CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

15 Bijlage 9 (TOE) Ontheffing Wet natuurbescherming soortenbescherming

Meningsvormende raad II 20 januari 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Lindelaan Nieuwkoop3.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres Zuid-Hollandplein 1 2596 AW Den Haag

Zaaknummer Ons Kenmerk Datum

: : :

00603871 00603871-00005481 27-08-2021

Postadres Postbus 14060 2501 GB Den Haag (070) 21 899 02 vergunningen@odh.nl www.odh.nl

Beschikking Wet natuurbescherming - Soortenbescherming Onderwerp Op 7 januari 2021 hebben wij een aanvraag om ontheffing ontvangen als bedoeld in artikel 3.8 eerste lid, van de Wet natuurbescherming. De aanvraag heeft betrekking op het uitvoeren van sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden aan de Lindelaan 2 te Nieuwkoop en is aangevraagd namens de Gemeente Nieuwkoop. De aanvraag betreft het opzettelijk verstoren van de ruige dwergvleermuis alsmede het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de ruige dwergvleermuis. Ontheffing wordt gevraagd van het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: -

artikel 3.5, tweede lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii);

-

artikel 3.5, vierde lid, van de Wet natuurbescherming voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii).

De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode 31 mei 2021 tot en met 31 december 2024.

Besluit Wij besluiten: I.

de aangevraagde ontheffing te verlenen aan de Gemeente Nieuwkoop;

II.

de voorschriften 1 tot en met 12 te verbinden aan deze ontheffing;

III.

de aanvraag en de aanvullende documenten van 15 juli 2021 onderdeel te laten zijn van deze ontheffing;

IV.

dat deze ontheffing geldig is vanaf bekendmaking van dit besluit tot en met 31 december 2024.

Ondertekening Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, voor dezen,

ing. L. Hopman Hoofd Toetsing & Vergunningverlening Milieu van de Omgevingsdienst Haaglanden

Rechtsmiddelen Voor de mogelijkheid rechtsmiddelen aan te wenden tegen deze beschikking wijzen wij op de desbetreffende tekst in het begeleidende schrijven.

00603871-00005481

2/9

VOORSCHRIFTEN Algemene voorschriften 1

De ontheffinghouder dient: - de start van de werkzaamheden schriftelijk te melden; - het ecologisch werkprotocol op te sturen bij de startmelding van de werkzaamheden; - eventuele wijzigingen gedurende de uitvoering uiterlijk één week van tevoren schriftelijk te melden; - de beëindiging van de werkzaamheden uiterlijk één week van tevoren te melden. Voorgaande meldingen dienen gericht te worden aan de Unit Groen Bodem en Opsporing van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Postbus 550, 3300 AN te Dordrecht, telefoonnummer 078-7708585, emailadres meldingwnb@ozhz.nl onder vermelding van flora en fauna.

2

De ontheffinghouder is ervoor verantwoordelijk dat zijn personeel of derden welke betrokken zijn bij de uitvoering van het project, op de hoogte zijn van de voorschriften in deze ontheffing en de maatregelen in het ‘Activiteitenplan sloop Ashram College Nieuwkoop’ van 10 december 2020 en de aanvullende stukken van 15 juli 2021. Hiervoor dient een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld en op de locatie aanwezig te zijn. In het ecologisch werkprotocol dient in ieder geval het volgende te worden opgenomen: a de voorwaarden zoals opgenomen in deze ontheffing; b aanduiding van de locatie van het plangebied; c de uit te voeren werkzaamheden; d de periode waarin de werkzaamheden uitgevoerd worden; e de mitigerende en compenserende maatregelen; f de momenten waarop ecologische begeleiding ingeschakeld wordt; g het bijhouden van een logboek van de ecologische begeleiding.

3

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing, het ecologisch werkprotocol en een logboek van de ecologische begeleiding (i.c. controle, vrijgave werkzaamheden) op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. De genoemde documenten mogen langs de elektronische weg, leesbaar worden getoond.

4

De details over de plaatsing, de types en het onderhoud van de voorzieningen dienen te worden gemeld via het registratieformulier verblijfsvoorzieningen op https://eloket.odh.nl/verblijfsvoorzieningen. Deze meldingen dienen te worden gedaan: a voor tijdelijke voorzieningen: uiterlijk twee weken na het verzenden van deze ontheffing; b voor permanente voorzieningen: uiterlijk één week voor het plaatsen van de permanente voorzieningen.

5

De werkzaamheden dienen ecologisch begeleid te worden door een deskundige 1 op het gebied van de ruige dwergvleermuis.

1

Onder een deskundige wordt verstaan: • Hij/zij heeft een afgeronde hbo- of universitaire opleiding, met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie. • Hij/zij heeft een afgeronde mbo-opleiding, met als zwaartepunt flora en fauna, soortenherkenning en zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten. • Hij/zij is werkzaam voor een ecologisch adviesbureau, zoals een bureau dat is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; • Hij/zij is als ecoloog of adviseur/specialist ecologie werkzaam voor een (semi)overheidsinstantie zoals het Ministerie van Economische Zaken, het Ministerie van Defensie, Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf, provincies, waterschappen, hoogheemraadschappen, gemeenten, omgevingsdiensten en drinkwaterbedrijven. • Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de soortenbescherming en is werkzaam of aangesloten bij de volgende Nederlandse organisaties: Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied. • Hij/zij zet zich aantoonbaar actief in op het gebied van de monitoring en/of bescherming van desbetreffende beschermde soorten. 00603871-00005481 3/9

6

De ontheffinghouder dient, met in achtneming van de voorschriften in deze ontheffing, de maatregelen uit te voeren zoals beschreven in hoofdstuk 5 van het rapport ‘Activiteitenplan sloop Ashram College Nieuwkoop’ van 10 december 2020 en de aanvullende stukken van 15 juli 2021.

7

Indien een of meerdere in voorschrift 6 bedoelde maatregelen onverhoopt niet uitvoerbaar zijn, dienen hiervoor minimaal gelijkwaardige maatregelen voor wat betreft de functionaliteit en effectiviteit te worden getroffen.

8

Tijdig, minimaal één maand, voordat de in voorschrift 7 bedoelde maatregelen worden uitgevoerd, dienen deze ter goedkeuring aan de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid te worden voorgelegd.

Specifieke voorschriften 9

Het ongeschikt maken van de huidige paarverblijfplaats dient te worden uitgevoerd in de minst kwetsbare periode van de ruige dwergvleermuis die loopt van 15 april tot en met 15 augustus en van 1 oktober tot en met 31 oktober onder begeleiding van een ecologisch deskundige. Indien klimatologische omstandigheden het toelaten kan het ongeschikt maken ook worden uitgevoerd van 15 oktober tot 31 oktober. Het gebruik van purschuim, glaswol of netten is onder geen enkele voorwaarde toegestaan. Om vleermuizen redelijkerwijs de mogelijkheid te geven om de verblijfplaats te verlaten voordat met de werkzaamheden wordt gestart, dienen voorzieningen zoals exclusion flaps of het creëren van tocht gedurende minimaal vijf dagen te worden ingezet. De weersomstandigheden dienen op deze dagen gunstig te zijn (minimaal 8 graden en een maximale windkracht van 4 Bft) en deze dienen door de ecoloog te worden opgenomen in een logboek. Na het ongeschikt maken, en voorafgaand aan de werkzaamheden, dient een controlebezoek te worden uitgevoerd met behulp van een batdetector om de aanwezigheid van vleermuizen in de bebouwing uit te sluiten, alvorens het plangebied wordt vrijgegeven.

10 Voordat de permanente maatregelen worden uitgevoerd, dient uiterlijk één maand voorafgaand een plan van aanpak voor de permanente maatregelen ter goedkeuring aan ons te worden overgelegd. In dit plan van aanpak dient in ieder geval met de volgende punten rekening te worden gehouden: a de locaties van de permanente voorzieningen dienen gelijk of beter te zijn dan de oorspronkelijke situatie wat betreft hoogte, aanvliegroute en vrije vliegroute; b de locaties van de permanente voorzieningen dienen vrij te zijn van kunstlicht en verstoring; c de locaties mogen niet bereikbaar zijn voor predatoren; d er dienen verschillende microklimaten te worden aangeboden; e de permanente voorzieningen moeten verspreid over de bebouwing aangeboden worden waarmee rekening dient te worden gehouden met het territoriaal gedrag. 11 Zowel de tijdelijke als de permanente voorzieningen moeten functioneel zijn gedurende de periode waarvoor deze worden ingezet. De voorzieningen dienen minimaal eenmaal per jaar gecontroleerd te worden op de functionaliteit en – indien nodig – dient de functionaliteit van de voorziening hersteld te worden. Bovendien moeten de tijdelijke vleermuiskasten zich te allen tijde buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden bevinden.

12 Het verwijderen van de tijdelijke vleermuiskasten dient te gebeuren onder begeleiding van een deskundige op het gebied van de ruige dwergvleermuis (vs.5). Na inachtneming van een gewenningstijd van één maand, waarbij alleen de maanden april tot en met oktober meetellen, waarin zowel de tijdelijke als de permanente voorzieningen aanwezig en beschikbaar zijn, mogen de tijdelijke kasten alleen verwijderd worden nadat door de deskundige is vastgesteld dat de kast is verlaten. AANWIJZINGEN VOOR GEBRUIK

00603871-00005481

4/9

•

•

•

Voor alle soorten - beschermd én onbeschermd - geldt de zorgplicht ex artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Op grond hiervan dient zoveel als redelijkerwijs mogelijk is schade aan deze soorten te worden voorkomen. Gedurende de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wet natuurbescherming. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Als de ontheffinghouder de onderhoudsverplichting wenst over te dragen aan een derde dan moet de ontheffinghouder zorgdragen voor het contractueel vastleggen hiervan.

00603871-00005481

5/9

OVERWEGINGEN Aanleiding Op 7 januari 2021 hebben wij een aanvraag om ontheffing ontvangen als bedoeld in artikel 3,8 eerste lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb). De aanvraag heeft betrekking op het uitvoeren van renovatie- en nieuwbouwwerkzaamheden aan de Lindelaan 2 te Nieuwkoop en is aangevraagd namens de Gemeente Nieuwkoop. De aanvraag betreft het opzettelijk verstoren van de ruige dwergvleermuis alsmede het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de ruige dwergvleermuis. Ontheffing wordt gevraagd van het overtreden van de verbodsbepalingen zoals genoemd in: -

artikel 3.5, tweede lid, van de Wnb voor wat betreft het opzettelijk verstoren van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii);

-

artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb voor wat betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii).

De ontheffing wordt aangevraagd voor de periode 31 mei 2021 tot en met 31 december 2024. Bij de aanvraag behoren de volgende stukken: - Natuurtoets Ashram College Lindelaan 2 Nieuwkoop, Tauw B.V., R001-1273108NJR-V01, 25 november 2019; - Nader soortgericht onderzoek vleermuizen Ashram College te Nieuwkoop, Tauw B.V., R003-1273108BSJV01,13 oktober 2020; - Activiteitenplan sloop Ashram College Nieuwkoop, Tauw B.V., R001-1278784KHB-V01-efm-NL, 10 december 2020. Op 15 juli 2021 hebben wij de volgende aanvullende informatie ontvangen: - Aanvullende informatie ontheffingsaanvraag Ashramcollege, Nieuwkoop, TAUW B.V., 15 juli 2021; - Asbestinventarisatie Schoolgebouw Lindelaan 2, 2421 VR Nieuwkoop, TAUW B.V., R001-1278378OKU-V01lhl-NL, 24 november 2020.

Procedure Titel 4.1 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5.1 van de Wnb zijn toegepast op deze beschikking. Doordat de aangeleverde gegevens onvolledig waren, is op 28 juni 2021 verzocht om aanvullende gegevens. Deze zijn op 15 juli 2021 ontvangen. Verlenging Met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, Wnb hebben wij op 18 januari 2021 de termijn voor de afhandeling van de aanvraag met zeven weken verlengd. Bevoegd gezag De handeling wordt verricht binnen de provincie Zuid-Holland. Gelet op de bepalingen in artikel 1.3 van de Wnb zijn wij bevoegd gezag voor de beoordeling van de aanvraag.

Toetsingskader en grondslag beschikking De aanvraag is getoetst aan de artikelen 3.5 en 3.8 van de Wnb en de Beleidsregel uitvoering Wet natuurbescherming Zuid-Holland. 00603871-00005481

6/9

De ruige dwergvleermuis is een van nature in Nederland in het wild levend dier van soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a bij de Habitatrichtlijn. De ruige dwergvleermuis is tevens opgenomen in bijlage II bij het Verdrag van Bern. Op grond van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb is het verboden: - de ruige dwergvleermuis opzettelijk te verstoren; - voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de ruige dwergvleermuis te beschadigen of te vernielen. Op grond van artikel 3.8, vijfde lid, van de Wnb wordt een ontheffing slechts verleend indien: - er geen andere bevredigende oplossing bestaat; - de ontheffing nodig is omdat één van de belangen genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, aanhef onder b, van de Wnb aan de orde is; en - er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan.

Beoordeling Aanvraag De gemeente Nieuwkoop is voornemens om het voormalig schoolgebouw van het Ashram college te slopen aan de Lindelaan 2 te Nieuwkoop. Voor het Ashram college heeft op een alternatieve locatie reeds nieuwbouw plaats gevonden. Het gebied zal zodoende herontwikkeld worden en er zal nieuwbouw in de vorm van woningen worden gerealiseerd. De aanvraag heeft betrekking op de volgende werkzaamheden: - Sloop van de huidige bebouwing; - Nieuwbouw van woningen. De sloopwerkzaamheden starten zo snel mogelijk na ontheffingverlening en na afloop van het paarseizoen van de ruige dwergvleermuis. De nieuwbouwwerkzaamheden duren uiterlijk tot 31 december 2024. Overtreding verbodsbepaling(en) Om te bepalen of er sprake is van overtreding van de Wnb heeft in 2020 nader onderzoek plaatsgevonden naar de aanwezigheid van vleermuizen binnen het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol (2017). Daarmee is voldoende aannemelijk gemaakt dat de functies van het plangebied voor de ruige dwergvleermuis in kaart zijn gebracht. Hiermee zijn wij van mening dat de onderzoeksinspanning voldoende is geweest. De ruige dwergvleermuis is in het plangebied aangetroffen. In de westgevel van het gebouw onder de dakrand is een paarverblijfplaats aanwezig.

Van paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis mag er redelijkerwijs vanuit worden gegaan dat deze ook in gebruik zijn gedurende milde winters door één of enkele individuen. Met de geplande werkzaamheden gaat deze verblijfplaats verloren en worden individuen opzettelijk verstoord. Hiermee worden de verbodsbepalingen zoals bedoeld in artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb overtreden. Voorgestelde maatregelen Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de ruige dwergvleermuis tot een minimum te beperken, worden maatregelen voorgesteld zoals beschreven in het ‘Activiteitenplan sloop Ashram College Nieuwkoop van 10 december 2020 en de aanvullende informatie die is verkregen op 15 juli 2021. Deze maatregelen zien onder andere op het ongeschikt maken van de bebouwing in de actieve periode van de ruige dwergvleermuis en het 00603871-00005481

7/9

treffen van compenserende en mitigerende maatregelen. De werkzaamheden worden uitgevoerd onder begeleiding van een ecoloog met kennis van ruige dwergvleermuis. Staat van instandhouding Als gevolg van de sloopwerkzaamheden gaat een paar- en winterverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis verloren. In april 2021 zijn vier tijdelijke vleermuiskasten van het type VK PL 01 van Vivara Pro opgehangen aan de gevels van de gebouw aan de Kennedyplein 5B te Nieuwkoop. In de permanente situatie worden vier permanente inbouwkasten gerealiseerd aan de gevels van nieuwbouw aan de Lindelaan 2 te Nieuwkoop. Het type inbouwkast op het moment van schrijven nog niet bekend. Het type inbouwkast, de wijze van realisatie en de locatie van de voorzieningen dienen derhalve vooraf te worden voorgelegd aan ons. Dit hebben wij opgenomen voorschrift 10. Hiermee worden er gedurende en na de werkzaamheden voldoende uitwijkmogelijkheden aangeboden voor de ruige dwergvleermuis. Buiten de paar- en winterperiode wordt de paarverblijfplaats ongeschikt gemaakt om te voorkomen dat vleermuizen aanwezig zijn in het gebouw ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden. Dit wordt uitgevoerd door het plaatsen van exclusion flaps. Daarmee wordt voorkomen dat er dieren kunnen worden verwond of gedood.

De genoemde maatregelen worden getroffen conform de richtlijnen uit het Kennisdocument ruige dwergvleermuis (BIJ12, 2017). De ruige dwergvleermuis komt verspreid voor in de directe omgeving van het plangebied en op grotere schaal binnen Nieuwkoop. Door de voorgenomen maatregelen en de beperkte omvang van het effect is het aannemelijk dat de ruige dwergvleermuis in de directe omgeving aanwezig blijft. Op grond van het vorenstaande zijn wij van mening dat de maatregelen, met inachtneming van de voorschriften, voldoende zijn om negatieve effecten te voorkomen dan wel tot een minimum te beperken en dat de sloopwerkzaamheden niet leiden tot verslechtering van de instandhouding van de ruige dwergvleermuis. Ecologisch werkprotocol De start van de werkzaamheden dient gemeld te worden bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. De werkzaamheden en de wijze waarop de maatregelen worden uitgevoerd dienen in een ecologisch werkprotocol te worden opgenomen. Dit protocol dient bij het melden van de start van de werkzaamheden meegestuurd te worden. Voorts dient het protocol op de locatie aanwezig te zijn. Hierdoor weten ook de uitvoerders op welke wijze de werkzaamheden zorgvuldig moeten worden uitgevoerd. Wij hebben dit in de voorschriften 1, 2 en 3 vastgelegd.

Belangenonderbouwing De ontheffing is aangevraagd op grond van het belang van ‘de volksgezondheid of de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met begrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’. De sloopwerkzaamheden vinden plaats in het kader van de energietransitie. Het overstappen op duurzame energie zorgt voor vermindering van de CO2 uitstoot, wat noodzakelijk is om klimaatverandering te beperken. Slecht geïsoleerde gebouwen hebben een hoge bijdrage aan de CO2 uitstoot, omdat deze veel warmte verliezen en daardoor veel moeten stoken. Zo geldt dit ook voor het huidige schoolgebouw. Het gebouw, daterend uit 1967, heeft een hoog gasverbruik van gemiddeld 115.000m3 per jaar. De sloop van het schoolgebouw draagt een bijdrage aan het verminderen van de CO2 uitstoot. Het terugdringen van de CO2-uitstoot is essentieel voor het beperken van klimaatverandering en dient daarmee een groot maatschappelijk belang, onder meer op het vlak van veiligheid, natuurbescherming, welzijn en welvaart. In het pand is tevens asbesthoudend materiaal aangetroffen. Hoewel op het moment geen directe asbestblootstellingsrisico’s verwacht zijn, kan asbest wel vrijkomen wanneer het pand in verval komt. Dit vormt een 00603871-00005481

8/9

risico voor de volksgezondheid. Daarnaast is de sloop noodzakelijk omdat de ventilatie en de luchtkwaliteit van het voormalig schoolgebouw ondermaats was. Het verbeteren van het binnenmilieu van woningen, scholen en kindercentra was één van de speerpunten uit de Nationale aanpak Milieu en Gezondheid van de overheid. Slechte isolatie en ventilatie kan zorgen voor vocht en schimmelvorming. Er bestaat een samenhang tussen de aanwezigheid van vocht en schimmel en een verhoogde prevalentie van respiratoire symptomen bij kinderen en volwassenen zoals astma, en reumatische aandoeningen. In 2015 bleken delen van het huidige schoolgebouw in gebruik door het Ashram college technisch aan het einde van hun levensduur. De Raad van Toezicht van het Ashram college heeft toen budget beschikbaar gemaakt voor de nieuwbouw van een nieuw schoolgebouw op een alternatieve locatie. Een nieuw schoolgebouw, welke over energielabel A en mechanische isolatie beschikt, is inmiddels gerealiseerd. Op de huidige locatie is gekozen om nieuwbouw in de vorm van woningen te realiseren. De woningen die gerealiseerd worden, worden gasloos gebouwd en zijn tevens voorzien van beter geïsoleerde gevels, ramen en daken. Ook worden natuurinclusief bouwen en klimaatadaptatie belangrijke thema’s bij de nieuwbouw, zoals beschreven in de stedenbouwkundige visie en regels.

Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat het belang ‘volksgezondheid of de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang met begrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten’ voldoende is onderbouwd om de negatieve effecten op de ruige dwergvleermuis, welke als gevolg van de uitvoering van het project zullen optreden, te rechtvaardigen. Geen andere bevredigende oplossing Het project is locatiespecifiek. Het betreft sloop van bestaande bebouwing welke niet meer aan de huidige eisen van gezondheid, qua binnenmilieu, voldoet. Gelet op de huidige bebouwing in de vorm van een school en de beoogde nieuwbouw van woningen is het niet mogelijk om de bebouwing via renovatie om te vormen naar deze beoogde woningen. Het schoolgebouw wijkt te veel af van de toekomstige situatie. Daarnaast zal bij renovatie de aangetroffen verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis tevens verloren gaan, aangezien de verblijfplaats zich onder een boeiboord bevindt, welke bij renovatie zal moeten wijken. Wat betreft de werkzaamheden worden alle mogelijke mitigerende uitvoeringsmaatregelen getroffen om effecten op de soort te verminderen, hetgeen wordt opgenomen en geborgd in een ecologisch werkprotocol.

Zo wordt er rekening gehouden met de kwetsbare perioden van de ruige dwergvleermuis en worden maatregelen getroffen om negatieve effecten tijdens werkzaamheden te verminderen. Gelet op de noodzaak en wijze van uitvoering zijn wij van mening dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Door de gekozen wijze en periode van uitvoering, wordt schade aan de ruige dwergvleermuis zoveel mogelijk voorkomen. Samenhangende besluiten Er kunnen nog andere bepalingen van kracht zijn, op grond waarvan vergunningen, toestemmingen, ontheffingen of meldingen benodigd zijn om de gevraagde activiteit te kunnen uitvoeren. Die mogelijkheid geldt bijvoorbeeld voor de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Conclusie Op grond van het vorenstaande kan de gevraagde ontheffing op grond van artikel 3.8, eerste lid, van de Wnb worden verleend.

00603871-00005481

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=ab64e243-d500-4316-be48-ea79a6c0d09d