CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

15 - Archeologisch bureauonderzoek

Meningsvormende raad I 8 juni 2023, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Meije 86, Nieuwkoop4.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagland Archeologie Rapport 901

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie)

Meije 86, Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop (ZH).

mei 2022 Versie 1.1 (concept)

In opdracht van: BJZ.nu

v3

7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 901

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop (ZH) Auteur: Erwin Brouwer, Anne Ponten

In opdracht van: BJZ.nu

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie

Status rapport: concept

Controle: E.W. Brouwer Autorisatie: E.W. Brouwer

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo

E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418

© Laagland Archeologie BV, Almelo, mei 2022 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting Laagland Archeologie heeft in mei 2022 een actualisatie van een bestaand archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd aan de Meije 86 te Nieuwkoop. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van de stallen en andere gebouwen en de bouw van 3 woningen. In 2010 is voor dit gebied reeds een bureauonderzoek uitgevoerd. Op aangeven van de regioarcheoloog is onderhavige actualisatie van dit onderzoek opgesteld. Dit betreft een zelfstandige rapportage, waarbij voor veel onderdelen is teruggegrepen op het voorgaande onderzoek. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een zone met een stroomrug of stroomgordel (3B44). Bodemkundig (bijlage 6) ligt het gebied in een zone met kalkloze poldervaaggronden (Rn44C); zware klei, profielverloop 4. Op het AHN zijn de bedijkingen en verhogingen langs de Meije goed zichtbaar. Het deel van het erf dat dicht tegen de Meije ligt bevind zich ook op deze verhoging. Het noordwestelijke deel van het plangebied ligt bijna 1,5 meter lager dan de rest van het plangebied. Op de paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta ligt het plangebied op de Meije stroomgordel (nr. 416). Deze stroomgordel is actief geweest vanaf ongeveer 550 v.Chr. (ca. 2500 BP) tot ongeveer 50 na Chr. (1900 BP). In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Nieuwe Tijd bekend.

In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als een mix van akker en weiland met een huis met erf. Op de veldminuut uit 1849 zijn zeker 2 gebouwen zichtbaar. Op de kaart uit 1900 zijn ten oosten van deze 2 gebouwen, nog 2 gebouwen bijgebouwd. Op de kaart van 1949 wordt verder een draaibrug ten oosten van het plangebied vermeld. De oudste twee gebouwen bevinden zich aan de westkant van het onderzoeksgebied. Op basis van het eerder uitgevoerde bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor archeologische sporen van de Romeinse Tijd tot en met de Nieuwe Tijd. Resten vanaf de Romeinse tijd tot circa de Vroege Middeleeuwen liggen in de top van de oeverwalafzettingen. Vanaf de Vroege Middeleeuwen heeft het riviertje De Meije een dun kleipakket afgezet. Vanaf ongeveer 1000 na Chr. werden de oeverwallen van De Meije gebruikt als ontginningsbasis van het achterliggende veengebied. Voor resten uit de Late Middeleeuwen geldt daarom eveneens een hoge verwachting. Vanaf in ieder geval 1849 is het plangebied bewoond geweest, zodat ook voor de Nieuwe Tijd uitgegaan moet worden van een hoge verwachting. De actualisatie geeft geen aanleiding bovenstaande verwachting aan te passen. In het voorgaande bureauonderzoek werd geen vervolgonderzoek geadviseerd, aangezien de geplande bodemverstoring (bouw van nieuwe schuur op 16 heipalen) beperkt bleef.

De geplande bodemverstoring met de bouw van drie woningen is wat groter. Waarschijnlijk zullen deze woningen ook op palen worden gefundeerd. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat het slaan of schroeven van palen gepaard gaat met minimale bodemverstoring. Indien ontgravingen in het plangebied beperkt blijven (bij voorkeur worden de nieuwe woningen op een ophoging geplaatst) en indien de woningen worden gefundeerd op palen die in evenwijdige rijen op een onderlinge afstand van tenminste 4 m staan achten we geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Indien wel ontgravingen plaatsvinden is vervolgonderzoek aan de orde om de impact van deze ontgravingen op eventuele archeologische resten in beeld te brengen. In eerste instantie is hiertoe een verkennend booronderzoek (inventariserend veldonderzoek – verkennende fase) de meest geschikte onderzoeksmethode.

De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Nieuwkoop. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, Marten van Nieuwkoop Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).

Samenvatting __________________________________________________ 3 1 Inleiding ____________________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Aanleiding onderzoek________________________________________________6 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________6 Administratieve gegevens ____________________________________________7 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________9 Gemeentelijk beleid ________________________________________________10 Onderzoeksdoel ___________________________________________________10

2 Inventarisatie________________________________________________ 11 2.1 2.2 2.3

Inleiding _________________________________________________________11 Landschappelijke ontwikkeling________________________________________11 Archeologie ______________________________________________________13

2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.4

Bekende archeologische waarden ___________________________________13 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________13 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________13

Historie _________________________________________________________14

3 Conclusie en verwachtingsmodel _________________________________ 19 3.1 3.2 3.3

Conclusie ________________________________________________________19 Verwachtingsmodel ________________________________________________19 Advies __________________________________________________________20

literatuur _____________________________________________________ 21 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _________________________________________ 23 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 24 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart ________________________________ 25 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 26 BIJLAGE 5 Bodemkaart _________________________________________ 27 BIJLAGE 6 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen ______ 28 BIJLAGE 7 Verklarende woordenlijst _______________________________ 29

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK

De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande sloop van de huidige stallen e andere bedrijfsgebouwen, gevolgd door de bouw van drie nieuwe woningen aan de Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop (ZH). De bestaande (woon)boerderij blijft gehandhaafd. Hiertoe is een bestemmingsplanwijziging vereist. De gemeente Nieuwkoop heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.

1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED

Het plangebied betreft de Meije 86 in Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop (ZH), zie onderstaande afbeelding.

6

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl Het plangebied heeft een omvang van ca. 1 ha. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Zuid-Holland

Gemeente

Nieuwkoop

Plaats

Nieuwkoop

Beheerder/eigenaar grond

-

Toponiem

Meije 86

Kadastrale perceelnummer(s) 1

1789

Laagland Archeologie projectnummer

EB-NIME221

Datum conceptrapportage

10-5-2022

Datum definitief rapport XY-coördinaten

1

112691/458634

kadastralekaart.com 7

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

112681/458553 112580/458526 112592/458610 Kaartblad

2

31D

Oppervlakte/lengte Plangebied

ca. 1 ha

Datering

Neolithicum - Nieuwe Tijd

Complextype

bewoning (inclusief verdediging)

Onderzoeksmeldingsnr

5259933100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie)

Datum begin veldonderzoek

n.v.t.

Datum eind veldonderzoek

n.v.t.

Opdrachtgever

BJZ.nu

Goedkeuring bevoegde overheid

nog niet beoordeeld

Bevoegde overheid

Gemeente Nieuwkoop

Adviseur namens bevoegde overheid

Marten van Nieuwkoop

Beheer documentatie

Provinciaal Archeologisch Depot Zuid-Holland E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV

Uitvoerder

Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53

Projectleider/opsteller onderzoek

Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl

Tabel 1. Objectgegevens.

2

www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 8

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK

Het plangebied is momenteel in bebouwd (boerderij met erf en bijgebouwen). Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 De stallen en andere bijgebouwen in het plangebied worden gesloopt en er worden drie nieuwe woningen gebouwd. alleen de (woon)boerderij blijft bestaan. In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.

Afbeelding 2. Huidige situatie. Bron:pdok.nl

3

bron: gemeentelijke monumentenlijst 9

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

1.5 GEMEENTELIJK BELEID

Op grond van het gemeentelijk beleid dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit beleid is vertaald in het bestemmingsplan Landelijk gebied Nieuwkoop Artikel 24: Waarde Archeologie 1. In dit artikel staat dat archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden bij bouwwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 m -mv en/of een oppervlakte hebben die groter is dan 100 m2. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven.

1.6 ONDERZOEKSDOEL

Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen. In 2010 is in dit plangebied al een bureauonderzoek uitgevoerd door Buro de Burg BV.4 Dit bureauonderzoek zal voor een groot deel refereren naar dit oude onderzoek. Waar nodig zijn actualisaties opgenomen in dit rapport.

4

Van Dijk en Oudhof 2010 10

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

2I

NVENTARISATIE

2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.

2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING

Op het gebied van bodemkunde en geomorfologie zijn de inzichten ten opzichte van het onderzoek uit 2010 weinig veranderd. Het grootste verschil is dat op de meest recente geomorfologische kaart (0) het plangebied in een zone met een stroomrug of stroomgordel (3B44) ligt in plaats van een rivier-inversierug (3K26). Een stroomgordel is een wat bredere term waarmee (voormalige) rivierbeddingen met bijbehorende oeverwallen worden aangeduid. De term ‘rivierinversierug’ (3K26) is verouderd en verwijst specifiek naar een oeverwal, die door differentiële klink wat hoger in het landschap is komen te liggen. Bodemkundig (bijlage 5) ligt het gebied in een zone met kalkloze poldervaaggronden (Rn44C); zware klei, profielverloop 4; klei met zware tussenlaag of ondergrond. Poldervaaggronden zijn kleigronden met een grijze, roestig gevlekte ondergrond. De bovengrond is grijs en humusarm. Poldervaaggronden worden in allerlei kleiafzettingen aangetroffen. Gezien vanuit de oude landschappelijke indeling vormen ze de meest voorkomende klasse. De naam is gekozen omdat vrijwel al deze gronden in polders liggen.5 Vanaf de Vroege Middeleeuwen heeft het riviertje de Meije een dun pakket kleiafzettingen op de stroomrug afgezet.

Waarschijnlijk is, gezien de aanwezige stroomrug, ter plaatse van het plangebied sprake van lichte klei of zavel.6 Op basis van een geologische boring iets ten noorden van het plangebied is rekening te houden met een kleilaag van 60 cm dik (Formatie van Echteld), gevolgd door een veenpakket van 30 cm dik (Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket), met daaronder tot minimaal 170 cm -mv opnieuw een kleilaag (Formatie van Echteld). Verder van het riviertje zal de bovenste kleilaag geleidelijk uitwiggen.

5

Bakker 1966

6

Zware klei is een oude term voor zwak siltige klei; lichte klei is (sterk) siltige klei en zavel betekent zandige klei. 11

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 zijn de bedijkingen en de oeverwal langs de Meije goed te herkennen. Op onderstaande detailopname van de AHN is te zien dat het deel van het erf dat dicht tegen de Meije ligt zich ook op deze verhoging bevindt. Het noordwestelijke deel ligt bijna 1,5 meter lager dan de rest van het plangebied. Op de paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta (zie Afbeelding 4) ligt het plangebied op de Meije stroomgordel (nr. 416). Deze stroomgordel is actief geweest vanaf ongeveer 550 v.Chr. (ca. 2500 BP) tot ongeveer 50 na Chr. (1900 BP).7

Afbeelding 3. Detailopname van het plangebied op het AHN.

7

Cohen, Stouthamer, Pierik en Geurts 2012. 12

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

Afbeelding 4. Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht University.

2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 6 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied. Net zoals in 2010 zijn in en rondom het plangebied geen archeologische waarnemingen bekend. Ook zijn er geen AMK terreinen in de buurt van het plan- en onderzoeksgebied.

2.3.2 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART De gemeente Nieuwkoop beschikt niet over een eigen specifieke archeologische verwachtingskaart. Op de huidige cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zuid Holland ligt het plangebied (nog steeds) in een zone met een hoge verwachting. Op deze kaart is verder gespecificeerd dat de stroomgordels en geulafzettingen afzettingen zijn van de Formatie van Echteld.

2.3.3 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK

13

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 6. De archeologische onderzoeken met zaakidentificatienummer 2141586100 (ca 30 m ten zuidoosten van het plangebied), 2190242100 (ca 380 m ten noordoosten van het plangebied), 2180733100 (1130 m ten noordoosten van het plangebied) en 2110538100 (1850 m ten noordoosten van het plangebied) worden besproken in het rapport van Buro de Brug uit 2010.8 Samengevat zijn bij deze onderzoeken vaak diepe verstoringen waargenomen in de bodem en zijn geen archeologische indicatoren waargenomen. Binnen het nieuwe onderzoekgebied zijn na 2010 met name bureauonderzoeken verricht. Zaakidentificatie 2418809100, 2376973100 en 2367860100 beslaan een groot gebied en overlappen daardoor met het plangebied. Door het grote formaat van deze onderzoeken zijn ze weinig relevant voor het huidige onderzoek. In 2020 is op 430 m ten westen van het plangebied een booronderzoek uitgevoerd door Greenhouse Advies.9 Op basis van het bureauonderzoek geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor sporen vanaf het Midden Neolithicum. Tijdens het veldonderzoek is geconstateerd dat de bodemopbouw in het plangebied overal redelijk gelijk is en uitsluitend bestaat uit Holocene afzettingen.

Er zijn kleipakketten aangetroffen die afwisselend bestaan uit zwak zandige tot sterk siltige klei. In de bovenlagen van alle boringen (vanaf 0 tot 40 – 120 cm-mv) komen sporen en resten van aardewerk en glas voor. Deze vondsten worden allemaal in de Nieuwe Tijd gedateerd. Dit zijn zandige lagen die overwegend tot 60 – 70 cm -mv rijken. Deze laag wordt geïnterpreteerd als ophoging en dus niet als oeverwalafzettingen. De onderliggende klei wordt afgewisseld met veenlaagjes (hierna besproken), waarna weer klei voorkomt. De pakketten klei onder het veen zijn uitsluitend sterk siltig, humeus en bevatten geen zand. Hier zijn geen archeologische indicatoren in aangetroffen. De dunne veenlagen zijn onregelmatig verspreid. Het veen is (zwak tot sterk) kleiig, donkerbruin van kleur en bevat resten hout. Deze laagjes zijn circa 25 – 55 cm dik. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd.

2.4 HISTORIE

Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)10 is het plangebied en haar omgeving al bebouwd (zie onderstaande afbeelding). Het terrein is op de OAT (Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel) aangeduid als een mix van akker en weiland met een huis met erf. Verder zijn op het erf in ieder geval twee gebouwen zichtbaar.

8

Van Dijk en Oudhof 2010

9

Osinga, Fijma en Reinders 2020

10

bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl 14

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

Afbeelding 5. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl. De topografische kaarten vanaf 1849 worden ook besproken in het rapport uit 2010. Op de kaart van 1849 (zie onderstaande afbeelding) is vooral te zien dat zich aan de andere kant van de Meije ook bebouwing bevindt. Op de kaart uit 1900 zijn ten oosten van de twee eerste gebouwen, nog twee gebouwen bijgebouwd. Op de kaart van 1949 wordt verder een draaibrug ten oosten van het plangebied vermeld. De oudste twee gebouwen bevinden zicht aan de westkant van het onderzoeksgebied.11 Op de topografische kaarten van 2010 en later is met name te zien dat in de westelijke hoek van het plangebied een extra gebouw is toegevoegd. Dit betreft waarschijnlijk de werktuigberging waarvoor het vorige bureauonderzoek uitgevoerd moest worden (zie Afbeelding 9 en Afbeelding 10).

11

Van Dijk en Oudhof 2010 15

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

Afbeelding 6. Topografisch militaire kaart uit 1850. Bron: atlasleefomgeving.nl

Afbeelding 7. Uitsnede uit de topografische kaart van 1900. Bron: topotijdreis.nl.

16

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

Afbeelding 8. Uitsnede uit de topografische kaart van 1949. Bron: topotijdreis.nl.

Afbeelding 9. Uitsnede uit de topografische kaart van 2010. Bron: topotijdreis.nl.

17

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

Afbeelding 10. Uitsnede uit de topografische kaart van 2014. Bron: topotijdreis.nl.

18

HOOFDSTUK

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

3C

ONCLUSIE EN

VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Op basis van de inventarisatie kan het volgende geconcludeerd worden. Op de geomorfologische kaart ligt het plangebied in een zone met een stroomrug of stroomgordel (3B44). Bodemkundig (bijlage 6) ligt het gebied in een zone met k alkloze poldervaaggronden (Rn44C); zware klei, profielverloop 4; klei met zware tussenlaag of ondergrond. Op het AHN zijn de bedijkingen en verhogingen (oeverwal) langs de Meije goed zichtbaar. Het deel van het erf dat dicht tegen de Meije ligt, bevindt zich ook op deze verhoging. Het noordwestelijke deel van het plangebied ligt bijna 1,5 meter lager dan de rest van het plangebied. Op de paleogeografische kaart van de Rijn-Maas delta ligt het plangebied op de Meije stroomgordel (nr. 416). Deze stroomgordel is actief geweest vanaf ongeveer 550 v.Chr. (ca. 2500 BP) tot ongeveer 50 na Chr. (1900 BP). In de omgeving van het plangebied zijn archeologische resten uit de Nieuwe Tijd bekend. In historische tijden (vanaf circa 1832) werd het terrein omschreven als een mix van akker en weiland met een huis met erf. Op de veldminuut uit 1849 zijn zeker 2 gebouwen zichtbaar. Op de kaart uit 1900 zijn ten oosten van deze 2 gebouwen, nog 2 gebouwen bijgebouwd. Op de kaart van 1949 wordt verder een draaibrug ten oosten van het plangebied vermeld. De oudste twee gebouwen bevinden zicht aan de westkant van het onderzoeksgebied.

3.2 VERWACHTINGSMODEL

Er zijn geen redenen de archeologische verwachting op basis van de actualisatie te herzien ten opzichte van het eerdere bureauonderzoek uit 2010.12 De archeologische verwachting voor de Romeinse Tijd en de Middeleeuwen is hoog. De Meije stroomgordel stopte met sedimenteren vanaf 50 na Chr. Waarna het iets hoger gelegen gebied geschikt werd voor bewoning. Resten uit de Romeinse tijd – Vroege Middeleeuwen ligging in de top van de aanwezige oeverwal. In de loop van de Vroege Middeleeuwen worden op de oeverwalafzettingen een laagje rivierklei gesedimenteerd door de Meije. Vanaf 1000 functioneert de oeverwal langs de Meije als ontginningsas, van waaruit het achterliggende veengebied werd ontgonnen. Het

12

Zie ook Van Dijk en Oudhof 2010 19

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

plangebied is onderdeel van deze ontginningsas en als zodanig heeft het plangebied een hoge kans op resten uit de Late Middeleeuwen. Op basis van oude kaarten is bebouwing in het plangebied na te wijzen vanaf 1832, maar waarschijnlijk is deze bebouwing verder terug te voeren. Voor de Nieuwe Tijd geldt daarom eveneens een hoge verwachting..

3.3 ADVIES

Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten vanaf de Romeinse Tijd verwacht. In het voorgaande bureauonderzoek werd geen vervolgonderzoek geadviseerd, aangezien de geplande bodemverstoring (bouw van nieuwe schuur op 16 heipalen) beperkt bleef. De geplande bodemverstoring met de bouw van drie woningen is wat groter. Waarschijnlijk zullen deze woningen ook op palen worden gefundeerd. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat het slaan of schroeven van palen gepaard gaat met minimale bodemverstoring. Indien ontgravingen in het plangebied beperkt blijven (bij voorkeur worden de nieuwe woningen op een ophoging geplaatst) en indien de woningen worden gefundeerd op palen die in evenwijdige rijen op een onderlinge afstand van tenminste 4 m staan13, achten we geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Indien wel ontgravingen plaatsvinden is vervolgonderzoek aan de orde om de impact van deze ontgravingen op eventuele archeologische resten in beeld te brengen. In eerste instantie is hiertoe een verkennend booronderzoek (inventariserend veldonderzoek – verkennende fase) de meest geschikte onderzoeksmethode.

13

zie Handleiding archeologievriendelijk bouwen. 20

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

literatuur

Bakker, H. 1966. De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Cohen, K.M., Stouthamer, E., Pierik, H.J. en Geurts, A.H., 2012. Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Utrecht University. Dijk, van K.M. en Oudhof, J.W.M., 2010. Archeologische bureauonderzoek Meije 86, Nieuwkoop. Spijkerboor. Handleiding Archeologievriendelijk bouwen (2016). Publicatie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Amersfoort. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Osinga, M., Fijma, P. en Reinders, M., 2021. Archeologisch onderzoek kleirug Meijegraslanden te Nieuwkoop. Inventariserend veldonderzoek (IVO-O). Huissen. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M.

Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB

Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com

Gebruikte kaarten Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 9-5-2022 1 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 9-5-2022 1

21

Archeologisch bureauonderzoek (actualisatie) Meije 86 te Nieuwkoop, gemeente Nieuwkoop, Zuid-Holland

Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 9-52022 1 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 9-5-2022 1 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 9-5-2022 0

22

BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS

23

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

24

BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART

geomkaart

25

BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND

AHNkaart

26

BIJLAGE 5 BODEMKAART

bodem

27

BIJLAGE 6 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN

archis

28

BIJLAGE 7 VERKLARENDE WOORDENLIJST AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen. Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos. Neolithicum - Het Neolithicum (5.300 – 2.000 voor Chr.) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt.

De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen. Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld, maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen, namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen. De bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer. Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend. Profielverloop – Het profielverloop in de bodemkunde zegt iets over de verandering van de aard en samenstelling van de bodem naar beneden toe. Het zijn complexe definities en er worden vijf profielverlopen onderscheiden: Profielverloop 1 – ‘klei-op-veen’. Kleigronden met meer dan 40 cm moerig materiaal (veen of venige grond) beginnend tussen 40 en 80 cm; Profielverloop 2 – ‘klei-op-zand’. Kleigronden met een zandlaag van meer dan 20 cm dik, die begint tussen 25 – 80 cm, uitgezonderd profielen met kleiig, uiterst fijn zand en gronden met een niet-kalkrijke kleilaag boven het zand; Profielverloop 3 – ‘met een niet-kalkrijke, zware tussenlaag’.

Kleigronden met een nietkalkrijke, zware kleilaag die a) of begint binnen 25 cm en doorloopt tot tenminste 40 cm; b) of begint tussen 25 en 80 cm en tenminste 15 cm dik is en rust op lichtere of kalkrijke ondergrond die 1) of binnen 80 cm begint en tenminste 40 cm dik is; 2) dieper dan 80 cm begint en doorloopt tot dieper dan 120 cm. Profielverloop 4 – ‘met een niet-kalkrijke, zware ondergrond’. Kleigronden met een nietkalkrijke, zware kleilaag die tenminste voldoet aan de eisen bij profielverloop 3 en die a) doorloopt tot tenminste 120 cm of b) ten hoogste is onderbroken door lichtere en/of kalkrijke en/of moerige lagen die samen dunner zijn dan 40 cm en die binnen 120 cm weer overgaan in niet-kalkrijke, zware klei.

29

Profielverloop 5 – ‘homogene, aflopende en oplopende profielen’. Alle profielen die niet vallen onder de definities van profielverlopen 1 t/m 4. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed. Romeinse tijd - Met de komst van de Romeinen (van 12 voor Chr. tot 450 na Chr. ) eindigde de IJzertijd. In 47 na Chr. werd de Rijn als rijkgrens vastgesteld. Langs deze grens (de limes) werden castella en wachttorens gebouwd. In het door Romeinen bezette gebied verbeterde de infrastructuur en ontstonden steden als Nijmegen. Noordelijk van de limes kon de inheemse levenswijze zich grotendeels handhaven, maar wel zijn veel Romeinse invloeden te zien.

30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=10b36d17-1ae3-4675-972f-73d7efc8766a