CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-287 Bijlage 3 Was-wordt verordening wmo jeugdhulp

Raadsvergadering 27 november 2025, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Bijdrage voor algemene voorziening was- en strijkservice en aanpassing Wmo Jeugdhulpverordening gemeente Nieuwegein 20205.198 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025-287 Bijlage 3

Was- wordt document Wmo en Jeugdhulpverordening gemeente Nieuwegein 2020 Datum: 14 oktober 2025 Tekst per artikel huidige verordening

Na wijzigingsbesluit worden deze artikelen gewijzigd in verordening

WAS

WORDT

Hoofdstuk 2 Toegang en procedure

Hoofdstuk 2 Toegang en procedure

Artikel 2.4 Verslaglegging onderzoek

Artikel 2.4 Verslaglegging onderzoek

1. Na afronding van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3,

•

Na afronding van het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3,

uiterlijk zes weken na ontvangst van de melding, verstrekt het

uiterlijk zes weken na ontvangst van de melding, verstrekt het

college aan de inwoner of diens vertegenwoordiger het

college aan de inwoner of diens vertegenwoordiger het

doelenplan.

ondersteuningsplan.

2. Het doelenplan bevat: a.

Persoonsgegevens: de persoonlijke gegevens van de

•

Het ondersteuningsplan bevat: g. Persoonsgegevens: de persoonlijke gegevens van de

inwoner;

inwoner;

b. Het verslag: een samenvatting van de tijdens het

h. Het verslag: een samenvatting van de tijdens het

onderzoek door het college en de inwoner of diens

onderzoek door het college en de inwoner of diens

vertegenwoordiger geformuleerde doelen en acties als

vertegenwoordiger geformuleerde doelen en acties als

oplossing voor de ondersteuningsvraag van de

oplossing voor de ondersteuningsvraag van de

inwoner;

inwoner;

c.

Een aanvraag: indien van toepassing een aanvraag van

i.

een inwoner voor een of meerdere

een inwoner voor een of meerdere

maatwerkvoorzieningen; d. De beschikking: indien van toepassing de afweging en

e.

Een aanvraag: indien van toepassing een aanvraag van maatwerkvoorzieningen;

j.

De beschikking: indien van toepassing de afweging en

de beslissing van het college op een aanvraag voor een

de beslissing van het college op een aanvraag voor een

of meerdere maatwerkvoorzieningen van een inwoner;

of meerdere maatwerkvoorzieningen van een inwoner;

De eindconclusie: een objectief beschreven

k.

De eindconclusie: een objectief beschreven

eindconclusie waarin staat waarover al dan niet

eindconclusie waarin staat waarover al dan niet

overeenstemming bestaat tussen de inwoner en het

overeenstemming bestaat tussen de inwoner en het

college;

college;

2025-287 Bijlage 3

f.

Een bezwaarclausule: een beschrijving van de wijze

l.

Een bezwaarclausule: een beschrijving van de wijze

waarop de inwoner bezwaar kan maken tegen het

waarop de inwoner bezwaar kan maken tegen het

besluit van het college als bedoeld in onderdeel d.

besluit van het college als bedoeld in onderdeel d.

Artikel 2.5 Aanvraag en beschikking maatwerkvoorziening

Artikel 2.5 Aanvraag en beschikking maatwerkvoorziening

1. Een inwoner kan een aanvraag voor een maatwerkvoorziening

1. Een inwoner kan een aanvraag voor een maatwerkvoorziening

indienen door het doelenplan als bedoeld in artikel 2.4 tweede

indienen door het ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 2.4

lid ondertekend te retourneren.

tweede lid ondertekend te retourneren.

2. Het college beslist op een aanvraag zoals bedoeld in het eerste

2. Het college beslist op een aanvraag zoals bedoeld in het eerste

lid en deze beschikking maakt onderdeel uit van het

lid en deze beschikking maakt onderdeel uit van het

doelenplan.

ondersteuningsplan.

3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval in de beschikking in het doelenplan beschreven: a.

welke maatwerkvoorziening wordt toegekend, wat de omvang en het beoogde resultaat is;

3. Bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening wordt in ieder geval in de beschikking in het ondersteuningsplan beschreven: a.

b. wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking is; c.

omvang en het beoogde resultaat is; b. wat de ingangsdatum en de duur van de verstrekking

of de maatwerkvoorziening in natura, in de vorm van een pgb of als financiële tegemoetkoming wordt

is; c.

verstrekt;

verstrekt;

welke gecontracteerde aanbieder de

d. of er sprake is van een te betalen eigen bijdrage;

maatwerkvoorziening verstrekt indien het een

e.

maatwerkvoorziening in natura betreft; f.

of de maatwerkvoorziening in natura, in de vorm van een pgb of als financiële tegemoetkoming wordt

d. of er sprake is van een te betalen eigen bijdrage; e.

welke maatwerkvoorziening wordt toegekend, wat de

maatwerkvoorziening verstrekt indien het een

onder welke voorwaarden deze maatwerkvoorziening wordt toegekend.

g. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.

4. In aanvulling op het voorgaande lid wordt bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb, aanvullend in de beschikking in het doelenplan vastgelegd:

welke gecontracteerde aanbieder de maatwerkvoorziening in natura betreft;

f.

onder welke voorwaarden deze maatwerkvoorziening wordt toegekend.

g. indien van toepassing, welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.

4. In aanvulling op het voorgaande lid wordt bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb,

2025-287 Bijlage 3

a.

voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend

aanvullend in de beschikking in het ondersteuningsplan

en binnen welke termijn;

vastgelegd:

b. welke (kwaliteits-)eisen gelden voor de besteding van

a.

het pgb; c.

wat de hoogte van het pgb is en hoe deze berekend is;

en binnen welke termijn; b. welke (kwaliteits-)eisen gelden voor de besteding van

d. hoe de besteding van het pgb moet worden verantwoord.

voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend

het pgb; c.

wat de hoogte van het pgb is en hoe deze berekend is;

d. hoe de besteding van het pgb moet worden verantwoord. Hoofdstuk 3 Voorzieningen

Hoofdstuk 3 Voorzieningen

Artikel 3.1 Voorzieningen Jeugdhulp en Wmo

Artikel 3.1 Voorzieningen Jeugdhulp en Wmo

1. Het college treft op basis van artikel 2.1.2 van de Wmo ten

1. Het college treft op basis van artikel 2.1.2 van de Wmo ten

behoeve van een zo hoog mogelijk niveau van zelfredzaamheid

behoeve van een zo hoog mogelijk niveau van zelfredzaamheid

en maatschappelijke participatie van de inwoner algemene en

en maatschappelijke participatie van de inwoner algemene en

maatwerkvoorzieningen Wmo op het gebied van:

maatwerkvoorzieningen Wmo op het gebied van:

o o

Wonen in een geschikt huis (Wonen) Wonen in een beschermde omgeving voor mensen met

o o

een licht verstandelijke beperking (LVB) (Wonen LVB)

o o o o

Verplaatsen in en om de woning (Verplaatsen) Lokaal verplaatsen per vervoermiddel (Vervoer) Voeren van een huishouden (Huishouden) Regie en structuur in het dagelijks leven (Dagelijkse Persoonlijke ontwikkeling en arbeidsmatige activering Zingeving, sport en activeren (Activeren) Beschikken over mantelzorg die het vol kan houden (Mantelzorg)

Verplaatsen in en om de woning (Verplaatsen) Lokaal verplaatsen per vervoermiddel (Vervoer) Voeren van een huishouden (Huishouden) Regie en structuur in het dagelijks leven (Dagelijkse regie)

o

(Persoonlijke groei)

o o

Wonen in een beschermde omgeving voor mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) (Wonen LVB)

o o o o

regie)

o

Wonen in een geschikt huis (Wonen)

Persoonlijke ontwikkeling en arbeidsmatige activering (Persoonlijke groei)

o o

Zingeving, sport en activeren (Activeren) Beschikken over mantelzorg die het vol kan houden (Mantelzorg)

2. Het college treft op basis van artikel 2.3 en artikel 2.4 tweede

2. Het college treft op basis van artikel 2.3 en artikel 2.4 tweede

en derde lid van de Jeugdwet ten behoeve van het gezond en

en derde lid van de Jeugdwet ten behoeve van het gezond en

veilig opgroeien, groeien naar zelfstandigheid en een zo hoog

veilig opgroeien, groeien naar zelfstandigheid en een zo hoog

2025-287 Bijlage 3

mogelijk niveau van zelfredzaamheid en maatschappelijke

mogelijk niveau van zelfredzaamheid en maatschappelijke

participatie van de inwoner algemene en

participatie van de inwoner algemene en

maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp op het gebied van:

maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp op het gebied van:

o

Opgroeien in een veilige omgeving (Opgroeien in

o

veiligheid)

o

Versterken van ontwikkelkansen van de jeugdige

veiligheid)

o

binnen de eigen mogelijkheden (Ontwikkelkansen)

o

Versterken van opvoeders in hun rol

Opgroeien in een veilige omgeving (Opgroeien in Versterken van ontwikkelkansen van de jeugdige binnen de eigen mogelijkheden (Ontwikkelkansen)

o

(Opvoedondersteuning)

Versterken van opvoeders in hun rol (Opvoedondersteuning)

3. De volgende soorten algemene voorzieningen als bedoeld in

3. De volgende soorten algemene voorzieningen als bedoeld in

het eerste en tweede lid zijn in ieder geval beschikbaar:

het eerste en tweede lid zijn in ieder geval beschikbaar:

o o

Informatie en advies; Lichte hulp en ondersteuning.

4. De volgende maatwerkvoorzieningen Wmo als bedoeld in eerste lid zijn in ieder geval beschikbaar:

o

Begeleiding ook wel genoemd ondersteuning zelfredzaamheid

o

Wonen en begeleiden van inwoner met een licht verstandelijke beperking (lvb)

o o o o

Woningaanpassingen Hulpmiddelen

5. De volgende maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp als bedoeld in tweede lid zijn in ieder geval beschikbaar:

o o o

o

Diagnostiek en/of behandeling; Begeleiding; Jeugdhulp met verblijf of pleegzorg.

Was- en strijkservice.

Begeleiding ook wel genoemd ondersteuning zelfredzaamheid

o

Dagactiviteiten al dan niet met vervoer ook wel genoemd maatschappelijke deelname

o o o

Huishoudelijke hulp Vervoer

Lichte hulp en ondersteuning;

eerste lid zijn in ieder geval beschikbaar:

Arbeidsmatige activering Kortdurend verblijf

Informatie en advies;

4. De volgende maatwerkvoorzieningen Wmo als bedoeld in

Dagactiviteiten al dan niet met vervoer ook wel genoemd maatschappelijke deelname

o o o

o o o

Arbeidsmatige activering Kortdurend verblijf Wonen en begeleiden van inwoner met een licht verstandelijke beperking (lvb)

o o o o

Huishoudelijke hulp Vervoer Woningaanpassingen Hulpmiddelen

5. De volgende maatwerkvoorzieningen Jeugdhulp als bedoeld in tweede lid zijn in ieder geval beschikbaar:

o o

Diagnostiek en/of behandeling; Begeleiding;

2025-287 Bijlage 3

6. Een maatwerkvoorziening Jeugdhulp als bedoeld in het tweede lid, omvat voor zover het naar het oordeel van het college

o

Jeugdhulp met verblijf of pleegzorg.

6. Een maatwerkvoorziening Jeugdhulp als bedoeld in het tweede

noodzakelijk is, ook het vervoer van en naar de locatie waar de

lid, omvat voor zover het naar het oordeel van het college

jeugdhulp geboden wordt.

noodzakelijk is, ook het vervoer van en naar de locatie waar de

7. Het college geeft in de beleidsregels voorbeelden van

jeugdhulp geboden wordt. Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf

algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen die op

verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar

basis van het eerste en tweede lid beschikbaar zijn.

de jeugdhulpaanbieder. Het college beoordeelt, overeenkomstig

8. Een maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid kan verstrekt worden:

met artikel 3.3, in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden en het

1. In natura

probleemoplossend vermogen van de jeugdige of zijn ouder(s)

2. Als pgb

onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor het

3. In de vorm van een financiële tegemoetkoming

vervoer op zich te nemen.

7. Het college geeft in de beleidsregels voorbeelden van algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen die op basis van het eerste en tweede lid beschikbaar zijn.

9. Een maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste en tweede lid kan verstrekt worden: 4. In natura 5. Als pgb 6. In de vorm van een financiële tegemoetkoming Artikel 3.3 Afwegingskader Eigen Kracht Jeugdhulp 1. Ouders zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor het gezond en veilig opgroeien van hun kinderen. Jeugdigen en/of ouder(s) komen pas in aanmerking voor een maatwerkvoorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan:

•

gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders

2025-287 Bijlage 3

•

bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, dit geen (dreigende) overbelasting oplevert en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan

• •

de ondersteuning vanuit het sociale netwerk het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten

2. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:247BW) is geregeld dat ouders verplicht zijn een minderjarig kind te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht te bieden. Het gaat om de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijke welzijn en de veiligheid van het kind, maar ook om het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Deze plicht voor ouders geldt tot het kind 18 jaar wordt. Daarna geldt een voortgezette onderhoudsplicht voor de kosten van levensonderhoud en studie tot het kind 21 jaar wordt. Beide gelden ook voor een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Bij uitval van 1 van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij ouders die uit elkaar zijn. Er wordt dan ook rekening gehouden met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 3. Om vast te stellen of sprake is van gebruikelijke hulp beoordeelt het college of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Het college houdt hierbij rekening met de volgende factoren: a.

de leeftijd van de jeugdige

2025-287 Bijlage 3

b. de mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft c.

de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige

d. de mate van planbaarheid van de hulp e.

de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige

4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekt het college geen maatwerkvoorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 5. Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Het college beoordeelt dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat weergegeven. Het college maakt hierbij onderscheid tussen kortdurende en langdurende situaties:

•

Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar.

•

Langdurend: het gaat om chronische situaties waarbij naar verwachting de jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar.

6. Het college verwacht van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, tenzij de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er

2025-287 Bijlage 3

moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 7. Bij de beoordeling in langdurige situaties houdt het college rekening met de volgende factoren: a.

de aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige

b. de frequentie en patroon van de handelingen c.

de mate van planbaarheid van de hulp

d. het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders e.

de manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige

f.

vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond)

g. of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden h. welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen i.

het belang van ouders om een inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen

j.

de woonsituatie

k.

de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet)

l.

is er een sociaal netwerk en zo ja, wat zijn de mogelijkheden en de bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of zijn ouders te ondersteunen

m. overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht 8. Als bovengenoemde factoren niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor het verlenen van de hulp,

2025-287 Bijlage 3

bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Het college verstrekt dan geen maatwerkvoorziening tot jeugdhulp. 9. Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende:

•

Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige.

•

Als de overbelasting zit op spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere factoren buiten de zorg van de jeugdige om, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen.

•

Bij een aanvraag voor een maatwerkvoorziening tot jeugdhulp bekijkt het college wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen.

•

Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht.

•

Het verlenen van hulp aan je kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten.

•

Als er sprake is van (dreigende) overbelasting van de ouder wordt de afgegeven voorziening in de vorm van een pgb beëindigd. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen. Dit kan in de vorm van ZIN of weer in de vorm van een Pgb.

10. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Het college verstrekt hiervoor geen maatwerkvoorziening tot jeugdhulp.

2025-287 Bijlage 3

11. Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Het college verstrekt dan geen maatwerkvoorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed. Artikel 3.3 Aanvullende criteria maatwerkvoorziening

1. Geen maatwerkvoorziening wordt toegekend, indien het college van oordeel is, dat: a.

de aangevraagde maatwerkvoorziening reeds is

Artikel 3.4 Aanvullende criteria maatwerkvoorziening

1. Geen maatwerkvoorziening wordt toegekend, indien het college van oordeel is, dat: a.

gerealiseerd voor de melding of gedurende het

de aangevraagde maatwerkvoorziening reeds is gerealiseerd voor de melding of gedurende het

onderzoek;

onderzoek;

b. de aangevraagde maatwerkvoorziening gezien de

b. de aangevraagde maatwerkvoorziening gezien de

situatie van de inwoner voor zichzelf of anderen

situatie van de inwoner voor zichzelf of anderen

onveilig is dan wel een veiligheidsrisico met zich

onveilig is dan wel een veiligheidsrisico met zich

meebrengt;

meebrengt;

c.

het toekennen van een maatwerkvoorziening een anti-

c.

revaliderend effect zou hebben.

het toekennen van een maatwerkvoorziening een antirevaliderend effect zou hebben.

d. een eerder verstrekte maatwerkvoorziening nog kan

d. een eerder verstrekte maatwerkvoorziening nog kan

worden aangemerkt als een oplossing voor de

worden aangemerkt als een oplossing voor de

ondersteuningsvraag.

ondersteuningsvraag.

Artikel 3.4 Aanvullende criteria maatwerkvoorziening Wmo

1. In aanvulling op artikel 3.3 eerste lid wordt geen

Artikel 3.5 Aanvullende criteria maatwerkvoorziening Wmo

1. In aanvulling op artikel 3.3 eerste lid wordt geen

maatwerkvoorziening Wmo toegekend, indien het college van

maatwerkvoorziening Wmo toegekend, indien het college van

oordeel is, dat:

oordeel is, dat:

a.

een inwoner zijn ondersteuningsvraag redelijkerwijs

a.

een inwoner zijn ondersteuningsvraag redelijkerwijs

van te voren had kunnen voorzien en met zijn

van te voren had kunnen voorzien en met zijn

beslissing had kunnen voorkomen;

beslissing had kunnen voorkomen;

2025-287 Bijlage 3

b. er aan de zijde van de inwoner geen aantoonbare

b. er aan de zijde van de inwoner geen aantoonbare

meerkosten als gevolg van zijn/ haar beperking zijn in

meerkosten als gevolg van zijn/ haar beperking zijn in

vergelijking met de situatie voorafgaand aan diens

vergelijking met de situatie voorafgaand aan diens

ondersteuningsvraag; c.

de beperkingen ten aanzien van de participatie en

ondersteuningsvraag; c.

de beperkingen ten aanzien van de participatie en

zelfredzaamheid van de inwoner niet langdurig van

zelfredzaamheid van de inwoner niet langdurig van

aard zijn.

aard zijn.

2. Onverminderd hetgeen gesteld is in het eerste lid van dit

2. Onverminderd hetgeen gesteld is in het eerste lid van dit

artikel, wordt geen maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’

artikel, wordt geen maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’

toegekend, indien:

toegekend, indien:

a.

de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd ten

de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd ten

behoeve van een hotel/pension, trekkerswoonwagen,

behoeve van een hotel/pension, trekkerswoonwagen,

gehuurde kamer, tweede woning, vakantie- en

gehuurde kamer, tweede woning, vakantie- en

recreatiewoning, of andere niet voor permanente

recreatiewoning, of andere niet voor permanente

bewoning bedoelde verblijven;

bewoning bedoelde verblijven;

b. de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd ten

c.

a.

b. de maatwerkvoorziening wordt aangevraagd ten

behoeve van een gemeenschappelijke ruimte, tenzij de

behoeve van een gemeenschappelijke ruimte, tenzij de

maatwerkvoorziening bijdraagt aan de toegankelijkheid

maatwerkvoorziening bijdraagt aan de toegankelijkheid

van die ruimte;

van die ruimte;

de gevraagde maatwerkvoorziening het

c.

de gevraagde maatwerkvoorziening het

uitrustingsniveau van sociale woningbouw overstijgt;

uitrustingsniveau van sociale woningbouw overstijgt;

d. er sprake is van achterstallig onderhoud en aldus van

d. er sprake is van achterstallig onderhoud en aldus van

een algemeen gebruikelijke renovatie; e.

f.

de noodzaak voor een maatwerkvoorziening het gevolg

een algemeen gebruikelijke renovatie; e.

de noodzaak voor een maatwerkvoorziening het gevolg

is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat

is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat

op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of

op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of

participatie en er naar het oordeel van het college ook

participatie en er naar het oordeel van het college ook

geen andere belangrijke reden voor verhuizing

geen andere belangrijke reden voor verhuizing

aanwezig is;

aanwezig is;

de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning,

f.

de inwoner niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning,

2025-287 Bijlage 3

tenzij daarvoor schriftelijk toestemming is verleend

tenzij daarvoor schriftelijk toestemming is verleend

door het college.

door het college.

3. Als een maatwerkvoorziening Wmo noodzakelijk is ter

3. Als een maatwerkvoorziening Wmo noodzakelijk is ter

vervanging van een eerder door het college verstrekte

vervanging van een eerder door het college verstrekte

maatwerkvoorziening, wordt deze slechts verstrekt als de

maatwerkvoorziening, wordt deze slechts verstrekt als de

eerder verstrekte maatwerkvoorziening technisch afgeschreven

eerder verstrekte maatwerkvoorziening technisch afgeschreven

is, tenzij:

is, tenzij:

a.

a.

de eerder verstrekte maatwerkvoorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de

gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de

inwoner zijn toe te rekenen, of; b. de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de

inwoner zijn toe te rekenen, of; b. de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de

veroorzaakte kosten.

4. Bij het beoordelen van een aanvraag voor een

veroorzaakte kosten.

4. Bij het beoordelen van een aanvraag voor een

maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ kan het primaat van

maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ kan het primaat van

verhuizen worden toegepast.

verhuizen worden toegepast.

5. Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening Wmo

5. Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening Wmo

‘Huishouden’, wordt het HHM-normenkader als leidraad

‘Huishouden’, wordt het HHM-normenkader als leidraad

gehanteerd.

gehanteerd.

6. Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Vervoer’

6. Bij het toekennen van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Vervoer’

wordt rekening gehouden met verplaatsingen van maximaal

wordt rekening gehouden met verplaatsingen van maximaal

1.500 kilometer op jaarbasis in de directe woon- en

1.500 kilometer op jaarbasis in de directe woon- en

leefomgeving van de inwoner.

leefomgeving van de inwoner.

Artikel 3.5 Bijdrage kosten voorzieningen Wmo •

de eerder verstrekte maatwerkvoorziening verloren is

Artikel 3.6 Bijdrage kosten voorzieningen Wmo

Met inachtneming van artikel 2.1.4a en artikel 2.1.5 van de Wmo

1. Met inachtneming van artikel 2.1.4a en artikel 2.1.5 van de

en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (AMvB) is een inwoner een

Wmo en het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (AMvB) is een

bijdrage in de kosten verschuldigd bij de toekenning van een

inwoner een bijdrage in de kosten verschuldigd bij de

maatwerkvoorziening Wmo.

toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo.

2. Met inachtneming van hetUitvoeringsbesluit Wmo 2015 (AmvB) is geen eigen bijdrage verschuldigd, bij: a.

de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid onder a.

2. Met inachtneming van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 (AmvB) is geen eigen bijdrage verschuldigd, bij: a.

de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Wonen’ als bedoeld in artikel 5.1 eerste lid onder a.

2025-287 Bijlage 3

aan een ingezetene van de gemeente Nieuwegein die

aan een ingezetene van de gemeente Nieuwegein die

een reeds aangepaste woning ten behoeve van een

een reeds aangepaste woning ten behoeve van een

inwoner verlaat;

inwoner verlaat;

b. de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo

b. de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo

betreffende maatschappelijk werk; c.

de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo betreffende arbeidsmatige activiteiten.

d. de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Vervoer’ betreffende collectief vervoer.

betreffende maatschappelijk werk; c.

de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo betreffende arbeidsmatige activiteiten.

d. de toekenning van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Vervoer’ betreffende collectief vervoer.

3. De hoogte en duur van de in het eerste lid bedoelde bijdrage

3. De hoogte en duur van de in het eerste lid bedoelde bijdrage in

in de kosten is vastgelegd in nadere regels en wordt geïnd door

de kosten is vastgelegd in nadere regels en wordt geïnd door

het Centraal Administratiekantoor (CAK).

het Centraal Administratiekantoor (CAK).

4. Onverminderd het gestelde in het eerste en tweede lid van

4. Onverminderd het gestelde in het eerste en tweede lid van dit

dit artikel kan bij de toekenning van een maatwerkvoorziening

artikel kan bij de toekenning van een maatwerkvoorziening

Wmo of gebruikmaking van een algemene voorziening Wmo

Wmo of gebruikmaking van een algemene voorziening Wmo

sprake zijn van algemeen gebruikelijke kosten voor de inwoner.

sprake zijn van algemeen gebruikelijke kosten voor de inwoner. Artikel 3.7 Kosten algemene voorziening Wmo

De algemene voorziening was- en strijkservice bestaat uit: het wassen en zo nodig strijken van het wasgoed. 1. Voor de algemene voorziening was- en strijkservice is de inwoner een bijdrage in de kosten verschuldigd. Deze bijdrage is ter hoogte van de kostprijs van de voorziening. 2. In afwijking van het eerste lid is de bijdrage voor een inwoner die gebruik maakt van de Wmo-maatwerkvoorziening voor huishoudelijke ondersteuning: a. € 5,- voor 10 kilo was per week b. € 2,50 voor 10 kilo was per week voor inwoners die daarnaast in bezit zijn van een stadspas 3. voor inwoners, die reeds wasverzorging ontvangen op grond van het oude recht treden lid 1 en 2 pas drie maanden na bekendmaking in werking.

2025-287 Bijlage 3

Hoofdstuk 4 PGB als maatwerkvoorziening Artikel 4.2 Hoogte PGB

Hoofdstuk 4 PGB als maatwerkvoorziening Artikel 4.2 Hoogte PGB

2. We maken binnen de tarieven voor PGB’s onderscheid tussen formele hulp en informele hulp: Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van bloed-of aanverwanten in de 1e of 2e graad van de cliënt: ▪

personen die vanuit een instelling worden ingezet die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s, vergelijkbaar met waaraan personeel bij aanbieders vanuit zorg in natura (ZIN) moeten voldoen en die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of

•

personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel (ZZP). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (conform artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, vergelijkbaar met waaraan personeel bij aanbieders vanuit zorg in natura (ZIN) moeten voldoen.

•

Als het om Jeugdhulp gaat dan geldt aanvullend: personen die onder toezicht staan van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en die ingeschreven staan in het register, bedoeld in artikel 3 van de Wet op de beroepen in de

2025-287 Bijlage 3

individuele gezondheidszorg (BIG-register) en/of artikel 5.2.1 van het Besluit Jeugdwet (SKJregister), voor het uitoefenen van een beroep voor het verlenen van Jeugdhulp. Van informele hulp is sprake wanneer de hulp verleend wordt door onderstaande personen: •

Als de hulp geboden wordt door een bloed-of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp.

•

Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 4.2.2. onder a., is sprake van informele hulp

2.Bij het bepalen van de hoogte van een pgb op basis van een tarief zoals bedoeld in lid 1 onder a., hanteert het college de volgende berekeningswijze als uitgangspunt: a.

voor ondersteuning door een niet daartoe opgeleid persoon bij verstrekking van een maatwerkvoorziening Jeugdhulp en een maatwerkvoorziening Wmo voor de dienst begeleiding, het op grond van de Wet langdurige zorg geldende uurtarief voor hulp van nietprofessionele zorgverleners;

3. Bij het bepalen van de hoogte van een pgb op basis van een tarief zoals bedoeld in lid 1 onder a., hanteert het college de volgende berekeningswijze als uitgangspunt: Formele zorg: a.

(zzp-er) 75% van het uurtarief voor zorg in natura; b.

100% van het zorg in natura tarief.

persoon bij verstrekking van een maatwerkvoorziening Wmo ‘Huishouden’ 55% van het uurtarief in natura; voor ondersteuning door een zelfstandige zonder personeel (zzp-er) 75% van het uurtarief in natura;

Informele zorg: c.

100% van het tarief in natura.

De hoogte van het pgb voor informele jeugdhulp en informele ondersteuning vanuit de Wmo is niet minder dan

d. voor beroepsmatige ondersteuning door een niet gecontracteerde zorgaanbieder, niet zijnde een zzp-er,

Voor beroepsmatige ondersteuning door een niet gecontracteerde zorgaanbieder, niet zijnde een zzp-er,

b. voor ondersteuning door een niet daartoe opgeleid

c.

Voor ondersteuning door een zelfstandige zonder personeel

het wettelijk minimumloon, inclusief vakantietoeslag. d.

Voor informele hulp die per dagdeel of etmaal wordt vergoed, wordt maximaal 50% vergoed van het zorg in natura-tarief.

Artikel 4.3 Besteding en verantwoording PGB

Artikel 4.3 Besteding en verantwoording PGB

2025-287 Bijlage 3

1. Het pgb dient te worden besteed aan het doel waarvoor het is

1. Het pgb dient te worden besteed aan het doel waarvoor het is

toegekend en binnen de daarvoor gestelde termijn zoals

toegekend en binnen de daarvoor gestelde termijn zoals

genoemd in de beschikking.

genoemd in de beschikking.

2. De met het pgb ingekochte ondersteuning dient naar oordeel

2. De met het pgb ingekochte ondersteuning dient naar oordeel

van het college van goede kwaliteit te zijn. Dit onderzoekt het

van het college van goede kwaliteit te zijn. Dit onderzoekt het

college al dan niet steekproefsgewijs.

college al dan niet steekproefsgewijs.

3. Alleen na specifieke toestemming van het college mag de

3. Alleen na specifieke toestemming van het college mag de

inwoner met het pgb ondersteuning betrekken vanuit het

inwoner met het pgb ondersteuning betrekken vanuit het

buitenland.

buitenland.

4. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald.

5. Het tarief waartegen de inwoner ondersteuning van een of

4. Tussenpersonen of belangenbehartigers mogen niet uit het pgb worden betaald.

5. De besteding van het pgb dient uiterlijk drie maanden

meerdere personen uit het sociaal netwerk betrekt, bedraagt

voorafgaand aan de einddatum van de gestelde

minimaal het wettelijk minimumloon tot ten hoogste de

bestedingstermijn te worden verantwoord door middel van een

kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst

door het college ter beschikking gesteld format.

passende maatwerkvoorziening in natura.

6. De besteding van het pgb dient uiterlijk drie maanden voorafgaand aan de einddatum van de gestelde bestedingstermijn te worden verantwoord door middel van een door het college ter beschikking gesteld format.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=36587581-53d2-4ead-b9a2-f1a4b1e0c16e