14 - Nader onderzoek huismus
Tekst van het document
Rapportage
Nader onderzoek Huismussen & Dagactieve broedvogels Meije 86, Nieuwkoop Aanvullend ecologisch onderzoek naar het voorkomen van huismussen en broedvogels.
10 Augustus 2022
Status: Definitief
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
RAPPORTAGE NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN & DAGACTIEVE BROEDVOGELS MEIJE 86, NIEUWKOOP
Auteur: Veldwerk uitgevoerd door: Gecontroleerd door: Opdrachtgever: Status: Datum: Projectnummer:
S. van Staa & T. Dalderup S. van Staa & T. Dalderup T. Dalderup J. Weidema Definitief 10 Augustus 2022 2022-165
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
1
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................................. 3 1.2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................................................................... 3 1.2 VOORGENOMEN ONTWIKKELING...................................................................................................... 4 HOOFDSTUK 2 TOETSINGSKADER ......................................................................... 5 2.1 WET NATUURBESCHERMING ........................................................................................................... 5 2.2 OVERTREDING .............................................................................................................................. 6 HOOFDSTUK 3 METHODIEK ................................................................................ 7 3.1 HUISMUSSENNESTEN ..................................................................................................................... 7 3.2 BROEDVOGELS ALGEMEEN .............................................................................................................
7 3.5 ONDERZOEKSDATA EN OMSTANDIGHEDEN......................................................................................... 7 HOOFDSTUK 4 RESULTATEN ................................................................................ 8 4.1 NESTEN ...................................................................................................................................... 8 4.2 LEEFGEBIED HUISMUSSEN ............................................................................................................... 9 HOOFDSTUK 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................... 10 5.1 HUISMUSSEN................................................................................................................................... 10 5.2 BROEDVOGELS ALGEMEEN ................................................................................................................. 10
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
2
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Er zijn plannen voor de herontwikkeling van een perceel aan Meije 86 in Nieuwkoop. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten niet op voorhand uitgesloten kan worden, is een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd (BJZ, projectnummer 2022-165). Op basis van deze natuurtoets blijkt dat binnen het plangebied mogelijke verblijfplaatsen van huismussen en dagactieve broedvogels aanwezig zijn. Het voorliggend aanvullende onderzoek richt zich op het aantonen, dan wel betrouwbaar uitsluiten van huismussen en dagactieve broedvogels met binding aan het plangebied en in relatie met de invloedsfeer die uit de ontwikkeling straalt. Vervolgens moet worden gekeken of de beoogde ontwikkelingen strijdig zijn met de Wet natuurbescherming. Op basis van dit nader onderzoek kan indien nodig een ontheffing worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Indien geen ontheffingsplichtige soorten worden aangetroffen in het plangebied, of als deze soorten geen schade ondervinden van de geplande ingrepen, blijven de beschermende bepalingen in de zin van de algemene zorgplicht (artikel 1.11 Wnb) van kracht. De resultaten van dit onderzoek hebben een geldigheid van drie jaar.
1.2
Huidige situatie
6 5
3 7
2 4 1
8 9
Figuur 1.1: Impressie van het plangebied. Het plangebied is rood omlijnd. 1: jongveestal, 2: werktuigenberging, 3: ligboxenstal, 4: kalverhutten, 5: sleufsilo’s, 6: mestsilo, 7: opslag, 8: hooischuur, 9: woonboerderij (Bron: PDOK).
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
3
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
1.2
Voorgenomen ontwikkeling
Initiatiefnemer heeft het voornemen de bedrijfsbebouwing te slopen en de erfverharding te verwijderen. Op het perceel worden vervolgens 3 woningen gebouwd, nieuwe erfverharding en begroeiing aangelegd (Figuur 1.2).
Figuur 1.2: Voorgenomen ontwikkeling (Bron: Initiatiefnemer).
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
4
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
HOOFDSTUK 2
TOETSINGSKADER In dit hoofdstuk wordt het toetsingskader toegelicht. In 2.2 wordt toegelicht wat de werkwijze is als een overtreding op de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming niet te voorkomen is. 2.1
Wet natuurbescherming
De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al geruime tijd achteruit. In verband met het grensoverschrijdende karakter van de natuur is het van belang om de bescherming van deze soortenrijkdom op Europees niveau aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in nationaal en internationaal verband eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn, welke in 2017 zijn samengevoegd onder één wet, de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. 2.1.1 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.
In de Wnb worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; • lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen;
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
5
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
• •
onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wnb. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig. 2.1.2 Zorgplicht Binnen de Wnb, artikel 1.11, is de algemene zorgplicht opgenomen die na streeft om het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen en indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zoveel mogelijk te beperken. Deze geldt ten alle tijden voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe omgeving en voor Natura 2000-gebieden.
2.2
Overtreding
Wanneer er minimaal één verbodsbepaling uit artikel 3.1 en/of artikel 3.5 Wnb overtreden wordt door de voorgenomen activiteit, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: • Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; • De ingreep is nodig: o In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of o In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of o In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang b “dwingende reden van groot openbaar belang”. Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk.
Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
6
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
HOOFDSTUK 3
METHODIEK In dit hoofdstuk worden eerst de werkwijzen voor het huismussen- en broedvogelonderzoek toegelicht, vervolgens wordt een overzicht weergegeven van de onderzoeksdata en de bijbehorende weersomstandigheden. 3.1
Huismussennesten en leefgebied
Het onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van huismussen is uitgevoerd conform de onderzoeksmethodiek van het Kennisdocument Huismus1. Dit protocol stelt dat er in de periode van 1 april t/m 15 mei twee bezoeken moeten worden uitgevoerd met een tussentijd van tenminste 10 dagen. Of vier bezoeken tussen 1 maart en 20 juni. Hierbij dient gekeken te worden naar nestelgelegenheden en essentiële schuilplaatsen. Het onderzoek vindt plaats tussen 1 à 2 uur na zonsopkomst of 1 à 2 uur voor zonsondergang. Gedurende de bezoeken is gelet op gedrag dat duidt op een broedgeval, zoals huismussen die onder dakpannen verdwijnen om hun jongen te voeren, en/of territoriaal gedrag (roepende mannetjes) of het horen van bedelende jongen. Daarnaast is gekeken naar het leefgebied van de huismus, in de vorm van schuilplekken, waterbaden, zandbaden en foerageergebied. Hiervoor is gekeken naar de plek waar de huismussen regelmatig (foeragerend) te vinden zijn. De veldbezoeken zijn onder geschikte weersomstandigheden uitgevoerd, zonder harde wind, langdurige en/of zware regenval, dichte mist of (te) lage temperaturen. Ter determinatie van de gedragingen welke kunnen duiden op en broedgeval is gebruik gemaakt van een verrekijker.
3.2
Broedvogels algemeen
Gedurende het onderzoek is tevens gekeken of andere vogelsoorten een nest bezetten in de bebouwing van het plangebied alsmede naar mogelijk foerageergebied van vogels binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden. Als toevoeging op het huismussenonderzoek is voor de broedvogels een extra bezoek uitgevoerd na 15 mei. Hierbij is visueel en auditief gelet of vogels binnen het plangebied foerageren en of dit onderdeel uitmaakt van essentieel leefgebied. Ter determinatie van de gedragingen welke kunnen duiden op en broedgeval is gebruik gemaakt van een verrekijker.
3.5
Onderzoeksdata en omstandigheden
Tabel 3.1: Onderzoeksdata, tijden en weersomstandigheden.
1
Datum 26-04-2022
Tijd 06:20- 10:20
Gemiddelde temperatuur 8oC
Wind 3 Bft.
Neerslag Geen
11-05-2022
6:00-10:00
15oC
2 Btf.
Geen
21-06-2022
08:00-10:00
14oC
3 Bft.
Geen
Bewolking Half bewolkt Licht bewolkt Onbewolkt
https://www.vogelbescherming.nl/docs/fcb7f646-8afd-4bdb-b5a6-3df392bca250.pdf
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
7
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
HOOFDSTUK 4
RESULTATEN In dit hoofdstuk worden de resultaten van de veldbezoeken behandeld. Eerst worden de aangetroffen nesten benoemd, vervolgens wordt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor diverse vogelsoorten behandeld. 4.1
Nesten
Figuur 4.1: Kaart met de nesten van de houtduif (rood), grote witte kwikstaart (groen), spreeuw (blauw) en huismus (geel).
4.1.1 Bedrijfswoning Gedurende de veldbezoeken werd duidelijk dat er diverse huismussennesten onder het pannendak van de bedrijfswoning (nummer 9, Figuur 1.1) aanwezig waren. Er zijn in totaal tien nesten van de huismus waargenomen. Daarnaast zijn er vijf nesten van spreeuwen bevestigd. Onder de daklijst van de woning, aan de noordzijde, zijn restanten van nesten van de boerenzwaluw waargenomen. Deze zijn echter niet meer in gebruik. 4.1.2 Hooischuur Gedurende alle veldbezoeken zijn waarnemingen gedaan van af en aanvliegende spreeuwen, waarbij er in totaal vijf nesten onder het dak van de hooischuur zijn bevestigd. 4.1.3 Werktuigenberging Gedurende de bezoeken bleef het rond de werktuigenberging over het algemeen rustig, slechts één duivennest kon worden bevestigd, achterin de overkapping. 4.1.4 Opslag In de opslag zijn aan de zuidzijde twee nesten van spreeuwen gevonden door het luisteren naar de roep bedelende jongen en het volgen van vogels die eten kwamen brengen. Daarnaast is in de noordwest hoek ook een nest van een witte kwikstaart aangetroffen.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
8
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
Tabel 4.1: Resultaten van het onderzoek.
Gebouw
Vogelsoort Huismussen Bedrijfswoning Spreeuwen Boerenzwaluw Hooischuur Spreeuwen Werktuigenberging Houtduif Spreeuw Opslag Witte kwikstaart
4.2
Aantal nesten 10 5 2 5 1 2 1
Bijzonderheden
Niet meer in gebruik
Leefgebied huismussen
Voor huismussen is niet alleen de verblijfplaats, maar ook het leefgebied beschermd. Gedurende alle veldbezoeken is vastgesteld dat huismussen (nagenoeg) geen gebruik maken van de te slopen bebouwing. Hierbij trekken de mussen voornamelijk vanaf de woning naar naastgelegen erven ten zuiden van het plangebied.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
9
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
HOOFDSTUK 5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk worden de conclusies en aanbevelingen aan de hand van de resultaten weergeven. Hierbij wordt gekeken of er overtreding van de verbodsbepalingen plaatsvinden door de beoogde werkzaamheden, welke eventuele stappen genomen dienen te worden en welke eventuele maatregelen getroffen dienen te worden. 5.1 Huismussen Als gevolg van de beoogde werkzaamheden worden geen negatieve effecten verwacht op het leefgebied van de huismus. Volgens de huidige plannen blijft het woonhuis bestaan, waardoor er geen nesten aangetast worden. Tevens is vastgesteld dat huismussen geen gebruik maken van de te slopen bebouwing, waardoor geconcludeerd kan worden dat deze niet onder het functioneel leefgebied vallen. Indien besloten wordt de woning wel te slopen, dient er een nieuwe quickscan uitgevoerd te worden om uit te sluiten, danwel aan te tonen, dat andere dieren (vleermuizen) potentieel van de woning gebruik maken. In het kader van huismussen dient er een ontheffing aangevraagd te worden bij het betreffende bevoegd gezag, alsmede mitigerende en compenserende maatregelen getroffen te worden.
5.2 Broedvogels algemeen Er zijn gedurende het onderzoek diverse bezette vogelnesten (houtduif, spreeuw, witte kwikstaart) waargenomen in de te slopen bebouwing. Deze soorten genieten geen jaarronde nest bescherming, waarbij het advies geldt om werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren al dan niet vernielen van een bezet nest buiten het broedseizoen uit te voeren (Tussen september en februari). Indien er wel gewenst wordt binnen het broedseizoen te slopen, dient er vastgesteld te worden door een ecoloog dat er op moment van de sloopwerkzaamheden geen bezette nesten aanwezig zijn in de betreffende bebouwing.
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
10
NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN BROEDVOGELS – Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief
HOOFDSTUK 6
BRONNEN
Documenten BIJ12 (2017). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017 Websites www.BIJ12.nl www.sovon.nl
BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies
11