CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

CDA Algemene beschouwingen CDA 2025

Raadsvergadering 10 juli 2025, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Eerste termijn Algemene Beschouwingen1.615 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Algemene beschouwingen, CDA 2025 Voorzitter, Ik wil deze algemene beschouwingen namens het CDA starten met een korte terugblik op het proces over de sluitende meerjarenbegroting van de afgelopen twee jaar. Daarna heb ik een punt van zorg over de groei van de stad en wat daarbij naar onze mening nodig is om meer rekening mee te houden. Vervolgens wil ik een kanttekening plaatsen bij de jaarrekening 2024 om ten slotte de visie van het CDA op de Kadernota 2026 te geven. Voorzitter, twee jaar zijn we bezig geweest met het proces m.b.t. een sluitende meerjaren begroting. Twee jaar! Waar in veel gemeenten al binnen een jaar voorstellen naar de raad kwamen, de urgentie volgens het Nieuwegeinse college hoog was, het CDA op meerdere momenten heeft aangedrongen tempo te maken, zijn we nu ruim 2 jaar verder en ligt er een Kadernota voor een sluitende meerjarenbegroting vanaf 2026. We vonden het proces rommelig, weinig daadkrachtig en de grote vraag blijft of de bezuinigingsmaatregelen überhaupt nodig zijn. Daar kom ik straks bij de jaarrekening nog op terug. Groeien naar een gezonde stad Voorzitter, het CDA heeft altijd de groei van de stad gesteund. Ook Nieuwegein moet bijdragen aan het oplossen van de grote behoefte aan passende en betaalbare woningen.

Daarbij hebben we samen met gemeenten in de regio een verantwoordelijkheid voor onze eigen inwoners, maar ook willen we bijdragen aan het huisvesten van aandachtsgroepen, waaronder statushouders. Uit de recente collegebrief over onze taakstelling weten we dat daarin de komende tijd nog een forse opgave ligt. Maar met groei neemt ook de druk op de stad en zijn voorzieningen toe. Het CDA heeft altijd benadrukt dat Nieuwegein een gezonde stad moet blijven om in te leven. Dat vraagt scherpe en soms ook moedige keuzes in hoe we de stad inrichten. Voor het CDA is daarbij maatgevend dat we het samenleven en sociale samenhang faciliteren. Niet voor niets hebben we hiervoor recent nog aandacht gevraagd in relatie tot de hoogbouw in City West en de Doorslagzone. Woningbouw is meer dan stenen stapelen. Het moet vooral ook het bouwen aan gemeenschappen zijn. De bouwkundige inrichting bijvoorbeeld kan als vanzelf uitnodigen tot ontmoeten, spelen en bewegen. Voor sterke en zorgzame gemeenschappen is de fysieke inrichting van buurten en wijken een belangrijke bouwsteen. Dit moet volgens het CDA nadrukkelijker een aandachtspunt zijn, omdat standaard rijtjes- en hoogbouw funest zijn voor de kansen om tot sterke en zorgzame gemeenschappen te komen. Dit mag volgens ons niet onder druk van het tekort aan woonruimte uit het oog worden verloren.

En dit zal voor ons de komende jaren dan ook een belangrijke randvoorwaarde zijn bij de verdere ontwikkeling van bijvoorbeeld de Galecopperzoom als onderdeel van Groot-Merwede. Jaarrekening 2024 Voorzitter, mijn tweede punt gaat over de jaarrekening 2024. Het CDA heeft al vele jaren in de algemene beschouwingen een punt gemaakt van de aanzienlijke overschotten die er jaarlijks na een begrotingsjaar resteren. En ja, daar zijn oorzaken voor aan te wijzen die voor een deel buiten de invloedsfeer van de gemeente liggen. Ook het CDA stoort zich aan de onvoorspelbaarheid waarmee het Rijk laat in een begrotingsjaar nog middelen naar de gemeenten schuift, waardoor je er beleidsmatig niet goed meer op kunt anticiperen. Maar als we kijken naar de enorme overschotten, blijft het onze mening dat we onze beleidsambities beter in balans moeten brengen met de krappe uitvoeringscapaciteit. We kunnen ons wat dat betreft goed vinden in de zin in de collegebrief van 1 juli waarin staat dat ‘een structureel sluitend meerjarenperspectief vraagt om

realistische ramingen en heldere keuzes’. Die realistische ramingen met een gezonde balans tussen ambities en uitvoeringscapaciteit zal niet voorkomen dat er aan het eind van een begrotingsjaar geld op de plank blijft liggen, maar we doen daarmee ons best om dat te beperken en de middelen daadwerkelijk zo goed mogelijk in te zetten voor het verbeteren van de stad. En nee, voorzitter, daarmee pleit het CDA er niet voor om te speculeren op mogelijke rekeningoverschotten in de toekomst. Ook wij realiseren ons dat resultaten uit het verleden geen garantie bieden. Maar als jaar in jaar uit er aanzienlijke bedragen overblijven op programma’s waarbij we moeten constateren dat de ambities gewoon te groot waren, dan moeten we onszelf eerlijk in de spiegel durven aankijken en hiervan willen leren. Het CDA ziet dit advies ook terug in de aanbevelingen van zowel de auditcommissie als ook van de accountant. Kortom: de gemeente Nieuwegein begroot zeer behoudend, is risicomijdend, we hevelen jaar in jaar uit miljoenen euro's over naar het volgende jaar omdat we een te ambitieus programma hebben, en dan kan het zelfs voorkomen dat we aan het eind van het jaar 17 miljoen overhouden (volgens de antwoorden uit onze technische vragen). We hebben het dan niet over de incidentele extra middelen die de gemeente van het Rijk krijgt.

Het CDA durft wel de weddenschap aan te gaan dat we aan het eind van dit jaar meer dan 5 miljoen euro overhouden. En dan? Dan hebben de Nieuwegeinse inwoners en organisaties de gevolgen moeten ondervinden van bezuinigingen die volstrekt overbodig waren. En dat kunnen we volgend jaar op de verkiezingsmarkt aan de inwoners gaan uitleggen. Is het college bereid de genoemde adviezen van de accountant en de auditcommissie meer mee te wegen bij het opstellen van de begroting voor 2026? Graag een toezegging van het college op dit punt. Kadernota 2026 Dan kom ik bij mijn derde punt over de Kadernota 2026, voorzitter. De bespreking hiervan op de Avond voor de Stad van 26 juni was voor ons onbevredigend. En dat kwam vooral door de voor ons onverwachte aftrap door wethouder Eggengoor over de impact van de meicirculaire op het financieel perspectief voor de komende jaren. En natuurlijk is het CDA blij dat dat perspectief voor 2026 en 2027 gunstiger lijkt te zijn dan eerder gedacht. Maar we hadden die informatie natuurlijk graag eerder gehad, zodat we een zinniger debat met elkaar hadden kunnen voeren die avond. Het CDA heeft kennisgenomen van de collegebrief van 1 juli over de nadere overwegingen.

En we kunnen over het algemeen instemmen met de aangepaste keuzes die het college daarin voorstelt om voor de komende twee jaar een sluitende begroting te hebben, zonder dat al te pijnlijke maatregelen genomen moeten worden. Het niet weer invoeren van de hondenbelasting, het niet sluiten van de dierenweides en het ontzien van speelvoorzieningen en de huurkosten voor sportparken: het zijn allemaal wijzigingen waar we blij mee zijn, omdat ze bijdragen aan een stad waarin sociale verbinding en gezond leven centraal staan. Toch zijn we nog niet helemaal tevreden. Want we lezen niets over de extra middelen voor de bibliotheek. Het CDA heeft duidelijk aangegeven dat we blij zijn met de wijze waarop de bibliotheek de basis vormt voor de nieuwe inrichting van het stadshuis en de samenhang met andere dienstverleners. Uit de media hebben we opgemaakt dat de bibliotheek dit jaar ook de extra Rijksbijdrage niet heeft ontvangen. Klopt dit, is mijn vraag aan het college. We hebben fors in deze aanpassing van het stadshuis geïnvesteerd. En die investeringen willen we ook de komende jaren laten renderen, wat inhoudt dat de bibliotheek in samenhang met de andere dienstverleners het goede werk kan blijven doen en waar nodig ook kan uitbreiden. Juist daarvoor zouden de extra middelen van de Rijksoverheid uitstekend kunnen

worden ingezet. Het College geeft aan dat de bibliotheek op een prima niveau zit. Dat maakt dat je misschien minder hoeft uit te breiden, maar het doel van het geld is juist om het bibliotheekaanbod extra te versterken of te verdiepen, bv. langere openingstijden, de programmering, het bestrijden van laaggeletterdheid maar ook digitalisering. Volgens de bibliotheek zijn deze middelen juist nodig voor het uitvoeren van de extra activiteiten die door het succes van de bibliotheek erbij zijn gekomen. Ook heeft de bibliotheek drie verdiepingen die bemenst moeten worden, waar dat voorheen maar één verdieping was. Naast de bibliotheek in het Stadshuis zijn er in Nieuwegein op meerdere buurtpleinen bibliotheekvoorzieningen aanwezig, waar inwoners eenvoudig boeken kunnen lenen en inleveren. Dat maakt de bibliotheekfunctie laagdrempelig en bereikbaar, ook in de wijken. Wat ons betreft kijken we bij de besteding van de extra Rijksmiddelen ook naar deze dienstverlening buiten het Stadshuis. De bibliotheek is geen luxe. Het is een basisvoorziening die Nieuwegeiners helpt mee te doen – op school, op het werk en in hun eigen buurt. We dienen daarom een amendement in om de extra landelijke middelen voor de bibliotheek ook voor dat doel te behouden. Verder blijven we zorgen houden over de wijzigingen in de huishoudelijke ondersteuning.

Fijn dat het college voorstelt om dit te temporiseren voor 2026 en 2027. Maar met een vergrijzende bevolking schatten we in dat de vraag naar dit soort ondersteuning de komende jaren aanzienlijk zal toenemen. Hoe zorgen we er dan voor dat de inwoners een beroep op deze huishoudelijke ondersteuning kunnen blijven doen voor de mate waarin zij dat nodig hebben? We weten immers dat niet iedereen gezegend is met een omvangrijk eigen netwerk dat kunnen bijspringen. Daarnaast willen we opmerken dat we als fractie belangrijk vinden dat er geen bezuinigingen plaatsvinden voor ondersteuning van vrijwilligers en mantelzorgers. In de bezuinigingsmaatregelen staat opgenomen dat welzijns- en vrijwilligerssubsidies ook gekort gaan worden. In het overzicht van maart is het opgenomen als pm post; kennelijk is na 4 maanden nog niet duidelijk wat deze maatregel op gaat leveren. Het CDA ziet vrijwilligers als het cement van de samenleving en we deze mensen hard nodig hebben. Het blijft steeds lastiger om vrijwilligers te vinden dus goede ondersteuning is en blijft belangrijk. Wij zullen hier bij de begroting op terugkomen. Hopelijk kan het college dan meer duidelijkheid geven. Graag een toezegging. Tot zover onze algemene beschouwingen, voorzitter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=ee99531e-4e41-4291-8152-7b7279e113cb