CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

1 - toelichting + planregels + bijlagen BP Oude Nieuwveenseweg 135

Besluitvormende raadsvergadering 24 februari 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen (2022-021)26.831 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan OUDE NIEUWVEENSEWEG 135, NIEUWVEEN Gemeente Nieuwkoop

STATUS:

VOORONTWERP

DATUM:

17 september 2021

IMRO IDN:

NL.IMRO.0569.bpNieuwvensewg135-on01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER de heer P. van der Aar Nieuwveenseweg 76 2441 CW NIEUWVEEN

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 18 december 2020 17 september 2021

VERSIE 3e versie 1e versie

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

4

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 8

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur 2.2 Bestaande situatie plangebied

9 9 9

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren

11 11 12

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie

15 15 19 25 27 31

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader 5.3 Waterhuishouding

33 33 33 35

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

39 39 48 50 52

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

53 53 53 53 55

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

57 57

Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen

59 59 59 59

Regels

61

Toelichting

5

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

62 62 67

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Tuin Wonen Waarde - Archeologie 3 Waterstaat - Waterkering

68 68 69 72 74

Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

76 76 77 78 79 80 81

Hoofdstuk4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

82 82 83

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai en vliegtuiglawaai

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Nader bodemonderzoek

Bijlage 4

Notitie AERIUS-berekeningen

Bijlage 5

Ecologisch onderzoek

6

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Oude Nieuwveenseweg 135 staat een verouderd bedrijfsgebouw. Tegenwoordig is dit bedrijfspand in gebruik voor stallings- en opslagdoeleinden. De eigenaar is voornemens het gebouw te slopen om hier een kleinschalig appartementencomplex met 6 appartementen te realiseren voor de doelgroep starters. Deze transformatie naar woondoeleinden in de dorpsrand met aan weerszijde van het plangebied al woningen wordt vanuit stedenbouwkundige en volkshuisvestelijke overwegingen toegejuicht, omdat de ruimtelijke kwaliteit van het bebouwingslint hierdoor wordt verbeterd. Het toevoegen van 6 appartementen levert een bijdrage aan het tekort van goedkope koopwoningen voor de doelgroep starters. Om deze herontwikkeling mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in een bebouwingslint richting de woonkern van Nieuwveen. Ten westen van het perceel staat een vrijstaande woning. In oostelijke richting ligt de Schilkerkade, een ontsluitingsweg voor het achterliggende gebied met wonen en werken. Aan de noordzijde van het perceel ligt de Oude Nieuwveenseweg. In zuidelijke richting ligt groen en een voormalig sluisje/ watergang met aansluitend de Oostkanaalweg. In figuur 1 is een situatietekening van het plangebied en omgeving opgenomen.

Figuur 1: Plattegrond plangebied (rood gestippeld omlijnd) en omgeving.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor onderhavig plangebied geldt het volgende bestemmingsplan: Bestemmingsplan “Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde"

Raadsbesluit 15 december 2016

Uitspraak ABRvS 1 november 2017

De gronden zijn bestemd voor 'Bedrijf' met de aanduiding 'bedrijfswoning (bw)' toegestaan (figuur 2). Voor

Toelichting

7

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

het plangebied gelden voorts de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 3' en 'Waterstaat Waterkering', alsmede de gebiedsaanduiding 'Luchtvaartverkeerszone - 20Ke'. Een vervolgfunctie naar Wonen is in strijd is met het bestemmingsplan.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Kern Nieuwveen, Zevenhoven en Noordeinde' (plangebied rood gestippeld omlijnd).

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt aan een historisch bebouwingslint tussen het Aarkanaal en het oostelijk gelegen lintdorp Nieuwveen. De bebouwingslinten zijn met de historische structuur, kleinschalige verkaveling en het karakter van de architectuur zeer karakteristiek voor het huidige beeld van de kernen. In de kern Nieuwveen gaat het daarbij om onder andere de Oude Nieuwveenseweg. In het bebouwingslint is naast wonen een kleinschalige mix van functies als detailhandel en bedrijvigheid te vinden. In de loop der tijd is het lint aan de Oude Nieuwveenseweg veelal verdicht met recentere bebouwing. De lineaire opzet van het hoger gelegen linten is nog goed herkenbaar gebleven. Ook is het lint vanuit het omliggende landschap (in dit geval het droogmakerijenlandschap) veelal nog goed waarneembaar. Het historische karakter van het oorspronkelijke bebouwingslint is een belangrijke kwaliteit van de ruimtelijke structuur. Het behoud van de kleinschaligheid en afwisseling en het versterken van de karakteristieke architectuur van de linten vormt dan ook een belangrijk uitgangspunt bij nieuwe ontwikkelingen. Bebouwingslint Oude Nieuwveenseweg.

Naastgelegen woning op nummer 137.

Kattenbrug over Aarkanaal.

Lintbebouwing aan Schilkerkade.

2.2

Bestaande situatie plangebied

Het plangebied is in gebruik als bedrijfsdoeleinden. Op het terrein staat een loods die vroeger dienst deed als fouragehandel. Tegenwoordig is het pand in gebruik voor opslagdoeleinden en stalling van caravans. Langs de voorzijde van de bedrijfsloods is er gelegenheid tot parkeren. Aan de achterzijde ligt een volkstuin met aansluitend grasland.

Toelichting

9

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

De te slopen bedrijfsloods.

Naastgelegen Schilkerkade.

Watergang achter bedrijfsloods.

Achterzijde van de te slopen bedrijfsloods.

10

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Nieuwe situatie

3.1.1 Planopzet In het plangebied wordt een appartementengebouw met twee bouwlagen gerealiseerd met een bouwhoogte van circa 7 m. Op elke verdieping komen drie starters appartementen van circa 60 m² per wooneenheid. Aan de achterzijde hebben de appartementen op de begane grond een terras van circa 26 m². De bovenappartementen krijgen balkons met een oppervlakte van elk 20 m². Aan de voorzijde wordt een ventweg aangelegd waar het parkeren kan plaatsvinden. Aan de westzijde komen 6 bergingen met aan de straatzijde een garagebox. Aan de oostzijde komen nog drie garageboxen en een parkeerplaats. De verkavelingstekening is opgenomen in figuur 3. Enkele aanzichttekeningen van de nieuwe situatie zijn weergegeven in figuur 4.

Figuur 3: Situatietekening.

Toelichting

11

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Figuur 4: Aanzichttekening (voorlopig) van voorzijde (boven) en achterzijde (onder). 3.1.2 Woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma bestaat uit zes appartementen in de goedkope koopsector. Deze woningen zijn bestemd voor de doelgroep starters, waar veel vraag naar is. Het programma is opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Woningbouwprogramma Woningen Financieringscategorie appartementen, koop goedkope sector (circa € 187.000,-) Totaal

3.2

Aantal 6 6

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied ligt ten oosten van het Aarkanaal aan de Oude Nieuwveenseweg. Tezamen met de langs het Aarkanaal gelegen Westkanaalweg vormen deze wegen de verbinding tussen Nieuwveen en Ter Aar. Nieuwveen ligt ten oosten van het plangebied. De maximum snelheid is ter plaatse 60 km/ uur. De appartementen worden ontsloten op de Schilkerkade via een nieuw aan te leggen ventweg. In westelijke richting ligt de Kattenbrug/ Westkanaalweg en Geerweg. Via de Vriezenweg is de Provinciale weg N207 (Alphen aan den Rijn/Lisse) bereikbaar.

12

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Oude Nieuwveenseweg richting Nieuwveen.

Nieuwveens Jaagpad.

Schilkerkade.

Oostkanaalweg ten zuiden van plangebied.

Parkeren Voor de zes appartementen worden de parkeerkencijfers aangehouden overeenkomstig de door de gemeenteraad op 8 juli 2021 vastgestelde 'Nota Parkeernormen gemeente Nieuwkoop 2021'. De relevante parkeernorm voor gestapelde woningen is opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2 Parkeerkencijfers Functie Oppervlakte woning Parkeernorm waarvan aandeel bezoekers koop, gestapeld 50-80 m² 1,8 0,3 pp

Op basis van deze uitgangspunten ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.3). Tabel 3.3 Functie

Parkeerbalans nieuwe situatie Rest bebouwde waarvan aandeel aantal kom bezoekers woningen koop, etage, starters 1,8 0,3 pp 6 Totaal

totaal aantal parkeerplaatsen 10,8 11 pp afgerond

Parkeerbalans nieuwe situatie Op het voorterrein worden 10 parkeerplaatsen aangelegd welke bereikbaar zijn via de nieuwe ventweg voor het appartementengebouw. Aan de oostzijde van het gebouw wordt 1 parkeerplaats aangelegd, alsmede 3 garageboxen. Het plan kan voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Aan de westzijde wordt nog 1 garagebox gerealiseerd ten behoeve van de woning op nummer 137. Bij uitwerking van het bouwplan dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In de Overige regels van het bestemmingsplan, artikel 12.1 Parkeren, wordt dit geborgd.

Toelichting

13

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

14

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld. De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 3 'Sterke en gezonde steden en regio's' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stads- en dorpsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk wil het rijk de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. De voorgenomen ontwikkeling

Toelichting

15

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

voorziet in de herontwikkeling naar zes starterswoningen in de dorpsrand. 4.1.2 Barro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en ecologische hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog de 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.

Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplicht van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Het plangebied ligt in een bebouwingslint ten westen van de kern Nieuwveen. De invulling van het plangebied met het toevoegen van 6 woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop nader ingegaan. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. 4.1.4 Luchthavenindelingbesluit (LIB) Wettelijk kader Het rijksbeleid voor Schiphol is geformuleerd in het Luchthavenindelingbesluit (LIB), zoals dat in werking is getreden op 1 januari 2018. In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting.

Deze regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen. In het Luchthavenindelingbesluit zijn twee gebieden vastgesteld: het luchthavengebied en het beperkingengebied. Onderzoek/ beoordeling Door een goede ruimtelijke ordening wil het Rijk voorkomen dat er meer mensen komen te wonen op plaatsen waar veel vliegtuiggeluid is. In het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) worden verschillende gebieden rond luchthaven Schiphol onderscheiden waar in meer of mindere mate

16

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

beperkingen gelden voor het gebruik van die gebieden voor het realiseren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. In onderstaande figuur 5 zijn de voor het plangebied relevante beperkingengebieden uit het LIB weergegeven.

Figuur 5: Uitsnede Bijlage 3 bij LIB; Beperking bebouwing. Het groen gearceerde gebied is het beperkingengebied geluidgevoelige gebouwen (LIB 4 contour). Het geel gearceerde gebied is het afwegingsgebied geluid en externe veiligheid (LIB 5 contour). Uit figuur 5 is af te leiden dat het plangebied buiten de LIB 4 contour, maar geheel binnen de LIB 5 contour ligt. Op grond van artikel 2.2.1d van het LIB zijn buiten bestaand stedelijk gebied geen nieuwe woningbouwlocaties toegestaan. Het plangebied bevindt zich echter geheel binnen bestaand stedelijk gebied, waardoor er op grond van het LIB geen beperkingen zijn. De ligging binnen het beperkingengebied leidt niet tot een belemmering voor het plan. Wel geldt op grond van bijlage 4a van het LIB een beperking van de bouwhoogte tot maximaal 76 meter, in verband met radar (artikel 2.2.2a LIB). De maximaal toegelaten bouwhoogte in het bestemmingsplan blijft ruim onder deze toegelaten bouwhoogte. Daarnaast geldt een beperking van de hoogte voor windturbines. In het plan zijn echter geen windturbines voorzien. Omgevingsverordening provincie Zuid-Holland In de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland zijn in artikel 6.14 20 Ke-contour Schiphol criteria voor woningbouw geformuleerd. In artikel 6.14, lid 1 is aangegeven dat woningbouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied toegelaten is.

De 'LIB-5 contour' is identiek aan de voormalige '20 Ke-contour' uit de Nota Ruimte. Binnen deze contour mogen geen woningbouwlocaties komen. Wel is het mogelijk om (onder voorwaarden, zie Omgevingsverordening) enkele woningen te bouwen. Uitgezonderd van de beperkingen zijn bouwmogelijkheden die al bestonden volgens het in 2003 vigerende streekplan (Streekplan Zuid-Holland van 19 februari 2003 en Zuid Holland Oost van 12 november 2003). In Zuid-Holland gaat het om gebieden binnen de rode contouren uit het genoemde streekplan, Bestaand Stads- en Dorpsgebied (BSD) en om woningen die onder de 'ruimte-voor-ruimte'regeling vallen. In het geval dat binnen de LIB-5 contour wordt gebouwd, moet wel in het (steden)-bouwkundig ontwerp rekening worden gehouden met de aanwezigheid van vliegtuiggeluid. Dit om de goede leefomgevingskwaliteit te waarborgen. Tegelijk met de in werking treding van het LIB heeft de provincie Zuid-Holland een beleidsregel vastgesteld (de Beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol, PZH-2017-590514465). Hierin staat uitgelegd op welke wijze de provincie ingediende plannen toetst en zonodig een aanwijzing geeft. Tussenconclusie Het plan ligt binnen de zgn. LIB-5 contour (voorheen 20 Ke) en binnen het BSD-gebied. Hier is onder

Toelichting

17

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

voorwaarden kleinschalige woningbouw mogelijk. De beoogde plannen voldoen aan de voorwaarden zoals gesteld in het LIB, in de Omgevingsverordening en in de Beleidsregel wonen en vliegen van de provincie. Beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol gemeente Nieuwkoop De Raad van de gemeente Nieuwkoop heeft op 11 mei 2017 de Beleidsregel wonen en vliegen 20 Ke-contour Schiphol vastgesteld. In deze beleidsregel is vastgelegd op welke wijze zij vorm geeft aan de voorwaarden uit het LIB. Hierin staat o.a. beschreven op welke wijze zij rekenschap geeft, de ruimtelijke afweging motiveert en hoe zij voorlichting geeft aan nieuwe bewoners. Beoordeling goede ruimtelijke ordening Voor de beoordeling van de goede ruimtelijke ordening is de gecumuleerde geluidbelasting vanwege de relevante geluidbronsoorten weg- en railverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai van belang. Voor dit plan zijn alleen wegverkeerslawaai en luchtvaartlawaai relevant. Bij de bepaling van het gecumuleerde geluidniveau worden de geluidniveaus van de relevante geluidbronsoorten wegverkeerslawaai en luchtvaartlawaai bij elkaar opgeteld. Dit geldt voor zover de voorkeurswaarden voor de betreffende geluidbronsoort overschreden worden; voor luchtvaartlawaai geldt de cumulatie voor locaties die liggen binnen de LIB-4 contour.

Uit het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai blijkt dat het geluid vanwege de in de omgeving van het plangebied aanwezige wegen niet voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De hoogst berekende geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van het bouwvlak voor de nieuwe woningen binnen dit plan bedraagt 63 dB, inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Voor luchtvaartlawaai geldt dat de geluidbelasting eerst omgerekend wordt naar een geluidniveau dat qua hinder vergelijkbaar is met wegverkeerslawaai. In het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is voor luchtvaartlawaai de volgende rekenregel opgenomen: L*LL = 0,98 LLL + 7,03. Op basis van deze rekenregel is de geluidbelasting van luchtvaartlawaai van 54 dB qua hinder vergelijkbaar met wegverkeerslawaai van 60 dB Lden. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt 69 dB. Er is sprake van een akoestisch slechte kwaliteit. Beoordeling Bouwbesluit Omdat hogere waarden voor wegverkeerslawaai vastgesteld moeten worden geldt op grond van het Bouwbesluit 2012 voor de geluidwering van de gevel dat deze zodanig moet zijn dat het geluidniveau in de woningen ten hoogste 33 dB bedraagt. Voor de toetsing aan het Bouwbesluit dient uitgegaan te worden van de gecumuleerde geluidbelasting van 69 dB. Dit houdt in dat de geluidwering van de gevel ten minste 36 dB moet bedragen.

Conclusie Geconcludeerd wordt dat het Luchthavenindelingbesluit Schiphol geen belemmering oplevert voor de uitvoerbaarheid van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, omdat het plangebied in het bestaand stads- en dorpsgebied ligt en de beoogde bebouwing ruimschoots lager is dan de maximale bouwhoogte (bijlage 3), toetshoogten (bijlagen 4, 4a en 6) van het LIB, zodat de aanwezigheid van Schiphol en het LIB geen invloed heeft voor dit bestemmingsplan. In de Algemene aanduidingsregels wordt dit geborgd. 4.1.5 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ook levert de uitvoering van het plan geen beperkingen op voor het LIB. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

18

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 7 augustus 2021 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Beter benutten en opwaarderen bebouwde ruimte De provincie wil de bebouwde ruimte beter benutten. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de systemen stedelijke agglomeratie, dorpen en linten en logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Met de inzet voor beter benutten van de bebouwde ruimte volgt de provincie ontwikkelingen in de maatschappelijke behoefte. De vraag naar wonen en werken in of rond stads- en dorpscentra neemt toe. Die vraag verandert ook van karakter. Mede door technologische ontwikkelingen vervaagt de strikte scheiding tussen wonen en werken. Ruimtelijk staat daarom niet langer functiescheiding centraal. De onderbouwing conform de Ladder voor duurzame verstedelijking vormt een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van regionale visies.

Als het plan qua regionale behoefteraming past in een actuele regionale visie die de instemming heeft van GS, kan daarnaar worden verwezen bij de beschrijving van de behoefte als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau volgens de provincie geheel of gedeeltelijk is doorlopen. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.

Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12

Toelichting

19

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De ondergrond (eerste laag) van het plangebied wordt gevormd door veen. Binnen het veengebied is een aantal plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn. Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden zeer gevoelig voor bodemdaling.

Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het veenlandschap zorg dragen voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. In de laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van de onverveende bovenlanden aan een dijklint. Een bovenland is een smalle strook onvergraven veengrond aan weerszijden van een veenstroom of wetering, met een scherpe overgang naar de aangrenzende droogmakerijen. De bovenlanden kennen een kleinschalig en relatief besloten en groen karakter. Bebouwing en erfbeplanting bepalen het beeld net als menging van veel verschillende functies. De diversiteit en het multifunctionele karakter zijn kenmerken van de linten. Ruimtelijke verdichting is mogelijk als dit bijdraagt aan het groene karakter van de bovenlanden en geen tot nauwelijks verkeersaantrekkende werking heeft. Als richtpunt wordt aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de contrasten tussen het (oude) bovenland (hooggelegen, besloten, kleinschalig karakter) en de aangrenzende droogmakerijen (laaggelegen, grootschalig, weids). Het plangebied is hier voorts aangeduid als lint. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien.

Om die reden worden linten beschouwd als onderdeel van de tweede laag. Op kaart zijn zowel de linten buiten als binnen het stedelijk gebied aangegeven. De bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit van de dorpsrand langs een bebouwingslint (figuur 6). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, door o.a. de nabijheid van voorzieningen. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Daarbij worden drie typen 'overgangskwaliteiten' onderscheiden. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit.

Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, het contact en de overlap). Op de laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid. De naastgelegen Oude Nieuwveenseweg en het in noordelijke richting gelegen Nieuwveens Jaagpad zijn aangeduid als fiets- en wandelroute (indicatief op kaart weergegeven) als onderdeel van het netwerk van fiets- en wandelpaden, terwijl het Aarkanaal is aangemerkt als historische vaarweg.

20

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Figuur 6: Uitsnede kaart Kwaliteitskaart: 'Laag van de stedelijke occupatie'. Het plangebied is met zwarte omlijning aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van zes woningen is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking, omdat het plangebied in een bebouwingslint van de dorpsrand ligt. De richtpunten zijn niet in het geding. Het plan is in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Op grond hiervan dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie als motivering of gedeeltelijke motivering dat de stedelijke ontwikkeling voldoet aan het eerste lid. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 6 woningen mogelijk. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro.

Toelichting

21

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient te zijn onderbouwd. De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig, zoals beschreven in paragraaf 4.3.2 terwijl deze herontwikkeling vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is in het bebouwingslint. Een verdere toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a.

de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.

In lid 2 van voornoemd artikel is bepaald dat ruimtelijke ontwikkelingen voor een gebied met beschermingscategorie 2 niet kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als genoemd onder c (transformeren). Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'stads- en dorpsrand'. Als richtpunten voor steden en dorpen wordt onder andere het volgende aangehouden: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand. Voor ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand geldt als richtlijn dat deze bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Het verouderde bedrijfsgebouw maakt plaats voor de nieuwbouw van een kleinschalig appartementengebouw met 6 wooneenheden. Het bebouwingslint aan de Oude Nieuwveenseweg krijgt hierdoor een kwaliteitsimpuls. Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al staat aan wonen langs de Oude Nieuwveenseweg. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan.

20 Ke-contour Schiphol In artikel 6.14.20, lid 1 is opgenomen dat voor de gronden binnen de 20 Ke-contour, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 13 in bijlage II, een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe woningen, uitsluitend binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Verder is in lid 3 vastgelegd dat voor zover een bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat op de gronden binnen de 20 Ke-contour, in de toelichting van dat plan rekenschap wordt gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen

22

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen. In paragraaf 4.4.3 wordt hierop ingegaan. Toetsing aan 20 Ke-contour Het plangebied ligt in de 20 Ke-contour, doch binnen de bebouwingscontour 2003, zodat woningbouw mogelijk is. In figuur 7 is een uitsnede van Kaart 13 van de Omgevingsverordening opgenomen.

Figuur 7: Uitsnede Kaart 13 Veiligheid. Risico's van klimaatverandering In artikel 6.2.11 van de herziening van het Provinciaal omgevingsbeleid 2020 (zoals vastgesteld door Provinciale Staten op 16 juni 2021) is in artikel 6.2.11 een nieuw artikel toegevoegd over de gevolgen van de risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag; b. overstroming; c. hitte en d. droogte. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt 6 woningen mogelijk binnen een bestaand bebouwingslint. Deze ruimtelijke ontwikkeling valt onder de noemer 'inpassing', waarbij de ruimtelijke kwaliteit tenminste gelijk blijft. Over deze ontwikkeling heeft regionale afstemming plaatsgevonden met Holland Rijnland. De planontwikkeling wordt opgenomen in de Regionale Woon Agenda (zie paragraaf 4.3.2). Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.

Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9, lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan is in overeenstemming met artikel 6.14.20, lid 1, omdat de woningen in het bestaand stedelijk gebied zijn gelegen (20Ke-contour). Mitsdien is deze ontwikkeling in overeenstemming is met de provinciale belangen.

Toelichting

23

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

4.2.3 Gebiedsprofiel Hollandse Plassen Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben op 29 mei 2012 het gebiedsprofiel Hollandse Plassen vastgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Verschijningsvorm landschap In het Hollands Plassengebied is grofweg een tweedeling te zien tussen veenweidegebieden en droogmakerijen. De veenweidegebieden liggen hoger dan de droogmakerijen en kennen een grote functiemenging.

In deze gebieden bevinden zich graslanden voor de melkveehouderij, oude lintdorpen, (glastuinbouw)bedrijven, natuurgebieden en relatief veel opgaand groen in vergelijking met de droogmakerijen. De droogmakerijen hebben een grootschalig, rechthoekig en agrarisch karakter met melkveehouderij en akkerbouw. De overgang tussen veenweide en droogmakerij is veelal abrupt door het grote hoogteverschil. Linten blijven linten De bewoning in het Hollands Plassengebied bestaat grotendeels uit langgerekte bebouwingslinten met woon- en werkfuncties langs water, wegen of dijken en met een sterke relatie met het omliggend landschap. Elk lint bezit een eigen kenmerkend karakter. Aan de voorzijde van de lintbebouwing bevindt zich de hoofdontsluiting, aan de achterzijde het ‘landschap’. In de loop der tijd zijn de linten verdicht. Door deze ontwikkeling is er een duidelijk verschil in transparantie van de linten: waar vanuit sommige linten het omliggende landschap goed te ervaren is, zijn andere linten dichtgegroeid of naar binnen gekeerd. De linten kennen allemaal een eigen ritmiek van bebouwing en beplanting en de richting waarop de bebouwing staat ten opzichte van de weg of watergang. Bij veel linten in het Hollandse Plassengebied is het water bepalend voor het karakter en ligt de bebouwing met de voorzijde langs het water (boezemlint en rivierdijklint).

Veranderingen binnen de linten vinden plaats door de behoefte aan extra ruimte voor wonen, agrarische activiteiten of bedrijfsruimte. Nieuwbouw heeft tot gevolg dat een lint verdicht, verbreed of verlengd wordt of de schaal van de bebouwing veranderd. Ambities zijn: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat er op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoud zijn eigen gezicht. Dijklint Het plangebied maakt onderdeel uit van een bebouwingslint tegen een dijk. Het lint heeft een gemengd karakter met wonen en werken. Dit zijn over het algemeen oude linten. De bebouwing ligt hoger dan de omgeving. Er zijn regelmatig doorzichten naar het achtergelegen landschap. Bij ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor de historische gaafheid van een lint richtinggevend.

Er is er beperkt ruimte voor ontwikkelingen, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Deze zijn: Bebouwing blijft op hoogte Strakke verkaveling met een kavelvorm als een vierkant op het lint Doorzichten op het achterland Eenvoudige erfinrichting met strakke groene omzoming en behoud van doorzichten Directe ontsluiting van het erf op het lint.

24

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Soms liggen er agrarische erven aan de achterkant van het lint; zogenaamde tweedelijnsbebouwing. Hier is uitbreiding mogelijk, mits het dient ter ondersteuning van de (verbrede) functie van het landbouwbedrijf. Deze linten vormen vaak een belangrijke functionele en beleefbare verbinding tussen dorpen onderling en tussen dorpen en het landschap. Spiegeling planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Hollandse Plassen Aan het hoofdzakelijk eenzijdige bebouwingslint staan voornamelijk woningen. Met het slopen van een verouderd bedrijfsgebouw wordt een kleinschalige woningbouwontwikkeling met 6 appartementen mogelijk gemaakt. Rekening wordt gehouden met de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor de historische gaafheid van een lint. De bebouwing sluit aan op de bestaande hoogten van de overige woningen. De ontwikkeling is passend, omdat het appartementengebouw qua bouwmassa vergelijkbaar is met de huidige bebouwing. Het perceel wordt hierdoor niet onevenredig verdicht. Het woongebouw wordt landschappelijk ingepast. Conclusie De nieuwe bebouwing staat met ‘het gezicht’ naar de weg, waarbij het appartementengebouw landschappelijk wordt ingepast. Het bebouwingslint blijft beleefbaar, zodat per saldo de ruimtelijke kwaliteit tenminste gelijk blijft.

Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van het bebouwingslint zonde daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling), waarbij een passende herontwikkeling mogelijk worden gemaakt. Deze functie is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland De gemeenten in de Rijnstreek, waaronder gemeente Nieuwkoop, zijn vanaf 1 april 2010 aangesloten bij het Samenwerkingsverband Holland Rijnland. In verband hiermede is de eerste partiële herziening van de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland vastgesteld door het Algemeen Bestuur Holland Rijnland, waarin de Regionaal Strategische Agenda van het voormalige Rijnstreekberaad, de Transformatievisie Oude Rijnzone en de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Boskoop/ Rijnwoude vanuit de Rijnstreek zijn ingebracht. Deze visie is het gemeenschappelijke toetsingskader van alle Holland Rijnland-gemeenten, waartoe nu ook Nieuwkoop behoort. Op basis hiervan worden de ruimtelijke ontwikkelingen in Holland Rijnland tot 2020 getoetst. De regionale structuurvisie bevat zeven kernbeslissingen die uitgaan van een evenwichtige ontwikkeling van wonen, recreatie, infrastructuur en intensief, meervoudig en duurzaam ruimtegebruik. De kernbeslissingen zijn: Holland Rijnland is een top woonregio; Leiden vervult een regionale centrumfunctie; concentratie van stedelijke ontwikkeling; groenblauwe kwaliteit staat centraal; de Bollenstreek, Veenweide en de Plassen blijven open; twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenport; verbetering van de regionale bereikbaarheid.

De woningbouwontwikkeling in het bebouwingslint van de Oude Nieuwveenseweg ten westen van de kern Nieuwveen levert een bijdrage aan uitwerking van de eerstgenoemde kernbeslissing om in de regio tot 2020 netto 33.000 woningen te bouwen. Op de visiekaart ligt het plangebied in 'Transformatiegebied glastuinbouw' (figuur 8). Conclusie De structuurvisie heeft een hoog abstractieniveau; op perceelsniveau worden hierover geen uitspraken gedaan. Het toevoegen van 6 woningen levert een bijdrage aan het woningbouwprogramma tot 2020 in de regio Holland Rijnland. Er wordt ingespeeld op de behoefte aan goedkope koopwoningen voor de doelgroep starters. Het planinitiatief is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland.

Toelichting

25

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

Figuur 8: Uitsnede Regionale Structuurvisie, Visie 2020. 4.3.2 Regionale Woonagenda 2017 In het kader van de woningbouwprogrammering heeft Holland Rijnland de Regionale Woonagenda 2017 (RWA) opgesteld. In deze visie zijn de woningbouwbehoeften en de woningbouwlocaties met de aantallen woningen in regionaal verband beschouwd. Het doel van de RWA is tweeledig enerzijds willen partijen inzicht hebben in de behoefte naar woningen in Holland Rijnland en hun (gezamenlijke) woningbouwprogramma daar op af te stemmen. Anderzijds heeft de provincie verzocht op regionaal niveau inzicht te geven in de woningbouwbehoefte en het -programma. Tot op heden was dit vooral gericht op afstemming van het aantal te bouwen woningen. Met deze RWA voegt de regio daar de gewenste kwalitatieve richting aan toe. Enerzijds vraagt dit een goed evenwicht tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt, mede ten behoeve van de opgave om 30.000 huishoudens extra te huisvesten in de regio. Als onderbouwing voor de RWA is de werking van de regionale woningmarkt in beeld gebracht, waarmee er zicht is op mechanismen die de toekomstige vraag op de woningmarkt bepalen.

Dit vormt de basis voor een programmering waarmee de regio adequaat kan inspelen op de veranderende vraag: uitgaande van trends voor de korte en lange termijn, de woningbehoefte van de diverse inkomensgroepen, de behoefte onder bijzondere doelgroepen en tot slot de ontwikkeling van de behoefte aan woonmilieus. De RWA helpt gemeenten bij de juiste woning op de juiste plek en afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Daarmee biedt dit een onderbouwing voor plannen, passend bij de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Het toevoegen van 6 woningen in de goedkope koopsector levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Nieuwkoop voor de doelgroep starters. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (6 woningen) niet te worden afgestemd met de Regio, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Woonagenda.

26

Toelichting

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Omgevingsvisie Nieuwkoop De gemeenteraad van Nieuwkoop heeft op 8 juli 2021 de 'Omgevingsvisie Nieuwkoop' vastgesteld. De omgevingsvisie voorziet in een integrale, samenhangende visie op de toekomst van de gemeente Nieuwkoop. Deze geeft op basis van gezamenlijk geformuleerde waarden richting en ruimte aan opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is volledig tot stand gekomen via intensieve samenwerking en participatie met de Nieuwkoopse samenleving en dus echt ‘van buiten naar binnen’. Deze aanpak leidt zonder meer tot een zeer positief maatschappelijk effect: herkenning, meerwaarde, draagvlak en commitment. Een stevige basis voor échte samenwerking met de samenleving. Nieuwkoopse drijfveren De gemeente wil ‘zeven Nieuwkoopse drijfveren’ in de toekomst behouden en versterken. Bij nieuwe ontwikkelingen in de dorpen en in het landschap dien rekening te worden gehouden met deze drijfveren. Het betreft: 1. rust en ruimte 2. weids landschap 3. bijzondere natuur 4. centrale ligging 5. dorps karakter 6. levendige dorpen 7. saamhorigheid. Sterke dorpen Visie: compacte groei met behoud van karakter De gemeente wil dat mensen hier goed en betaalbaar kunnen wonen. Daarom wordt ruimte geboden voor groei, op een manier en schaal die bij de gemeente past.

Zo kunnen jongeren, starters en jonge gezinnen hier (blijven) wonen en blijft de bevolkingsopbouw evenwichtig en gezond. Dat is belangrijk: meer (jonge) inwoners en meer bezoekers zorgen voor levendigheid in de winkelgebieden, voorzieningen en verenigingen. Dat wil de gemeente graag stimuleren. De bouw van nieuwe woningen vindt verspreid over alle dorpen én allereerst binnen de bestaande dorpsgrenzen plaats. Zo wordt het landschap opengehouden en is in de dorpen alles dicht bij de hand. Maar om genoeg woningen toe te voegen, moet de gemeente soms ook aan de randen van de dorpen bouwen. Dan bekijkt de gemeente zorgvuldig waar dat kan. De gemeente ziet de invulling van de woningbouwopgave als motor voor andere opgaven, zoals het voorzieningenniveau, duurzaamheid of gezondheid. Daarbij wordt niet de historie, relatie met het landschap en bijzondere kwaliteiten uit het oog verloren. Duurzaamheidsaspecten Een visie op de toekomst van de gemeente Nieuwkoop en de fysieke leefomgeving is vanzelfsprekend doorspekt met duurzaamheid (in de breedste betekenis van het woord). Net zoals bij een groot aantal andere, meer ‘sectorale’ beleids- en visietrajecten, heeft rond duurzaamheid voortdurend afstemming plaatsgevonden en is steeds sprake geweest van wederzijdse input. Gezondheid Voor het thema gezondheid geldt hetzelfde als bij duurzaamheid, ook qua afstemming en wederzijdse input.

Wat zich in het fysieke domein openbaart, is geworteld in het sociaal-maatschappelijke domein. Daarom moet gezondheid onder de nieuwe Omgevingswet nadrukkelijk in samenhang worden gezien met de fysieke leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan mantelzorg en de mogelijkheid om dit ‘dichtbij huis’ te houden, het belang van een groene en schone leefomgeving, een uitnodigende buitenruimte waar mensen gestimuleerd worden om te bewegen en/of elkaar te ontmoeten, prettig kunnen wonen, het belang van werk voor iemands identiteit en eigenwaarde, woningen en zelfredzaamheid dankzij voldoende voorzieningen (zorg, openbaar vervoer) in de buurt. Toetsing planinitiatief aan Nieuwkoopse drijfveren Voor deze planontwikkeling is drijfveer 5 'dorps karakter' van toepassing. De 13 dorpskernen kennen een

Toelichting

27

bestemmingsplan Oude Nieuwveenseweg 135, Nieuwveen

eigen historie en karakter. Ruimtelijke kenmerken van de kernen zijn kleinschaligheid en overzichtelijkheid: een dorpse leefomgeving. Hier is sprake van een mix van historische en nieuwe bebouwing. Er wordt in principe zoveel mogelijk gebouwd op vrijkomende locaties binnen dorpsgrenzen. In de Omgevingsvisie wordt niet ingegaan op een nieuwe invulling op perceelsniveau, zoals aan de Oude Nieuwveenseweg 135 wordt beoogd. Deze planontwikkeling draagt bij aan het versterken van een bebouwingslint, waarin een een verouderde bedrijfsloods plaats maakt voor 6 appartementen in de goedkope koopsector voor de doelgroep starters. Duurzaamheid wordt beschreven in paragraaf 4.4.4. Conclusie De woningbouw levert een bijdrage aan het behoud van het voorzieningenniveau in de kern in een bestaand bebouwingslint voor de doelgroep starters. De woningbouwontwikkeling wordt passend geacht binnen de doelstellingen van de Omgevingsvisie. 4.4.2 Woonvisie De gemeenteraad van Nieuwkoop heeft op 6 oktober 2016 de Woonvisie Nieuwkoop 2016 - 2025 met als motto 'Woningbouw gericht op de behoefte; nu en in de toekomst' vastgesteld. Deze is tot stand gekomen op basis van een woningmarktonderzoek, de veranderingen in de woningmarkt en de input van de verschillende stakeholders. De nieuwe woonvisie brengt de voornaamste ontwikkelingen in de gemeente in beeld en beschrijft het gekozen woonbeleid.

De belangrijkste beleidsaspecten in de woonvisie zijn: Het bestaande kernenbeleid blijft het uitgangspunt in de gemeente; Kansen scheppen voor jongeren die de wens hebben om in de gemeente te blijven wonen; Het benutten van de aantrekkingskracht op jonge gezinnen; Het vergroten van de voorraad sociale huurvoorraad; Het vergroten van het aanbod van vrije-sector huurwoningen; Verduurzamen van de woningvoorraad; Stimuleren/creëren van mogelijkheden voor ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen; Voldoende woonmogelijkheden bieden voor mensen met een zorgvraag. De Woonvisie geeft richting aan de gemeentelijke inzet rond ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en het grondbeleid met als resultaat een woningaanbod dat ook in de toekomst blijft passen bij de bevolking van onze gemeente. Daarnaast stimuleert een gedragen Woonvisie ook andere partijen in de gemeente om een bijdrage te leveren aan het wonen in Nieuwkoop. Nieuwbouw De Woningbehoefteraming (WBR) 2016, opgesteld door de Provincie Zuid-Holland, laat zien dat in de gemeente tot en met 2025 een behoefte is aan ongeveer 1.100 woningen. De 1.100 woningen zijn nodig om de autonome bevolkingsgroei op te vangen. Het huidige bouwprogramma in de gemeente is ruim 800 woningen. Dit laat zien dat de vraag naar woningen (1.100) groter is dan het aanbod (800).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=a5c54e8c-3bc7-4ce5-afde-b5a1d01d14ba