CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Toelichting Lindelaan Nieuwkoop 15-10-2021

Meningsvormende raad II 20 januari 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Lindelaan Nieuwkoop12.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan | Toelichting

Lindelaan Nieuwkoop

Gemeente Nieuwkoop

Datum: 15 oktober 2021 Projectnummer: 200341 ID: NL.IMRO.0569.bpNKPLindelaan-on01

INHOUD TOELICHTING

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 5 6

2

Planbeschrijving

7

2.1 2.2

Bestaande situatie Toekomstige situatie

7 8

3

Beleidskader

10

3.1 3.2 3.3 3.4

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

10 13 15 16

4

Onderzoek en uitvoerbaarheidsaspecten

20

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Milieueffectrapportage Bedrijven en milieuzonering Bodem Geluid Geur Externe veiligheid Luchtkwaliteit Natuur Water Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen

20 21 22 23 24 24 26 27 29 34 35 35 36

5

Wijze van bestemmen

37

5.1 5.2

Algemeen Dit bestemmingsplan

37 38

6

Economische uitvoerbaarheid

40

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

41

Bijlagen             

Bijlage 1: Stedenbouwkundig plan Bijlage 2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Bijlage 3: Memo bedrijven en milieuzonering Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5: Asbestinventarisatie Bijlage 6: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 7: Natuurtoets Bijlage 8: Nader soortgericht onderzoek Bijlage 9: Ontheffing Wet natuurbescherming - Soortenbescherming Bijlage 10: Onderzoek stikstofdepositie Bijlage 11: Resultaat watertoets Bijlage 12: Nota van beantwoording Bijlage 13: Besluit hogere waarden

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Met de vaststelling van de Visie Achterweg Nieuwkoop (d.d. 6 maart 2003) heeft de gemeenteraad van Nieuwkoop gekozen voor een ruimtelijke visie op de ontwikkeling binnen het gebied aan de Achterweg, waarbij de functies wonen en zorg centraal staan. Daarbij is aangegeven dat de in het gebied aanwezige scholen op de kortere of langere termijn kunnen verhuizen naar andere locaties. De Woonvisie 2016-2025 geeft vervolgens de woningbehoefte aan voor de komende jaren. In de woonvisie is de voorkeur opgenomen om de woningopgave vooral in grote kernen en binnen bestaande stads- en dorpsgebied te realiseren. Op basis van de woonvisie heeft de gemeenteraad op 11 mei 2017 besloten de projectenportefeuille te vergroten o.a. met het woningbouwproject ter plaatse van het Ashram College (in 2017 nog gesitueerd aan de Lindelaan 2 te Nieuwkoop). Inmiddels heeft het Ashram College een nieuw onderkomen gevonden op nabije afstand van de oude locatie. Nu de school een nieuw onderkomen heeft gevonden, kan aan de Lindelaan in Nieuwkoop (voormalige locatie van het Ashram College met bijbehorende gymzaal) de herontwikkeling plaatsvinden. Deze herontwikkeling is gestoeld op de eerder vastgestelde Visie Achterweg Nieuwkoop. De behoefte aan betaalbare (huur)woningen zal de komende jaren verder toenemen.

De wens bestaat dan ook om op de locatie van het oude Ashram College appartementen te bouwen voor de doelgroepen zoals ook verwoord in de in 2020 vastgestelde woonprogramma. De gemeente heeft een massastudie opgesteld voor de mogelijke invullingen. Hierin zijn maximaal 65 appartementen mogelijk. Het geldende bestemmingsplan laat woningbouw niet toe op deze locatie. Om de woningen mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan worden vastgesteld door de gemeenteraad van Nieuwkoop. Een bestemmingsplan bestaat uit het juridische deel: de regels en verbeelding en uit een toelichting. Voorliggend document voorziet in een toelichting van het bestemmingsplan.

1.2

Ligging plangebied Het plangebied bevindt zich ter hoogte van de Lindelaan 2 in Nieuwkoop, in de provincie Zuid-Holland. Het plangebied ligt centraal in de kern van Nieuwkoop en kent 2 een oppervlakte van circa 6.500 m . Op de navolgende luchtfoto’s is de ligging van het plangebied aangegeven. Voor de exacte ligging en begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

3

Globale ligging van het plangebied (geel) ten opzichte van de kern Nieuwkoop (Bron: PDOK Viewer).

Plangebied

Globale begrenzing van het plangebied (geel) (Bron: PDOK Viewer).

4

1.3

Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het ‘Bestemmingsplan Kern Nieuwkoop’, zoals op 30 mei 2013 is vastgesteld door de gemeenteraad van Nieuwkoop.

Plangebied

Uitsnede geldende ‘Bestemmingsplan Kern Nieuwkoop’ met daarop het plangebied globaal omlijnd (rood) (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).

In het bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming ‘Maatschappelijk’ en voor een klein gedeelte de bestemmingen ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ en ‘Water’. Maatschappelijk Het plangebied heeft nagenoeg geheel de bestemming ‘Maatschappelijk’. De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke functies en daarbij behorende functies zoals water en groenvoorzieningen, wegen en paden, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Het gehele bestemmingsvlak is voorzien van een bouwvlak. Het bebouwingspercentage van dit bouwvlak bedraagt maximaal 75 procent. De maximum goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 6 en 9 meter. Op de gronden nabij de Achterweg mag bebouwing over een iets hogere goothoogte beschikken, namelijk een goothoogte van 9 meter in plaats van 6 meter. Verkeer - Verblijfgebied Aan de noordzijde van het plangebied ligt de Iepenstraat. Voor deze weg is de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ opgenomen. Deze gronden zijn bestemd voor wegen, langzaam verkeersroutes, parkeervoorzieningen, groen en spelen diverse waterfuncties, en voorzieningen ten dienste van deze bestemming. 5

Water Het plangebied wordt in het oosten begrensd door een watergang. Deze gronden hebben de bestemming ‘Water’. Deze bestemming bevindt zich ook voor een klein gedeelte in het plangebied. De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het ontvangen, bergen en/of afvoeren van water ten dienste van de waterhuishouding met de daarbij behorende werken en bouwwerken. Ook de daarbij behorende voorzieningen zijn toegestaan binnen deze bestemming, zoals groenvoorzieningen, wegen en paden, steigers en aanleggelegenheden voor pleziervaartuigen, waterhuishoudkundige voorzieningen en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er binnen de geldende bestemmingen geen woningen zijn toegestaan. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend document voorziet in een toelichting op het bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Deze toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (hoofdstuk 2) beschrijft de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijk beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan is getoetst. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw, verantwoording en uitleg van de planregels (hoofdstuk 5), de economische uitvoerbaarheid (hoofdstuk 6) en de maatschappelijke uitvoerbaarheid (hoofdstuk 7).

6

2

Planbeschrijving

2.1

Bestaande situatie Ontstaansgeschiedenis Nieuwkoop Nieuwkoop is ontstaan als een gemeenschap van veenontginners, die de moerasachtige omgeving hier hebben omgevormd tot weiland en akkers. De inwoners van Nieuwkoop leefden vooral van de landbouw en veeteelt. Vanaf de zestiende eeuw werd het turfsteken echter de belangrijkste bron van inkomsten. Doordat veengronden massaal werden afgegraven ontstonden er grote en diepe plassen, beter bekend als de Nieuwkoopse plassen. Dit veroorzaakte veel wateroverlast. In de zeventiende eeuw werd de waterhuishouding in het gebied sterk verbeterd door de bouw van molens en sluizen en aan het aan het einde van de achttiende eeuw werd besloten tot de droogmaking van een gedeelte van de plassen. De resterende plassen vormen inmiddels een belangrijk recreatiegebied en Natura 2000 gebied. In de twintigste eeuw breidde Nieuwkoop zich sterk uit. Sinds 1950 verdrievoudigde het aantal inwoners van de gemeente bijna. Het plangebied Het plangebied bevindt zich in de oostelijke naoorlogse uitbreiding van de kern Nieuwkoop. Hier bevindt zich overwegend grootschalige bebouwing, zoals de appartementencomplexen ten zuiden van het plangebied, het verzorgingstehuis ten oosten van het plangebied en het nieuwe Ashram College ten westen van het plangebied.

Aan de noord- en deels westzijde van het plangebied is kleinschalige woningbouw aanwezig die planmatig van opzet is. Het plangebied is ingevuld met het voormalige schoolgebouw met bijbehorende gymzaal van het Ashram College. Het oudste deel van de school dateert uit 1967 waarna er nog delen zijn aangebouwd. De school was gedateerd en is verhuisd naar een nieuw pand aan de Achterweg. Met het vertrek van de school is de bebouwing in het plangebied leeg komen te staan. De bebouwing in het plangebied is verouderd en voldoet, onder andere door het gebrek aan groen, niet meer aan de duurzaamheidswensen. Het plangebied is nagenoeg geheel verhard. Navolgend is een afbeelding te zien van de huidige situatie in het plangebied.

Huidige situatie plangebied, gezien vanaf de Lindelaan (Bron: Google Maps).

7

2.2

Toekomstige situatie De wens bestaat om zoveel mogelijk op vrijkomende locaties, zoals de locatie van de voormalige school woningbouw te realiseren. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de grote behoefte aan betaalbare (huur)woningen. Randvoorwaarden 1 Voor het plangebied heeft de gemeente een stedenbouwkundige visie opgesteld. Hierin zijn de ruimtelijke randvoorwaarden van de herinrichting van het plangebied beschreven. Hierbij is het plangebied opgedeeld in drie delen; noord, midden en zuid. Dit is op navolgende afbeelding inzichtelijk gemaakt.

Ruimtelijke indeling plangebied (Bron: gemeente Nieuwkoop).

Gezien de ligging van het plangebied tussen grootschalige bebouwing, zoals in de vorige paragraaf staat beschreven, is het passend om in de delen midden en zuid een groter bouwblok te realiseren. Aan de zuidzijde van het plangebied bestaat de mogelijke bouwhoogte uit maximaal 5,5 verdiepingen (randvoorwaarde). Door de bebouwing aan de Achterweg te realiseren sluit deze aan bij de grootschalige en hogere bebouwing binnen deze zone. Daarmee kan de noordwestzijde van het plangebied, die aansluit op de lagere bebouwing rondom de Lindelaan/Iepenstraat, gevrijwaard worden van hoge bebouwing. Verder zorgt deze ligging voor een meer besloten buitenruimte aan de noordzijde van het plangebied of bebouwing van maximaal 3 bouwlagen. Aan de hand van de randvoorwaarden heeft de gemeente een massastudie opgesteld. Uit deze massastudie blijkt dat er in totaal 65 appartementen mogelijk zijn. Er sprake van een woonprogramma met betaalbare woningen. In de planregels van

1

Stedenbouwkundige visie 17 februari 2021. 8

dit bestemmingsplan is vastgelegd dat het aantal woningen niet meer bedraagt dan het in de verbeelding aangegeven ‘maximum aantal wooneenheden’. Daarvan is 23% van het aantal ten minste een sociale huurwoning, 30% een middeldure huurwoning, 23% een goedkope koopwoning Daarnaast zullen er ook betaalbare koopwoningen gerealiseerd worden. Door het gewenste woonprogramma in de planregels op te nemen wordt gegarandeerd dat er betaalbare (huur)woningen worden gerealiseerd. Deze betaalbare (huur)woningen uitermate geschikt zijn voor starters en senioren. Het is vanzelfsprekend dat duurzaamheid een belangrijk aspect is bij de uitwerking van de plannen. In het plan zullen meerdere natuurinclusieve maatregelen worden toegepast, zoals groene gevels en daken. Daarnaast wordt gestreefd naar een energieneutraal plan. De warmtevoorziening van de woningen zal energieneutraal zijn dit kan bijvoorbeeld door aan te sluiten op een warmtenet. Massastudie De massastudie gaat uit van maximaal 65 appartementen verdeeld over drie woonblokken, verspreid over de drie plandelen. Nabij de Achterweg zijn twee woonblokken voorzien, bestaande uit 5 bouwlagen. In het noorden van het plangebied is vervolgens een woonblok beoogd bestaande uit 3 bouwlagen. Hier zijn 121 parkeerplaatsen opgenomen.

9

3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (WRO). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI komt als structuurvisie uit onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (WRO). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In de NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven.

Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. Toetsing Dit plan raakt twee prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie: ruimte voor energietransitie (gasloze woningen) en sterke en gezonde steden en regio’s. Het plan raakt ook het nationale belang: een woningvoorraad.

Deze moet goed aansluiten bij de woningbehoefte (zie ook Ladder voor duurzame verstedelijking in paragraaf 3.1.3.)

10

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken van het landelijke ruimtelijke beleid. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische Hoofdstructuur (nu: Natuurnetwerk Nederland), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen. Slechts daar waar een directe doorwerking niet mogelijk is, bij de Ecologische Hoofdstructuur (nu: Natuurnetwerk Nederland) en bij de Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, is gekozen voor indirecte doorwerking via provinciaal medebewind. Ten aanzien van de begrenzing van de EHS (nu: NNN) is bepaald dat niet het rijk, maar de provincies die grenzen (nader) bepalen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Het plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het gestelde in het Barro.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking Vanuit het rijk wordt een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte bevorderd. Hiervoor is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening. Onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, moet worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien. Toetsing Uit jurisprudentie blijkt dat een woningbouwplan dat voorziet in de ontwikkeling van 12 2 woningen of meer wordt aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling .

Gelet op jurisprudentie en het feit dat het voorgenomen plan ruimte biedt aan maximaal 65 woningen, is voorliggende ontwikkeling aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

2

Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 25 maart 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:953). 11

Volgens de provinciale Woningbehoefteraming 2021 is de daadwerkelijke woningbehoefte in de regio Holland Rijnland van 2021 tot met 2030 30.500 woningen. De provincie streeft naar een realistische programmering van 130% van de behoefte, dus een programmering van 39.650 woningen. Hiermee wordt rekening gehouden met planuitval. De planlijst 2021 bevat voor de periode 2021 t/m 2030 slechts 36.401 (119%) te aanvaarden woningen. Op basis van de provinciale Woningbehoefteraming is de Regionale woonagenda opgesteld. Hierbij is gekeken naar de kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van woningbouwontwikkeling. Het doel is om het aanbod zo goed mogelijk te laten aansluiten op de toekomstige behoefte: de juiste typen woningen op de juiste plaats. In de Regionale Woonagenda hebben de gemeenten afspraken met elkaar en met de provincie gemaakt over:  Een regionaal afgestemd kwalitatief en kwantitatief woningbouwprogramma met toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking en gebaseerd op de actuele Woningbehoefteramingen.  Voldoende sociale woningbouw in relatie tot de doelgroep.  Aandacht voor kansrijke woonmilieus.  Aandacht voor locaties binnen bestaand stads- en dorpsgebied of daar aan grenzend; in dat geval is er bijzondere aandacht nodig voor een multimodale ontsluiting en landschappelijke kwaliteiten.

De grootste behoefte wordt gevormd door betaalbare woningen voor starters en senioren. Deze toevoeging is nodig om de autonome bevolkingsgroei op te vangen (de groei vanuit de gemeente zelf). Daarbij ligt de voorkeur om nieuwbouw te realiseren in de grotere kernen en binnen het bestaande stads- en dorpsgebied. Voorliggend plan draagt bij aan het realiseren van de woondoelen. Uit de meest recente woningbehoefteraming blijkt dat er binnen de regio nog een vraag naar woningen is. De locatie Lindelaan is in de planningslijst van 2021 opgenomen. Er is dus al rekening gehouden met het project. Er is sprake van een woonprogramma met voornamelijk kleinere woningen, waarmee wordt ingespeeld op de woonbehoefte van starters en senioren. Door de maximale oppervlakte van de woningen in de planregels vast te leggen wordt ervoor gezorgd dat er betaalbare (huur)woningen worden gerealiseerd die geschikt zijn voor starters en senioren. 3.1.4

Conclusie Op basis van het bovenstaande blijkt dat het plan past binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve behoefte. Het voorgenomen plan is niet in strijd met het rijksbeleid.

12

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie Zuid-Holland 2021 De provincie Zuid-Holland wil met haar Omgevingsvisie (vastgesteld op 16 juni 2021) een uitnodigend perspectief bieden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. In de fysieke leefomgeving ziet de provincie zeven richtinggevende ambities, te weten: 1 Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten. 2 Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor. 3 Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. 4 Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van ZuidHolland. 5 Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving. 6 Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. 7 Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving. De provincie Zuid-Holland zet in de Omgevingsvisie onder andere in op ontwikkelingen met een passende ruimtelijke kwaliteit. Ook wil de provincie de bebouwde ruimte beter benutten en de leefkwaliteit van die bebouwde ruimte verbeteren.

In het kader van een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving wenst de provincie woningbouw te realiseren in combinatie met onder meer natuurinclusieve maatregelen. Met dit plan wordt aan deze ambitie bijgedragen door het realiseren van betaalbare appartementen in combinatie met natuurinclusieve maatregelen, zoals het realiseren van groene gevels en daken. Ten aanzien van de ambitie energievernieuwing wordt in de provinciale Omgevingsvisie gesteld dat Zuid-Holland op dit moment een van de meest energie intensieve regio’s van Europa is. Daarom wenst de provincie haar energieaanpak te vernieuwen. Dit doet de provincie bijvoorbeeld met het uitbreiden van warmtenetten. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De gestelde ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Toetsing Met voorliggende ontwikkeling wordt verouderde bebouwing vervangen door appartementen. Hiermee verhoogt de toekomstbestendigheid en de leefbaarheid van de omgeving. Voor dit plan is het mogelijk om (een deel van) de woningen energieneutraal te realiseren.

13

De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in lijn is met de ambities uit de Omgevingsvisie van Zuid-Holland. 3.2.2

Omgevingsverordening Zuid-Holland (geconsolideerd 09-03-2021) De Omgevingsvisie Zuid-Holland beschrijft het strategische beleid van de provincie Zuid-Holland. De Omgevingsverordening bevat de ruimtelijke regelgeving. De Omgevingsverordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; b doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften; en c zorgvuldig beheren, beschermen en ontwikkelen van de natuur, gelet op de intrinsieke waarde, dierenwelzijn, het behouden en herstellen van de biologische diversiteit, economische belangen, volksgezondheid en openbare veiligheid. Toetsing Het plan raakt geen van de provinciale belangen, zoals vermeld in de Omgevingsverordening. Het plangebied is niet gelegen binnen een provinciaal belang zoals te zien is op de provinciale ruimtelijke kwaliteitskaart. In algemene zin geldt dat een plan een bijdrage moet leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. In Zuid-Holland, dat zich onderscheidt door het sterke contrast tussen een dynamische stedelijke omgeving en open deltalandschappen, is zorg voor de ruimtelijke kwaliteit in het bijzonder van belang.

Ruimtelijke kwaliteit is het resultaat van goede ruimtelijke ordening: een evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. De provincie wil dat bestemmingsplannen voor woningbouw een zo hoog mogelijke woningdichtheid mogelijk maken, passend bij een goed woon- en leefklimaat. Voor nieuwe plannen wordt gestreefd naar een dichtheid van 45 woningen of meer per hectare. Tevens dient er een gevarieerd woningbouwprogramma gerealiseerd te worden waarbij vooral aandacht voor sociale woningbouw en woningen voor de middeninkomens moet zijn. Parkeernormen voor sociale huur zijn in veel gevallen structureel te hoog vergeleken bij het werkelijk autobezit van de huurders. Voor sociale huurwoningen hanteert de provincie een parkeernorm van 0.7 per woning. Deze regel geldt niet voor gemeenten die zelf al specifiek parkeerbeleid hebben vastgesteld, gebaseerd op eigen data over de lokale situatie en eigen overwegingen. Met onderhavige ontwikkeling wordt ingespeeld op de woningbehoefte van starters en senioren. Het plan verhoogt de toekomstbestendigheid van een perceel dat in onbruik is geraakt. Leegstaande en verouderde bebouwing wordt vervangen door appartementen.

Zodoende draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De ruimtelijke ontwikkeling van 65 appartementen past binnen de bestaande gebiedsidentiteit van een woonwijk in stedelijk gebied. Het plangebied is ongeveer 0,7 hectare. Met 65 woningen bedraagt de woningdichtheid ruim 90 woningen per hectare. Hiermee wordt ruim aan de norm van de provincie voldaan. De

14

gemeente heeft eigen parkeerbeleid waardoor er niet voldaan hoeft te worden aan de door de provincie aangegeven parkeernormen voor sociale woningbouw. Het plan voorziet geen wijziging op structuurniveau en past bij de aard en schaal van het gebied. 3.2.3

Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het provinciaal beleid.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

De Regionale Omgevingsagenda Nieuwkoop maakt onderdeel uit van de regio en samenwerkingsverband Holland Rijnland. Het is een regio die groeit en bloeit. Dit biedt kansen, maar stelt de regio ook voor uitdagingen. De regio zoekt ruimte voor woningbouw, bedrijvigheid, mobiliteit en duurzame energie waarbij de kenmerkende waarden van het landschap behouden moet blijven. Deze kenmerken en waarden maken de regio aantrekkelijk om er te leven, te recreëren en te bezoeken. Dit levert een ruimtelijk verdelingsvraagstuk op. In de Regionale Omgevingsagenda heeft de regio een eerste stap gezet in het vinden van de juiste balans. Tot voor kort werden veel van dit soort keuzes los van elkaar gemaakt; aparte afspraken voor bijvoorbeeld wonen, bedrijventerreinen of mobiliteit. In de integrale Regionale Omgevingsagenda is dit veranderd en maken ook de Regionale Strategie Mobiliteit en de Regionale Energiestrategie onderdeel van uit van de agenda. De drie opgeleverde producten komen voort uit de Regionale Agenda Holland Rijnland 2019–2023 en vormen samen een gedeelde ambitie voor de regio. De agenda bestaat uit een aantal verhaallijnen die in elkaar overlopen en elkaar versterken:  een sterke kenniseconomie en complementaire bedrijvigheid;  huisvesting;  infrastructuur voor mobiliteit en energie;  toekomstperspectief landschap.

Met betrekking tot huisvesting wil de regio woningen bieden aan diverse doelgroepen en voor diverse woonwensen. Daarbij wordt ingezet op verschillende woonmilieus in zowel grote als kleinere kernen, met elk een eigen identiteit en woningaanbod. De uitdaging is om diverse woonmilieus in een compacte setting te realiseren met gezonde vergroening van de bebouwde omgeving als uitgangspunt. De regio kiest voor geconcentreerde verstedelijking om het landschap te sparen. De woningbehoefte is binnenstedelijk niet altijd meer op te lossen. Daar waar het binnenstedelijk niet meer past, wil de regio de kansen benutten die er liggen om de kwaliteit van de stadsranden te versterken via landschappelijke verstedelijking. Door middel van “landschapsplannen” kunnen harde overgangen tussen stad en landschap verbeterd worden. Binnen een ecologisch raamwerk worden de functies wonen en werken gecombineerd met (nieuwe) natuur en water. Woningbouw levert zo een bijdrage aan biodiversiteit, klimaatbestendige inrichting en groene en gezonde steden. Tegelijk zorgen we ervoor dat de veelkleurige en vitale kernen buiten de verstedelijkingsas leefbaar blijven en niet op slot gaan. Beperkt woningen toevoegen in en direct langs de randen van de kernen blijft mogelijk, primair voor de eigen inwoners.

15

Toetsing Met het voorliggend plan wordt een bijdrage geleverd aan de woningbehoefte binnen de regio. Het plan is compact waarbij aandacht is voor vergroening van de omgeving. Het plan past daarmee binnen de Regionale Omgevingsagenda.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Visie Achterweg Nieuwkoop De Visie Achterweg Nieuwkoop (vastgesteld 6 maart 2003) toont de ruimtelijke visie op de ontwikkeling van het gebied rondom de Achterweg. Met deze visie wil de gemeente inspelen op de toekomstige vraag van zorgvoorzieningen, levensloopbestendig wonen en het herstructureren van de woningbouw. In de visie wordt daarom gekozen voor het woon – zorgmodel. Voor de optimale ontwikkeling van wonen en zorg op langere termijn in dit gebied is het nodig om de onderwijshuisvesting op een andere locatie plaats te laten vinden dan de scholen op dat moment binnen het gebied Achterweg waren gesitueerd. Daarom is in de visie opgenomen dat de aanwezige scholen binnen dit gebied op kortere of langere termijn kunnen verhuizen naar andere locaties. Toetsing Voorliggend plan draagt bij aan de ruimtelijke visie om binnen het gebied rondom de Achterweg meer in te spelen op de functies wonen en zorg.

3.4.2

Woonvisie 2016-2025 In de Woonvisie Nieuwkoop (vastgesteld 6 oktober 2016) wordt het wensbeeld van de gemeente Nieuwkoop anno 2025 beschreven als een hoogwaardig woon- en leefklimaat, dat door het groen, water, ruimte en geografische ligging in de Randstad een aantrekkelijke gemeente is om te wonen. Om de doelstelling van de visie te realiseren, zijn de opgaven thematisch onderverdeeld in; 1 Een aantrekkelijke gemeente door een vitale dorpenstructuur met een divers aanbod aan voorzieningen en gemengde bevolkingssamenstelling door het behouden en aantrekken van jongeren en gezinnen; 2 Een betaalbare en beschikbare voorraad door het focussen op de realisatie van sociale huurwoningen en woningen voor middeninkomens; 3 Wonen met zorg en welzijn door meer aandacht te besteden aan langer thuis wonen, beschikbare ondersteuning en levensloopbestendige woningen, zodat langer thuis blijven wonen mogelijk is. De woonvisie vraagt specifiek aandacht voor veranderingen in de bevolkingssamenstelling (kleinere huishoudens), de sociale huur, jongeren en starters, (jonge) gezinnen, middeninkomens, spoedzoekers en ouderen. Toetsing Voorliggend plan draagt bij aan het realiseren van de woondoelen. Er is sprake van een woonprogramma, waarmee wordt ingespeeld op de woonbehoefte van starters en senioren.

Door voor een deel van de woningen de maximale woningomvang en een percentage sociaal wordt gegarandeerd dat er betaalbare (huur)woningen worden

16

gerealiseerd die geschikt zijn voor starters en senioren. Op 11 mei 2017 heeft de gemeenteraad aansluitend op de woonvisie besloten om locaties, zoals het Ashram College aan de Lindelaan aan te wijzen voor herontwikkeling (woningbouwprojecten). De locatie Lindelaan is daarnaast ook opgenomen in het integraal Woningbouwprogramma Nieuwkoop dat de gemeenteraad heeft vastgesteld op 9 juli 2020. 3.4.3

Doelgroepenverordening Het Integraal woningbouwprogramma stuurt zogezegd minder op producten en meer op prijsklassen en doelgroepen. Om te zorgen dat de woningen die worden gerealiseerd voor specifieke doelgroepen ook op de lange termijn aan deze groepen kunnen worden toegewezen - dat wil zeggen ook als deze woningen op den duur voor nieuwe bewoners beschikbaar komen - heeft de gemeente Nieuwkoop een afzonderlijke Doelgroepenverordening opgesteld. De doelgroepenverordening is een sturingsinstrument waarmee de gemeente voor de categorieën sociale huur, middeldure huur, goedkope koop en particulier opdrachtgeverschap de maximum prijsgrenzen, de bijbehorende doelgroepen en de instandhoudingstermijnen kan bepalen. Met een doelgroepenverordening kan de gemeente uitvoering geven aan het woningbouwprogramma. Toetsing In dit bestemmingsplan is het minimale percentage te realiseren sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen en goedkope koopwoningen vastgelegd. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het doelgroepenbeleid van de gemeente.

3.4.4

Omgevingsvisie Nieuwkoop Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad de omgevingsvisie Nieuwkoop vastgesteld. Het is het resultaat van een uitvoerig participatietraject dat samen met de Nieuwkoopse samenleving is doorlopen. De omgevingsvisie voorziet bij uitstek in een integrale, samenhangende visie op de toekomst van de gemeente Nieuwkoop. Deze geeft op basis van gezamenlijk geformuleerde waarden richting en ruimte aan opgaven en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Omgevingsvisie Nieuwkoop heeft zijn oorsprong in de Structuurvisie Nieuwkoop 2040: ondernemend, groen en duurzaam (2009). Halverwege 2016 is deze structuurvisie herijkt en vormt ook de input voor de omgevingsvisie. De omgevingsvisie Nieuwkoop zal zich de komende jaren blijven ontwikkelen. Onze omgevingsvisie helpt antwoord te geven op de belangrijkste opgaven, waar de gemeente de komende jaren mee te maken krijgt. De gemeente heeft drie ambities geformuleerd:  Gelukkige mensen: Mensen wonen, werken en recreëren graag in de gemeente en dat wil de gemeente zo houden! Geluk, gezondheid en eigen initiatief staan in de visie daarom centraal. De gemeente wil met de bewoners werken aan een gezonde, sociale leefomgeving met kansen voor iedereen, bijvoorbeeld op een woning, goed onderwijs en genoeg ruimte om te bewegen en te ontmoeten.

17

 Sterke dorpen: Ondernemers, organisaties en verenigingen máken de dorpen! Samen met de ondernemersorganisaties en verenigingen werkt de gemeente aan toekomstbestendige kernen en plekken met een eigen karakter en een gevarieerd aanbod aan woningen, winkels en voorzieningen. Goed verbonden met de regio en met een mooie balans tussen levendigheid en rust en tussen vernieuwing en historie.  Groene toekomst: Onze gemeente is groen! De gemeente versterkt de waarden en de vitaliteit van het bijzondere landschap waarin landbouw, tuinbouw, natuur, het opwekken van energie en recreatie een sterk geheel vormen. Met verschillende partijen werkt de gemeente zo aan een duurzame, groene toekomst. Toetsing Met dit bestemmingsplan worden 65 appartementen mogelijk gemaakt. Voor het plan is de ruimtelijke structuur van Nieuwkoop onderzocht, dat als basis heeft gediend voor het stedenbouwkundig plan waardoor het plan wordt ingepast in de omgeving. Met de realisatie van de woningen wordt bijgedragen aan een gezonde, sociale leefomgeving met kansen voor iedereen en een gevarieerd woningaanbod. Het plan past daarmee binnen de doelen van de omgevingsvisie. 3.4.5

Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop en Duurzaamheidsprogramma Nieuwkoop 2021-2024 Met het Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop geeft de gemeente de ambities en doelstellingen weer die de gemeente op gebied van duurzaamheid wil realiseren. Daarnaast is het beleidskader een richtinggevend kader voor het duurzaamheidsprogramma. De gemeente Nieuwkoop geeft prioriteit aan de volgende zes opgaves.  Energietransitie  Klimaatadaptatie  Circulaire economie  Biodiversiteit  Mobiliteit  Eigen organisatie Deze opgaves hebben niet alleen wereldwijd, landelijk en provinciaal de hoogste aandacht, maar zijn juist op gemeentelijk niveau de thema’s waar de gemeente haar rol kan nemen. De opgaves staan niet los van elkaar; er zijn verschillende dwarsverbanden te leggen. In de dwarsverbanden kunnen vaak nieuwe kansen worden ontdekt die meerwaarde opleveren. Door terug te rekenen vanuit de ambitie voor de lange (30 jaar: 2050) en middellange termijn (10 jaar: 2030), beschrijft de gemeente doelstellingen die voor de korte termijn (4 jaar: 2023) gaan gelden. Deze doelstellingen geven een doorkijk naar het HOE; ze zijn concreter dan de ambities en ze bevinden zich meer op uitvoeringsniveau. Ook de rol en werkwijze van de gemeente wordt op dit niveau globaal beschreven in het Beleidskader Duurzaamheid Gemeente Nieuwkoop.

De doelstellingen zijn vervolgens in het Duurzaamheidsprogramma 2020-2023 geconcretiseerd.

18

Toetsing Bij alle nieuwbouwprojecten wordt ingezet op zo veel mogelijk duurzame ontwikkeling en duurzaam bouwen. Wat betreft voorliggende locatie wordt gestreefd naar een energieneutraal plan. De warmtevoorziening van de woningen zal energieneutraal zijn dit kan bijvoorbeeld door aan te sluiten op een warmtenet. Ook zullen in het plan meerdere natuurinclusieve maatregelen worden toegepast, zoals het realiseren van groene gevels en daken. 3.4.6

Conclusie Het voorgenomen plan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid.

19

4

Onderzoek en uitvoerbaarheidsaspecten Bij het opstellen van een bestemmingsplan is het verplicht om te bekijken in hoeverre de voorgenomen ontwikkeling gevolgen kan hebben op de aspecten: milieu, ecologie, water, archeologie en cultuurhistorie. In dit hoofdstuk is beschreven wat de gevolgen van dit plan kunnen zijn op die aspecten en is een planologische verantwoording gegeven. Ook is er een watertoets opgenomen.

4.1

Milieueffectrapportage Algemeen In het Besluit m.e.r. staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. (hierna: C- en D-lijst) staat of sprake is van m.e.r.-plicht of een (vormvrije) m.e.r.beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl).

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en Ddrempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Als een activiteit onder de drempelwaarden blijft uit onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r., betekent dit echter niet dat er geen beoordeling meer nodig is. De drempelwaarden zijn namelijk indicatieve waarden (zie artikel 2, lid 5, onder b van het Besluit m.e.r.). Dit betekent concreet dat wanneer de omvang van de activiteit onder de drempelwaarden blijft, het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben. Hierbij moet in het bijzonder worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn over de milieueffectbeoordeling. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag dus via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.-beoordeling nodig is. Dit ziet op de besluiten op grond waarvan de activiteit direct kan worden uitgevoerd.  In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Het bevoegd gezag mag de m.e.r.-beoordelingsprocedures ook overslaan en direct de m.e.r.-procedure volgen.

20

 Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is vormvrij: de wet schrijft geen procedure voor. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-procedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing Onderhavig bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 65 appartementen mogelijk. Gelet op de omvang van het plan, ruim onder de drempelwaarden (minder dan 2.000 woningen en minder dan 100 hectare), en de ligging van het plangebied worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht. In het kader van 3 het bestemmingsplan is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld . Deze is als bijlage bij de toelichting opgenomen. De uitkomst van de uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het plan die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt.

Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren. In paragraaf 4.8 wordt hier nader op ingegaan. Conclusie Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

4.2

Bedrijven en milieuzonering Algemeen Bij het realiseren van een nieuwe functie moet vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening, gekeken worden naar de omgeving waarin de nieuwe functies worden gerealiseerd. Hierbij spelen twee vragen: 1 Past de nieuwe functie in de omgeving? 2 Laat de omgeving de nieuwe functie toe? Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Kenmerkend voor deze milieuaspecten is dat de belasting op grotere afstand van de bron afneemt. Daarnaast is de mate waarin een bedrijfstype personen- en/of goederenverkeer aantrekt, mede bepalend voor de mate van hinder. Onderstaande tabel geeft inzicht in het verband tussen de (richt)afstand en de milieucategorie.

3

SAB (2021). Vormvrije m.e.r.-beoordeling Nieuwkoop Lindelaan, Projectnummer: 200341. 15 oktober 2021. 21

Richtafstand 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m

Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2

De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en kunnen zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat met één afstandsstap worden verlaagd als sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Gemengde gebieden zijn gebieden met functiemenging. Toetsing In het kader van de beoogde ontwikkeling is door SAB een memo bedrijven en 4 milieuzonering opgesteld. Geconcludeerd wordt dat de afstanden tussen de beoogde woonbestemming en de omliggende functies in alle gevallen groter is dan de minimale richtafstanden. Voor twee functies is de afstand gemeten vanaf de beoogde woonbestemming gelijk aan de minimale afstand tot deze functies. Aangezien de woningen niet direct op de perceelgrens gebouwd worden (zoals ook inzichtelijk gemaakt in paragraaf 2.2), is ook deze afstand groter. Daarmee kan geconcludeerd worden dat deze omliggende gronden/functies niet worden geschaad in hun ontwikkelingsmogelijkheden en ter plaatse van de ontwikkellocatie een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Conclusie Het aspect bedrijf- en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.3

Bodem Algemeen Voor de vaststelling van een bestemmingsplan moet in verband met de uitvoerbaarheid een reëel beeld aanwezig zijn van de bodem- en grondwaterkwaliteit. Uitgangspunt is dat de bodem- en grondwaterkwaliteit geschikt moeten zijn voor de beoogde functies. Toetsing 5 Door AT Milieu Advies is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN 5740 op dit plangebied. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er conform de Wet bodembescherming (Wbb) geen aanleiding voor de uitvoering van nader onderzoek of het nemen van saneringsmaatregelen. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen beperkingen ten

4

SAB (2021). Quick scan bedrijven en milieuzonering. Lindelaan te Nieuwkoop. Projectnummer: 200341. 21 januari 2021.

5

AT Milieu Advies (2020). Verkennend bodemonderzoek. Lindelaan 2A te Nieuwkoop. Projectnummer: AT20059. Mei 2020. 22

aanzien van de voorgenomen herinrichting van de locatie ten behoeve van woningbouw. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.4

Geluid Algemeen De Wet geluidhinder regelt de mate waarin geluid bepaalde functies mag belasten. Als geluidgevoelige functies worden toegestaan, stelt de Wet geluidhinder de verplichting een akoestisch onderzoek te doen naar de geluidsbelasting ten gevolge van wegen en spoorwegen. Wonen, is een geluidgevoelige functie. De geluidbelasting op woningen mag in principe de 48 dB niet overschrijden. Wegen met een 30 km/u zone zijn formeel uitgezonderd van akoestisch onderzoek, maar vanuit een goede ruimtelijke ordening kan onderzoek wel wenselijk zijn. Toetsing Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is de geluidsbelasting afkomstig van 6 wegverkeer op de toekomstige woonblokken inzichtelijk gemaakt . Alleen de Achterweg en een deel van de Kennedylaan vallen onder de Wet geluidhinder. Voor de Achterweg is de geluidsbelasting, inclusief aftrek ex artikel 110g, hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor alle overige, in dit onderzoek, getoetste wegen geldt dat de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 48 dB niet wordt overschreden. Hierdoor wordt als gevolg van de Kennedylaan voldaan aan de Wgh. Voor de overige onderzochte wegen, waar maximaal 30 km/u geldt, wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Dit betreft Berkenlaan, De Verbinding, Dennenlaan, Elzenstraat, Esdoornstraat, Hagedoornstraat, Iepenstraat, een deel van de Kennedyplein, Larixstraat en Lindelaan.

Uit berekeningen blijkt dat de maximale geluidbelasting als gevolg van de Achterweg 53 dB bedraagt. Dit is hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting, maar lager dan de maximale ontheffingswaarde. Onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen wijst uit dat deze niet voldoende soelaas bieden, financieel niet doelmatig zijn, of landschappelijk/verkeerskundig onacceptabel zijn. Er dienen daarom mogelijke maatregelen aan de ontvanger zijde te worden getroffen ter waarborging van de maximale binnenwaarde van 33 dB. Ter indicatie dient de minimale karakteristieke geluidwering van de gevel 25 dB te bedragen voor de beoogde woning met de hoogste geluidbelasting. Voor het plan dienen hogere grenswaarden te worden aangevraagd. Voor woningen gelegen in het bouwvlak met een maximale bouwhoogte van 18 meter is een hogere

6

SAB (2021). Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. Lindelaan Nieuwkoop. Projectnummer: 200341. 29 juli 2021. 23

waarde benodigd van maximaal 53 dB. Deze dienen voor de vaststelling van het plan verkregen zijn. Conclusie Uit berekeningen blijkt dat de maximale geluidbelasting als gevolg van de Achterweg 53 dB bedraagt. Voor het plan dienen hogere grenswaarden te worden aangevraagd voor woningen gelegen in het bouwvlak met een maximale bouwhoogte van 18 meter. Er is een hogere waarde benodigd van maximaal 53 dB.

4.5

Geur Algemeen Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag om een milieuvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft hiervoor geurbelastingsen afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging ten behoeve van een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Toetsing Het plangebied bevindt zich in de kern van Nieuwkoop. In de directe nabijheid van de ontwikkelingslocatie bevinden zich geen (intensieve) veehouderijen. Het uitvoeren van een nader onderzoek geurhinder is daarom niet noodzakelijk. Ook de bedrijfsmogelijkheden van bedrijven worden niet belemmerd. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.6

Externe veiligheid Algemeen Het aspect externe veiligheid betreft het risico op een ongeval waarbij een gevaarlijke stof aanwezig is. Deze gevaarlijke stoffen kennen twee verschillende bronnen. Dit zijn de stationaire bronnen (chemische fabriek, lpg-vulpunt) en de mobiele bronnen (transport gevaarlijke stoffen over bijvoorbeeld de weg en door buisleidingen). Er wordt bij externe veiligheid onderscheid gemaakt in plaatsgebonden risico en groepsrisico. Het plaatsgebonden risico biedt burgers in hun woonomgeving een minimum beschermingsniveau tegen gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico heeft een oriënterende waarde en voor het plaatsgebonden risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten.

24

Het plaatsgebonden risico (PR) mag in principe nergens groter zijn dan 1 op 1 miljoen -6 (ofwel 10 ). Dit is de kans dat een denkbeeldig persoon, die zich een jaar lang permanent op de betreffende plek bevindt (de plek waarvoor het risico is uitgerekend), dodelijk verongelukt door een ongeval. Elke ruimtelijke ontwikkeling wordt getoetst -6 aan het plaatsgebonden risico van 10 als grenswaarde. Het groepsrisico (GR) geeft de kans aan dat in één keer een groep mensen die zich in de omgeving van een risicosituatie bevindt, dodelijk door een ongeval wordt getroffen. Groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij groepsrisico is het dan ook niet een contour die bepalend is, maar het aantal mensen dat zich gedurende een bepaalde periode binnen de effectafstand van een risicovolle activiteit ophoudt. Welke kans nog acceptabel geacht wordt, is afhankelijk van de omvang van de ramp. Een ongeval met 100 doden leidt tot meer ontwrichting, leed en emoties, dan een ongeval met 10 dodelijke slachtoffers. Aan de kans op een ramp met 100 doden wordt dan ook een grens gesteld, die een factor honderd lager ligt dan voor een ramp met 10 doden. Toetsing Onderhavig plan voorziet in de toevoeging van kwetsbare objecten (woningen). In de omgeving zijn geen risicobronnen aanwezig, zoals op navolgende kaart weergegeven.

De risicokaart wijst uit dat het autobedrijf aan de Nieuwveenseweg 7 te Nieuwkoop de dichtstbijzijnde risicobron vormt, op ruim 600 meter afstand van onderhavig plangebied. Gezien de afstand is een onderzoek externe veiligheid niet noodzakelijk.

Uitsnede risicokaart met daarop het plangebied weergegeven (gele stip) (Bron: www.risicokaart.nl).

25

Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

4.7

Luchtkwaliteit Algemeen Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2. Zij vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit. Hierin zijn onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 moet het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM 10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.

Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden. Deze leiden namelijk niet tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft.

Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of

26

300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico’s optreden. Toetsing Dit project voorziet in de realisatie van maximaal 65 nieuwe wooneenheden. Het project draagt daarom ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (zie navolgende afbeelding). Raadpleging van de NSL-monitoringstool heeft aangetoond dat er geen sprake is van (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Vanuit zowel de Wet milieubeheer als vanuit een goede ruimtelijke ordening vormt het plan op het gebied van luchtkwaliteit daarom geen belemmering.

Uitsnede NIBM-tool (Bron: Infomil).

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.8

Natuur Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden in en om het plangebied. Vanaf 1 januari 2017 geldt hiervoor de Wet natuurbescherming. Deze wet beschermt bepaalde plant- en diersoorten, natuurgebieden en bossen. Voordat ontwikkelingen mogen plaatsvinden, moet worden aangetoond dat in het kader van de huidige natuurwet- en regelgeving van een negatief effect geen sprake is, dan wel dat daarvoor respectievelijk een vergunning of ontheffing kan worden verkregen.

27

Toetsing 7 Tauw BV heeft met een quick scan natuur onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aanwezig zijn in het plangebied. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan uiteengezet. Soortenbescherming Voor de voorgenomen ingreep dient rekening te worden gehouden met de onderdelen soort- en gebiedsbescherming van de Wnb. Ten aanzien van beschermde soorten dient rekening te worden gehouden met vleermuizen. Het gebouw biedt ook nestgelegenheden voor vogelsoorten waarvan het nest alleen gedurende het broedseizoen beschermd is. Als er tijdens het broedseizoen van de vogel, gewerkt wordt, is een (periodieke) controle op nesten van broedvogels voorafgaand aan de werkzaamheden noodzakelijk om overtreding van de wet te voorkomen. Als een broedgeval aanwezig is, dient een verstoringsvrije zone te worden aangehouden, waarbinnen gedurende de periode van broeden niet wordt gewerkt. De breedte van deze zone dient door een ter zake kundige te worden bepaald. Nader soortgericht onderzoek (vleermuizen) Gelet op de aanbevelingen uit het vooronderzoek is door Tauw BV een nader 8 soortgericht onderzoek vleermuizen uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in het schoolgebouw binnen het plangebied een mogelijke verblijfplaats van ruige dwergvleermuis aanwezig is.

Met het afbreken van de school wordt deze verblijfplaats vernietigd, hiervoor is een ontheffing van de Wnb nodig. Effecten op essentiële foerageergebieden/ vliegroutes worden voorkomen door het nemen van maatregelen. Voor foerageergebieden of vliegroutes is daarom geen ontheffing nodig. Door Tauw BV is een activiteitenplan opgesteld ten behoeve van de ontheffing Wnb. 9 Deze ontheffing is op 27-08-2021 verleend . De voorzorgsmaatregelen voor vleermuizen zijn al gerealiseerd. De tijdelijke vleermuizenkasten zijn eind maart/april 2021 geplaatst. Gebiedsbescherming Ten aanzien van beschermde gebieden dient rekening te worden gehouden met externe werking van stikstof op Natura 2000-gebieden. Er is geen sprake van fysiek ruimtebeslag of verstoring door licht, geluid en trillingen op beschermde Natura 2000gebieden.

7

Tauw BV (2019). Wet natuurbescherming onderdeel soortbescherming. Lindelaan 2 Nieuwkoop. Projectnummer: 1273108. 25 november 2019.

8

Tauw BV (2020). Nader soortgericht onderzoek vleermuizen. Lindelaan 2 Nieuwkoop. Projectnummer: 1273108. 22 oktober 2020.

9

Omgevingsdienst Haaglanden (2021). Beschikking Wet natuurbescherming Soortenbescherming. Kenmerk 00603871-00005481. 27 augustus 2021. 28

10

Tauw BV heeft de stikstofdepositie van dit plan onderzocht. Bij het onderzoek zijn emissies van stikstof betrokken in de beoogde situatie en in de referentiesituatie. Er wordt gebruikgemaakt van intern salderen. Een verschilberekening tussen de referentiesituatie en beoogde situatie geeft aan dat er geen netto toename is van stikstofdepositie. Dat wil zeggen dat de stikstofemissie tijdens de beoogde situatie lager is dan in de referentiesituatie (het Ashram college). Daarmee staat het aspect stikstofdepositie niet in de weg aan vaststelling van het bestemmingsplan. Het voorliggende plan is niet gelegen in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Toetsing aan het NNN is niet aan de orde, van externe werking is geen sprake. Onder de Wnb zijn sommige houtopstanden en solitaire bomen ook beschermd. Dat geldt niet voor de bomen in het plangebied. Een toetsing aan het onderdeel houtopstanden als bedoelt onder de Wnb is dan ook niet noodzakelijk. Conclusie In het schoolgebouw binnen het plangebied is een mogelijke verblijfplaats van ruige dwergvleermuis aanwezig. Deze verblijfplaats wordt vernietigd, hiervoor is een ontheffing van de Wnb verleend. Er zijn voorzorgsmaatregelen getroffen voor een tijdelijk onderkomen voor de vleermuizen. De voorliggende plan heeft verder geen significant negatief effect op nabij gelegen natuurgebieden.

4.9

Water

4.9.1

Beleid Rijksbeleid – Het Nationaal Waterplan 2016-2021 Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is op 10 december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. In het Nationaal Waterplan 2016-2021 staan de volgende ambities centraal:  Nederland blijft de veiligste delta in de wereld.  Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater.  Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht.  Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement.  Nederlanders leven waterbewust. Het kabinet zet de veranderingen in het waterveiligheidsbeleid voort en bereidt hiertoe een wetsvoorstel met nieuwe normen voor de primaire keringen voor.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=73ac9b72-57e6-4ac8-8a31-72787cc87c5e