099 Bijlage 1 VSV programma 2020-2024 regio 27
Tekst van het document
Programma aanpak voortijdig schoolverlaten 2020-2024 RMC regio Zuid-Holland oost
1
Inhoudsopgave
pagina
Inleiding
2
Samenvatting Regioanalyse vsv en jongeren in een kwetsbare positie
2
Borgen van bestaande maatregelen
4
Voorgestelde nieuwe maatregelen
5
Vervolgproces
6
Partners
8
Bijlagen: BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 5
Behaalde resultaten vsv-maatregelen 2016-2020 Voorstel borging van maatregelen uit de afgelopen vsv periode Uitgangspunten nieuwe vsv programma Regioanalyse Zuid- Holland oost vsv en jongeren in een kwetsbare positie
9 14 15 16
2
Inleiding In de aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) breekt een nieuwe planperiode aan van vier jaar vanaf 2021. De landelijk gestelde doelen voor de komende periode zijn: 1. Het verlagen van het regionaal aantal jaarlijks nieuwe voortijdig schoolverlaters tussen de 12-23 jaar waarmee wordt bijgedragen aan de landelijke doelstelling van maximaal 20.000 nieuwe schooluitvallers in 2024; 2. Het vergroten van het percentage voortijdige uitvallers dat een jaar later terug naar school gaat; 3. Het vergroten van het percentage voortijdige uitvallers dat een jaar later aan het werk is; 4. Het monitoren en ondersteunen van jongeren in een kwetsbare positie. Om maximaal in te kunnen spelen op regionale verschillen blijft de regionale werkwijze gehandhaafd. De contactschool en contactgemeente in een regio ontvangen beide een subsidie en zijn samen verantwoordelijk voor de coördinatie van een programma namens alle scholen en gemeenten in de regio. Het beschikbare budget voor de aanpak vsv daalt iets ten opzichte van de vorige periode en gaat van € 9 ton naar € 8.8 ton per jaar. Het takenpakket is wel uitgebreid ten opzichte van de vorige periode (ook oud vsv’ers in beeld houden, aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie, afstemming met arbeids- en zorgdomein). Na jaren van daling, stijgt aantal vsv’ers licht. Dat is een landelijke trend die we ook in onze regio zien.
De details voor onze regio zijn te vinden in de Regioanalyse die voor onze regio is opgesteld (Bijlage 5).
Samenvatting Regioanalyse vsv en jongeren in een kwetsbare positie In de jaren na 2015 is het aantal voortijdige schoolverlaters in de regio Zuid-Holland Oost (ZHO) gestegen van 467 naar 540. Ook het percentage leerlingen dat voortijdig uitvalt is gestegen. Van 1,53% in 2016 naar 1,78% in 2018. deelnemers 15/16
16/17
17/18
vsv-aantal
vsv-percentage
18/19 15/16 16/17 17/18 18/19 15/16 16/17 17/18 18/19
Onderbouw VO
11.718 11.420 11.119 10.923
7
15
16
25
0,06
0,13
0,14
0,23
Vmbo-bovenbouw
4.863
4.871
4.716
4.551
42
37
41
32
0,86
0,76
0,87
0,70
H/V-bovenbouw
5.635
6.099
6.178
6.059
13
22
28
23
0,23
0,36
0,45
0,38
VO-totaal
22.216 22.390 22.013 21.533
62
74
85
80
0,28
0,33
0,39
0,37
Mbo 1
172
158
218
253
52
28
43
56 30,23 17,72 19,72 22,13
Mbo 2
1.525
1.412
1.418
1.361
133
113
140
134
8,72
8,00
9,87
9,85
Mbo 3
2.014
2.005
1.986
1.876
79
88
78
89
3,92
4,39
3,93
4,74
Mbo 4
4.637
4.968
5.078
5.320
141
160
179
181
3,04
3,22
3,53
3,40
Mbo totaal
8.348
8.543
8.700
8.810
405
389
440
460
4,85
4,55
5,06
5,22
totaal
30.564 30.933 30.713 30.343
467
463
525
540
1,53
1,50
1,71
1,78
In het VO is het vsv-percentage gestegen naar 0,37%. Vooral in de onderbouw en de Havo/Vwobovenbouw is de uitval gestegen. De stijgende uitvalcijfers in het VO zijn ook landelijk waarneembaar. In het Mbo is t.o.v. 2015 de uitval gestegen van 4,85% naar 5,22%. De stijging doet zich op alle niveaus voor. Daarbij mag aangetekend dat in 2018 bij Mbo2 en Mbo4 een lichte reductie is gerealiseerd t.o.v. één jaar eerder. De stijgende vsv-cijfers onder de Mbo-deelnemers zijn ook aan te wijzen op landelijk niveau. De uitval in ZH Oost blijft in 2018, zowel in VO als Mbo, onder de landelijke gemiddelden, m.u.v. Mbo3.
3
De uitval onder de ZH Oost-jongeren overtreft echter de overeengekomen streefnormen. Alleen in de onderbouw van het VO en de Mbo1-opleidingen kan aan de normen worden voldaan. De oplopende vsv-percentages enerzijds en de steeds scherpere normen anderzijds leiden tot een groeiende afstand tussen norm en bereikt resultaat.
Landelijk vsv-percentage 15/16
16/17
17/18
18/19
Streefnormen in % 15/1 16/1 17/1 18/1 6 7 8 9
Boven / onder de norm 15/1 16/1 17/1 18/1 6 7 8 9
Onderbouw VO
0,20
0,24
0,29
0,28
0,20
0,10
0,10
0,10
-0,14
0,03
0,04
0,13
Vmbo-bovenbouw
1,08
0,98
0,98
0,97
1,50
1,00
1,00
1,00
-0,64
-0,24
-0,13
-0,30
H/V-bovenbouw
0,40
0,42
0,45
0,48
0,10
0,10
0,10
0,10
0,13
0,26
0,35
0,28
VO-totaal
0,45
0,46
0,50
0,49
Mbo 1
29,06
26,70
23,27
23,22 22,50 27,50 27,50 26,40
7,73
-9,78
-7,78
-4,27
Mbo 2
8,68
8,93
9,47
10,01 10,00
9,50
9,40
8,60
-1,28
-1,50
0,47
1,25
Mbo 3
3,28
3,44
3,87
4,17
2,75
3,60
3,50
3,20
1,17
0,79
0,43
1,54
Mbo 4
2,75
2,93
3,34
3,49
2,75
2,75
2,75
2,70
0,29
0,47
0,78
0,70
Mbo totaal
4,65
4,71
5,10
5,35
totaal
1,72
1,75
1,91
2,01
De uitgebreide regioanalyse is te vinden in Bijlage 5 Gelukkig gaat het met de meeste jongeren goed, de Nederlandse jongeren behoren tot de gelukkigste ter wereld en de meesten vinden prima hun weg via school naar werk. Maar soms lukt dat niet. Door de outreachende aanpak in onze regio hebben wij een goed zicht op de factoren die een rol spelen bij vsv. De belangrijkste zien we ook landelijk terug: verkeerde studiekeuze, persoonlijke problematiek of multi-problematiek en jongeren die liever gaan werken dan naar school gaan. Natuurlijk heeft de coronacrisis grote impact op de omvang en aard van vsv en de benodigde oplossingen. Die zijn nog niet precies in te schatten. Duidelijk is wel dat de impact voor jongeren groot is. Studenten raken hun stageplek of leerbaan kwijt. Afstandsonderwijs is voor sommige jongeren prettig, anderen raken eerder buiten beeld. Juist onder jongeren neemt de werkloosheid snel toe. Werk vinden en behouden is minder vanzelfsprekend voor veel jongeren, voor jongeren in een kwetsbare positie is dit extra uitdagend. Oud-vsv’ers raken hun baan kwijt en willen weer terug naar school. Het vraagt een grote inspanning en veel creativiteit van alle betrokkenen om in deze omstandigheden alle jongeren binnenboord te houden. In onderstaande tekening is de leerloopbaan van jongeren weergegeven, inclusief de vsv maatregelen uit de vorige periode.
4
Borgen van bestaande maatregelen Een goed loopbaanperspectief voor alle jongeren, dat blijft het belangrijkste uitgangspunt in de vsvaanpak. Concreet is de ambitie dat alle jongeren gekwalificeerd uitstromen uit het onderwijs, liefst met minimaal een startkwalificatie (minimaal diploma havo, vwo of mbo niveau 2). Als dat niet mogelijk blijkt, is de ambitie om een plek vinden op de arbeidsmarkt of in dagbesteding. Bijlage 1 geeft een overzicht van de behaalde resultaten van de vsv maatregelen in de afgelopen periode. Dat waren impulsen vaak voor specifieke doelgroepen op specifieke momenten in de schoolloopbaan. Op dat niveau zijn de resultaten inzichtelijk. Het is echter lastig om aan te geven wat de maatregelen precies hebben bijgedragen aan de genoemde vsv cijfers in de regioanalyse. Want er zijn veel partijen betrokken vanuit verschillende domeinen (thuis, onderwijs, zorg, arbeid en overheid) bij het bieden van een goed loopbaanperspectief aan jongeren. De vsv-maatregelen zijn een extra impuls op wat die betrokkenen vanuit hun eigen verantwoordelijkheden doen. Hoewel de regionale vsv aanpak voortgezet wordt de komende vier jaar, is de landelijke boodschap daarbij ook: ga zoveel mogelijk van project naar structuur. Zorg dat het goede loopbaanperspectief voor alle jongeren steeds meer bereikt wordt vanuit de reguliere inzet door de verschillende partners.
Bijvoorbeeld door succesvolle werkwijzen vanuit de vsv aanpak te borgen en aan te sluiten bij de Kwaliteitsagenda’s mbo. Vanuit die opdracht zijn we de afgelopen periode het gesprek aangegaan met betrokkenen, waaronder met de jongeren zelf. Vanuit het voorgaande is het voorstel om de maatregelen uit het vorige programma te borgen en zoveel mogelijk van project naar structuur te gaan. Een uitzondering wordt gemaakt voor de vsv maatregel Onderwijsopvangvoorziening. Deze kan net als de vsv maatregel Pluscoaching worden gezien als een door het rijk verplicht gestelde plusvoorziening. Dat is een combinatie van onderwijs, zorg en hulpverlening en waar nodig arbeidstoeleiding voor jongeren met ernstige persoonlijke problematiek waardoor zij voortijdig dreigen uit te vallen. De extra bijdrage vanuit de vsv aanpak aan de Onderwijsopvangvoorziening wordt ook in de toekomst nodig geacht. Voor de maatregel Pluscoaching is op termijn borging voorzien in de reguliere jeugdhulp/wmo en vanuit de Kwaliteitsagenda mboRijnland (Begeleiden zonder belemmeringen). Het bestuurlijk overleg vsv zal
5
jaarlijks gevraagd worden in hoeverre borging van de Pluscoaching kan plaatsvinden en of de extra bijdrage aan de Onderwijsopvangvoorziening nog nodig is. In Bijlage 2 is het voorstel voor borging van alle huidige maatregelen verwoord.
Voorgestelde nieuwe maatregelen Bijlage 3 geeft een samenvatting van de uitgangspunten en adviezen voor de toekomst die zijn opgehaald in het interactieve proces. Daarin zijn diverse suggesties gedaan voor nieuwe initiatieven: Gezamenlijke Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) door vo-mbo en bedrijven samen; ondersteunen van gezamenlijke initiatieven vo - mbo – bedrijven, training ‘loopbaangesprekken voeren’ voor decanen. Meer en diverse inzet van (informele) mentoren / coaches die jongeren bijstaan in het bepalen van doelen en het maken van keuzes; bijvoorbeeld door bestaande initiatieven (mentorproject, coaching door hbo studenten) uit te breiden. Ondersteuning voor mensen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen; Een flexibel ‘schakeljaar’ in het mbo waar je vanuit verschillende opleidingen kunt instromen gedurende het hele jaar en waar gewerkt wordt aan LOB en aan een startkwalificatie. Dit sluit aan bij de Kwaliteitsagenda mbo, gepersonaliseerd leren; start schooljaar 2021/2022. Goal setting een digitaal programma ontwikkeld door de Erasmus Universiteit gericht op het terugdringen (https://www.gelijke-kansen.nl/actueel/nieuws/2020/03/05/goalsetting-loont) Uitval eerste leerjaar door gericht met jongeren te werken aan het stellen van doelen.
Voorkomen van uitval uit BBL opleidingen in samenwerking met bedrijven; Afspraken over scholing met werkgevers die vsv’ers in dienst hebben. Dit sluit aan bij de kwaliteisagenda mbo Leven Lang Ontwikkelen; Outreachende werkwijze rond jongeren per subregio door gemeenten en scholen versterken; Gezamenlijke training procesregie en oplossingsgericht werken voor mensen van gemeenten, RMC, onderwijs; overstapbegeleiding van mbo naar mbo en van vo naar mbo specifiek voor leerlingen uit vo basisberoepsgericht met leerwegondersteuning, praktijkonderwijs (pro) en voortgezet speciaal onderwijs (vso); Intergripmodule inzetten voor overstap van mbo naar mbo.
6
Positionering van de initiatieven binnen de domeinen onderwijs, zorg en arbeid: Onderwijs
Arbeid
voorkomen uitval BBL taalondersteuning Intergripmodule mbo - mbo
gezamenlijke LOB afspraken met werkgevers over ondersteuning werkende vsv’ers en over creëren BBL banen
overstap vo basis, pro en vso naar mbo
outreachend werken training procesregie schakeljaar mbo
ccoaches
onderwijsopvangvoorziening
pluscoaching*
Zorg
* huidige maatregel, te borgen in 2021 in samenhang met inzet vanuit gemeenten rond jeugdzorg jeugdgezondheidszorg en maatschappelijke ondersteuning.
In een onzekere tijd worden we geacht om concrete plannen voor vier jaar te maken. Gezien de onzekerheid is het nodig om flexibiliteit in te bouwen in de toekomstige vsv aanpak. Voorstel is om dat samen met partners te doen langs drie inhoudelijke clusters, waar afzonderlijke initiatieven een plek in krijgen.
I.
Afstemming onderwijs – arbeidsmarkt Versterking Loopbaanoriëntatie en -begeleiding vo-mbo –bedrijven matchtafels voor begeleiding naar werk of leerbaan (waar extra inzet naast die van partners nodig is)
II.
Extra ondersteuning aan jongeren bieden Onderwijsopvangvoorziening Overstapbegeleiding vo basis, pro en vso naar mbo, klein deel reserveren voor Intergripmodule mbo naar mbo schakeljaar MBO (voor 1 of 2 groepen)
7
extra taalondersteuning III.
Outreachende aanpak versterken extra mentoren / coaches afstemming tussen partners op casusniveau per subregio bevorderen, training op dit punt aanbieden
Daarnaast is het voorstel om een knelpuntenbudget te hanteren voor maatwerktrajecten voor jongeren en voor onvoorziene ontwikkelingen. De huidige maatregel Pluscoaching/GGD wordt in 2021 uit het knelpuntenbudget bekostigd. Jaarlijks is het mogelijk de maatregelen te evalueren en aan te passen, een voorstel hiertoe zal worden voorgelegd aan het bestuurlijk overleg vsv. Rond een aantal maatregelen trekken regio 27 en regio 28 (regio Leiden) samen op: matchtafels, pluscoaching/GGD, overstap vo/ pro /vso naar mbo.
8
Partners Arbeid:
Gemeente Gouda Gemeente Krimpenerwaard Gemeente Alphen aan den Rijn Gemeente Nieuwkoop Gemeente Zuidplas Gemeente Bodegraven-Reeuwijk Gemeente Waddinxveen
WerkgeversServicepunt Midden-Holland Werkgeversservicepunt Rijnvicus
Zorg:
Enver Kwadraad Cardea GGD Hollands midden
Onderwijs:
Samenwerkingsverband VO/VSO Midden-Holland & Rijnstreek Samenwerkingsverband Koers VO Reformatorische Samenwerkingsverband voortgezet onderwijs Ashram College Rooms Katholieke Scholengemeenschap, Alphen a/d Rijn Scala College, Alphen a/d Rijn Scope Scholengroep, Alphen a/d Rijn Christelijke Scholengemeenschap op Reformatorische Grondslag Gouda Carmelcollege Gouda, Gouda De Goudse Scholengemeenschap, Gouda Christelijke Scholengemeenschap De Goudse Waarden, Gouda Coornhert Gymnasium, Gouda Wellant College Gouda en Alphen aan den Rijn Krimpenerwaard College, Krimpen a/d IJssel Christelijke Scholengemeenschap, Krimpenwaard Het Schoonhovens College, Krimpenwaard Coenecoop College, Waddinxveen mboRijnland Alphen aan den Rijn en Gouda Wellant mbo Alphen aan den Rijn en Gouda Hoornbeeck College Gouda Horizon instituut voor Jeugdzorg en Onderwijs
9
BIJLAGE 1 Behaalde resultaten vsv-maatregelen 2016-2020
In de periode 2016-2020 werden de volgende maatregelen uitgevoerd: 1. Onderwijsopvangvoorziening Tijdelijke opvang voor vo-leerlingen die vastlopen in het onderwijs 2. Sterk van vo naar mbo Warme overdracht met overstapcoaches en een digitaal overdrachtssysteem om uitval in de overstap van vo naar mbo te voorkomen 3. Entree naar werk Werk- en loopbaancoaches die helpen bij het zoeken van een leerbaan of werk voor jongeren mbo-niveau 1 en 2 4. 2 voor 2 – 2 voor 3 & 4 Extra studieondersteuning op mbo-niveau 2, 3 en 4 5. TOPklassen en Skills-training Extra begeleiding van jongeren die een verkeerde opleidingskeuze maken 6. Pluscoaching Extra coaching (door jeugdhulp) voor jongeren mbo-niveau 3 en 4 7. Werk ook aan een diploma Verkenning problematiek van jongeren die school verlaten om te gaan werken. En zoeken naar oplossingen met betrokken partijen, namelijk jongeren, werkgevers en opleiding.
Ter indicatie de bijbehorende oorspronkelijke begroting vsv programma 2016-2020* Maatregel onderwijsopvangvoorziening Sterk van vo naar mbo Entree naar werk 2 voor 2 TOPklassen en Skills Pluscoaching Beheerskosten
2017 €110.000
2018 €110.000
2019 €110.000
2020 €110.000
totaal €440.000
€160.000
€160.000
€140.000
€140.000
€600.000
€120.000 €70.000 €220.000
€120.000 €70.000 €220.000
€110.000 €70.000 €220.000
€110.000 €70.000 €220.000
€460.000 €280.000 €880.000
€150.000 €85.299
€150.000 €85.299
€150.000 €81.436
€150.000 €81.436
€600.000 €333.470
TOTAAL
€915.299
€915.299
€881.436
€881.436
€3.593.470
* Maatregel 7 (werk ook aan een diploma) is vanaf 2018 gestart en bekostigd vanuit onderuitnutting op de andere maatregelen. Ook ‘2 voor 3 & 4’ is later gestart en bekostigd vanuit de onderuitnutting op de overige maatregelen. Maatregel 1: Onderwijs-opvangvoorziening OOV Korte omschrijving: Voorziening voor kwetsbare, overbelaste leerlingen met meervoudige problematiek uit het voortgezet onderwijs. De voorziening is een onderwijs-zorg-arrangement waarin onderwijs en jeugdhulp samenwerken. Het betreft veelal jongeren met multiproblematiek en (zeer) complexe thuissituaties. Er zijn drie locaties waar de trajecten worden aangeboden voor reguliere VO scholen, het Driestarcollege verzorgt deze voorziening zelfstandig voor de eigen school. Leerlingen krijgen naast het reguliere onderwijsprogramma individuele en/of groepsbegeleiding op hun persoonlijke leerdoelen. Het gaat vooral om
10
leerdoelen ten aanzien van gedrag. Ook wordt voor steeds meer leerlingen hulp in het (gezins)systeem ingezet. De maatregel richt zich jaarlijks op ongeveer 120 leerlingen die zonder deze ondersteuning niet meer in staat zijn om (volledig) regulier onderwijs te volgen. De OOV van het swv vo MHR wordt slechts gedeeltelijk, voor zo’n 10% van de totale kosten vanuit vsv budget bekostigd. Het gaat om de extra inzet van de orthopedagoog. Behaalde doelen/resultaten: In 2016/17, 2017/18 en 2018/19 hebben 110-123 leerlingen gebruikgemaakt van de OOV. In mei 2017 heeft de Inspectie een onderzoek uitgevoerd bij de OOV. Conclusie was dat de voorziening daadwerkelijk de functie vervult waarvoor ze is ingericht, en de leerlingen en ouders zijn er tevreden over. Naar aanleiding van dit Inspectieonderzoek is een kwaliteitscyclus opgesteld, met focus op doorlopende ontwikkellijn en de problematiek van uitgestroomde leerlingen. In de schooljaren 2017/18 en 2018/19 is voor de uitstromers van OOV gekeken of sprake is van een doorlopende ontwikkellijn. Voor 81% respectievelijk 78% van de leerlingen is de onderwijsontwikkellijn gerealiseerd die voor de leerling het meest passend is gebleken gedurende het traject bij de OOV (naar de mening van leerling, ouders en school van herkomst). Ook is er gekeken naar de beschikbare jeugdhulp voor de leerling. Naar de mening van de OOV heeft 49% resp.
45% van de leerlingen bij aanvang van het traject voldoende jeugdhulp aangeboden gekregen en heeft 62% resp. 61% aan het einde van het traject voldoende jeugdhulp. Voor een substantieel deel van de leerlingen is de inzet van Jeugdbescherming, Veilig thuis of de Raad voor de Kinderbescherming aan de orde. Uit bestendigingscijfers blijkt dat van de uitstromers van 2016/17 67% nog in het onderwijs zit of een startkwalificatie heeft gehaald, 2% werkt en 31% vsv-er is of een vrijstelling heeft. Van de uitstromers van 2015/16 is dit 61%, 2% en 37%. En van de uitstromers van 2014/15 is dit 53%, 10% en 37%. Hoewel veel leerlingen behouden blijven voor het onderwijs en een startkwalificatie behalen, wordt na enige tijd ook nog een substantieel deel vsv-er. Naar aanleiding van dit resultaat is het samenwerkingsverband in gesprek met de scholen, de jeugdhulppartners en de OOV over verbetermogelijkheden. Verbetermogelijkheden liggen in het versterken van de samenwerking tussen de OOV, de school van herkomst, de coaching van de jongere bij de OOV en de hulp in het gezin. Maatregel 2: Sterk van vo naar mbo Korte omschrijving: 2017/18 is het eerste jaar dat de maatregel in deze vorm wordt ingevuld, met als belangrijke elementen: a) Intergrip als digitaal instrument bij overstap van vo naar mbo en b) inzet van twee overstapcoaches die nauw samenwerken met het onderwijs (vo en mbo) en RMC.
Via Intergrip maken vo-leerlingen zich bekend bij het mbo. De vo-school kan daarbij aangeven dat extra aandacht gewenst is bij de overstap. Overstapcoaches gaan dan in de laatste maanden van het vo en de eerste maanden op het mbo met de leerlingen aan de slag om te zorgen dat zij goed landen op het mbo. De maatregel richt zich jaarlijks op 150-200 leerlingen. Behaalde doelen/resultaten: De scholen zien duidelijke meerwaarde in het nieuwe digitale overdrachtssysteem. In zowel de zomer van 2017 en 2018 zijn circa 100 studenten begeleid, waarbij de uitval afgerond 4% en 3% bedraagt. Op 1 april 2018 had 88% van de vo-leerlingen in Zuid-Holland Oost per 1 april een vervolgkeuze ingevuld en 22% was definitief ingeschreven in het mbo. In 2019 zijn 65 studenten begeleid door de overstapcoaches en 23 studenten bij de start van het nieuwe schooljaar vanuit no show actie. Hiervan zijn er (eind 2019) 6 uitgevallen (vsv).
11
Maatregel 3: Entree naar werk Korte omschrijving: Loopbaancoaches en werkbegeleiders coachen en begeleiden studenten naar (stage)werk en worden daarbij ondersteund door stagiaires van MBO-4. Doelgroep zijn studenten die uitstromen uit niveau 1 en niet door kunnen naar niveau 2, of die uitvallen bij mbo-niveau 2. Ook studenten die een leerwerkbaan zoeken met BBL-opleiding niveau 1 of 2 behoren tot de doelgroep. De maatregel richt zich jaarlijks op circa 80 entreestudenten en 40 uitvallers niveau 2. De activiteiten van Entree naar Werk zijn individuele coaching en begeleiding naar een passende baan, nazorg om de baan te behouden, trainingen en cursussen en bijeenkomsten zoals stagemarkten. Behaalde doelen/resultaten: o 2017: 88 studenten mbo-niveau 1 hebben werk of opleidingsplek (= 81% van de 108 studenten die gecoacht zijn via Entree naar Werk). o 2018: 162 studenten mbo-niveau 1 hebben werk of opleidingsplek (= 76% van de 212 studenten die gecoacht zijn via Entree naar Werk). o 2019: 189 studenten begeleid, waarvan 15 studenten zijn gaan werken; 44 studenten zijn verder gegaan met BBL; 110 studenten met BOL en 20 studenten zijn uitgevallen. We zien dat steeds meer jongeren er voor kiezen om na de Entree opleiding door te stromen naar een niveau 2 opleiding.
Maatregel 4: 2 voor 2 – 2 voor 3 & 4 Korte omschrijving: Tijdens de lesdagen inzetten van een lesinstructeur naast de docent om extra studieondersteuning te bieden aan studenten van mbo-niveau 2, 3 en 4 die moeite hebben met de studie (o.m. vroegere leerlingen van vmbo-lwoo, PRO en VSO). De ondersteuning bestaat uit extra aandacht voor leerproblemen, hulp bij vinden stageplaats, extra ondersteuning taal en rekenen en ondersteuning bij voorbereiding van toetsen en examens. De maatregel richt zich jaarlijks op drie groepen niveau 2, totaal ca. 75 deelnemers en 4 groepen niveau 3 of 4, totaal ca. 100 deelnemers. Het betrof opleidingsgroepen waar de uitval boven de vsv-norm lag. Behaalde doelen/resultaten: Ondersteunde studenten zijn zeer tevreden over de extra inzet van de instructeur tijdens bepaalde lessen. Dit blijkt uit de evaluatieformulieren en het gevoerde panelgesprek. Tevredenheid is er ook bij docenten en teamleider en bij de instructeur. Op 1 augustus 2018 blijken 4 van de 48 ondersteunde studenten te zijn uitgevallen. Ondersteunde studenten van de opleiding monteur elektrotechnische installaties zijn positief over de ondersteuning door de instructeur. Onder meer wordt genoemd dat het veel rustiger en minder chaotisch is in de klas. Van de 20 studenten in de opleiding monteur elektrotechnische installaties blijken er 4 te zijn gestopt.
In 2019 zijn op niveau 2 103 studenten begeleid in 5 klassen. 10 jongeren zijn hiervan uitgevallen, 9 starten in een nieuwe opleiding. De waardering voor de begeleiding in deze groepen is groot. In 2019 zijn op niveau 3/4 63 studenten begeleid in 3 klassen. 14 jongeren zijn uitgevallen, waarvan 1 met startkwalificatie en 1 verhuizing naar buitenland. 12 starten in een nieuwe opleiding. Maatregel 5: TOPklassen en Skills-training Korte omschrijving: De maatregel richt zich op jongeren in het mbo die een verkeerde opleidingskeuze hebben gemaakt of die op grond van hun gedrag vastlopen. De eerste categorie is een training aangeboden van maximaal drie maanden, gericht op het ontdekken van talenten en het krijgen van beroepsbeelden. Deze is uitgevoerd in Gouda en Alphen aan den Rijn. De uitkomst kan zijn dat deelnemers overstappen van een BOL naar een BBL-
12
opleiding, waarbij werkbegeleiders mbo kunnen ondersteunen in het vinden van een BBleerwerkplek. Voor de tweede groep is een nieuwe groepstraining ontwikkeld van 6 tot 8 weken, gericht op verbeteren van zelfbeeld en sociale vaardigheden. Die training bestaat uit 8 momenten van 1½ uur. Behaalde doelen/resultaten: o TOPklas (2017/18): van de 22 studenten die de TOPklas in Gouda hebben gevolgd, zijn er 17 op 1 september 2018 ingeschreven op een mbo-opleiding (77%). 2 studenten zijn inmiddels weer gestopt met hun nieuwe opleiding. Van de 44 studenten die de TOPklas in Alphen aan den Rijn hebben gevolgd, zijn er 41 die op 1 september 2018 ingeschreven op een mbo-opleiding (93%). Studenten zijn doorgaans tevreden over de TOPklas. Van de 42 studenten die in 2019 in Gouda deelnamen, volgden er op 31 december 2019 in ieder geval nog 34 studenten onderwijs. In Alphen aan den Rijn waren dat 34 van de 39 deelnemers. o Skills-training: het lukte niet om jongeren vanuit verschillende mbo-colleges op een vast moment te mobiliseren voor deelname aan de training. Zolang deelname aan de Skillstraining vrijwillig is, lijkt een locatiebrede Skills-training moeilijk te organiseren. Er is besloten om met de Skills-training te stoppen. In plaats daarvan biedt het mbo zelf succestrainingen aan.
o Aantal geworven BBL-plaatsen door Jobcoach: 20 per september 2017 en 35 per oktober 2018, 33 per december 2019 (target van 25 gehaald).
Maatregel 6: Pluscoaching Korte omschrijving: Kortdurende specialistische coaching voor jongeren in kwetsbare positie om te voorkomen dat ze uitvallen. De hulp wordt georganiseerd in de school, maar wordt verzorgd door een jeugdzorgorganisatie (Enver of Cardea). Doelgroep is vooral mbo-niveau 3 en 4, maar ook overig mbo en vo. Studenten worden individueel of in groepen gecoacht. De duur van de coaching kan per persoon verschillen. De gemiddelde duur is rond 15 weken. De maatregel richt zich op ongeveer 150 studenten per jaar. Behaalde doelen/resultaten: aantal trajecten is in 2016/17 en 2017/18 ruimschoots behaald. Studenten en begeleiders zijn tevreden over de geboden trainingen. Pluscoaching, en de wijze waarop deze vorm wordt gegeven op beide locaties, wordt als een duidelijke versterking van de huidige begeleidingsstructuur binnen mboRijnland ervaren. In verband met de effectiviteit en continuïteit van de jeugdhulpverlening is het van belang dat de begeleiding op locatie wordt aangeboden en leeftijd en woonplaatsbeginsel geen rol speelt.
In Gouda hebben 33 studenten hun begeleidingstraject tussen januari en juli 2019 afgerond. Er is gekeken of deze studenten, na 6 maanden (eind december 2019), nog onderwijs volgen • 6 hebben inmiddels hun diploma gehaald; • 1 student volgt op dit moment geen opleiding; • de overige staan ingeschreven bij een ROC en volgen onderwijs. In Alphen hebben 64 studenten hun begeleidingstraject tussen januari en juli 2019 afgerond. Er is gekeken of deze studenten, na 6 maanden (eind december 2019, nog onderwijs volgen). • 10 keer is de studieovereenkomst vroegtijdig beëindigd; • 54 studenten vervolgden hun opleiding of behaalden diploma.
13
Maatregel 7: Aanpak groenpluk (werk ook aan een diploma!) Korte omschrijving: Deze maatregel is later toegevoegd aan het oorspronkelijke maatregelenpakket. Gestart tweede helft 2018. Eerst is geanalyseerd welke studenten op mbo-niveau 3 en 4 zijn gaan werken zonder dat diploma is behaald. Vervolgens worden RMCconsulenten benaderd om het profiel van de betreffende jongeren helder te krijgen. De betrokken bedrijven worden onderzocht op hun profiel en benaderd. Tenslotte wordt met bedrijf en student gekeken naar een mogelijkheid om te kwalificeren. Behaalde doelen/resultaten: De eerste resultaten zijn dat zo’n 15 individuele jongeren zijn teruggeleid naar school door inzet van de RMC consulenten. Daarnaast is een banenmarkt voor leerbanen georganiseerd in de sector logistiek. Daar zijn zo’n 40-50 studenten van alle niveaus gekoppeld aan 18 deelnemende bedrijven. Dat leidde op de dag zelf al tot 4 succesvolle matches. Dit initiatief is inmiddels herhaald. Verder heeft een groep van 10 jongeren die zonder startkwalificatie in de horeca werken, met succes de workshopreeks ‘werken en leren in de horeca’ gevolgd. Met de betrokken werkgevers en het werkgeversservicepunt worden vervolgafspraken gemaakt over ondersteuning van dit soort jongeren richting een startkwalificatie.
14
BIJLAGE 2 Voorstel borging van maatregelen uit de afgelopen vsv periode Voorstel ‘van oud naar nieuw’ Onderwijsopvangvoorziening Voorgesteld wordt om deze maatregel door te laten lopen. Het VO betaalt 90% van de kosten. De ca 10% bijdrage vanuit vsv-middelen is nodig om de kwaliteit te borgen en te verbeteren, met name op het vlak van de samenwerking tussen jongere, ouders, school van herkomst, de coaching van de jongere bij de OOV en de hulp in het gezin. Jaarlijks wordt in het bestuurlijk overleg vsv de noodzaak en omvang van deze maatregel heroverwogen. Sterk van vo naar mbo Intergrip blijft ingezet worden, voortaan bekostigd door vo scholen, mboRijnland en RMC gezamenlijk, dus niet meer vanuit het vsv programma. Per 1 oktober 2020 vervalt de overstapcoach voor het VO. Voor een specifieke doelgroep blijft een overstapcoach beschikbaar (voor leerlingen vo basisberoepsgericht met leerwegondersteuning, pro en vso). Nieuwe maatregelen die ondersteunen: gezamenlijke LOB en inzet coaches / mentoren. Entree naar werk Per 1 oktober 2020 borgen. Deze maatregel krijgt o.a. een vervolg in de subsidieaanvraag van mboRijnland voor betere aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt mbo niveau 1 en 2. Nieuwe maatregelen die ondersteunen; outreachend jongerenteam, extra coaches. 2 voor 2 en 2 voor 3 & 4 Borgen per schooljaar 2020/2021 wordt reguliere taak onderwijs.
TOP klassen Borgen vanaf 2021, de periode augustus – januari wordt gebruikt voor de overdracht naar de reguliere mbo teams. Nieuwe maatregelen die ondersteunen; gezamenlijke LOB, schakeljaar op het mbo. Pluscoaching Borgen met overgangsperiode. Streven is dat onderwijs en gemeenten hierover afspraken maken in 2021. Dit sluit aan bij de kwaliteitsagenda van mboRijnland “begeleiden zonder belemmering”. Tot die afspraken er zijn, loopt de huidige maatregel door, het Bestuurlijk overleg vsv neemt hierover jaarlijks een besluit. Werk ook aan een diploma Economische ontwikkelingen vragen om een andere inzet, toewerken naar afspraken met werkgevers per sector, in samenwerking met de gemeenten / Werkgeversservicepunten. Afspraken gaan over het begeleiden van werkende vsv’ers en het creëren van BBL plekken (leerbanen). Doel is te komen tot zo veel mogelijk gekwalificeerde arbeid. Daarbij wordt aangesloten op ontwikkelingen rond een leven lang ontwikkelen. Nieuwe maatregel die ondersteunt: matchtafels.
15
BIJLAGE 3 Uitgangspunten nieuwe vsv programma
In aanloop naar een nieuw vsv programma hebben wij een uitgebreid proces doorlopen met alle betrokken partners, inclusief jongeren en ondersteund door bureau KBA uit Nijmegen. Hierin zijn de volgende stappen doorlopen:
31 oktober 2019 grote regionale bijeenkomst met studenten en betrokken partners 2 december 2019 bijeenkomst bestuurders Dec – mrt 2020 ; input afzonderlijke gemeenten Feb 2020; input directies VO Maart-april: bespreken conceptplan met betrokken partners; Uitvraag reacties op conceptplan bij alle betrokkenen; Opstellen regioanalyse en analyse jongeren in een kwetsbare positie; 16 april werkgroep vsv
Werken aan loopbaanperspectief met een startkwalificatie blijft het belangrijkste uitgangspunt. Verder streven we op basis van de input van de diverse betrokkenen naar:
Bestaande maatregelen borgen, tenzij….. We zijn tevreden over de resultaten de afgelopen periode (bijlage 1). Het is de bedoeling deze maatregelen zoveel mogelijk te borgen binnen bestaande structuren en werkwijzen. Het is de opdracht van het ministerie van OCW om te gaan van project naar structuur. Meer maatwerk door onderlinge afstemming Er komt een belangrijke verschuiving van de inzet ten opzichte van de afgelopen periode. We willen zoveel mogelijk af van afzonderlijke initiatieven voor afzonderlijke doelgroepen en toe naar meer maatwerk voor de jongere door betere afstemming tussen betrokken partners (onderwijs, overheid, bedrijven, zorg). Oplossingsgericht werken (in plaats van probleemgericht) De wensen en mogelijkheden van de jongere zijn leidend; waar sta ik nu, hoe ben ik daar gekomen, waar wil ik naartoe en wat is de volgende stap? Dit is een voortdurend proces en laat zich vaak niet vangen in afzonderlijke maatregelen, het vergt juist een gezamenlijke werkwijze door verschillende partners. Want wie met een jongere werkt, kan merken dat voor de volgende stap een andere partner ingeschakeld moet worden. Deze manier van werken sluit goed aan bij de ontwikkelingen die we in het sociaal domein zien (uitgaan van eigen initiatief, de juiste zorg erbij halen waar nodig, ontwikkeling naar een netwerkorganisatie met aandacht voor procesregie).
Outreachende aanpak verder doorvoeren Om de genoemde verschuiving te kunnen realiseren, zal de outreachende aanpak verder versterkt moeten worden, liefst met alle betrokken partners samen. Om jongeren echt te kunnen helpen, gaan we het gesprek met ze aan in hun eigen omgeving, thuis, op school of op het werk. Veel jongeren hebben hier behoefte aan, juist in de onzekere coronatijden. Jongeren zelf laten kiezen Het werkt als jongeren zelf de volgende stap zetten in hun ontwikkeling. Niet iedereen lukt dat zelfstandig, enige ondersteuning en een aanbodgerichte benadering zijn dan ook wenselijk. Maar ook daarbinnen kunnen jongeren eigen keuzes maken, dit willen we stimuleren. Als ze zelf een beter idee hebben dan het voorgestelde aanbod, kijken we of er mogelijkheden zijn. Versterken samenwerking tussen het vo en het mbo en tussen onderwijs en gemeenten en met werkgevers en zorgpartners Dit is nodig omdat de loopbaan van de jongere het werkgebied van de partners doorkruist.
16
Regio-analyse Zuid-Holland-Oost voortijdige schoolverlaters en jongeren in een kwetsbare positie periode 2015/16 – 2018/19
In opdracht van: RMC - regio Zuid-Holland Oost Contactpersoon: Mw. E. van de Bree
Amsterdam, 23 april 2020
17
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave................................................................................................................................................ 1 Inleiding .......................................................................................................................................................... 2 Samenvatting .................................................................................................................................................. 2
Deel 1
Voortijdige schoolverlaters .................................................................................................... 8
1.
Deelnemers en voortijdige schoolverlaters in VO en Mbo .................................................................... 9
2.
Regio-resultaten en streefnormen ...................................................................................................... 14
3.
Regio-resultaten en landelijk gemiddelde ........................................................................................... 18
4.
Vergelijking met spiegelregio’s ............................................................................................................ 20
5.
Voortijdig schoolverlaten in het voortgezet onderwijs ....................................................................... 21
6.
Voortijdig schoolverlaten in het Middelbaar Beroepsonderwijs ......................................................... 28
7.
Voortijdige schoolverlaters, één jaar later .......................................................................................... 38
Deel 2
Jongeren in een kwetsbare positie ....................................................................................... 40
8.
Jongeren in een kwetsbare positie ...................................................................................................... 41
9.
PrO-leerlingen in kwetsbare positie .................................................................................................... 44
10.
Vso-jongeren in kwetsbare positie ...................................................................................................... 48
Bijlagen .................................................................................................................................................. 52
1
Inleiding De gemeenten in de regio ZHO werken samen met de VO- en Mbo-scholen in de regio aan het terugdringen van aantal jongeren die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. De afgelopen jaren is het vsv-beleid verbreed naar jongeren in een kwetsbare positie. Jongeren in het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs en de entree-opleidingen worden tot de verbrede doelgroep van het beleid gerekend. De gemeenten en scholen in de regio ZHO hebben, op basis van een regionaal programma voor de periode 2015 – 2019, gewerkt aan een aanpak waarbij al deze jongeren ondersteuning is geboden. Niet alleen richting onderwijs maar ook naar werk en zorg. De samenwerkende gemeenten en scholen werken nu aan de voorbereiding van een regionaal programma voor de periode 2020-2024. In een ministeriële regeling zijn de doelstellingen en kaders voor het regionale programma 2020-2024 vastgelegd. Terugdringen vsv
Het voorkomen en bestrijden van uitval onder jongeren tussen de 12 en 23 jaar blijft net als vorige jaren de belangrijkste doelstelling. De doelstelling om het aantal nieuwe jaarlijkse vsv’ers te verlagen naar 20.000 blijft onverminderd van kracht. Terug naar onderwijs of werk
Het is onvermijdelijk dat er ondanks alle inspanningen toch jongeren uitvallen. Dan is het belangrijk dat zij goed begeleid worden. Waar mogelijk terug naar een kwalificerende opleiding en anders richting werk. Van de RMC-regio’s wordt gevraagd doelstellingen te formuleren bij de percentages vsv’ers dat één jaar later weer terug naar school gaat óf aan het werk is. Overstap naar werk door jongeren in een kwetsbare positie
De regio’s worden bovendien gevraagd om in het regionaal programma nader invulling te geven aan de RMC-taak om jongeren in een kwetsbare positie die uitstromen vanuit praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of entreeopleiding, te begeleiden richting arbeid. Hier hoeven geen streefcijfers voor opgesteld te worden. De regio’s worden geadviseerd een analyse op te stellen van de ontwikkelingen van het voortijdig schoolverlaten in de regio. De analyse zal steun kunnen bieden bij het evalueren van eerder genomen maatregelen en het aanwijzen van doelgroepen en aandachtspunten voor het beleid in de komende periode. Deel 1, voortijdige schoolverlaters De eerste 6 hoofdstukken van deze rapportage gaan in op de ontwikkelingen van de aantallen deelnemers en voortijdig schoolverlaters in de regio Zuid-Holland Oost. De behaalde opbrengsten in de regio worden vergeleken met de resultaten in twee spiegelregio’s en de landelijke gemiddelden. Bovendien worden de resultaten vergeleken met de door OCW vastgestelde streefnormen. Zo wordt zicht gekregen op: goede en minder goede resultaten de afstand tussen de behaalde en nog te behalen resultaten indicaties voor de effectiviteit van genomen maatregelen mogelijke specifieke doelgroepen. Hoofdstuk 7 gaat over de leerlingen die één jaar na schoolverlaten terugkeren naar onderwijs of voor minimaal 12 uur per week deelnemen aan arbeid.
De cijfers over de jaren 2014 – 2017 worden getoond. Deel 2, jongeren in een kwetsbare positie Jongeren in een kwetsbare positie zijn onderwerp van hoofdstuk 8 en verder. De cijfers uit de DUO-factsheets geven inzicht in de onderwijsherkomst van de jongeren en hun bestemming in en buiten het onderwijs. Over de uitstromers uit het praktijkonderwijs (hoofdstuk 9), respectievelijk het voortgezet speciaal onderwijs (hoofdstuk 10) zijn bij bronnen als Scholen op de Kaart, CBS en sectorraad praktijkonderwijs aanvullende gegevens over hun uitstroombestemming opgehaald.
Samenvatting Toegenomen vsv
In de jaren na 2015 is het aantal voortijdige schoolverlaters in de regio Zuid-Holland Oost (ZHO) gestegen van 467 naar 540. Ook het percentage leerlingen dat voortijdig uitvalt is gestegen. Van 1,53% in 2016 naar 1,78% in 2018.
Onderbouw VO Vmbo-bovenbouw H/V-bovenbouw VO-totaal
deelnemers Vsv-aantal vsv-percent 15/16 16/17 17/18 18/19 15/16 16/17 17/18 18/19 15/16 16/17 17/18 18/19 11.718 11.420 11.119 10.923 7 15 16 25 0,06 0,13 0,14 0,23 4.863 4.871 4.716 4.551 42 37 41 32 0,86 0,76 0,87 0,70 5.635 6.099 6.178 6.059 13 22 28 23 0,23 0,36 0,45 0,38 22.216 22.390 22.013 21.533 62 74 85 80 0,28 0,33 0,39 0,37
Mbo 1 Mbo 2 Mbo 3 Mbo 4 Mbo totaal totaal
172 158 218 253 1.525 1.412 1.418 1.361 2.014 2.005 1.986 1.876 4.637 4.968 5.078 5.320 8.348 8.543 8.700 8.810 30.564 30.933 30.713 30.343
52 133 79 141 405 467
28 113 88 160 389 463
43 140 78 179 440 525
56 134 89 181 460 540
30,23 8,72 3,92 3,04 4,85 1,53
17,72 8,00 4,39 3,22 4,55 1,50
19,72 9,87 3,93 3,53 5,06 1,71
22,13 9,85 4,74 3,40 5,22 1,78
In het VO is het vsv-percentage gestegen naar 0,37%. Vooral in de onderbouw en de Havo/Vwo-bovenbouw is de uitval gestegen. De stijgende uitvalcijfers in het VO zijn ook landelijk waarneembaar. In het Mbo is t.o.v. 2015 de uitval gestegen van 4,85% naar 5,22%. De stijging doet zich op alle niveaus voor. Daarbij mag aangetekend dat in 2018 bij Mbo2 en Mbo4 een lichte reductie is gerealiseerd t.o.v. één jaar eerder. De stijgende vsvcijfers onder de Mbo-deelnemers zijn ook aan te wijzen op landelijk niveau. De uitval in ZH Oost blijft in 2018, zowel in VO als Mbo, onder de landelijke gemiddelden, m.u.v. Mbo3. De uitval onder de ZH Oost-jongeren overtreft echter de overeengekomen streefnormen. Alleen in de onderbouw van het VO en de Mbo1-opleidingen kan aan de normen worden voldaan. De oplopende vsv-percentages enerzijds en de steeds scherpere normen anderzijds leiden tot een groeiende afstand tussen norm en bereikt resultaat. NL vsv-percent 16/17 17/18 0,24 0,29 0,98 0,98 0,42 0,45 0,46 0,50
18/19 0,28 0,97 0,48 0,49
15/16
16/17
17/18
18/19
15/16
16/17
17/18
18/19
Onderbouw VO Vmbo-bovenbouw H/V-bovenbouw VO-totaal
15/16 0,20 1,08 0,40 0,45
0,20 1,50 0,10
0,10 1,00 0,10
0,10 1,00 0,10
0,10 1,00 0,10
-0,14 -0,64 0,13
0,03 -0,24 0,26
0,04 -0,13 0,35
0,13 -0,30 0,28
Mbo 1 Mbo 2 Mbo 3 Mbo 4 Mbo totaal totaal
29,06 8,68 3,28 2,75 4,65 1,72
26,70 8,93 3,44 2,93 4,71 1,75
23,22 10,01 4,17 3,49 5,35 2,01
22,50 10,00 2,75 2,75
27,50 9,50 3,60 2,75
27,50 9,40 3,50 2,75
26,40 8,60 3,20 2,70
7,73 -1,28 1,17 0,29
-9,78 -1,50 0,79 0,47
-7,78 0,47 0,43 0,78
-4,27 1,25 1,54 0,70
23,27 9,47 3,87 3,34 5,10 1,91
Streefnormen in %
Boven / onder de norm
Spiegelregio’s
De uitval onder de jongeren uit de regio Zuid-Holland Oost kan worden vergeleken met de uitval in twee nabijgelegen RMC-regio’s: Zuid-Holland Noord (Leiden) en Zuid-Holland Zuid (Dordrecht).
De uitvalpercentages onder de VO-leerlingen in de regio ZHO zijn lager dan in de twee spiegelregio’s. Vooral in de Vmbo-bovenbouw blijft de uitval onder ZHO-jongeren lager dan de twee andere regio’s.
De uitval onder de ZHO-leerlingen is voor het Mbo-totaal lager dan in de twee spiegelregio’s. In alle regio’s blijft de uitval in Mbo1 onder de vastgestelde streefnorm. In 2018 blijft de uitval in ZHO onder het landelijk gemiddelde bij Mbo1, Mbo2 en Mbo4. In de andere regio’s is de uitval hoger dan het landelijk gemiddelde.
Achtergrondkenmerken vsv’ers ZH Oost Jongens (2,4%) vallen vaker uit dan meisjes (1,2%). In het VO neemt de uitval toe met de leeftijd van de leerlingen. De uitval onder de 18+ leerlingen is vele malen hoger dan onder de jongere leerlingen. In het Mbo is de uitval onder de 18-19 jarigen hoger dan onder de jongere leerlingen, maar ook hoger dan onder de 20+ deelnemers. Jongeren met een migratie achtergrond lopen meer risico op voortijdig schoolverlaten. Jongeren uit de gemeente Gouda en Alphen aan den Rijn vallen vaker uit dan leerlingen uit andere gemeenten.
3
Vsv in het VO Onderbouw
De uitval in de onderbouw van het VO is in de regio in de eerste jaren na 2015/16 beperkt gebleven. In 2018/19 is de uitval evenwel sterk gestegen. Het positieve verschil met het landelijk gemiddelde is deels verloren gegaan. Onder Lwoo-leerlingen is de uitval relatief hoog. Relatief hoog is de uitval onder leerlingen op scholen buiten de regio. Vmbo-bovenbouw
De uitval in de Vmbo-bovenbouw is gedurende de hele periode onder de streefnorm van 1,0% gebleven. De uitval onder Lwoo-leerlingen is hoger dan onder leerlingen in het reguliere Vmbo. De uitval onder de weinige Vavo-leerlingen is aanmerkelijk hoger dan onder de overige leerlingen. Doorgaans is het percentage vsv’ers in de theoretische leerweg lager dan in de kaderberoepsgerichte leerweg; en die weer lager dan in de basisberoepsgerichte leerweg aangetroffen. In 2018/19 is dat in ZHO anders. Dat jaar is de uitval in de basisberoepsgerichte leerweg lager dan in beide andere leerwegen. Havo/Vwo-bovenbouw
Het aantal ZH Oost jongeren in de bovenbouw van Havo en Vwo is na 2015/16 sterk gegroeid. Maar ook het aantal vsv’ers is gestegen. Met name in het Havo is de uitval hoog. De kans op uitval blijkt sterk toe te nemen na een overstap naar het Vavo. Streefnorm 2019
De streefnormen voor het VO zullen in 2019 onveranderd van kracht blijven. Mocht men in de regio ZH Oost aan de streefnorm willen voldoen zal in de Havo/Vwo-bovenbouw het aantal vsv’ers met 73% gereduceerd moeten worden. In de onderbouw zal het aantal vsv’ers met ruim de helft moeten afnemen. Vsv in het Mbo
Het deelnemersaantal in het Mbo is in de voorgaande vier schooljaren met 5,5% gegroeid tot ruim 8.800. Vooral het deelnemersaantal in Mbo4 is sterk gegroeid. In ZHO neemt nu meer dan 60% van alle Mbo’ers deel aan een Mbo4 opleiding. Dat Mbo4-aandeel is in ZH Oost hoger dan het landelijk gemiddelde. De aantallen deelnemers aan Mbo2 en Mbo3 zijn licht gedaald. De verhouding tussen de deelnemersaantallen in de Bbl- respectievelijk Bol-opleidingen is nagenoeg onveranderd gebleven 17% : 83%. Bij de Mbo1 blijft in 2018 zowel bij de Bbl als bij de Bol de uitval onder de streefnorm. Op de andere niveaus is dat niet gelukt. Waarden onder de streefnorm zijn in onderstaande tabel groen gearceerd.
Mbo1 Mbo2 Mbo3 Mbo4 totaal
streefnorm 2018/19 26,40 8,60 3,20 2,70
15/16 5,88 8,58 2,14 1,45 4,70
Bbl Vsv percentage 16/17 17/18 19,05 10,00 8,58 12,67 3,16 4,76 3,51 2,85 5,50 7,38
18/19 14,29 7,89 5,33 4,86 6,33
15/16 32,90 8,81 4,69 3,12 4,88
Bol Vsv percentage 16/17 17/18 17,52 21,28 7,65 8,21 4,96 3,50 3,21 3,56 4,36 4,58
18/19 24,02 10,87 4,40 3,32 4,99
De laatste jaren is het uitvalpercentage bij de Bbl- hoger dan bij de Bol-opleidingen. Op de onderscheiden niveaus doen zich van jaar tot jaar schommelingen voor, waarbij soms de Bbl, soms de Bol-opleidingen lagere uitvalcijfers kunnen voorleggen. In 2018 blijft de uitval bij Bbl1 en Bbl2 lager dan bij de Bol. Bij Mbo3 en Mbo4 is dat juist andersom. Mbo-instellingen
De Mbo-instellingen die het meest worden bezocht door de ZHO-jongeren zijn het mboRijnland, Wellant College en Hoornbeeck College in Gouda, het Zadkine en het Albeda College in Rotterdam, het ROC Midden Nederland in Utrecht en het ROC Mondriaan in Den Haag. Circa 80% van de Mbo-leerlingen uit ZH Oost bezoekt een van deze 7 instellingen. Het mboRijnland verzorgt het Mbo voor ruim 44% van alle Mbo-deelnemers uit de regio. De uitval op het mboRijnland is relatief hoog. Ook op het Albeda College in Rotterdam en Mbo Midden Nederland in Utrecht vallen veel ZHO-jongeren uit. Het ROC Mondriaan heeft de uitval onder het groeiende aantal ZHO-deelnemers weten te reduceren. Het Hoornbeeck College kent door de jaren heen de laagste uitvalcijfers.
4
Streefnorm 2019
Om aan de streefnormen 2019 te voldoen zal in de regio ZHO het aantal vsv’ers in het Mbo met 19% moeten dalen. Bij gelijk deelnemersaantal mogen dan, in plaats van de huidige 460, slechts 374 deelnemers hun onderwijsdeelname vroegtijdig staken. De grootste reductie is nodig bij Mbo3 en Mbo4. Vsv’ers, één jaar later
Van de 547 vsv’ers uit schooljaar 2017/18 zijn één jaar later 120 jongeren (25%) teruggekeerd naar onderwijs. Uit diezelfde groep ZHO-vsv’ers hebben 187 jongeren (39%) een baan voor minimaal 12 uur per week gevonden. 2017
25,5%
2016
27,3%
2015
28,5%
2014
27,4%
0,0%
10,0%
39,2% 31,7% 33,8% 30,2% 20,0%
30,0%
40,0%
onderwijs
50,0%
60,0%
70,0%
werk
De arbeidsmarkt lijkt een groeiende aantrekkingskracht te hebben. Over de positie van de overige 35% is geen informatie bekend. ZH Oost aantal terug in
Jaar
deelnemers
2014 2015 2016 2017 2018
31.193 31.133 31.102 30.888 30.568
Vsv onderwi aantal js 481 451 424 474 547
131 129 117 120
ZH Oost percent terug in
ZH Noord percent terug in
werken d
totaal
onderwi js
werken d
totaal
onderwi js
werken d
totaal
148 151 137 187
279 280 254 307
27% 29% 28% 25%
31% 33% 32% 39%
58% 62% 60% 65%
29% 30% 27% 25%
30% 37% 33% 40%
59% 67% 60% 66%
De ontwikkeling in de regio Zuid-Holland Oost laten zich goed vergelijken met die in de regio Zuid-Holland Noord. Er zijn sterke paralellen. In beide regio’s is het aandeel vsv’ers dat uitstroomt naar werk groter dan het aandeel jongeren dat terugkeert naar onderwijs. Die dominantie van werk boven school is het grootst bij de vsv’ers uit 2017. In beide regio’s is van alle vsv’ers bijna 2/3-deel één jaar later óf weer terug naar de schoolbanken óf aan het werk.
5
Deel 2, Jongeren in een kwetsbare positie Leerlingen die vanuit het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs, het Vmbo-bbl en de entreeopleiding doorstromen naar Mbo1, Mbo 2 of uitstromen uit het onderwijs gelden als jongeren in een kwetsbare positie. De regio ZHO telt in 2018 bijna 800 jongeren in een kwetsbare positie. Dat aantal is na 2015 min of meer stabiel gebleven. Er hebben zich wel veranderingen voorgedaan in de samenstelling van de groep. Het aantal door- en uitstromers uit het Pro, Vso en Mbo1 is toegenomen. Het aantal door- en uitstromers uit de Vmbo-Bbl is sterk gedaald. Toch maken zij nog altijd 45% uit van alle jongeren in een kwetsbare positie. Kwetsbare door- uitstroom Pro Vmbo-bbl Vso-arbeidsmarkt Vso-vervolgonderwijs Mbo1 totaal
15/16 114 437 41 28 164 784
16/17 104 404 35 37 175 755
17/18 123 434 52 47 158 814
Index 18/19 t.o.v. 15/16 16% -18% 17% 43% 32% 1,3%
18/19 132 358 48 40 216 794
% van totaal 2018 17% 45% 6% 5% 27% 100%
Ongeveer 15% van de groep jongeren in een kwetsbare positie maakt een overstap naar een Mbo1-opleiding. Hun aantal lijkt te groeien. Circa 60% van de groep jongeren in een kwetsbare positie maakt een overstap naar het Mbo2. Het gaat elk jaar om 450 tot 500 leerlingen. Elk jaar verlaten bijna 200 Mbo1-,pro-, vso-, vmbo-bbl-leerlingen het onderwijs.
Mbo1 Mbo2 uit onderwijs totaal
‘15 109 478 197 784
ZH Oost aantal ‘16 ‘17 103 126 453 504 199 184 755 814
‘18 131 465 198 794
ZH Oost % ‘16 ‘17 13,6 15,5 60,0 61,9 26,4 22,6 100,0 100,0
‘15 13,9 61,0 25,1 100,0
‘18 16,5 58,6 24,9 100,0
‘15 13,8 59,2 27,0 100,0
Nederland % ‘16 ‘17 14,0 14,6 58,8 59,6 27,2 25,8 100,0 100,0
‘18 16,0 58,4 25,6 100,0
Die verdeling in ZH Oost over de 3 bestemmingscategorieën sluit goed aan bij de landelijke cijfers.
NL
16,0%
58,4%
25,6%
ZHO
16,5%
58,6%
24,9%
0%
10%
20%
30%
40%
mbo1
50% mbo2
60%
70%
80%
90%
100%
uit onderwijs
Over twee specifieke groepen, namelijk de leerlingen uit Pro en Vso, is uit andere bronnen enige aanvullende informatie over hun bestemming na schoolverlaten verzameld.
6
Praktijkonderwijs
Het leerlingenaantal op de 4 scholen voor praktijkonderwijs in deze regio is na 2015 met 6% gestegen. De Pro-scholen volgen hun leerlingen tot twee jaar na schoolverlaten. Zuid-Holland Oost Landelijk na 1 jaar na 2 jaar na 1 jaar na 2 jaar 6% 6% 5% 5% 43% 51% 39% 45% 9% 9% 4% 4% 13% 9% 12% 10% 25% 21% 35% 30% 6% 5% 7% 7% 100% 100% 100% 100% Bron: scholen op de kaart + sectorraad praktijkonderwijs, uitstroommonitor praktijkonderwijs 2018-2019 Cohort 2016/17 Dagbesteding Werk Beschut werk Werk en Leren (Mbo Bbl) Leren (Mbo Bol) Geen werk of school
Na twee jaar is bijna 60% van de oud PrO-leerlingen aan het werk. Dat percentage is hoger dan het landelijk gemiddelde. Een deel van de leerlingen heeft in het 2e jaar na uitstroom de overstap naar arbeid gemaakt. Na twee jaar neemt nog 30% van de Pro-leerlingen deel aan een Mbo-opleiding. Voor 5% van de leerlingen is na 2 jaar geen passende plek op arbeidsmarkt of onderwijs gevonden. Voortgezet speciaal onderwijs Het voortgezet speciaal onderwijs in dit gebied wordt verzorgd op 7 locaties. Het aantal vso-leerlingen in ZH Oost is na 2015 met 30% gestegen.
uitstroomprofiel dagbesteding arbeid vervolgonderwijs totaal
2015/16 173 98 246 517
16/17 151 159 267 577
17/18 136 126 314 593
18/19 160 119 359 638
19/20 164 107 397 668
Aandeel profielen 19/20 ZHO NL 25% 27% 16% 24% 59% 49% 100% 100%
Bron: DUO data, leerlingen SO-Vso, bekostigingscategorie – uitstroomprofiel
Vooral het aantal deelnemers aan het uitstroomprofiel vervolgonderwijs is in ZH Oost sterk gegroeid. Het aandeel leerlingen uit dit uitstroomprofiel is in de regio ZHO groter dan het landelijk gemiddelde. Ongeveer 50% van de uitstromers uit dit profiel wordt gerekend tot jongeren in een kwetsbare positie. Het aantal deelnemers aan het uitstroomprofiel arbeidsmarkt wisselt. Van deze groep maakt gemiddeld 90% een overstap naar Mbo1 of Mbo2 (samen 35%) of naar een bestemming buiten het onderwijs (55%).
7
Deel 1 Voortijdige schoolverlaters
8
1.
Deelnemers en voortijdige schoolverlaters in VO en Mbo
1.1
Deelnemers onderwijs
De regio Zuid-Holland Oost telt in de periode tussen 2015/16 en 2018/19 ruim 30.000 deelnemers aan het voortgezet en middelbaar onderwijs.
Onderbouw VO Vmbo-bovenbouw
15/16
16/17
17/18
18/19
index 2015/16 = 100%
11.718 4.863
11.420 4.871
11.119 4.716
10.923 4.551
93,2 93,6
H/V-bovenbouw
5.635
6.099
6.178
6.059
107,5
VO-totaal
22.216
22.390
22.013
21.533
96,9
Mbo 1
172
158
218
253
147,1
Mbo 2 Mbo 3
1.525 2.014
1.412 2.005
1.418 1.986
1.361 1.876
89,2 93,1
Mbo 4
4.637
4.968
5.078
5.320
114,7
Mbo totaal
8.348
8.543
8.700
8.810
105,5
Regio totaal
30.564
30.933
30.713
30.343
99,3%
Het aantal deelnemers in het Mbo is na 2015/16 gegroeid naar ruim 8.800. Een stijging van 5,5%. In diezelfde periode is het aantal deelnemers in het VO met 3% gedaald. Die daling doet zich niet in alle sectoren in dezelfde mate voor. In de bovenbouw van het Vmbo is het aantal deelnemers ruim 6% gedaald. In de bovenbouw van het Havo/Vwo is het aantal deelnemers juist met 7,5% gestegen. 1.2
Voortijdige schoolverlaters
In de eerste twee jaren van deze 4-jaarsperiode telt de regio minder dan 500 voortijdige schoolverlaters. Vanaf 2017/18 stijgt dat aantal weer, zowel in het VO als het Mbo. In 2018/19 (voorlopige cijfers!) verlaten 540 leerlingen voortijdig het onderwijs. Ook het vsv-percentage is gestegen. Van circa 1,5% aan het begin van deze periode naar 1,78% in 2018/19. De vsv-percentages in de regio Zuid-Holland Oost zijn lager dan de landelijk gemiddelden. Dat is zo bij VO als bij het mbo. Net als in de regio laten de landelijke cijfers een stijging van het vsv-percentage zien. ZH Oost, vsv-aantal ZH Oost, vsv-percent NL, vsv-percent 15/16 16/17 17/18 18/19 15/16 16/17 17/18 18/19 15/16 16/17 17/18 18/19 Onderbouw VO Vmbo-bovenbouw
7 42
15 37
16 41
25 32
0,06 0,86
0,13 0,76
0,14 0,87
0,23 0,70
0,20 1,08
0,24 0,98
0,29 0,98
0,28 0,97
H/V-bovenbouw
13
22
28
23
0,23
0,36
0,45
0,38
0,40
0,42
0,45
0,48
VO-totaal
62
74
85
80
0,28
0,33
0,39
0,37
0,45
0,46
0,50
0,49
Mbo 1 Mbo 2
52 133
28 113
43 140
56 134
30,23 8,72
17,72 8,00
19,72 9,87
22,13 9,85
29,06 8,68
26,70 8,93
23,27 9,47
23,22 10,01
Mbo 3
79
88
78
89
3,92
4,39
3,93
4,74
3,28
3,44
3,87
4,17
Mbo 4
141
160
179
181
3,04
3,22
3,53
3,40
2,75
2,93
3,34
3,49
Mbo totaal
405
389
440
460
4,85
4,55
5,06
5,22
4,65
4,71
5,10
5,35
totaal
467
463
525
540
1,53
1,50
1,71
1,78
1,72
1,75
1,91
2,01
1.3
Voortgezet Onderwijs
In het VO is het aantal vsv’ers na 2015/16, toen slechts 62 leerlingen voortijdig zijn uitgevallen, weer gestegen. In 2018/19 hebben (voorlopige telling!) 80 leerlingen het onderwijs voortijdig verlaten.
9
15/16
Vsv aantal 16/17 17/18
18/19
15/16
Vsv percentage 16/17 17/18
18/19
Onderbouw VO
7
15
16
25
0,06
0,13
0,14
0,23
Vmbo-bovenbouw H/V-bovenbouw
42 13
37 22
41 28
32 23
0,86 0,23
0,76 0,36
0,87 0,45
0,70 0,38
VO-totaal
62
74
85
80
0,28
0,33
0,39
0,37
Het vsv-percentage in het VO is in 2018/19 uitgekomen op 0,37%. Dat is lager dan een jaar eerder, maar duidelijk hoger dan in 2015/16. In 2018/19 zijn er opvallend veel vsv’ers in de onderbouw geweest. De Vmbo-bovenbouw telt in deze periode een wisselend aantal vsv’ers. Ook het vsv-percentage schommelt. Tussen de 0,70 en 0,87% van de Vmbo’ers verlaat voortijdig het onderwijs. In de bovenbouw van het Havo en Vwo schommelt het vsv-percentage in de laatste 3 jaren tussen 0,36 en 0,45%. 1,0% 0,8% 0,6% 0,4% 0,2%
0,0% Onderbouw VO
Vmbo bovenbouw 15/16
1.4
16/17
H/V bovenbouw 17/18
VO-totaal
18/19
Middelbaar beroepsonderwijs
Het aantal vsv’ers in het Mbo is gegroeid van 405 in 2015/16 naar 460 in 2018/19. Ook het vsv-percentage is gestegen. En wel van 4,85% aan het begin van deze periode naar 5,22% in 2018/19.
15/16
Vsv aantal 17/18 16/17
18/19
15/16
Vsv percentage 17/18 16/17
18/19
Mbo 1 Mbo 2
52 133
28 113
43 140
56 134
30,23 8,72
17,72 8,00
19,72 9,87
22,13 9,85
Mbo 3 Mbo 4
79 141
88 160
78 179
89 181
3,92 3,04
4,39 3,22
3,93 3,53
4,74 3,40
Mbo totaal
405
389
440
460
4,85
4,55
5,06
5,22
In 2016/17 is het vsv-percentage bij Mbo1 en Mbo2 duidelijk lager dan het jaar daarvoor. Ook het vsv-percentage voor het Mbo-totaal is dat jaar lager dan in eerder jaren. In 2017/18 en 2018/19 gaat deze winst weer verloren. De vsv-percentages bij Mbo1 en Mbo2 lopen dan weer op. Ook het vsv-percentage voor het Mbo-totaal stijgt dan weer. In het laatste meetjaar wordt voor de 4-jaars periode de hoogste waarde bereikt: 5,22%.
Mbo 1
Het vsv-percentage is op Mbo1 niveau in 2018/19 duidelijk lager dan bij het begin van deze periode. Het vsv-percentage heeft in de afgelopen 4 jaar een grillig verloop gekend. In 2015/16 bedroeg het nog ruim 30%. Een jaar later verliet slechts 17,7% het Mbo1 voortijdig. Daarna is het vsv-percentage weer gestegen tot ruim 22% in 2018/19. Vóór 2016/2017 werden alle jongeren met een entree-opleiding die niet doorstroomden naar Mbo2 geteld als vsv’er. Vanaf 2016/2017 tellen Mbo1 leerlingen niet langer meer als vsv’er indien zij doorstromen naar werk en daarbij een
10
arbeidscontract van minimaal 12 uur per week hebben. Jongeren die minder dan 12 uur/week werken gelden nog wel als vsv’er.
35% 30% 25% 20% 15%
10% 5% 0%
Mbo 1
Mbo 2 15/16
Mbo 3 16/17
17/18
Mbo 4
Mbo totaal
18/19
Mbo2
In het Mbo2 zijn de vsv-percentages in 2017/18 en 2018/19 zo’n 9,86%. Dat is hoger dan in de eerste 2 jaar van deze 4jaars periode. Mbo3
De resultaten zijn wisselend. Het vsv-percentage fluctueert tussen de 3,92% in 2015/16 en 4,74% in het laatste jaar. Mbo4
Aan het begin van deze periode was het uitvalpercentage relatief laag, namelijk 3,04%. Dat niveau kon niet worden vastgehouden. Het vsv-percentage is daarna gestegen naar 3,53% in 2017/18. In 2018/19 is dat weer licht gedaald naar 3,40%.
11
1.5
Achtergrondkenmerken voortijdige schoolverlaters
Jongens en meisjes
De uitval onder de jongens in de regio Zuid-Holland Oost is, net als elders in het land, beduidend hoger dan onder de meisjes. 15/16 2,00 1,05
Jongens meisjes
ZH Oost % 17/18 16/17 1,91 2,34 1,08 1,08
18/19 2,37 1,18
15/16 2,16 1,27
Nederland % 17/18 16/17 2,22 2,42 1,27 1,35
18/19 2,56 1,43
Leeftijd in VO
In het voortgezet onderwijs zijn de uitvalcijfers vooral onder de oudere leerlingen hoog. 15/16 15 en jonger
ZHO aantal vsv 16/17 17/18 8 5
18/19 15/16 10
ZHO vsv % 16/17 17/18 0,06 0,04
18/19 15/16 0,08
NL vsv % 16/17 17/18 0,07 0,09
18/19 0,09
16 en 17
22
22
24
0,29
0,30
0,33
0,46
0,42
0,44
18 en 19 20 en ouder
42 2
52 6
43 3
2,18 4,17
2,64 8,96
2,18 5,56
2,82 5,57
3,00 7,46
2,93 8,21
totaal
74
85
80
0,33
0,39
0,37
0,46
0,49
0,49
Oudere leerlingen in onderbouw VO Leerlingen van 16 jaar en ouder bepalen in belangrijke mate de uitvalpercentages. Zelfs in de onderbouw! In de VO-onderbouw in de regio ZHO nemen elk jaar kleine aantallen leerlingen deel die al 18 jaar of ouder zijn. Zijn het ISK-deelnemers? De voortijdige uitval onder deze oudere leerlingen is aanzienlijk. Elk jaar bestaat het totale aantal vsv’ers voor ongeveer de helft uit deze 18+ leerlingen. deelnemers
Vsv-aantal
Vsv-percentage
onderbouw
16/17
17/18
18/19
16/17
17/18
18/19
16/17
17/18
18/19
15 en jonger
10.996
10.726
10.507
7
5
10
0,06
0,05
0,10
16 en 17
392
339
365
1
4
0,26
18 en 19 20 en ouder
27 5
52 2
49 2
7
10 1
11
25,9
19,2 50,0
22,4
11.420
11.119
10.923
15
16
25
0,13
0,14
0,23
totaal
1,10
Leeftijd in Mbo In het Mbo wordt het hoogste vsv-percentage aangetroffen bij de leeftijdscategorie 18-19 jaar. 15/16 15 en jonger 16 en 17 18 en 19 20 en ouder totaal
ZHO vsv aantal 16/17 17/18 23 227 139 389