CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

13 - Quickscan

Meningsvormende raad I 8 juni 2023, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Meije 86, Nieuwkoop8.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets

Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Toetsing in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb), Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland (NNN)

05-10-2022

Status: Definitief

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

NATUURTOETS WONINGBOUWONTWIKKELING MEIJE 86, NIEUWKOOP

Auteur: Veldwerk uitgevoerd door: Opdrachtgever: Status: Datum: Projectnummer: Versie:

T. Dalderup, S. van Staa T. Dalderup J. Weidema Definitief 6 oktober 2022 2022-165 2

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

1

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 3 1.1 AANLEIDING ................................................................................................................................. 3 1.2 DOELSTELLING .............................................................................................................................. 3 HOOFDSTUK 2 PLANGEBIED ................................................................................ 4 2.1 LIGGING ...................................................................................................................................... 4 2.2 IMPRESSIE EN BEGRENZING ............................................................................................................. 4 2.3 VOORGENOMEN INGREPEN ............................................................................................................. 7 2.4 VASTSTELLEN VAN HET ONDERZOEKSGEBIED ...................................................................................... 8 HOOFDSTUK 3 WETTELIJK KADER ......................................................................... 9 3.1 WET NATUURBESCHERMING ...........................................................................................................

9 3.2 WET RUIMTELIJKE ORDENING: NATUURNETWERK NEDERLAND, WEIDEVOGELGEBIED EN STRATEGISCHE RESERVERING NATUUR. ........................................................................................................................... 10 HOOFDSTUK 4 WERKWIJZE............................................................................... 11 4.1 WET NATUURBESCHERMING ......................................................................................................... 11 4.2 WET RUIMTELIJKE ORDENING: NATUURNETWERK NEDERLAND, WEIDEVOGELGEBIED EN STRATEGISCHE RESERVERING NATUUR. ........................................................................................................................... 12 HOOFDSTUK 5 GEBIEDSBESCHERMING ................................................................. 13 5.1 NATURA 2000 ........................................................................................................................... 13 5.2 NATUURNETWERK NEDERLAND ..................................................................................................... 15 5.3 WEIDEVOGELGEBIEDEN ............................................................................................................... 16 5.4 STRATEGISCHE RESERVERING NATUUR ............................................................................................

17 5.3 CONCLUSIE ................................................................................................................................ 17 HOOFDSTUK 6 SOORTBESCHERMING ................................................................... 18 6.1 VOGELS ..................................................................................................................................... 18 6.2 GRONDGEBONDEN ZOOGDIEREN ................................................................................................... 19 6.3 VLEERMUIZEN ............................................................................................................................ 20 6.4 AMFIBIEËN................................................................................................................................. 21 6.5 OVERIGE SOORTEN ..................................................................................................................... 22 6.6 SAMENVATTENDE TABEL............................................................................................................... 22 HOOFDSTUK 7 CONCLUSIE EN ADVIES .................................................................. 23

BIJLAGEN

............................................................................................... 25

BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4

GERAADPLEEGDE BRONNEN ................................................................................................... 26 TOELICHTING OP WETTELIJKE KADERS ...................................................................................... 27 VRIJGESTELDE SOORTEN PER PROVINCIE ................................................................................... 30 NATUURKALENDER ............................................................................................................... 31

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

2

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

HOOFDSTUK 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding

Er zijn plannen voor een herontwikkeling van het melkveebedrijf aan de Meije 86, te Nieuwkoop. De gebouwen behorend bij het melkveebedrijf worden gesloopt, waarna woningen worden teruggeplaatst. Omdat overtreding van de wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden op voorhand niet uitgesloten kan worden, is BJZ.nu gevraagd om een natuurtoets uit te voeren. In voorliggend rapport worden de bevindingen van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. Naast een beschrijving van het onderzoeksgebied, de onderzoeksopzet en de resultaten van het onderzoek, worden de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten weergegeven.

1.2

Doelstelling

In het voorliggende rapport worden mogelijke effecten van het project op de natuur in kaart gebracht en getoetst aan de kaders van de Wnb (Soortbescherming, Gebiedsbescherming en bescherming van Houtopstanden) en de provinciale verordening voor het onderdeel betreffende het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op basis van de onderzoeksresultaten worden de wettelijke consequenties in beeld gebracht. De onderzoeksvragen voor deze natuurtoets zijn: • Welke beschermde planten en dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingsplaatsen en andere beschermde functies kunnen voorkomen binnen (de invloedsfeer van) het plangebied? • Welke negatieve effecten kunnen vanuit het voornemen op deze gebieden, soorten en houtopstanden worden verwacht of niet worden uitgesloten? • Zijn er voorzorgsmaatregelen te treffen om deze effecten te voorkomen? • Is er nader onderzoek nodig om effecten op beschermde gebieden te bepalen en/of om de aanwezigheid van beschermde soorten vast te stellen of uit te sluiten?

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

3

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

HOOFDSTUK 2 2.1

PLANGEBIED

Ligging

Het plangebied (Figuur 2.1) bevindt zich aan de Meije 86, te Nieuwkoop. De weg Meije ligt langs het gelijknamige kanaal de Meije, wat door agrarische landen stroomt. In het noorden ligt op ongeveer 730 meter afstand de Zuideinderplas, en op 4 kilometer afstand de stad Nieuwkoop. Het plangebied wordt omringd door agrarisch land.

Figuur 2.1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd) (Bron: PDOK).

2.2

Impressie en begrenzing

6 5 3 2

7 4 1

8 9

Figuur 2.2: Impressie van het plangebied. Het plangebied is rood omlijnd, de woonboerderij is blauw omlijnd en is niet meegenomen in het onderzoek omdat deze niet wordt gesloopt. 1: jongveestal, 2: werktuigenberging, 3: ligboxenstal, 4: kalverhutten, 5: sleufsilo’s, 6: mestsilo, 7: opslag, 8: hooischuur, 9: woonboerderij (Bron: PDOK).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

4

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

Figuur 2.3 (links): De voorzijde van het gemetselde deel van de opslag; Figuur 2.4 (rechts): De voorzijde van het zuidoostelijke deel van de opslag.

Figuur 2.5 (links): De achterzijde van het gemetselde deel van de opslag, met op de voorgrond een zogenoemde rommelhoop; Figuur 2.6 (rechts): De achterzijde van de opslag.

Figuur 2.7 (links): De binnenkant van de opslag bestaat uit niet geïsoleerd dak, verder staan er materialen opgeslagen; Figuur 2.8 (rechts): De westzijde van de opslag, waar materialen naast staan opgeslagen. De kozijnen zijn gemetseld en vertonen geen kieren.

Figuur 2.9 (links): Het land ten noorden van de mestsilo (rechts in beeld) en de sleufsilo’s (onder de banden); Figuur 2.10 (rechts): Een blik op de sleufsilo’s.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

5

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

Figuur 2.11 (links): Aan de oostzijde van de ligboxenstal wordt de buitenmuur deels bekleed door struiken. Verder staat er een caravan en een stacaravan; Figuur 2.12 (rechts): De voorzijde van de ligboxenstal.

Figuur 2.14 (links): De westzijde van de ligboxenstal. In de muur zitten geen kieren, richting het noorden wordt de muur deels gevormd door een gaas; Figuur 2.15 (rechts): De binnenkant van de ligboxenstal. Hier zijn veel spinnenwebben waargenomen, maar geen nesten.

Figuur 2.16 (links): De buitenwand van de werktuigenstalling; Figuur 2.17 (rechts): De binnenkant van de werktuigenberging.

Figuur 2.18 (links): De voersilo’s aan de noordzijde van de jongveestalling; Figuur 2.19 (rechts): De voorzijde van de jongveestalling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

6

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

Figuur 2.20 (links): De zuidzijde van de jongveestalling, waarnaast zich een gazon met enkele lage bomen bevindt; Figuur 2.21 (rechts): De binnenkant van de jongveestal. Hier zijn in de houten dakbalken ook nesten waargenomen.

Figuur 2.22 (links): De hooischuur in het midden van het perceel bevat garagedeuren, muren die deels gemetseld en deels van damwand zijn en een golfplaten dak. .

2.3

Voorgenomen ingrepen

Initiatiefnemer heeft het voornemen de bedrijfsbebouwing te slopen en de erfverharding te verwijderen. De woonboerderij blijft staan en wordt los verkocht. Op het perceel worden vervolgens 3 woningen gebouwd, nieuwe erfverharding en begroeiing aangelegd. De volgende activiteiten worden getoetst op relevantie t.a.v. de Wet natuurbescherming: • Verwijderen beplanting; • Slopen bebouwing; • Uitvoeren grondverzet; • Bouwen woningen; • Aanleggen erfverharding; • Aanleggen erfbeplanting. Voorgenoemde ingrepen zijn onder te verdelen in tijdelijke en permanente effecten. Tijdelijke effecten treden alleen op tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Permanente effecten kunnen een gevolg zijn van de activiteiten zelf alsmede de resultaten hiervan. 2.3.1 •

Tijdelijke effecten Verstoren rust- en voortplantingsplaatsen als gevolg van geluid, stof en trillingen tijdens de werkzaamheden.

2.3.2 •

Permanente effecten Mogelijk afname/verdwijnen van beschermde vaste rust- of voortplantingsplaatsen en/of jaar rond beschermde nesten; Vernielen/verdwijnen van beschermde soorten; Aantasting van de kwaliteit van het leefgebied van beschermde soorten.

•

•

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

7

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

2.4

Vaststellen van het onderzoeksgebied

Naast een tijdelijk effect in het plangebied, kan het voorkomen dat een voorgenomen activiteit een negatief effect heeft op beschermde soorten of beschermd natuurgebied buiten het plangebied. Dit noemen we de invloedsfeer. De omvang van de invloedsfeer wordt bepaald door de duur, aard en omvang van de tijdelijke en/of permanente nieuwe situatie. Bij het bepalen van de invloedsfeer wordt alleen gekeken naar de uitvoering van de fysieke werkzaamheden, zoals sloop- en bouwwerkzaamheden. Het plangebied grenst aan agrarisch landschap en een kanaal. Het is ten opzichte van het huidige beheer niet aannemelijk dat beschermde waarden nabij het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of -waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De fysieke werkzaamheden hebben een minimale invloedssfeer, daarom wordt het onderzoeksgebied gelijk gesteld aan het plangebied.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

8

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

HOOFDSTUK 3

WETTELIJK KADER Het wettelijk kader weergeeft de diverse kaders waaraan het initiatief getoetst wordt. 3.1

Wet natuurbescherming

De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al geruime tijd achteruit. In verband met het grensoverschrijdende karakter van de natuur is het van belang om de bescherming van deze soortenrijkdom op Europees niveau aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat de natuur in nationaal en internationaal verband eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn, welke in 2017 zijn samengevoegd onder één wet, de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. 3.1.1 Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000gebieden.

Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 2.7 Wet natuurbescherming. 3.1.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten.

In de Wnb worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.): • lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; • lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; • lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; • lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.); • lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; • lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; • lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; • lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

9

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

• lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: • onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; • onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of • onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit ontheffingsplicht artikel 3.10 uit de Wnb. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wnb een ontheffing te worden aangevraagd.

Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Wet natuurbescherming. Er is dan geen ontheffing nodig.

3.2

Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland, Weidevogelgebied en Strategische reservering natuur.

In de Wet ruimtelijke ordening is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van Natuurnetwerk Nederland (NNN), weidevogelgebied en gebieden met strategische reservering natuur zijn verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels ten aanzien van NNN/EHS, weidevogelgebied en strategische reservering natuur zijn opgenomen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels in Zuid-Holland zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

10

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

HOOFDSTUK 4

WERKWIJZE In dit hoofdstuk worden de wettelijk vastgelegde beoordelingskaders toegelicht waaraan het initiatief getoetst wordt. 4.1

Wet Natuurbescherming

4.1.1 Natura 2000 Voor de oriëntatie in het kader van de Gebiedsbescherming is bekeken of nabij gelegen Natura 2000gebieden mogelijk significante directe en indirecte effecten ondervinden van de beoogde ingrepen. Het plangebied grenst direct aan Natura 2000-gebied. Middels de zogenoemde Effectenindicator (Synbiosis Alterra, 2022), kan een voortoets uitgevoerd worden om na te gaan of en in welke mate de voorgenomen ingrepen invloeden uitoefenen op de onder de Wet natuurbescherming (Wnb) geformuleerde instandhoudingsdoelen van de omliggende Natura 2000-gebieden. 4.1.2 Soortenbescherming In de Wnb is de soortenbescherming in Nederland geregeld. Voor de totstandkoming van het advies betreffende dit onderzoek zijn de volgende stappen gezet: 1. Bureaustudie; 2. Veldbezoek; 3. Concluderende analyse. Bureaustudie De bureaustudie bestaat uit het bestuderen van (de geschiedenis van) het plangebied, bronnenonderzoek en een analyse van de flora- en faunagegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Voor verdere verkenning in het kader van de Soortenbescherming is een analyse van de bestaande flora- en faunagegevens uitgevoerd. Hierbij zijn de gegevens van beschermde soorten in een straal van 1 kilometer rondom het plangebied van de laatste 5 jaar opgevraagd in de NDFF. Het plangebied bestaat uit diverse stallen en opslag, sleufsilo’s, wat lage begroeiing en erfverharding.

Daarnaast ligt het plangebied in een waterrijk gebied. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, behoort het plangebied mogelijk tot functioneel leefgebied van diersoorten uit onderstaande soortgroepen: • Vogels; • Vleermuizen; • Grondgebonden zoogdieren; • Amfibieën. Vrijwel alle beschermde vaatplanten zijn gebonden aan natuurgebieden, schrale gronden of extensief beheerde gronden. Dergelijk habitat is niet aanwezig in de directe omgeving van het plangebied. Door het beheer en de inrichting van het terrein worden beschermde insecten niet verwacht. Het onderzoeksgebied is niet onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten als reptielen, libellen, vissen, dag- en nachtvlinders, bladmossen, sporenplanten, haften en kreeftachtigen omdat het onderzoeksgebied geen geschikte habitat vormt voor deze soorten of omdat het plangebied buiten het normale verspreidingsgebied van deze soortgroepen ligt. Het is niet aannemelijk dat soorten, of soortgroepen, die (soms) moeilijk nieuwe leefgebieden koloniseren, zich spontaan buiten het normale verspreidingsgebied vestigen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

11

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

Veldbezoek Het veldbezoek heeft een verkennend karakter en kan daarom niet worden gezien als uitputtende soorteninventarisatie. In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 24 maart 2022 bezocht door T. Dalderup tijdens de daglichtperiode. Het plangebied is visueel en auditief onderzocht op de aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. Hierbij is gebruik gemaakt van een verrekijker (Vortex Crossfire HD 10x42) en een zaklamp. Tijdens het veldbezoek was het onbewolkt, ongeveer 14 graden en vrijwel windstil. Het plangebied is te voet onderzocht. Tevens zijn in het kader van broedvogelonderzoeken welke ingezet zijn n.a.v. voorliggende rapportage aanvullende beoordelingen op habitatsgeschiktheid van diverse soorten uitgevoerd. Deze veldbezoeken hebben plaatsgevonden tussen april 2022 en juni 2022. Gedurende het veldbezoek is het volgende onderzocht: • Houtopstanden en struweel; • Bestaande bebouwing en potentiele rust- en verblijfsplaatsen; • (Mogelijke voortplantings) Wateren; • Sporen in de vorm van holen en nesten; • Sporen in de vorm van pootafdrukken, graaf-, krab- en bijtsporen; • Sporen in de vorm van fecaliën, veren/haren en prooiresten; • Overige indicaties die wijzen op de aanwezigheid van beschermde soorten. De tijd van het jaar is redelijk geschikt voor onderzoek naar vogels, grondgebonden zoogdieren, amfibieën en vleermuizen.

Vogels vertonen territoriumindicerend gedrag en hebben maar hebben doorgaans nog geen bezet nest in deze tijd van het jaar. Zomergasten zijn al bezig met of beginnen binnenkort aan de zomertrek naar de broedgebieden. Enkele grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de steenmarter, hebben mogelijk al zogende jongen in deze tijd van het jaar. Veel grondgebonden zoogdieren benutten de voortplantingsplaats als vaste rustplaats buiten de voortplantingsperiode. Amfibieën die in de winterperiode weggekropen zaten in holen en gaten in de grond, onder strooisel, bladeren, takken, rommel of opgeslagen goederen hebben de voortplantingswateren opgezocht. De eerste vleermuizenactiviteit is tevens door de zachte winter ook weer waargenomen. Echter nog niet en masse. Concluderende analyse Aan de hand van de verzamelde verspreidingsgegevens en de resultaten van het veldbezoek is beoordeeld voor welke beschermde soorten geschikt habitat aanwezig is in en/of rondom het plangebied. De beoogde ingrepen zijn beoordeeld in relatie tot de biotoopeisen van de beschermde soorten uit het plangebied. Bij voldoende zekerheid over het al dan niet voorkomen van beschermde soorten, zijn mogelijke (negatieve) effecten bepaald. Ten slotte is beoordeeld of wettelijke consequenties aan de orde zijn.

4.2

Wet ruimtelijke ordening: Natuurnetwerk Nederland, Weidevogelgebied en Strategische reservering natuur.

In de Wet ruimtelijke ordening is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van Natuurnetwerk Nederland (NNN), weidevogelgebied en gebieden met strategische reservering natuur zijn verankerd. Provincies zijn verantwoordelijk voor de veiligstelling en ontwikkeling van deze gebieden. Ter beoordeling van de voorgenomen activiteiten in relatie tot beschermde gebieden is gekeken naar de nabijheid en de eventuele (negatieve) effecten op de aanwezige natuurwaarden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

12

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

HOOFDSTUK 5

GEBIEDSBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het mogelijke effect van de voorgenomen activiteiten op Natura 2000-gebied, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), weidevogelgebieden en natuurgebieden met een strategische reservering. 5.1

Natura 2000

5.1.1 Ligging t.o.v. het plangebied Het plangebied grenst direct aan Natura 2000-gebied (Figuur 5.1). Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied is Nieuwkoopse Plassen & De Haeck.

Figuur 5.1: Ligging van Natura 2000 in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met het rode marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de blauwe kleur op de kaart aangeduid (Bron: PDOK).

5.1.2 Effectbeoordeling Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten De beoogde werkzaamheden hebben potentieel effect op Natura 2000-gebied. Middels de effectenindicator soorten (Synbiosis Alterra, 2022) is voor de beoogde werkzaamheden (woningbouw) een toets uitgevoerd om de gevoeligheid van diverse waarden voor Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck in kaart te brengen (Figuur 5.2).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

13

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

Figuur 5.2: Uitslag van toets Effectenindicator Natura 2000- gebieden (Bron: Synbiosis Alterra, 2022).

Door de beoogde werkzaamheden en de invulling tijdens de gebruiksfase t.o.v. het huidig beheer vallen verstoringen als Oppervlakteverlies (1), Versnippering (2), Verontreiniging (7), Verdroging (8), Verstoring door licht (14) en Verstoring door mechanische effecten (17) op voorhand uit te sluiten omdat de invloedsfeer van de activiteiten niet verreikend beschouwd worden dat deze de instandhoudingsdoeleinden van het gebied significant aantasten. Direct aangrenzend Natura 2000-

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

14

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

gebied bestaat voornamelijk uit landbouwgrond, welke uitstrekt tot ongeveer 400 meter van het plangebied. Doordat het plangebied buiten Natura 2000-gebied ligt, wordt er geen oppervlakte binnen het gebied aangetast (Oppervlakteverlies en Versnippering). De watertrap wordt niet aangetast waardoor effecten als verdroging niet door de werkzaamheden optreden. Verontreiniging (m.u.v. stikstofdepositie door verkeersbewegingen) vindt niet plaats door de nieuwe invulling als woonbestemming ten opzichte van de huidige bedrijfsinvulling. Omdat het plangebied en de toegang hiernaartoe niet binnen Natura-2000 ligt treedt geen mechanische verstoring op, er komen geen voertuigen of machines op gronden van de Nieuwkoopse Plassen & De Haeck. Van de soorten die binnen de invloedssfeer van het project potentieel leefgebied bezetten worden effecten van lichtverstoring alléén op de meervleermuis verwacht indien deze ook een verblijf bezet binnen het plangebied, deze verstoring wordt niet als significant beschouwd voor de instandhoudingsdoeleinden van Natura 2000-gebied. Er wordt niet verwacht dat de soort een verblijf bezit in het gebied hier wordt nader op in gegaan in het hoofdstuk Soortenbescherming.

Van de soorten die functioneel leefgebied binnen de invloedsfeer van het project bezetten en mogelijk effecten ondervinden (trilling, geluid en optische verstoring), wordt niet verwacht dat er significant negatief effect optreedt. Door de tijdelijke aard en de omvang van de sloop en bouwwerkzaamheden treedt weliswaar verstoring op, echter is er dermate voldoende uitwijkmogelijkheid dat veilig te stellen valt dat het functionele leefgebied van deze soorten niet significant afneemt. Tijdens de gebruiksfase zijn voorgenoemde verstoringen niet meer aanwezig waardoor (significant) negatief effect uitgesloten is. Beoordeling stikstof (ontwikkelfase) Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering van kracht. Dat houdt in dat stikstofemissie welke ontstaat tijdens de ontwikkelfase, niet beoordeeld hoeft te worden op mogelijk negatieve effecten op Natura 2000-gebied. Wel dient de gebruiksfase beoordeeld te worden. Beoordeling stikstof (gebruiksfase) Het is aannemelijk dat de voorgenomen ingrepen voor een toename van verkeersbewegingen zal zorgen ten opzichte van de huidige situatie. Door de omvang en ingebruikname van het plangebied kan een negatief effect op Natura 2000-gebied niet uitgesloten worden. Om vast te kunnen stellen of sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden.

5.2

Natuurnetwerk Nederland

5.2.1 Ligging t.o.v. het plangebied Het plangebied grenst aan, maar overschrijdt geen gronden die tot NNN behoren. Het plangebied ligt daarmee buiten de begrenzing van het NNN. In Figuur 5.3 wordt de ligging van het NNN in de omgeving van het plangebied weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

15

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

Figuur 5.3: Ligging van Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met het rode marker aangeduid. Gronden die tot NNN behoren worden met de groene kleur op de kaart aangeduid (Bron: PDOK).

5.2.2 Beschermingsregime De bescherming van het NNN kent geen externe werking. Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid t.a.v. Natuurnetwerk Nederland.

5.3

Weidevogelgebieden

Het plangebied ligt op minimaal 600 meter afstand van gronden die behoren tot beschermd weidevogelgebied. Het plangebied ligt daarmee buiten de begrenzing van beschermd weidevogelgebied. Door de afstand en de omvang van de ingrepen, wordt geen aantasting van beschermd weidevogelgebied verwacht. Het voorgenomen initiatief hoeft niet getoetst te worden aan provinciaal beleid. In Figuur 5.4 wordt de ligging van beschermde weidevogelgebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven.

600 meter

Figuur 5.4: Ligging van beschermde weidevogelgebieden in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt aangeduid met de rode ster. Gronden die tot beschermd weidevogelgebied behoren worden met de licht groene kleur op de kaart aangeduid (Bron: Provincie Zuid-Holland).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

16

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

5.4

Strategische reservering natuur

Het plangebied ligt op minimaal 14 kilometer afstand van natuurgebieden met strategische reservering. Het plangebied ligt daarmee buiten de begrenzing van natuurgebieden met strategische reservering. Door de ruime afstand en de omvang van de ingrepen wordt geen aantasting verwacht. Het voorgenomen initiatief hoeft niet getoetst te worden aan provinciaal beleid. In figuur 5.5 wordt de ligging van natuurgebieden met strategische reservering in de omgeving van het plangebied weergegeven.

14 km

Figuur 5.4: Ligging van natuurgebieden met strategische reservering in de omgeving van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt aangeduid met de rode ster. Gronden die tot beschermd weidevogelgebied behoren worden met de bruine kleur op de kaart aangeduid (Bron: Provincie Zuid-Holland).

5.3

Conclusie

Het plangebied behoort niet tot het NNN of Natura 2000-gebied, maar grenst hier wel direct aan. Vanwege de ligging buiten het NNN, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het NNN geen externe werking kent in de provincie. Door de omvang en ingebruikname van het plangebied kan een negatief effect op Natura 2000-gebied niet uitgesloten worden. Om vast te kunnen stellen of sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Gelet op de aard en de afstand tussen beschermd weidevogelgebied en natuurgebieden met strategische reservering, wordt geen aantasting van beschermde waarden verwacht en hoeven daarmee niet getoetst te worden op provinciaal beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

17

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

HOOFDSTUK 6 6.1

SOORTBESCHERMING

Vogels

6.1.1 Resultaat De plangebieden behoren tot het leefgebied van diverse vogelsoorten als houtduif, ekster, kauw, koolmees, witte kwikstaart, putter en spreeuw. Het plangebied wordt als goed geschikt foerageergebied geacht voor deze soorten, gezien de foerageermogelijkheden op het boerenerf en de schuilmogelijkheden in de stallen. In de ruime omgeving van de gebieden bevindt zich vergelijkbaar habitat. Gezien de ruime afstand van stedelijk gebied en de afwezigheid van kieren en spleten onder bijvoorbeeld dakpannen, wordt de aanwezigheid van gierzwaluwen en stadsvogels niet verwacht. Deze zijn, met uitzondering van de huismus, niet waargenomen (NDFF-analyse) in het plangebied. Binnen het plangebied zijn verschillende nesten waargenomen. In de werktuigenberging is een takkennest gevonden (Figuur 6.1). In de jongveestal zijn verschillende nesten gevonden in de houten dakbalken (Figuur 6.2). Naast de ligboxenstal is in de vegetatie een klein nest gevonden (Figuur 6.3), mogelijk van een heggemus. Het is van voorgenoemde nesten niet met zekerheid te zeggen dat deze niet meer in gebruik zijn. Tot slot is in de hooischuur een nest van de boerenzwaluw waargenomen (Figuur 6.4), deze genieten een categorie 5 jaarronde bescherming. Huismussen maken gebruik van het plangebied als foerageergebied in de ligboxenstal, en zijn waargenomen rond de woonboerderij met pannendak.

Deze woonboerderij blijft behouden. De bomen in het plangebied blijven behouden en bevatten geen nesten.

Figuur 6.1 (links): Het takkennest in de hoek van de werktuigenberging; Figuur 6.2 (rechts): Een takkennest in de jongveestal, op de hoek tussen een houten balk en een houten paneel.

Figuur 6.3 (links): Een klein nest in het aanwezige groen; Figuur 6.4 (rechts): Het nest van een boerenzwaluw in de hooischuur.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

18

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

6.1.2 Wettelijke consequenties De beoogde ingrepen hebben mogelijk negatief effect op het functioneel leefgebied van vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De sloop van de stallen leidt mogelijk tot degradatie van de biotoopeisen van de huismus, vermoedelijk door minder foerageermogelijkheid. Er valt niet op voorhand te bepalen van welke soorten de aangetroffen nesten zijn. Om de bezetting van deze nesten al dan niet vast te kunnen stellen dient er nader onderzoek uitgevoerd te worden naar huismussen en broedvogels in het algemeen. Daarnaast dient er onderzoek uitgevoerd te worden naar de bezetting van de nesten van de boerenzwaluw. Deze heeft een categorie 5 jaarrond beschermd nest, wat weliswaar inhoudt dat er een redelijke flexibiliteit is in nestlocaties, echter gaat door de nieuwe invulling van het gebied, welke minder nestmogelijkheid biedt, het functionele leefgebied voor boerenzwaluwen achteruit. Nader onderzoek moet uitwijzen of deze soort (nog) en in welke mate deze soort het plangebied bezet. Ten tijde van schrijven is het nog onzeker of de hooischuur behouden blijft. Met de mogelijke aanwezigheid van boerenzwaluwen is het advies deze hooischuur te behouden, nader onderzoek naar de boerenzwaluw is dan niet noodzakelijk. Voor een renovatie van de hooischuur is echter wél nader onderzoek naar de boerenzwaluw nodig.

Daarnaast kan nader onderzoek naar de boerenzwaluw ook uitwijzen dat deze niet meer de nesten in de hooischuur bezet, waarna de hooischuur wel gesloopt kan worden. Buiten de jaarrond beschermde nesten om, dienen de werkzaamheden die kunnen leiden tot verstoring/vernieling van een nest, met oog op andere vogelsoorten, buiten het broedseizoen plaats te vinden. Voor het beschadigen/vernielen van een bezet of beschermd nest of het doden van een vogel kan namelijk geen ontheffing van de verbodsbepalingen verkregen worden omdat de voorgenomen activiteit niet als een in de wet genoemd belang wordt beschouwd. Daarom wordt benadrukt om werkzaamheden die kunnen leiden tot verstoring van een bezet nest plaats te laten vinden buiten het broedseizoen. De meest geschikte periode is tussen september en februari. Voorgenomen werkzaamheden mogen juridisch beschouwd wel plaats vinden binnen het broedseizoen van vogels, mits geen bezette vogelnesten beschadigd/vernield worden. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

6.2

Grondgebonden zoogdieren

6.2.1 Resultaat Er zijn binnen het plangebied geen grondgebonden zoogdieren waargenomen gedurende het veldbezoek. Het gebied wordt als geschikt habitat beschouwd voor o.a. egel, huisspitsmuis, hermelijn, bunzing. Deze soorten kunnen een rust- en voortplantingsplaats bezetten in holen en gaten in de grond, onder rommel, opgeslagen bouwmaterialen, groenafval en onder dichte begroeiing. In de NDFF is in de omgeving geen waarneming van een steenmarter of wezel geregistreerd in de afgelopen 5 jaar. Er zijn tijdens het veldbezoek ook geen sporen aangetroffen dat de steenmarter een verblijfplaats bezit in het gebied, deze zijn doorgaans gemakkelijk vast te stellen door prooiresten, buiksmeerplekken en uitwerpselen/latrines. Wel zijn kleine marterachtigen als de hermelijn en bunzing waargenomen. Deze staan echter op de vrijgestelde soorten lijst van Zuid-Holland. Door de beoogde werkzaamheden neemt het de waarde van het plangebied als foerageer gebied in de gebruiksfase niet af. Tevens is de otter nabij het plangebied waargenomen in de Meije, echter wordt niet verwacht dat deze negatieve effecten ondervindt door de beoogde plannen ten opzichte van het huidig gebruik. 6.2.2 Wettelijke consequenties Mits geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties.

Alhoewel niet onmogelijk, wordt niet verwacht dat BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

19

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

beschermde en niet vrijgestelde soorten een verblijfplaats het gebied. Het naleven van de zorgplicht wordt als voldoende geacht om de beoogde werkzaamheden plaats te laten vinden. Voorbeelden van geschikte zorgplichtmaatregelen zijn: Bij het aantreffen van dieren/schuilplaatsen gelegenheid te bieden om te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de beoogde werkzaamheden; Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

6.3

Vleermuizen

6.3.1 Resultaat • Verblijfplaatsen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats binnen de te slopen bebouwing in het plangebied bezetten. De stallen beschikken niet over dubbele gemetselde buitengevels en er zijn geen kieren en holtes (bijvoorbeeld achter dakisolatie) aangetroffen die vleermuizen de kans bieden een verblijfplaats te bezetten. De stallen bieden geen stabiele klimatologische omstandigheden om voor diverse soorten als paar-, winter-, of kraamverblijf benut te worden. Deze hebben geen isolatie onder het dak. Verder zijn in het plangebied geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen, zoals een holle ruimte achter een boeiboord of gevelbetimmering aangetroffen. De opgaande vegetatie vormt geen potentiële verblijfplaats voor vleermuizen. De woonboerderij op het erf wordt wel als geschikt vleermuisverblijf beschouwd, deze blijft echter staan. • Foerageergebied Het veldbezoek is uitgevoerd buiten de periode van de dag waarop vleermuizen foerageren, maar op basis van een beoordeling van de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als geschikt foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Vermoedelijk foerageren verschillende vleermuissoorten in en rond de stallen en rond de bomen rond het plangebied.

Gelet op de inrichting, het gevoerde beheer en de kleine oppervlakte, wordt het plangebied niet als essentieel foerageergebied voor vleermuizen beschouwd. Er is voldoende uitwijkmogelijkheid in de omgeving aanwezig en het verlies van de stallen als foerageergebied leidt niet tot significante effecten op de instandhouding van soorten populaties. De nieuwe invulling van het plangebied leidt tevens ook niet tot dusdanige verstoring met oog op (kunst)licht dat deze significant negatief effect leidt ten opzichte van de huidige invulling van het gebied. • Vliegroute Sommige vleermuissoorten benutten lijnvormige elementen ter geleiding tijdens het foerageren en om van verblijfplaats naar foerageergebied te vliegen (en van foerageergebied naar verblijfplaats). Lijnvormige elementen die benut worden als vliegroute kunnen bestaan uit houtopstanden en wateren, maar ook een rij gevels van woningen.

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten heeft geen negatief effect op vliegroutes van vleermuizen, er wordt geen lijnvormig element in het landschap onderbroken of verstoord tijdens de ontwikkelings- en gebruiksfase. 6.3.2 Wettelijke consequenties • Verblijfplaatsen Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield in de ontwikkel en gebruiksfase. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

20

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. • Essentieel foerageergebied Door het verwijderen van beplanting wordt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen zeer beperkt aangetast. Er wordt geen essentieel foerageergebied aangetast. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. • Essentiële vliegroute Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten onderbreekt geen (essentiële) vliegroutes1 van vleermuizen. Wel wordt als voorwaarde gesteld dat er geen gebruik gemaakt wordt van kunstlicht als bouwplaats verlichting gedurende de ontwikkelingsfase (sloop en bouw woningen), tijdens de actieve perioden van vleermuizen (half april – eind oktober), deze hebben mogelijk een verstorend effect. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties indien aan voorgenoemde voorwaarden voldaan wordt. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb.

6.4

Amfibieën

6.4.1 Resultaat Er zijn tijdens het veldbezoek geen amfibieën waargenomen. De inrichting en het gevoerde beheer maakt het wel mogelijk dat er diverse soorten amfibieën gebruik kunnen maken van het plangebied. De omgeving wordt als zeer geschikt beschouwd voor verschillende soorten, waarbij waarnemingen bekend zijn van: groene kikker complex, rugstreeppad, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en heikikker (NDFF). Er wordt niet verwacht dat de beoogde werkzaamheden negatieve effecten hebben op voortplantingswateren van voorgenoemde soorten. Echter, kan de rugstreeppad ook gebruik maken van snel opdrogende wateren (bijvoorbeeld in bandensporen) als voortplantingswater. Aanvullend op het primaire veldbezoek is n.a.v. drie andere veldbezoeken ten behoeve van het vogelonderzoek beoordeeld dat de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden geen direct effect heeft op voortplantingswateren. Doordat de agrarische bestemming weggevallen is, en daarmee de mogelijke overwinterplaatsen, wordt geen aantasting van beschermde waarden verwacht. Desalniettemin valt niet uit te sluiten dat enkele ‘verdwaalde’ individuen van beschermde amfibiesoorten zich gedurende de werkzaamheden binnen het plangebied bevinden. Hierbij wordt geadviseerd maatregelen te treffen om deze buiten te houden. Hierbij valt te denken aan een amfibieënscherm.

6.4.2 Wettelijke consequenties Er kan niet worden uitgesloten dat beschermde amfibieën in of aan de randen van het plangebied voorkomen. In de provincie Zuid-Holland geldt een vrijstelling voor het aanvragen van een ontheffing in het geval van een overtreding van de verbodsbepalingen voor algemene amfibieën waaronder bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Voor de algemene soorten die mogelijk in het plangebied voorkomen is de zorgplicht van toepassing. Alhoewel het plangebied geen geschikte habitat biedt voor beschermde amfibiesoorten sinds het wegvallen van de agrarische bedrijvigheid, valt het niet volledig uit te sluiten dat er een enkel ‘verdwaald’ individu binnen de invloedsfeer van de 1

Vliegroutes van vleermuizen zijn beschermd wanneer deze essentieel zijn voor het kunnen functioneren van de verblijfplaats van een vleermuis. Niet ieder lijnvormig element waar langs vleermuizen vliegen is een essentiële vliegroute.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

21

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

beoogde werkzaamheden voorkomt. Om overtreding van de Wnb te voorkomen, dienen voorzorgsmaatregelen getroffen te worden ter voorkoming van herintreding. Dit kan in de vorm van een amfibieënscherm rond de locatie(s) waar mogelijke doding voor komt om herintreding te voorkomen. Er wordt geen afname van voortplantingsbiotoop verwacht omdat deze niet binnen het plangebied zelf aanwezig is.

6.5

Overige soorten

Het plangebied behoort niet tot het functioneel leefgebied van andere beschermde flora- of faunasoorten. Vanwege de lokale invloedsfeer heeft de voorgenomen activiteit geen negatief effect op andere beschermde soorten. Nader onderzoek of het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk.

6.6

Samenvattende tabel

Tabel 6.1: Samenvatting Soortenbescherming

Soortgroep

Mogelijk voorkomende soorten

Te beoordelen effecten?

Overtreding Wnb

Vervolgstappen

Vogels

Diverse jaarrond beschermde nestsoorten

Verstoring en doding van individuen en aantasten van verblijfplaatsen.

Art. 3.1, lid 1, 2 en 4.

Grondgebonden zoogdieren

Egel, hermelijn, bunzing.

Verstoring en doding van individuen en aantasten van verblijfplaatsen en foerageergebied.

Art. 3.10, lid 1a en 1b.

Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis

Art. 3.5, lid 1, 2 en 4.

Amfibieën

Bruine kikker, gewone pad, rugstreeppad, heikikker, groene kikkercomplex Niet van toepassing.

Verstoring en doding van individuen en aantasten van verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Verstoring en doding van individuen en aantasten van rustplaatsen.

Nader onderzoek huismussen en algemene broedvogelscan met oog op jaarrond beschermde nesten én uitvoeren werkzaamheden buiten broedperiode of onder toeziend oog van een ervaren ecoloog. Geen nader onderzoek noodzakelijk mits tijdens werkzaamheden aan zorgplicht voldaan wordt. Aangetroffen dieren de kans geven te vluchten of schuilplaats buiten het plangebied te bezetten. Aanvraag van ontheffing is niet aan de orde. Geen nader onderzoek noodzakelijk mits geen verstorende elementen worden gebruikt (bouwplaatsverlichting) in de actieve perioden. Aanvraag van ontheffing niet aan de orde.

Art. 3.10, lid 1a en 1b.

Nemen van voorzorgsmaatregelen gedurende ontwikkelingsfase (amfibieënscherm) om intreding beschermde soorten en daarmee doding te voorkomen.

Niet van toepassing.

N.v.t.

Niet van toepassing.

Overige soorten

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

22

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

HOOFDSTUK 7

CONCLUSIE EN ADVIES De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor beschermde soorten die niet op de vrijstellingslijst (bijlage 3) van de provincie staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het NNN of Natura 2000-gebied, maar grenst hier wel direct aan. Vanwege de ligging buiten het NNN, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het NNN geen externe werking kent in de provincie. Door de omvang en ingebruikname van het plangebied kan een negatief effect op Natura 2000-gebied niet uitgesloten worden.

Om vast te kunnen stellen of sprake is van toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, dient een stikstofberekening uitgevoerd te worden. Gelet op de aard en de afstand tussen beschermd weidevogelgebied en natuurgebieden met strategische reservering, wordt geen aantasting van beschermde waarden verwacht en hoeven daarmee niet getoetst te worden op provinciaal beleid. Omdat de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van soorten als de huismus en boerenzwaluw niet op voorhand is uit te sluiten, dient nader onderzoek uitgevoerd te worden om vast te stellen of deze soorten de bebouwing in het plangebied gebruiken als nestgelegenheid. Tevens dient een algehele broedvogelscan uitgevoerd te worden om vast te kunnen stellen of de aangetroffen nesten in gebruik zijn en of andere beschermde vogels gebruik maken van het plangebied. Daarnaast geldt dat voor werkzaamheden die kunnen leiden tot het verstoren/vernielen van bezette vogelnesten en het verstoren van vogels buiten de voortplantingsperiode van vogels uitgevoerd dienen te worden. De meest geschikte periode om de voorgenomen activiteiten uit te voeren is september tot februari. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of voortplantingsplaats in het plangebied, maar gebruiken het wel als foerageergebied. De bebouwing beschikt niet over geschikte kieren en holten die op een verblijfplaats kunnen duiden.

Mits geen grondgebonden zoogdieren (opzettelijk) gedood worden, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Alhoewel niet onmogelijk, wordt niet verwacht dat beschermde en niet vrijgestelde soorten een verblijfplaats het gebied. Het naleven van de zorgplicht wordt als voldoende geacht om de beoogde werkzaamheden plaats te laten vinden. Voorbeelden van geschikte zorgplichtmaatregelen zijn: Bij het aantreffen van dieren/schuilplaatsen gelegenheid te bieden om te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de beoogde werkzaamheden; Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing van de verbodsbepalingen (doden) aangevraagd te worden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing van de verbodsbepalingen aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Wnb. Er kan niet worden uitgesloten dat beschermde amfibieën in of aan de randen van het plangebied voorkomen. In de provincie Zuid-Holland geldt een vrijstelling voor het aanvragen van een ontheffing in het geval van een overtreding van de verbodsbepalingen voor algemene amfibieën waaronder bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Voor de algemene soorten die mogelijk in het plangebied voorkomen is de zorgplicht van toepassing.

Alhoewel het plangebied geen geschikte habitat biedt voor beschermde amfibiesoorten sinds het wegvallen van de agrarische bedrijvigheid, BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

23

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

valt het niet volledig uit te sluiten dat er een enkel ‘verdwaald’ individu binnen de invloedsfeer van de beoogde werkzaamheden voorkomt. Om overtreding van de Wnb te voorkomen, dienen voorzorgsmaatregelen getroffen te worden ter voorkoming van herintreding. Dit kan in de vorm van een amfibieënscherm rond de locatie(s) waar mogelijke doding voor komt om herintreding te voorkomen. Er wordt geen afname van voortplantingsbiotoop verwacht omdat deze niet binnen het plangebied zelf aanwezig is. Tot slot wordt benadrukt dat te allen tijde rekening dient te worden gehouden met de zorgplicht zoals opgenomen in de Wet natuurbescherming. De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Onder zorgplichtmaatregelen vallen onder andere: - Aangetroffen dieren de kans bieden te vluchten of naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden te verplaatsen. - Potentiële schuilplaatsen te controleren op de aanwezigheid van schuilende dieren. - Dieren enkel buiten de kwetsbare perioden te verstoren. - Het plaatsen van een amfibieënscherm - Het tijdig ongeschikt maken van schuilplaatsen

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

24

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

BIJLAGEN Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen Bijlage 2: Toelichting op wettelijke kaders Bijlage 3: Vrijgestelde soorten per provincie Bijlage 4: Natuurkalender

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

25

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

Bijlage 1

Geraadpleegde bronnen

Internet Verspreidingsatlas Natura 2000 Beschermde soorten Vleermuisprotocol AERIUS calculator Ruimtelijkeplannen.nl Nationale Databank Flora en Fauna Effectenindicator Wet Natuurbescherming

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

26

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

Bijlage 2

Toelichting op wettelijke kaders

De biodiversiteit (soortenrijkdom) in Europa gaat al jaren achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds eenvormiger wordt. Daartoe is in 1979 de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen hebben twee componenten: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. De Nederlandse bijdrage aan dit Europese netwerk van beschermde natuurgebieden bestaat uit ruim 160 gebieden. Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.

Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: 1. Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. 2. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. 3. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een Gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten.

Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

27

Natuurtoets Woningbouwontwikkeling Meije 86, Nieuwkoop Status: Definitief

Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de Gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een Gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=b209b9c3-18b5-44da-8c95-7cecd4280dd8