01. Toelichting BP Paradijsweg westzijde fase 1 - juni 2020 excl. bijlagen
Tekst van het document
BEDRIJVEN EN MILIEU
5.7.1 Beleid en regelgeving In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet beoordeeld worden of de bestemmingsplansystematiek en de beoogde ontwikkelingen die daaruit voortvloeien geen belemmering opleveren voor de bedrijfsvoering van bestaande bedrijvigheid en maatschappelijke voorzieningen in de omgeving. Bovendien mag de bestemmingsregeling geen onaanvaardbare milieubelasting voor de omgeving tot gevolg hebben en moet een goed woon- en leefmilieu gegarandeerd kunnen worden.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
60
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Richtafstanden VNG Om mogelijke hinder van bedrijven voor bewoners te voorkomen wordt de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) gebruikt. In deze uitgave is de potentiële milieubelasting voor een hele reeks van bedrijven bepaald aan de hand van een aantal milieuaspecten, zoals geur, stof, geluid en gevaar. De milieubelasting is voor die aspecten vertaald in richtlijnen voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. De milieucategorieën variëren van heel licht (categorie 1) tot heel zwaar (categorie 6). De richtafstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Bovendien zijn deze afstanden alleen van toepassing op nieuwe situaties en niet op bestaande situaties. Het milieuaspect met de grootste afstand is maatgevend en bepaalt in welke milieucategorie een bedrijfstype wordt ingedeeld. Hoe gevoelig een gebied is voor bedrijfsactiviteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De in de bedrijvenlijst geadviseerde afstanden zijn gericht op het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ of een vergelijkbaar omgevingstype, zoals een ‘rustig buitengebied’. Een rustige woonwijk heeft weinig verkeer en er zijn praktisch geen bedrijven.
Omdat de Paradijsweg-West een gebied betreft waar woningen zijn gemengd met glastuinbouwbedrijven kan het plangebied echter worden aangemerkt als een omgevingstype ‘gemengd gebied’. Hiervoor kunnen kleinere afstanden tussen bedrijven en woningen worden aangehouden, waarbij geldt dat de richtafstand met ‘1 trap’ verlaagd kan worden. Wet milieubeheer / Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Daarnaast hebben bestaande bedrijven te maken met de Wet milieubeheer. In het kader van de Wet milieubeheer/Wabo kunnen er milieuzoneringen zijn vastgelegd tussen inrichtingen en milieugevoelige functies. Dit betreft o.a. voorschriften ten aanzien van stank, geluid en veiligheid. In het kader van de Wet milieubeheer zijn inrichtingen gehouden aan voorschriften in de milieuvergunning of in een Algemene maatregel van Bestuur (AMvB), zoals het Activiteitenbesluit milieubeheer. Een bedrijf kan op grond van zijn vergunning en de hiermee impliciet toegekende milieuzone ruimtelijke rechten claimen. Een vergunning kent immers niet alleen plichten maar ook rechten. Bovenstaande geldt op een vergelijkbare wijze voor inrichtingen waarop een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) van toepassing is.
5.7.2 Relatie met plangebied Bij het toekennen van nieuwe woonfuncties in dit bestemmingsplan is rekening gehouden met de bestaande bedrijven door af te wegen op basis van de richtafstanden van de VNG, het maatwerk van de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Langs de Paradijsweg-west gaat het daarbij vooral om bestaande agrarische bedrijvigheid in de vorm van (glas)tuinbouw. Voor zover er sprake is van andere (niet-)agrarische bedrijvigheid betreft dit ondergeschikte activiteiten zonder enig milieueffect. Op basis van de genoemde VNG-uitgave zijn glastuinbouwbedrijven in het algemeen te typeren als categorie 2 bedrijven. Hiervoor geldt een richtastand van 10 meter (gebaseerd op omgevingstype ‘gemengd gebied’) tot aan woningen.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
61
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Echter, specifiek voor de glastuinbouwbedrijven gelegen aan de Paradijsweg-West geldt maatwerk. In dit kader wordt het volgende opgemerkt en overwogen. Sinds 1 januari 2013 is het Besluit Glastuinbouw vervangen door het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit zijn geen afstandsnormen meer opgenomen voor glastuinbouwbedrijven en gevoelige woningen van derden. In het kader van de opstelling van het vigerend bestemmingsplan Glastuinbouw, waar het onderhavig plangebied deel van uit maakt, zijn indertijd veel voormalige tuinders (bedrijfs)woningen omgezet naar een burger woonbestemming. In dat kader heeft uitgebreid onderzoek plaatsgevonden, waarbij duidelijk werd dat met name het geluidsaspect een belangrijke rol speelt bij hinder van bestaande glastuinbouwbedrijven naar woningen van derden. In alle gevallen ging het daarbij met name om transport naar de bestaande bedrijven in de nachtelijke uren. Wanneer er op de bedrijfslocaties geen sprake was van nachtelijk transport, deden zich ook geen hinderproblemen voor. In alle indertijd onderzochte gevallen was er geen enkel probleem als de woning op meer dan 25 meter afstand van het glastuinbouwbedrijf was gesitueerd. Veelal was er ook bij afstanden van 10 tot 25 meter geen sprake van een hinderprobleem.
Daarop waren enkele uitzonderingen, waarin een nader geluidonderzoek is uitgevoerd om de geluidsituatie te kunnen verantwoorden. De uitkomsten van deze eerdere onderzoeken vormen de basis voor de beoogde transformatie in het plangebied. In dit verband is de minimaal aan te houden afstand van de woningen tot de te handhaven kassen van belang. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is bepaald dat de nieuwe woningen op een afstand van ten minste 25 meter van een bestaande bedrijfsmatige kas met nachtelijk verkeer moet worden gebouwd en dat de woningen op een afstand van ten minste 10 meter van een bestaande bedrijfsmatige kas zonder nachtelijk verkeer moet worden gebouwd. Omdat niet alleen de kassen van invloed zijn op de bedrijfsactiviteiten, maar ook het verkeer van en naar de glastuinbouwbedrijven, gelden de genoemde afstanden ook voor de wegen van/naar de desbetreffende kassen. In artikel 13.2.2 behorend bij dit bestemmingsplan zijn deze voorwaarden opgenomen en daarmee ook vanuit planologisch oogpunt geborgd. Hiermee wordt voorkomen dat de bestaande tuinbouwbedrijven hinder ondervinden van de nieuwe ruimte voor ruimte woningen in het gebied. 5.7.3 Conclusie De bestemmingsplansystematiek en de beoogde ontwikkelingen die daaruit voortvloeien, leveren geen belemmeringen op voor de bedrijfsvoering van bestaande bedrijvigheid in de omgeving. 5.8
GEUR
Bij ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van landbouwbedrijven, en dan met name veehouderijbedrijven, dient rekening te worden gehouden met het aspect geur. Hiervoor is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) van belang, alsook het vanaf 1 januari 2013 geldende Activiteitenbesluit. In de directe omgeving van het plangebied is geen sprake van veehouderijen. Dit wordt bevestigd door de Geurgebiedsvisie Nieuwkoop 2013, die in het kader van de Verordening geurhinder en veehouderij van gemeente Nieuwkoop is opgesteld, waaruit blijkt dat zich in of nabij het plangebied geen veehouderijen bevinden met een voor het plan relevante geurcontour.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
62
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Het aspect geur is daarmee niet van toepassing op het voorliggende plan. 5.9
WATER
5.9.1 Waterbeheer en watertoets Het is sinds 2003 verplicht om bij ruimtelijke plannen en besluiten een beschrijving op te nemen van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. De watertoets is een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium afspraken maken over de toepassing en uitvoering van het waterhuishoudkundige en ruimtelijke beleid. Het waterschap is het eerste aanspreekpunt in het watertoets proces, waarbij het waterschap rekening houdt met het provinciale grondwaterbeleid. In het Besluit ruimtelijke ordening is de 'watertoets' wettelijk verankerd. Deze heeft tot doel om ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan het vigerende waterbeleid en de wateraspecten volwaardig mee te laten wegen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking tussen de gemeente en waterbeheerder tot stand. In de gemeente Nieuwkoop zijn het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, Hoogheemraadschap van Rijnland en het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht verantwoordelijk voor het waterbeheer. Zoals reeds in paragraaf 3.4.3 van deze plantoelichting is aangegeven wordt binnen het plangebied het waterbeheer gevoerd door het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Het overlegproces tussen gemeenten en het hoogheemraadschap is makkelijker en sneller gemaakt. Sinds een aantal jaren is de zogenaamde digitale watertoets in het leven geroepen. Met behulp van deze toets kan men zelf bepalen wat voor gevolgen het plan heeft voor water en welke procedures gevolgd moeten worden. Voor kleinere ontwikkelingen hoeven initiatiefnemers lang niet altijd letterlijk in gesprek met de waterbeheerder. Met een speciale website (www.dewatertoets.nl) kan een groot deel van de watertoetsprocedure zelf uitgevoerd worden. 5.9.2 Relatie met het plangebied Oppervlaktewater en waterkeringen In bijgaande figuur is het plangebied en de regionale waterkeringen in en rondom het gebied weergegeven. Alleen langs de Smidskade, Leidse Vaart is sprake van een waterkering, welke gevolgen heeft voor het bestemmingsplan. Ter plaatse is sprake van een ‘beschermingszone’ en een ‘buitenbescherming’. Conform de richtlijnen is met name de eerste voor het bestemmingsplan relevant. De waterkerende functie is vastgelegd in het bestemmingsplan, met een dubbelbestemming Waterstaat- Waterkering. De breedte van de bestemming is afgestemd op de zone ‘beschermingszone’ van de legger.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
63
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Figuur 54 - Ligging regionale waterkering in relatie tot het plangebied (bron: Legger Regionale Keringen, Hoogheemraadschap van Rijnland)
Figuur 55 - Ligging regionale waterkering in relatie tot het plangebied (bron: Legger Regionale Keringen, Hoogheemraadschap van Rijnland)
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
64
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Grondwaterbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied en/ of grondwaterbeschermingsgebied. Riolering en afkoppelen Overeenkomstig het rijksbeleid geven de Hoogheemraadschappen van Rijnland de voorkeur aan het scheiden van hemelwater en afvalwater, mits het doelmatig is. De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Voor de verwerking van hemelwater geldt de zorgplicht en het nemen van preventieve maatregelen. Het verdient aanbeveling daar waar mogelijk aandacht te besteden aan maatregelen bij de bron. Preventie heeft de voorkeur boven 'end-ofpipe' maatregelen. Uitgangspunt is dat het te lozen hemelwater geen significante verslechtering van de kwaliteit van het ontvangende oppervlaktewater mag veroorzaken en emissie van vervuilende stoffen op het oppervlaktewater waar mogelijk wordt voorkomen. Daar waar ondanks de zorgplicht en de preventieve maatregelen het te lozen hemelwater naar verwachting een aanmerkelijk negatief effect heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit, kan in overleg tussen gemeente en waterschap gekozen worden voor aanvullende voorzieningen, een verbeterd gescheiden stelsel of - als laatste keus - aansluiten op het gemengde stelsel. Ook kan de gemeente in overleg met het waterschap kiezen voor een generieke 'end-of-pipe3' aanpak.
Overig Er zijn, voor zover bekend, geen knelpunten in het watersysteem aanwezig die in het kader van het voorliggende bestemmingsplan nadere afweging behoeven. Het bestemmingsplan maakt de bouw van diverse ‘ruimte voor ruimte woningen’ mogelijk. Daar tegenover staat naar verwachting de sloop van ca. 10 ha glasopstanden in het gebied, waarmee een aanzienlijke verbetering van de waterhuishouding tot stand kan worden gebracht. Zeker ook wanneer in ogenschouw wordt genomen dat er naar schatting 40.000 m1 drainagebuizen in het gebied liggen die bij de omzetting naar de ruimte voor ruimte kavels en natuurontwikkeling grotendeels niet meer nodig zullen zijn. De huidige onderbemaling zal ook grotendeels verdwijnen. In het gebied vindt een substantiële vermindering van het verhard oppervlak plaats, als gevolg van de sloop van de kassen. Watertoets Het voorontwerpbestemmingsplan is als onderdeel van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Bro ter beoordeling voorgelegd aan het Hoogheemraadschap Rijnland. Het waterschap heeft enkele opmerkingen / aandachtspunten op het plan geplaatst. In dit kader wordt ook verwezen naar de ‘Nota van beantwoording’ die als Bijlage 9 bij deze plantoelichting is opgenomen.
3
Maatregelen die genomen worden om het milieu te verbeteren, nadat de afvalstoffen al geloosd zijn.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
65
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
5.10
ECOLOGIE
Bij het opstellen van ruimtelijke plannen is het noodzakelijk te onderzoeken of en zo ja, in hoeverre de plannen ten koste gaan van de (aanwezige) flora en fauna. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. 5.10.1 Gebiedsbescherming Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Natuurnetwerk Nederland Naast de bescherming van de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het NNN is een samenhangend netwerk van belangrijke natuurgebieden. Zij bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuwe natuurgebieden en ecologische verbindingszones. Uitgangspunt van het beleid is dat plannen, handelingen en projecten in het NNN niet toegestaan zijn indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN significant aantasten.
De provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor de begrenzing en heeft deze in de Verordening Ruimte vastgelegd. 5.10.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wnb. Het doel van de Wnb is het instandhouden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingen (door het bevoegd gezag) worden verleend van de verbodsbepalingen. De Wnb kent een apart beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten (alle vogels), Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten. Voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten geldt een strikte bescherming. Voor de nationaal beschermde soorten hebben provincies de bevoegdheid om in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden een vrijstelling te verlenen van de verbodsbepalingen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening.
5.10.3 Relatie tot het plangebied Om te beoordelen wat de effecten zijn van de beoogde ruimtelijke ontwikkelingen aan de Paradijsweg op de natuur, is door adviesbureau Habitus een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 3 bij deze plantoelichting opgenomen. De belangrijkste resultaten en conclusies worden hierna weergegeven.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
66
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Quickscan flora en fauna Gezien de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck (5,8 km) worden geen significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied verwacht. Het plangebied is niet gelegen in de NNN, belangrijk weidevogelgebied en strategische reservering natuur. Effecten op beschermde gebieden zijn daarmee uitgesloten. De voorgenomen werkzaamheden zijn mogelijk in strijd met de Wnb, omdat er beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in het projectgebied. Bij werkzaamheden 1 t/m 6 (zie kader hierna) kan overtreding plaatsvinden. Werkzaamheid 7 kan wel zonder overtreding plaatsvinden. Vervolgonderzoek Er is vervolgonderzoek nodig voor diverse soorten, zoals: • Vogels zonder jaarrond beschermd nest; • Boomvalk, buizerd, havik, wespendief en zwarte wouw • Huismus; • Ransuil; • Vleermuizen; • Heikikker; • Rugstreeppad; • Ringslang; • Waterspitsmuis • Platte schijfhoren. Voor de Otter en Steenmarter geldt dat vervolgonderzoek op dit moment niet nodig is, aangezien deze soorten momenteel op relatief grote afstand van het plangebied gevestigd zijn. Vestiging van deze soorten tijdens de duur van het project is echter niet uitgesloten. Geadviseerd wordt het projectgebied ongeschikt te maken voor otters en steenmarters. Te verrichten werkzaamheden in het projectgebied: 1.
slopen van kassen en het omvormen van akkers met meerjarige teeltgewassen; 2. kappen van enkele bomen/beplanting rondom erven/tuinen om de woonkavels te realiseren. 3. bouwen van 40 tot 45 woonhuizen; 4. verbreden van verbindingssloten en aanleggen natuurvriendelijke oevers; 5. aanleggen van recreatieve voorzieningen, zoals een zomertrainingsbaan voor de ijsvereniging, aanlegsteigers voor zeilen en surfen; 6. aanleggen van ontsluitingswegen; 7. ontwikkelen van nieuwe natuur met kruiden- en faunarijk grasland, bomen, struweel en riet. Er is géén nader vervolgonderzoek nodig naar beschermde gebieden. Houtopstanden De Wet natuurbescherming voor houtopstanden wordt niet overtreden, omdat de houtopstanden allemaal onderdeel van erven/percelen zijn en daardoor onderdeel
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
67
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
van de tuin uitmaken. Verder staan alleen de bomen langs het Kerkpad op de lijst Beschermwaardige bomen van de gemeente Nieuwkoop. Hierdoor is er alleen voor deze bomen een kapvergunning nodig. Zoals nu voorzien worden deze bomen echter niet gekapt. Vogeltoets Van belang voor de ganzen is dat het gras kort is als gevolg van maaien of beweiden. Dit korte gras is van belang als foerageergebied en als opgroeihabitat voor kuikens. Ganzen worden wel aangetrokken door rietkragen langs het water. De nesten zitten vaak dan in de rietkragen en de kuikens foerageren dan vaak in de graslanden nabij de rietkragen. Of het gebied meer geschikt wordt voor ganzen kan pas worden bepaald als er een definitief ontwerp bekend is. Volgens de beleidsstukken (Luchthavenindelingsbesluit) valt het projectgebied buiten de zone waarin een vogeltoets nodig is. Nader vervolgonderzoek is daarom niet nodig. Maatregelen In het rapport zijn voor de onderzochte soorten maatregelen opgesomd om overtreding van wetsartikelen te voorkomen tijdens de uitvoering van werkzaamheden door initiatiefnemers bij de uitvoering van de ontwikkellocaties etc. In het algemeen geldt dat er geen werkzaamheden verricht mogen worden voordat de nadere onderzoeken zijn afgerond, maatregelen zijn genomen en/of (indien aan de orde) ontheffing of vergunning is verkregen.
Initiatiefnemers kunnen voorafgaand aan de werkzaamheden in overleg treden met een deskundig ecoloog over welke werkzaamheden wel mogelijk zijn. Aanvullend soortenonderzoek In het nadere soorten onderzoek is het plangebied nader onderzocht op de aanwezigheid van de in de Quickscan aangegeven soorten gekoppeld aan voornoemde maatregelen die plaats kunnen gaan vinden als gevolg van de voorgestane transformatie van het gebied. Dit onderzoek is als Bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Soort(en)
Functie(s)
Locatie(s) in het projectgebied
Vogels met jaarrond beschermd nest
Nest
Alle bomen in het projectgebied.
Ransuil
Nest en rustplaats
Naaldbomen in het projectgebied.
Huismus
Functionele leefomgeving
Al het groen in het projectgebied.
Ringslang
Voortplantings- en leefgebied
Sloten, struweel en bos, voornamelijk deelgebied 4.
Rugstreeppad
Voortplantings- en leefgebied
Sloten, stapels stenen en hout, voornamelijk deelgebied 4.
Heikikker
Voortplantings- en leefgebied
Sloten, (afgetrapte) slootkanten en bosschages, voornamelijk deelgebied 4.
Platte schijfhoren
Leefgebied
Alle sloten, maar voornamelijk sloten in deelgebied 4.
Waterspitsmuis
Leefgebied
Water met ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers in deelgebied 4 en 5. Tabel 2 - Mogelijk aanwezige soorten en functies op basis van vooronderzoek. (Bron Habitus, juli 2019)
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
68
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Figuur 56 - Kaart met het projectgebied en geschikte biotopen (Bron Habitus, juli 2019)
Bevindingen Op hoofdlijnen zijn de volgende bevindingen waargenomen. Soorten
aangetroffen
Gevolgen
Algemeen beschermde soorten Nederland
Ja
Vrijstelling verleend in het kader van provinciale verordening ten behoeve van beheer en onderhoud.
Vogels met jaarrond beschermd nest
Ja
Er zijn in totaal 3 nesten aangetroffen welke mogelijk gebruikt worden door vogels met jaarrond beschermde nesten. Nader onderzoek dient uit te wijzen welke soorten gebruik maken van deze nesten. (zie figuur 57)
Ransuil
Mogelijk
Mogelijk dat bovengenoemde nesten (ook) door ransuilen worden gebruikt
Huismus
Ja
Er zijn diverse locaties aangetroffen met beplanting gebruikt als functionele leefomgeving (zie figuur 58)
Ringslang
Nee
Heikikker
Nee
Rugstreeppad
Nee
Platte schijfhoren
Nee
Waterspitsmuis
Ja
Er is een waterspitsmuis aangetroffen bij de vallenraai in deelgebied 4. (zie figuur 59)
Tabel 3 - bevindingen soortenonderzoek
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
69
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Gevolgen Gerelateerd aan de voorgenomen maatregelen, betekent dit dat bij de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden artikel 3.10 lid 1 van de Wet natuurbescherming voor de waterspitsmuis overtreden wordt, indien er gewerkt wordt in het leefgebied van de waterspitsmuis. Daarnaast zijn er drie mogelijke beschermde nesten aangetroffen. Indien er werkzaamheden op een afstand tot 75 m. van deze bomen worden uitgevoerd, is er eerst soortgericht onderzoek naar deze mogelijke nesten nodig. De bosschages die als functionele omgeving van de huismus worden gebruikt, dienen bij werkzaamheden gespaard te blijven. Indien dit niet mogelijk is, dient er een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden.
Figuur 57 - Aanwezigheid jaarrond beschermde nesten (gele stip).(Bron: habitus december 2019)
Figuur 58 – kaart functionele leefomgeving huismus (Bron: habitus december 2019)
Figuur 59 - Kaart locaties vallenraaien waterspitsmuis onderzoek (Bron: Habitus 2019)
Voor de rugstreeppad, heikikker en functionele leefomgeving van de huismus wordt in het kader van dit bestemmingsplan nader onderzoek uitgevoerd en na afronding kan hierover een conclusie worden gedaan over de aanwezigheid van deze soorten in het projectgebied.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
70
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Indicatief onderzoek stikstofdepositie In de quickscan is aangegeven dat de stikstofdepositie vanuit het plangebied door het plan minder zal worden vanwege het verdwijnen van glastuinbouw. Hiervoor komen weliswaar nieuwe woningen terug, maar dit zijn gasloze woningen. Wel veroorzaken de woningen stikstofemissie door het verkeer dat hiermee gepaard gaat. Dit weegt echter niet op tegen de afname als gevolg van de sanering. Om inzicht te krijgen in de afname van de stikstofdepositie in Natura 2000gebieden is een indicatieve stikstofdepositieberekening met Aerius Calculator uitgevoerd. Voor de berekening is aan de westzijde van de Paradijsweg in Aerius een vlakbron opgenomen, waaraan de NOx emissie is gekoppeld van de te saneren glastuinbouw. Van de 10 hectare te saneren glastuinbouw is nog circa 7,5 hectare in gebruik. Voor de NOx emissie van deze glastuinbouw is aangesloten op de kengetallen uit Aerius Calculator, te weten 1004 kg NOx ha/jr. Dit komt neer op een totale emissie van 7572,9 kg NOx ha/jr. Voor het verkeer van de nieuwe woningen is uitgegaan van 345 motorvoertuigbewegingen per etmaal (zie paragraaf 5.14). Dit betreft licht verkeer (personenauto’s/busjes). In Aerius Calculator is dit ingevoerd in de vorm van een lijnbron als standaard licht verkeer. De lijnbron loopt over de Paradijsweg tussen de Geerweg en Ringdijk/Hertog van Beijerenstraat.
Aangenomen is dat vanaf de Geerweg en Ringdijk/Hertog van Beijerenstraat het verkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld. Uit de stikstofdepositieberekening blijkt dat de stikstofdepositie in een groot aantal Natura 2000-gebieden afneemt. De afname is het grootst is in de gebieden Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en Botshol. De afname bedraagt hier maximaal 0,02 mol/ha/jaar. Hierbij is dan nog geen rekening gehouden met het wegvallen van de stikstofemissie van het (vracht)verkeer van de te saneren glastuinbouw. De berekeningsresultaten zijn opgenomen in bijlage 6. Overigens komt uit de berekening ook naar voren dat de stikstofdepositie als gevolg van het verkeer van de nieuwe woningen niet boven de 0,00 mol/ha/jaar komt. Ook zonder saldering met de te saneren glastuinbouw zijn er daarom geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden als gevolg van stikstofdepositie. 5.10.4 Conclusie Op grond van voorgaande wordt geconcludeerd dat er op voorhand geen belemmeringen zijn voor het bestemmingsplan, bezien vanuit de gebiedsbescherming. Om overtreding van Artikel 3.10 lid 1 van de Wnb voor de waterspitsmuis te voorkomen dient er met de werkzaamheden rekening gehouden te worden met het leefgebied van de waterspitsmuis. Dit kan mogelijk door in deelgebied 4 een aangepaste werkwijze te volgen die wordt vastgelegd in een ecologisch werkprotocol.
In het ecologisch werkprotocol dient uitgewerkt te worden hoe overtreding voor de waterspitsmuis voorkomen kan worden. Indien het doden van individuen of het aantasten van leefgebied niet voorkomen kan worden, dient ontheffing aangevraagd te worden. Aanbevolen wordt om het leefgebied van de waterspitsmuis te behouden. Om soortgericht onderzoek naar mogelijk jaarrond beschermde nesten te voorkomen dienen de bomen met mogelijke horsten, zoals weergegeven in bijgaande figuur, behouden te blijven. Indien deze bomen niet behouden kunnen blijven, dient nader onderzoek uitgevoerd te worden.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
71
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
De bosschages die als functionele omgeving van de huismus worden gebruikt, dienen bij werkzaamheden gespaard te blijven. Indien dit niet mogelijk is, dient er een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Voorgaande komt aan de orde als deelnemende eigenaren over gaan tot uitvoering van de bij dit bestemmingsplan behorende inrichtingsplannen, voor zover deze gelegen zijn in of nabij de aangegeven biotopen van de waterspitsmuis, nabij de beschermde nesten of de bosschages welke als functionele leefomgeving van de huismus. Tot slot blijft te allen tijde de zorgplicht uit de Wnb gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend. 5.11
ARCHEOLOGIE
5.11.1 Algemeen Als gevolg van het Verdrag van Malta (Valetta) zijn overheden verplicht om in het ruimtelijke beleid zorgvuldig om te gaan met het archeologische erfgoed. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient, voordat er bodemingrepen plaatsvinden, een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd. De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is per 1 juli 2016 in de Erfgoedwet geregeld, waarmee de Monumentenwet 1988 ten aanzien van het archeologisch erfgoed is vervangen. Belangrijke uitgangspunten uit de Monumentenwet 1988, zoals de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem en het inpassen van archeologisch erfgoed in de ruimtelijke ordening en de financiering van onderzoek (‘de verstoorder betaalt’), blijven echter onverminderd van kracht. In het kader van het opstellen van het bestemmingsplan is het noodzakelijk te onderzoeken in hoeverre de betreffende gronden van archeologische waarde kunnen zijn. De uitkomsten hiervan worden door het bevoegde gezag meegenomen in de belangenafweging. Gemeentelijk beleid De gemeente Nieuwkoop heeft haar archeologisch beleid afgestemd op de Provinciale Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zuid- Holland (CHS).
De waardering is opgebouwd uit archeologische, historisch landschappelijke en historisch (steden)bouwkundige elementen en structuur. Wat betreft de archeologische verwachtingswaarde waarden is onderscheid gemaakt in een viertal gebieden, te weten: 1. Gebieden met een zeer grote kans op archeologische sporen (stads- of dorpskern); 2. Gebieden met een zeer grote kans op archeologische sporen; 3. Gebieden met een redelijke tot grote kans op archeologische sporen; 4. Gebieden met een kleine kans op archeologische sporen. Naast gebieden met een archeologische verwachtingswaarde, wordt er in de CHS tevens onderscheid gemaakt in archeologische monumenten van hoge waarde, zeer hoge waarde en beschermde monumenten. Deze laatste drie komen echter niet voor in de gemeente Nieuwkoop.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
72
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Aan de verschillende te onderscheiden gebieden met archeologische waarden of verwachtingswaarden is echter wel een diepte- en oppervlakte ondergrens voor het uitvoeren van archeologisch onderzoek gekoppeld. Tabel 4 geeft een overzicht van de bij de zones behorende ondergrenzen. De ondergrenzen geven aan vanaf welke omvang én diepte (altijd in combinatie) van een ruimtelijk plan er archeologisch onderzoek plaats moet vinden. Te onderscheiden beleidscategoriëen
Criterium oppervlakte
Criterium diepte
Zeer grote kans op archeologische sporen (stadsof dorpskern)
100 m2
0,5 m
Zeer grote kans op archeologische sporen
100 m2
0,5 m
Redelijke kans op archeologische sporen
2.500 m2
0,5 m
Kleine kans op archeologische sporen 10.000 m2 0,5 m Tabel 4 - Categorisering waarden archeologische beleidskaart met oppervlakte en dieptecriteria
5.11.2 Relatie met het plangebied Uit bijgaande figuur blijkt dat er in binnen het zuidelijke deel van het plangebied gebied sprake is van een klein gebied met een redelijke tot hoge trefkans op archeologische sporen. Deze (verwachtings)waarden is opgenomen in een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Daarin geldt een bovengrens van 100 m2. Indien een omgevingsvergunning van toepassing is op een oppervlak van meer dan 100 m2 en dieper dan 50 cm, is nader archeologisch onderzoek nodig. Laatste zal door initiatiefnemer worden uitgevoerd. Bouwwerken of werkzaamheden onder deze grens behoeven geen nader archeologisch onderzoek. Ter bescherming van de archeologische waarden kan het bevoegd gezag, als daar op basis van een archeologisch onderzoek aanleiding toe bestaat, voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Daarnaast is een omgevingsvergunning vereist voor werkzaamheden waarbij de grond wordt geroerd.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
73
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Figuur 60 - Archeologische trefkans in relatie tot het plangebied (bron: Cultuurhistorische kaart provincie Zuid-Holland, 2017)
Als op basis van een uitgevoerd archeologisch onderzoek juist blijkt dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig of te verwachten zijn, kunnen de dubbelbestemmingen daarop worden aangepast. In aanvulling op het provinciaal- en gemeentelijk archeologisch beleid, is er in 2018 een archeologisch onderzoek uitgevoerd. De conclusie van het onderzoek onderschrijft de bevindingen volgend uit archeologisch beleid. Voor de volledigheid is de rapportage is als Bijlage 6 bij deze toelichting opgenomen. 5.12
CULTUURHISTORIE
Vanuit cultuurhistorisch oogpunt is het plangebied als ontginningsgebied met legakkers interessant, met de smalle opstrekkende verkaveling als gevolg van de oorspronkelijke legakkers en de watergangen loodrecht op de Langeraarse Plassen. Het bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die deze cultuurhistorische waarde tenietdoen. Integendeel, het bestemmingsplan maakt op de ontwikkellocaties voor de ruimte voor ruimte kavels deze oorspronkelijke cultuurhistorische structuur meer manifest. 5.13
DUURZAAMHEID
Het algemene kader voor het milieubeleid van de gemeente Nieuwkoop is vastgelegd in de
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
74
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Duurzaamheidagenda 2015-2018. Verder vindt er op verschillende schaalniveaus een nadere uitwerking van de doelstellingen voor duurzame inrichting, voor duurzame (steden-)bouw, alsook voor het klimaat en energiebesparing plaats. Duurzame stedenbouw Duurzame stedenbouw is vooral het inspelen op de kansen van de nieuwe bouwlocatie. Juist door in een vroegtijdig stadium aandacht te besteden aan de specifieke kenmerken en mogelijkheden van de bouwlocatie kan ervoor gezorgd worden dat een aantrekkelijke woon- en voorzieningenomgeving ontstaat. De gemeente Nieuwkoop hanteert hiertoe het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw (RBDS). In het RBDS staat het beleid van de gemeente Nieuwkoop voor duurzame stedenbouw. Dit instrument is bedoeld om de milieuambities en andere duurzaamheidaspecten een volwaardige plaats te geven in de ontwikkeling van ruimtelijke plannen voor gebieden groter dan 1 hectare. Duurzaamheid is hierbij ruim gedefinieerd als 'People, Planet, Profit' (PPP). Dit betekent dat naast ambities op het gebied van milieu ook maatschappelijke/sociale en economische ambities een plek hebben gekregen in het beleid. Een ambitietabel maakt deel uit van het RBDS. Voor (her) te ontwikkelen gebieden groter dan 1 hectare wordt een ambitietabel ingevuld. Zie ook www.odwh.nl/rbds.
Klimaat - Energietransitie Bij het klimaatverband van Parijs is afgesproken dat Nederland in 2020 20% minder CO2 uitstoot ten opzichte van 1990, 20% minder energie verbruikt en 16% duurzame energie opwekt. In 2050 moet de CO2 uitstoot met 95% zijn verminderd. Gemeenten hebben een belangrijke voorloperfunctie bij het behalen van deze doelstelling. Om deze doelstellingen te kunnen halen is het noodzakelijk dat overgestapt wordt van fossiele brandstoffen naar duurzame energie-oplossingen. Dit vraagt ander gedrag en aanpassingen van de economie. Ook heeft dit effect op het landschap en de ruimtelijke inrichting. De weg naar een energieneutraal Nederland wordt de 'energietransitie' genoemd. Samen met de veertien gemeenten, de provincie ZuidHolland, de omgevingsdienst en het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft Holland Rijnland een regionaal Energieakkoord opgesteld, dat de energietransitie op regionaal niveau en het overstappen van fossiele bronnen op hernieuwbare energiebronnen tot stand moet brengen. Het realiseren van dit Energieakkoord loopt langs de uitvoeringslijnen energiebesparing, warmte en bodemenergie, zonnepanelen op daken, ruimte en energie (onderverdeeld naar zonnepanelenvelden en windenergie), Greenports en energietransitie en mobiliteit en energietransitie.
De gemeentelijke duurzaamheidsagenda 2015 - 2018 met bijbehorend programma 2016 - 2018 van de gemeente Nieuwkoop sluiten goed aan op de Europese, landelijke en regionale ambities. De gemeente Nieuwkoop heeft in 2017 het regionale Energieakkoord ondertekend. Daarbij is de uitvoeringslijnen Zonnepanelen op daken en Greenports en energietransitie. Zoals genoemd behoort het opwekken van duurzame elektriciteit door zonnepanelenvelden tot de uitvoeringslijn Ruimte en Energie.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
75
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
5.14
VERKEER
In het plangebied worden 41 nieuwe ruimte voor ruimte woningen gebouwd. Op grond van de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’ genereren vrijstaande koopwoningen in het buitengebied gemiddeld 8,2 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal. Hiermee zullen de 41 nieuwe woningen in totaal circa 287 motorvoertuigbewegingen genereren. Deze verkeersbewegingen kunnen, mede gezien de verkeersintensiteit op de Paradijsweg (zie paragraaf 5.3.2), adequaat worden afgewikkeld via deze weg. Tegenover dit verkeer staat ook het wegvallen van het (vracht)verkeer van de te saneren glastuinbouwbedrijven. Gelet hierop is de ontwikkeling van de woningen vanuit verkeerskundig oogpunt aanvaardbaar. 5.15
NIET GESPRONGEN EXPLOSIEVEN
Het is gebruikelijk dat bij een omvangrijk herinrichtings- of bouwproject een explosievenonderzoek wordt uitgevoerd, om vast te stellen of er sprake is van een risico op niet -gesprongen explosieven (NGE) in het gebied. 5.15.1 NGE in relatie tot het plangebied In 2017 is in het kader van een herinrichtingsproject van de Langeraarsche Plassen een vooronderzoek naar mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Het onderzoeksrapport is als Bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. In het vooronderzoek is het gehele gebied rondom de Langeraarsche Plas onderzocht. Daarbij zijn in of rondom het plangebied geen indicaties gevonden die erop wijzen dat binnen het onderzoeksgebied oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden tijdens de Tweede Wereldoorlog waardoor conventionele explosieven in de bodem achtergebleven kunnen zijn.
Figuur 61 – Inventarisatiekaart conventionele explosieven (bron: Bombs Away bv)
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
76
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
5.15.2 Conclusie Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen in de geraadpleegde bronnen dat conventionele explosieven zijn achtergebleven in het plangebied zijn achtergebleven. Het gebied is onverdacht op het aantreffen van CE. 5.16
VORMVRIJE MER BEOORDELING
5.16.1 Regelgeving De milieueffectrapportage (m.e.r.) is volgens de Wet milieubeheer verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Welke activiteiten dat betreft is aangegeven in het Besluit mer en de daarbij behorende bijlage. In de bijlage is onderscheid gemaakt tussen een: • C-lijst met m.e.r.-plichtige activiteiten en daarbij behorende drempelwaarden; • D-lijst met m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en de daarbij behorende drempelwaarden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig mee te laten wegen bij de vaststelling van deze plannen en besluiten. Een belangrijk product van de m.e.r.procedure is het milieueffectrapport (MER). Bij sommige besluiten is niet meteen duidelijk of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. In deze grensgevallen moet eerst worden beoordeeld of sprake is van een m.e.r.plicht. Dit gebeurt door middel van een aparte procedure, de zogenoemde m.e.r.beoordeling. Deze m.e.r.-beoordeling is ook vereist voor activiteiten die onder de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. liggen. In dat geval gelden er geen vormvoorschriften en is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling.
Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling moet er volgens bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling worden getoetst aan de 3 volgende hoofdcriteria: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten. 5.16.2 Beoordeling plan In het Besluit m.e.r. is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (onderdeel D11.2)* mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de volgende gevallen (indicatieve drempelwaarden): • een oppervlakte van 100 hectare of meer; • een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; • of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. * (of één van de andere categorieën in onderdeel D)
Het plan voorziet in de ontwikkeling van 41 nieuwe ruimte voorruimte woningen. Hiermee valt deze ontwikkeling ruim onder de genoemde drempelwaarden. Het aantal kan in de vervolgfase van dit bestemmingsplan nog wijzigen, maar blijft sowieso ver beneden de drempelwaarde.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
77
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Omdat de ontwikkeling in onderdeel D van het Besluit m.e.r. voorkomt, dient wel te worden nagegaan of sprake kan zijn van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu die de uitvoering van een m.e.r. noodzakelijk maken. Daarom zijn alle mogelijke milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling onderzocht en beschreven in de ‘Notitie Vormvrije m.e.r.-beoordeling Paradijsweg Westzijde’. Deze notitie is opgenomen als bijlage 8 bij deze toelichting. Hieruit blijkt dat het plan geen belangrijke negatieve gevolgen heeft voor het milieu. Op grond van deze aanmeldnotitie is voor het bestemmingsplan dan ook geen mer-procedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.. 5.16.3 Conclusie Het plan leidt niet tot bijzondere omstandigheden die het opstellen van een MER of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk maken.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
78
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
6
JURIDISCHE ASPECTEN
6.1
INLEIDING
6.1.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft inzicht hoe het beleid voor het plangebied is vertaald in juridisch bindende regels, met hieraan gekoppeld een verbeelding. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor de gebruiksmogelijkheden en bouwmogelijkheden. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van deze regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het belangrijkste onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Aan alle in het plan begrepen gronden worden ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening bestemmingen toegewezen. Zo nodig worden aan deze bestemmingen regels gekoppeld omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en van de zich daarop bevindende opstallen. Naast de bestemmingen kunnen ook dubbelbestemmingen voorkomen. Deze overlappen de 'gewone' bestemmingen en geven eigen regels, waarbij er sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. Bij bestemmingen kunnen aanduidingen voorkomen met als doel bepaalde zaken nader of specifieker te regelen. Aanduidingen zijn terug te vinden op de (analoge) verbeelding en hebben een juridische betekenis in het bestemmingsplan.
Alle overige op de (analoge) verbeelding voorkomende zaken worden verklaringen genoemd. Verklaringen hebben geen juridische betekenis, maar zijn op de (analoge) verbeelding opgenomen om deze beter leesbaar te maken (bijvoorbeeld topografische ondergrond). Verklaringen worden in de digitale verbeelding niet uitgewisseld, waardoor die informatie de burger via de digitale weg niet zal bereiken. 6.1.2 Digitaliseringsvereisten Met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) zijn ook digitaliseringsverplichtingen aan een bestemmingsplan gesteld. De regels en de verbeelding dienen daarom te zijn opgesteld volgens IMRO en SVBP, onderdeel van de zogenaamde RO Standaarden. IMRO staat voor Informatie Model Ruimtelijke Ordening en heeft betrekking op de inrichting van de ruimtelijke instrumenten van de Wro. Het is het informatiemodel voor het opstellen en het uitwisselen van visies, plannen, besluiten, verordeningen en algemene regels op alle bestuurlijke niveaus. Het model is geschikt voor uitwisseling van informatie tussen de organisaties op het gebied van de ruimtelijke ordening en aanverwante werkterreinen. SVBP staat voor Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Doel van deze standaard is het op vergelijkbare wijze inrichten, vormgeven en verbeelden van bestemmingsplannen en de daarbij behorende uitwerkings- en wijzigingsbesluiten.
Vanaf 1 juli 2013 zijn de RO Standaarden 2012 verplicht. Concreet betekent dit dat nieuwe bestemmingsplannen vanaf die datum volgens deze nieuwe standaard opgesteld en gepubliceerd moeten worden. Het voorliggende bestemmingsplan is overeenkomstig deze nieuwe vereisten opgesteld en is hiermee gereed om digitaal beschikbaar te stellen voor eenieder.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
79
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
6.2
OPBOUW REGELS EN VERBEELDING
6.2.1 Regels De planregels zijn opgesteld volgens het SVBP2012 en voldoen tevens aan de eisen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) die op 1 oktober 2010 in werking is getreden. Daarbij is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met Inleidende regels (begrippen en wijze van meten), vervolgens met de bestemmingsregels, de algemene regels (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de overgangs- en slotregels. Daarbij staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: • Bestemmingsomschrijving; • Bouwregels; • Nadere eisen; • Afwijken van de bouwregels; • Specifieke gebruiksregels; • Afwijken van de gebruiksregels; • Omgevingsvergunning voor de uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden; • Wijzigingsbevoegdheid. Opgemerkt wordt dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten, dit verschilt per bestemming. 6.2.2 Analoge verbeelding (plankaart) Uit de SVBP2012 volgen diverse verplichtingen voor wat betreft de verbeelding, zoals de kleur van de ondergrond (grijs) en minimaal weer te geven aspecten op de ondergrond. Ook de diverse kleuren van de bestemmingen, evenals de verhouding van de op de verbeelding voorkomende lijndiktes, zijn verplicht voorgeschreven.
Voor wat betreft de ondergrond van de verbeelding is gebruik gemaakt van de Grootschalige Basiskaart van Nederland (GBKN), waar nodig aangevuld met de kadastrale kaart. Straatnamen en huisnummers zijn op de kaart weergegeven. De kaart is op een schaal van 1:1000 geplot en bestaat uit 7 kaartbladen. De legenda/verklaring is separaat op een kaartblad (nr.8) opgenomen. In de legenda van de verbeelding is de versie van het bestemmingsplan vermeld (voorontwerp/ontwerp/vastgesteld). Verder staat de noordpijl in de legenda aangegeven. 6.3
UITGANGSPUNTEN
Naar aanleiding van de inspraak is het bestemmingsplan voor de westzijde van de Paradijsweg geknipt in het onderhavige bestemmingsplan ‘Paradijsweg westzijde’ voor de beoogde sanering van glastuinbouw en herontwikkeling naar woningbouw en natuurontwikkeling, en een daaropvolgend bestemmingsplan voor de actualisering van de percelen die niet deelnemen aan de beoogde sanering/herontwikkeling. Anders dan in het voorontwerp bestemmingsplan zijn in dit ontwerp bestemmingsplan derhalve uitsluitend de percelen opgenomen die deelnemen aan de herontwikkeling en die bestemd zijn voor ‘Natuur – Extensief recreatief medegebruik’, ‘Wonen – Ruimte voor Ruimte Plus’, ‘Groen’ of ‘Water’.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
80
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Verder zijn ook de bestaande woningen en recreatieve voorzieningen op deze percelen meegenomen in dit bestemmingsplan voor de sanering/herontwikkeling. Voor de percelen aan de westzijde van de Paradijsweg die niet deelnemen aan de beoogde sanering/herontwikkeling zal aansluitend een separaat bestemmingsplan in procedure worden gebracht, gericht op de actualisering van het geldende bestemmingsplan. 6.4
STOPPERS EN VERPLAATSERS
In de onderhavige herontwikkeling nemen stoppers deel en verplaatsers. De stoppers slopen glas/saneren volle grondteelt en worden daarvoor gecompenseerd met bouwrechten en inrichtingsverplichtingen. De verplaatsers slopen wel glas in het plangebied, maar zetten hun bedrijf elders voort. Om de verhuizing te financieren zijn ook met een aantal verplaatsers afspraken gemaakt over compenserende bouwmogelijkheden en inrichtingsverplichtingen. In paragraaf 6.5 komt eerst de regeling voor de stoppers aan bod en daarna in paragraaf 6.6 de regeling voor de verplaatsers. 6.5
VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN EN INRICHTINGSPLANNEN
Als eerste is in artikel 9.2.1, aanhef onder a en b, omschreven aan welke voorwaarden moet worden voldaan om bouwrechten te verkrijgen. Vervolgens is in artikel 9.2.1, onder c, bepaald dat deze bouwrechten alleen kunnen worden verzilverd, onder de voorwaarde dat eerst aan de verplichtingen tot sloop/sanering is voldaan: een zogenaamde voorwaardelijke verplichting. Zo kan de omgevingsvergunning voor de bouw van nieuwe ruimte-voor-ruimte-plus woningen/bedrijfsgebouwen niet worden afgegeven, voordat het glas daadwerkelijk is gesloopt en/of de volle grondteelt daadwerkelijk is gesaneerd. Zie hiervoor de regeling in artikel 9.2.1, aanhef, onder c, van de regels: 9.2.1 Voorwaardelijke verplichting bouwen Een omgevingsvergunning voor bouwen zoals bedoeld in artikel 9.1, onder a, van deze regels kan alleen worden verleend als wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. (…); b. (…); c. voorafgaand aan de vergunningverlening eerst de kassen/bedrijfsgebouwen worden gesloopt en/of de meerjarige teelt wordt beëindigd/gesaneerd; Zie paragraaf 6.4 over de sanering van glastuinbouwbedrijven die naar buiten het plangebied worden verplaatst. Daarnaast is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om te garanderen dat er niet alleen ruimte-voor-ruimte-plus woningen worden ontwikkeld, maar ook daadwerkelijk nieuwe natuur wordt aangelegd.
Deze verplichting kan echter niet voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning voor bouwen worden opgelegd, omdat de natuur pas kan worden aangelegd als de bouwfase is afgerond. Bij een andere volgorde zou de natuur immers de gerealiseerde natuur direct weer te lijden hebben van het bouwverkeer en het zware materieel die nodig zijn voor de bouw van de nieuwe woningen.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
81
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
Om die reden is in de gebruiksregels van de bestemming ‘Wonen – Ruimte voor Ruimte Plus’ opgenomen dat de natuurontwikkeling binnen een jaar na het gereed melden van de helft van de nieuwe woningen moet worden ingericht (zie artikel 9.5). Deze verplichting ontstaat al bij de helft van het aantal woningen om te voorkomen dat de bouw van de laatste woning wordt uitgesteld om de verplichte aanleg van natuur te ontlopen. Dat betekent wel dat de bouwstroom moet worden afgestemd op de tijdige inrichting van natuur. De gereed melding van de bouw is een verplichting die voortvloeit uit artikel 1.25 van het Bouwbesluit. 9.5 Specifieke gebruiksregels 9.5.1 Strijdig gebruik Als gebruik in strijd met deze bestemming wordt in ieder geval aangemerkt het gebruik van gronden en bouwwerken voor wonen, waarbij niet tijdig is voldaan aan de voorwaardelijke verplichting in 9.5.2. 9.5.2 Voorwaardelijke verplichting gebruik Ter plaatse van de desbetreffende aanduiding in artikel 9.1, onder a, van deze regels, dienen de gronden binnen één jaar na het gereed melden (overeenkomstig artikel 1.25 van het Bouwbesluit) van de helft van de nieuw te bouwen woningen, te zijn ontwikkeld voor natuur en voor natuur in stand te worden gehouden, overeenkomstig het bijbehorende inrichtingsplan zoals beschreven in artikel 9.1.
Eenzelfde strijdig gebruiksregeling is opgenomen in de bestemming ‘Natuur – Extensief recreatief medegebruik’. Ook voor deze gronden is een voorwaardelijke verplichting opgenomen (artikel 3.4) waarin is geregeld dat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan als de gronden niet binnen 1 jaar na het gereed melden van de helft van het aantal te bouwen woningen, voor natuur zijn ingericht. 6.6
TE VERPLAATSEN GLASTUINBOUWBEDRIJVEN
Op dit moment is het niet reëel om voor de verplaatsers al hun nieuwe locaties waarnaar deze bedrijven verhuizen, geheel zeker te hebben gesteld. Om toch verder te kunnen met de beoogde herontwikkeling is ook voor deze situatie een specifieke voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan opgenomen (artikel 9.2.1). Volgens deze bepaling kan de omgevingsvergunning voor bouwen niet aan een verplaatser worden verleend als niet eerst voldoende zeker is gesteld dat de verplaatsing van het desbetreffende bedrijf ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd. Dat zal op basis van objectieve criteria moeten worden aangetoond in de vorm van een privaatrechtelijke overeenkomst met betrekking tot de verplaatsing. 6.7
ANTERIEURE OVEREENKOMSTEN MET ALLE DEELNEMERS.
Tot slot worden met alle deelnemers ook anterieure (privaatrechtelijke) overeenkomsten afgesloten, teneinde de sloop van glas, sanering van teeltmogelijkheden en de aanleg van natuur ook afdwingbaar te maken. 6.8
KOPPELING MET INRICHTINGSPLAN
Voor alle deelnemende kavels is een tekening gemaakt van de toekomstig te realiseren inrichting. Deze inrichtingstekeningen zijn als bijlage achter de regels opgenomen.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
82
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
In de regels van de bestemming ‘Wonen – Ruimte voor Ruimte Plus’ (artikel 9.1, onder a) is bepaald dat de bouw van ruimte-voor-ruimte-plus woningen en het gebruik daarvan uitsluitend is toegestaan op de wijze zoals nader beschreven in het bij de regels behorende inrichtingsplan zoals opgenomen in de bijlagen. Vervolgens is onder de specifieke gebruiksregels bepaald dat het gebruik in strijd met het inrichtingsplan als strijdig gebruik wordt aangemerkt (artikel 9.5). Een zelfde regeling is in de bestemming ‘Natuur – Extensief recreatief medegebruik’ voorgeschreven. Uitsluitend inrichten volgens het desbetreffende inrichtingsplan in de bijlage (artikel 9.1) en een inrichting strijd met het inrichtingsplan levert strijdig gebruik op (artikel 9.4). 6.9
BESTEMMINGEN EN DUBBELBESTEMMINGEN
6.9.1 Bestemmingen Onder een bestemming wordt de bestemming verstaan die ingevolge artikel 3.1 Wro aan gronden wordt toegekend. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies (en bouwmogelijkheden), met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plan begrepen gronden zijn toegekend. 6.9.2 Dubbelbestemmingen In het plan zijn een aantal dubbelbestemmingen opgenomen. Zo is er een dubbelbestemming voor de dijken in het plangebied (Waterstaat-Waterkering). Ook is er een dubbelbestemming ter bescherming van archeologische waarden (Waarde – Archeologie). De dubbelbestemmingen liggen over een groot gebied en gaan voor op de onderliggende bestemming. Zo zijn zones langs de dijken gereserveerd voor de bescherming van de waterkerende functie van deze dijken. In de zone mag niet worden gebouwd of gegraven zonder toestemming van de dijkbeheerder. De dijk moet bereikbaar blijven voor onderhoud, en grondwerkzaamheden in en vlak bij de dijk kunnen gevaar opleveren. In de zones van deze dubbelbestemming gaan de belangen van de waterkering voor. Het gebruik van deze gronden mag geen gevaar opleveren voor de belangen van de dubbelbestemming. Vandaar dat zowel voor bouwen als werken/werkzaamheden in deze zones, eerst getoetst moet worden aan de belangen van de desbetreffende dubbelbestemmingen.
Om die reden staat in de bestemmingsomschrijving dat de gronden bestemd zijn voor ‘Verkeer’, met dien verstande dat artikel ‘Waterstaat - Waterkering’ met voorrang van toepassing is. De dubbelbestemming voor archeologie heeft een wat ander karakter. Daar gaat het namelijk om gebieden met hoge archeologische verwachtingswaarden. Alvorens hier grondbewerkingen volgens de onderliggende bestemmingen kunnen plaatsvinden, moet er eerst archeologisch onderzoek plaatsvinden om te bezien of er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Als er geen archeologische waarden aanwezig zijn, kunnen de grondbewerkingen plaatsvinden. Als er wel archeologische waarden worden aangetroffen zal bekeken moeten worden hoe die het beste zeker gesteld kunnen worden. Omdat de kosten van het archeologische onderzoek voor rekening van de initiatiefnemer komen is wel een afweging gemaakt tussen de archeologische belangen en de kosten die daarvoor redelijkerwijs bij een initiatiefnemer kunnen worden gelegd. Zo mag binnen de bestemming ‘Waarde – Archeologie’, 100 m² bebouwing zonder onderzoek worden gebouwd. Verder is geen archeologisch onderzoek nodig als uit documenten blijkt dat de grond ter plaatse reeds eerder is verstoord op een diepte van meer dan 50 centimeter.
Gemeente nieuwkoop Bestemmingsplan Paradijsweg Westzijde – fase 1 mRO b.v./ TOE / 43.62 – v9 / juni 2020
83
NL.IMRO.0569.bpLGRparadijsweg.on01 conceptontwerp
6.10
ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING
In deze paragraaf wordt waar dat noodzakelijk en nuttig wordt geacht een nadere toelichting gegeven op specifieke onderdelen van de planregels. Sommige regelingen zijn daarom hierna niet opgenomen: deze worden geacht voor zich te spreken. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1 en 2: Voor de begripsomschrijvingen en wijze van meten is aangesloten bij het SVBP2012. Deze begrippen zijn aangevuld met voor het plan relevante begrippen. Daar waar mogelijk heeft een afstemming plaatsgevonden met het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied’. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Natuur De bestemming Natuur is opgenomen in verband met de herziening van een bestemming ter plaatse van eiland in de Langeraarse Plassen, waar in het vigerende bestemmingsplan ten onrechte de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ was voorzien. De herinrichting van de verschillende percelen aan de Paradijsweg ziet niet toe op deze locatie en daarom is de bestemming uit het vigerende bestemmingsplan voorzien. Deze bestemming is één-op-één overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Glastuinbouw’. Artikel 4 Natuur – Extensief recreatief medegebruik Deze bestemming is opgenomen ten behoeve van de transformatie en gebruikt voor de gronden die voor natuur moeten worden ingericht conform de bijbehorende inrichtingsplannen.