2025-287 Bijlage 5 Was-wordt beleidsregels wmo jeugdhulp
Tekst van het document
2025-287 Bijlage 5
Was- wordt document Beleidsregels Wmo en Jeugdhulpgemeente Nieuwegein 2020 Datum: 14 oktober 2025 Tekst per artikel huidige verordening 2015
Nieuwe verordening 2026
WAS
WORDT
Hoofdstuk 2 Procedure regels
Hoofdstuk 2 Procedure regels
Artikel 2.2.5 Kortdurende en langdurige
Artikel 2.2.5 Kortdurende en langdurige
ondersteuningsbehoefte
ondersteuningsbehoefte
Wanneer er geen sprake is van een spoedsituatie, verkent het college
Wanneer er geen sprake is van een spoedsituatie, verkent het college
tijdens het onderzoek of de ondersteuningsbehoefte kortdurend of
tijdens het onderzoek of de ondersteuningsbehoefte kortdurend of
langdurig is. De volgende invulling van deze begrippen wordt
langdurig is. De volgende invulling van deze begrippen wordt
gehanteerd.
gehanteerd.
1. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het probleem
1. Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het probleem
waarvoor ondersteuning gewenst is ten aanzien van de
waarvoor ondersteuning gewenst is ten aanzien van de
zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en/of het
zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie en/of het
gezond en veilig opgroeien van een jeugdige of groeien naar
gezond en veilig opgroeien van een jeugdige of groeien naar
zelfstandigheid. Het gaat hierbij om een periode van maximaal
zelfstandigheid. Het gaat hierbij om een periode van maximaal
drie maanden en voor hulpmiddelen Wmo om een periode van
drie maanden en voor hulpmiddelen Wmo om een periode van
maximaal zes maanden.
maximaal zes maanden.
2. Langdurig: het gaat om situaties waarbij naar verwachting de
2. Langdurig: het gaat om situaties waarbij naar verwachting de
ondersteuning langer dan drie maanden en voor hulpmiddelen
ondersteuning langer dan drie maanden en voor hulpmiddelen
Wmo zes maanden nodig zal zijn en mogelijk chronisch is. Dat
Wmo zes maanden nodig zal zijn en mogelijk chronisch is. Dat
het een langdurige zorgsituatie betreft kan al vanaf het begin
het een langdurige zorgsituatie betreft kan al vanaf het begin
duidelijk zijn. Er wordt dan niet eerst drie (voor hulpmiddelen
duidelijk zijn. Er wordt dan niet eerst drie (voor hulpmiddelen
zes) maanden ‘gewacht’ voordat het college een
zes) maanden ‘gewacht’ voordat het college een
maatwerkvoorziening Wmo of Jeugdhulp inzet.
maatwerkvoorziening Wmo of Jeugdhulp inzet.
Voor kortdurende zorgsituaties wordt een beroep gedaan op de eigen
Voor kortdurende zorgsituaties wordt een beroep gedaan op de eigen
kracht, gebruikelijke hulp, hulp van personen uit het sociaal netwerk
kracht, (boven)gebruikelijke hulp, hulp van personen uit het sociaal
en/of algemeen gebruikelijke, algemene of andere voorzieningen.
netwerk en/of algemeen gebruikelijke, algemene of andere
Daarom kan in principe alleen voor langdurige
voorzieningen. Daarom kan in principe alleen voor langdurige
2025-287 Bijlage 5
ondersteuningsbehoeften een maatwerkvoorziening Wmo of Jeugdhulp
ondersteuningsbehoeften een maatwerkvoorziening Wmo of Jeugdhulp
worden ingezet.
worden ingezet.
Een maatwerkvoorziening kan ook voor een korte of lange(re) periode
Een maatwerkvoorziening kan ook voor een korte of lange(re) periode
worden ingezet. Kort bijvoorbeeld in de vorm van respijtzorg om een
worden ingezet. Kort bijvoorbeeld in de vorm van respijtzorg om een
ouder of mantelzorger even te ontlasten om de zorg duurzaam te
ouder of mantelzorger even te ontlasten om de zorg duurzaam te
kunnen blijven bieden. Lang wanneer bijvoorbeeld een inwoner
kunnen blijven bieden. Lang wanneer bijvoorbeeld een inwoner
permanent aangewezen is op een rolstoel om zich te kunnen
permanent aangewezen is op een rolstoel om zich te kunnen
verplaatsen. De termen ‘kort’ en ‘lang’ worden voor de duur van de
verplaatsen. De termen ‘kort’ en ‘lang’ worden voor de duur van de
inzet van een maatwerkvoorziening niet nader gedefinieerd, omdat dit
inzet van een maatwerkvoorziening niet nader gedefinieerd, omdat dit
per situatie kan verschillen.
per situatie kan verschillen.
Hoofdstuk 3 Het afwegingskader
Hoofdstuk 3 Het afwegingskader
Artikel 3.1 Eigen kracht
Artikel 3.1 Eigen kracht
In de kern gaat eigen kracht over de mogelijkheden van de inwoner en
In de kern gaat eigen kracht over de mogelijkheden van de inwoner en
zijn omgeving om zelf in een oplossing voor zijn ondersteuningsvraag
zijn omgeving om zelf in een oplossing voor zijn ondersteuningsvraag
te voorzien; wat kan een inwoner zelf nog doen en/of organiseren om
te voorzien; wat kan een inwoner zelf nog doen en/of organiseren om
in de gegeven situatie de zelfredzaamheid en participatie op peil te
in de gegeven situatie de zelfredzaamheid en participatie op peil te
houden of te bevorderen of te zorgen voor het veilig en gezond
houden of te bevorderen of te zorgen voor het veilig en gezond
opgroeien en groeien naar zelfstandigheid. Het gaat hierbij om fysieke,
opgroeien en groeien naar zelfstandigheid. Het gaat hierbij om fysieke,
verstandelijke maar ook financiële mogelijkheden. De Wmo en de
verstandelijke maar ook financiële mogelijkheden. De Wmo en de
Jeugdwet staan het niet toe dat slechts op basis van inkomen
Jeugdwet staan het niet toe dat slechts op basis van inkomen
ondersteuning wordt verleend of geweigerd. Tegelijkertijd biedt het
ondersteuning wordt verleend of geweigerd. Tegelijkertijd biedt het
beschikken over financiële middelen de mogelijkheid in eigen
beschikken over financiële middelen de mogelijkheid in eigen
oplossingen te voorzien. Het college mag hierop een beroep doen in
oplossingen te voorzien. Het college mag hierop een beroep doen in
het gesprek met de inwoner, maar het mag geen reden zijn om
het gesprek met de inwoner, maar het mag geen reden zijn om
passende ondersteuning te weigeren.
passende ondersteuning te weigeren.
De eigen kracht is geen statische situatie, maar afhankelijk van de
De eigen kracht is geen statische situatie, maar afhankelijk van de
leerbaarheid en veerkracht van de inwoner. Versterking/inzet van eigen
leerbaarheid en veerkracht van de inwoner. Versterking/inzet van eigen
kracht kan ook door nadruk te leggen op het aanpassen van de
kracht kan ook door nadruk te leggen op het aanpassen van de
omstandigheden, of door dingen anders te doen dan men altijd
omstandigheden, of door dingen anders te doen dan men altijd
2025-287 Bijlage 5
gewend is geweest als dat leidt tot vermindering van de ondervonden
gewend is geweest als dat leidt tot vermindering van de ondervonden
belemmering.
belemmering.
Bij jeugdhulp betekent eigen kracht dat ouders op de eerste plaats zelf
Bij jeugdhulp betekent eigen kracht dat ouders op de eerste plaats zelf
verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van hun
verantwoordelijk zijn voor het gezond en veilig opgroeien van hun
kinderen. Hebben zij zelf mogelijkheden om de problemen het hoofd te
kinderen. Kunnen zij zelf een oplossing vinden binnen hun eigen
bieden, dan is de inzet van een (maatwerk)voorziening op grond van
mogelijkheden of probleemoplossend vermogen dan is de inzet van
de Jeugdwet niet nodig. Het aanspreken van een aanvullende
een (maatwerk)voorziening op grond van de Jeugdwet niet nodig.
verzekering is een voorbeeld van eigen kracht. Uit jurisprudentie van
Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat ook bovengebruikelijke
1. gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of
hulp in beginsel van ouders mag worden verwacht. In hoofdstuk 6 wordt hier nader op ingegaan.
opvoeders 2. bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen
Voorbeelden van het benutten van eigen kracht:
•
(dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de
Een inwoner die door het doen van (vrijwilligers)werk zijn
bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin
sociaal netwerk uitbreidt en maatschappelijke participatie
•
ontstaan
versterkt.
3. de ondersteuning vanuit het sociale netwerk
Een inwoner die de bezorgservice van een supermarkt gebruikt
4. het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is
voor zijn boodschappen zodat er geen zware boodschappen
afgesloten
hoeven te worden getild.
•
Een inwoner die zijn huidige woning herinricht of verhuist naar een meer geschikte woning zodat deze beter passend wordt
Voorbeelden van het benutten van eigen kracht:
•
gezien zijn beperking(en).
•
sociaal netwerk uitbreidt en maatschappelijke participatie
Een ouder van een kind met een autismestoornis die zich aanmeldt bij een oline-praatgroep voor hulp en ondersteuning
versterkt.
•
van andere ouders van kinderen met autisme.
•
hoeven te worden getild.
•
gespecialiseerde opvang niet nodig.
•
Een inwoner die zijn huidige woning herinricht of verhuist naar een meer geschikte woning zodat deze beter passend wordt
Een volwassen zus/broer is nog thuis om samen met haar broer met beperkingen te wachten op het leerlingenvervoer
Een inwoner die de bezorgservice van een supermarkt gebruikt voor zijn boodschappen zodat er geen zware boodschappen
Een ouder die een baan aanneemt met flexibele uren zodat ze thuis is als haar zoon met de taxi wordt gebracht; daardoor is
Een inwoner die door het doen van (vrijwilligers)werk zijn
gezien zijn beperking(en).
•
Een ouder van een kind met een autismestoornis die zich aanmeldt bij een online-praatgroep van andere ouders van
2025-287 Bijlage 5
•
terwijl ouders al naar hun werk zijn; daardoor is
kinderen met autisme om zijn zorgen over de opvoeding aan
gespecialiseerde oppas niet nodig.
zijn kind te delen; daardoor is gespecialiseerde
Een jongen met een autismestoornis gaat 1 avond in de week bij oma logeren zodat zijn ouders die avond onverdeeld
opvoedondersteuning niet nodig.
•
aandacht kunnen geven hun andere kind; hierdoor is
Een ouder die een baan aanneemt met flexibele uren zodat ze thuis is als haar zoon met de taxi wordt gebracht; daardoor is
gespecialiseerde logeeropvang niet nodig.
gespecialiseerde opvang niet nodig.
•
Een volwassen zus/broer is nog thuis om samen met haar broer met beperkingen te wachten op het leerlingenvervoer terwijl ouders al naar hun werk zijn; daardoor is gespecialiseerde oppas niet nodig.
•
Een jongen met een autismestoornis gaat 1 avond in de week bij oma logeren zodat zijn ouders die avond onverdeeld aandacht kunnen geven hun andere kind; hierdoor is gespecialiseerde logeeropvang niet nodig.
Artikel 3.2 Gebruikelijke hulp
Artikel 3.2 Gebruikelijke hulp
Gebruikelijke hulp is de hulp die huisgenoten (zoals bijvoorbeeld een partner, ouders, inwonende volwassen kinderen) op grond van
Gebruikelijke hulp is de hulp die huisgenoten (zoals bijvoorbeeld een
algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid geacht worden elkaar
partner, ouders, inwonende volwassen kinderen) op grond van
te bieden, omdat ze als leefeenheid gezamenlijk een woning bewonen
algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid geacht worden elkaar
en op grond daarvan een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben
te bieden, omdat ze als leefeenheid gezamenlijk een woning bewonen
voor elkaar en het functioneren van het huishouden. Voor welk deel
en op grond daarvan een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben
van de ondersteuningsvraag gebruikelijke hulp als (deel)oplossing kan
voor elkaar en het functioneren van het huishouden. Voor jeugdigen
worden aangemerkt, wordt bepaald door:
geldt dit ook bij ouders die uit elkaar zijn. Er wordt dan ook verwacht
• • •
Wat naar algemene aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag
dat de gebruikelijke hulp geboden wordt door de ouder waar de
worden verwacht van een huisgenoot.
jeugdige niet woont. Voor welk deel van de ondersteuningsvraag
De intensiteit van de ondersteuningsbehoefte.
gebruikelijke hulp als (deel)oplossing kan worden aangemerkt, wordt
De verwachte duur van de ondersteuningsbehoefte (zie ook
bepaald door:
paragraaf 2.2.5).
•
Wat naar algemene aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van een huisgenoot.
•
De intensiteit van de ondersteuningsbehoefte.
2025-287 Bijlage 5
•
De veerkracht, de belastbaarheid, deskundigheid en de leeftijd
•
van de huisgenoot in relatie tot de aard, de intensiteit en verwachte duur van de ondersteuningsbehoefte.
De verwachte duur van de ondersteuningsbehoefte (zie ook paragraaf 2.2.5).
•
De veerkracht, de belastbaarheid, deskundigheid en de leeftijd van de huisgenoot in relatie tot de aard, de intensiteit en
Het principe van gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter.
verwachte duur van de ondersteuningsbehoefte.
Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie, cultuur, gezinssamenstelling, studie of werk. Zo zijn de wijze van
Het principe van gebruikelijke hulp heeft een verplichtend karakter.
inkomensverwerving, drukke werkzaamheden, lange werkweken of
Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt op basis van sekse, religie,
persoonlijke opvattingen over het bieden van de benodigde
cultuur, gezinssamenstelling, studie of werk. Zo zijn de wijze van
ondersteuning (bv. het niet gewend zijn of geen ondersteuning willen
inkomensverwerving, drukke werkzaamheden, lange werkweken of
verrichten) bijvoorbeeld geen redenen dat een huisgenoot geen
persoonlijke opvattingen over het bieden van de benodigde
gebruikelijke hulp kan verlenen. In onze samenleving wordt het
ondersteuning (bv. het niet gewend zijn of geen ondersteuning willen
normaal geacht dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of
verrichten) bijvoorbeeld geen redenen dat een huisgenoot geen
andere huisgenoten voor elkaar zorgen en een rol vervullen in het
gebruikelijke hulp kan verlenen. In onze samenleving wordt het
huishouden, zeker daar waar er sprake is van een huisgenoot met een
normaal geacht dat de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of
beperking.
andere huisgenoten voor elkaar zorgen en een rol vervullen in het huishouden, zeker daar waar er sprake is van een huisgenoot met een
Hulp die in omvang en intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel
beperking.
overstijgt, wordt aangemerkt als bovengebruikelijke hulp. Als deze bovengebruikelijke hulp geboden wordt door een huisgenoot, wordt dit
Hulp die in omvang en intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel
ook als mantelzorg gezien (zie ook paragraaf 3.4.1). Maatstaven die
overstijgt, wordt aangemerkt als bovengebruikelijke hulp. Als deze
worden gehanteerd om te bepalen wat de bovengebruikelijke hulp is,
bovengebruikelijke hulp geboden wordt door een huisgenoot, wordt dit
worden in hoofdstuk 5 en 6 nader beschreven. Alleen wanneer er
ook als mantelzorg gezien (zie ook paragraaf 3.4.1). Maatstaven die
sprake is van bovengebruikelijke hulp en/of de gebruikelijke hulp niet
worden gehanteerd om te bepalen wat de bovengebruikelijke hulp is,
geboden kan worden in verband met beperkte
worden in hoofdstuk 5 en 6 nader beschreven. Alleen wanneer er
veerkracht/overbelasting of onvoldoende deskundigheid van de
sprake is van bovengebruikelijke hulp en/of de gebruikelijke hulp niet
huisgenoot, kan een maatwerkvoorziening Wmo en/of Jeugdhulp
geboden kan worden in verband met beperkte
worden ingezet. Mits hiervoor geen beroep kan worden gedaan op de
veerkracht/overbelasting of onvoldoende deskundigheid van de
eigen kracht van de inwoner, hulp van personen uit het sociaal
huisgenoot, kan een maatwerkvoorziening Wmo worden ingezet. Mits
netwerk, algemeen gebruikelijke, andere of algemene voorzieningen.
hiervoor geen beroep kan worden gedaan op de eigen kracht van de inwoner, hulp van personen uit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere of algemene voorzieningen.
2025-287 Bijlage 5
Voor de Jeugdwet geldt dat alleen een maatwerkvoorziening jeugdhulp kan worden ingezet wanneer ouders de (boven)gebruikelijke hulp niet kunnen bieden vanwege beperkte veerkracht/overbelasting of onvoldoende deskundigheid. Mits hiervoor geen beroep kan worden gedaan op hulp van personen uit het sociaal netwerk, algemene of andere voorzieningen.
Artikel 3.5.2 Afbakening Zvw
Artikel 3.5.2 Afbakening Zvw
De Zorgverzekeringswet (Zvw) regelt het recht op geneeskundig zorg
De Zorgverzekeringswet (Zvw) regelt het recht op geneeskundig zorg
of een hoog risico daarop. Dit recht geldt voor verzekerden van alle
of een hoog risico daarop. Dit recht geldt voor verzekerden van alle
leeftijden. De geneeskundige zorg is vastgelegd in het basispakket.
leeftijden. De geneeskundige zorg is vastgelegd in het basispakket.
Met ‘hoog risico daarop’ wordt bedoeld dat geneeskundige zorg op
Met ‘hoog risico daarop’ wordt bedoeld dat geneeskundige zorg op
grond van de Zvw ook verleend kan worden aan verzekerden bij wie
grond van de Zvw ook verleend kan worden aan verzekerden bij wie
nog geen sprake is van een ziekte, aandoening of beperking maar wel
nog geen sprake is van een ziekte, aandoening of beperking maar wel
een ‘hoog risico’ hierop hebben. Bijvoorbeeld ouderen, mensen met
een ‘hoog risico’ hierop hebben. Bijvoorbeeld ouderen, mensen met
een lichamelijke aandoening of mensen die snel kunnen verslechteren.
een lichamelijke aandoening of mensen die snel kunnen verslechteren.
Voorbeelden van zorg die voor verzekerden van alle leeftijden vallen
Voorbeelden van zorg die voor verzekerden van alle leeftijden vallen
onder de Zvw zijn verpleging, paramedische zorg (fysio-, oefen- en
onder de Zvw zijn verpleging, paramedische zorg (fysio-, oefen- en
ergotherapie, logopedie en diëtiek) en zintuiglijke gehandicaptenzorg.
ergotherapie, logopedie en diëtiek) en zintuiglijke gehandicaptenzorg.
Dit laatste, is zorg gericht op het psychisch leren omgaan met de
Dit laatste, is zorg gericht op het psychisch leren omgaan met de
handicap en interventies die de beperking opheffen/ compenseren ter
handicap en interventies die de beperking opheffen/ compenseren ter
vergroting van de zelfredzaamheid.
vergroting van de zelfredzaamheid.
Zintuiglijke gehandicaptenzorg omvat ook de ‘mede’ behandeling van
Zintuiglijke gehandicaptenzorg omvat ook de ‘mede’ behandeling van
ouders/ verzorgenden, kinderen en volwassenen, rondom de persoon
ouders/ verzorgenden, kinderen en volwassenen, rondom de persoon
met een zintuiglijke beperking die vaardigheden aanleren in het belang
met een zintuiglijke beperking die vaardigheden aanleren in het belang
van de persoon met de beperking. Ter bevordering van de
van de persoon met de beperking. Ter bevordering van de
maatschappelijke participatie van de inwoner kan aanvullend op de
maatschappelijke participatie van de inwoner kan aanvullend op de
zintuiglijke gehandicaptenzorg vanuit de Zvw begeleiding vanuit de
zintuiglijke gehandicaptenzorg vanuit de Zvw begeleiding vanuit de
Wmo/Jeugdwet worden ingezet.
Wmo/Jeugdwet worden ingezet.
Afbakening Wmo-Zvw
Afbakening Wmo-Zvw
2025-287 Bijlage 5
Naast de hierboven beschreven geneeskundige zorg kunnen
Naast de hierboven beschreven geneeskundige zorg kunnen
hulpmiddelen die een lichaamsfunctie vervangen (hoor-apparaat,
hulpmiddelen die een lichaamsfunctie vervangen (hoor-apparaat,
taststok, ADL3-hond) en allerlei medische appraten zoals antidecubitus
taststok, ADL3-hond) en allerlei medische appraten zoals antidecubitus
matrassen of ligorthesen vanuit de Zvw worden geboden. Sommige
matrassen of ligorthesen vanuit de Zvw worden geboden. Sommige
hulpmiddelen kunnen zowel vanuit de Zvw worden verstrekt als vanuit
hulpmiddelen kunnen zowel vanuit de Zvw worden verstrekt als vanuit
de Wmo. Bij een kortdurende ondersteuningsbehoefte is de Zvw aan
de Wmo. Bij een kortdurende ondersteuningsbehoefte is de Zvw aan
zet, bij een langdurige ondersteuningsbehoefte de Wmo (zie paragraaf
zet, bij een langdurige ondersteuningsbehoefte de Wmo (zie paragraaf
2.2.5). Wanneer een inwoner voor zijn ondersteuningsvraag aanspraak
2.2.5). Wanneer een inwoner voor zijn ondersteuningsvraag aanspraak
kan maken op een andere voorziening (zorg/ondersteuning Zvw) kan
kan maken op een andere voorziening (zorg/ondersteuning Zvw) kan
het college een maatwerkvoorziening Wmo weigeren omdat de inwoner
het college een maatwerkvoorziening Wmo weigeren omdat de inwoner
op eigen kracht zijn ondersteuningsvraag met de andere voorziening
op eigen kracht zijn ondersteuningsvraag met de andere voorziening
kan oplossen. Het kan ook voorkomen dat een combinatie van
kan oplossen. Het kan ook voorkomen dat een combinatie van
voorzieningen nodig is. In die situaties is afstemming van de
voorzieningen nodig is. In die situaties is afstemming van de
maatwerkvoorziening Wmo op de andere voorziening noodzakelijk.
maatwerkvoorziening Wmo op de andere voorziening noodzakelijk.
Afbakening Jeugdwet-Zvw
Afbakening Jeugdwet-Zvw
Als een jeugdige voor een ondersteuningsvraag recht op zorg vanuit de
Als een jeugdige voor een ondersteuningsvraag in aanmerking komt
Zvw heeft, wordt geen maatwerkvoorziening op grond van de
voor zorg vanuit de Zvw, wordt geen maatwerkvoorziening op grond
Jeugdwet toegekend. Behalve als er meerdere oorzaken ten grondslag
van de Jeugdwet toegekend. Als de jeugdige en/of de ouders een
liggen aan de problemen van de jeugdige. In dat geval gaat de
aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels)
maatwerkvoorziening op grond van de Jeugdwet voor. Hiervoor geldt
vergoedt, wordt van ouders of de jeugdige verwacht dat zij deze
tevens de plicht tot afstemming.
aanspreken. Het college verstrekt dan geen maatwerkvoorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed. Hiervoor geldt tevens de plicht tot afstemming.
Artikel 3.6
”Denk bijvoorbeeld aan ....eenzaamheid “
Artikel 3.6 Algemene voorziening “Een voorbeeld van een algemene voorziening is de was- en strijkservice”. Artikel 3.6.1 Afwegingskader Was en Strijkservice
Alle inwoners kunnen gebruik maken van de algemene voorziening wasen strijkservice tegen het reguliere tarief. Inwoners met een Wmo indicatie huishoudelijke ondersteuning kunnen gebruik maken van de
2025-287 Bijlage 5
was- en strijkservice tegen een gereduceerd tarief. Voor inwoner met een stadspas is er een korting op het gereduceerde tarief. Inwoners die gebruik maken van Wederkeer tegen een gereduceerd tarief (evt. met korting) kunnen maximaal 1 waszak van in totaal 10 kilo per week laten wassen (voor 2 wasmachines was). In uitzonderingsgevallen kan hiervan worden afgeweken. De hoogte van de bijdrage is vastgelegd in de Wmo jeugdhulpverordening gemeente Nieuwegein 2020. De gereduceerde kosten voor een waszak zijn lager dan de kosten voor thuis wassen, zoals door het Nibud berekend. De kosten voor thuis wassen bestaan onder andere uit kosten voor water, elektra, wasmiddel en afschrijving van de machine. De algemene voorziening was- en strijkservice kan mogelijk niet geschikt zijn voor alle inwoners. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de situatie wanneer er méér was is dan gebruikelijk als gevolg van ernstige incontinentie, of in de situatie wanneer iemand chemotherapie heeft of wanneer er sprake is van besmet wasgoed. Het wassen kan dan alsnog onder de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning vallen. Dit wordt individueel beoordeeld door het sociaal wijkteam. Hoofdstuk 5 Maatwerkvoorzieningen Wmo
Hoofdstuk 5 Maatwerkvoorzieningen Wmo
Artikel 5.1.2 Normenkader
Artikel 5.1.2 Normenkader
2. Wasverzorging Ondersteuning ten behoeve van dit resultaat wordt geboden als een inwoner een belemmering heeft bij het op orde en schoon houden van het linnen en/of beddengoed en kleding. In geval van deels overnemen van de was, dus de inwoner kan deeltaken zelf, kan voor de overige taken wasverzorging afgegeven worden. Ook in situaties wanneer inwoner een allergie heeft of de zakken niet kan vullen/scheiden. Verwacht mag worden dat de inwoner beschikt over een wasmachine, dit behoort tot de verantwoordelijkheid van de inwoner. Uiteraard wordt ook hierbij eerst gekeken wat er op eigen kracht (denk aan
2. Wasverzorging
Van de inwoner verwachten we dat hij voor het verzorgen van de was zoveel mogelijk gebruik maakt van voorliggende voorzieningen, zoals de was- en strijkservice (Wederkeer). Indien dit echt niet mogelijk is, kan het resultaat wasverzorging worden geïndiceerd. Voorbeelden van deze uitzonderingssituaties zijn dat een inwoner (tijdelijk) chemotherapie heeft, waarbij de was separaat gewassen moet worden of bij zeer ernstige (fecale) incontinentie waarbij er dusdanig veel wasgoed is dat de was- en strijkservice niet geschikt is. Het gaat hierbij om het wassen, drogen en strijken van bovenkleding en/of, indien noodzakelijk, om het
2025-287 Bijlage 5
eigen keuze voor strijkvrije kleding of zittend strijken indien staan een probleem vormt) of met hulp van personen uit het sociaal netwerk kan worden opgelost. Wanneer de was overgenomen dient te worden wordt in eerste instantie verwezen naar de Was- en strijkservice. In dit geval krijgt de inwoner een was-voucher waarmee er maximaal 2 zakken van 5kg door deze service bij de inwoner thuis worden opgehaald en weer teruggebracht.
wassen en drogen van bed- en linnengoed. Het doel van dit resultaat is dat de inwoners beschikt over schone kleding en schoon bedden en linnengoed. Het gaat hier uitsluitend over normale kleding voor alledag. De verzorging van de was, zoals bedoeld binnen dit resultaatgebied, omvat het behandelen van vlekken, het wassen, het drogen en vouwen van de was en het terugleggen van kleding en beddengoed in de kast. De uiteindelijke invulling hiervan is aan de inwoner in overleg met de aanbieder. Verwacht mag worden dat de inwoner beschikt over een wasmachine en zoveel mogelijk strijkvrije kleding. Het voorkomen van extra was kan bijvoorbeeld door incontinentiemateriaal of antiallergieproducten te gebruiken. Ook de aanschaf van een droger of het kopen van kleding die niet gestreken hoeft te worden kan bijdragen aan het voorkomen van extra waswerkzaamheden. Bedden- en linnengoed wordt in principe niet gestreken. Ondersteuning ten behoeve van dit resultaat wordt geboden als een inwoner een belemmering heeft bij het op orde en schoonhouden van het linnen en/of beddengoed en kleding. Verwacht mag worden dat de inwoner beschikt over een wasmachine, dit behoort tot de verantwoordelijkheid van de inwoner.
Uiteraard wordt ook hierbij eerst gekeken wat er op eigen kracht of met hulp van personen uit het sociaal netwerk kan worden opgelost (denk aan eigen keuze voor strijkvrije kleding of zittend strijken als staan een probleem vormt). Wanneer de was overgenomen dient te worden, wordt in de eerste instantie verwezen naar de was- en strijkservice.
Hoofdstuk 6 Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp
Hoofdstuk 4 Maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp
Dit hoofdstuk gaat over (het beoordelen van een aanvraag voor een of
Dit hoofdstuk gaat over (het beoordelen van een aanvraag voor een of
meerdere) maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp. Het hoofdstuk bevat
meerdere) maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp. Het hoofdstuk bevat
beleidsregels over de toepassing van het begrip ‘gebruikelijke hulp’ bij
beleidsregels over de toepassing van het begrip ‘gebruikelijke hulp’ bij
Met opmerkingen [SK1]: wordt H6, H4?
2025-287 Bijlage 5
ondersteuningsvragen Jeugdhulp en beleidsregels over
ondersteuningsvragen Jeugdhulp en beleidsregels over
maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp die bijdragen aan het gezond
maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp die bijdragen aan het gezond
opgroeien in een veilige setting, het versterken van ontwikkelkansen
opgroeien in een veilige setting, het versterken van ontwikkelkansen
van jeugdigen en het versterken van opvoeders in hun rol. In aparte
van jeugdigen en het versterken van opvoeders in hun rol. In aparte
paragrafen staan in dit hoofdstuk de beleidsregels voor
paragrafen staan in dit hoofdstuk de beleidsregels voor
jeugdhulpvervoer en verlengde jeugdhulp beschreven.
jeugdhulpvervoer en verlengde jeugdhulp beschreven.
Zoals al gesteld in hoofdstuk 1 en 3, worden maatwerkvoorzieningen
Zoals al gesteld in hoofdstuk 1 en 3, worden maatwerkvoorzieningen
Jeugdhulp enkel toegekend wanneer deze de jeugdige in staat stellen
Jeugdhulp enkel toegekend wanneer deze de jeugdige in staat stellen
om veilig en gezond op te groeien, zijn of haar deelname aan het
om veilig en gezond op te groeien, zijn of haar deelname aan het
maatschappelijk verkeer bevorderen en/of zelfredzaamheid vergroten.
maatschappelijk verkeer bevorderen en/of zelfredzaamheid vergroten.
Dit kan dus ook door een ouder in zijn opvoedrol te versterken. Een
Dit kan dus ook door een ouder in zijn opvoedrol te versterken.
maatwerkvoorziening Jeugdhulp wordt verder alleen verstrekt als de
Jeugdigen en/of ouder(s) komen pas in aanmerking voor een
ondersteuningsvraag onvoldoende op eigen kracht, met gebruikelijke
maatwerkvoorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de
hulp, hulp van personen uit het sociaal netwerk of door gebruik te
hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend
maken van algemeen gebruikelijke, andere of algemene voorzieningen,
vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
kan worden opgelost.
•
Jeugdhulp vanuit de jeugdwet stopt in principe bij 18 jaar tenzij in dit
•
gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar
hoofdstuk expliciet anders wordt vermeld. Wanneer voldaan wordt aan
en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen
minimaal één van de criteria zoals beschreven in paragraaf 6.6 kan
(dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de
jeugdhulp ook als verlengde jeugdhulp worden ingezet
bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan
• •
de ondersteuning vanuit het sociale netwerk het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten
Jeugdhulp vanuit de jeugdwet stopt in principe bij 18 jaar, tenzij in dit hoofdstuk expliciet anders wordt vermeld. Wanneer voldaan wordt aan minimaal één van de criteria zoals beschreven in paragraaf 6.6 kan jeugdhulp ook als verlengde jeugdhulp worden ingezet Artikel 6.1 (Boven)gebruikelijke hulp
Artikel 6.1 (Boven)gebruikelijke hulp
2025-287 Bijlage 5
In hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 staat beschreven wat gebruikelijke hulp
In hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 staat beschreven wat gebruikelijke hulp
is. Om na te gaan welk deel van een ondersteuningsvraag Jeugdhulp
is. Om na te gaan welk deel van een ondersteuningsvraag Jeugdhulp
gebruikelijke hulp betreft, is het nodig een onderscheid te maken
gebruikelijke hulp betreft, is het nodig een onderscheid te maken
tussen:
tussen:
1. Een ondersteuningsvraag van een kind: Er worden
1. Een ondersteuningsvraag van een kind: Er worden
belemmeringen ondervonden bij het veilig en gezond
belemmeringen ondervonden bij het veilig en gezond
opgroeien. 2. Een ondersteuningsvraag van een ouder: Er worden
opgroeien. 2. Een ondersteuningsvraag van een ouder: Er worden
belemmeringen ondervonden bij het opvoeden van zijn of haar
belemmeringen ondervonden bij het opvoeden van zijn of haar
kind.
kind.
Ondersteuningsvraag van een kind
Ondersteuningsvraag van een kind
Vanuit het perspectief van het kind, is gebruikelijke hulp de hulp die
Vanuit het perspectief van het kind, is gebruikelijke hulp de hulp die
het kind naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het veilig en gezond
het kind naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het veilig en gezond
opgroeien mag verwachten van de inwonende huisgenoten, zoals de
opgroeien mag verwachten van de inwonende huisgenoten, zoals de
ouder(s), broers of zussen.
ouder(s), broers of zussen.
In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:247BW) is geregeld dat ouders
In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:247BW) is geregeld dat ouders
verplicht zijn een minderjarig kind te verzorgen, op te voeden en
verplicht zijn een minderjarig kind te verzorgen, op te voeden en
toezicht te bieden. Het gaat om de zorg en de verantwoordelijkheid
toezicht te bieden. Het gaat om de zorg en de verantwoordelijkheid
voor het geestelijk en lichamelijke welzijn en de veiligheid van het
voor het geestelijk en lichamelijke welzijn en de veiligheid van het
kind, maar ook om het bevorderen van de ontwikkeling van zijn
kind, maar ook om het bevorderen van de ontwikkeling van zijn
persoonlijkheid. Deze plicht voor ouders geldt tot het kind 18 jaar
persoonlijkheid. Deze plicht voor ouders geldt tot het kind 18 jaar
wordt. Daarna geldt een voortgezette onderhoudsplicht voor de kosten
wordt. Daarna geldt een voortgezette onderhoudsplicht voor de kosten
van levensonderhoud en studie tot het kind 21 jaar wordt. Beide
van levensonderhoud en studie tot het kind 21 jaar wordt. Beide
gelden ook voor een kind met een ziekte, aandoening of beperking.
gelden ook voor een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke
Ondersteuningsvraag van de ouder
hulp over. Dit geldt ook bij ouders die uit elkaar zijn. Er wordt dan ook
Vanuit het perspectief van de ouder, is gebruikelijke hulp de hulp die
rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de
de ouder naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het opvoeden van
jeugdige niet woont.
2025-287 Bijlage 5
het kind mag verwachten van de (ex-)partner of eventuele andere meerjarige huisgenoten.
Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 wordt hulp die in omvang en intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel overstijgt, aangemerkt als
Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 wordt hulp die in omvang en
bovengebruikelijke hulp. Ouders zijn in eerste instantie nog steeds
intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel overstijgt, aangemerkt als
verantwoordelijk voor het bieden van bovengebruikelijke hulp. Alleen
bovengebruikelijke hulp. Alleen wanneer er sprake is van
wanneer er sprake is van (dreigende) overbelasting bij de ouders en
bovengebruikelijke hulp en/of de gebruikelijke hulp niet geboden kan
de (boven)gebruikelijke hulp niet door het sociaal netwerk of een
worden in verband met beperkte veerkracht/overbelasting of
voorliggende voorziening geboden kan worden, kan een
onvoldoende deskundigheid van de huisgenoot, kan een
maatwerkvoorziening worden ingezet. Er moet dan wel een verband
maatwerkvoorziening worden ingezet.
zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige.
Artikel 6.1.1 Eigen kracht bij een bovengebruikelijke
Artikel 6.1.1 Eigen kracht bij een bovengebruikelijke
ondersteuningsvraag
ondersteuningsvraag
Op grond van de Jeugdwet (artikel 2.3 lid 1 van de Jeugdwet) hoeft
Op grond van de Jeugdwet (artikel 2.3 lid 1 van de Jeugdwet) hoeft
het college geen voorziening Jeugdhulp te treffen wanneer de jeugdige
het college geen voorziening Jeugdhulp te treffen wanneer de jeugdige
of de ouders in staat zijn de problemen zelf op te lossen. Dit wordt in
of de ouders in staat zijn de problemen zelf op te lossen. Dit wordt in
de praktijk ook wel ‘eigen kracht’ genoemd en is gebaseerd op het
de praktijk ook wel ‘eigen kracht’ genoemd en is gebaseerd op het
principe dat ouders op de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor
principe dat ouders op de eerste plaats zelf verantwoordelijk zijn voor
het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen en dus ook voor het
het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen en dus ook voor het
oplossen van problemen die zich daarbij voordoen.
oplossen van problemen die zich daarbij voordoen.
Om te bepalen of sprake is van voldoende eigen kracht van ouders,
Om te bepalen of sprake is van voldoende eigen kracht van ouders,
hanteert het college de volgende hulpvragen:
hanteert het college de volgende hulpvragen:
1. Is de ouder (en/of het sociaal netwerk) in staat de noodzakelijke hulp te bieden? 2. Is de ouder (en of het sociaal netwerk) beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? 3. Levert het bieden van de hulp overbelasting van de ouder op?
1. Is de ouder (en/of het sociaal netwerk) in staat de noodzakelijke hulp te bieden? 2. Is de ouder (en of het sociaal netwerk) beschikbaar om de noodzakelijke hulp te bieden? 3. Levert het bieden van de hulp overbelasting van de ouder op? 4. Levert het bieden van de hulp financiële problemen op?
Wanneer uit het onderzoek naar deze factoren blijkt dat de ouder de benodigde hulp kan bieden zonder dat dit tot problemen leidt op één
2025-287 Bijlage 5
van deze terreinen, dan kan het college concluderen dat er sprake is
Wanneer uit het onderzoek naar deze factoren blijkt dat de ouder de
van voldoende eigen kracht. Ook bij een bovengebruikelijke hulpvraag
benodigde hulp kan bieden zonder dat dit tot problemen leidt op één
hoeft in dat geval geen maatwerkvoorziening Jeugdhulp te worden
van deze terreinen, dan kan het college concluderen dat er sprake is
ingezet. Het complete afwegingskader is opgenomen in bijlage 7.
van voldoende eigen kracht. Ook bij een bovengebruikelijke hulpvraag hoeft in dat geval geen maatwerkvoorziening Jeugdhulp te worden
Kortom, het college houdt rekening met een eigen oplossing door
ingezet.
ouders, ook bij een bovengebruikelijke hulpvraag. Als ouders bovengebruikelijke hulp bieden, kan het college tot het besluit komen
Kortom, ouders zijn in beginsel zelf verantwoordelijk voor
dat de inzet van een maatwerkvoorziening Jeugdhulp niet nodig is.
(boven)gebruikelijke hulp. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat het bieden van
Wanneer uit het onderzoek blijkt dat het bieden van
bovengebruikelijke hulp overbelasting van de ouder oplevert, hanteert
bovengebruikelijke hulp overbelasting van de ouder oplevert, hanteert
het college als uitgangspunt dat in die situatie geen
het college als uitgangspunt dat in die situatie geen
maatwerkvoorziening Jeugdhulp in de vorm van een pgb kan worden
maatwerkvoorziening Jeugdhulp in de vorm van een pgb kan worden
toegekend voor ondersteuning aan het kind geboden door de
toegekend voor ondersteuning aan het kind geboden door de
overbelaste ouder. Zie ook paragraaf 4.4.4.
overbelaste ouder. Zie ook paragraaf 4.4.4. In hoofdstuk 3 paragraaf 3.2 staat beschreven wat gebruikelijke hulp is. Om na te gaan welk deel van een ondersteuningsvraag Jeugdhulp gebruikelijke hulp betreft, is het nodig een onderscheid te maken tussen:
1. Een ondersteuningsvraag van een kind: Er worden belemmeringen ondervonden bij het veilig en gezond opgroeien.
2. Een ondersteuningsvraag van een ouder: Er worden belemmeringen ondervonden bij het opvoeden van zijn of haar kind. Ondersteuningsvraag van een kind Vanuit het perspectief van het kind, is gebruikelijke hulp de hulp die het kind naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het veilig en gezond
2025-287 Bijlage 5
opgroeien mag verwachten van de inwonende huisgenoten, zoals de ouder(s), broers of zussen. In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:247BW) is geregeld dat ouders verplicht zijn een minderjarig kind te verzorgen, op te voeden en toezicht te bieden. Het gaat om de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijke welzijn en de veiligheid van het kind, maar ook om het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Deze plicht voor ouders geldt tot het kind 18 jaar wordt. Daarna geldt een voortgezette onderhoudsplicht voor de kosten van levensonderhoud en studie tot het kind 21 jaar wordt. Beide gelden ook voor een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Ondersteuningsvraag van de ouder Vanuit het perspectief van de ouder, is gebruikelijke hulp de hulp die de ouder naar algemeen aanvaarde opvattingen bij het opvoeden van het kind mag verwachten van de partner of eventuele andere meerjarige huisgenoten. Zoals aangegeven in paragraaf 3.2 wordt hulp die in omvang en intensiteit de gebruikelijke hulp substantieel overstijgt, aangemerkt als bovengebruikelijke hulp. Alleen wanneer er sprake is van bovengebruikelijke hulp en/of de gebruikelijke hulp niet geboden kan worden in verband met beperkte veerkracht/overbelasting of onvoldoende deskundigheid van de huisgenoot, kan een maatwerkvoorziening worden ingezet.
Mits hiervoor ook geen beroep kan worden gedaan op de eigen kracht, hulp van personen uit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere en/of algemene voorzieningen. Artikel 6.1.3 (Dreigende) Overbelasting of gebrek aan
Artikel 6.1.3 (Dreigende) Overbelasting of gebrek aan
deskundigheid
deskundigheid
2025-287 Bijlage 5
Bij het analyseren van de ondersteuningsvraag Jeugdhulp en de mate waarin gebruikelijke hulp daarin kan voorzien, wordt niet alleen
Bij het analyseren van de ondersteuningsvraag Jeugdhulp en de mate
gekeken naar hetgeen de ouder(s) naar algemeen aanvaarde
waarin gebruikelijke hulp daarin kan voorzien, wordt niet alleen
opvattingen aan het kind of elkaar moeten bieden. Van invloed is ook
gekeken naar hetgeen de ouder(s) naar algemeen aanvaarde
de intensiteit en omvang van de ondersteuningsbehoefte in relatie tot
opvattingen aan het kind of elkaar moeten bieden. Van invloed is ook
de veerkracht/belastbaarheid en deskundigheid van de ouder(s).
de intensiteit en omvang van de ondersteuningsbehoefte in relatie tot de veerkracht/belastbaarheid en deskundigheid van de ouder(s).
Zo kan het voorkomen dat een ouder overbelast is geraakt of niet over de juiste vaardigheden beschikt en daardoor niet (langer) in staat is de
Zo kan het voorkomen dat een ouder door de zorg voor zijn/haar kind
(boven)gebruikelijke hulp aan het kind te bieden. In een dergelijke
overbelast is geraakt of niet over de juiste vaardigheden beschikt en
situatie kan een of meerdere maatwerkvoorziening(en) Jeugdhulp
daardoor niet (langer) in staat is de (boven)gebruikelijke hulp aan het
worden ingezet om te voorzien in de ondersteuningsbehoefte van het
kind te bieden. In een dergelijke situatie kan een of meerdere
kind, de ouder tijdelijk te ontlasten of kortdurend te helpen zijn of
maatwerkvoorziening(en) Jeugdhulp worden ingezet om te voorzien in
haar deskundigheid ten aanzien van de ondersteuningsbehoefte van
de ondersteuningsbehoefte van het kind, de ouder tijdelijk te ontlasten
zijn/ haar kind te vergroten. Dit mits de andere ouder hier ook niet in
of kortdurend te helpen zijn of haar deskundigheid ten aanzien van de
kan voorzien en er geen beroep kan worden gedaan op eigen kracht,
ondersteuningsbehoefte van zijn/ haar kind te vergroten. Dit mits de
hulp vanuit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere en/of
andere ouder hier ook niet in kan voorzien en er geen beroep kan
algemene voorzieningen.
worden gedaan op eigen kracht, hulp vanuit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere en/of algemene voorzieningen.
Wanneer een ouder overbelast is geraakt en daardoor niet (langer) in staat is de (boven)gebruikelijke hulp aan het kind te bieden, hanteert
Wanneer een ouder overbelast is geraakt en daardoor niet (langer) in
het college als uitgangspunt dat in die situatie geen
staat is de (boven)gebruikelijke hulp aan het kind te bieden, hanteert
maatwerkvoorziening Jeugdhulp in de vorm van een pgb kan worden
het college als uitgangspunt dat in die situatie geen
toegekend voor ondersteuning aan het kind geboden door de
maatwerkvoorziening Jeugdhulp in de vorm van een pgb kan worden
overbelaste ouder. Zie ook paragraaf 4.4.4.
toegekend voor ondersteuning aan het kind geboden door de overbelaste ouder. Zie ook paragraaf 4.4.4.
(Dreigende) overbelasting Of er sprake is van (dreigende) overbelasting bij de ouder(s), moet
(Dreigende) overbelasting
blijken uit het onderzoek zoals bedoeld in hoofdstuk 2 waarin het
Of er sprake is van (dreigende) overbelasting bij de ouder(s), moet
opsporen van (een dreigende) overbelasting wordt meegenomen. Het
blijken uit het onderzoek zoals bedoeld in hoofdstuk 2 waarin het
inwinnen van onafhankelijk medisch advies kan onderdeel uitmaken
opsporen van (een dreigende) overbelasting wordt meegenomen. Het
van het onderzoek.
2025-287 Bijlage 5
inwinnen van onafhankelijk medisch advies kan onderdeel uitmaken Als een ouder overbelast is, is er bij de ouder veelal sprake van:
• •
Een grote bovengebruikelijke ondersteuningsbehoefte van het kind;
•
van het onderzoek.
Signalen van overbelasting;
Persoonlijke problemen. Denk aan schulden, werkloosheid,
Als een ouder overbelast is, is er bij de ouder veelal sprake van:
• •
ziekte, echtscheiding etc. Het risico op overbelasting bij een ouder neemt toe, wanneer:
ziekte, echtscheiding etc.
er een grote boven-gebruikelijke ondersteuningsbehoefte van er nog andere huisgenoten (partner of andere kinderen) zijn
Het risico op overbelasting bij een ouder neemt toe, wanneer:
• •
met ondersteuningsbehoefte of persoonlijke problemen, én;
•
Persoonlijke problemen. Denk aan schulden, werkloosheid,
de ouder zelf kampt met persoonlijke problemen, én; het kind is, én;
•
Een grote bovengebruikelijke ondersteuningsbehoefte van het kind;
• • •
Signalen van overbelasting;
een sociaal netwerk waar een beroep op kan worden gedaan
de ouder zelf kampt met persoonlijke problemen, én; er een grote boven-gebruikelijke ondersteuningsbehoefte van het kind is, én;
•
deels/ geheel ontbreekt.
er nog andere huisgenoten (partner of andere kinderen) zijn met ondersteuningsbehoefte of persoonlijke problemen, én;
• Gebrek aan vaardigheden/deskundigheid
een sociaal netwerk waar een beroep op kan worden gedaan deels/ geheel ontbreekt.
Een gebrek aan vaardigheden/deskundigheid bij de ouder kan ook een reden zijn om een maatwerkvoorziening Jeugdhulp toe te kennen waar
Gebrek aan vaardigheden/deskundigheid
sprake is van gebruikelijke of bovengebruikelijke hulp van ouder aan
Een gebrek aan vaardigheden/deskundigheid bij de ouder kan ook een
kind. Ook hier geldt dat dit enkel kan, wanneer de
reden zijn om een maatwerkvoorziening Jeugdhulp toe te kennen waar
ondersteuningsvraag onvoldoende kan worden opgelost op eigen
sprake is van gebruikelijke of bovengebruikelijke hulp van ouder aan
kracht, met gebruikelijke hulp (hulp die de andere ouder of
kind. Ook hier geldt dat dit enkel kan, wanneer de
meerderjarige kinderen in het gezin kunnen bieden), hulp van
ondersteuningsvraag onvoldoende kan worden opgelost op eigen
personen uit het sociaal netwerk, algemeen gebruikelijke, andere en/of
kracht, hulp van personen uit het sociaal netwerk, algemeen
algemene voorzieningen.
gebruikelijke, andere en/of algemene voorzieningen.
Een gebrek aan vaardigheden/deskundigheid bij de ouder in het bieden
Een gebrek aan vaardigheden/deskundigheid bij de ouder in het bieden
van (boven)gebruikelijke hulp aan zijn kind, kan opgemerkt worden:
van (boven)gebruikelijke hulp aan zijn kind, kan opgemerkt worden:
•
op eigen aangeven en/of signalen van overbelasting;
•
op eigen aangeven en/of signalen van overbelasting;
Met opmerkingen [SK2]: vraag me af wat dit toevoegt? Met opmerkingen [SK3R2]: of bedoelen we gebruikelijke hulp of bovengebruikelijke hulp die normaliter onder de eigen kracht valt? Want bij onvoldoende deskundigheid zou ik zeggen: valt dus niet onder de eigen kracht.
2025-287 Bijlage 5
•
op signalen van derden (sociaal netwerk of betrokken
•
professionals);
• •
door het inwinnen van onafhankelijk medisch advies; door lichamelijke of psychische signalen van verwaarlozing bij het kind.
op signalen van derden (sociaal netwerk of betrokken professionals);
• •
door het inwinnen van onafhankelijk medisch advies; door lichamelijke of psychische signalen van verwaarlozing bij het kind.
Artikel 6.5 Jeugdhulpvervoer
Artikel 6.5 Jeugdhulpvervoer
Op grond van de Jeugdwet kan bij een maatwerkvoorziening Jeugdhulp
Op grond van de Jeugdwet kan bij een maatwerkvoorziening Jeugdhulp
ook jeugdhulpvervoer worden toegekend als dit naar het oordeel van
ook jeugdhulpvervoer worden toegekend als dit naar het oordeel van
het college noodzakelijk is. Het betreft het vervoer van de jeugdige
het college noodzakelijk is. Het betreft het vervoer van de jeugdige
van en naar de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt. Het
van en naar de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt. Het
vervoeren van de ouders naar een locatie waar een jeugdige jeugdhulp
vervoeren van de ouders naar een locatie waar een jeugdige jeugdhulp
ontvangt (bijvoorbeeld bij verblijf van een jeugdige in een instelling) is
ontvangt (bijvoorbeeld bij verblijf van een jeugdige in een instelling) is
geen jeugdhulpvervoer. Ook vervoer naar een reguliere naschoolse
geen jeugdhulpvervoer. Ook vervoer naar een reguliere naschoolse
opvang of sportclub zonder dat daar jeugdhulp als
opvang of sportclub zonder dat daar jeugdhulp als
maatwerkvoorziening geboden wordt, is geen jeugdhulpvervoer.
maatwerkvoorziening geboden wordt, is geen jeugdhulpvervoer.
Wanneer het college jeugdhulpvervoer noodzakelijk acht, kan zij op
Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer
grond van de verordening de naar haar oordeel goedkoopst passende
van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. Het college
vorm van jeugdhulpvervoer verstrekken. Jeugdhulpvervoer kan ook
beoordeelt in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden
ten behoeve van één begeleider worden toegekend als begeleiding in
zijn waardoor de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend
het vervoer naar het oordeel van het college vereist is. Wanneer
vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de
jeugdhulpvervoer wordt toegekend, oordeelt het college ook of er
eigen verantwoordelijkheid voor het vervoer op zich te nemen.
sprake is van algemeen gebruikelijke kosten en wat de omvang daarvan is.
Wanneer het college jeugdhulpvervoer noodzakelijk acht, kan zij op grond van de verordening de naar haar oordeel goedkoopst passende
Vervoer van en naar de locatie waar jeugdhulp geboden wordt
vorm van jeugdhulpvervoer verstrekken. Jeugdhulpvervoer kan ook
In de Jeugdwet is niet vastgelegd vanaf welke locatie de jeugdige naar
ten behoeve van één begeleider worden toegekend als begeleiding in
de jeugdhulplocatie vervoerd moet worden evenals dat niet is
het vervoer naar het oordeel van het college vereist is. Wanneer
vastgelegd naar welke locatie de jeugdige vervoerd moet worden vanaf
jeugdhulpvervoer wordt toegekend, oordeelt het college ook of er
de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt. Het kan dus het vervoer
2025-287 Bijlage 5
vanaf de woning van de jeugdige naar de jeugdhulplocatie betreffen,
sprake is van algemeen gebruikelijke kosten en wat de omvang
maar bijvoorbeeld ook vanaf school of een reguliere naschoolse
daarvan is.
opvang naar de jeugdhulplocatie en visa versa. Vervoer van en naar de locatie waar jeugdhulp geboden wordt De afstand waarvoor jeugdhulpvervoer kan worden toegekend, betreft
In de Jeugdwet is niet vastgelegd vanaf welke locatie de jeugdige naar
altijd de kortst gemeten afstand van de vertreklocatie naar de
de jeugdhulplocatie vervoerd moet worden evenals dat niet is
jeugdhulplocatie en de kortst gemeten afstand van de jeugdhulplocatie
vastgelegd naar welke locatie de jeugdige vervoerd moet worden vanaf
naar de aankomstlocatie, gemeten op de wijze zoals is vastgelegd in
de locatie waar de jeugdhulp geboden wordt. Het kan dus het vervoer
het besluit.
vanaf de woning van de jeugdige naar de jeugdhulplocatie betreffen, maar bijvoorbeeld ook vanaf school of een reguliere naschoolse
Vaststellen noodzakelijkheid
opvang naar de jeugdhulplocatie en visa versa.
Om de noodzakelijkheid van jeugdhulpvervoer vast te stellen, gaat het college per situatie na in welke mate een beroep kan worden gedaan
De afstand waarvoor jeugdhulpvervoer kan worden toegekend, betreft
op eigen kracht (zelf met de fiets of openbaar vervoer), gebruikelijke
altijd de kortst gemeten afstand van de vertreklocatie naar de
hulp (gebracht kan worden door de vader/moeder, een oudere broer of
jeugdhulplocatie en de kortst gemeten afstand van de jeugdhulplocatie
zus), hulp van personen uit het sociaal netwerk (gebracht kan worden
naar de aankomstlocatie, gemeten op de wijze zoals is vastgelegd in
door de buurman/-vrouw), andere en algemene voorzieningen
het besluit.
(gebruik kan maken van het openbaar vervoer, een deelfiets of begeleidingsmogelijkheden als een app/ OV-begeleiderskaart of OV-
Vaststellen noodzakelijkheid
assistentie op stations een OV-maatje). De volgende elementen
Om de noodzakelijkheid van jeugdhulpvervoer vast te stellen, gaat het
worden bij het vaststellen van de noodzakelijkheid in samenhang
college per situatie na in welke mate een beroep kan worden gedaan
meegenomen:
op eigen kracht (zelf met de fiets of openbaar vervoer), gebruikelijke
• • • • • •
De leeftijd van het kind;.
hulp (gebracht kan worden door de vader/moeder, een oudere broer of
De medische situatie van het kind en/of de ouder;.
zus), hulp van personen uit het sociaal netwerk (gebracht kan worden
Beperkingen in de zelfredzaamheid van het kind en/of de
door de buurman/-vrouw), andere en algemene voorzieningen
ouder;.
(gebruik kan maken van het openbaar vervoer, een deelfiets of
De te overbruggen afstand van en naar de jeugdhulplocatie;.
begeleidingsmogelijkheden als een app/ OV-begeleiderskaart of OV-
De gevraagde frequentie en duur van het jeugdhulpvervoer;.
assistentie op stations een OV-maatje). De volgende elementen
Het type jeugdhulp dat het kind ontvangt.
worden bij het vaststellen van de noodzakelijkheid in samenhang meegenomen:
Een voorbeeld waarbij jeugdhulpvervoer noodzakelijk kan worden geacht:
• •
De leeftijd van het kind;. De medische situatie van het kind en/of de ouder;.
2025-287 Bijlage 5
De locatie waar passende jeugdhulp geboden kan worden, is ver weg
•
gelegen waardoor deze door de jeugdige niet zelfstandig te bereiken is, bijvoorbeeld gezien de leeftijd van de jeugdige, zijn beperking of de beschikbaarheid/inrichting van het openbaar vervoer in relatie tot zijn leeftijd/beperking.
Beperkingen in de zelfredzaamheid van het kind en/of de ouder;.
• • •
De te overbruggen afstand van en naar de jeugdhulplocatie;. De gevraagde frequentie en duur van het jeugdhulpvervoer;. Het type jeugdhulp dat het kind ontvangt.
Het college kan aanvullende bewijsstukken opvragen of onafhankelijk
Een voorbeeld waarbij jeugdhulpvervoer noodzakelijk kan worden
medisch advies inwinnen als zij dit nodig acht om een verzoek tot
geacht:
jeugdhulpvervoer goed te kunnen beoordelen. Bijvoorbeeld wanneer
De locatie waar passende jeugdhulp geboden kan worden, is ver weg
het college er niet zeker van is of de jeugdige vanwege zijn
gelegen waardoor deze door de jeugdige niet zelfstandig te bereiken
beperkingen al dan niet zelfstandig met openbaar vervoer kan reizen.
is, bijvoorbeeld gezien de leeftijd van de jeugdige, zijn beperking of de beschikbaarheid/inrichting van het openbaar vervoer in relatie tot zijn
Begeleiding bij het jeugdhulpvervoer
leeftijd/beperking.
Wanneer naar oordeel van het college begeleiding bij het jeugdhulpvervoer vereist is, wordt eerst verkend of de jeugdige
Het college kan aanvullende bewijsstukken opvragen of onafhankelijk
gebruik kan maken van bijvoorbeeld een OV-begeleiderskaart op
medisch advies inwinnen als zij dit nodig acht om een verzoek tot
vertoon waarvan een begeleider gratis mag meereizen.
jeugdhulpvervoer goed te kunnen beoordelen. Bijvoorbeeld wanneer het college er niet zeker van is of de jeugdige vanwege zijn
Wanneer geen beroep kan worden gedaan op dergelijke andere
beperkingen al dan niet zelfstandig met openbaar vervoer kan reizen.
voorzieningen of algemene voorzieningen voor vervoer van de begeleider, kan ook jeugdhulpvervoer ten behoeve van één begeleider
Begeleiding bij het jeugdhulpvervoer
worden toegekend. De vorm jeugdhulpvervoer die aan de jeugdige
Wanneer naar oordeel van het college begeleiding bij het
wordt toegekend, wordt dan ook verstrekt voor deze begeleider én
jeugdhulpvervoer vereist is, wordt eerst verkend of de jeugdige
enkel voor de afstand die deze begeleider met de jeugdige aflegt. Het
gebruik kan maken van bijvoorbeeld een OV-begeleiderskaart op
gaat om de reiskosten van de begeleider in het OV of een extra
vertoon waarvan een begeleider gratis mag meereizen.
zitplaats in het aangepast vervoer voor de afstanden die met de jeugdige worden afgelegd.
Wanneer geen beroep kan worden gedaan op dergelijke andere voorzieningen of algemene voorzieningen voor vervoer van de
Het zorgen voor een begeleider in het jeugdhulpvervoer, is geen taak
begeleider, kan ook jeugdhulpvervoer ten behoeve van één begeleider
van de gemeente. Ouders zijn primair verantwoordelijk voor het
worden toegekend. De vorm jeugdhulpvervoer die aan de jeugdige
begeleiden van hun kind. Als ouders zelf niet kunnen begeleiden, is het
wordt toegekend, wordt dan ook verstrekt voor deze begeleider én
ook hun taak om te onderzoeken of iemand anders de jeugdige kan
enkel voor de afstand die deze begeleider met de jeugdige aflegt. Het
2025-287 Bijlage 5
begeleiden, bijvoorbeeld iemand uit het sociaal netwerk of bijvoorbeeld
gaat om de reiskosten van de begeleider in het OV of een extra
een OV-maatje. Alleen wanneer er naar het oordeel van het college
zitplaats in het aangepast vervoer voor de afstanden die met de
legitieme redenen zijn dat ouders zelf niet kunnen begeleiden en
jeugdige worden afgelegd.
daarin ook niet kunnen voorzien, kan de maatwerkvoorziening Begeleiding worden ingezet ten behoeve van het jeugdhulpvervoer. Zie hiervoor ook paragraaf 6.3.1. Wanneer de maatwerkvoorziening Begeleiding enkel wordt ingezet voor het aanleren van de vaardigheid ‘deelname aan het verkeer’ ter bevordering van de zelfstandigheid, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie van de jeugdige, zijn de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer van de begeleider inbegrepen in de kostprijs van deze maatwerkvoorziening. Het betreft dan geen jeugdhulpvervoer. Bijlagen
Bijlagen
Bijlage 5. Behoeften en vaardigheden kind zonder beperking
Tabel vervalt
per levensfase en -gebied Bijlage 6 Richtlijn bovengebruikelijke tijdsinvestering
Vervalt
(minuten) handelingen persoonlijke verzorging jeugdigen Bijlage 7 Afwegingskader eigen kracht Jeugdhulp
Bijlage 6 Zorgplicht ouders
Om te kunnen bepalen of er voldoende eigen kracht is voor het
Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Het verlenen van de
verlenen van de noodzakelijke bovengebruikelijke hulp wordt
gebruikelijke zorg voor een kind valt altijd onder de eigen kracht. De
onderzocht of de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend
richtlijnen van gebruikelijke zorg zijn nader uitgewerkt, maar dit
vermogen van de ouder(s) en het sociaal netwerk voldoende zijn om
betreft een niet limitatieve lijst.
zelf de nodige hulp en ondersteuning te bieden.
•
De zorgplicht (gebruikelijke zorg) voor kinderen van 0 tot en met 4 jaar:
Om de eigen kracht in kaart te brengen zijn onderstaande vragen van belang:
o o
Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotore ontwikkeling.
2025-287 Bijlage 5
a.
Is de ouder (en/of het sociaal netwerk) in staat de
o
noodzakelijke hulp te bieden?
en wassen.
b. Is de ouder (en/of het sociaal netwerk) beschikbaar om
o o
de noodzakelijke hulp te bieden? c.
Moeten volledig verzorgd worden; aan- en uitkleden, eten
Levert het bieden van de hulp door de ouder (en/of het
Zijn tot 4 jaar niet zindelijk. Hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel- en vrijetijdsbesteding, hebben dit niet in verenigingsverband.
sociaal netwerk} geen overbelasting op?
o
Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven.
Indien de vragen a en b met ‘ja’ kunnen worden beantwoord en c met
•
De zorgplicht (gebruikelijke zorg) voor kinderen van 5 tot en
‘nee’, dan is er sprake van voldoende eigen kracht. In andere situaties
met 11 jaar:
is er sprake van onvoldoende eigen kracht.
o o o
Afwegingskader gebruikelijke zorg als onderdeel van eigen kracht jeugdhulp Ouders hebben een zorgplicht voor hun kinderen. Het verlenen van de
o
afwegingskader van gebruikelijke zorg is als volgt:
o o
met 4 jaar: Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen.
o
o o
De zorgplicht (gebruikelijke zorg) voor kinderen van 12 tot en met 17 jaar:
Hebben begeleiding nodig bij hun sport/spel- en
o
Zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te
De zorgplicht (gebruikelijke zorg) voor kinderen van 5 tot en met 11 jaar:
o o
Hebben bij hun vrijetijdsbesteding alleen begeleiding nodig
Zijn tot 4 jaar niet zindelijk.
begeven.
•
Sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband,
gaan.
•
vrijetijdsbesteding, hebben dit niet in verenigingsverband.
o
Zijn overdag zindelijk en 's nachts merendeels ook.
in het verkeer wanneer zij van en haar hun activiteiten
Moeten volledig verzorgd worden; aan- en uitkleden, eten en wassen.
Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun
gemiddeld 2x per week.
Hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotore ontwikkeling.
o
Hebben toezicht nodig (en nog maar weinig hulp) bij hun
psychomotore ontwikkeling.
De zorgplicht (gebruikelijke zorg) voor kinderen van 0 tot en
o o
Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. persoonlijke verzorging.
gebruikelijke zorg voor een kind valt altijd onder de eigen kracht. Het
•
Hebben een reguliere dagbesteding op school.
Hebben een reguliere dagbesteding op school. Kunnen niet zonder toezicht van volwassenen.
Hebben geen hulp (en maar weinig toezicht) nodig bij hun persoonlijke verzorging.
o o o o o
Hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen; Kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden; Kunnen vanaf 16 jaar dag en nacht alleen gelaten worden; Kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen Sport- en hobbyactiviteiten in verenigingsverband, onbekend aantal keer per week.