1 - Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Meije 86, Nieuwkoop
oktober 2022
Status: ontwerp
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
Bestemmingsplan Meije 86, Nieuwkoop
Plannaam:
Meije 86, Nieuwkoop
Plantype:
Bestemmingsplan
Status:
Ontwerp
IMRO-nummer: NL.IMRO.0569.bpNKPLandelmeije86-on01
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
1
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
TOELICHTING
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 5 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 2 2.1 2.2 2.3
BESCHRIJVING PLANGEBIED .............................................................. 8
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 8 GEWENSTE SITUATIE ................................................................................................................................... 10 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 13 3.1 3.2 3.3 3.4
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 13 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 15 REGIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 21 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 23
HOOFDSTUK 4 MILIEU-EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 28 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
GELUID .................................................................................................................................................... 28 BODEM.................................................................................................................................................... 29 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 31 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 32 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 33 GEUR ...................................................................................................................................................... 36 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 37 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 41 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ..............................................................................................................
43 LUCHTHAVENINDELINGBESLUIT (LIB) ............................................................................................................. 45
HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 46 5.1 5.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 46 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 48
HOOFDSTUK 6 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 49 6.1 6.2 6.3
INLEIDING................................................................................................................................................. 49 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 49 VERANTWOORDING VAN DE REGELS............................................................................................................... 51
HOOFDSTUK 8 INSPRAAK, VOOROVERLEG EN ZIENSWIJZEN ........................................ 53 8.1 8.2 8.3
VOOROVERLEG .......................................................................................................................................... 53 INSPRAAK ................................................................................................................................................. 53 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 53
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ............................................................................... 54 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING.............................................................................................................. 55 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ...................................................................................... 56 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 57 AANVULLEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 58
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9
STIKSTOFONDERZOEK.......................................................................................................................... 59 QUICKSCAN NATUURWAARDENONDERZOEK ............................................................................................ 60 NADER ONDERZOEK HUISMUSSEN EN DAGACTIEVE BROEDVOGELS ................................................................ 61 ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK.................................................................................................... 62 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 63
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de locatie aan de Meije 86 te Nieuwkoop (hierna: plangebied). Ter plaatse is een voormalige agrarisch melkveebedrijf aanwezig bestaande uit een bedrijfswoning met meerdere stallen en bijgebouwen. Het voornemen is om de locatie te herontwikkelen voor woningbouw. Concreet gaat het om het slopen van alle aanwezige bebouwing, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning en de hooiberg en het realiseren van drie grondgebonden vrijstaande woningen met bijbehorende bouwwerken, waardoor er ter plaatse een woonerf ontstaat. Daarnaast zal de insteekhaven naast de bestaande (bedrijfs)woning worden vastgelegd. Omdat deze ontwikkeling niet in overeenstemming is met het vigerende bestemmingsplan is een herziening van het planologisch regime via een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de wijziging van de bestemming vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt aan de Meije 86 te Nieuwkoop. De ligging van het plangebied (rode ster) ten opzichte van de kern Nieuwkoop en de directe omgeving (rode contour) is indicatief weergegeven in afbeelding 1.1.
Afbeelding 1.1
1.3
Ligging van het plangebied ten opzichte van Nieuwkoop en de directe omgeving (Bron: PDOK)
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ bestaat uit de volgende stukken: • •
verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0569.bpNKPLandelmeije86-on01) en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Huidig planologisch regime
1.4.1
Algemeen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Landelijk gebied Nieuwkoop”. Dit bestemmingsplan is op 3 november 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Hieronder is een uitsnede van het geldende bestemmingsplan opgenomen, waarbij het plangebied met een rode contour is aangegeven.
Afbeelding 1.2
1.4.2
Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Landelijk gebied Nieuwkoop” (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)
Beschrijving bestemmingen en aanduidingen
De gronden binnen het plangebied zijn voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ met een bouwvlak en de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 1’ en ‘Waterstaat – Waterkering’. Tevens gelden de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – landschapstype oeverwallen’, ‘overige zone – meijegraslanden’ en ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied’. Hierna wordt kort ingegaan op de geldende bestemmingen. ‘Agrarisch met waarden’ met een bouwvlak De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf, het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsuitoefening, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de aangeduide landschapstypen en de ter plaatse aanwezige dan wel aan deze gronden eigen natuurwaarden, wegen en paden, water- en waterhuishoudkundige voorzieningen, extensief recreatief medegebruik, nutsvoorzieningen met de daarbij behorende bebouwing, erven, in- en uitritten, en voorzieningen waaronder begrepen kavel- en ontsluitingspaden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp Per agrarisch bedrijf is maximaal één bedrijfswoning toegestaan. Een nieuwe bedrijfswoning en/of nieuwe bedrijfsgebouwen zijn uitsluitend toelaatbaar indien het bouwplan noodzakelijk is voor de toegelaten bedrijfsvoering en gebouwen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan. ‘Waarde – Archeologie 1’ De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden, waarbij de bestemming 'Waarde - Archeologie 1' voorrang heeft op de andere daar voorkomende enkelbestemmingen. Er kan middels een omgevingsvergunning worden afgeweken van het verbod om op of in de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, dieper dan 50 cm en over een (totale) oppervlakte groter dan 100 m², mits archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat de archeologische waarden niet worden verstoord of afdoende worden beschermd. ‘Waterstaat – Waterkering’ De voor ‘Waterstaat – Waterkering’ aangewezen gronden zijn, mede bestemd voor de waterkering, waterhuishouding en waterstaat, waarbij de bestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ voorrand heeft op de andere daar voortkomende enkelbestemmingen.
Er kan middels een omgevingsvergunning worden afgeweken van het verbod om te bouwen of te laten bouwen op gronden met de dubbelbestemming ‘Waterstaat Waterkering', mits de bouw verenigbaar is met de belangen van de betreffende leiding, de veiligheid van de waterstaat en/of waterkering niet wordt geschaad en de beheerder van de waterkering om advies is gevraagd. ‘Overige zone – landschapstype oeverwallen’ Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - landschapstype oeverwallen' is het beleid gericht op het behoud, het herstel, en de ontwikkeling van het kleinschalig oeverwallenlandschap. ‘Overige zone – meijegraslanden’ Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - meijegraslanden' kan binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden' geen gebruik worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid om de bestemming 'Agrarisch met waarden' te wijzigen naar 'Natuur'. ‘Wetgevingszone – wijzigingsgebied’ Ter plaatse van de aanduiding 'wetgevingszone - wijzigingsgebied' kunnen burgemeester en wethouders de bestemming 'Agrarisch met waarden' danwel ‘Natuur’ wijzigen naar de bestemming 'Natuur' danwel ‘Agrarisch met waarden’, mits de eigenaar van de bij wijziging betrokken gronden daar schriftelijk mee heeft ingestemd.
1.4.3
Strijdigheid
Het voornemen bestaat om het voormalig agrarisch erf te herontwikkelen naar een woonerf. Daarnaast zal de insteekhaven naast de bestaande (bedrijfs)woning worden vastgelegd. Vanwege het ontbreken van een passende woonbestemming met bijbehorende passende bouw- en gebruiksregels en waterbestemming is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en gewenste situatie in het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie ZuidHolland en de gemeente Nieuwkoop beschreven. In hoofdstuk 4 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. Hoofdstuk 5 gaat in op de wateraspecten waaronder de watertoets. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op de inspraak en het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
HOOFDSTUK 2 2.1
BESCHRIJVING PLANGEBIED
Huidige situatie
Het plangebied ligt aan de Meije 86, in het buitengebied van de gemeente Nieuwkoop. Het riviertje de Meije, een zijrivier van de Oude Rijn is een belangrijke structuurdrager in het gebied. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden, natuur, water en (agrarische) bedrijven en woningen langs de Meije. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrensd door agrarische gronden. Ten zuiden en oosten van het plangebied stroomt het riviertje de Meije waarlangs de weg Meije ligt. Aan de overzijde van de Meije, ten zuiden van het plangebied ligt een kampeerterrein, grondgebonden agrarische bedrijven en woningen. Ter plaatse van het plangebied is een (voormalige) melkveehouderij aanwezig met meerdere stallen en een bedrijfswoning. De gronden zijn nagenoeg geheel voorzien van bebouwing en/of verharding. Rondom de bedrijfswoning zijn de gronden deels onverhard en in gebruik als tuin. De luchtfoto in afbeelding 2.1 geeft een goed beeld van de huidige situatie en omgeving van het plangebied. Daarnaast zijn een aantal luchtfoto’s opgenomen in afbeelding 2.2 en 2.3.
Afbeelding 2.1
Luchtfoto plangebied en omgeving (Bron: PDOK)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
Afbeelding 2.2
Luchtfoto plangebied vanuit het zuidoosten (Bron: ErvenConsulenten.nl)
Afbeelding 2.3
Luchtfoto plangebied vanuit westen (Bron: ErvenConsulenten.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
2.2
Gewenste situatie
Het voornemen is om binnen het plangebied de landschapsontsierende bebouwing te slopen. In afbeelding 2.4 is met rood aangegeven welke gebouwen zullen worden gesloopt. Dit zijn de ligboxenstal (C), schapenstal/werkplaats met aanbouw jongveestal (D en G), werktuigenloods (E), berging en varkensschuur (F) en een mestsilo (H). Daarnaast zal alle erfverharding, sleufsilo’s en mestkelders worden verwijderd.
Afbeelding 2.4
De te slopen bebouwing in het plangebied (Bron: ErvenConsulenten.nl)
De bestaande woning en de hooiberg blijven behouden, deze hebben immers nog een gebruikswaarde. De bestaande woning krijgt daarnaast nog een nieuwe bijgebouw. Op de locatie van de te slopen schuren en stallen zullen drie vrijstaande woningen met bijbehorende bijgebouwen, (parkeer)voorzieningen en tuinen worden gerealiseerd. Deze nieuwe woningen zullen samen met de bestaande bedrijfswoning rondom de hooiberg gesitueerd worden, waardoor het geheel ruimtelijk gezien als één erf kan worden beschouwd. Het gehele erf zal landschappelijk worden ingepast volgens de geldende kernkwaliteiten. Daarnaast zal de insteekhaven naast de bestaande woning bestemd worden en daarmee behouden blijven. De overige gronden van het voormalig agrarische bedrijf (de gronden buiten het plangebied) worden overgedragen aan natuurbeheer waarmee de ontwikkeling ruimte biedt aan de omliggende natuur. In onderstaande afbeelding is een uitsnede van het ruimtelijke kwaliteitsplan opgenomen. In bijlage 1 van deze toelichting is het gehele ruimtelijke kwaliteitsplan opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
Afbeelding 2.5
Uitsnede landschappelijke inpassing plangebied (Bron: ErvenConsulenten.nl)
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de verkeersgeneratie en de parkeerbehoefte die ontstaat als gevolg van de nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW bovengenoemde publicatie opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van onder andere de verkeergeneratie. De gemeente Nieuwkoop heeft deze parkeernormen doorvertaald in de ‘Nota parkeernormen gemeente Nieuwkoop 2021’ (vastgesteld 8 juli 2021). De parkeerkencijfers uit CROW-publicatie 381 kennen een brandbreedte (min-max). Voor de gemeente Nieuwkoop is de keuze gemaakt om aan de bovenkant te gaan zitten van de bandbreedte. Bij vaststelling van de parkeernormen gaat de gemeente uit van een norm die ligt tussen het gemiddelde en de maximum van een bepaalde functie. Er wordt in de nota onderscheid gemaakt in grondgebonden woningen, gestapelde woningen en sociale huurwoningen.
Voor grondgebonden woningen, gestapelde woningen en sociale huurwoningen wordt de gebruikersoppervlakte (GBO) van de woning maatgevend voor de parkeernorm.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp 2.3.2
Situatie plangebied
2.3.2.1 Uitgangspunten Voor de berekening van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • • •
Stedelijkheidsgraad: ‘niet stedelijk’ (bron: Nota parkeernormen Nieuwkoop 2021); Stedelijk gebied: ‘rest bebouwde kom’ (bron: Nota parkeernormen Nieuwkoop 2021); Woningtype: 3 nieuwe en 1 bestaande grondgebonden vrijstaande woning(en) >130 m2 GBO (gebruikersoppervlakte).
2.3.2.2 Parkeerbehoefte Op basis van voorgenoemde uitgangspunten ontstaat er het volgende beeld voor wat betreft de parkeerbehoefte. Type woning Grondgebonden woningen > 130 m2 GBO
Parkeernorm per woning 2,5
Aantal woningen
parkeerbehoefte
4
(2,5*4=) 10 Totaal: 10 parkeerplaatsen
Voor de woningtypen “vrijstaand” gaat de gemeente bij woningbouwontwikkelingen uit van parkeren op eigen terrein. Het plangebied is van ruime omvang dat kan worden voorzien in de 10 benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein.
2.3.2.3 Verkeersgeneratie Op basis van de in paragraaf 2.3.2.1 beschreven uitgangspunten en de in onderstaande tabel aangegeven type woningen, ontstaat er het volgende beeld voor wat betreft de verkeersgeneratie. Type woning
Koop, huis, vrijstaand
Verkeersgeneratie per woning per weekdagetmaal 8,2
Aantal
Verkeersgeneratie per weekdagetmaal
4
(8,2*4=) 32,8 Totaal: 33
De ontwikkeling genereert afgerond 33 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Gesteld wordt dat de omliggende wegen en infrastructuur van voldoende capaciteit zijn om de voorgenoemde verkeersbewegingen eenvoudig en veilig af te kunnen wikkelen. Tevens wordt opgemerkt dat als gevolg van voorgenomen ontwikkeling de agrarische activiteiten en de daarbij behorende verkeersbewegingen komen te vervallen. De daadwerkelijke toename aan verkeersbewegingen ligt dan ook lager.
2.3.3
Conclusie
Gelet op het vorenstaande vormt het aspect ‘verkeer en parkeren’ geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving.
3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3.
Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties.
3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp 3.1.2.2 Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat de ladder van toepassing is bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Er zijn inmiddels meerdere gerechtelijke uitspraken geweest over deze begripsdefinitie. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van 3 nieuwe woningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning bestemd als burgerwoning. Per saldo is er dus sprake van het toevoegen van drie nieuwe woningen. In voorliggende geval is de ladder voor duurzame verstedelijk dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het rijksbeleid.
3.1.3
Conclusie toetsing aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
3.2.1.1 Algemeen Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • •
• •
Introductie op het omgevingsbeleid, waarin opgenomen de kaartbeelden en beschrijving van de ruimtelijke hoofdstructuur; de ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: Ambities en sturing. De provincie wil met haar Omgevingsvisie een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. de samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Dit bestaande beleid is integraal toegankelijk via de digitale raadpleegomgeving.
De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving
In het programma zijn instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. In het kader van dit plan zijn met name de beleidskeuzes ‘Verstedelijking’ en ‘Wonen’ van belang. De beleidsbeslissingen zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie werken door naar regels in de omgevingsverordening. Op de genoemde onderdelen wordt hierna ingegaan.
3.2.1.2 Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. De provincie hanteert de volgende uitgangspunten voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen: • • • • • •
Bouw naar behoefte; Bouw binnen bestaand stads- en dorpsgebied; Bouw georiënteerd op hoogwaardig openbaar vervoer; versterk de langzaam vervoersrelaties; houdt rekening met de gevolgen van de ontwikkeling voor de bereikbaarheid; Benut het netwerk van stedelijke centra en knooppunten; Bouw toekomstbestendig; houd rekening met energietransitie, natuurinclusiviteit, klimaatadaptie en een gezonde leefomgeving; Bouw voldoende betaalbare woningen.
Naast de locaties voor mogelijke uitbreiding zijn er veel kansen voor inbreiding en verdichting in de bestaande kernen. Specifiek zijn er kansen op de volgende drie locaties: 1) in naoorlogse wijken, 2) in de nabijheid hoogwaardig openbaar vervoersknooppunten en 3) functiemenging op locaties met detailhandel, kantoren en bedrijven. Stedelijke ontwikkelingen die niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied gerealiseerd kunnen worden, kunnen in het landelijk gebied plaatsvinden in aansluiting op bestaand stads- en dorpsgebied of in bebouwingslinten. Het eindoordeel over stedelijke ontwikkelingen groter dan 3 hectare buiten bestaand stadsen dorpsgebied ligt bij de provincie. Deze worden door de provincie afgewogen en afhankelijk daarvan opgenomen op de 3 hectare kaart.
3.2.1.3 Wonen De provincie voorziet op regionaal niveau, samen met gemeenten, marktpartijen en woningcorporaties, in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen, waaronder de doelgroepen van woningcorporaties. Gemeenten maken daartoe in samenspraak met de provincie regionale woonvisies en regionale woningbouwprogramma's. Tot de doelgroepen van woningcorporaties behoren personen die door hun lage inkomen (primaire en secundaire doelgroep) of andere omstandigheden (bijzondere doelgroep) moeilijkheden ondervinden bij het vinden van passende huisvesting. Voorzien in voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen in Zuid-Holland is van provinciaal belang. Omdat het aanbod van woningen onvoldoende aansluit op de vraag en de ontwikkelingen op de woningmarkt zich niet beperken tot gemeente- en/of regiogrenzen is een samenhangende aanpak op bovenlokale en bovenregionale schaal noodzakelijk. Ook hebben de woonopgaven nauwe samenhang met andere (ruimtelijke) opgaven op het vlak van bijvoorbeeld regionale economie, groen en recreatie en infrastructuur.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
3.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
De beleidsbeslissingen zoals verwoord in de provinciale omgevingsvisie werken door naar regels in de omgevingsverordening. Artikel 6.9 ‘Ruimtelijke kwaliteit’ en Artikel 6.9g ‘Beschermingscategorie 1 Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed’ zijn van toepassing op het voornemen.
3.2.2.1 Ruimtelijke kwaliteit Artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) 1. 1.
2.
3.
4.
5. 6.
Een bestemmingsplan kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, mits is aangetoond dat de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. Om de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan rekening gehouden met de beschermingscategorie, het gebiedstype en de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit, zoals vermeld op kaart 14 in bijlage II en beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap. Bij het beantwoorden van de vraag of bij een beoogde ruimtelijke ontwikkeling de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd kan blijven, wordt de schaalverdeling inpassen, aanpassen en transformeren gehanteerd als bedoeld in het vijfde lid. Een bestemmingsplan kan een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken, mits een zorgvuldige afweging is gemaakt over de locatiekeuze. De motivering gaat in op de beschreven kenmerken en waarden van het gebied en de effecten van de ontwikkeling daarop. Deze vereisten gelden voor zover het gaat om een ruimtelijke ontwikkeling waarbij: a. een of meer richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit in het geding zijn zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap; of b. sprake is van aanpassen of transformatie als bedoeld in het vijfde lid. Een bestemmingsplan kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling onder de volgende voorwaarden: a.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Specifieke regels voor de gebiedstypen als bedoeld in de artikelen 6.9a, 6.9b, 6.9c, 6.9d.
6.9e, 6.9f en 6.9g, worden in acht genomen tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat. Om de ruimtelijke kwaliteit per saldo gelijk te houden of te waarborgen kan het nodig zijn om aanvullende maatregelen te nemen bij aanpassen en transformeren. Aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen bestaan uit een combinatie van: a. duurzame sanering van bestaande bebouwing, kassen en boom- en sierteelt; b. wegnemen van verharding; c. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; d. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert, waarbij i. aanvullende maatregelen worden getroffen binnen het plangebied van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat onmogelijk is. In dat geval kunnen ook ruimtelijke maatregelen buiten het plangebied worden betrokken in de motivering; ii. indien aanvullende maatregelen niet volstaan, financiële compensatie wordt toegepast.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp 7.
Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan ontwikkelingen mogelijk maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. 8. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 2, zijnde Recreatiegebied, Belangrijk weidevogelgebied of Groene buffer, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan in beginsel slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen of aanpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9b, 6.9c of 6.9d. 9. Een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 1, zijnde Kroonjuweel cultureel erfgoed, Natuur Netwerk Nederland of Beschermd grasland in de Bollenstreek, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, kan slechts ontwikkelingen mogelijk maken die vallen onder de noemer inpassen en die in overeenstemming zijn met de artikelen 6.9e, 6.9f of 6.9g. 10. Transformatie is mogelijk in de beschermingscategorieën bedoeld in het negende en tiende lid voor de ontwikkeling van bovenlokale infrastructuur of van natuur- en recreatiegebieden of van grote buitenstedelijke bouwlocaties bedoeld in artikel 6.10.
De voorwaarden als bedoeld in het vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 11. Voor zover een ruimtelijke ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid een significante aantasting tot gevolg heeft van de wezenlijke kenmerken en waarden van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad, of karakteristieke landschapselementen, wordt deze aantasting gecompenseerd. Gedeputeerde staten leggen de vereisten betreffende de aard en omvang van de compensatie en het moment waarop de compensatie gerealiseerd moet zijn, vast in een beleidsregel over de compensatie bij nieuwe ontwikkelingen. De motivering bij het omgevingsplan bevat een verantwoording over de wijze van compensatie. Artikel 6.9g Beschermingscategorie 1 Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed 1.
2.
Een bestemmingsplan voor een locatie binnen Kroonjuwelen Cultureel Erfgoed waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling voor zover de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft en de ontwikkeling het behoud en de versterking van het betreffende cultureel erfgoed ondersteunt en overwegend meerwaarde heeft voor kwaliteiten en de gebruikswaarde ervan. In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken: a. de herkenbaarheid van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; b. de historische context van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; c. de uniciteit van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; d. de kwetsbaarheid van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; e. de gaafheid van het Kroonjuweel Cultureel Erfgoed; f. de samenhang van de kwaliteiten van het Cultureel Erfgoed; g. de richtpunten die zijn opgesteld voor het specifieke kroonjuweel (zoals beschreven in de omgevingsvisie beleidskeuze landschap).
3.2.2.2 Gebiedsprofiel ‘Hollands Plassengebied’ De provincie Zuid-Holland heeft in haar kwaliteitskaart de gebiedsprofielen van gebieden beschreven. Het plangebied ligt in het gebiedsprofiel ‘Hollands Plassengebied’. Het Hollands Plassengebied is gelegen in het noordwesten van het Groene Hart tussen binnenduinrand, Oude Rijn, Meije, Kromme Mijdrecht en de Haarlemmermeerpolder. De combinatie van de hoge ligging van het boezemwater ten opzichte van de lagere omringende polders, het grote aantal molens en het vele water is uniek en draagt sterk bij aan de ultieme ‘Nederland Waterland’-ervaring: het besef dat je onder de zeespiegel staat. Van grote betekenis voor dit typisch Hollandse open landschap is de ontginning van de veenbodem en het daaraan gekoppelde watersysteem. De plassen, weilanden, droogmakerijen en zelfs de dorpen hebben hun verschijningsvorm te danken aan het (al dan niet afgegraven) veen. Het Hollands Plassengebied heeft een ‘luw’ karakter ten opzichte van de haar omringende stedelijke omgeving.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp Het Hollands Plassengebied is een populair gebied om te wonen en recreëren. De ligging nabij de steden en mainport Schiphol betekent dat er op acceptabele reisafstand werkgelegenheid is. Hierdoor is er sprake van stedelijke druk die leidt tot hoge grondprijzen en een sterke druk op de infrastructuur. De verbreding van wegen, de HSL en hoogspanningsmasten leiden tot versnippering van het landschap en natuur. Het gebied is door het openbaar vervoer slechts matig ontsloten waardoor het vervoer per auto een noodzaak is. De agrarische sector is nog steeds de drager van het open landschap in de veenweidegebieden en de droogmakerijen. Maar door de bodemdaling en de op sommige plekken optredende verzilting, heeft de landbouw het moeilijk. Om een duurzame economische toekomst te garanderen hebben agrariërs steeds efficiëntere en grotere bedrijven nodig, wat niet altijd soepel samengaat met de landschapsstructuur en de maat van de bebouwing in de omgeving. Om boeren toch een toekomst te bieden, moet gekeken worden naar de mogelijkheden en de draagkracht van het landschap. Er is sprake van een snelle vergrijzing en een onevenwichtige bevolkingsopbouw. Dit is een risico voor het draagvlak van de voorzieningen in de kleine kernen. Vraag en aanbod in bouwprogramma’s moeten op regionale schaal in balans worden gebracht.
Veranderingen in klimaat, demografie en economie drukken een stempel op de verschijningsvorm van de ruimte en zullen dat blijven doen.
3.2.2.3 Kwaliteitskaarten Daarnaast is in de kwaliteitskaart op basis van de lagenbenadering in beeld gebracht wat de gebiedskenmerken en kernkwaliteiten van gebieden zijn in de verschillende lagen. Voor het plangebied gelden de volgende lagen en kwaliteiten: Laag van de ondergrond: ‘Bijzonder reliëf en aardkundige waarden’ en ‘rivierdeltacomplex’ De komgronden en oeverwalgebieden van het rivierengebied in Zuid-Holland zijn opgebouwd uit rivierklei en liggen vooral in het oosten van de provincie. Ze zijn vermengd met de veenondergrond. De oeverwallen vormen plaatselijk hogere/drogere delen binnen het veengebied. Dit is terug te zien in het landschap. Zoals overal in Zuid-Holland heeft het water en het menselijk handelen grote invloed gehad op de geomorfologie van dit deel van de provincie. Het land in de delta is vergroot door aanleg van dijken rond droogvallende gronden. Het richtpunt is om de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap herkenbaar en in stand te houden. En waar mogelijk worden de archeologische waarden van deze structuren meer herkenbaar gemaakt bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Laag van de cultuur- en natuurlandschappen: ‘Veenlandschappen’ De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen.
Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen. Andere kenmerken zijn de smalle kavels, vele sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het agrarisch gebruik overheerst. Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Het gebruik richt zich op behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems. Een duurzaam gebruik en eigenaarschap van het veen(weide)gebied is van belang. Het maken van nieuwe (agrarische) natuurlandschappen met een (extensieve) recreatieve functie behoort daarbij tot de mogelijkheid. De richtpunten zijn het bewaren van diversiteit aan verkavelingspatronen. De lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen en dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp Laag van de stedelijke occupatie: ‘Bouwwerken voor energieopwekking’ Nieuwe vormen van energie zullen steeds meer het landschap beïnvloeden. Diverse nieuwe energiedragers zijn bouwwerken die, afhankelijk van locatie, vorm en grootte, matige tot grote invloed op het landschap kunnen hebben. Vooral grote windturbines hebben verreikende invloed. Ook biovergistingsinstallaties en zonnevelden zijn bouwwerken die niet vanzelf en niet altijd passen bij de kenmerken van het gebied. Anderzijds kunnen bouwwerken voor energieopwekking bijdragen aan nieuwe landschappelijke kwaliteit. Bij bouwwerken voor energieopwekking is altijd een zorgvuldige locatiekeuze en/of inpassing van belang. Laag van beleving: ‘Stiltegebied’, ‘Kroonjuweel cultureel erfgoed - Meije’ De stiltegebieden zijn de (relatief) luwe gebieden met beperkte verstedelijking, waar het dagelijks geluid de 40 decibel niet overstijgt. Hier vindt men rust en stilte als contrast met het dynamisch stedelijk gebied. In de stiltegebieden is alleen ruimte voor “gebiedseigen” geluid. Het plangebied ligt in de kroonjuweel ‘Meije’. Dit is een boerderijlint langs gelijknamig veenriviertje. Kenmerkend historisch beeld van ijle lintbebouwing met monumentale boerderijen en arbeiderswoningen. Gaaf dwarsprofiel van onverbrede weg, wegsloten en beplanting.
Door ontbreken van achterliggende bebouwing is sprake van sterke relatie met het omringend gebied. Bijzonder markant element is de watertoren. Vanuit dit landmark loopt een kerkpad van de Meije naar Nieuwkoop door de Nieuwkoopse Plassen. Het richtpunt is hier het behouden en versterken van de kernkwaliteiten en de samenhang hiertussen: smalle profiel en opbouw van het historische lint met wegsloten en beplanting, de monumentale bebouwing, open ruimten hiertussen en doorzichten naar het achterland.
3.2.3
Toetsing van het initiatief aan de omgevingsvisie en omgevingsverordening Zuid-Holland
Voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt gebouwd naar behoefte en binnen het bestaande lint van bebouwing aan de Meije, waarbij er toekomstbestendig dient te worden gebouwd met aandacht voor en in samenhang met de omgeving, klimaat en landschap. Met het voornemen wordt een (voormalig) agrarisch bedrijf gesaneerd en worden er drie woningen (en de bestaande bedrijfswoning) toegevoegd aan het aantal woningen binnen Nieuwkoop. Hiermee wordt bijgedragen aan voldoende en passende woningen voor de verschillende doelgroepen binnen de provincie. Het plangebied valt binnen het Kroonjuweel cultureel erfgoed ‘Meije’, waarbij de voorwaarde geldt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft en het erfgoed ondersteunt en een meerwaarde heeft. Het voormalige agrarische erf blijft bij het voornemen ruimtelijk behouden. De nieuwe woningen zullen op de plaats gebouwd worden van de voormalige agrarische stallen en schuren. Deze landschapsontsierende bebouwing wordt gesaneerd, waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Er wordt bij de ontwikkeling rekening gehouden met de kenmerkende landschapselementen en structuren en de weidsheid van het omliggende landschap. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor het behoud van het als kroonjuweel aangewezen ‘Meije’ en daarmee de artikelen 6.9 en 6.9g van de omgevingsverordening. Zie ook het erfinrichtingsplan in bijlage 1 van deze toelichting.
3.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland
De gemeenten in de Rijnstreek, waaronder gemeente Nieuwkoop, zijn vanaf 1 april 2010 aangesloten bij het Samenwerkingsverband Holland Rijnland. In verband hiermede is de eerste partiële herziening van de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland vastgesteld door het Algemeen Bestuur Holland Rijnland, waarin de Regionaal Strategische Agenda van het voormalige Rijnstreekberaad, de Transformatievisie Oude Rijnzone en de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Boskoop/ Rijnwoude vanuit de Rijnstreek zijn ingebracht. Deze visie is het gemeenschappelijke toetsingskader van alle Holland Rijnland-gemeenten, waartoe nu ook Nieuwkoop behoort. Op basis hiervan worden de ruimtelijke ontwikkelingen in Holland Rijnland tot 2020 getoetst. De regionale structuurvisie bevat zeven kernbeslissingen die uitgaan van een evenwichtige ontwikkeling van wonen, recreatie, infrastructuur en intensief, meervoudig en duurzaam ruimtegebruik. De kernbeslissingen zijn: • • • • • • •
Holland Rijnland is een top woonregio; Leiden vervult een regionale centrumfunctie; concentratie van stedelijke ontwikkeling; groenblauwe kwaliteit staat centraal; de Bollenstreek, Veenweide en de Plassen blijven open; twee speerpunten voor economische ontwikkeling: kennis en Greenport; verbetering van de regionale bereikbaarheid.
Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de visiekaart, waarbij het plangebied met een roze ster is aangegeven. Het plangebied ligt binnen het ‘Veenlandschap’ en ‘Ecologische Hoofdstructuur’.
Afbeelding 3.1: Uitsnede Regionale Structuurvisiekaart 2020 (bron: Holland Rijnland).
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp Bij alle toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in de regio staat het groen-blauwe raamwerk centraal en dus wordt de ondergrond gebruikt als onderlegger bij het stedenbouwkundig ontwerp. Om de kwaliteit van het leefmilieu in de regio te handhaven en te verbeteren, moet de ondergrond als leidraad worden gehanteerd. Dat wil zeggen dat groen en water het uitgangspunt zijn bij bijvoorbeeld de inpassing van de RijnlandRoute en centraal staan bij de invulling van de locatie Valkenburg en de Oude Rijnzone. Daarnaast zal rekening moeten worden gehouden met de gebruiks- en belevingswaarde van de verschillende landschappen die de regio rijk is. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet de recreatieve bereikbaarheid van het landschap minimaal gelijk blijven, dan wel verbeterd worden.
3.3.2
Regionale Woon Agenda 2017
In het kader van de woningbouwprogrammering heeft Holland Rijnland de Regionale Woon Agenda 2017 (RWA) opgesteld. In deze visie zijn de woningbouwbehoeften en de woningbouwlocaties met de aantallen woningen in regionaal verband beschouwd. Het doel van de RWA is tweeledig enerzijds willen partijen inzicht hebben in de behoefte naar woningen in Holland Rijnland en hun (gezamenlijke) woningbouwprogramma daar op af te stemmen. Anderzijds heeft de provincie verzocht op regionaal niveau inzicht te geven in de woningbouwbehoefte en het -programma. Tot op heden was dit vooral gericht op afstemming van het aantal te bouwen woningen. Met deze RWA voegt de regio daar de gewenste kwalitatieve richting aan toe. Enerzijds vraagt dit een goed evenwicht tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt, mede ten behoeve van de opgave om 30.000 huishoudens extra te huisvesten in de regio. Als onderbouwing voor de RWA is de werking van de regionale woningmarkt in beeld gebracht, waarmee er zicht is op mechanismen die de toekomstige vraag op de woningmarkt bepalen. Dit vormt de basis voor een programmering waarmee de regio adequaat kan inspelen op de veranderende vraag: uitgaande van trends voor de korte en lange termijn, de woningbehoefte van de diverse inkomensgroepen, de behoefte onder bijzondere doelgroepen en tot slot de ontwikkeling van de behoefte aan woonmilieus.
De RWA helpt gemeenten bij de juiste woning op de juiste plek, en afstemming van woningbouw op de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Daarmee biedt dit een onderbouwing voor plannen, passend bij de Ladder voor duurzame verstedelijking.
3.3.3
Toetsing van het initiatief aan het regionaal beleid
Het voornemen levert een bijdrage aan het woningbouwprogramma in de regio Holland Rijnland, waarin wordt ingespeeld op de behoefte aan dure woonmilieus. Daarnaast grenst het plangebied aan natuurgebied. Dit natuurgebied wordt verbeterd omdat het naastgelegen agrarisch bedrijf verdwijnt. Het toevoegen van drie woningen in de dure koopsector levert een bijdrage aan het voorzien in de vraag naar woningen in Nieuwkoop voor de doelgroep doorstromers. Volgens de afspraken hoeft dit plan gezien de omvang (vier woningen) niet te worden afgestemd met de Regio, maar alleen te worden gemeld voor de regionale monitor. Het planinitiatief is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Regionale Structuurvisie 2020 Holland Rijnland en is passend binnen de Regionale Woon Agenda.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie gemeente Nieuwkoop
3.4.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Nieuwkoop heeft op 8 juli 2021 de 'Omgevingsvisie Nieuwkoop' vastgesteld. De omgevingsvisie voorziet in een integrale, samenhangende visie op de toekomst van de gemeente Nieuwkoop. Deze geeft op basis van gezamenlijk geformuleerde waarden richting en ruimte aan opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is volledig tot stand gekomen via intensieve samenwerking en participatie met de Nieuwkoopse samenleving en dus echt ‘van buiten naar binnen’. Deze aanpak leidt zonder meer tot een zeer positief maatschappelijk effect: herkenning, meerwaarde, draagvlak en commitment. Een stevige basis voor échte samenwerking met de samenleving. De gemeente wil ‘zeven Nieuwkoopse drijfveren’ in de toekomst behouden en versterken. Bij nieuwe ontwikkelingen in de dorpen en in het landschap dien rekening te worden gehouden met deze drijfveren. Het betreft: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
rust en ruimte weids landschap bijzondere natuur centrale ligging dorps karakter levendige dorpen saamhorigheid.
De omgevingsvisie helpt antwoord te geven op de belangrijkste opgaven, waar de gemeente de komende jaren mee te maken krijgen. Deze opgaven zijn vertaald in drie ambities: ‘Gelukkige mensen’, ‘Sterke dorpen’ en ‘Groene toekomst’, waarbij ‘Groene toekomst’ het meest relevant is voor het voornemen.
3.4.1.2 Groene toekomst Het landschap bevat een unieke combinatie van cultuurhistorische waarden, zoals de veenweidegebieden, de plassen en de Oude Hollandse Waterlinie. De gebieden rond de Nieuwkoopse Plassen zijn hoog gewaardeerde historische structuren: ze herinneren aan de periode van turfwinning. Het landschap kent een mooie afwisseling van weids veenweidelandschap, kleinschalig moerasgebied, veenplassen, veenriviertjes en hoger gelegen oeverwallen langs kanalen en de Meije. Kenmerkend zijn de hoogteverschillen tussen de diepe droogmakerijen en het ‘bovenland’. Het landschap is al eeuwenlang in verandering en dat proces blijft ook altijd doorgaan. De gemeente wil nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd zorgvuldig inpassen, zodat de karakteristiek en geschiedenis van ons landschap voelbaar blijft. Behoud van de afwisseling en openheid van het landschap en cultuurhistorische elementen zijn daarbij van belang. Daarbij spelen de agrariërs en gebiedsbeheerders een belangrijke rol. Het landschap is rijk aan historie en erfgoed. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met landschap, archeologie en cultuurhistorie. De gemeente ziet het erfgoed als inspiratiebron en aanjager van ruimtelijke plannen en nieuwe ontwikkelingen in het landschap. Historische elementen in het landschap zijn bovendien aantrekkelijk voor recreatie.
Die wil de gemeente behouden en versterken. Als er land- of tuinbouwbedrijven verdwijnen, biedt de gemeente ruimte voor nieuwe functies die passen binnen het karakter van het buitengebied. Vrijkomende monumentale boerderijen bieden kansen voor het realiseren van bijzondere woonmilieus, en blijven hierdoor behouden.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Bestemmingsplan ‘Meije 86, Nieuwkoop’ Ontwerp Woerdense Verlaat is een oud dorp met zo’n 800 inwoners. Het is ontstaan rondom de schutsluis, oftewel het Woerdense Verlaat. Woerdense Verlaat wordt gekenmerkt door de molen en de wandel-, fiets-, en vaarroutes. Naast Woerdense Verlaat ligt De Meije. Een langgerekt lintdorp langs het gelijknamige, kronkelende riviertje. Het dorp is verdeeld over drie gemeenten. De Meije is één van de ‘kroonjuwelen’ van de provincie ZuidHolland. Dit zijn landschappelijke erfgoed-ensembles met grote cultuurhistorische waarde. Ook telt De Meije verschillende vormen van kleinschalige recreatie’. Tussen de Nieuwkoopse Plassen en het veenriviertje de Meije liggen de Meijegraslanden, waar agrarische weidegronden en natuur elkaar afwisselen. In de Meijegraslanden komt weer steeds meer ruimte voor natuur. Een aanzienlijk deel van het gebied, dat geheel binnen de Natura2000-begrenzing valt, is in agrarisch gebruik. Daar wordt rekening mee gehouden bij het ontwikkelen van natuurplannen. Waar mogelijk wordt ingezet op agrarisch medegebruik en -beheer van natuurgronden. Het gebied wordt zo een verbindingszone richting Bodegraven-Noorden de Reeuwijkse Plassen.