CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

1 - toelichting en planregels BP Westkanaalweg 31-32

Besluitvormende raadsvergadering 18 november 2021, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan 'Westkanaalweg 31-32, Papenveer' (2021-101)28.494 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan WESTKANAALWEG 31 EN 32, PAPENVEER Gemeente Nieuwkoop

STATUS:

VOORONTWERP

DATUM:

9 april 2021

IMRO IDN:

NL.IMRO.0569.bpTARwestkaw31U32-on01

OPDRACHTNEMER IntROview B.V. Sterrenlaan 24 2743 LS Waddinxveen telefoon 0182 630480 info@introview.nl www.introview.nl

OPDRACHTGEVER v.o.f. Waterrijck Nieuwveenseweg 32 2421 LD Nieuwkoop

STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:

DATUM 20 februari 2020 9 april 2021

VERSIE 2e versie 4e versie

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

4

Toelichting

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

7 7 7 7 8

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur 2.2 Bestaande situatie plangebied

9 9 9

Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Nieuwe situatie 3.2 Verkeer en parkeren

11 11 12

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid 4.5 Conclusie

13 13 16 22 23 26

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader 5.3 Waterhuishouding

27 27 27 29

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

33 33 44 46 48

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

49 49 49 49 51

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

53 53

Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen

55 55 55 55

Regels

57

Toelichting

5

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

58 58 62

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Tuin Water Wonen Waarde - Archeologie 1 Waterstaat - Waterkering

63 63 65 67 70 72

Hoofdstuk3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels

74 74 75 77 78 79

Hoofdstuk4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

80 80 81

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai en vliegtuiglawaai

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Onderzoek archeologie

Bijlage 4

Ecologisch onderzoek

Bijlage 5

Onderzoek berschermde soorten

Bijlagen bij regels Bijlage 1

6

Parkeerbeleid gemeente Nieuwkoop

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de Westkanaalweg 31 staat een leegstaande woning op een zeer ruime kavel. Naast deze woning stond vroeger een café dat in 2004 is gesloopt. De woning is verouderd, zodat de huidige eigenaar deze wil vervangen. Gelijktijdig wordt hier een extra woning voorgestaan. Het toevoegen van een woning is vanuit stedenbouwkundige overwegingen goed inpasbaar, omdat de ruimtelijke kwaliteit van het bebouwingslint door invulling van een open gat, waar vroeger het café stond, wordt verbeterd. Om deze herontwikkeling mogelijk te maken is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt in de bebouwingskern van Papenveer. Ten zuidwesten van het perceel ligt de Bloemenstraat, een ontsluitingsweg voor de achterliggende woonbuurt. Aan de noordwestzijde van het perceel staan grondgebonden woningen. In noordoostelijke richting ligt een tuin van een woning aan het Sluispad met aansluitend een watergang. Aan de overzijde van de Westkanaalweg ligt het Aarkanaal. In figuur 1 is een situatietekening van het plangebied en omgeving opgenomen.

Figuur 1: Plattegrond plangebied (rood gestreept omlijnd) en omgeving.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor onderhavig plangebied geldt het volgende bestemmingsplan: Bestemmingsplan “Langeraar en Papenveer"

Raadsbesluit 28 maart 2013

Uitspraak voorzitter ABRvS 18 juni 2014

De gronden zijn bestemd voor 'Wonen' (figuur 2). Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1'. Voor het zuidoostelijke gedeelte langs de Westkanaalweg is de

Toelichting

7

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' van toepassing. In het bouwvlak is maximaal 1 woning toegestaan, zodat het toevoegen van een tweede woning in strijd is met het bestemmingsplan.

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Langeraar en Papenveer (plangebied rood gestreept omlijnd).

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 5 omvat de waterparagraaf. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de omgevingsaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

8

Toelichting

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Papenveer is een buurtschap met een haakse ligging ten opzichte van de Westkanaalweg en Paradijsweg. Er is één ontsluitingsweg voor Papenveer; de Bloemenstraat/Anjerstraat. Papenveer is een woongebied dat wordt omsloten door agrarische bedrijvigheid dat buiten de woonkern aanwezig is. Aan de overzijde van het Aarkanaal ligt het bedrijventerrein Hoekse Aarkade. Bloemenstraat.

Woningen Westkanaalweg.

Bedrijventerrein Hoekse Aarkade.

Nabijgelegen garagebedrijf met tankstation.

2.2

Bestaande situatie plangebied

Het plangebied is in gebruik als wonen langs de Westkanaalweg. Langs het eenzijdige bebouwingslint, met aan de overzijde het Aarkanaal, staan hoofdzakelijk vrijstaande woningen en enkele bedrijven, waaronder een garagebedrijf. Op het woonperceel stond vroeger naast de bestaande woning een café, dat in 2004 is gesloopt.

Toelichting

9

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

De te slopen woning.

Naastgelegen woning met tuin.

Achtertuin grenzend aan woningen Bloemenstraat.

Achterzijde te slopen woning.

10

Toelichting

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Nieuwe situatie

3.1.1 Planopzet De bestaande woning wordt gesloopt om plaats te maken voor twee vrijstaande woningen in het plangebied. Feitelijk wordt de oude situatie hersteld, omdat hier vroeger ook twee woningen stonden. Het perceel van afgerond 2.100 m² biedt hiervoor voldoende ruimte. Hierbij wordt aansluiting gezocht met nabij aan weerszijde gelegen woningen. De maximum goot- en bouwhoogte van de woningen is bepaald op respectievelijk 6 en 11 meter. Het verkavelingsplan is zodanig opgezet dat er tussen de vrijstaande woningen voldoende open ruimte blijft behouden. De verkavelingstekening is opgenomen in figuur 3. Voor de op het perceel aanwezige beschermenswaardige houtopstand is een kapvergunning benodigd wanneer deze niet kan worden gehandhaafd. Een kapvergunning zal naar waarschijnlijkheid kunnen worden verleend vanwege de slechte conditie hiervan. Hiervoor geldt een herplantplicht, welke als voorwaarde wordt opgenomen aan een te verlenen kapvergunning. Ten opzichte van de bestaande planologische situatie wordt de bestemming 'Tuin' voor de voorgevelrooilijn van de woningen tot de Westkanaalweg volledig doorgetrokken wat een groene uitstraling mogelijk maakt. De twee sloten in het plangebied krijgen in het nieuwe bestemmingsplan de bestemming 'Wonen', omdat het overige watergangen betreft die kunnen worden bestemd als 'Wonen'. In de waterparagraaf wordt hierop ingegaan.

De woningen worden op de Bloemenstraat ontsloten.

Figuur 3: Impressie verkavelingsplan (indicatief) van Ben Kraan Architecten BNA. 3.1.2 Woningbouwprogramma Het woningbouwprogramma bestaat uit 2 vrijstaande woningen. Deze woningen zijn bestemd voor de doelgroep doorstromers. De nieuwbouw wordt gerealiseerd in de dure financieringscategorie. Het programma is opgenomen in tabel 3.1.

Toelichting

11

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Tabel 3.1 Woningen vrijstaand Totaal

3.2

Woningbouwprogramma Financieringscategorie dure sector

Aantal 2 2

Verkeer en parkeren

Verkeer De ruimtelijke structuur wordt bepaald door de gebiedsontsluitingsweg langs het Aarkanaal die de kernen Ter Aar en Nieuwveen met elkaar verbindt. Langs de weg ligt een fietspad met tweerichtingsverkeer. De maximum snelheid is ter plaatse 50 km/ uur. De woningen worden ontsloten via de Bloemenstraat, omdat nieuwe uitritten op de drukke Westkanaalweg vanuit verkeerskundige overwegingen niet wordt voorgestaan. De Westkanaalweg sluit nabij Nieuwveen, via de Geerweg en Vriezenweg, aan op de Provinciale weg N207 (Alphen aan den Rijn/Lisse). De N207 sluit bij Leimuiden aan op de autosnelwegen A4 en A44. Het is met name de verbinding Schilkerweg/Westkanaalweg die wordt gezien als belangrijke regionale verbinding.

Westkanaalweg.

Bloemenstraat.

Parkeren Voor de twee woningen worden de parkeernormen aangehouden overeenkomstig de door de gemeenteraad op 17 september 2015 vastgestelde Nota Parkeerbeleid gemeente Nieuwkoop 2015. De parkeernormen in de rest van de bebouwde kom zijn opgenomen in tabel 3.2. Tabel 3.2 Functie

Parkeernormen Rest bebouwde kom Vrijstaande woning 2,5 twee-aaneengebouwd 2,4

waarvan aandeel bezoekers 0,3 pp 0.3 pp

aantal woningen 2 0

totaal aantal parkeerplaatsen 5 -

Parkeerbalans nieuwe situatie Op eigen terrein worden per woning 3 parkeerplaatsen aangelegd, zodat dit plan kan voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Bij uitwerking van de bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan de parkeernorm. In de Algemene bouw- en gebruiksregels van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

12

Toelichting

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Op 22 november 2011 heeft de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) met bijbehorende stukken aangenomen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft op 13 maart 2012 het vaststellingsbesluit zoals bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) van de SVIR ondertekend. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteit- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid vervangt de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de structuurvisie Randstad 2040. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen met betrekking tot (inter)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies.

Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's rond de mainports (Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. Zo wordt bijvoorbeeld de integrale afweging met betrekking tot de gebiedsontwikkeling Zuidplaspolder niet langer opgenomen in de realisatieparagraaf SVIR. Het hieraan gerelateerde Programma Randstad Urgent en Nota Ruimte Budget komt eveneens te vervallen. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. 4.1.2 Barro Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de nieuwe Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau.

Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met voorschriften voor de andere beleidskaders uit de SVIR, het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening. Het gaat hierbij onder andere om rijksvaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen en ecologische hoofdstructuur (EHS), thans Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het kabinet heeft de keuze voor deze onderwerpen gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte.

Toelichting

13

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog de 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt.

Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplicht van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Het plangebied ligt in een bebouwingslint van de kern Papenveer. De invulling van het plangebied met het toevoegen van 1 extra woning levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop nader ingegaan. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. 4.1.4 Luchthavenindelingbesluit (LIB) Wettelijk kader Het rijksbeleid voor Schiphol is geformuleerd in het Luchthavenindelingsbesluit (LIB), zoals dat in werking is getreden op 1 januari 2018. In dit besluit is een beperkingengebied opgenomen waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting.

Deze regels moeten door gemeenten in acht worden genomen bij bestemmingsplannen en bij omgevingsvergunningen. In het Luchthavenindelingsbesluit zijn twee gebieden vastgesteld: het luchthavengebied en het beperkingengebied. Onderzoek/ beoordeling Beperkingengebied Het plangebied ligt binnen de grens van een 'beperkingengebied', zoals opgenomen in artikel 1.2.1 en bijlage 2 van het LIB, waarbinnen beperkingen worden gesteld ten aanzien van het gebruik en de bestemming van de grond voor zover deze noodzakelijk zijn met het oog op veiligheid en geluidsbelasting. Ook valt het plangebied binnen de LIB-zone 'Beperking bebouwing' zoals opgenomen in bijlage 3 van het LIB (figuur 4). De hoogtebeperkingen zoals opgenomen in bijlage 4 van het LIB zijn van toepassing voor het plangebied. De beperkende hoogte volgens het LIB bedraagt voor het plangebied maximaal 146 m. De te realiseren bebouwing zal echter niet hoger worden dan circa 10 m. Naast voornoemde beperkingen geldt er ook een toetshoogte in verband met de radar (bijlage 4a van het LIB). Ter hoogte van het plangebied is deze hoogte vastgelegd op 80 - 100 m ten opzichte van NAP.

Voor windturbines en lasers in artikel 2.2.4 verder opgenomen dat op de gronden die zijn aangewezen op de kaart in bijlage 6 van het LIB geen vaste laserinstallatie zijn toegestaan en geen windturbine die met de tiphoogte door een vlak met een maatgevende toetshoogte steekt zoals opgenomen in de in bijlage 4 opgenomen kaart, met een ashoogte van meer dan 35 meter, of in geval van plaatsing op een gebouw, met een tiphoogte van meer dan 5 meter dan wel meer dan 35 meter voor gebouw en tiphoogte tezamen. Windmolens en laserinstallaties worden niet mogelijk gemaakt, zodat er uit dien hoofde geen beperkingen zijn.

14

Toelichting

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Geluidscontour Schiphol Binnen de 20 Ke-contour van Schiphol mag buiten bestaand bebouwd/ stedelijk gebied alleen nog worden bijgebouwd als het saldo van sloop en nieuwbouw niet positief is. Concreet betekent dit dat er geen nieuw stedelijk gebied (woningbouw) mag worden ontwikkeld, met uitzondering van woningen die kunnen worden gerealiseerd in het kader van de Ruimte voor ruimte regeling. Herstructurering en intensivering in bestaand bebouwd / stedelijk gebied zijn binnen de 20 Ke-contour wel mogelijk. Het plangebied aan de Westkanaalweg 31 en 32 maakt onderdeel uit van het zogenaamde ‘bestaand stads- en dorpsgebied 2018’ (BSD), zoals laatstelijk door Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 is vastgesteld. Dit betekent dat realisatie mogelijk is. Tegelijkertijd wordt wel opgemerkt dat toekomstige bewoners van onderhavige woningbouwontwikkeling rekening moeten houden met mogelijke geluidsoverlast in verband met de ligging binnen de 20 Ke-geluidscontour van Schiphol. Externe veiligheid In artikel 2.2.1d het tweede lid van dit artikel is aangegeven dat gemotiveerd moet worden op welke wijze rekening is gehouden met de mogelijke gevolgen van een vliegtuigongeval met meerdere slachtoffers op de grond als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen.

De afweging ten aanzien van het aspect externe veiligheid als gevolg van de ligging in het afwegingsgebied externe veiligheid is opgenomen in paragraaf 6.1.6. Voor wat betreft geluid als bedoeld in het Lib-S (artikel 2.2.1d, tweede lid) heeft dit plaatsgevonden in paragraaf 6.1.3. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het Luchthavenindelingbesluit Schiphol geen belemmering oplevert voor de uitvoerbaarheid van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling, omdat het plangebied in het bestaand stads- en dorpsgebied ligt. Eveneens zijn er beperkingen voor Externe veiligheid en geluid. Voorts is de beoogde bebouwing ruimschoots lager dan de maximale bouwhoogte (bijlage 3), toetshoogten (bijlagen 4, 4a en 6) van het LIB, zodat de aanwezigheid van Schiphol en het LIB geen invloed heeft voor dit bestemmingsplan. In de Algemene aanduidingsregels wordt dit geborgd.

Figuur 4: Uitsnede Bijlage 3 bij LIB; Beperking bebouwing.

Toelichting

15

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

4.1.5 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ook levert de uitvoering van het plan geen beperkingen op voor het LIB. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2019 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.

Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Beter benutten en opwaarderen bebouwde ruimte De provincie wil de bebouwde ruimte beter benutten. Onder “bebouwde ruimte” wordt het stelsel verstaan van de systemen stedelijke agglomeratie, dorpen en linten en logistiek-industrieel systeem. Tegelijkertijd is er het streven om de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte te verbeteren. Met de inzet voor beter benutten van de bebouwde ruimte volgt de provincie ontwikkelingen in de maatschappelijke behoefte. De vraag naar wonen en werken in of rond stads- en dorpscentra neemt toe. Die vraag verandert ook van karakter. Mede door technologische ontwikkelingen vervaagt de strikte scheiding tussen wonen en werken. Ruimtelijk staat daarom niet langer functiescheiding centraal. De onderbouwing conform de Ladder voor duurzame verstedelijking vormt een belangrijk uitgangspunt bij het opstellen van regionale visies.

Als het plan qua regionale behoefteraming past in een actuele regionale visie die de instemming heeft van GS, kan daarnaar worden verwezen bij de beschrijving van de behoefte als bedoeld in de Ladder voor duurzame verstedelijking. Gedeputeerde Staten kunnen bij de aanvaarding van een regionale visie aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau volgens de provincie geheel of gedeeltelijk is doorlopen. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving

16

Toelichting

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. In de Omgevingsvisie maakt het plangebied op kaart 59 onderdeel uit van het bestaand stads- en dorpsgebied 2018 (figuur 5). Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening.

De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De ondergrond (eerste laag) van het plangebied wordt gevormd door veen. Binnen het veengebied is een aantal plekken waar in de ondergrond nog grote veenpakketten aanwezig zijn. Niet alleen zijn deze veenpakketten van bijzondere waarde, ook zijn deze gebieden zeer gevoelig voor bodemdaling. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het veenlandschap zorg dragen voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. In de laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van het veen(weide) landschap. De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen.

Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden. Het gebruik richt zich op behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems. Het plangebied is hier voorts aangeduid als lint. Linten zijn lineaire, aangesloten bebouwing langs wegen, waterwegen of dijken met een sterke relatie met het omliggende landschap. Ze bepalen mede de kenmerken van het landschap en zijn daarvan niet los te zien. Om die reden worden linten beschouwd als onderdeel van de tweede laag. Op kaart zijn zowel de linten buiten als binnen het stedelijk gebied aangegeven. De bebouwing ligt op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend.

Op de laag van de stedelijke occupatie maakt het plangebied onderdeel uit van steden en dorpen in de dorpsrand langs een Provinciale weg (figuur 5). Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Als richtpunt wordt onder andere aangehouden dat ontwikkelingen bijdragen aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, door o.a. de nabijheid van voorzieningen. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap. Daarbij worden drie typen 'overgangskwaliteiten' onderscheiden. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, het contact en de overlap).

Toelichting

17

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Op de laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid. De naastgelegen Westkanaalweg is aangeduid als fiets- en wandelroute (indicatief op kaart weergegeven) als onderdeel van het netwerk van fiets- en wandelpaden, terwijl het Aarkanaal is aangemerkt als historische vaarweg.

Figuur 5: Links: uitsnede kaart 59 van Omgevingsvisie en rechts uitsnede kaart Kwaliteitskaart: 'Laag van de stedelijke occupatie'. Het plangebied is met zwarte omlijning aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Het toevoegen van twee woningen, waarvan één vervangende nieuwbouw, is in overeenstemming met de opgaven wonen, ruimte en verstedelijking, omdat het plangebied binnen het bestaand stedelijk gebied ligt, waarbij de richtpunten niet in het geding zijn. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Op grond hiervan dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie als motivering of gedeeltelijke motivering dat de stedelijke ontwikkeling voldoet aan het eerste lid. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 2 woningen mogelijk, waarvan 1 vervangende nieuwbouw. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4).

Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient te zijn onderbouwd. De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig,

18

Toelichting

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

zoals beschreven in paragraaf 4.3.2 terwijl deze herontwikkeling vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is in het bebouwingslint. Een verdere toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c. als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1.

een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. In lid 2 van voornoemd artikel is bepaald dat ruimtelijke ontwikkelingen voor een gebied met beschermingscategorie 2 niet kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling als genoemd onder c (transformeren). Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'steden en dorpen' in de 'stads- en dorpsrand'. Als richtpunten voor steden en dorpen wordt onder andere het volgende aangehouden: Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Een nieuwe uitbreidingswijk bouwt voort op het bestaande stads- en dorpsgebied en versterkt de overgangskwaliteit van de stadsrand. Voor ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand geldt als richtlijn dat deze bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). De nieuwbouw van 2 woningen, waarvan 1 vervangende nieuwbouw, versterkt het lint aan de Westkanaalweg door maximaal twee vrijstaande woningen terug te bouwen.

Deze planontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal bij wat er al staat langs de Westkanaalweg. Gesteld kan worden dat hier sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit plan. 20 Ke-contour Schiphol In artikel 6.14.20, lid 1 is opgenomen dat voor de gronden binnen de 20 Ke-contour, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 13 in bijlage II, een bestemmingsplan kan voorzien in nieuwe woningen, uitsluitend binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Verder is in lid 3 vastgelegd dat voor zover een bestemmingsplan nieuwe woningen toestaat op de gronden binnen de 20 Ke-contour, in de toelichting van dat plan rekenschap wordt gegeven van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen. In paragraaf 4.4.3 wordt hierop ingegaan. Toetsing aan 20Ke-contour Het plangebied ligt binnen de 20 Ke-contour, doch binnen het bestaande stads- en dorpsgebied, zodat een extra woning mogelijk is. In figuur 6 is een uitsnede van Kaart 13 van de Omgevingsverordening opgenomen.

Toelichting

19

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Figuur 6: Uitsnede Kaart 13 Veiligheid. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt 2 woningen mogelijk, waarvan 1 vervangende nieuwbouw, binnen een bestaand bebouwingslint. Deze ruimtelijke ontwikkeling valt onder de noemer 'inpassing', waarbij de ruimtelijke kwaliteit tenminste gelijk blijft. Over deze ontwikkeling heeft regionale afstemming plaatsgevonden met Holland Rijnland. De planontwikkeling wordt opgenomen in de Regionale Woon Agenda (zie paragraaf 4.3.2). Voldaan wordt aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9, lid 1 sub a (inpassen) en lid 4 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan is in overeenstemming met artikel 6.14.20, lid 1, omdat de woningen in het bestaand stedelijk gebied zijn gelegen (20 Ke-contour). Mitsdien is deze ontwikkeling in overeenstemming is met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Hollandse Plassen Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben op 29 mei 2012 het gebiedsprofiel Hollandse Plassen vastgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied.

Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Verschijningsvorm landschap In het Hollands Plassengebied is grofweg een tweedeling te zien tussen veenweidegebieden en droogmakerijen. De veenweidegebieden liggen hoger dan de droogmakerijen en kennen een grote functiemenging. In deze gebieden bevinden zich graslanden voor de melkveehouderij, oude lintdorpen, (glastuinbouw)bedrijven, natuurgebieden en relatief veel opgaand groen in vergelijking met de droogmakerijen. De droogmakerijen hebben een grootschalig, rechthoekig en agrarisch karakter met

20

Toelichting

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

melkveehouderij en akkerbouw. De overgang tussen veenweide en droogmakerij is veelal abrupt door het grote hoogteverschil. Linten blijven linten De bewoning in het Hollands Plassengebied bestaat grotendeels uit langgerekte bebouwingslinten met woon- en werkfuncties langs water, wegen of dijken en met een sterke relatie met het omliggend landschap. Elk lint bezit een eigen kenmerkend karakter. Aan de voorzijde van de lintbebouwing bevindt zich de hoofdontsluiting, aan de achterzijde het ‘landschap’. In de loop der tijd zijn de linten verdicht. Door deze ontwikkeling is er een duidelijk verschil in transparantie van de linten: waar vanuit sommige linten het omliggende landschap goed te ervaren is, zijn andere linten dichtgegroeid of naar binnen gekeerd. De linten kennen allemaal een eigen ritmiek van bebouwing en beplanting en de richting waarop de bebouwing staat ten opzichte van de weg of watergang. Bij veel linten in het Hollandse Plassengebied is het water bepalend voor het karakter en ligt de bebouwing met de voorzijde langs het water (boezemlint en rivierdijklint). Veranderingen binnen de linten vinden plaats door de behoefte aan extra ruimte voor wonen, agrarische activiteiten of bedrijfsruimte. Nieuwbouw heeft tot gevolg dat een lint verdicht, verbreed of verlengd wordt of de schaal van de bebouwing veranderd.

Ambities zijn: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat er op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoud zijn eigen gezicht. Ingesloten lint Het plangebied maakt onderdeel uit van een lint dat is ingesloten door het dorp zonder doorzichten naar het ommeland, maar is nog wel herkenbaar als lint. Vaak vormt dit type de historische kern van het dorp. Deze linten vormen vaak een belangrijke functionele en beleefbare verbinding tussen dorpen onderling en tussen dorpen en het landschap. Ambities voor ingesloten lint zijn onder andere dat er weinig ruimte voor ontwikkelingen is door de dichtheid van het lint, tenzij bebouwing vervangen wordt. Spiegeling planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Hollandse Plassen Aan het eenzijdige bebouwingslint staan in de kern van Papenveer staan voornamelijk vrijstaande woningen.

Met het toevoegen van 2 woningen, waarvan 1 vervangende nieuwbouw, wordt rekening gehouden met de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor de historische gaafheid van een lint. De bebouwing sluit aan op de bestaande hoogten van de overige woningen. De ontwikkeling is passend, omdat de 2 woningen binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd, waarbij sprake is van vervanging, zonder dat het perceel onevenredig wordt verdicht, omdat sprake is van twee ruime kavel. De woningen worden landschappelijk ingepast, waarbij de bestaande kavelstructuur wordt gerespecteerd. Conclusie De nieuwe bebouwing staat met ‘het gezicht’ naar de weg, waarbij de woningen landschappelijk worden ingepast. Het bebouwingslint blijft beleefbaar, zodat per saldo de ruimtelijke kwaliteit tenminste gelijk blijft. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van het bebouwingslint zonde daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling), waarbij een passende herontwikkeling mogelijk worden gemaakt. Deze functie is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel.

Toelichting

21

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland De gemeenten in de Rijnstreek, waaronder gemeente Nieuwkoop, zijn vanaf 1 april 2010 aangesloten bij het Samenwerkingsverband Holland Rijnland. In verband hiermede is de eerste partiële herziening van de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland vastgesteld door het Algemeen Bestuur Holland Rijnland, waarin de Regionaal Strategische Agenda van het voormalige Rijnstreekberaad, de Transformatievisie Oude Rijnzone en de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Boskoop/ Rijnwoude vanuit de Rijnstreek zijn ingebracht. Deze visie is het gemeenschappelijke toetsingskader van alle Holland Rijnland-gemeenten, waartoe nu ook Nieuwkoop behoort. Op basis hiervan worden de ruimtelijke ontwikkelingen in Holland Rijnland tot 2020 getoetst. De regionale structuurvisie bevat zeven kernbeslissingen die uitgaan van een evenwichtige ontwikkeling van wonen, recreatie, infrastructuur en intensief, meervoudig en duurzaam ruimtegebruik. De kernbeslissingen zijn: Holland Rijnland is een top woonregio; Leiden vervult een regionale centrumfunctie; concentratie van stedelijke ontwikkeling; groenblauwe kwaliteit staat centraal; de Bollenstreek, Veenweide en de Plassen blijven open; twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenport; verbetering van de regionale bereikbaarheid.

De woningbouwontwikkeling in het bebouwingslint van de Westkanaalweg in de woonkern Papenveer levert een bijdrage aan uitwerking van de eerstgenoemde kernbeslissing om in de regio tot 2020 netto 33.000 woningen te bouwen. Op de visiekaart ligt het plangebied in 'stedelijk gebied' (figuur 7). Conclusie De structuurvisie heeft een hoog abstractieniveau; op perceelsniveau worden hierover geen uitspraken gedaan. Het toevoegen van 2 woningen, waarvan 1 vervangende nieuwbouw, levert een bijdrage aan het woningbouwprogramma tot 2020 in de regio Holland Rijnland. Er wordt ingespeeld op de behoefte aan dure woonmilieus. Het planinitiatief is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland.

Figuur 7: Uitsnede Regionale Structuurvisie, Visie 2020.

22

Toelichting

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

4.3.2 Regionale Woonagenda 2017 In het kader van de woningbouwprogrammering heeft Holland Rijnland de Regionale Woonagenda 2017 (RWA) opgesteld. In deze visie zijn de woningbouwbehoeften en de woningbouwlocaties met de aantallen woningen in regionaal verband beschouwd. Het doel van de RWA is tweeledig enerzijds willen partijen inzicht hebben in de behoefte naar woningen in Holland Rijnland en hun (gezamenlijke) woningbouwprogramma daar op af te stemmen. Anderzijds heeft de provincie verzocht op regionaal niveau inzicht te geven in de woningbouwbehoefte en het -programma. Tot op heden was dit vooral gericht op afstemming van het aantal te bouwen woningen. Met deze RWA voegt de regio daar de gewenste kwalitatieve richting aan toe. Enerzijds vraagt dit een goed evenwicht tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt, mede ten behoeve van de opgave om 30.000 huishoudens extra te huisvesten in de regio. Als onderbouwing voor de RWA is de werking van de regionale woningmarkt in beeld gebracht, waarmee er zicht is op mechanismen die de toekomstige vraag op de woningmarkt bepalen.

Dit vormt de basis voor een programmering waarmee de regio adequaat kan inspelen op de veranderende vraag: uitgaande van trends voor de korte en lange termijn, de woningbehoefte van de diverse inkomensgroepen, de behoefte onder bijzondere doelgroepen en tot slot de ontwikkeling van de behoefte aan woonmilieus. De RWA helpt gemeenten bij de juiste woning op de juiste plek en afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Daarmee biedt dit een onderbouwing voor plannen, passend bij de Ladder voor duurzame verstedelijking. Conclusie Het toevoegen van 2 woningen in de dure koopsector, waarvan 1 vervangende nieuwbouw, levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Nieuwkoop voor de doelgroep doorstromers. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (2 woningen) niet te worden afgestemd met de Regio, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het plan past binnen de regionale woningbouwafspraken en de Regionale Woon Agenda.

4.4

Gemeentelijk beleid

4.4.1 Structuurvisie De gemeenteraad van Nieuwkoop heeft op 16 juli 2009 de structuurvisie 'Nieuwkoop 2040 Ondernemend, Groen en Duurzaam' vastgesteld. In deze visie is de ruimtelijke ontwikkeling vastgelegd met een toekomstbeeld tot 2040. Nieuwkoop dient in 2040 een groene, dynamische en op duurzaamheid gerichte gemeenschap met sterke contrasten tussen de kernen, het agrarisch landschap en het natuurgebied te zijn. Nieuwkoop is in 2040 een duurzame gemeente die op zijn eigen manier sterk bijdraagt aan een mooi en vitaal Groene Hart. Daarbij richt de gemeente zich op kansrijke thema's voor de toekomst: rust, groen en ruimte voor de stedeling, duurzaamheid en het uitbouwen van het netwerk van de Hollandse Plassen. De 13 kernen van de gemeente hebben elk hun eigen karakter, afhankelijk van hun omvang en ligging. De kernen zijn daartoe onderverdeeld in drie categorieën (ABC). Deze indeling is gebruikt om gewenste ontwikkelingen te schetsen richting 2040 en een kader te bieden om ongewenste ontwikkelingen tegen te houden. De ABC indeling is gebaseerd op een samenspel van verschillende gegevens zoals ligging in een van de drie deelgebieden, inwonertal, bestaande plannen voor de toekomst, huidig voorzieningenpeil, beleving en openbaar vervoer voorzieningen. In C-kernen, waartoe Papenveer behoort, zijn de kleine dorpen.

Ze hebben weinig of geen voorzieningen en zien hiervoor dus grotendeels aangewezen op de B en A kernen. In paragraaf 5.6 van de structuurvisie (Bouwen voor de toekomst) wordt niet ingegaan op een nieuwe invulling op perceelsniveau, zoals het bebouwingslint aan de Westkanaalweg in Papenveer wordt beoogd. In het toekomstbeeld ligt het plangebied de kern Papenveer (figuur 8).

Toelichting

23

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

Figuur 8: Uitsnede toekomstbeeld structuurvisie. Conclusie De woningbouw levert een bijdrage aan de behoefte naar groenstedelijke woonmilieus voor de doelgroep doorstromers in een bestaand bebouwingslint. De woningbouwontwikkeling wordt passend geacht binnen de doelstellingen van de Structuurvisie. 4.4.2 Woonvisie De gemeenteraad van Nieuwkoop heeft op 6 oktober 2016 de Woonvisie Nieuwkoop 2016 - 2025 met als motto 'Woningbouw gericht op de behoefte; nu en in de toekomst' vastgesteld. Deze is tot stand gekomen op basis van een woningmarktonderzoek, de veranderingen in de woningmarkt en de input van de verschillende stakeholders. De nieuwe woonvisie brengt de voornaamste ontwikkelingen in de gemeente in beeld en beschrijft het gekozen woonbeleid. De belangrijkste beleidsaspecten in de woonvisie zijn: Het bestaande kernenbeleid blijft het uitgangspunt in de gemeente; Kansen scheppen voor jongeren die de wens hebben om in de gemeente te blijven wonen; Het benutten van de aantrekkingskracht op jonge gezinnen; Het vergroten van de voorraad sociale huurvoorraad; Het vergroten van het aanbod van vrije-sector huurwoningen; Verduurzamen van de woningvoorraad; Stimuleren/creëren van mogelijkheden voor ouderen om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen; Voldoende woonmogelijkheden bieden voor mensen met een zorgvraag.

De Woonvisie geeft richting aan de gemeentelijke inzet rond ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en het grondbeleid met als resultaat een woningaanbod dat ook in de toekomst blijft passen bij de bevolking van onze gemeente. Daarnaast stimuleert een gedragen Woonvisie ook andere partijen in de gemeente om een bijdrage te leveren aan het wonen in Nieuwkoop. Nieuwbouw De Woningbehoefteraming (WBR) 2016, opgesteld door de Provincie Zuid-Holland, laat zien dat in de gemeente tot en met 2025 een behoefte is aan ongeveer 1.100 woningen. De 1.100 woningen zijn nodig om de autonome bevolkingsgroei op te vangen. Het huidige bouwprogramma in de gemeente is ruim 800 woningen. Dit laat zien dat de vraag naar woningen (1.100) groter is dan het aanbod (800). De behoefte aan/ de ruimte voor nieuwe plannen benut de gemeente zo veel mogelijk door samen met andere

24

Toelichting

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

partijen de verschillende volkshuisvestelijke opgaven te realiseren. Het blijft hierbij de voorkeur om nieuwbouw te realiseren in de grotere kernen en binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. Naast de woningen ten behoeve van de groei van de eigen bevolking voorziet de gemeente in de (boven)regionale opgave met de bouw van 330 woningen boven de behoefteraming. De opgaven samen betekenen een bouwopgave van 1.430 (1.100 + 330) woningen tot en met 2025. De beschikbare ruimte tussen de Woningbehoefteraming (WBR) en het bouwprogramma vraagt om nadere invulling. De beschikbare ruimte krijgt invulling vanuit de volkshuisvestelijke opgaven en de onbenutte bouwmogelijkheden. Er zijn binnen de gemeente namelijk nog onbenutte bouwmogelijkheden die buiten het huidige bouwprogramma vallen. Deze bestaande capaciteit bestaat onder andere uit nog niet gerealiseerde bedrijfswoningen en ruimte-voor-ruimte woningen. Woonfonds Op grond van de Woonvisie kan de gemeente nadere eisen stellen ten aanzien van de nieuwbouw van koop- en huurwoningen dat minimaal 25% van de woningen in de sociale woningbouw wordt gerealiseerd.

Daar waar dit niet wordt gerealiseerd dient initiatiefnemer op grond van de 'Verordening Woonfonds Nieuwkoop 2011, herziening 2012' een storting te doen in het Fonds sociale woningbouw als bijdrage ruimtelijke ontwikkeling sociale woningbouw om elders voldoende sociale huurwoningen te kunnen bouwen. De gemeente bevordert het bouwen van voldoende betaalbare woningen via het Woonfonds. Zodra een ontwikkelaar minder huurwoningen bouwt dan door de gemeente is vastgesteld, dan betaalt de ontwikkelaar een bedrag aan het Woonfonds. Bouwt een ontwikkelaar meer sociale huurwoningen, dan krijgt hij een bedrag uit het Woonfonds. De komende jaren blijft de gemeente het Woonfonds als stimulans inzetten. Toetsing planinitiatief In de vier grote A-kernen streeft de gemeente naar een voorzieningenniveau waar ook de inwoners van de B- en C-kernen, waaronder Papenveer behoort, gebruik van maken. Om dit voorzieningenniveau in stand te houden, concentreert de gemeente woningbouwlocaties in de vier A-kernen. Dit betekent niet dat er een bouwstop is in B- en C-kernen. De gemeente blijft de vitaliteit van de kleine dorpen stimuleren, maar gebruikt daarvoor andere, meer geschikte, middelen dan nieuwbouw of actief grondbeleid. Door particuliere ontwikkelingen ontstaan er kleinschalige impulsen voor de kleinere dorpen.

Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van 2 grondgebonden koopwoningen, waarvan 1 vervangende nieuwbouw, mogelijk in het hogere segment in de kern Papenveer. De behoefte naar koopwoningen in deze financieringscategorie is groot. Omdat er geen sociale woningbouw plaatsvindt zal er een afdracht voor de extra woning plaatsvinden in het Woonfonds. Conclusie In de Woonvisie wordt beperkt ingegaan op particuliere initiatieven. Geconstateerd wordt dat de gemeente niet de enige is die woningen bouwt in de gemeente, maar dat ook woningcorporaties een deel voor hun rekening nemen alsmede particuliere initiatieven. Deze particuliere planontwikkeling levert een bijdrage aan de uitvoering van de Woonvisie om voldoende woningen in de dure koopsector te realiseren voor de doelgroep doorstromers in een C-kern. 4.4.3 Beleidsregel Wonen & Vliegen De gemeenteraad van Nieuwkoop heeft op 11 mei 2017 de beleidsregel Wonen & vliegen (nieuwbouw binnen 20 Ke-contouren en LIB 4) vastgesteld. De beleidsregel is op 26 mei 2017 in werking getreden. Met deze beleidsregel legt de gemeente vast op welke wijze zij ‘rekenschap’ geeft in bestemmingsplannen over bijvoorbeeld geluidsbelasting van nieuwe woningen en indien nodig maatregelen om het geluidsniveau binnen de woning te verminderen.

In de toelichting van het ruimtelijke plan (hier het bestemmingsplan), is extra aandacht bij de afweging van de belangen die met de beoogde woningbouw zijn gemoeid binnen 20 Ke-contour. Er worden afwegingen gemaakt in de toelichting waarbij lokale leefbaarheid en vitaliteit een belangrijke rol spelen. Ten aanzien hiervan wordt het volgende opgemerkt. Woningbouw is mogelijk, omdat het plangebied is gelegen binnen de provinciale bebouwingscontour van het stads- en dorpsgebied 2018 (zie figuur 6). Met het vaststellen van een beleidsregel, heeft de gemeente de bevoegdheid om zelf in bepaalde gevallen belangen af te wegen. De gemeente dient

Toelichting

25

bestemmingsplan Westkanaalweg 31 en 32, Papenveer

daarbij verantwoordelijkheid te dragen voor ruimtelijke beslissingen in relatie tot luchtvaartgeluid, waarbij tevens verantwoordelijkheid genomen zal moeten worden voor het afhandelen van klachten uit gebieden waarin nieuwbouw wordt gepleegd. Op de volgende wijze zal rekenschap worden gegeven: a. de woningen worden gebouwd overeenkomstig het bepaalde in het Bouwbesluit, waarbij in bijzonder aandacht zal worden gevraagd voor geluidsisolatie als gevolg van vlieglawaai. In de te verlenen omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen zullen hieraan voorwaarden worden verbonden. b. In de exploitatieovereenkomst tussen gemeente en exploitant wordt vastgelegd dat: 1. de exploitant bekend is met het feit dat het plangebied zich geheel bevindt op een met vliegtuiggeluid belaste locatie en met de daaruit voortvloeiende gebruiksbeperkingen; 2. de exploitant verplicht is een kettingbeding op te nemen in de koop/ verkoopovereenkomsten met de (toekomstige) eigenaren van de woningen, waarin wordt vastgelegd dat: de gebruikers van de woningen bekend zijn met vliegtuiglawaai van vliegverkeer vanaf en naar Schiphol; de luchtvaartsector gevrijwaard wordt van extra (isolatie)kosten als gevolg van de planologische ruimte voor woningbouw binnen de 20 Ke-contour Met inachtneming van het vorenstaande is bouwen binnen de 20Ke-contour verantwoord.

De leefbaarheid voor de bewoners wordt voldoende gegarandeerd door extra eisen te stellen aan geluidsisolatie, zodat een gezond binnenklimaat kan worden bereikt. Voort zorgt de bouw van 2 woningen aan de Westkanaalweg in Papenveer ervoor dat tegemoet wordt gekomen aan de lokale woningbehoefte. De woningbouw draagt bij aan de vitaliteit van de kern Papenveer. De gemeente zelf zal vooralsnog gebruik maken van bestaande structuren van informatievoorziening en klachtenafhandeling. Conclusie Dit bestemmingsplan houdt rekening met de Beleidsregel Wonen & Vliegen door in de exploitatieovereenkomst afspraken te maken met de marktpartij over de hiervoor genoemde punten. 4.4.4 Gemeentelijk milieubeleid Duurzaamheidsagenda 2015-2018 Het algemene kader voor het milieubeleid van de gemeente Nieuwkoop is vastgelegd in de Duurzaamheidsagenda. Dit beleid kent een directe relatie met de ruimtelijke ordening, bijvoorbeeld met betrekking tot de doelstellingen voor duurzame inrichting, voor duurzame (steden-)bouw, als ook voor het klimaat en energiebesparing, gebaseerd op het werkprogramma Schoon en Zuinig van het Kabinet. Voor bepaalde milieuaspecten is het milieubeleid nader uitgewerkt. Hierop wordt in Hoofdstuk 6 (omgevingsaspecten) nader ingegaan. Conclusie De woningen worden zonder gasaansluiting gerealiseerd en zo energieneutraal mogelijk uitgevoerd.

Overige nader te onderzoeken maatregelen zijn onder andere: plaatsing zonnepanelen, warmteopslag in de grond of warmtepomp via de lucht, warmteterugwinning vanuit ventilatie en vanuit douchewater en opvang en recyclen van regenwater. Bij uitwerking van het bouwplan zal rekening worden gehouden met de gemeentelijke uitgangspunten van het gemeentelijk beleid op het gebied van duurzaam bouwen.

4.5

Conclusie

Op grond van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat met deze planontwikkeling geen rijksbelangen zijn gemoeid. Deze planontwikkeling is in overeenstemming met de provinciale Omgevingsvisie en Omgevingsverordening, omdat het toevoegen van twee woningen aansluit bij de bestaande identiteit zonder dat de structuur van het bebouwingslint wordt aangetast. Voorts heeft er regionale afstemming plaatsgevonden over het woningbouwprogramma. Het programma wordt opgenomen in de Regionale Woonagenda. Mitsdien is het bestemmingsplan in overeenstemming met de provinciale belangen. De planontwikkeling op onderhavige locatie past voorts binnen de uitgangspunten van het gemeentelijke beleid, zoals dat is vastgelegd in de hiervoor genoemde beleidsdocumenten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=ac162976-70d2-46c8-a6e3-370d61645a70