CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-287 Bijlage 5 Was-wordt beleidsregels wmo jeugdhulp

Raadsvergadering 27 november 2025, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Bijdrage voor algemene voorziening was- en strijkservice en aanpassing Wmo Jeugdhulpverordening gemeente Nieuwegein 20209.406 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

2025-287 Bijlage 5

Was- wordt document Beleidsregels Wmo en Jeugdhulpgemeente Nieuwegein 2020 Datum: 14 oktober 2025 Tekst per artikel huidige verordening 2015

Nieuwe verordening 2026

WAS

WORDT

Hoofdstuk 2 Procedure regels

Hoofdstuk 2 Procedure regels

Artikel 2.2.5 Kortdurende en langdurige

Artikel 2.2.5 Kortdurende en langdurige

ondersteuningsbehoefte

ondersteuningsbehoefte

Wanneer er geen sprake is van een spoedsituatie, verkent het college

Wanneer er geen sprake is van een spoedsituatie, verkent het college

tijdens het onderzoek of de ondersteuningsbehoefte kortdurend of

tijdens het onderzoek of de ondersteuningsbehoefte kortdurend of

langdurig is. De volgende invulling van deze begrippen wordt

langdurig is. De volgende invulling van deze begrippen wordt

gehanteerd.

gehanteerd.

1. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het probleem

1. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het probleem

waarvoor ondersteuning gewenst is ten aanzien van de

waarvoor ondersteuning gewenst is ten aanzien van de

zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en/of het

zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en/of het

gezond en veilig opgroeien van een jeugdige of groeien naar

gezond en veilig opgroeien van een jeugdige of groeien naar

zelfstandigheid. Het gaat hierbij om een periode van maximaal

zelfstandigheid. Het gaat hierbij om een periode van maximaal

drie maanden en voor hulpmiddelen Wmo om een periode van

drie maanden en voor hulpmiddelen Wmo om een periode van

maximaal zes maanden.

maximaal zes maanden.

2. Langdurig: het gaat om situaties waarbij naar verwachting de

2. Langdurig: het gaat om situaties waarbij naar verwachting de

ondersteuning langer dan drie maanden en voor hulpmiddelen

ondersteuning langer dan drie maanden en voor hulpmiddelen

Wmo zes maanden nodig zal zijn en mogelijk chronisch is. Dat

Wmo zes maanden nodig zal zijn en mogelijk chronisch is. Dat

het een langdurige zorgsituatie betreft kan al vanaf het begin

het een langdurige zorgsituatie betreft kan al vanaf het begin

duidelijk zijn. Er wordt dan niet eerst drie (voor hulpmiddelen

duidelijk zijn. Er wordt dan niet eerst drie (voor hulpmiddelen

zes) maanden ‘gewacht’ voordat het college een

zes) maanden ‘gewacht’ voordat het college een

maatwerkvoorziening Wmo of Jeugdhulp inzet.

maatwerkvoorziening Wmo of Jeugdhulp inzet.

Voor kortdurende zorgsituaties wordt een beroep gedaan op de eigen

Voor kortdurende zorgsituaties wordt een beroep gedaan op de eigen

kracht, gebruikelijke hulp, hulp van personen uit het sociaal netwerk

kracht, (boven)gebruikelijke hulp, hulp van personen uit het sociaal

en/of algemeen gebruikelijke, algemene of andere voorzieningen.

netwerk en/of algemeen gebruikelijke, algemene of andere

Daarom kan in principe alleen voor langdurige

voorzieningen. Daarom kan in principe alleen voor langdurige

2025-287 Bijlage 5

ondersteuningsbehoeften een maatwerkvoorziening Wmo of Jeugdhulp

ondersteuningsbehoeften een maatwerkvoorziening Wmo of Jeugdhulp

worden ingezet.

worden ingezet.

Een maatwerkvoorziening kan ook voor een korte of lange(re) periode

Een maatwerkvoorziening kan ook voor een korte of lange(re) periode

worden ingezet. Kort bijvoorbeeld in de vorm van respijtzorg om een

worden ingezet. Kort bijvoorbeeld in de vorm van respijtzorg om een

ouder of mantelzorger even te ontlasten om de zorg duurzaam te

ouder of mantelzorger even te ontlasten om de zorg duurzaam te

kunnen blijven bieden. Lang wanneer bijvoorbeeld een inwoner

kunnen blijven bieden. Lang wanneer bijvoorbeeld een inwoner

permanent aangewezen is op een rolstoel om zich te kunnen

permanent aangewezen is op een rolstoel om zich te kunnen

verplaatsen. De termen ‘kort’ en ‘lang’ worden voor de duur van de

verplaatsen. De termen ‘kort’ en ‘lang’ worden voor de duur van de

inzet van een maatwerkvoorziening niet nader gedefinieerd, omdat dit

inzet van een maatwerkvoorziening niet nader gedefinieerd, omdat dit

per situatie kan verschillen.

per situatie kan verschillen.

Hoofdstuk 3 Het afwegingskader

Hoofdstuk 3 Het afwegingskader

Artikel 3.1 Eigen kracht

Artikel 3.1 Eigen kracht

In de kern gaat eigen kracht over de mogelijkheden van de inwoner en

In de kern gaat eigen kracht over de mogelijkheden van de inwoner en

zijn omgeving om zelf in een oplossing voor zijn ondersteuningsvraag

zijn omgeving om zelf in een oplossing voor zijn ondersteuningsvraag

te voorzien; wat kan een inwoner zelf nog doen en/of organiseren om

te voorzien; wat kan een inwoner zelf nog doen en/of organiseren om

in de gegeven situatie de zelfredzaamheid en participatie op peil te

in de gegeven situatie de zelfredzaamheid en participatie op peil te

houden of te bevorderen of te zorgen voor het veilig en gezond

houden of te bevorderen of te zorgen voor het veilig en gezond

opgroeien en groeien naar zelfstandigheid. Het gaat hierbij om fysieke,

opgroeien en groeien naar zelfstandigheid. Het gaat hierbij om fysieke,

verstandelijke maar ook financiële mogelijkheden. De Wmo en de

verstandelijke maar ook financiële mogelijkheden. De Wmo en de

Jeugdwet staan het niet toe dat slechts op basis van inkomen

Jeugdwet staan het niet toe dat slechts op basis van inkomen

ondersteuning wordt verleend of geweigerd. Tegelijkertijd biedt het

ondersteuning wordt verleend of geweigerd. Tegelijkertijd biedt het

beschikken over financiële middelen de mogelijkheid in eigen

beschikken over financiële middelen de mogelijkheid in eigen

oplossingen te voorzien. Het college mag hierop een beroep doen in

oplossingen te voorzien. Het college mag hierop een beroep doen in

het gesprek met de inwoner, maar het mag geen reden zijn om

het gesprek met de inwoner, maar het mag geen reden zijn om

passende ondersteuning te weigeren.

passende ondersteuning te weigeren.

De eigen kracht is geen statische situatie, maar afhankelijk van de

De eigen kracht is geen statische situatie, maar afhankelijk van de

leerbaarheid en veerkracht van de inwoner. Versterking/inzet van eigen

leerbaarheid en veerkracht van de inwoner. Versterking/inzet van eigen

kracht kan ook door nadruk te leggen op het aanpassen van de

kracht kan ook door nadruk te leggen op het aanpassen van de

omstandigheden, of door dingen anders te doen dan men altijd

omstandigheden, of door dingen anders te doen dan men altijd

2025-287 Bijlage 5

gewend is geweest als dat leidt tot vermindering van de ondervonden

gewend is geweest als dat leidt tot vermindering van de ondervonden

belemmering.

belemmering.

Bij jeugdhulp betekent eigen kracht dat ouders op de eerste plaats zelf

Bij jeugdhulp betekent eigen kracht dat ouders op de eerste plaats zelf

verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van hun

verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van hun

kinderen. Hebben zij zelf mogelijkheden om de problemen het hoofd te

kinderen. Kunnen zij zelf een oplossing vinden binnen hun eigen

bieden, dan is de inzet van een (maatwerk)voorziening op grond van

mogelijkheden of probleemoplossend vermogen dan is de inzet van

de Jeugdwet niet nodig. Het aanspreken van een aanvullende

een (maatwerk)voorziening op grond van de Jeugdwet niet nodig.

verzekering is een voorbeeld van eigen kracht. Uit jurisprudentie van

Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat ook bovengebruikelijke

1. gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of

hulp in beginsel van ouders mag worden verwacht. In hoofdstuk 6 wordt hier nader op ingegaan.

opvoeders 2. bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen

Voorbeelden van het benutten van eigen kracht:

•

(dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de

Een inwoner die door het doen van (vrijwilligers)werk zijn

bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin

sociaal netwerk uitbreidt en maatschappelijke participatie

•

ontstaan

versterkt.

3. de ondersteuning vanuit het sociale netwerk

Een inwoner die de bezorgservice van een supermarkt gebruikt

4. het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is

voor zijn boodschappen zodat er geen zware boodschappen

afgesloten

hoeven te worden getild.

•

Een inwoner die zijn huidige woning herinricht of verhuist naar een meer geschikte woning zodat deze beter passend wordt

Voorbeelden van het benutten van eigen kracht:

•

gezien zijn beperking(en).

•

sociaal netwerk uitbreidt en maatschappelijke participatie

Een ouder van een kind met een autismestoornis die zich aanmeldt bij een oline-praatgroep voor hulp en ondersteuning

versterkt.

•

van andere ouders van kinderen met autisme.

•

hoeven te worden getild.

•

gespecialiseerde opvang niet nodig.

•

Een inwoner die zijn huidige woning herinricht of verhuist naar een meer geschikte woning zodat deze beter passend wordt

Een volwassen zus/broer is nog thuis om samen met haar broer met beperkingen te wachten op het leerlingenvervoer

Een inwoner die de bezorgservice van een supermarkt gebruikt voor zijn boodschappen zodat er geen zware boodschappen

Een ouder die een baan aanneemt met flexibele uren zodat ze thuis is als haar zoon met de taxi wordt gebracht; daardoor is

Een inwoner die door het doen van (vrijwilligers)werk zijn

gezien zijn beperking(en).

•

Een ouder van een kind met een autismestoornis die zich aanmeldt bij een online-praatgroep van andere ouders van

2025-287 Bijlage 5

•

terwijl ouders al naar hun werk zijn; daardoor is

kinderen met autisme om zijn zorgen over de opvoeding aan

gespecialiseerde oppas niet nodig.

zijn kind te delen; daardoor is gespecialiseerde

Een jongen met een autismestoornis gaat 1 avond in de week bij oma logeren zodat zijn ouders die avond onverdeeld

opvoedondersteuning niet nodig.

•

aandacht kunnen geven hun andere kind; hierdoor is

Een ouder die een baan aanneemt met flexibele uren zodat ze thuis is als haar zoon met de taxi wordt gebracht; daardoor is

gespecialiseerde logeeropvang niet nodig.

gespecialiseerde opvang niet nodig.

•

Een volwassen zus/broer is nog thuis om samen met haar broer met beperkingen te wachten op het leerlingenvervoer terwijl ouders al naar hun werk zijn; daardoor is gespecialiseerde oppas niet nodig.

•

Een jongen met een autismestoornis gaat 1 avond in de week bij oma logeren zodat zijn ouders die avond onverdeeld aandacht kunnen geven hun andere kind; hierdoor is gespecialiseerde logeeropvang niet nodig.

Artikel 3.2 Gebruikelijke hulp

Artikel 3.2 Gebruikelijke hulp

Gebruikelijke hulp is de hulp die huisgenoten (zoals bijvoorbeeld een partner, ouders, inwonende volwassen kinderen) op grond van

Gebruikelijke hulp is de hulp die huisgenoten (zoals bijvoorbeeld een

algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid geacht worden elkaar

partner, ouders, inwonende volwassen kinderen) op grond van

te bieden, omdat ze als leefeenheid gezamenlijk een woning bewonen

algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid geacht worden elkaar

en op grond daarvan een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben

te bieden, omdat ze als leefeenheid gezamenlijk een woning bewonen

voor elkaar en het functioneren van het huishouden. Voor welk deel

en op grond daarvan een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben

van de ondersteuningsvraag gebruikelijke hulp als (deel)oplossing kan

voor elkaar en het functioneren van het huishouden. Voor jeugdigen

worden aangemerkt, wordt bepaald door:

geldt dit ook bij ouders die uit elkaar zijn. Er wordt dan ook verwacht

• • •

Wat naar algemene aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag

dat de gebruikelijke hulp geboden wordt door de ouder waar de

worden verwacht van een huisgenoot.

jeugdige niet woont. Voor welk deel van de ondersteuningsvraag

De intensiteit van de ondersteuningsbehoefte.

gebruikelijke hulp als (deel)oplossing kan worden aangemerkt, wordt

De verwachte duur van de ondersteuningsbehoefte (zie ook

bepaald door:

paragraaf 2.2.5).

•

Wat naar algemene aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van een huisgenoot.

•

De intensiteit van de ondersteuningsbehoefte.

2025-287 Bijlage 5

•

De veerkracht, de belastbaarheid, deskundigheid en de leeftijd

•

van de huisgenoot in relatie tot de aard, de intensiteit en verwachte duur van de ondersteuningsbehoefte.

De verwachte duur van de ondersteuningsbehoefte (zie ook paragraaf 2.2.5).

•

De veerkracht, de belastbaarheid, deskundigheid en de leeftijd van de huisgenoot in relatie tot de aard, de intensiteit en

Het principe van gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter.

verwachte duur van de ondersteuningsbehoefte.

Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, studie of werk. Zo zijn de wijze van

Het principe van gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter.

inkomensverwerving, drukke werkzaamheden, lange werkweken of

Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie,

persoonlijke opvattingen over het bieden van de benodigde

cultuur, gezinssamenstelling, studie of werk. Zo zijn de wijze van

ondersteuning (bv. het niet gewend zijn of geen ondersteuning willen

inkomensverwerving, drukke werkzaamheden, lange werkweken of

verrichten) bijvoorbeeld geen redenen dat een huisgenoot geen

persoonlijke opvattingen over het bieden van de benodigde

gebruikelijke hulp kan verlenen. In onze samenleving wordt het

ondersteuning (bv. het niet gewend zijn of geen ondersteuning willen

normaal geacht dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of

verrichten) bijvoorbeeld geen redenen dat een huisgenoot geen

andere huisgenoten voor elkaar zorgen en een rol vervullen in het

gebruikelijke hulp kan verlenen. In onze samenleving wordt het

huishouden, zeker daar waar er sprake is van een huisgenoot met een

normaal geacht dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of

beperking.

andere huisgenoten voor elkaar zorgen en een rol vervullen in het huishouden, zeker daar waar er sprake is van een huisgenoot met een

Hulp die in omvang en intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel

beperking.

overstijgt, wordt aangemerkt als bovengebruikelijke hulp. Als deze bovengebruikelijke hulp geboden wordt door een huisgenoot, wordt dit

Hulp die in omvang en intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel

ook als mantelzorg gezien (zie ook paragraaf 3.4.1). Maatstaven die

overstijgt, wordt aangemerkt als bovengebruikelijke hulp. Als deze

worden gehanteerd om te bepalen wat de bovengebruikelijke hulp is,

bovengebruikelijke hulp geboden wordt door een huisgenoot, wordt dit

worden in hoofdstuk 5 en 6 nader beschreven. Alleen wanneer er

ook als mantelzorg gezien (zie ook paragraaf 3.4.1). Maatstaven die

sprake is van bovengebruikelijke hulp en/of de gebruikelijke hulp niet

worden gehanteerd om te bepalen wat de bovengebruikelijke hulp is,

geboden kan worden in verband met beperkte

worden in hoofdstuk 5 en 6 nader beschreven. Alleen wanneer er

veerkracht/overbelasting of onvoldoende deskundigheid van de

sprake is van bovengebruikelijke hulp en/of de gebruikelijke hulp niet

huisgenoot, kan een maatwerkvoorziening Wmo en/of Jeugdhulp

geboden kan worden in verband met beperkte

worden ingezet. Mits hiervoor geen beroep kan worden gedaan op de

veerkracht/overbelasting of onvoldoende deskundigheid van de

eigen kracht van de inwoner, hulp van personen uit het sociaal

huisgenoot, kan een maatwerkvoorziening Wmo worden ingezet. Mits

netwerk, algemeen gebruikelijke, andere of algemene voorzieningen.

hiervoor geen beroep kan worden gedaan op de eigen kracht van de inwoner, hulp van personen uit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere of algemene voorzieningen.

2025-287 Bijlage 5

Voor de Jeugdwet geldt dat alleen een maatwerkvoorziening jeugdhulp kan worden ingezet wanneer ouders de (boven)gebruikelijke hulp niet kunnen bieden vanwege beperkte veerkracht/overbelasting of onvoldoende deskundigheid. Mits hiervoor geen beroep kan worden gedaan op hulp van personen uit het sociaal netwerk, algemene of andere voorzieningen.

Artikel 3.5.2 Afbakening Zvw

Artikel 3.5.2 Afbakening Zvw

De Zorgverzekeringswet (Zvw) regelt het recht op geneeskundig zorg

De Zorgverzekeringswet (Zvw) regelt het recht op geneeskundig zorg

of een hoog risico daarop. Dit recht geldt voor verzekerden van alle

of een hoog risico daarop. Dit recht geldt voor verzekerden van alle

leeftijden. De geneeskundige zorg is vastgelegd in het basispakket.

leeftijden. De geneeskundige zorg is vastgelegd in het basispakket.

Met ‘hoog risico daarop’ wordt bedoeld dat geneeskundige zorg op

Met ‘hoog risico daarop’ wordt bedoeld dat geneeskundige zorg op

grond van de Zvw ook verleend kan worden aan verzekerden bij wie

grond van de Zvw ook verleend kan worden aan verzekerden bij wie

nog geen sprake is van een ziekte, aandoening of beperking maar wel

nog geen sprake is van een ziekte, aandoening of beperking maar wel

een ‘hoog risico’ hierop hebben. Bijvoorbeeld ouderen, mensen met

een ‘hoog risico’ hierop hebben. Bijvoorbeeld ouderen, mensen met

een lichamelijke aandoening of mensen die snel kunnen verslechteren.

een lichamelijke aandoening of mensen die snel kunnen verslechteren.

Voorbeelden van zorg die voor verzekerden van alle leeftijden vallen

Voorbeelden van zorg die voor verzekerden van alle leeftijden vallen

onder de Zvw zijn verpleging, paramedische zorg (fysio-, oefen- en

onder de Zvw zijn verpleging, paramedische zorg (fysio-, oefen- en

ergotherapie, logopedie en diëtiek) en zintuiglijke gehandicaptenzorg.

ergotherapie, logopedie en diëtiek) en zintuiglijke gehandicaptenzorg.

Dit laatste, is zorg gericht op het psychisch leren omgaan met de

Dit laatste, is zorg gericht op het psychisch leren omgaan met de

handicap en interventies die de beperking opheffen/ compenseren ter

handicap en interventies die de beperking opheffen/ compenseren ter

vergroting van de zelfredzaamheid.

vergroting van de zelfredzaamheid.

Zintuiglijke gehandicaptenzorg omvat ook de ‘mede’ behandeling van

Zintuiglijke gehandicaptenzorg omvat ook de ‘mede’ behandeling van

ouders/ verzorgenden, kinderen en volwassenen, rondom de persoon

ouders/ verzorgenden, kinderen en volwassenen, rondom de persoon

met een zintuiglijke beperking die vaardigheden aanleren in het belang

met een zintuiglijke beperking die vaardigheden aanleren in het belang

van de persoon met de beperking. Ter bevordering van de

van de persoon met de beperking. Ter bevordering van de

maatschappelijke participatie van de inwoner kan aanvullend op de

maatschappelijke participatie van de inwoner kan aanvullend op de

zintuiglijke gehandicaptenzorg vanuit de Zvw begeleiding vanuit de

zintuiglijke gehandicaptenzorg vanuit de Zvw begeleiding vanuit de

Wmo/Jeugdwet worden ingezet.

Wmo/Jeugdwet worden ingezet.

Afbakening Wmo-Zvw

Afbakening Wmo-Zvw

2025-287 Bijlage 5

Naast de hierboven beschreven geneeskundige zorg kunnen

Naast de hierboven beschreven geneeskundige zorg kunnen

hulpmiddelen die een lichaamsfunctie vervangen (hoor-apparaat,

hulpmiddelen die een lichaamsfunctie vervangen (hoor-apparaat,

taststok, ADL3-hond) en allerlei medische appraten zoals antidecubitus

taststok, ADL3-hond) en allerlei medische appraten zoals antidecubitus

matrassen of ligorthesen vanuit de Zvw worden geboden. Sommige

matrassen of ligorthesen vanuit de Zvw worden geboden. Sommige

hulpmiddelen kunnen zowel vanuit de Zvw worden verstrekt als vanuit

hulpmiddelen kunnen zowel vanuit de Zvw worden verstrekt als vanuit

de Wmo. Bij een kortdurende ondersteuningsbehoefte is de Zvw aan

de Wmo. Bij een kortdurende ondersteuningsbehoefte is de Zvw aan

zet, bij een langdurige ondersteuningsbehoefte de Wmo (zie paragraaf

zet, bij een langdurige ondersteuningsbehoefte de Wmo (zie paragraaf

2.2.5). Wanneer een inwoner voor zijn ondersteuningsvraag aanspraak

2.2.5). Wanneer een inwoner voor zijn ondersteuningsvraag aanspraak

kan maken op een andere voorziening (zorg/ondersteuning Zvw) kan

kan maken op een andere voorziening (zorg/ondersteuning Zvw) kan

het college een maatwerkvoorziening Wmo weigeren omdat de inwoner

het college een maatwerkvoorziening Wmo weigeren omdat de inwoner

op eigen kracht zijn ondersteuningsvraag met de andere voorziening

op eigen kracht zijn ondersteuningsvraag met de andere voorziening

kan oplossen. Het kan ook voorkomen dat een combinatie van

kan oplossen. Het kan ook voorkomen dat een combinatie van

voorzieningen nodig is. In die situaties is afstemming van de

voorzieningen nodig is. In die situaties is afstemming van de

maatwerkvoorziening Wmo op de andere voorziening noodzakelijk.

maatwerkvoorziening Wmo op de andere voorziening noodzakelijk.

Afbakening Jeugdwet-Zvw

Afbakening Jeugdwet-Zvw

Als een jeugdige voor een ondersteuningsvraag recht op zorg vanuit de

Als een jeugdige voor een ondersteuningsvraag in aanmerking komt

Zvw heeft, wordt geen maatwerkvoorziening op grond van de

voor zorg vanuit de Zvw, wordt geen maatwerkvoorziening op grond

Jeugdwet toegekend. Behalve als er meerdere oorzaken ten grondslag

van de Jeugdwet toegekend. Als de jeugdige en/of de ouders een

liggen aan de problemen van de jeugdige. In dat geval gaat de

aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels)

maatwerkvoorziening op grond van de Jeugdwet voor. Hiervoor geldt

vergoedt, wordt van ouders of de jeugdige verwacht dat zij deze

tevens de plicht tot afstemming.

aanspreken. Het college verstrekt dan geen maatwerkvoorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed. Hiervoor geldt tevens de plicht tot afstemming.

Artikel 3.6

”Denk bijvoorbeeld aan ....eenzaamheid “

Artikel 3.6 Algemene voorziening “Een voorbeeld van een algemene voorziening is de was- en strijkservice”. Artikel 3.6.1 Afwegingskader Was en Strijkservice

Alle inwoners kunnen gebruik maken van de algemene voorziening wasen strijkservice tegen het reguliere tarief. Inwoners met een Wmo indicatie huishoudelijke ondersteuning kunnen gebruik maken van de

2025-287 Bijlage 5

was- en strijkservice tegen een gereduceerd tarief. Voor inwoner met een stadspas is er een korting op het gereduceerde tarief. Inwoners die gebruik maken van Wederkeer tegen een gereduceerd tarief (evt. met korting) kunnen maximaal 1 waszak van in totaal 10 kilo per week laten wassen (voor 2 wasmachines was). In uitzonderingsgevallen kan hiervan worden afgeweken. De hoogte van de bijdrage is vastgelegd in de Wmo jeugdhulpverordening gemeente Nieuwegein 2020. De gereduceerde kosten voor een waszak zijn lager dan de kosten voor thuis wassen, zoals door het Nibud berekend. De kosten voor thuis wassen bestaan onder andere uit kosten voor water, elektra, wasmiddel en afschrijving van de machine. De algemene voorziening was- en strijkservice kan mogelijk niet geschikt zijn voor alle inwoners. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie wanneer er méér was is dan gebruikelijk als gevolg van ernstige incontinentie, of in de situatie wanneer iemand chemotherapie heeft of wanneer er sprake is van besmet wasgoed. Het wassen kan dan alsnog onder de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning vallen. Dit wordt individueel beoordeeld door het sociaal wijkteam. Hoofdstuk 5 Maatwerkvoorzieningen Wmo

Hoofdstuk 5 Maatwerkvoorzieningen Wmo

Artikel 5.1.2 Normenkader

Artikel 5.1.2 Normenkader

2. Wasverzorging Ondersteuning ten behoeve van dit resultaat wordt geboden als een inwoner een belemmering heeft bij het op orde en schoon houden van het linnen en/of beddengoed en kleding. In geval van deels overnemen van de was, dus de inwoner kan deeltaken zelf, kan voor de overige taken wasverzorging afgegeven worden. Ook in situaties wanneer inwoner een allergie heeft of de zakken niet kan vullen/scheiden. Verwacht mag worden dat de inwoner beschikt over een wasmachine, dit behoort tot de verantwoordelijkheid van de inwoner. Uiteraard wordt ook hierbij eerst gekeken wat er op eigen kracht (denk aan

2. Wasverzorging

Van de inwoner verwachten we dat hij voor het verzorgen van de was zoveel mogelijk gebruik maakt van voorliggende voorzieningen, zoals de was- en strijkservice (Wederkeer). Indien dit echt niet mogelijk is, kan het resultaat wasverzorging worden geïndiceerd. Voorbeelden van deze uitzonderingssituaties zijn dat een inwoner (tijdelijk) chemotherapie heeft, waarbij de was separaat gewassen moet worden of bij zeer ernstige (fecale) incontinentie waarbij er dusdanig veel wasgoed is dat de was- en strijkservice niet geschikt is. Het gaat hierbij om het wassen, drogen en strijken van bovenkleding en/of, indien noodzakelijk, om het

2025-287 Bijlage 5

eigen keuze voor strijkvrije kleding of zittend strijken indien staan een probleem vormt) of met hulp van personen uit het sociaal netwerk kan worden opgelost. Wanneer de was overgenomen dient te worden wordt in eerste instantie verwezen naar de Was- en strijkservice. In dit geval krijgt de inwoner een was-voucher waarmee er maximaal 2 zakken van 5kg door deze service bij de inwoner thuis worden opgehaald en weer teruggebracht.

wassen en drogen van bed- en linnengoed. Het doel van dit resultaat is dat de inwoners beschikt over schone kleding en schoon bedden en linnengoed. Het gaat hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. De verzorging van de was, zoals bedoeld binnen dit resultaatgebied, omvat het behandelen van vlekken, het wassen, het drogen en vouwen van de was en het terugleggen van kleding en beddengoed in de kast. De uiteindelijke invulling hiervan is aan de inwoner in overleg met de aanbieder. Verwacht mag worden dat de inwoner beschikt over een wasmachine en zoveel mogelijk strijkvrije kleding. Het voorkomen van extra was kan bijvoorbeeld door incontinentiemateriaal of antiallergieproducten te gebruiken. Ook de aanschaf van een droger of het kopen van kleding die niet gestreken hoeft te worden kan bijdragen aan het voorkomen van extra waswerkzaamheden. Bedden- en linnengoed wordt in principe niet gestreken. Ondersteuning ten behoeve van dit resultaat wordt geboden als een inwoner een belemmering heeft bij het op orde en schoonhouden van het linnen en/of beddengoed en kleding. Verwacht mag worden dat de inwoner beschikt over een wasmachine, dit behoort tot de verantwoordelijkheid van de inwoner.

Uiteraard wordt ook hierbij eerst gekeken wat er op eigen kracht of met hulp van personen uit het sociaal netwerk kan worden opgelost (denk aan eigen keuze voor strijkvrije kleding of zittend strijken als staan een probleem vormt). Wanneer de was overgenomen dient te worden, wordt in de eerste instantie verwezen naar de was- en strijkservice.

Hoofdstuk 6 Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp

Hoofdstuk 4 Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp

Dit hoofdstuk gaat over (het beoordelen van een aanvraag voor een of

Dit hoofdstuk gaat over (het beoordelen van een aanvraag voor een of

meerdere) maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp. Het hoofdstuk bevat

meerdere) maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp. Het hoofdstuk bevat

beleidsregels over de toepassing van het begrip ‘gebruikelijke hulp’ bij

beleidsregels over de toepassing van het begrip ‘gebruikelijke hulp’ bij

Met opmerkingen [SK1]: wordt H6, H4?

2025-287 Bijlage 5

ondersteuningsvragen Jeugdhulp en beleidsregels over

ondersteuningsvragen Jeugdhulp en beleidsregels over

maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp die bijdragen aan het gezond

maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp die bijdragen aan het gezond

opgroeien in een veilige setting, het versterken van ontwikkelkansen

opgroeien in een veilige setting, het versterken van ontwikkelkansen

van jeugdigen en het versterken van opvoeders in hun rol. In aparte

van jeugdigen en het versterken van opvoeders in hun rol. In aparte

paragrafen staan in dit hoofdstuk de beleidsregels voor

paragrafen staan in dit hoofdstuk de beleidsregels voor

jeugdhulpvervoer en verlengde jeugdhulp beschreven.

jeugdhulpvervoer en verlengde jeugdhulp beschreven.

Zoals al gesteld in hoofdstuk 1 en 3, worden maatwerkvoorzieningen

Zoals al gesteld in hoofdstuk 1 en 3, worden maatwerkvoorzieningen

Jeugdhulp enkel toegekend wanneer deze de jeugdige in staat stellen

Jeugdhulp enkel toegekend wanneer deze de jeugdige in staat stellen

om veilig en gezond op te groeien, zijn of haar deelname aan het

om veilig en gezond op te groeien, zijn of haar deelname aan het

maatschappelijk verkeer bevorderen en/of zelfredzaamheid vergroten.

maatschappelijk verkeer bevorderen en/of zelfredzaamheid vergroten.

Dit kan dus ook door een ouder in zijn opvoedrol te versterken. Een

Dit kan dus ook door een ouder in zijn opvoedrol te versterken.

maatwerkvoorziening Jeugdhulp wordt verder alleen verstrekt als de

Jeugdigen en/of ouder(s) komen pas in aanmerking voor een

ondersteuningsvraag onvoldoende op eigen kracht, met gebruikelijke

maatwerkvoorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de

hulp, hulp van personen uit het sociaal netwerk of door gebruik te

hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend

maken van algemeen gebruikelijke, andere of algemene voorzieningen,

vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

kan worden opgelost.

•

Jeugdhulp vanuit de jeugdwet stopt in principe bij 18 jaar tenzij in dit

•

gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar

hoofdstuk expliciet anders wordt vermeld. Wanneer voldaan wordt aan

en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen

minimaal één van de criteria zoals beschreven in paragraaf 6.6 kan

(dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de

jeugdhulp ook als verlengde jeugdhulp worden ingezet

bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan

• •

de ondersteuning vanuit het sociale netwerk het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten

Jeugdhulp vanuit de jeugdwet stopt in principe bij 18 jaar, tenzij in dit hoofdstuk expliciet anders wordt vermeld. Wanneer voldaan wordt aan minimaal één van de criteria zoals beschreven in paragraaf 6.6 kan jeugdhulp ook als verlengde jeugdhulp worden ingezet Artikel 6.1 (Boven)gebruikelijke hulp

Artikel 6.1 (Boven)gebruikelijke hulp

2025-287 Bijlage 5

In hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 staat beschreven wat gebruikelijke hulp

In hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 staat beschreven wat gebruikelijke hulp

is. Om na te gaan welk deel van een ondersteuningsvraag Jeugdhulp

is. Om na te gaan welk deel van een ondersteuningsvraag Jeugdhulp

gebruikelijke hulp betreft, is het nodig een onderscheid te maken

gebruikelijke hulp betreft, is het nodig een onderscheid te maken

tussen:

tussen:

1. Een ondersteuningsvraag van een kind: Er worden

1. Een ondersteuningsvraag van een kind: Er worden

belemmeringen ondervonden bij het veilig en gezond

belemmeringen ondervonden bij het veilig en gezond

opgroeien. 2. Een ondersteuningsvraag van een ouder: Er worden

opgroeien. 2. Een ondersteuningsvraag van een ouder: Er worden

belemmeringen ondervonden bij het opvoeden van zijn of haar

belemmeringen ondervonden bij het opvoeden van zijn of haar

kind.

kind.

Ondersteuningsvraag van een kind

Ondersteuningsvraag van een kind

Vanuit het perspectief van het kind, is gebruikelijke hulp de hulp die

Vanuit het perspectief van het kind, is gebruikelijke hulp de hulp die

het kind naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het veilig en gezond

het kind naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het veilig en gezond

opgroeien mag verwachten van de inwonende huisgenoten, zoals de

opgroeien mag verwachten van de inwonende huisgenoten, zoals de

ouder(s), broers of zussen.

ouder(s), broers of zussen.

In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:247BW) is geregeld dat ouders

In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:247BW) is geregeld dat ouders

verplicht zijn een minderjarig kind te verzorgen, op te voeden en

verplicht zijn een minderjarig kind te verzorgen, op te voeden en

toezicht te bieden. Het gaat om de zorg en de verantwoordelijkheid

toezicht te bieden. Het gaat om de zorg en de verantwoordelijkheid

voor het geestelijk en lichamelijke welzijn en de veiligheid van het

voor het geestelijk en lichamelijke welzijn en de veiligheid van het

kind, maar ook om het bevorderen van de ontwikkeling van zijn

kind, maar ook om het bevorderen van de ontwikkeling van zijn

persoonlijkheid. Deze plicht voor ouders geldt tot het kind 18 jaar

persoonlijkheid. Deze plicht voor ouders geldt tot het kind 18 jaar

wordt. Daarna geldt een voortgezette onderhoudsplicht voor de kosten

wordt. Daarna geldt een voortgezette onderhoudsplicht voor de kosten

van levensonderhoud en studie tot het kind 21 jaar wordt. Beide

van levensonderhoud en studie tot het kind 21 jaar wordt. Beide

gelden ook voor een kind met een ziekte, aandoening of beperking.

gelden ook voor een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke

Ondersteuningsvraag van de ouder

hulp over. Dit geldt ook bij ouders die uit elkaar zijn. Er wordt dan ook

Vanuit het perspectief van de ouder, is gebruikelijke hulp de hulp die

rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de

de ouder naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het opvoeden van

jeugdige niet woont.

2025-287 Bijlage 5

het kind mag verwachten van de (ex-)partner of eventuele andere meerjarige huisgenoten.

Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 wordt hulp die in omvang en intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel overstijgt, aangemerkt als

Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 wordt hulp die in omvang en

bovengebruikelijke hulp. Ouders zijn in eerste instantie nog steeds

intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel overstijgt, aangemerkt als

verantwoordelijk voor het bieden van bovengebruikelijke hulp. Alleen

bovengebruikelijke hulp. Alleen wanneer er sprake is van

wanneer er sprake is van (dreigende) overbelasting bij de ouders en

bovengebruikelijke hulp en/of de gebruikelijke hulp niet geboden kan

de (boven)gebruikelijke hulp niet door het sociaal netwerk of een

worden in verband met beperkte veerkracht/overbelasting of

voorliggende voorziening geboden kan worden, kan een

onvoldoende deskundigheid van de huisgenoot, kan een

maatwerkvoorziening worden ingezet. Er moet dan wel een verband

maatwerkvoorziening worden ingezet.

zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.

Artikel 6.1.1 Eigen kracht bij een bovengebruikelijke

Artikel 6.1.1 Eigen kracht bij een bovengebruikelijke

ondersteuningsvraag

ondersteuningsvraag

Op grond van de Jeugdwet (artikel 2.3 lid 1 van de Jeugdwet) hoeft

Op grond van de Jeugdwet (artikel 2.3 lid 1 van de Jeugdwet) hoeft

het college geen voorziening Jeugdhulp te treffen wanneer de jeugdige

het college geen voorziening Jeugdhulp te treffen wanneer de jeugdige

of de ouders in staat zijn de problemen zelf op te lossen. Dit wordt in

of de ouders in staat zijn de problemen zelf op te lossen. Dit wordt in

de praktijk ook wel ‘eigen kracht’ genoemd en is gebaseerd op het

de praktijk ook wel ‘eigen kracht’ genoemd en is gebaseerd op het

principe dat ouders op de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor

principe dat ouders op de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor

het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen en dus ook voor het

het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen en dus ook voor het

oplossen van problemen die zich daarbij voordoen.

oplossen van problemen die zich daarbij voordoen.

Om te bepalen of sprake is van voldoende eigen kracht van ouders,

Om te bepalen of sprake is van voldoende eigen kracht van ouders,

hanteert het college de volgende hulpvragen:

hanteert het college de volgende hulpvragen:

1. Is de ouder (en/of het sociaal netwerk) in staat de noodzakelijke hulp te bieden? 2. Is de ouder (en of het sociaal netwerk) beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? 3. Levert het bieden van de hulp overbelasting van de ouder op?

1. Is de ouder (en/of het sociaal netwerk) in staat de noodzakelijke hulp te bieden? 2. Is de ouder (en of het sociaal netwerk) beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? 3. Levert het bieden van de hulp overbelasting van de ouder op? 4. Levert het bieden van de hulp financiële problemen op?

Wanneer uit het onderzoek naar deze factoren blijkt dat de ouder de benodigde hulp kan bieden zonder dat dit tot problemen leidt op één

2025-287 Bijlage 5

van deze terreinen, dan kan het college concluderen dat er sprake is

Wanneer uit het onderzoek naar deze factoren blijkt dat de ouder de

van voldoende eigen kracht. Ook bij een bovengebruikelijke hulpvraag

benodigde hulp kan bieden zonder dat dit tot problemen leidt op één

hoeft in dat geval geen maatwerkvoorziening Jeugdhulp te worden

van deze terreinen, dan kan het college concluderen dat er sprake is

ingezet. Het complete afwegingskader is opgenomen in bijlage 7.

van voldoende eigen kracht. Ook bij een bovengebruikelijke hulpvraag hoeft in dat geval geen maatwerkvoorziening Jeugdhulp te worden

Kortom, het college houdt rekening met een eigen oplossing door

ingezet.

ouders, ook bij een bovengebruikelijke hulpvraag. Als ouders bovengebruikelijke hulp bieden, kan het college tot het besluit komen

Kortom, ouders zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor

dat de inzet van een maatwerkvoorziening Jeugdhulp niet nodig is.

(boven)gebruikelijke hulp. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat het bieden van

Wanneer uit het onderzoek blijkt dat het bieden van

bovengebruikelijke hulp overbelasting van de ouder oplevert, hanteert

bovengebruikelijke hulp overbelasting van de ouder oplevert, hanteert

het college als uitgangspunt dat in die situatie geen

het college als uitgangspunt dat in die situatie geen

maatwerkvoorziening Jeugdhulp in de vorm van een pgb kan worden

maatwerkvoorziening Jeugdhulp in de vorm van een pgb kan worden

toegekend voor ondersteuning aan het kind geboden door de

toegekend voor ondersteuning aan het kind geboden door de

overbelaste ouder. Zie ook paragraaf 4.4.4.

overbelaste ouder. Zie ook paragraaf 4.4.4. In hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 staat beschreven wat gebruikelijke hulp is. Om na te gaan welk deel van een ondersteuningsvraag Jeugdhulp gebruikelijke hulp betreft, is het nodig een onderscheid te maken tussen:

1. Een ondersteuningsvraag van een kind: Er worden belemmeringen ondervonden bij het veilig en gezond opgroeien.

2. Een ondersteuningsvraag van een ouder: Er worden belemmeringen ondervonden bij het opvoeden van zijn of haar kind. Ondersteuningsvraag van een kind Vanuit het perspectief van het kind, is gebruikelijke hulp de hulp die het kind naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het veilig en gezond

2025-287 Bijlage 5

opgroeien mag verwachten van de inwonende huisgenoten, zoals de ouder(s), broers of zussen. In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:247BW) is geregeld dat ouders verplicht zijn een minderjarig kind te verzorgen, op te voeden en toezicht te bieden. Het gaat om de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijke welzijn en de veiligheid van het kind, maar ook om het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Deze plicht voor ouders geldt tot het kind 18 jaar wordt. Daarna geldt een voortgezette onderhoudsplicht voor de kosten van levensonderhoud en studie tot het kind 21 jaar wordt. Beide gelden ook voor een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Ondersteuningsvraag van de ouder Vanuit het perspectief van de ouder, is gebruikelijke hulp de hulp die de ouder naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het opvoeden van het kind mag verwachten van de partner of eventuele andere meerjarige huisgenoten. Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 wordt hulp die in omvang en intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel overstijgt, aangemerkt als bovengebruikelijke hulp. Alleen wanneer er sprake is van bovengebruikelijke hulp en/of de gebruikelijke hulp niet geboden kan worden in verband met beperkte veerkracht/overbelasting of onvoldoende deskundigheid van de huisgenoot, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet.

Mits hiervoor ook geen beroep kan worden gedaan op de eigen kracht, hulp van personen uit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere en/of algemene voorzieningen. Artikel 6.1.3 (Dreigende) Overbelasting of gebrek aan

Artikel 6.1.3 (Dreigende) Overbelasting of gebrek aan

deskundigheid

deskundigheid

2025-287 Bijlage 5

Bij het analyseren van de ondersteuningsvraag Jeugdhulp en de mate waarin gebruikelijke hulp daarin kan voorzien, wordt niet alleen

Bij het analyseren van de ondersteuningsvraag Jeugdhulp en de mate

gekeken naar hetgeen de ouder(s) naar algemeen aanvaarde

waarin gebruikelijke hulp daarin kan voorzien, wordt niet alleen

opvattingen aan het kind of elkaar moeten bieden. Van invloed is ook

gekeken naar hetgeen de ouder(s) naar algemeen aanvaarde

de intensiteit en omvang van de ondersteuningsbehoefte in relatie tot

opvattingen aan het kind of elkaar moeten bieden. Van invloed is ook

de veerkracht/belastbaarheid en deskundigheid van de ouder(s).

de intensiteit en omvang van de ondersteuningsbehoefte in relatie tot de veerkracht/belastbaarheid en deskundigheid van de ouder(s).

Zo kan het voorkomen dat een ouder overbelast is geraakt of niet over de juiste vaardigheden beschikt en daardoor niet (langer) in staat is de

Zo kan het voorkomen dat een ouder door de zorg voor zijn/haar kind

(boven)gebruikelijke hulp aan het kind te bieden. In een dergelijke

overbelast is geraakt of niet over de juiste vaardigheden beschikt en

situatie kan een of meerdere maatwerkvoorziening(en) Jeugdhulp

daardoor niet (langer) in staat is de (boven)gebruikelijke hulp aan het

worden ingezet om te voorzien in de ondersteuningsbehoefte van het

kind te bieden. In een dergelijke situatie kan een of meerdere

kind, de ouder tijdelijk te ontlasten of kortdurend te helpen zijn of

maatwerkvoorziening(en) Jeugdhulp worden ingezet om te voorzien in

haar deskundigheid ten aanzien van de ondersteuningsbehoefte van

de ondersteuningsbehoefte van het kind, de ouder tijdelijk te ontlasten

zijn/ haar kind te vergroten. Dit mits de andere ouder hier ook niet in

of kortdurend te helpen zijn of haar deskundigheid ten aanzien van de

kan voorzien en er geen beroep kan worden gedaan op eigen kracht,

ondersteuningsbehoefte van zijn/ haar kind te vergroten. Dit mits de

hulp vanuit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere en/of

andere ouder hier ook niet in kan voorzien en er geen beroep kan

algemene voorzieningen.

worden gedaan op eigen kracht, hulp vanuit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere en/of algemene voorzieningen.

Wanneer een ouder overbelast is geraakt en daardoor niet (langer) in staat is de (boven)gebruikelijke hulp aan het kind te bieden, hanteert

Wanneer een ouder overbelast is geraakt en daardoor niet (langer) in

het college als uitgangspunt dat in die situatie geen

staat is de (boven)gebruikelijke hulp aan het kind te bieden, hanteert

maatwerkvoorziening Jeugdhulp in de vorm van een pgb kan worden

het college als uitgangspunt dat in die situatie geen

toegekend voor ondersteuning aan het kind geboden door de

maatwerkvoorziening Jeugdhulp in de vorm van een pgb kan worden

overbelaste ouder. Zie ook paragraaf 4.4.4.

toegekend voor ondersteuning aan het kind geboden door de overbelaste ouder. Zie ook paragraaf 4.4.4.

(Dreigende) overbelasting Of er sprake is van (dreigende) overbelasting bij de ouder(s), moet

(Dreigende) overbelasting

blijken uit het onderzoek zoals bedoeld in hoofdstuk 2 waarin het

Of er sprake is van (dreigende) overbelasting bij de ouder(s), moet

opsporen van (een dreigende) overbelasting wordt meegenomen. Het

blijken uit het onderzoek zoals bedoeld in hoofdstuk 2 waarin het

inwinnen van onafhankelijk medisch advies kan onderdeel uitmaken

opsporen van (een dreigende) overbelasting wordt meegenomen. Het

van het onderzoek.

2025-287 Bijlage 5

inwinnen van onafhankelijk medisch advies kan onderdeel uitmaken Als een ouder overbelast is, is er bij de ouder veelal sprake van:

• •

Een grote bovengebruikelijke ondersteuningsbehoefte van het kind;

•

van het onderzoek.

Signalen van overbelasting;

Persoonlijke problemen. Denk aan schulden, werkloosheid,

Als een ouder overbelast is, is er bij de ouder veelal sprake van:

• •

ziekte, echtscheiding etc. Het risico op overbelasting bij een ouder neemt toe, wanneer:

ziekte, echtscheiding etc.

er een grote boven-gebruikelijke ondersteuningsbehoefte van er nog andere huisgenoten (partner of andere kinderen) zijn

Het risico op overbelasting bij een ouder neemt toe, wanneer:

• •

met ondersteuningsbehoefte of persoonlijke problemen, én;

•

Persoonlijke problemen. Denk aan schulden, werkloosheid,

de ouder zelf kampt met persoonlijke problemen, én; het kind is, én;

•

Een grote bovengebruikelijke ondersteuningsbehoefte van het kind;

• • •

Signalen van overbelasting;

een sociaal netwerk waar een beroep op kan worden gedaan

de ouder zelf kampt met persoonlijke problemen, én; er een grote boven-gebruikelijke ondersteuningsbehoefte van het kind is, én;

•

deels/ geheel ontbreekt.

er nog andere huisgenoten (partner of andere kinderen) zijn met ondersteuningsbehoefte of persoonlijke problemen, én;

• Gebrek aan vaardigheden/deskundigheid

een sociaal netwerk waar een beroep op kan worden gedaan deels/ geheel ontbreekt.

Een gebrek aan vaardigheden/deskundigheid bij de ouder kan ook een reden zijn om een maatwerkvoorziening Jeugdhulp toe te kennen waar

Gebrek aan vaardigheden/deskundigheid

sprake is van gebruikelijke of bovengebruikelijke hulp van ouder aan

Een gebrek aan vaardigheden/deskundigheid bij de ouder kan ook een

kind. Ook hier geldt dat dit enkel kan, wanneer de

reden zijn om een maatwerkvoorziening Jeugdhulp toe te kennen waar

ondersteuningsvraag onvoldoende kan worden opgelost op eigen

sprake is van gebruikelijke of bovengebruikelijke hulp van ouder aan

kracht, met gebruikelijke hulp (hulp die de andere ouder of

kind. Ook hier geldt dat dit enkel kan, wanneer de

meerderjarige kinderen in het gezin kunnen bieden), hulp van

ondersteuningsvraag onvoldoende kan worden opgelost op eigen

personen uit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere en/of

kracht, hulp van personen uit het sociaal netwerk, algemeen

algemene voorzieningen.

gebruikelijke, andere en/of algemene voorzieningen.

Een gebrek aan vaardigheden/deskundigheid bij de ouder in het bieden

Een gebrek aan vaardigheden/deskundigheid bij de ouder in het bieden

van (boven)gebruikelijke hulp aan zijn kind, kan opgemerkt worden:

van (boven)gebruikelijke hulp aan zijn kind, kan opgemerkt worden:

•

op eigen aangeven en/of signalen van overbelasting;

•

op eigen aangeven en/of signalen van overbelasting;

Met opmerkingen [SK2]: vraag me af wat dit toevoegt? Met opmerkingen [SK3R2]: of bedoelen we gebruikelijke hulp of bovengebruikelijke hulp die normaliter onder de eigen kracht valt? Want bij onvoldoende deskundigheid zou ik zeggen: valt dus niet onder de eigen kracht.

2025-287 Bijlage 5

•

op signalen van derden (sociaal netwerk of betrokken

•

professionals);

• •

door het inwinnen van onafhankelijk medisch advies; door lichamelijke of psychische signalen van verwaarlozing bij het kind.

op signalen van derden (sociaal netwerk of betrokken professionals);

• •

door het inwinnen van onafhankelijk medisch advies; door lichamelijke of psychische signalen van verwaarlozing bij het kind.

Artikel 6.5 Jeugdhulpvervoer

Artikel 6.5 Jeugdhulpvervoer

Op grond van de Jeugdwet kan bij een maatwerkvoorziening Jeugdhulp

Op grond van de Jeugdwet kan bij een maatwerkvoorziening Jeugdhulp

ook jeugdhulpvervoer worden toegekend als dit naar het oordeel van

ook jeugdhulpvervoer worden toegekend als dit naar het oordeel van

het college noodzakelijk is. Het betreft het vervoer van de jeugdige

het college noodzakelijk is. Het betreft het vervoer van de jeugdige

van en naar de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt. Het

van en naar de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt. Het

vervoeren van de ouders naar een locatie waar een jeugdige jeugdhulp

vervoeren van de ouders naar een locatie waar een jeugdige jeugdhulp

ontvangt (bijvoorbeeld bij verblijf van een jeugdige in een instelling) is

ontvangt (bijvoorbeeld bij verblijf van een jeugdige in een instelling) is

geen jeugdhulpvervoer. Ook vervoer naar een reguliere naschoolse

geen jeugdhulpvervoer. Ook vervoer naar een reguliere naschoolse

opvang of sportclub zonder dat daar jeugdhulp als

opvang of sportclub zonder dat daar jeugdhulp als

maatwerkvoorziening geboden wordt, is geen jeugdhulpvervoer.

maatwerkvoorziening geboden wordt, is geen jeugdhulpvervoer.

Wanneer het college jeugdhulpvervoer noodzakelijk acht, kan zij op

Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer

grond van de verordening de naar haar oordeel goedkoopst passende

van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. Het college

vorm van jeugdhulpvervoer verstrekken. Jeugdhulpvervoer kan ook

beoordeelt in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden

ten behoeve van één begeleider worden toegekend als begeleiding in

zijn waardoor de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend

het vervoer naar het oordeel van het college vereist is. Wanneer

vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de

jeugdhulpvervoer wordt toegekend, oordeelt het college ook of er

eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer op zich te nemen.

sprake is van algemeen gebruikelijke kosten en wat de omvang daarvan is.

Wanneer het college jeugdhulpvervoer noodzakelijk acht, kan zij op grond van de verordening de naar haar oordeel goedkoopst passende

Vervoer van en naar de locatie waar jeugdhulp geboden wordt

vorm van jeugdhulpvervoer verstrekken. Jeugdhulpvervoer kan ook

In de Jeugdwet is niet vastgelegd vanaf welke locatie de jeugdige naar

ten behoeve van één begeleider worden toegekend als begeleiding in

de jeugdhulplocatie vervoerd moet worden evenals dat niet is

het vervoer naar het oordeel van het college vereist is. Wanneer

vastgelegd naar welke locatie de jeugdige vervoerd moet worden vanaf

jeugdhulpvervoer wordt toegekend, oordeelt het college ook of er

de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt. Het kan dus het vervoer

2025-287 Bijlage 5

vanaf de woning van de jeugdige naar de jeugdhulplocatie betreffen,

sprake is van algemeen gebruikelijke kosten en wat de omvang

maar bijvoorbeeld ook vanaf school of een reguliere naschoolse

daarvan is.

opvang naar de jeugdhulplocatie en visa versa. Vervoer van en naar de locatie waar jeugdhulp geboden wordt De afstand waarvoor jeugdhulpvervoer kan worden toegekend, betreft

In de Jeugdwet is niet vastgelegd vanaf welke locatie de jeugdige naar

altijd de kortst gemeten afstand van de vertreklocatie naar de

de jeugdhulplocatie vervoerd moet worden evenals dat niet is

jeugdhulplocatie en de kortst gemeten afstand van de jeugdhulplocatie

vastgelegd naar welke locatie de jeugdige vervoerd moet worden vanaf

naar de aankomstlocatie, gemeten op de wijze zoals is vastgelegd in

de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt. Het kan dus het vervoer

het besluit.

vanaf de woning van de jeugdige naar de jeugdhulplocatie betreffen, maar bijvoorbeeld ook vanaf school of een reguliere naschoolse

Vaststellen noodzakelijkheid

opvang naar de jeugdhulplocatie en visa versa.

Om de noodzakelijkheid van jeugdhulpvervoer vast te stellen, gaat het college per situatie na in welke mate een beroep kan worden gedaan

De afstand waarvoor jeugdhulpvervoer kan worden toegekend, betreft

op eigen kracht (zelf met de fiets of openbaar vervoer), gebruikelijke

altijd de kortst gemeten afstand van de vertreklocatie naar de

hulp (gebracht kan worden door de vader/moeder, een oudere broer of

jeugdhulplocatie en de kortst gemeten afstand van de jeugdhulplocatie

zus), hulp van personen uit het sociaal netwerk (gebracht kan worden

naar de aankomstlocatie, gemeten op de wijze zoals is vastgelegd in

door de buurman/-vrouw), andere en algemene voorzieningen

het besluit.

(gebruik kan maken van het openbaar vervoer, een deelfiets of begeleidingsmogelijkheden als een app/ OV-begeleiderskaart of OV-

Vaststellen noodzakelijkheid

assistentie op stations een OV-maatje). De volgende elementen

Om de noodzakelijkheid van jeugdhulpvervoer vast te stellen, gaat het

worden bij het vaststellen van de noodzakelijkheid in samenhang

college per situatie na in welke mate een beroep kan worden gedaan

meegenomen:

op eigen kracht (zelf met de fiets of openbaar vervoer), gebruikelijke

• • • • • •

De leeftijd van het kind;.

hulp (gebracht kan worden door de vader/moeder, een oudere broer of

De medische situatie van het kind en/of de ouder;.

zus), hulp van personen uit het sociaal netwerk (gebracht kan worden

Beperkingen in de zelfredzaamheid van het kind en/of de

door de buurman/-vrouw), andere en algemene voorzieningen

ouder;.

(gebruik kan maken van het openbaar vervoer, een deelfiets of

De te overbruggen afstand van en naar de jeugdhulplocatie;.

begeleidingsmogelijkheden als een app/ OV-begeleiderskaart of OV-

De gevraagde frequentie en duur van het jeugdhulpvervoer;.

assistentie op stations een OV-maatje). De volgende elementen

Het type jeugdhulp dat het kind ontvangt.

worden bij het vaststellen van de noodzakelijkheid in samenhang meegenomen:

Een voorbeeld waarbij jeugdhulpvervoer noodzakelijk kan worden geacht:

• •

De leeftijd van het kind;. De medische situatie van het kind en/of de ouder;.

2025-287 Bijlage 5

De locatie waar passende jeugdhulp geboden kan worden, is ver weg

•

gelegen waardoor deze door de jeugdige niet zelfstandig te bereiken is, bijvoorbeeld gezien de leeftijd van de jeugdige, zijn beperking of de beschikbaarheid/inrichting van het openbaar vervoer in relatie tot zijn leeftijd/beperking.

Beperkingen in de zelfredzaamheid van het kind en/of de ouder;.

• • •

De te overbruggen afstand van en naar de jeugdhulplocatie;. De gevraagde frequentie en duur van het jeugdhulpvervoer;. Het type jeugdhulp dat het kind ontvangt.

Het college kan aanvullende bewijsstukken opvragen of onafhankelijk

Een voorbeeld waarbij jeugdhulpvervoer noodzakelijk kan worden

medisch advies inwinnen als zij dit nodig acht om een verzoek tot

geacht:

jeugdhulpvervoer goed te kunnen beoordelen. Bijvoorbeeld wanneer

De locatie waar passende jeugdhulp geboden kan worden, is ver weg

het college er niet zeker van is of de jeugdige vanwege zijn

gelegen waardoor deze door de jeugdige niet zelfstandig te bereiken

beperkingen al dan niet zelfstandig met openbaar vervoer kan reizen.

is, bijvoorbeeld gezien de leeftijd van de jeugdige, zijn beperking of de beschikbaarheid/inrichting van het openbaar vervoer in relatie tot zijn

Begeleiding bij het jeugdhulpvervoer

leeftijd/beperking.

Wanneer naar oordeel van het college begeleiding bij het jeugdhulpvervoer vereist is, wordt eerst verkend of de jeugdige

Het college kan aanvullende bewijsstukken opvragen of onafhankelijk

gebruik kan maken van bijvoorbeeld een OV-begeleiderskaart op

medisch advies inwinnen als zij dit nodig acht om een verzoek tot

vertoon waarvan een begeleider gratis mag meereizen.

jeugdhulpvervoer goed te kunnen beoordelen. Bijvoorbeeld wanneer het college er niet zeker van is of de jeugdige vanwege zijn

Wanneer geen beroep kan worden gedaan op dergelijke andere

beperkingen al dan niet zelfstandig met openbaar vervoer kan reizen.

voorzieningen of algemene voorzieningen voor vervoer van de begeleider, kan ook jeugdhulpvervoer ten behoeve van één begeleider

Begeleiding bij het jeugdhulpvervoer

worden toegekend. De vorm jeugdhulpvervoer die aan de jeugdige

Wanneer naar oordeel van het college begeleiding bij het

wordt toegekend, wordt dan ook verstrekt voor deze begeleider én

jeugdhulpvervoer vereist is, wordt eerst verkend of de jeugdige

enkel voor de afstand die deze begeleider met de jeugdige aflegt. Het

gebruik kan maken van bijvoorbeeld een OV-begeleiderskaart op

gaat om de reiskosten van de begeleider in het OV of een extra

vertoon waarvan een begeleider gratis mag meereizen.

zitplaats in het aangepast vervoer voor de afstanden die met de jeugdige worden afgelegd.

Wanneer geen beroep kan worden gedaan op dergelijke andere voorzieningen of algemene voorzieningen voor vervoer van de

Het zorgen voor een begeleider in het jeugdhulpvervoer, is geen taak

begeleider, kan ook jeugdhulpvervoer ten behoeve van één begeleider

van de gemeente. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor het

worden toegekend. De vorm jeugdhulpvervoer die aan de jeugdige

begeleiden van hun kind. Als ouders zelf niet kunnen begeleiden, is het

wordt toegekend, wordt dan ook verstrekt voor deze begeleider én

ook hun taak om te onderzoeken of iemand anders de jeugdige kan

enkel voor de afstand die deze begeleider met de jeugdige aflegt. Het

2025-287 Bijlage 5

begeleiden, bijvoorbeeld iemand uit het sociaal netwerk of bijvoorbeeld

gaat om de reiskosten van de begeleider in het OV of een extra

een OV-maatje. Alleen wanneer er naar het oordeel van het college

zitplaats in het aangepast vervoer voor de afstanden die met de

legitieme redenen zijn dat ouders zelf niet kunnen begeleiden en

jeugdige worden afgelegd.

daarin ook niet kunnen voorzien, kan de maatwerkvoorziening Begeleiding worden ingezet ten behoeve van het jeugdhulpvervoer. Zie hiervoor ook paragraaf 6.3.1. Wanneer de maatwerkvoorziening Begeleiding enkel wordt ingezet voor het aanleren van de vaardigheid ‘deelname aan het verkeer’ ter bevordering van de zelfstandigheid, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de jeugdige, zijn de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer van de begeleider inbegrepen in de kostprijs van deze maatwerkvoorziening. Het betreft dan geen jeugdhulpvervoer. Bijlagen

Bijlagen

Bijlage 5. Behoeften en vaardigheden kind zonder beperking

Tabel vervalt

per levensfase en -gebied Bijlage 6 Richtlijn bovengebruikelijke tijdsinvestering

Vervalt

(minuten) handelingen persoonlijke verzorging jeugdigen Bijlage 7 Afwegingskader eigen kracht Jeugdhulp

Bijlage 6 Zorgplicht ouders

Om te kunnen bepalen of er voldoende eigen kracht is voor het

Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Het verlenen van de

verlenen van de noodzakelijke bovengebruikelijke hulp wordt

gebruikelijke zorg voor een kind valt altijd onder de eigen kracht. De

onderzocht of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend

richtlijnen van gebruikelijke zorg zijn nader uitgewerkt, maar dit

vermogen van de ouder(s) en het sociaal netwerk voldoende zijn om

betreft een niet limitatieve lijst.

zelf de nodige hulp en ondersteuning te bieden.

•

De zorgplicht (gebruikelijke zorg) voor kinderen van 0 tot en met 4 jaar:

Om de eigen kracht in kaart te brengen zijn onderstaande vragen van belang:

o o

Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotore ontwikkeling.

2025-287 Bijlage 5

a.

Is de ouder (en/of het sociaal netwerk) in staat de

o

noodzakelijke hulp te bieden?

en wassen.

b. Is de ouder (en/of het sociaal netwerk) beschikbaar om

o o

de noodzakelijke hulp te bieden? c.

Moeten volledig verzorgd worden; aan- en uitkleden, eten

Levert het bieden van de hulp door de ouder (en/of het

Zijn tot 4 jaar niet zindelijk. Hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel- en vrijetijdsbesteding, hebben dit niet in verenigingsverband.

sociaal netwerk} geen overbelasting op?

o

Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven.

Indien de vragen a en b met ‘ja’ kunnen worden beantwoord en c met

•

De zorgplicht (gebruikelijke zorg) voor kinderen van 5 tot en

‘nee’, dan is er sprake van voldoende eigen kracht. In andere situaties

met 11 jaar:

is er sprake van onvoldoende eigen kracht.

o o o

Afwegingskader gebruikelijke zorg als onderdeel van eigen kracht jeugdhulp Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Het verlenen van de

o

afwegingskader van gebruikelijke zorg is als volgt:

o o

met 4 jaar: Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen.

o

o o

De zorgplicht (gebruikelijke zorg) voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar:

Hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel- en

o

Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te

De zorgplicht (gebruikelijke zorg) voor kinderen van 5 tot en met 11 jaar:

o o

Hebben bij hun vrijetijdsbesteding alleen begeleiding nodig

Zijn tot 4 jaar niet zindelijk.

begeven.

•

Sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband,

gaan.

•

vrijetijdsbesteding, hebben dit niet in verenigingsverband.

o

Zijn overdag zindelijk en 's nachts merendeels ook.

in het verkeer wanneer zij van en haar hun activiteiten

Moeten volledig verzorgd worden; aan- en uitkleden, eten en wassen.

Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun

gemiddeld 2x per week.

Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotore ontwikkeling.

o

Hebben toezicht nodig (en nog maar weinig hulp) bij hun

psychomotore ontwikkeling.

De zorgplicht (gebruikelijke zorg) voor kinderen van 0 tot en

o o

Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. persoonlijke verzorging.

gebruikelijke zorg voor een kind valt altijd onder de eigen kracht. Het

•

Hebben een reguliere dagbesteding op school.

Hebben een reguliere dagbesteding op school. Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen.

Hebben geen hulp (en maar weinig toezicht) nodig bij hun persoonlijke verzorging.

o o o o o

Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; Kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; Kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; Kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen Sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, onbekend aantal keer per week.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=0ddd2c60-c227-4dbd-a203-881bb9aa293b