CConstaterende datnieuwkoop
Koppel je AI →
Document · PDF

05 TOE_Lindelaan Nieuwkoop 15-10-2021

Besluitvormende raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente nieuwkoopBij agendapunt: Raadsvoorstel Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan Lindelaan Nieuwkoop (2022-009)12.499 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

10

Tauw BV (2021). Stikstofdepositie-onderzoek. Lindelaan 2 Nieuwkoop. Projectnummer: N002-1274767JWO-V04. 21 september 2021. 29

Nieuwe normen zijn nodig, omdat de huidige eisen aan primaire keringen grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw dateren. Sindsdien is het aantal mensen en de economische waarde achter de dijken toegenomen. Ook is nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de werking van de keringen en de gevolgen van overstromingen. De doelen op het gebied van waterveiligheid zijn omgerekend naar normspecificaties voor de keringen. Deze zijn niet meer gebaseerd op dijkringen, maar op dijktrajecten. Elk dijktraject krijgt een norm-specificatie die past bij de gevolgen in dat specifieke gebied. De normspecificaties zijn ingedeeld in zes klassen, waarbij de overstromingskans varieert van 1/300 per jaar tot 1/100.000 per jaar. Het Rijk onderkent het belang van verbinden van ruimte en water. Bij het aanpakken van wateropgaven en de uitvoering van watermaatregelen vindt daarom afstemming plaats met andere relevante ruimtelijke opgaven en maatregelen in het gebied, zodat scope, programmering en financiering zo veel mogelijk op elkaar aansluiten of, beter nog, elkaar versterken. Het kabinet streeft daarbij ook naar integrale combinaties, waarbij ruimtelijke inrichting een belangrijke rol speelt bij het oplossen van wateropgaven. Omgekeerd is het van belang om bij ruimtelijke opgaven vroegtijdig rekening te houden met wateropgaven en de veerkracht van watersystemen.

De gewenste betere verbinding tussen water en ruimte geldt voor alle opgaven op het gebied van waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Provinciaal beleid - Provinciaal Waterplan In 2016 heeft de provincie Zuid-Holland een planherzieningsbesluit over het waterbeleid genomen. Het Provinciaal Waterplan 2010 – 2015 wordt hiermee actueel verklaard voor de onderdelen waterveiligheid, water en natuur en vismigratie. In het Provinciaal Waterplan 2010-2015 zijn de opgaven van de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Bestuursakkoord Water en het Nationaal Waterplan vertaald naar strategische doelstellingen voor Zuid- Holland. Het Provinciaal Waterplan beschrijft op hoofdlijnen wat de provincie in de periode tot 2015 samen met haar waterpartners wil bereiken. Het Waterplan heeft vier hoofdopgaven: a waarborgen waterveiligheid; b zorgen voor mooi en schoon water; c ontwikkelen duurzame zoetwatervoorziening; d realiseren robuust en veerkrachtig watersysteem. In het plan zijn deze opgaven verder uitgewerkt in 19 thema’s én voor drie gebieden, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit heeft geleid tot een integrale visie op de ontwikkeling van de Zuid-Hollandse Delta, het Groene Hart en de Zuidvleugel van de Randstad. In de Verordening Ruimte (zie paragraaf 3.2.2) is regelgeving opgenomen voor de regionale en primaire waterkeringen.

Voor bestemmingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen mogelijk maken, Dit geldt voor de beschermingszone en de kernzone die hoort bij de waterkeringen zoals opgenomen in de vastgestelde leggers van de waterschappen.

30

Beleid Waterschap - Hoogheemraadschap van Rijnland Waterbeheerplan 5 Voor de planperiode 2016-2021 zal het Waterbeheerplan 5 (WBP5) van het hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing zijn. In dit plan geeft het hoogheemraadschap van Rijnland aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. In het WBP5 staat samen werken met de omgeving aan water centraal. Het hoogheemraadschap van Rijnland wil samen met zijn omgeving werken aan duurzaam en efficiënt waterbeheer. De vier hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water, gezond water en de waterketen. Wat betreft veiligheid is cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn én blijven en dat rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Bij voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten, goed te beheren en goed te onderhouden. Daarbij wil het hoogheemraadschap van Rijnland dat het watersysteem op orde en toekomstbestendig wordt gemaakt, rekening houdend met klimaatverandering. Immers, de verandering van het klimaat leidt naar verwachting tot meer lokale en heviger buien, perioden van langdurige droogte en zeespiegelstijging. Het waterbeheerplan sorteert voor op deze ontwikkelingen. Gezond water is de zorgplicht om het water schoon zoals past bij de functie van het water te houden.

Wat betreft de waterketen, zijnde afvalwater, wordt dit optimaal gezuiverd en onttrokken grondstoffen worden hergebruikt. Keur en uitvoeringsregels Per 1 juli 2015 is een nieuwe Keur en de daarbij horende uitvoeringsregels in werking getreden. De Keur is benodigd vanuit de Waterwet. Daarin zijn vastgelegd de bevoegdheden en taken van het hoogheemraadschap, bestaande uit de zorg voor het watersysteem, de zorg voor het zuiveren van afvalwater, de zorg voor andere waterstaatsaangelegenheden en waterbeheer. De Keur dient ook ter invulling van deze doelstellingen, te weten: voorkoming en waar nodig beperking van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbetering van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden), watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken) en andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen). De Keur bevat verbodsbepalingen voor werken en werkzaamheden in of bij de bovengenoemde waterstaatswerken. Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren.

Als het hoogheemraadschap van Rijnland daarin toestemt, dan wordt dat geregeld in een Keurvergunning. De Keur is daarmee een belangrijk middel om via vergunningverlening en handhaving het watersysteem op orde te houden of te krijgen. In de Uitvoeringsregels, die bij de Keur horen, is het beleid van het hoogheemraadschap van Rijnland nader uitgewerkt.

31

Waterkeringen Het hoogheemraadschap van Rijnland heeft de zorg voor de waterkeringen (zowel primaire als secundaire) en de instandhouding van de landscheidingen met de aangrenzende waterschappen. Verharding onbebouwde gronden Binnen het beheergebied van het hoogheemraadschap van Rijnland gelden strenge regels om onbebouwde grond te verharden. Bij toename van verharding van de 2 onbebouwde gronden met meer dan 500 m is compensatie van verharding door middel van extra te graven vierkante meters water verplicht. Hiervoor geldt een realisatie- en meldingsplicht als ontheffing van de Keur en uitvoeringsregels van het hoogheemraadschap van Rijnland. De eigenaar van de gronden dient toename van de verharding en de realisatie van extra water te melden bij het hoogheemraadschap van Rijnland. Bij toename van verharding van om onbebouwde grond met meer dan 2 500 m dient de eigenaar een vergunning aan te vragen bij het hoogheemraadschap van Rijnland. 4.9.2

De waterparagraaf In deze waterparagraaf worden de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling per 11 waterthema afgewogen. Daarnaast is voor dit plan de watertoets doorlopen. Geconcludeerd wordt dat dit plan onder de normale procedure valt, waardoor overleg met het Hoogheemraadschap noodzakelijk is. Het waterschap verzocht te controleren of de in onze legger vastgelegde watergangen en waterkeringen overeenkomen met de bestemming verbeelding en deze eventueel aan te passen. In het kader van het vooroverleg heeft het waterschap aangegeven dat zij geen opmerkingen heeft. Het plangebied ligt niet binnen een op de legger vastgestelde-waterkering of beschermingszone. De watergang aan de oostzijde van het plangebied is een primaire watergang. Deze watergang valt voor klein gedeelte binnen het bestemmingsplangebied en heeft daarbij de bestemming ‘Woongebied’. Binnen deze bestemming zijn watergangen en waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Riolering Bij realisatie van de appartementen wordt een gescheiden rioolstelsel aangelegd om het vuilwaterriool niet te belasten met schoon hemelwater. Waterkwantiteit 2 Wanneer extra verharding van meer dan 500 m plaatsvindt ten opzichte van de huidige planologische situatie, dient watercompensatie plaats te vinden. Dit op grond van de Keur van Hoogheemraadschap van Rijnland.

Het is de bedoeling de omgeving van het appartementengebouw(en) zo groen mogelijk in te richten. Er zal geen sprake zijn van een toename van de oppervlakte verhardingen, aangezien het plangebied in de huidige situatie nagenoeg geheel verhard is.

11

Hoogheemraadschap van Rijnland (2021). Resultaat watertoets. Lindelaan 2 Nieuwkoop. Projectnummer: 20210108-13-25220. 8 januari 2021. 32

Waterkwaliteit Realisatie van de appartement(en) heeft geen invloed op de waterkwaliteit. Er worden geen uitlogende materialen gebruikt die met het hemelwater in aanraking kunnen komen, waardoor het bouwproject eveneens geen negatieve invloed heeft op de grondwaterkwaliteit en eventueel aanwezige oppervlaktewateren. Beschermde zones De projectlocatie ligt in een kwetsbaar kwelgebied. Op dit moment is nog niet inzichtelijk of graven voor een half verdiepte parkeergarage van toepassing is. Kwelgebieden kunnen gevoelig zijn voor graven, omdat het kan leiden tot een toename van kwel of tot opbarst van de bodem. Dit is voor Rijnland aanleiding om regels te stellen voor het realiseren van grondverzet in kwetsbare kwelgebieden. Deze zijn uitgewerkt in regel 20 Grondverzet van de Keur 2020.

Aanwezigheid kwetsbaar kwelgebied (Bron: provincie Zuid-Holland).

Aanwezigheid kwetsbare gebieden voor onttrekkingen (Bron: provincie Zuid-Holland).

Het plangebied ligt ruim buiten het gebeid waar sprake kan zijn van tijdelijke grondwateronttrekkingen als ook –infiltraties.

33

4.9.3

Conclusie In het kader van het wettelijk vooroverleg is het Hoogheemraadschap van Rijnland geconsulteerd.

4.10

Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het project te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, moet worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing Raadpleging van de Cultuurhistorische Atlas laat zien dat het plangebied niet is gelegen in een gebied waar een archeologische verwachtingswaarde (bruin gemarkeerd) geldt, zoals navolgend te zien is. Het plangebied is in het geldende bestemmingsplan geen archeologische dubbelbestemming opgenomen. Daarmee vormt het aspect archeologie geen belemmering voor uitvoering van dit plan.

Uitsnede Cultuur historische Atlas Zuid-Holland met daarop het plangebied weergegeven (rood) (Bron: provincie Zuid-Holland).

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. 34

4.11

Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing Met de ontwikkeling van het plangebied wordt aangesloten bij de stedenbouwkundige opzet van de zone Achterweg/Lindelaan, zoals in paragraaf 2.2 nader beschreven. Ook bevinden zich in de directe omgeving van het plangebied geen gemeentelijke of Rijksmonumenten waar in dit plan rekening mee dient te worden gehouden, zoals vermeld in onder meer de Nota Erfgoed gemeente Nieuwkoop 2020 en de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Zuid-Holland. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

4.12

Verkeer en parkeren Verkeer Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt 12 gegenereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Gelet op het feit dat het plangebied in de kern van Nieuwkoop ligt (nabij de detailhandel op het Kennedyplein), wordt gesteld dat de kencijfers voor ‘centrum’ aangehouden kunnen worden. De gemeente Nieuwkoop wordt conform CBSgegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘niet stedelijk gebied’. Voor de ontwikkeling van de 65 appartementen volgt uit de kerncijfers de volgende verkeersgeneratie: Koop, appartement, goedkoop (30)

Huur, appartement, midden/goed-koop (35)

Totaal (65)

Minimaal

4,8 x 30 = 144,0

3,7 x 35 = 129,5

273,5

Maximaal

5,6 x 30 = 168,0

4,5 x 35 = 157,5

325,5

Gemiddeld gezien zullen bij de realisatie van het plan ongeveer 300 verkeersbewegingen per etmaal ontstaan. De verwachting is dat dit extra verkeer afgewikkeld kan worden op de Lindelaan, de Achterweg en verder.

12

CROW, publicatie 381, van parkeerkencijfers naar parkeernomen. 35

Parkeren Ten behoeve van deze ontwikkeling zal moeten worden voldaan aan de parkeernormen die gesteld worden in de 'Parkeernormen gemeente Nieuwkoop 2021 (vastgesteld 8 juli 2021)’. Er moet voldoende ruimte in het plangebied beschikbaar zijn om de benodigde parkeerplaatsen te kunnen realiseren. Het gemeentelijk parkeerbeleid wordt ook in de regels van dit bestemmingsplan juridisch-planologisch vastgelegd. Dit betekent dat bij de omgevingsvergunning voor het bouwen getoetst zal worden of het plan voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Daarmee wordt gesteld dat het aspect ‘parkeren’ voldoende in dit plan is gewaarborgd. In de Parkeernormen gemeente Nieuwkoop 2021 zijn parkeernormen opgenomen. Navolgend wordt de parkeerbehoefte berekend. Voor de ontwikkeling van de 65 appartementen volgt uit de kerncijfers de volgende parkeerbehoefte: Programma Goedkope koop Betaalbare koop Sociale huur starters Sociale huur ouderen Middenhuur Middeldure koop Penthouse Totaal

M² 50 60 60 60-80 65

Aantal 15 15 10 5 20 0 0 65

Parkeernorm 1,8 1,8 1,6 1,2 1,8 2,1 2,3

Parkeerplaatsen 27 27 16 6 36 0 0 112

De parkeerbehoefte bestaat uit 112 parkeerplaatsen. Op dit moment zijn 121 parkeerplaatsen opgenomen in de massastudie. Dit betekent dat voldaan wordt aan de parkeernota. Conclusie Rekening houdend met voorgaande vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.13

Kabels en leidingen Er bevinden zich geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe nabijheid van het plangebied. Wel ligt er een bestaand warmtenet en moet voor de nieuwe woningen een nieuw warmtenet aangelegd worden. Bij het aanleggen van het nieuwe warmtenet dient rekening gehouden te worden met de bestaande leidingen.

36

5

Wijze van bestemmen

5.1

Algemeen

5.1.1

Wat is een bestemmingsplan? Het gemeentelijke bestemmingsplan is een middel waarmee functies aan gronden worden toegekend. Het gaat dus om het toekennen van gebruiksmogelijkheden. Vanuit de Wet ruimtelijke ordening volgt een belangrijk principe: het gaat om toelatingsplanologie. Het wordt de grondgebruiker (eigenaar, huurder etc.) toegestaan om de functie die het bestemmingsplan geeft, uit te oefenen. Dit houdt in dat:  de grondgebruiker niet kan worden verplicht om een in het bestemmingsplan aangewezen bestemming ook daadwerkelijk te realiseren, en  de grondgebruiker geen andere functie mag uitoefenen in strijd met de gegeven bestemming (de overgangsbepalingen zijn hierbij mede van belang). Een afgeleide van de gebruiksregels in het bestemmingsplan zijn regels voor bebouwing (omgevingsvergunning voor het bouwen) en regels voor het verrichten van ‘werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden’ (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ). Een bestemmingsplan regelt:  het toegestane gebruik van gronden (en de bouwwerken en gebouwen); en een bestemmingsplan kan daarbij regels geven voor:  het bebouwen van de gronden;  het verrichten van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden. Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument voor het voeren van ruimtelijk beleid, maar het is zeker niet het enige instrument.

Andere ruimtelijke wetten en regels zoals bijvoorbeeld de Woningwet, de Erfgoedwet, de Algemene Plaatselijke Verordening, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit zijn ook erg belangrijk voor het uitoefenen van ruimtelijk beleid.

5.1.2

Over bestemmen, dubbelbestemmen en aanduiden Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemming gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Voor het op de verbeelding aangegeven bestemmingsvlak gelden de gebruiksmogelijkheden zoals die in de bijbehorende regels worden gegeven. Die toegekende gebruiksmogelijkheden kunnen op twee manieren nader worden ingevuld: 1 Via een dubbelbestemming. Een dubbelbestemming is, zoals de naam al zegt, een bestemming die óók aan de gronden wordt toegekend. Voor gronden kunnen dus meerdere bestemmingen gelden. Er geldt altijd één ‘enkel’ bestemming (dat is dé bestemming) en soms geldt er een dubbelbestemming (soms zelfs meerdere). In de regels van de dubbelbestemming wordt omschreven wat er voor de onderliggende gronden geldt aan extra bepalingen in aanvulling, of ter beperking, van de mogelijkheden van de onderliggende bestemmingen.

37

2 Via een aanduiding. Een aanduiding is een teken op de verbeelding. Dat teken kan bestaan uit een lijn, een figuur, of een lettercode etc. Via een aanduiding wordt in de regels ‘iets’ geregeld. Dat ‘iets’ kan betrekking hebben op extra mogelijkheden of extra beperkingen voor het gebruik en/of de bebouwing en/of het aanleggen van werken. Aanduidingen kunnen voorkomen in een bestemmingsregel, in meerdere bestemmingsregels en kunnen ook een eigen regel hebben. 5.1.3

Hoofdstukindeling van de regels De regels zijn verdeeld over 4 hoofdstukken: 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de regels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de regels te waarborgen. Ook is bepaald de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels (artikel 2). 2 Bestemmingsregels. In dit tweede hoofdstuk zijn de regels van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen afwijkingsregels met betrekking tot bouw- en/of gebruiksregels. Ten slotte zijn eventueel bepalingen met betrekking tot het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere artikelen relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moet worden.

Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. 3 Algemene regels. In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Het zijn achtereenvolgens een antidubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene gebruiksregels, algemene afwijkingsregels en algemene wijzigingsregels. 4 Overgangs- en slotregels. In het laatste hoofdstuk is het overgangsrecht en een slotregel opgenomen. Hoewel het hier in wezen ook algemene regels betreft, zijn deze vanwege hun meer bijzondere karakter in een apart hoofdstuk opgenomen.

5.2

Dit bestemmingsplan Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen moeten in onderlinge samenhang worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels over het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. 38

5.2.1

Bijzonderheden in dit bestemmingsplan De regels in dit bestemmingsplan zijn opgezet aan de hand van wat hiervoor is beschreven. Er is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Kern Nieuwkoop’. In dit bestemmingsplan zijn de gronden voorzien van de globale eindbestemming ‘Woongebied’. De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen. Ook is onder voorwaarden de uitoefening van beroepen aan huis en mantelzorg toegestaan. Daarnaast zijn bijbehorende voorzieningen mogelijk. Dit betreft onder meer erven, tuinen, wegen en paden, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en steigers en plankieren (in verband met de watergang ten oosten van het plangebied). In de planregels van de bestemming ‘Woongebied’ is vastgelegd dat het totaal aantal woningen maximaal 65 mag zijn. Verder is bepaald dat het aantal sociale huurwoningen en goedkope koopwoningen elk ten minste 23% moet bedragen en het aantal middeldure huurwoningen en minste 30% moet bedragen. De maximum bouwhoogte bedraagt voor de plandelen midden en zuid (zie paragraaf 2.2) 18 meter en voor het plandeel noord 11 meter. Verder is geregeld dat het bebouwingspercentage van plandeel zuid 50% bedraagt, plandeel midden 100% en plandeel noord 30%. In totaal mogen ten hoogste drie appartementengebouwen worden gebouwd.

5.2.2

Algemene regels Naast de bestemmingen bevat het plan een aantal algemene regels over bijvoorbeeld begrippen, de wijze van meten, algemene afwijkingen en overgangsrecht. Deze min of meer standaardregels in bestemmingsplannen worden hier verder niet toegelicht. Ten behoeve van de ontwikkeling zal verder moeten worden voldaan aan de parkeernormen die gesteld worden in de ‘Nota parkeernormen gemeente Nieuwkoop 2021’. Dit is geregeld in de algemene bouwregels van dit plan.

39

6

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. De gronden zijn van de gemeente Nieuwkoop. Het plan zal worden ontwikkeld door een ontwikkelaar. Met de gronduitgifte kunnen de kosten verhaald worden. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.

40

7 7.1.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg en inspraak Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voert het college van burgemeester en wethouders, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, overleg met andere bestuursorganen van bijvoorbeeld buurgemeenten, het waterschap en de provincie. Het overleg tussen de bestuurlijke instanties dient in een redelijke verhouding te staan tot de aard en omvang van het bestemmingsplan. Het overleg dient dan ook beperkt te blijven tot die overheidsinstanties waarmee overleg werkelijk noodzakelijk is om te voorkomen dat de taak of verantwoordelijkheid van het andere overheidsorgaan ontoelaatbaar wordt beperkt, of dat het door dat orgaan te behartigen belang aantoonbaar wordt benadeeld. In een bijlage bij dit bestemmingsplan zijn de resultaten van het overleg samengevat en van een antwoord worden voorzien. Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan heeft gedurende vijf weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld een schriftelijke inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan in te dienen. In een bijlage bij dit bestemmingsplan zijn de resultaten van de inspraakprocedure samengevat en van een antwoord worden voorzien.

7.1.2

Zienswijzen Na afronding van het vooroverleg en de inspraakprocedure start de formele bestemmingsplanprocedure. Overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening is op de voorbereiding van een bestemmingsplan de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing met dien verstande dat door eenieder zienswijzen omtrent het ontwerp bij de gemeenteraad naar voren kunnen worden gebracht. Het ontwerpbestemmingsplan zal daarom voor een periode van zes weken voor eenieder ter inzage liggen. Eenieder kan in deze periode zienswijzen indienen. In deze paragraaf of in een bijlage bij dit bestemmingsplan zullen de binnengekomen zienswijzen worden samengevat en van een antwoord worden voorzien.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwkoop&id=3e5729cc-706e-4827-b5d5-7c3cf2c84fa5