03.E-Verkennend bodemonderzoeksrapport ingediend d.d. 27-12-2023 opgesteld d.d. 17-11-2023
Tekst van het document
PROJECT 10563 VERKENNEND EN NADER (ASBEST)ONDERZOEK IN BODEM EN PUIN VROUWENAKKER 13-17 TE VROUWENAKKER
Vestiging Kamerik Nijverheidsweg 7 3471 GZ Kamerik t 0348 402103 Vestiging Heerhugowaard Galileistraat 69 1704 SE Heerhugowaard t 072 5729457 Vestiging Steenwijk Oevers 16 8331 VC Steenwijk t 0521 521924 www.grondslag.nl
bodemonderzoek | saneringsbegeleiding | partijkeuringen | waterbodemonderzoek | arbo/veiligheid | wegenbouwadvies
Project 10563
Titel
Actualiserend en nader (asbest)onderzoek in bodem en puin Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Projectleider Adviseur Datum rapport
17 november 2023
Opdrachtgever
Spelt Milieu BV Blokland 18 2441 GG Nieuwveen
Contactpersoon
Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen die zijn opgesteld in de BRL SIKB 2000. Grondslag is door KIWA gecertificeerd voor het verrichten van “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” conform deze BRL. Grondslag BV is als opdrachtnemer onafhankelijk van de opdrachtgever. Tussen beide bestaat geen relatie als bedoeld in paragraaf 3.2.7 van de BRL SIKB 2000.
Project 10563
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING EN DOEL
1
2
LOCATIEGEGEVENS 2.1 Afbakening onderzoekslocatie 2.2 Huidige situatie 2.3 Toekomstige situatie 2.4 Historie tot op heden 2.5 Resultaten voorgaand onderzoek 2.6 Hypothese en onderzoeksopzet 2.6.1 Actualiserend onderzoek - onverhard terreindeel 2.6.2 Nader bodem- en asbestonderzoek - verhard terreindeel 2.6.3 Nader grondwateronderzoek - slootdemping 2.6.4 Kwaliteit puinlagen - verhard terreindeel en slootdemping
2 2 2 3 3 3 4 4 4 5 5
3
WERKZAAMHEDEN 3.1 Uitvoering 3.2 Resultaten veldwerk 3.2.1 Grond 3.2.3 Puin 3.2.3 Grondwater
6 6 7 7 8 8
4
ONDERZOEKSRESULTATEN 4.1 Analyses grond 4.2 Analyses grondwater 4.3 Analyses puin
10 10 12 13
5
ASBESTANALYSES 5.1 Toetsingskader asbest 5.2 Analyseresultaten
14 14 14
6
VERONTREINIGINGSSITUATIE 6.1 Verhard terreindeel - Zink en PAK in grond 6.2 Verhard terreindeel - Puin 6.3 Slootdemping - Naftaleen in grondwater en puin
15 15 16 16
7
CONCLUSIES
18
BIJLAGEN BIJLAGE I : Kaartmateriaal BIJLAGE II : Boorbeschrijvingen en foto’s BIJLAGE III : Toetsingstabellen bodem BIJLAGE IV : Analysecertificaten bodem BIJLAGE V : Toetsingstabellen en Analysecertificaten puin BIJLAGE VI : Toetsingskader & Verklarende woordenlijst
1
1
Project 10563
INLEIDING EN DOEL Door Spelt Milieu BV is aan Grondslag BV opdracht verleend voor het uitvoeren van een actualiserend en nader bodemonderzoek en een nader (asbestonderzoek) in puin op het perceel Vrouwenakker tussen nr. 13 en 17 te Vrouwenakker. In verband met de aankoop van de locatie is in 2015 op het terrein een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (door Grondslag BV, kenmerk 10563, d.d. 11 december 2015). Bij dit onderzoek zijn op het terrein enkele verontreinigingen in grond, grondwater en puin vastgesteld (respectievelijk PAK, naftaleen en asbest). Indertijd zijn de verontreinigingen niet volledig in kaart gebracht. Men is voornemens om op het terrein woningbouw te realiseren. Hiervoor dient te milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te worden geactualiseerd en dienen de in 2015 aangetroffen verontreinigingen nader te worden onderzocht.
Het doel van het onderzoek is het beoordelen: - of de algemene milieuhygiënische terreinsituatie gelijk is aan de situatie in 2015 en of het terrein derhalve geschikt is voor de realisatie van woningbouw; - of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK in de ondergrond ter plaatse van het verharde terreindeel; - of er sprake is van een verontreiniging met asbest in de puinlaag ter plaatse van het verharde terreindeel; - of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met naftaleen in het grondwater ter plaatse van de slootdemping; - wat de kwaliteit is van het puin in zowel de slootdemping als ter plaatse van het verharde terreindeel ten behoeve van de mogelijke toekomstige afzet. De gegevens van de uitgevoerde onderzoeken zijn gezamenlijk in onderhavige rapportage weergegeven. Richtlijnen Het actualiserend onderzoek is verricht volgens de vigerende richtlijnen uit de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) en de onderliggende norm NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De opzet en uitvoering van het nader onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 (‘strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’).
Het nader asbestonderzoek in de puinverharding op het noordwestelijke deel van de onderzoekslocatie is verricht conform de NEN 5897 (‘inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recycling granulaat’). Het onderzoek naar de kwaliteit van het puin in zowel de slootdemping als ter plaatse van het verharde terreindeel is indicatief van aard.
2
2
Project 10563
LOCATIEGEGEVENS Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een vooronderzoek conform NEN 5725 verricht. De resultaten van het vooronderzoek zijn verwerkt in dit hoofdstuk. Het vooronderzoek richt zich tevens op de direct aangrenzende percelen.
2.1
Afbakening onderzoekslocatie De onderzoekslocatie aan de Vrouwenakker 13-17 is kadastraal bekend als perceel E996. De RD-coördinaten van het perceel zijn 113.854 (x) en 471.184 (y). Het perceel heeft een oppervlakte van 13.665 m². De onderzoekslocatie bestaat uit het gehele perceel. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de tekening in bijlage I.
Figuur 1: Kadastrale weergave onderzoekslocatie (rood)
2.2
Huidige situatie De onderzoekslocatie bestaat uit twee delen tussen Vrouwenakker nr. 13 en nr. 17. Het oostelijke deel van de locatie betreft een onverhard weiland/grasland. Het westelijke deel van de locatie is in gebruik als oprit en voorzien van een puinverharding. De regionale ligging van het terrein is weergegeven in bijlage I.
3
2.3
Project 10563
Toekomstige situatie Men is voornemens om op het terrein woningbouw te realiseren. Op moment van schrijven zijn er nog geen concrete plannen met betrekking tot de inrichting van het terrein, de locatie van de nieuwe woning(en) en de ligging van de toekomstige nutsvoorzieningen.
2.4
Historie tot op heden Voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - opdrachtgever - omgevingsdienst West-Holland - oud kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl) - www.bodemloket.nl - Verkennend bodemonderzoek Vrouwenakker, tussen nr. 13 en 17 te Vrouwenakker, door Grondslag BV, kenmerk 10563, d.d. 11 december 2015 Onderstaande gegevens zijn hoofdzakelijk afkomstig uit het voorgaand bodemonderzoek. Voor een volledig overzicht van de historische gegevens wordt verwezen naar bovengenoemd verkennend bodemonderzoek uit 2015. Uit informatie van het voorgaande onderzoek, het bodemloket en de omgevingsdienst blijkt dat op het oostelijk deel van de locatie (weiland) omstreeks 1970 een sloot is gedempt. Bij het verkennend onderzoek is vastgesteld dat deze sloot is opgevuld met o.a. puin, beton, glas, plastic, asfalt, asbesthoudend plaatmateriaal etc. De dikte van het pakket dempingsmateriaal betreft minimaal 2,3 m. De herkomst van het materiaal is onbekend. Daarnaast is op het noordwestelijk deel van de onderzoekslocatie bij het voorgaande onderzoek een puinverharding aangetroffen. De samenstelling van de verharding is in 2015 niet uitgebreid beschreven, waardoor momenteel niet exact bekend is uit welk materiaal de verharding bestaat. De dikte van het pakket verhardingsmateriaal bedraagt ca. 1,5 m.
Voor zover bekend hebben zich op of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan, waardoor mogelijk bodemverontreiniging zou kunnen zijn ontstaan.
2.5
Resultaten voorgaand onderzoek Op het terrein is in 2015 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (door Grondslag BV, kenmerk 10563, d.d. 11 december 2015). De aanleiding tot de uitvoer van het onderzoek werd gevormd door de voorgenomen verkoop van de locatie. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond van het onverharde terreindeel lichte verhogingen aan enkele zware metalen, minerale olie en PAK aanwezig zijn. In het grondwater zijn lichte verhogingen aan barium, nikkel en/of benzeen aangetoond. Aanvullend zijn bij het onderzoek twee verdachte terreindelen onderzocht. Hierbij zijn de volgende verontreinigingen/nader te onderzoeken waarden vastgesteld: 1. In de zandlaag onder het puin ter plaatse van het verharde terreindeel (noordwestzijde locatie) zijn sterke verhogingen aan PAK aangetoond. Bij het verkennend onderzoek is reeds vastgesteld dat de visueel schone venige ondergrond maximaal lichte verhogingen aan PAK bevat;
4
Project 10563
2. In de puinlaag ter plaatse van het verharde terreindeel is indicatief asbest in de fijne fractie aangetoond. De gewogen concentratie (55 mg/kg ds) overschrijdt de grenswaarde voor de uitvoer van nader onderzoek; 3. Ter plaatse van de slootdemping is in het grondwater een matige tot sterke verhogingen aan naftaleen aangetoond. In de peilbuizen direct naast de demping zijn maximaal lichte verhogingen aan naftaleen vastgesteld. 4. In de aangetroffen puinlaag ter plaatse van de gedempte sloot is in de grove fractie asbest aangetoond. In de fijne fractie is geen asbest vastgesteld. Aangezien er geen gewogen concentratie is berekend, kan niet worden vastgesteld of er in de demping sprake is van een verontreiniging met asbest. 2.6
Hypothese en onderzoeksopzet
2.6.1 Actualiserend onderzoek - onverhard terreindeel Uit het voorgaand onderzoek blijkt dat in de bodem buiten de demping en het verharde terreindeel maximaal lichte verhogingen aan enkele zware metalen, minerale olie en/of PAK kunnen worden verwacht. Derhalve wordt het onverharde weilanddeel van de locatie aangemerkt als onverdacht op het voorkomen van verontreiniging. Het onderzoek volgt de "Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL)" van de NEN 5740. 2.6.2 Nader bodem- en asbestonderzoek - verhard terreindeel Bodem In verband met het aantonen van sterke verhogingen aan PAK in de bodem onder de verhardingslaag, is een nader onderzoek uitgevoerd. De opzet en uitvoering van het nader onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 (‘strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’). De sterke verhogingen aan PAK zijn in de zandige ondergrond met bijmengingen aan baksteen, beton en kolen direct onder de aanwezige verhardingslaag aangetoond. Bij het voorgaand onderzoek is reeds vastgesteld dat in de onderliggende visueel schone veenlaag geen sterke verhogingen aan PAK aanwezig zijn. De verontreiniging is derhalve hoogstwaarschijnlijk te relateren aan bijmengingen met puin uit de verhardingslaag.
De verwachting is dat de verontreiniging diffuus en heterogeen van aard is, waarbij mogelijk een zone met hogere gehalten dan de omgeving aanwezig is. Er is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De onderzoeksopzet van het nader onderzoek richt zich op de ondergrond direct onder de puinverharding (ca. 1,5-2,5 m-mv). Bij het voorgaand onderzoek is reeds aangetoond dat het grondwater ter plaatse van het verharde terreindeel maximaal lichte verhogingen aan molybdeen, aromaten en minerale olie aanwezig zijn. Een grondwateronderzoek wordt daarom niet verricht.
5
Project 10563
Asbest De NEN 5897 strategie voor nader onderzoek terreinen wordt gevolgd. Dit protocol is van toepassing op puinlagen vanaf 50% bodemvreemde bijmenging. De onderzoekslocatie wordt ingedeeld in ruimtelijke eenheden (RE, max. 1.000 m2) op basis van een visuele inspectie van het maaiveld en de inspectiesleuven. Het gemiddelde asbestgehalte wordt per RE bepaald. Voor het onderzoek wordt uitgegaan van één RE. 2.6.3 Nader grondwateronderzoek - slootdemping In verband met het aantonen van sterke verhogingen aan naftaleen in het grondwater ter plaatse van de slootdemping, is een nader onderzoek uitgevoerd. De opzet en uitvoering van het nader onderzoek is gebaseerd op de NTA 5755 (‘strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging’). Bij het voorgaand onderzoek is in het grondwater ter plaatse van de slootdemping een matige tot sterke verhogingen aan naftaleen aangetoond. Om na te gaan of het grondwater over de gehele lengte van de demping is verontreinigd met naftaleen, worden binnen de contouren van de demping twee nieuwe peilbuizen geplaatst. Ten behoeve van de verticale afperking wordt ten zuiden van SL01 uit het voorgaand onderzoek tevens een peilbuis met een filter in de visueel schone ondergrond geplaatst.
Ten slotte is bij het voorgaand onderzoek reeds aangetoond dat het grondwater direct ten oosten en westen van de demping maximaal lichte verhogingen aan naftaleen bevat. Om de horizontale afperking compleet te maken wordt direct ten noorden van de demping nog één peilbuis geplaats. Met betrekking tot de mogelijke verontreinigingssituatie worden de volgende aspecten meegenomen in de opzet van het nader onderzoek: 1. De onderzoeksvraag die beantwoord dient te worden is welk volume grond en grondwater verontreinigd is. 2. In het grondwater is een vluchtige aromaat (naftaleen) aangetoond. Vluchtige aromaten kunnen leiden tot blootstellingsrisico’s. Na het bepalen van de verontreinigingssituatie is het van belang om eventuele blootstellingsrisico’s te bepalen. Mogelijke risico’s kunnen zijn uitdamping naar de buitenlucht. 2.6.4 Kwaliteit puinlagen - verhard terreindeel en slootdemping Voorafgaand aan onderhavig onderzoek zijn geen kwaliteitsgegevens van de aanwezige puinlagen beschikbaar. In verband met mogelijk toekomstig afvoer van (een deel van) het materiaal, zijn van het puin ter plaatse van zowel de verharding als de slootdemping monsters samengesteld en geanalyseerd op het NEN-pakket puin. Het fundatieonderzoek is indicatief van opzet.
Project 10563
6
3
WERKZAAMHEDEN
3.1
Uitvoering De verrichtingen zijn uitgewerkt in onderstaande tabel: Tabel 3.1: Uitgevoerde werkzaamheden Verrichting
Datum
Persoon
Geldend protocol
Plaatsen peilbuizen
7 en 8 september 2023
dhr. R.J.M. van Asselen
2001
Verrichten boringen
19 en 20 september 203
dhr. J. Nuvelstijn
2001
Grondwatermonstername
20 september 2023
dhr. J. Nuvelstijn
2002
Maaiveldinspectie en inspectiesleuven asbest
7 en 8 september 2023
dhr. R.J.M. van Asselen
2018
Plaatsen peilbuizen - Slootdemping
7 en 8 september 2023
dhr. R.J.M. van Asselen
2003
Grondwatermonstername
20 september 2023
dhr. J. Nuvelstijn
2002
Actualiserend onderzoek
Nader bodem- en asbestonderzoek
Actualiserend bodemonderzoek Op de onderzoekslocatie zijn ten behoeve van het actualiserend onderzoek in totaal vierentwintig boringen verricht (nrs. 201, 211, 301 t/m 321 en 303-1). De boringen zijn verspreid over de onderzoekslocatie verricht. Boringen 201 en 211 zijn voorzien van een peilbuis. Alle boringen zijn uitgevoerd tot een minimale diepte van 0,5 m-mv. Boringen 304, 306, 310, 313, 319 en 320 zijn doorgezet tot een diepte van circa 2,0 m-mv. In verband met de plaatsing van de peilbuizen zijn boringen 201 en 211 doorgezet tot een diepte van respectievelijk 3,0 en 2,0 m-mv. De boringen 303 en 303-1 zijn op een diepte van respectievelijk 0,4 en 0,1 m-mv gestaakt op een handmatig ondoordringbare laag (slootdemping). Nader bodemonderzoek - verhard terreindeel Ter plaatse van het verharde terreindeel is, ter afperking van de verontreiniging, gestart met het graven van inspectiesleuven ter plaatse van de in 2015 aangetoonde sterke verhogingen met PAK. In totaal zijn centraal in de verharding in totaal zes sleuven gegraven/boringen verricht (nrs. 201 t/m 206). In verband met de aanwezigheid van de puinlaag zijn de sleuven met behulp van een graafmachine gegraven. Alle sleuven/boringen zijn doorgezet tot ca. 1,5 m-onderzijde puinlaag (ca. 3,0 m-mv).
Sleuven 202 en 204 zijn op een diepte van respectievelijk 2,5 en 3,7 m-mv gestuit op een machinaal ondoordringbare laag (in verband met de toestroom van grondwater was het civieltechnisch niet mogelijk om verder te graven). Sleuf 206 is op een diepte van 2,7 m-mv gestuit op hout van onbekend oorsprong.
Bij de graafwerkzaamheden is tevens vastgesteld dat de contour van de aanwezige puinverharding niet overeenkomt met de verwachtingen op basis van de kaart uit 2015. De verharding blijkt zich op een veel groter deel van het noordwestelijk deel van het terrein te
7
Project 10563
bevinden. Daarnaast blijkt uit de graafwerkzaamheden dat de puinlaag een zeer wisselende dikte heeft (1,5 à 3,7 m-mv). Op basis van de waarnemingen in het veld en de resultaten van het voorgaand onderzoek lijkt er een relatie tussen de aanwezige verhardings-/stortlaag en de verhogingen aan PAK hier direct onder. Derhalve is besloten om de onderzoeksstrategie voor het nader onderzoek aan te passen. In plaats van een klassieke afperking, is de contour van de aanwezige verharding met behulp van de graafmachine (waar mogelijk) in kaart gebracht. De een indicatie van contour van de verharding zoals die nu bekend is, is opgenomen in bijlage I. Nader asbestonderzoek - verhard terreindeel Met behulp van een graafmachine zijn ter plaatse van het verharde terreindeel vijf proefsleuven gegraven (nrs. 201 t/m 205). De sleuven hebben lengte tussen 2,0 en 3,5 m en een breedte van 0,7 m. Alle inspectiesleuven zijn doorgezet tot minimaal 1,0 m-onderzijde puinverharding (ca. 3,0 m-mv). Het opgegraven materiaal is ter plaatse visueel geïnspecteerd. Eventueel asbestverdacht materiaal in de fractie >2 cm (avm) is per sleuf bemonsterd. De fijne fractie <2 cm is apart bemonsterd. Nader grondwateronderzoek - slootdemping Om na te gaan of het grondwater over de gehele lengte van de demping is verontreinigd met naftaleen, zijn binnen de contouren van de demping drie peilbuizen geplaatst (nrs.
207, 208 en 210). Daarnaast is ten behoeve van de verticale afperking één peilbuis met een filter in de visueel schone ondergrond geplaatst (nr. 210). Alle boringen binnen de contouren van de gedempte sloot zijn in verband met de aanwezigheid van een zeer dikke puinlaag verricht met behulp van een mobiele graafmachine. De boringen zijn doorgezet tot een diepte tussen 2,5 en 3,5 m-mv. Algemeen De ligging van de boringen, de peilbuizen en de inspectiesleuven is weergegeven in bijlage I. 3.2
Resultaten veldwerk
3.2.1 Grond Bodemopbouw Over het algemeen bestaat de bodem ter plaatse van de onverharde terreindelen vanaf het maaiveld tot de maximale boordiepte van 2,0 m-mv uit veen. Plaatselijk is in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) zand aangetroffen. Ter plaatse van de verharding op het noordwestelijk deel van het terrein bestaat de bodem vanaf het maaiveld tot een diepte van 1,5 à 3,7 m-mv uit puin. De onderliggende diepere ondergrond bestaat over het algemeen uit veen. Plaatselijk zijn onder de verhardingslaag lagen zand aangetroffen.
8
Project 10563
Ter plaatse van de gedempte sloot bestaat de bodem vanaf het maaiveld tot een diepte van ca. 0,2 m-mv uit veen. Daaronder bevindt zich tot een diepte van 2,5 à 3,3 m-mv dempingsmateriaal. De diepere ondergrond bestaat over het algemeen uit veen. Plaatselijk is op een diepte van ca. 3,5 m-mv een kleilaag aangetroffen. De boorprofielen zijn weergegeven in bijlage II. Zintuiglijke waarnemingen grond In de bovengrond zijn plaatselijk sporen baksteen en/of kolen aangetroffen. Ter plaatse van de slootdemping zijn in de bovengrond sporen metselpuin waargenomen. Er is tijdens de uitvoering van het veldwerk in of op de bodem visueel geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. 3.2.3 Puin Verhard terreindeel Ter plaatse van het noordwestelijke deel van het terrein bestaat de aanwezige puinlaag uit diverse lagen van wisselende samenstelling en dikte. Over het algemeen bestaat de verharding vanaf het maaiveld tot een diepte van 0,2 m-mv uit menggranulaat en grind. Plaatselijk is daaronder een laag freesasfalt aanwezig. De onderliggende lagen bestaan wisselend uit menggranulaat, beton, hout, metselpuin, aardewerk, metaal en keien. Plaatselijk is een zwakke olie-water reactie en/of carbolineumgeur waargenomen. De dikte van het puinpakket varieert tussen 1,5 en 3,7 m.
Er is tijdens de uitvoering van het veldwerk in het puin ter plaatse van het noordwestelijk terreindeel visueel geen asbest aangetroffen. Gedempte sloot Ter plaatse van de gedempte sloot bestaat de puinlaag uit drie duidelijk te onderscheiden lagen. Vanaf ca. 0,2 m-mv tot een diepte van 0,5 m-mv is een laag metselpuin met sporen plastic aangetroffen. Daaronder bevindt zich vanaf 0,5 m-mv tot een diepte van 2,5 m-mv een laag gemengd puin bestaande uit beton, metselpuin, asbest, plastic en metaal. De diepste laag puin betreft een combinatie van grind en puin met een zwakke bijmenging aan slib. In deze laag is plaatselijk een zwakke olie-water reactie waargenomen. Er is tijdens de uitvoering van het veldwerk in iedere inspectiesleuf ter plaatse van de gedempte sloot in het puin visueel asbest aangetroffen. Aangezien bij het voorgaande onderzoek reeds is vastgesteld dat het dempingsmateriaal is verontreinigd met asbest, is geen inschatting gemaakt van de hoeveelheid stukken asbestverdacht materiaal. Foto’s van het uitgekomen verhardingsmateriaal zijn opgenomen in bijlage II. 3.2.3 Grondwater De grondwaterstanden gemeten tijdens grondwatermonstername, de resultaten van de veldmetingen en de gedane waarnemingen zijn schematisch weergegeven in tabel 3.3.
Project 10563
9
Tabel 3.3: Grondwaterstanden en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH
EC (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Actualiserend onderzoek 201
1,30 - 2,30
0,36
7,0
1630
47,4
211
1,00 - 2,00
0,60
6,8
1790
38,6
Nader onderzoek grondwater - slootdemping 207
1,30 - 2,30
0,25
7,5
1300
31,4
208
1,50 - 2,50
0,20
8,7
2330
48,1
209
3,00 - 3,50
0,35
8,0
2340
28,4
210
1,20 - 2,20
0,35
6,9
2370
65,4
Filterstelling Tijdens het veldwerk is de grondwaterstand lager ingeschat dan deze daadwerkelijk is gemeten. Hierdoor staat de bovenzijde van het filter van meerdere peilbuizen meer dan de voorgeschreven 0,5 m onder het grondwater. Omdat visueel en analytisch geen significante verontreiniging is aangetoond, beschouwen wij dit niet als een kritische afwijking. Het filter van boring 209 is in verband met de verticale afperking van de verontreiniging met naftaleen in het grondwater dieper gezet dan de voorgeschreven 0,5 m onder de grondwaterstand. pH-waarde In grondwater wordt normaliter een pH-waarde gemeten tussen de 6 en 8. In dit geval is in peilbuis 208 een pH-waarde gemeten van 8,7. Een afwijkende zuurgraad (pH) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. In dit geval zijn in grond maximaal lichte verhogingen aan benzeen en naftaleen gemeten. Ons inziens zijn deze lichte verhogingen in het grondwater geen gevolg van de verhoogde pHwaarde.
Project 10563
10
4
ONDERZOEKSRESULTATEN De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door een RvA-geaccrediteerd laboratorium.
4.1
Analyses grond De analyseresultaten van het verkennend en nader bodemonderzoek zijn weergegeven in tabel 4.1. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage IV, de toetsing in bijlage III. Tabel 4.1: Overschrijdingstabel grond Code
Boringen met diepte (m-mv)
Waarnemingen
Analyseparameters
Overschrijding >AW
>T
>I
Actualiserend onderzoek - onverhard terreindeel M301
301 (0,00 - 0,50) 302 (0,00 - 0,50) 311 (0,00 - 0,50) 321 (0,00 - 0,50)
baksteen+
NEN-g
olie
-
-
M302
306 (0,00 - 0,50) 307 (0,40 - 0,60) 308 (0,00 - 0,40) 309 (0,00 - 0,50)
baksteen+, aardewerk+
NEN-g
Hg, Pb
-
-
M303
307 (0,20 - 0,40)
baksteen+, kolen+
NEN-g
Ba@, Co, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn, PAK
-
-
M304
304 (0,00 - 0,40) 310 (0,00 - 0,40) 313 (0,00 - 0,50) 316 (0,00 - 0,40) 318 (0,00 - 0,45) 320 (0,00 - 0,30)
baksteen+
NEN-g
Hg, Pb
-
-
M305
304 (0,40 - 0,90) 306 (0,50 - 1,00) 310 (0,40 - 0,90)
-
NEN-g
Cu, Hg, Pb, Mo, Zn, olie
Co
Ba (2,4*I) Ni (2,5*I)
M306
313 (0,50 - 1,00) 319 (0,40 - 0,90) 320 (0,30 - 0,80)
-
NEN-g
olie
-
-
Uitsplitsing M305 M305-1
304 (0,40 - 0,90)
-
9-metalen
-
-
-
M305-2
306 (0,50 - 1,00)
-
9-metalen
-
-
-
M305-3
310 (0,40 - 0,90)
-
9-metalen
-
-
-
Nader onderzoek - verhard terreindeel M1
201 (1,50 - 1,80) 203 (1,60 - 2,00) 205 (1,00 - 1,40)
aardewerk+, baksteen+
NEN-g
Ba@, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, olie
Zn
PAK (3,9*I)
M3
201 (2,00 - 2,50) 203 (2,00 - 2,50) 205 (1,40 - 1,80)
baksteen+
NEN-g
Hg, Pb. PAK
-
-
Uitsplitsing M1 M1-1
201 (1,50 - 1,80)
aardewerk+, baksteen+
Zn + PAK
-
Zn
PAK (8,2*I)
M1-2
203 (1,60 - 2,00)
baksteen+
Zn + PAK
PAK
-
Zn (1,2*I)
M1-3
205 (1,00 - 1,40)
baksteen+
Zn + PAK
PAK
Zn
-
NEN-g
Ba@, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni
-
-
Verificatie kwaliteit ondergrond - slootdemping M2
207 (2,70 - 3,10) 208 (3,30 - 3,70) 209 (2,70 - 2,90)
slib+
waarneming : + (sporen/zwak), ++ (matig), +++ (sterk), ++++ (uiterst) Ba@ : de normen voor barium zijn buiten werking gesteld, toetsing vindt plaats aan de vml. normen (AW=190, T=555, I=920)
11
Project 10563
Actualiserend onderzoek - onverhard terreindeel De mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geanalyseerd op het standaard NENpakket. Door middel van dit analysepakket wordt een breed beeld verkregen van de kwaliteit van de grond. Over het algemeen zijn in de mengmonster van de bovengrond lichte verhogingen aan diverse zware metalen aangetoond. Daarnaast is in één mengmonster een lichte verhoging aan minerale olie vastgesteld. In het mengmonster van de ondergrond op het noordelijke deel van het weiland (M305) zijn sterke verhogingen aan barium en nikkel aangetoond. Daarnaast is een matige verhoging aan kobalt en zijn lichte verhogingen aan andere zware metalen en minerale olie vastgesteld. In verband met het aantonen van matige en sterke verhogingen is M305 uitgesplitst. De individuele monsters zijn geanalyseerd op zware metalen. In alle individuele monsters zijn geen verhogingen aan zware metalen boven de achtergrondwaarde en/of de detectielimiet vastgesteld. In het mengmonster van de ondergrond op het zuidelijke deel van het weiland (M306) is enkel een lichte verhoging aan minerale olie aangetoond. Uit de oliechromatogrammen blijkt dat de lichte verhogingen aan minerale olie in de bovenen ondergrond worden veroorzaakt door een combinatie van PAK en natuurlijke humuszuren.
Nader onderzoek - verhard terreindeel Ter verificatie van de verontreiniging in de bodemlaag direct onder de puinverharding, zijn twee mengmonsters van de venige ondergrond geanalyseerd op het NEN-pakket. In de venige ondergrond met diverse bijmengingen direct onder de puinlaag is een sterke verhoging aan PAK en een matige verhoging aan zink aangetoond. Daarnaast zijn lichte verhogingen aan diverse zware metalen en minerale olie vastgesteld. Aangezien bij het voorgaand onderzoek maximaal sprake was van een licht verhoogd gehalte aan zink, is het mengmonster uitgesplitst. De individuele monsters zijn geanalyseerd op zink en PAK. In de ondergrond van boring 201 is een sterke verhoging aan PAK en een matige verhoging aan zink aangetoond. In de ondergrond van boring 203 is een sterke verhoging aan zink en een lichte verhoging aan PAK vastgesteld. In de ondergrond van boring 205 is een matige verhoging aan zink en een lichte verhoging aan PAK aangetoond. In de visueel schone ondergrond (ca. vanaf 2,0 m-mv) zijn lichte verhogingen aan enkele zware metalen vastgesteld.
Project 10563
12
Verificatie kwaliteit ondergrond - slootdemping Aangezien de sloot op het terrein is gedempt met puin van een onbekende herkomst en kwaliteit, is ter controle één mengmonster van de venige ondergrond direct onder het dempingsmateriaal geanalyseerd op het standaard NEN-pakket In de diepere venige ondergrond zijn lichte verhogingen aan diverse zware metalen aangetoond. 4.2
Analyses grondwater De analyseresultaten van grondwater van het verkennend en nader bodemonderzoek zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grondwater Peilbuis
Filtertraject (m-mv)
Analyseparameters
Overschrijding >S
>T
>I
Actualiserend onderzoek 201
1,30 - 2,30
NEN-gw
Ba, Mo, benzeen, naftaleen
-
-
211
1,00 - 2,00
NEN-gw
Ba
-
-
Nader onderzoek grondwater - Slootdemping 207
1,30 - 2,30
vl. aromaten
naftaleen
-
-
208
1,50 - 2,50
vl. aromaten
benzeen, naftaleen
-
-
209
3,00 - 3,50
vl. aromaten
benzeen, naftaleen
-
-
210
1,20 - 2,20
vl. aromaten
-
-
-
Actualiserend onderzoek Het grondwater is geanalyseerd op het standaard NEN-pakket. Op deze wijze wordt een breed beeld verkregen van de grondwaterkwaliteit. In het grondwater ter plaatse van het verharde terreindeel (peilbuis 201) zijn lichte verhogingen aan barium, molybdeen, benzeen en naftaleen aangetoond. In het grondwater ter plaatse van het onverharde terreindeel (peilbuis 211) is enkel een lichte verhoging aan barium vastgesteld. Nader onderzoek grondwater - Slootdemping In 2015 is in het grondwater ter plaatse van de slootdemping een matige tot sterke verhoging aan naftaleen aangetoond. Ter verificatie en afperking zijn vier grondwatermonsters geanalyseerd op vluchtige aromaten. In het grondwater ter plaatse van de gedempte sloot (peilbuizen 207, 208 en 210) zijn maximaal lichte verhogingen aan benzeen en/of naftaleen aangetoond. In het diepere grondwater ter plaatse van de gedempte sloot (peilbuis 209) zijn tevens lichte verhogingen aan benzeen en naftaleen vastgesteld.
Project 10563
13
4.3
Analyses puin De analyses en bewerkingen zijn uitgevoerd door het RvA-geaccrediteerd laboratorium Eurofins Omegam. De analyseresultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel. Het analysecertificaat en de toetsing zijn opgenomen in respectievelijk bijlage IV en III. Tabel 4.3 Resultaten fundatieonderzoek Mengmonster (boringen)
Soort fundering
Visueel asbest?
Analysepakket
Kritische parameter
Toetsing BBK (indicatief)
Puin verharding 1 (201/202/203 /204/205)
Menggranulaat, grind
Nee
NEN puin
-
NV-bouwstof
Puin verharding 2 (201/205)
Menggranulaat, grind
Nee
NEN puin
minerale olie
Niet Toepasbaar
Nee
NEN puin
-
NV-bouwstof
Onverhard terreindeel
Slootdemping Puin slootdemping 1 (207/208/209)
Metselpuin, beton
Puin slootdemping 2 (207/208/209)
Puin (o.a. beton, plastic metselpuin, asbest)
Ja
NEN puin
-
NV-bouwstof
Puin slootdemping 3 (207/208/209)
Puin (slibhoudend)
Nee
NEN puin
PAK + minerale olie
Niet Toepasbaar
Verhard terreindeel Ter plaatse van het noordwestelijke deel van het terrein is de kwaliteit van het aanwezige puin zeer heterogeen van aard. Uit de analyses blijkt dat de laag menggranulaat en grind deels aan de samenstellingseisen voor een NV-bouwstof voldoet. Echter wordt de laag menggranulaat uit andere sleuven in verband met verhogingen aan minerale olie indicatief beoordeeld als Niet Toepasbaar. Slootdemping Ter plaatse van de gedempte sloot voldoen de eerste twee puinlagen bestaande uit (metsel)puin, beton en plastic indicatief aan de samenstellingseisen voor een NV-bouwstof. De diepste laag puin bestaande uit een combinatie van grind en puin met een zwakke bijmenging aan slib wordt indicatief beoordeeld als Niet Toepasbaar. Opgemerkt wordt dat in sommige puinlagen van de gedempte sloot een significantie hoeveelheid asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Op basis van de resultaten van het voorgaand onderzoek en de waarnemingen uit onderhavig onderzoek wordt geconcludeerd dat het puin uit de gehele slootdemping is verontreinigd met asbest.
14
5
Project 10563
ASBESTANALYSES De asbestanalyses zijn verricht door een daartoe geaccrediteerd laboratorium.
5.1
Toetsingskader asbest Voor zowel puin als grond geldt een grenswaarde respectievelijk interventiewaarde van 100 mg/kg ds, die als volgt wordt berekend: Gewogen toetswaarde = gehalte serpentijn (chrysotiel) + 10 x gehalte amfibool (crocidoliet, amosiet, etc)
Voor asbest in puin en grond geldt geen achtergrondwaarde. De grenswaarde respectievelijk de interventiewaarde voor asbest ligt op het niveau van verwaarloosbaar risico. Puin en grond met een asbestgehalte kleiner dan de grenswaarde respectievelijk interventiewaarde kan worden beschouwd als niet verontreinigd met asbest. Verhardingslagen waarin asbest wordt aangetroffen in een gehalte groter dan de grenswaarde worden beschouwd als een ‘asbestweg’ en vallen daarmee onder het Besluit asbestwegen Wms. Het bevoegd gezag is in dat geval de Inspectie van Leefomgeving en Transport van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Volgens dit besluit dient een asbestweg te worden afgedekt of te worden verwijderd om het risico van blootstelling aan asbest te voorkomen. 5.2
Analyseresultaten Zowel visueel als analytisch is in de puinverharding (0,0-0,5 m-mv) ter plaatse van het noordwestelijk deel van het terrein geen asbest aangetoond. De analysecertificaten zijn opgenomen in de bijlage V.
15
6
VERONTREINIGINGSSITUATIE
6.1
Verhard terreindeel - Zink en PAK in grond
Project 10563
In 2015 is bij een verkennend bodemonderzoek in de ondergrond direct onder de aanwezige puinverharding een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. Middels onderhavig nader onderzoek is de ernst en omvang van de verontreiniging in beeld gebracht. De verontreinigingssituatie is weergegeven in bijlage I. Ernst van de verontreiniging en gevalsdefinitie In de ondergrond direct onder de verhardingslaag zijn in (bijna) alle boringen sterke verhogingen aan zink en/of PAK aangetoond. In de diepere visueel schone veenlaag zijn lichte verhogingen aan kwik, lood en PAK vastgesteld. In verband met de aanwezigheid van een zeer dikke puinlaag en de toestroom van grondwater bij de graafwerkzaamheden, was het civieltechnisch niet mogelijk op de verontreiniging in horizontale richting analytisch af te perken. Op basis van de waarnemingen en analyseresultaten is vastgesteld dat de verontreiniging direct verband houdt met de aanwezige puin-/stortlaag. Derhalve is getracht, in plaats van een klassieke afperking, de contour van de aanwezige verharding met behulp van de graafmachine in kaart gebracht. Op basis van de omliggende boringen (o.a. boring 211) kan worden gesteld dat de venige ondergrond met puinbijmengingen zich enkel onder de aanwezige verharding bevindt.
Op basis van bovenstaande gegevens wordt geconcludeerd dat het oppervlak van de verontreiniging met PAK en zink in de ondergrond circa 1.600 m2 bedraagt. De dikte van het pakket met PAK en zink verontreinigde grond bedraagt gemiddeld 0,5 meter. Het totale volume verontreinigde grond wordt geraamd op circa 800 m3. Spoedeisendheid van sanering Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat het noordwestelijk deel van het terrein halverwege de jaren ’60 van de vorige eeuw is ontwikkeld. Aangenomen wordt dat hierbij de eerste laag van de puinverharding is aangebracht. De verontreiniging is derhalve voor 1987 ontstaan, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’. De zorgplicht is daarom van niet van toepassing. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt formeel een saneringsplicht. Deze saneringsplicht wordt echter pas door het bevoegd gezag geëffectueerd, indien sanering van de verontreiniging spoedeisendheid is. De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van humaantoxicologische risico’s, ecotoxicologische risico’s en verspreidingsrisico's van de verontreiniging. Gezien de verontreiniging zich op een diepte van ca. 1,5 m-mv onder een puinpakket bevindt, zijn er geen humaantoxicologische contactrisico’s.
De verontreiniging bevindt zich niet in het grondwater, waardoor geconcludeerd kan worden dat er tevens geen sprake is van verspreidingsrisico’s. Gezien de afwezigheid van risico’s, kan de verontreiniging ons inziens worden aangeduid als een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan de sanering niet spoedeisend is.
16
6.2
Project 10563
Verhard terreindeel Asbest In het verhardingsmateriaal ter plaatse van het noordwestelijk deel van het terrein is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. Het asbestgehalte is kleiner dan de grenswaarde. Geconcludeerd wordt dat het verhardingsmateriaal niet is verontreinigd met asbest. Opbouw en volume puinlaag Over het algemeen bestaat de eerste 50 cm puin op het noordwestelijk deel van het terrein uit een combinatie van menggranulaat en grind. Uit de analyses blijkt dat deze laag slechts deels indicatief voldoet als NV-bouwstof en deels indicatief wordt beoordeeld als Niet Toepasbaar. Verwacht wordt dat gescheiden ontgraven van de twee kwaliteiten niet mogelijk is. Onder de laag menggranulaat bestaat de puinlaag uit een combinatie van o.a. beton, metselpuin, aardewerk, metaal en keien. In alle sleuven is in deze laag een zwakke olie-water reactie en carbolineumgeur aangetoond. Aangezien de bovenliggende laag op basis van verhogingen aan minerale olie reeds wordt beoordeeld als Niet Toepasbaar, wordt aangenomen dat de onderliggende laag tevens niet geschikt is voor hergebruik. Op basis van de huidige onderzoeksgegevens wordt het oppervlak van de puinverharding geschat op 1.600 m2. Uitgaand van een gemiddelde dikte van het pakket puin van 1,5 m, wordt het volume puin op het noordwestelijke deel van het terrein geschat op ca. 2.400 m3.
Ten slotte is plaatselijk een laag asfalt aangetroffen. Het is niet bekend of het aanwezige asfalt PAK-houdend is.
6.3
Slootdemping - Naftaleen in grondwater en puin Naftaleen in grondwater In 2015 is bij een verkennend bodemonderzoek in het grondwater ter plaatse van de slootdemping een matige tot sterke verhoging aan naftaleen aangetoond. Indertijd is de verontreiniging deels horizontale richting afgeperkt. Middels onderhavig nader onderzoek is omvang van de verontreiniging verder in beeld gebracht. Ernst van de verontreiniging en gevalsdefinitie In het grondwater uit alle peilbuizen ter plaatse van de gedempte sloot zijn maximaal lichte verhogingen aan benzeen en/of naftaleen aangetoond. De matige tot sterke verhogingen uit 2015 zijn niet opnieuw vastgesteld. Derhalve wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de gedempte sloot geen sprake is van een grondwaterverontreiniging met naftaleen. Opbouw en volume puinlaag Over de gehele lengte van de gedempte sloot is het aanwezige puin afgedekt met een laag veen. Deze veenlaag wijkt niet af van het veen uit de omliggende boringen en is derhalve zeer waarschijnlijk geschikt voor hergebruik op de locatie.
17
Project 10563
De gedempte sloot is opgebouwd uit drie visueel duidelijk te onderscheiden lagen: • Ca. 0,5 m metselpuin met een matige bijmengingen aan beton; • Ca. 1,5 m gemengd puin (o.a. beton, metselpuin, plastic, asbest en metaal); • Ca. 0,5 m puin en grind (gruis) met een bijmenging aan slib. Op basis van de huidige onderzoeksgegevens wordt het oppervlak van de slootdemping geschat op 720 m2 (ca. 180 m lang en 4 m breed). Uitgaand van een gemiddelde dikte van het pakket puin van 2,5 m, wordt het volume puin op het noordwestelijke deel van het terrein geschat op ca. 1.800 m3. De totale hoeveelheid puin kan grofweg in de volgende drie stromen worden opgedeeld: 1. Bovenste laag metselpuin - ca. 360 m3 • Indicatief NV-bouwstof en visueel geen asbest 2. Tussenlaag gemengd puin - ca. 1.080 m3 • Indicatief NV-bouwstof en asbesthoudend 3. Onderliggende puinlaag met slib - ca. 360 m3 • Indicatief aangemerkt als Niet Toepasbaar
18
7
Project 10563
CONCLUSIES
Op het terrein aan de Vrouwenakker tussen nr. 13 en 17 te Vrouwenakker is een actualiserend bodemonderzoek, een nader grondwateronderzoek een nader asbestonderzoek in puin en een indicatief verhardingsonderzoek uitgevoerd. De aanleiding van het onderzoek werd gevormd door de voorgenomen ontwikkeling van het terrein. Samenvatting resultaten De gestelde hypothese dat in de bodem buiten de demping en het verharde terreindeel maximaal lichte verhogingen aan enkele zware metalen, minerale olie en/of PAK kunnen worden verwacht geen verontreiniging wordt verwacht, is bevestigd. In de grond en het grondwater zijn maximaal lichte verhogingen aan zware metalen, PAK en/of minerale olie vastgesteld. Deze lichte verhogingen kunnen worden toegeschreven aan verhoogde achtergrondconcentraties (bijvoorbeeld als gevolg van het (langdurig) menselijk gebruik van de locatie) en vormen geen aanleiding tot het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek. Naast de algemene kwaliteit van de bodem, zijn ter plaatse van het verharde noordwestelijke terreindeel en de gedempte sloot nadere onderzoeken in puin en bodem uitgevoerd. Uit deze onderzoeken is gebleken dat: 1. Ter plaatse van het noordwestelijk terreindeel in de venige ondergrond een sterke verontreiniging met zink en PAK aanwezig is. De omvang van de verontreiniging in grond bedraagt circa 800 m3.
Er is sprake van een ‘geval van ernstige bodemverontreiniging’. De verontreiniging is ontstaan voor 1987, waardoor er geen sprake is van een ‘nieuw geval van bodemverontreiniging’; 2. De puinverharding op het noordwestelijk terreindeel zowel visueel als analytisch geen asbest bevat. Wel is op dit deel van het terrein sprake van een groot volume indicatief Niet Toepasbaar puin (ca. 2.400 m3). 3. Ter plaatse van de gedempte sloot de aanwezigheid van de matige tot sterke verontreiniging met naftaleen in het grondwater niet is bevestigd. Geschat wordt dat in de gedempte sloot een totaal volume van ca. 1.800 m3 puin aanwezig is, die in drie verschillende kwaliteitsstromen gescheiden kan worden. Voor een volledig overzicht van de (verontreiniging)situatie ter plaatse van de bovengenoemde nader onderzoekslocaties wordt verwezen naar hoofdstuk 6. Conclusie De onderzoeksresultaten vormen ons inziens geen een belemmering voor de beoogde woonbestemming van de locatie en de toekomstige afgifte van een omgevingsvergunning. Buiten het verharde noordwestelijk deel van het terrein en de gedempte sloot is de locatie ons inziens geschikt voor woningbouw. Ter plaatse van de puinverharding en de gedempte sloot dient echter wel rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van (niet toepasbare) puinlagen.
Daarnaast zal bij toekomstige bouwwerkzaamheden tevens rekening moeten worden gehouden met de sterke verontreiniging met zink en PAK in de ondergrond.
19
Project 10563
Opmerkingen en aanbevelingen Wanneer sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, dient dit gemeld te worden bij het bevoegd gezag. Het bevoegde gezag ten aanzien van de verontreiniging met zink en PAK is de omgevingsdienst West-Holland/gemeente Nieuwkoop. Voor een geval van ernstige bodemverontreiniging geldt formeel een saneringsplicht. Deze saneringsplicht wordt echter pas door het bevoegd gezag geëffectueerd, indien sanering van de verontreiniging spoedeisend is. Uit de risico-analyse volgt dat de verontreiniging bij het huidige gebruik geen risico’s oplevert en dat een sanering dus niet spoedeisend is. Nadat onze vaststelling van ernst en spoedeisendheid door middel van een beschikking door het bevoegde gezag is bevestigd, zijn de uitkomsten van dit bodemonderzoek ook formeel vastgelegd. Er zijn ons inziens milieuhygiënisch gezien geen belemmeringen voor de toekomstige bestemming van de locatie. De verontreiniging is momenteel al geïsoleerd door de aanwezigheid van de puinlaag en de aannemer is voornemens om deze (deels) te laten zitten. Bij een bestemmingswijziging, de aanvraag van een omgevingsvergunning (bouw) of bij de uitvoering van grondwerkzaamheden, dient er rekening te worden gehouden met het feit dat de bodem sterk verontreinigd is.
BIJLAGE I
5
hm
4
k
k
7
N
4a r
4b bk
k wl
7a
vb
4c ABRI
wl wl
17
13A
r
vt
gas
vt
gas
9
k wl wl
4d
h
11 wa
ter
ga ng
301
5
1
k
Overzichtskaart
13
/
wl
vt vt gas gas
gas 13A
15
6
303-1
302
2 k
303 3
h
ABRI
bk k
17
hm
4 304
207
306
23 27 22 202 29 25 26 24 205 puinpad201 203 204
30 307
7
17
21 bosschage
31 r
310 11
21
211
r
af
8
10
309 9
311 23
Vrouwenakker
k
12
32
af
//////////////
208
gas
312
13 314 102 k
25
17 318
tuin
vb hm
k
210
34 vri
18
319
14 101
313
316 16
15
Legenda 317
209 320 20 19
k vb
BOORPUNTENKAART Opdrachtgever: Spelt grondwerken b.v.
Kamerik
Heerhugowaard
Steenwijk
Nijverheidsweg 7, 3471 GZ Tel: 0348-402103 Fax: 0348-402703
Galileistraat 69, 1704 SE Tel: 072-5729457 Fax: 072-5721744
Oevers 16, 8331 VC Tel: 0521-521924 Fax: 0521-521928
kassencomplex
SL1
//////////////
32
k
watergang
315
kassencomplex
308 watergang
19
305
SL2
206
k
5
6
//////////////
28
k
//////////////
r
gas gas
- boorpunt - boorpunt met peilbuis - sleuf - boorpunt voorgaand onderzoek - boorpunt met peilbuis voorgaand onderzoek - sleuf voorgaand onderzoek
/ / - slootdemping - I > Zn en PAK (veenlaag) - contour puin - onderzoekslocatie - perceelsgrens 0
Project: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Schaal: 1:1000
Project nummer: 10563
Getekend: JTE
10
20
30
40 m
Formaat: A4
Bestandsnaam: 10563tek.dwg Datum : 10-11-2023
BIJLAGE II
Meetpunt: 301 Type:
Datum:
20-9-2023
boring
Meetpunt: 302 Type:
0
0
weiland
Datum:
boring 0
0
Veen, zwak kleiïg, sporen baksteen, donkerbruin 1 50
Datum:
Meetpunt: 303-1 Type:
0
weiland
20
Veen, zwak kleiïg, sterk metselpuinhoudend, donkerbruin
1
40
Datum:
0 10 11
weiland
weiland Veen, zwak kleiïg, sterk metselpuinhoudend, donkerbruin Puin gestuid sloot demping
20-9-2023
Meetpunt: 305 Type:
0
20-9-2023
boring
0
boring
0
Datum:
Puin gestuid sloot demping
Meetpunt: 304 Type:
20-9-2023
boring
0
50
50
Meetpunt: 303 Type:
weiland Veen, zwak kleiïg, sporen baksteen, donkerbruin
1 50
20-9-2023
Datum:
20-9-2023
boring 0
0
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
weiland Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
1
1 40
40
Veen, bruinrood
50
50
Veen, bruinrood
2 60
2
100
100
Projectnaam: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Projectnummer:
10563
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 306 Type:
Datum:
20-9-2023
boring
Meetpunt: 307 Type:
0
0
weiland
Datum:
20-9-2023
boring 0
0
Veen, zwak kleiïg, sporen baksteen, donkerbruin
weiland Klei, zwak zandig, zwak humeus, grijsbruin
1 20
1
2 40 50
50
50
3
Veen, bruinrood
60
Klei, sterk zandig, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, sporen kolen, grijsbeige Veen, zwak kleiïg, zwak baksteenhoudend, donkerbruin
2 100
100
Meetpunt: 308 Type:
Datum:
20-9-2023
boring
Meetpunt: 309 Type:
0
0
weiland
Datum:
20-9-2023
boring 0
0
Veen, zwak kleiïg, sporen baksteen, donkerbruin
weiland Veen, zwak kleiïg, sporen baksteen, sporen aardewerk, donkerbruin
1
1 40
50
Veen, bruinrood
2
50
50
60
Meetpunt: 310 Type:
Datum:
boring
20-9-2023
Meetpunt: 311 Type:
0
0
weiland
Datum:
20-9-2023
boring 0
0
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
weiland Veen, zwak kleiïg, sporen baksteen, donkerbruin
1
1 40
Veen, bruinrood
50
50
50
2
100
100
Projectnaam: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Projectnummer:
10563
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 312 Type:
Datum:
20-9-2023
boring
Meetpunt: 313 Type:
0
0
weiland
Datum:
boring 0
0
Veen, matig kleiïg, donkerbruin
weiland Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
1
1 50
50
20-9-2023
50
50
Veen, bruinrood 2 100
100
Meetpunt: 314 Type:
Datum:
20-9-2023
boring
0
Meetpunt: 315 Type:
1
0
weiland
10
Zand matig fijn, sterk humeus, donkerbruin
20-9-2023
boring 0
0
weiland Veen, matig kleiïg, donkerbruin
Veen, matig kleiïg, grijsbruin
2
Datum:
1
40
50
Veen, bruinrood
3
50
50
60
Meetpunt: 316 Type:
Datum:
boring
20-9-2023
Meetpunt: 317 Type:
0
0
weiland
Datum:
boring 0
0
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
weiland Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
1
1 40
50
20-9-2023
40
Veen, bruinrood
2 60
Projectnaam: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
50
Veen, bruinrood
2 60
Projectnummer:
10563
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 318 Type:
Datum:
20-9-2023
boring
Meetpunt: 319 Type:
0
0
weiland
Datum:
boring 0
0
Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
weiland Veen, zwak kleiïg, donkerbruin
1
1 45 50
50
20-9-2023
40
Veen, bruinrood
50
Veen, bruinrood
2
100
100
Meetpunt: 320 Type:
Datum:
20-9-2023
boring
Meetpunt: 321 Type:
0
0
weiland
Datum:
20-9-2023
boring 0
0
Veen, matig kleiïg, sporen baksteen, donkerbruin
weiland Veen, matig kleiïg, sporen baksteen, donkerbruin
1 1
30
Veen, bruinrood 50
50
2
50
80
Projectnaam: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Projectnummer:
10563
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 201 Type:
0
Datum:
7-9-2023
peilbuis
Meetpunt: 202 Type:
0
10
20
verharding
0
Sterk grindhoudend, sterk menggranulaat houdend, zwak zandhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, bruinbeige, 260*70*10 geen avm grof 23%
Datum:
sleuf 0
gras
20
Zwak zandhoudend, uiterst menggranulaat houdend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, bruinbeige, 280*70*20 geen avm grof 32%
Geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerzwart, Freesasfalt volledig 258*70*10 geen avm grof 16%
50
50
Uiterst menggranulaat houdend, zwak zandhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, bruinbeige, 245*70*30 geen avm grof 36%
7-9-2023
Sterk betonhoudend, zwak houthoudend, zwak grindhoudend, sterk metselpuinhoudend, zwak metaalhoudend, zwak zandhoudend, sterk keien, matige olie-water reactie, zwakke carbolineumgeur, donkergrijs, 245*70*130 geen avm grof 76% dieper met kraan niet mogelijk, veel instroom grondwater
50
Sterk betonhoudend, zwak houthoudend, zwak grindhoudend, sterk metselpuinhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak metaalhoudend, matig zandhoudend, zwakke olie-water reactie, zwakke carbolineumgeur, donkergrijs, 215*70*100 geen avm grof 61% onderin grote brokken beton
100
150
100
150
150
150
Veen, zwak kleiïg, zwak zandig, zwak aardewerkhoudend, sporen grind, sporen baksteen, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerzwart, 12cm rond
Zand zeer grof, zwak siltig, zwak baksteenhoudend, zwak grindhoudend, sporen glas, sporen hout, zwakke olie-water reactie, zwakke carbolineumgeur, donker zwartgrijs, Twijfel achtig of het bodem is ziet er uit als grof zand
180
Veen, sporen baksteen, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerbruin 200
200
200
200
Veen, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, roodbruin
250
Geen materiaal te verkrijgen.
250
250 251
Gestuit massief, niet dieper mogelijk ivm grondwater
300
300
Projectnaam: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Projectnummer:
10563
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 203 Type:
0
Datum:
7-9-2023
sleuf
Meetpunt: 204 Type:
0
gras
0
Zwak zandhoudend, uiterst menggranulaat houdend, sterk grindhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, bruinbeige, 312*70*25 geen avm grof 26%
Datum:
sleuf 0
10
25
Zwak houthoudend, zwak grindhoudend, sterk metselpuinhoudend, zwak metaalhoudend, sterk keien, matig betonhoudend, matig zandhoudend, zwakke olie-water reactie, zwakke carbolineumgeur, donkergrijs, 262*70*135 geen avm grof 64%
50
100
7-9-2023
verharding Zwak zandhoudend, zwak grindhoudend, sterk slakhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, licht grijsbeige, 480*70*10 geen avm grof 23%. Deels gebonden Uiterst menggranulaat houdend, zwak zandhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, bruinbeige, 445*70*40 geen avm grof 33%
50
50
Sterk betonhoudend, zwak houthoudend, zwak grindhoudend, sterk metselpuinhoudend, zwak aardewerkhoudend, matig zandhoudend, matig metaalhoudend, zwakke olie-water reactie, zwakke carbolineumgeur, donkergrijs, 230*70*320 geen avm grof 67% dikke palen/balken van metaal.
100
150
150 160
Veen, zwak zandig, zwak kleiïg, sporen grind, sporen baksteen, geen olie-water reactie, geen carbolineumgeur, donker zwartbruin, 12cm rond
200
200
200 Veen, roodbruin
250
300
250
300
300
350
370 371
Niet dieper mogelijk toestroom grondwater
Projectnaam: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Projectnummer:
10563
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 205
Datum:
7-9-2023
Meetpunt: 206
Datum:
7-9-2023
Opmerking: Dam Type:
0
sleuf
Type: 0
10
20
verharding
0
Sterk grindhoudend, sterk menggranulaat houdend, zwak zandhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, bruinbeige, 330*70*10 geen avm grof 21%
sleuf 0
gras
20
Veen, matig kleiïg, matig zandig, sporen grind, sporen baksteen, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerbruin, 225*70*20 geen avm grof 1%
Geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerzwart, Freesasfalt volledig 310*70*10 geen avm grof 20%
50
50
Uiterst menggranulaat houdend, zwak zandhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, bruinbeige, 275*70*30 geen avm grof 41%
Zwak metselpuinhoudend, matig zandhoudend, zwak betonhoudend, zwak houthoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerbruin, 200*70*80 geen avm grof 26% 50
Sterk betonhoudend, zwak houthoudend, zwak grindhoudend, sterk metselpuinhoudend, zwak aardewerkhoudend, zwak metaalhoudend, matig zandhoudend, zwakke olie-water reactie, zwakke carbolineumgeur, donkergrijs, 215*70*50 geen avm grof 61%
100
100
100
100
Veen, zwak kleiïg, zwak zandig, sporen grind, sporen baksteen, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donker zwartbruin, 12cm rond
Zand zeer grof, zwak siltig, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, lichtgrijs
140
Veen, sporen baksteen, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerbruin
150
150
180
Veen, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, roodbruin 200
200
200
Geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, Ga langs hout heen geen materiaal
250
250
270 271
Gestuit op hout
300
300
Projectnaam: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Projectnummer:
10563
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 207 Type:
0
Datum:
8-9-2023
peilbuis
Meetpunt: 208 Type:
0
gras
20
Veen, matig kleiïg, zwak zandig, zwak wortelhoudend, sporen baksteen, sporen grind, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerbruin
0
Datum:
peilbuis 0
10
Uiterst metselpuinhoudend, zwak zandhoudend, matig betonhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur
50
50
50
Veen, matig kleiïg, zwak zandig, zwak wortelhoudend, sporen baksteen, sporen grind, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerbruin
50
Zwak zandhoudend, sterk betonhoudend, matig houthoudend, sterk metselpuinhoudend, matig plastichoudend, zwak metaalhoudend, matig asbesthoudend, matige olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerzwart
100
100
150
150
200
gras
Uiterst metselpuinhoudend, zwak zandhoudend, matig betonhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur
Zwak zandhoudend, sterk betonhoudend, matig houthoudend, sterk metselpuinhoudend, matig plastichoudend, zwak asbesthoudend, zwak metaalhoudend, zwakke olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerzwart
200
8-9-2023
200 Matig grindhoudend, sterk puinhoudend, sterk zandhoudend, zwakke olie-water reactie, geen brandstofgeur, donker zwartgrijs
250
250
270
Veen, matig zandig, zwak slibhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donker zwartbruin 290
300
Zwak slibhoudend, sterk puinhoudend, sterk zandhoudend, matig grindhoudend, zwakke olie-water reactie, geen brandstofgeur, donker zwartgrijs, Twijfel achtig bodem allemaal gruis erdoorheen
300 310
Veen, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, roodbruin 330
Veen, matig zandig, zwak slibhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donker zwartbruin 350
350 360
370
Klei, matig siltig, matig humeus, zwak veenhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, licht bruingrijs 390
Projectnaam: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Projectnummer:
10563
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 209 Type:
0
Datum:
8-9-2023
peilbuis
Meetpunt: 210 Type:
0
10
gras
0
Veen, matig kleiïg, zwak zandig, zwak wortelhoudend, sporen baksteen, sporen grind, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerbruin
Datum:
peilbuis 0
10
Uiterst metselpuinhoudend, zwak zandhoudend, matig betonhoudend, sporen plastic, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur
50
50
50
100
150
150
200
200
270
290
Veen, matig kleiïg, zwak zandig, zwak wortelhoudend, sporen baksteen, sporen grind, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerbruin
50
Zwak zandhoudend, sterk betonhoudend, sterk metselpuinhoudend, zwak metaalhoudend, zwak asbesthoudend, sterk plastichoudend, sterk houthoudend, zwakke olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerzwart
100
250
gras
Uiterst metselpuinhoudend, zwak zandhoudend, matig betonhoudend, sporen plastic, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur
Zwak zandhoudend, sterk betonhoudend, sterk metselpuinhoudend, zwak metaalhoudend, zwak asbesthoudend, sterk plastichoudend, sterk houthoudend, zwakke olie-water reactie, geen brandstofgeur, donkerzwart
250
8-9-2023
250
250
Zwak slibhoudend, matig grindhoudend, sterk puinhoudend, sterk zandhoudend, zwakke olie-water reactie, geen brandstofgeur, donker zwartgrijs, Twijfel achtig bodem allemaal gruis erdoorheen Veen, matig zandig, zwak slibhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, donker zwartbruin Veen, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, roodbruin
300
330
Klei, matig siltig, matig humeus, zwak veenhoudend, geen olie-water reactie, geen brandstofgeur, licht bruingrijs 350
350
Projectnaam: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Projectnummer:
10563
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Meetpunt: 211 Type:
0
Datum:
8-9-2023
peilbuis 0
bosschage Zand matig fijn, zwak siltig, uiterst humeus, sporen baksteen, sporen grind, uiterst wortelhoudend, lichtbruin
50
50
Veen, donkerbruin
100
100
Veen, roodbruin
150
200
200
Projectnaam: Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Projectnummer:
10563
getekend volgens NEN-EN-ISO 14688
Legenda (conform NEN 5104) grind
klei
geur
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
geen geur zwakke geur matige geur sterke geur
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10 Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000
Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
>10000
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
monsters geroerd monster
Zand, uiterst siltig
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
overig bijzonder bestanddeel
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand
bentoniet afdichting
filter
BIJLAGE III
Project
10563-Vrouwenakker 13-17 te Vrouwenakker
Certificaten
1618725
Toetsing
T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
BoToVa 3.1.0
Toetsdatum: 4 oktober 2023 14:33
Monsterreferentie
7908270
Monsteromschrijving
M301 301 (0-50) 302 (0-50) 311 (0-50) 321 (0-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
14.5
10
Lutum
% (m/m ds)
9.2
25
%
57.3
57.3
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
< 20
< 29
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
< 0.2
< 0.14
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
3.8
7.5
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
<5
< 4.3
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
< 0.05
< 0.04
-
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
< 10
<8
-
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
11
20
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
< 20
< 20
-
140
430
720
mg/kg ds
290
200
1.1 AW
190
2595
5000
mg/kg ds
0.35
< 0.24
-
1.5
20.75
40
mg/kg ds
0.005
< 0.0034
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Sommaties som PAK (10)
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 1 van 6
Pagina 2 van 6 Monsterreferentie
7908271
Monsteromschrijving
M302 306 (0-50) 307 (40-60) 308 (0-40) 309 (0-50)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
26.1
10
Lutum
% (m/m ds)
5.7
25
%
46.4
46.4
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
61
160
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.71
0.56
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
3.9
9.8
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
29
31
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.45
0.52
3.4 AW
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
78
81
1.6 AW
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
10
22
-
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
58
76
-
140
430
720
mg/kg ds
92
35
-
190
2595
5000
mg/kg ds
1.5
0.57
-
1.5
20.75
40
mg/kg ds
0.005
< 0.0019
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Sommaties som PAK (10)
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 2 van 6
Pagina 3 van 6 Monsterreferentie
7908272
Monsteromschrijving
M303 307 (20-40)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
6.8
10
Lutum
% (m/m ds)
5.8
25
%
72.8
72.8
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
160
420
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.31
0.42
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
7.3
18
1.2 AW
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
22
35
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.2
0.26
1.7 AW
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
70
95
1.9 AW
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
1.7
1.7
1.1 AW
1.5
95.75
190
nikkel (Ni)
mg/kg ds
22
49
1.4 AW
35
67.5
100
zink (Zn)
mg/kg ds
120
220
1.5 AW
140
430
720
mg/kg ds
37
54
-
190
2595
5000
mg/kg ds
14
14
9.6 AW
1.5
20.75
40
mg/kg ds
0.006
0.0096
-
0.02
0.51
1
Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)
Sommaties som PAK (10)
Sommaties som PCBs (7)
Pagina 3 van 6
Pagina 4 van 6 Monsterreferentie
7908273
Monsteromschrijving
M304 304 (0-40) 310 (0-40) 313 (0-50) 316 (0-40) 318 (0-45) 320 (0-30)
Analyse
Eenheid
Analyseres.
Gestand.Res. Toetsoordeel
AW
T
I
920
Lutum/Humus Organische stof
% (m/m ds)
68.0
10
Lutum
% (m/m ds)
7.6
25
%
61.3
61.3
@
Droogrest droge stof
Metalen ICP-AES barium (Ba)
mg/kg ds
62
140
@
190
555
cadmium (Cd)
mg/kg ds
0.49
0.20
-
0.6
6.8
13
kobalt (Co)
mg/kg ds
3.7
8.1
-
15
102.5
190
koper (Cu)
mg/kg ds
42
25
-
40
115
190
kwik (Hg) (niet vluchtig)
mg/kg ds
0.55
0.49
3.2 AW
0.15
18.075
36
lood (Pb)
mg/kg ds
130
88
1.8 AW
50
290
530
molybdeen (Mo)
mg/kg ds
< 1.5
< 1.0
-
1.5
95.75
190