2025-212 Rvs. Deelname in Gemeenschappelijke regeling, zienswijze op Ontwerpbegroting 2026 en Ontwerpbijdrageverordening ODU
Tekst van het document
Gemeenteraad
Onderwerp
Deelname in Gemeenschappelijke regeling ODU en zienswijze op Ontwerpbegroting 2026 ODU en Ontwerpbijdrageverordening ODU
Datum
18 september 2025
Raadsvoorstel 2025-212
Afdeling
TVL
E-mailadr es
f.vanwalbeek@nieuwegein.nl
opsteller Portefeuilleh ouder
Marieke Schouten
Onderwerp Deelname in Gemeenschappelijke regeling ODU en zienswijze op Ontwerpbegroting 2026 ODU en Ontwerpbijdrageverordening ODU
Gevraagd besluit 1. Het college toestemming te verlenen te mogen over te gaan tot het treffen van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht. 2. Middels de bijgevoegde conceptbrief een zienswijze in te dienen op de Ontwerpbegroting ODU 2026 en de Ontwerpbijdrageverordening ODU waarbij wordt aangegeven: a) Dat de beoogde impact van deze fusie (efficiencywinst, verbeteren robuustheid) gemonitord en in beeld moet worden gebracht op termijn. b) Dat aandacht wordt gevraagd voor een evenwichtige samenstelling van het Dagelijks Bestuur. c)
Dat er nog enkele tekstuele opmerkingen zijn over de ontwerp Bijdrageverordening.
3. Op grond van de Ontwerpbegroting ODU 2026 de structurele bijdrage met € 115.000 te verhogen en dit, samen met de gedeeltelijke dekking, te verwerken in de begroting 2026 van de gemeente.
Inleiding Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Utrecht Op 17 oktober 2024 heeft het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU) en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht de ontwerp-Gemeenschappelijke regeling ODU vastgesteld. Het dagelijks bestuur heeft dit ontwerp op 24 oktober 2024 aan de colleges van de deelnemende gemeenten en provincie gezonden. Conform het vereiste in de Wet gemeenschappelijke regelingen (verder: Wgr) hebben de colleges hun gemeenteraden/staten om zienswijzen op dit ontwerp gevraagd.
Bladnummer 2/10 Raadsvoorstel 18 september 2025
Inmiddels hebben alle colleges een reactie met zienswijze gegeven en zijn deze beoordeeld door het (gezamenlijk) algemeen bestuur van de ODRU en RUD Utrecht. De ingezonden zienswijzen tonen brede steun voor de fusie en het beoogde kwaliteitsvoordeel. Er wordt erkend dat de vorming van één Omgevingsdienst kansen biedt voor synergie en verbetering van de dienstverlening. De gemeenten Bunnik en De Bilt hebben verzocht om een zeer beperkte tekstuele wijziging (bijlage 5). Tegelijkertijd hebben verschillende gemeenten, zoals Nieuwegein, aandacht gevraagd voor de financiële consequenties van de fusie en de planning. Het (gezamenlijk) algemeen bestuur heeft in zijn vergadering van 18 april 2025, naar aanleiding van de zienswijzen, een aangepaste planning en de (zeer beperkt) aangepaste Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Utrecht (verder: GR-ODU) vastgesteld, ten einde de GR-ODU te treffen. Bij brief d.d. 22 april 2025 heeft het (gezamenlijk) algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht de colleges een voorstel gezonden tot het treffen van de GR-ODU. Die brief met als bijlage de concept-Gemeenschappelijke regeling ODU (bijlage 3) bevat een reactie op de door gemeente Nieuwegein ingediende zienswijze (bijlage 5). Tevens bevat de brief een toelichting en argumentatie voor de aanpassingen.
Ontwerpbegroting ODU 2026 en de Ontwerpbijdrageverordening ODU Op 11 juli 2025 heeft het algemeen bestuur van de ODRU en de RUD Utrecht ingestemd met de Ontwerpbegroting ODU 2026 en de Ontwerpbijdrageverordening ODU. Op 14 juli 2025 heeft het dagelijks bestuur de Ontwerpbegroting ODU 2026 en de Ontwerpbijdrageverordening ODU ter zienswijzen aan de deelnemende gemeenten en provincie gezonden. Voorgestelde zienswijze Voorgesteld wordt om het college toestemming te verlenen voor het treffen van de GR-ODU en daarnaast een positieve zienswijze in te dienen op de Ontwerpbegroting ODU 2026 en de Ontwerpbijdrageverordening ODU. Er is geen sprake van strijdigheid met het algemeen belang of het recht. Na het verlenen van de gevraagde toestemming zal het college het besluit tot het treffen van de GR-ODU bekrachtigen. Bij een positieve besluitvorming voor de gestelde deadline (8 oktober 2025) kan de ODU per 1-1-2026 haar taken gaan uitvoeren.
Bladnummer 3/10 Raadsvoorstel 18 september 2025
Wat er aan vooraf ging Op 7 december 2023 besloten de gezamenlijke algemeen besturen van de ODRU en RUD Utrecht om te starten met fase 1 van het traject om één robuuste omgevingsdienst voor de hele provincie Utrecht op te richten. De raad is over de samenvoeging per brief geïnformeerd op 3 mei 2023 (2023-155), 14 december 2023 (2023-420), 7 november 2024 (2024-294) en 16 mei 2025 (2025-145) die zij eerder over dit traject van het college ontvangen heeft. Ook is de raad tijdens enkele Avonden van de Stad (25 april 2024, 9 januari 2025) hierover in gesprek geweest met de RUD Utrecht.
Gewenst effect Eén robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht die vanuit kennis en kunde inspeelt op maatschappelijke ontwikkelingen. Deze Omgevingsdienst Utrecht bereikt beter haar doelen, draagt bij aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Daarbij levert zij een gelijk speelveld op voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht.
Argumenten 1.1
Eén robuuste omgevingsdienst in de provincie kan vanuit kennis en kunde beter inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen.
De Omgevingsdienst Utrecht bereikt beter haar doelen, draagt bij aan een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving. Daarbij levert zij een gelijk speelveld op voor inwoners en bedrijven voor de hele provincie Utrecht. 1.2
Het college heeft toestemming van de raad nodig voordat zij de GRODU kan treffen.
Het college is volgens artikel 51, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) bevoegd een gemeenschappelijke regeling (GR) te treffen tussen gemeenten en de provincie. Hiervoor is op grond van artikel 51, vierde lid Wgr voorafgaand toestemming nodig van de raad. De raad kan deze toestemming alleen weigeren op grond van strijd met het recht of strijd met het algemeen belang. Zij kan geen voorwaarden aan de toestemming verbinden. Er zijn geen redenen te vinden om niet toe te treden, want er is geen sprake van strijdigheid met het algemeen belang of het recht. De wettelijke regeling is dat als de raad niet binnen de gestelde termijn (8 oktober) reageert, dan wordt verondersteld dat de raad instemt tot oprichting van de nieuwe GR. 1.3
Er is brede steun voor de voorgestelde GR-ODU.
De deelnemende gemeenten en provincie Utrecht hebben in hun zienswijze een brede steun en betrokkenheid uitgesproken naar de besturen van de ODRU en RUD Utrecht.
Bladnummer 4/10 Raadsvoorstel 18 september 2025
1.4
U heeft een inhoudelijke reactie ontvangen die recht doet aan uw zienswijze.
Op 23 januari 2025 is door u besloten een zienswijze in te dienen. De beantwoording van deze zienswijze (bijlage 5) komt tegemoet aan het verzoek om tijdig de financiële consequenties voor gemeente Nieuwegein in beeld te brengen. Het proces en de planning is nu zodanig aangepast dat het college nu inclusief de financiële consequenties het verzoek aan de raad kan doen om toestemming te verlenen tot het treffen van de nieuwe gemeenschappelijke regeling (en deelname hierin). De (financiële) consequenties voor de gemeente als gevolg van de nieuwe Omgevingsdienst ODU zijn helder. 1.5
Uit de zienswijzen van twee gemeenten volgen enkele aanpassingen in de definitieve gemeenschappelijke regeling
De gemeenten Bunnik en De Bilt hebben opmerkingen geplaatst die tot tekstuele aanpassingen hebben geleid van de ontwerp GR-ODU. De overweging en wijzigingen zijn opgenomen in bijlage 2. 2.1
Voorgesteld wordt om toestemming te verlenen voor het treffen van de GR-ODU en een zienswijze in te dienen.
Voorgesteld wordt om het college toestemming te verlenen voor het treffen van de GR-ODU en daarnaast een zienswijze in te dienen op de Ontwerpbegroting ODU 2026 en de Ontwerpbijdrageverordening ODU. Er is geen sprake van strijdigheid met het algemeen belang of het recht. In de voorgestelde zienswijze wordt aandacht gevraagd voor een evenredige samenstelling van het Dagelijks Bestuur en het op termijn in beeld brengen van de dan eventueel bereikte efficiencyvoordelen als gevolg van schaalvoordelen en procesoptimalisaties. Daarnaast stellen we enkele tekstuele aanpassingen voor in de ontwerp bijdrageverordening in het kader van grip op verbonden partijen. 2.2
De Ontwerpbegroting ODU 2026 is zorgvuldig tot stand gekomen.
De basis voor deze ontwerpbegroting en bijdrageverordening zijn de bestuurlijke afspraken zoals verwoord in het Richtingsplan. Ook is ingegaan op kwaliteitsverbetering, innovatie en de actuele robuustheidscriteria waar Omgevingsdiensten aan moeten voldoen. De Ontwerpbegroting ODU 2026 en Ontwerpbijdrageverordening ODU onderbouwt de gemeentelijke bijdrage. 2.3
De Ontwerpbegroting ODU 2026 bevat een aanvullende taakophoging als gevolg van de overdracht van taken op het gebied van energietoezicht en specialistische advies.
De taken op het gebied van energietoezicht zijn vanaf 2026 belegd bij de ODU. Eerder werd dit toezicht uitgevoerd door de gemeente omdat een specialistische medewerker hiervoor in dienst was. Halverwege 2025 is de medewerker overgestapt naar de RUD Utrecht. Het is wettelijk verplicht om het toezicht op energietoezicht te beleggen bij de omgevingsdienst. Hiermee
Bladnummer 5/10 Raadsvoorstel 18 september 2025
voldoen we aan onze wettelijke verplichting. Daarnaast zijn enkele specialistische adviestaken vanaf 2026 bij de ODU belegd. Denk aan advies op het gebied van geluidshinder, geluidsmetingen en hoogspanningsstraling. Dit versterkt de kennis en adviesfunctie van de ODU. 2.4
De gemeentelijke financiële bijdrage staat voor de aankomende twee jaar vast.
In de GR-ODU is een regeling opgenomen dat na de vaste periode van twee jaar weer wijzigingen mogelijk zijn. Hieraan zijn net als in de huidige GR RUD in bepaalde situaties voorwaarden en verplichtingen gekoppeld (zoals bijvoorbeeld een doorrekening van frictiekosten). 2.5
De basis voor de bijdrageverordening zijn de bestuurlijke afspraken zoals verwoord in het Richtingsplan en wijkt nauwelijks af van de Bijdrageverordening RUD.
Financieringssystematiek Net als de RUD Utrecht hanteert de ODU een (gemengde) outputfinancieringssystematiek waarbij de variabele bijdrage wordt gebaseerd op de afname van het aantal producten en diensten. Elk product/dienst heeft een prijskaartje, gebaseerd op het aantal uren dat dit product/dienst kost. Op deze wijze wordt het variabele deel van de bijdrage van de deelnemers vastgesteld. Samen met het vaste deel (naar rato), ter financiering van de vaste kosten, wordt de totale bijdrage per deelnemer bepaald. Deze totale bijdragen zijn verwerkt in de Ontwerpbegroting ODU 2026. Voor aanvullende opdrachten geldt een uurtarief van €94 en bij een overschrijding van het aantal uur dat meer is dan 10% van de meerjarige dienstverleningsovereenkomst (DVO) vindt een herrekening van de vaste bijdrage plaats. Projectmatige opdrachten zijn ook mogelijk. Voor projecten geldt een hoger uurtarief. Verdeelsleutel bij een positief exploitatiesaldo Is er sprake van een positief exploitatiesaldo, dan wordt dit saldo toegevoegd aan de algemene reserve als weerstandsvermogen. Bereikt de algemene reserve een niveau van meer dan 7% van het totaal van de opbrengsten zoals opgenomen in de jaarrekening van het desbetreffende jaar, dan wordt het surplus terugbetaald aan de deelnemers.
Verdeelsleutel bij een negatief exploitatiesaldo Is er sprake van een negatief exploitatiesaldo dan wordt dit saldo onttrokken aan de algemene reserve, tenzij het algemeen bestuur een andere resultaatverdeling vaststelt. Als het negatieve exploitatiesaldo niet kan worden opgevangen door de algemene reserve van de Omgevingsdienst, dan dragen de deelnemers bij naar rato van eigendomsverhoudingen. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers wanneer een negatief exploitatiesaldo dreigt, zo spoedig mogelijk na de constatering daarvan, en
Bladnummer 6/10 Raadsvoorstel 18 september 2025
wanneer dit effect zal hebben op de deelnemersbijdragen. Met betrekking tot de woorden “zo spoedig mogelijk” is een tekstuele aanpassing voorgesteld. Zie hiervoor argument 2.8. 2.6
Inzicht in de eventuele efficiencyvoordelen als gevolg van de fusie zijn in deze fase nog niet in te schatten maar op termijn is dit inzicht wél wenselijk.
Een fusieproces heeft tijd nodig om volledig tot ontplooiing te komen. Hoewel efficiencyvoordelen een logisch gevolg kunnen zijn van schaalvergroting, is het op dit moment niet passend om deze direct te onderzoeken. De prioriteit ligt bij een stabiele overgang en het garanderen van een hoogwaardige dienstverlening. Binnen een termijn van twee à drie jaar moeten schaalvoordelen en procesoptimalisaties hebben bijgedragen aan een efficiëntere uitvoering van taken. Dat is het moment waarop van de nieuwe dienst een uitgebreide rapportage kan worden gevraagd om de beoogde impact van deze fusie (efficiencywinst, verbeteren robuustheid) in beeld kan brengen. 2.7
De samenstelling van het Dagelijks Bestuur moet evenredig zijn.
Voor ons het van groot belang dat, bij de invulling van het Dagelijks Bestuur van de nieuwe Omgevingsdienst, er een samenstelling wordt gekozen die recht doet aan de diversiteit van de regio en de verschillende belangen die daarin spelen. Deze afspiegeling is essentieel om een goed functionerende en representatieve Omgevingsdienst te waarborgen, die niet alleen bestuurlijk maar ook inhoudelijk in staat is om de uiteenlopende vraagstukken en uitdagingen van de regio effectief aan te pakken. 2.8
Over de tekst in de bijdrageverordening zijn nog opmerkingen die in de zienswijze worden meegegeven.
In de zienswijze worden nog enkele aanpassingen meegegeven. Als organisatie willen we graag meer grip op verbonden partijen. Daarom doen we tekstvoorstellen om duidelijkheid te scheppen. Artikel 5 lid 3
Nu “Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers wanneer een negatief exploitatiesaldo dreigt, zo spoedig mogelijk na de constatering daarvan, en dit een effect zal hebben op de deelnemersbijdragen”
Voorstel “Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers wanneer een negatief exploitatiesaldo dreigt en dit mogelijk tot een verhoging van de deelnemersbijdragen zal kunnen leiden binnen vier weken nadat dit onderwerp geagendeerd en besproken is in het dagelijks bestuur.”
Er ontbreekt nog een bepaling waarin bepaald wordt in welke gevallen een tussentijdse wijziging van (specifieke bepalingen uit) de bijdrageverordening mogelijk is. Artikel 9 bevat sec een bepaling voor de procedure voor het doorlopen van een wijziging.
We willen graag dat dit punt bij het eerstvolgende evaluatiemoment besproken wordt.
Bladnummer 7/10 Raadsvoorstel 18 september 2025
3.1
De bijdrage die in de gemeentelijke begroting 2026 en daarna is opgenomen is niet toereikend.
In de gemeentelijke begroting (ODU bijdrage 2026) is een structureel bedrag van € 568.500 voorzien. De bijdrage in de ontwerpbegroting 2026 van de ODU betreft € 683.500. De stijging van de kosten komt door overdracht van taken op het gebied van energietoezicht en specialistische advies. Het verschil betreft € 115.000 en kan voor het grootste gedeelte (€90.000) opgevangen worden in de eigen begroting. Het resterende deel van €25.000 betreft een structurele verhoging van de lasten. Dit wordt veroorzaakt door het vervallen van de bijdrage van de provincie voor bodemtaken. Deze bijdrage was structureel als vermindering begroot op de bijdrage aan RUD. Zie onderdeel ‘Financiële aspecten’ voor verdere toelichting.
Kanttekeningen 1.1
In principe is er geen realistisch alternatief
Als de raad niet instemt met het treffen van de ontwerp gemeenschappelijke regeling dan is de gemeente per 1 januari 2026 geen deelnemer in de ODU. De gemeente is verplicht om de aangewezen wettelijke milieutaken te beleggen bij de Omgevingsdienst van de provincie waarin zij zich bevindt. Dat is binnen de provincie Utrecht alleen de ODU omdat de RUD en ODRU op dat moment niet meer operationeel zijn. 1.2
De GR RUD en de GR ODRU blijven in verband met een zorgvuldige liquidatie voorlopig nog naast de GR-ODU bestaan.
Dit betekent o.a. ook dat er nog een dagelijks bestuur en een algemeen bestuur nodig zal zijn, naast de nieuwe structuur van de GR-ODU. Nieuwegein zal hier een ten minste een AB-lid voor moeten blijven leveren. Vanuit de GR RUD en GR ODRU worden per 1-1-2026 geen inhoudelijke (VTH) taken meer uitgevoerd. 1.3
In het najaar volgt nog een liquidatieplan van de RUD Utrecht.
Als gevolg van de oprichting van de nieuwe GR-ODU zal de RUD Utrecht (en ODRU) moeten worden geliquideerd. Uit de eerste resultaten van een financiële quickscan (zie bijlage 11 SWOT-analyse ODU) blijkt dat de financiële risico’s en gevolgen beperkt zijn. Eventuele financiële gevolgen zijn voor de oorspronkelijke deelnemers van de betreffende diensten en incidenteel. Het liquidatieplan wordt in het najaar door het AB vastgesteld en ter zienswijze aangeboden. 2.1
Bij niet voorziene grote ontwikkelingen en/of milieucalamiteiten kan de bijdrage hoger uitvallen.
Wanneer op jaarbasis het aantal afgesproken DVO-uren wordt overschreden met 10% of meer, vindt er tevens een herrekening plaats van de vaste bijdrage. Dit is ook de werkwijze op dit moment. Door monitoring en prioritering houden we dit risico beperkt.
Bladnummer 8/10 Raadsvoorstel 18 september 2025
2.2
Vanaf 2027 valt de bijdrage van de provincie Utrecht voor regionale en gezamenlijke opdrachten weg
Voor de voormalige RUD-deelnemers zijn de uren voor de regionale en gezamenlijke opdrachten nieuw. De provincie draagt deels bij om continuïteit te borgen. Dit gaat om 1,1% van het aantal uren zoals wordt afgesproken in het DVO. De bijdrage is eenmalig en wordt gezien als een ingroeimodel. Dit risico wordt opgenomen in de gemeentelijke begroting in de paragraaf weerstandsvermogen.
Financiële aspecten Conform de Ontwerpbegroting ODU 2026 (in samenhang met de Ontwerpbijdrageverordening ODU) bedraagt de jaarlijkse bijdrage van Nieuwegein aan de ODU €683.500. Afgezet tegen de beschikbare middelen in jaarschijf 2026 van €568.500 in de begroting van de gemeente, ontstaat er een tekort van €115.000. Dit tekort kent twee oorzaken en kan grotendeels opgevangen worden in de eigen begroting. Vervallen bijdrage provincie voor bodem taken In huidige begroting 2025 is in jaarschijf 2026 een bedrag van €568.500 beschikbaar als bijdrage voor de GR ODU. Dit beschikbare budget betreft de netto begrote bijdrage aan de RUD Utrecht. De nettobijdrage betreft de bijdrage aan RUD Utrecht minus de bijdrage vanuit de provincie voor de bodemtaken. Deze bijdrage betreft een bedrag van €33.000. De bijdrage komt per 2026 te vervallen en zorgt daarmee voor een structurele lastenverhoging voor de gemeente. Verschuiving van werkzaamheden naar ODU Als gevolg van verschuiven van taken naar de ODU (zoals toegelicht in argument 2.3) neemt de bijdrage aan de ODU toe met €93.600. Het effect op de gemeentelijke begroting betreft €90.000. Het verschil wordt veroorzaakt door verschil in uurtarief en verschil in indexatie waar rekening mee gehouden is. De verhoging van €90.000 kan worden opgevangen door de verlaging van de personeelskosten bij de gemeente als gevolg van vertrek van medewerkers.
De wijziging van de structurele bijdrage (en mutatie binnen de gemeentelijke begroting) geeft het volgende structurele financieel beeld: Financieel effect ontwerpbegroting 2026 ODU
2026
Structurele bijdrage ODU
€ 683.500
Structurele begrote bijdrage RUD voor 2026
€ 568.500
Verschil
€ 115.000
Dekking vanuit gemeentelijke begroting
-/-€90.000
Financieel effect op gemeentelijke begroting
€25.000
Bladnummer 9/10 Raadsvoorstel 18 september 2025
Vanaf 2027 zal de bijdrage voor de ODU stijgen, naar verwachting met €50.000. Dit komt omdat we dan alle wettelijke (basis)taken moeten beleggen bij de ODU. De gemeentelijke formatie zal hierop worden aangepast. Ook valt de bijdrage van de provincie Utrecht weg voor de regionale taken. Zij dragen in 2026 een deel bij (1,1% van de DVO uren). Dit valt in 2027 weg. Deze mutaties zijn in bovenstaande cijfers nog niet verwerkt evenals mogelijke financiële effecten als gevolg van de liquidatie van de RUD Utrecht in 2026.
Communicatie aspecten Het algemeen bestuur van de RUD Utrecht en ODRU ontvangt het raadsbesluit en zienswijzebrief per mail.
Uitvoering De gemeenschappelijke regeling ODU komt tot stand nadat de in de ODRU en RUD Utrecht deelnemende colleges hebben ingestemd (ieder college na toestemming van zijn raad/staten). De tekst van de gemeenschappelijke regeling ODU wordt bekendgemaakt in het Provincieblad Utrecht. Tevens draagt het provinciebestuur zorg dat de gewijzigde tekst wordt gepubliceerd bij de decentrale regelgeving op overheid.nl. De dag na de bekendmaking in het Provincieblad treedt de regeling Omgevingsdienst Utrecht in werking. Na de inwerkingtreding van de GR ODU kunnen de benodigde inschrijvingen bij de Kamer van koophandel, Belastingdienst, UWV, BNG, etc. worden gerealiseerd. Per 1 januari 2026 zal de taakuitvoering voor de deelnemers dan worden uitgevoerd door de nieuwe Omgevingsdienst Utrecht. Na de start van Omgevingsdienst Utrecht per 1 januari 2026 worden de colleges en raden/staten betrokken in het besluitvormingsproces om de gemeenschappelijke regelingen RUD Utrecht en ODRU op te heffen. Daartoe stellen het algemeen bestuur van de ODRU en het algemeen bestuur van de RUD Utrecht een liquidatieplan (en een begroting 2026) op. Facturatie De ODU factureert (net als de RUD Utrecht op dit moment) per kwartaal een voorschot van de structurele bijdrage aan de gemeente. Voor de start van de ODU is voorgesteld dat deelnemers de eerste twee voorschotten betalen uiterlijk 1 januari.
Hierdoor is verzekerd dat de ODU voor de start voldoende financiële middelen heeft.
Bladnummer 10/10 Raadsvoorstel 18 september 2025
Bijlagen 1. Raadsbesluit Deelname in GR ODU en zienswijze op Ontwerpbegroting 2026 ODU en Ontwerpbijdrageverordening ODU 2. Aanbiedingsbrief tweede ronde - aanbieding GR ODU aan colleges ter instemming-Nieuwegein 3. Concept Gemeenschappelijke regeling ODU ongemarkeerd 4. Concept Gemeenschappelijke regeling ODU gemarkeerd 5. Reactie op zienswijze van Gemeente Nieuwegein 6. Aanbiedingsbrief inzake mogelijkheid zienswijze (Ontwerp)begroting ODU 2026 7. Aanbiedingsbrief inzake mogelijkheid zienswijze (Ontwerp)bijdrageverordening ODU 8. Ontwerpbegroting ODU 2026 9. Ontwerpbijdrageverordening ODU 10. Zienswijzebrief op Ontwerpbegroting ODU 2026 en de Ontwerpbijdrageverordening ODU 11. SWOT-analyse ODU
burgemeester en wethouders,
Ellie Liebregts
Marijke van Beukering-Huijbregts
secretaris
burgemeester