzoek NEN 5740 De NEN 5740 beschrijft op welke wijze een verkennend onderzoek moet worden uitgevoerd. De norm biedt de keuze uit diverse onderzoeksstrategieën, die gebruikt worden afhankelijk van de situatie. Verkennend onderzoek NVN 5740 De NVN 5740 is de voorloper (voornorm) van de NEN 5740 en werd tot 1995 gebruikt.
Vooronderzoek NEN 5725 De NEN 5725 beschrijft op welke wijze een vooronderzoek bij een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd. Een vooronderzoek is een onderzoek naar het vroegere, huidige en toekomstige gebruik van een locatie. Het onderzoek naar het vroegere gebruik wordt ook wel historisch onderzoek genoemd. Aan de hand van het vooronderzoek wordt de strategie voor bodemkundig veldonderzoek bepaald.
(c) 2011 Omgevingsdienst West-Holland, Bodem Informatie Punt (BIP) - Pagina 15 van 16 - 12-07-2013