CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-350 Bijlage 3 Reactie ASD op Beleidskader Bestaanszekerheid 2026-2030

Raadsvergadering 22 januari 2026, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Beleidskader Bestaanszekerheid Nieuwegein 2026-20301.048 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025-350 Bijlage 3

Adviesraad Sociaal Domein Nieuwegein Betreft: reactie op Beleidskader Bestaanszekerheid Nieuwegein 2026-2030 Datum: 1 september 2025 Contact: h.bakker@nieuwegein.nl

Aan de opstellers van het concept-Beleidskader Bestaanszekerheid Nieuwegein, Beste Sarah Lekili, Onlangs ontving de Adviesraad Sociaal Domein het concept-Beleidskader Bestaanszekerheid Nieuwegein 2026-2030. De ASD kan zich vinden in de opzet en de uitgangspunten van het Beleidskader Bestaanszekerheid. Dat het beleidskader zou zijn opgesteld mede met de input van de ASD gaat ons echter iets te ver. We stellen het wel op prijs in de gelegenheid te zijn gesteld tijdens de samenstelling mee te denken. De uitgangspunten van het beleid zijn helder benoemd en de ASD staat hier positief tegenover, zeker waar het gaat om gelijkwaardigheid en inclusie (gelijke kansen voor iedereen) en de integrale benadering, die inhoudt: een structurele samenwerking van alle instanties ten behoeve van een goede ondersteuning van de inwoner. Uiteindelijk staat of valt het beleid met de vraag of er geld voor is. Dat blijft voor de ASD een belangrijke vraag in de komende periode. Het is jammer dat het beleidskader enerzijds erkent dat bestaanszekerheid begint met een dak boven je hoofd, maar dat er dan toch voor wordt gekozen het domein van Wonen en het Ruimtelijk Domein, vanwege de complexiteit van het vraagstuk, buiten de reikwijdte van het stuk te laten.

Dit achten wij in strijd met het uitgangspunt van een integrale benadering waarbij zorg en wonen onlosmakelijk verbonden zijn aan het thema bestaanszekerheid. Juist de zogeheten “multiproblematiek”, een stapeling van problemen, maakt een samenhangend beleid op bestaanszekerheid noodzakelijk. De goede voornemens hebben we in eerdere beleidsvoornemens ook gezien; om nu echt het verschil te maken is het wat ons betreft wenselijk te (h)erkennen wat we daarvan geleerd hebben. In de uitwerking vragen we daarom een concrete uitwerking met een aanpak die specifiek is afgestemd op de situatie in onze stad, niet slechts op een afgeleide van landelijke ontwikkelingen. Wij staan op zich achter de benoemde pijlers van beleid (te weten: het bieden van financiële bestaanszekerheid, preventie en aanpak van schulden, meedoen via werk, participatie en daginvulling, en inburgering en sociale integratie), maar zonder de uitvoeringsplannen te kennen, is het moeilijk om aan te geven of de gemeente hiermee daadwerkelijk bijdraagt aan het bestrijden van armoede. Welke maatregelen werken wel en welke niet? Waar en hoe kan de gemeente sturen op de uitvoering, hetzij door

de gemeente zelf, hetzij door partners? Op basis van welke informatie en signalen? Het aantal inwoners dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering is in Nieuwegein relatief groot. Het lijkt ons zinvol zo precies mogelijk in kaart te brengen welke doelgroepen het hier betreft om hier gericht op te kunnen sturen. Denk aan de deelname van (specifieke groepen) vrouwen op de arbeidsmarkt of inwoners met taalachterstanden. Maar ook de “werkende armen” en gepensioneerden die vaak wel een eigen huis hebben, komen met hun inkomen vaak niet rond. In de uitwerking van het beleid kan dan beter rekening worden gehouden met (culturele) achtergronden en opleidingsniveaus en kunnen de doelgroepen benaderd worden op een manier die voor hen het beste werkt (via de post, digitaal, in directe gesprekken of anderszins). Voor het uitvoeringsplan pleiten wij voor meetbare en controlerbare (‘SMART’) doelstellingen. Verder zijn er ons inziens op dit moment nog te veel open einden voor wat betreft de financiën; zonder geld blijft onzeker of de doelstellingen van het beleid ook waargemaakt kunnen worden. Voorkomen moet worden dat de (beperkte) financiële middelen sturend worden voor de aanpak. Bijvoorbeeld wanneer collectieve voorzieningen worden verkozen boven een (meer passende) individuele voorziening, puur om geld te besparen.

Ook doet de gemeente er goed aan om de bestaande wet- en regelgeving ter discussie te stellen waar deze belemmerend is voor het bereiken van de gewenste doelen. In de ondertitel van het beleid worden “perspectief en veerkracht” aangehaald, maar voor het overwinnen van tegenslagen mogen uitkeringsgerechtigden op dit moment slechts een klein spaarbedrag aanhouden (maximaal ca. 7000 euro), minder dan bijvoorbeeld het Nibud noodzakelijk acht. In algemene zin is de overheid niet altijd in staat om mensen die in armoede leven financiële rust te bieden, mee te laten doen op de arbeidsmarkt of in staat te stellen zelf regie te voeren of een perspectief te bieden voor de lange termijn. Dit kan inwoners remmen in hun ontwikkeling of beklemmen in algemene zin, wat het wantrouwen jegens de overheid kan versterken. Welke rol is te verwachten van het Rijk? Bijvoorbeeld in de bijdrage die geleverd wordt aan gewenste investeringen of voorzieningen (zoals voor statushouders)? Ook dit maakt ons inziens onderdeel uit van het integraal werken. Naast de beschikbaarheid van geld, is de beschikbaarheid van personeel een belangrijke factor in het succes van het bereiken van de doelstellingen van het beleid. Hier hanteert de gemeente het principe “wat de ander beter kan, laten we los”.

Maar is het altijd verstandig om als overheid zaken over te laten aan andere partijen? En hoe verhoudt dit zich tot bijvoorbeeld tot het juist naar zich toetrekken van taken door Geynwijs in de ondersteuning en begeleiding van inwoners? Hoe dan ook zal een investering in personeel noodzakelijk zijn, zowel in aantallen als in kwaliteit, zoals het bieden van her- en bijscholing om de noodzakelijke ondersteuning te kunnen geven. Daar waar het Beleidskader aangeeft dat de inzet van ervaringsdeskundigen en vrijwilligers aansluit op de kans om naar vermogen mee te doen, is het voor de ASD onduidelijk hoe dit concreet handen en voeten krijgt. Bijzondere aandacht in de uitwerking vragen we voor de inzet van de Stadspas. Ook hier gaat het om meer dan cijfers alleen. Wij zijn voor een goede monitoring, waarmee

de gemeente in beeld brengt hoe de Stadspas op een effectieve manier kan worden ingezet. Nu komt het bijvoorbeeld voor dat statushouders die alsnog landelijk worden afgewezen ook direct het recht op Stadspas (en de huurtoeslag) verliezen. Tegelijk zien we meer mogelijkheden voor het gebruik van de Stadspas als ook kleine ondernemers in het plaatselijke MKB hierin worden meegenomen. In het kort zeggen wij: de keuzes die gemaakt worden in dit beleidskader, met een op preventie gerichte aanpak, zijn goed. Dit beleid kan zorgen voor een goede basis voor structurele verbeteringen. Nu de uitwerking nog, waarbij we onze zorgen en aandachtspunten punten zoals hiervoor beschreven meegeven.

Werkgroep Participatie, Werk en Inkomen, ASD Nieuwegein

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=7303d5ac-f5c0-4ef7-a004-4145e60aee1c