CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-069 Bijlage 1 -Gedragscode integriteit voor de gemeenteraad van Nieuwegein 2024

Raadsvergadering 10 april 2025, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Gedragscode integriteit gemeenteraad4.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2025-069 Bijlage 1 Gedragscode integriteit voor de gemeenteraad van Nieuwegein 2025 De gemeenteraad van Nieuwegein; Gelet op artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet; Gelezen de voordacht van het Presidium van 11 maart 2025; BESLUIT: Vast te stellen de ‘Gedragscode integriteit gemeenteraad Nieuwegein 2025’ INLEIDING Goed bestuur is integer bestuur. Niet voor niets is integriteit als een van de zeven leidende beginselen opgenomen in de Nederlandse Code voor Goed Bestuur. Burgers moeten erop kunnen vertrouwen dat de overheid rechtmatig en legitiem handelt, iedereen gelijk behandelt, openheid betracht in de wijze waarop besluiten tot stand komen en zich verantwoordt naar de samenleving. Politieke ambtsdragers liggen daarbij onder een vergrootglas. Zij nemen die besluiten op basis van bepaalde afwegingen. Elke politieke ambtsdrager op elk bestuurlijk niveau kan bij deze afwegingen, soms plotseling, vragen krijgen over zijn/haar integriteit. Een politieke ambtsdrager vervult immers een voorbeeldfunctie. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de integriteit van de organisatie als geheel. Integriteit is daarom een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. Niet integer handelen, zoals belangenverstrengeling, fraude of grensoverschrijdend gedrag, werkt ondermijnend voor het vertrouwen van burgers in de democratische rechtsstaat.

In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels en bij het afleggen van de eed of gelofte hebben uitgesproken getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen. Artikel 15, derde lid, Gemeentewet bepaalt dat de raad voor de raadsleden een gedragscode vaststelt. Deze heeft tot doel de integriteit van de raadsleden te waarborgen en is een richtsnoer voor hun handelen. Deze gedragscode, die zich uiteraard ook richt tot steunfractieleden, bevat hiervoor een aantal richtinggevende normen. Daarbij is, zeker in de huidige digitale wereld, ook een aantal normen op het gebied van privacy c.q. de omgang met persoonsgegevens betrokken. Ook ziet de gedragscode op de onderlinge omgangsvormen omdat een respectvolle omgang met burgers en organisaties en tussen politieke ambtsdragers onderling, met oog voor de eigen politieke inhoud en stijl, van groot belang is voor het uitdragen van het integriteitsbeleid. Het rechtskarakter van deze gedragscode is dat van een interne regeling, ter invulling van en (bij enkele normen) in aanvulling op de wettelijke regels.

Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Het niet naleven van de gedragscode heeft geen rechtsgevolgen. Er is sprake van zelfbinding. De regels zijn in gezamenlijk debat vastgesteld door de raadsleden zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De raadsleden en steunfractieleden kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Een belangrijke notie daarbij is dat integriteit een grondhouding is, een kwestie van mentaliteit, iets waar je aan kunt werken en waar je in kunt groeien. Daarom staat deze gedragscode geregeld op de agenda van de raad, via bijvoorbeeld bewustwordingsbijeenkomsten. Elkaar durven aanspreken is een uiting van integriteitsbewustzijn. Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk

1

2025-069 Bijlage 1 niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’. Deze gedragscode geldt voor de gemeenteraad van Nieuwegein. Het college en de ambtelijke organisatie hebben daarnaast een eigen gedragscode/protocol voor integriteit.

Paragraaf 1 Algemene bepalingen Wettelijke grondslag De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast (artikel 15, derde lid, Gemeentewet).

1.1 1. De gedragscode geldt voor de raadsleden, maar richt zich ook tot het bestuursorgaan raad. 2. Daar waar in de gedragscode wordt gesproken over raadslid wordt, voor zover van toepassing, ook steunfractielid bedoeld. 1.2 1. De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar. 2. De raadsleden ontvangen een exemplaar van de gedragscode bij hun toelating als raadslid tot de gemeenteraad van Nieuwegein. Paragraaf 2 Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet) Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als raadslid naar eer en geweten zal vervullen.” Persoonlijke belangen: • Een lid van de raad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 28 Gemeentewet) • Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht). • Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing (artikel 28, tweede lid, Gemeentewet).

2

2025-069 Bijlage 1 Incompatibiliteiten en nevenfuncties: • Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet) • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet) • Openbaarmaking nevenfuncties: raadsleden maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De openbaarmaking vindt terstond plaats na benoeming tot raadslid of het aanvaarden van een functie en geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet). Artikel 2.1 Een raadslid dient actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan. Artikel 2.2 1.

Een raadslid onthoudt zich van deelname aan de beraadslaging en stemming in de raad als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. 2. Een raadslid onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, niet alleen van beraadslaging en stemming, zoals bedoeld in het eerste lid, maar ook van de beïnvloeding van de beraadslaging en besluitvorming in de eventuele andere fases van het (besluitvormings)proces. 3. Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van een raadslid over een onderwerp in geding kan zijn, geeft hij bij de beraadslaging en/of besluitvorming daarover aan in hoeverre het onderwerp hem persoonlijk aangaat. Artikel 2.3 1. Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap. Als tijdens het lidmaatschap nieuwe nevenfuncties aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft meteen aangeleverd bij de griffier. 2. De informatie betreft in ieder geval a. de omschrijving van de nevenfunctie; b.

de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, of het al dan niet een nevenfunctie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap; c. of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is.

3

2025-069 Bijlage 1 3. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 4. Een raadslid vervult geen nevenfuncties die een structureel risico vormen voor een integere invulling van de politieke functie. Toelichting De wetgever beschermt politieke ambtsdragers op meerdere manieren tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: Ten eerste bepaalt de wetgever dat een raadslid niet deelneemt aan de beraadslaging en stemming over een onderwerp waarbij hij/zij een persoonlijk belang heeft (artikel 28, eerste lid, Gemeentewet). Voorheen was alleen sprake van stemming, maar door het inwerkingtreden van de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur per 1 januari 2023 is ook de beraadslaging aan artikel 28, eerste lid, Gemeentewet toegevoegd. Doel is dat raadsleden zo meer houvast hebben bij mogelijke belangenverstrengeling. Raadsleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de beraadslaging en besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. Daarnaast is door de wetswijziging artikel 2:4 Awb niet meer van toepassing op de beraadslaging en stemming. Onderdeel van deze bepaling is dat de raad ertegen waakt dat raadsleden die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.

Doordat de bepaling niet meer van toepassing is, onderstreept de wetgever dat artikel 28 Gemeentewet is te beschouwen als een lex specialis ten opzichte van artikel 2:4 Awb. Het is dus de eigen afweging van het raadslid om al dan niet deel te nemen aan de beraadslaging en stemming. Ten tweede verbiedt de wetgever de raad expliciet bepaalde functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. Deze incompatibiliteiten en verboden staan opgesomd in de artikelen 13 en 15 van de Gemeentewet. Als gevolg van de Wet bevorderen integriteit en functioneren openbaar bestuur, die per 1 januari 2023 inwerking is getreden, is artikel 13, eerste lid, sub o, aangepast. Hiermee wordt duidelijk gemaakt dat een raadslid wel werkzaam kan zijn bij een samenwerkingsverband waaraan de gemeente deelneemt, zolang hij/zij geen werkzaamheden verricht voor de gemeente waar hij/zij raadslid is. Ten derde eist de wetgever van politieke ambtsdragers dat zij al hun nevenfuncties bekend maken. De griffie doet tweemaal per jaar een check bij de raadsleden of de nevenfuncties nog actueel zijn. Paragraaf 3. Regels rondom de omgang met (geheime) informatie

Wettelijk kader Informatieplicht Het college, en elk van zijn leden, en de burgemeester zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikel 169 en 180 Gemeentewet). Geheimhouding - Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs

4

2025-069 Bijlage 1

-

-

-

-

moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). De raad, het college, de burgemeester en een commissie kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid, geheimhouding opleggen (artikel 87 Gemeentewet). Het college en de burgemeester kunnen informatie, waarover geheimhouding is opgelegd, verstrekken aan de raad (artikel 88, tweede en derde lid Gemeentewet). De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde of, indien de geheime informatie aan de raad is verstrekt, totdat de raad de geheimhouding opheft (artikel 89, derde en vierde lid Gemeentwet). Een verplichting tot geheimhouding wordt in acht genomen door allen die van de informatie kennis dragen (artikel 89, tweede lid, Gemeentewet).

Een raadslid, of een lid van een door de raad ingestelde commissie, dat hiermee in strijd handelt kan bij besluit van de raad voor ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt (artikel 89, vijfde lid, Gemeentewet). Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

Artikel 3.1 Het raadslid gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van de raad beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard. Artikel 3.2 Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie. Toelichting Het verkrijgen van informatie is essentieel voor het uitoefenen van de functie van raadslid. Tegelijkertijd rust er een grote mate van verantwoordelijkheid op het raadslid in de omgang met deze informatie. Bijvoorbeeld als het om persoonsgegevens gaat of om informatie die onder geheimhouding is verstrekt Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie. Paragraaf 4 Regels rondom (de schijn van) corruptie Wettelijk kader De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken.

Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder paragraaf 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

5

2025-069 Bijlage 1

Artikel 4.1 1. Een raadslid mag zijn invloed en zijn stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of hem in het vooruitzicht zijn gesteld. 2. Een raadslid dient actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen te gaan. Artikel 4.2 1. Een raadslid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. Een raadslid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. 3. Geschenken die een raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente. 4. De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen. Indien dit toch gebeurt, meldt een raadslid dit aan de griffier. Artikel 4.3 1. Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente maakt een raadslid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden.

Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn rekening heeft genomen. 2. De informatie is openbaar via internet beschikbaar. Artikel 4.4 1. Een raadslid meldt de griffier de buitenlandse reizen op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren. 2. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. Toelichting Artikel 4.1: Dit artikel geeft een definitie van corruptie. Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van een politicus. Belangenverstrengeling is niet in het Wetboek van Strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. Opgemerkt kan nog worden dat gezien artikel 1.1 de regels voor ontvangen geschenken etc. niet alleen gelden bij schenkingen aan een raadslid, maar ook bij schenkingen aan de raad als geheel. Artikel 4.2: In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van een raadslid kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties.

Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door een raadslid worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk 6

2025-069 Bijlage 1 geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. Artikel 4.3 en 4.4: Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als raadslid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder. Paragraaf 5 Regels rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteiten

Wettelijk kader In de volgende verordeningen zijn voorschriften opgenomen over het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en het declareren van onkosten: - Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2022; - Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Nieuwegein 2019. Artikel 5.1 1. De financiële en administratieve organisatie is zodanig ingericht dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. 2. Een raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures. Artikel 5.2. Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed of niet voor vergoeding in aanmerking komen. Artikel 5.3 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan. Toelichting 5.1 Aan raadsleden worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken.

Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c. het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de 7

2025-069 Bijlage 1 uitgaven noodzakelijk. Het raadslid zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden. Paragraaf 6

Regels rondom de onderlinge omgang

Artikel 6.1 1. Raadsleden gaan respectvol met elkaar en met bestuurders en ambtenaren om. 2. Een raadslid bejegent bestuurders en ambtenaren correct in woord, gebaar en geschrift. Artikel 6.2 Een raadslid onthoudt zich in woord, gebaar en geschrift, inclusief elektronische berichten, van ongewenst gedrag richting individuele bestuurders en/of ambtenaren in of rondom vergaderingen tijdens de Avond voor de Stad en de raadsvergadering en in het openbaar. Toelichting Artikel 6.1: Een respectvolle omgang met elkaar maakt het beter mogelijk tot een werkelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad met elkaar omgaan van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. De regels rondom de onderlinge omgang zijn aanvullend aan de formele spreekregels zoals die zijn opgenomen in het Reglement van Orde voor de raad. Artikel 6.2: Onder ongewenst gedrag wordt door de Arbowetgeving verstaan: agressie, pesten, discriminatie of seksuele intimidatie.

Paragraaf 7

Regels rondom de naleving van de gedragscode

Artikel 7.1 De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van tekortkomingen en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin. Artikel 7.2 1. De griffier (of diens plaatsvervanger) is het eerste aanspreekpunt voor raadsleden over integriteit. 2. Jaarlijks spreekt de burgemeester met de gemeenteraad over de naleving van de gedragscode. 3. Er is een door de raad vastgesteld protocol hoe om te gaan met (vermoedens van) integriteitsschendingen. Dit protocol (bijlage 1) maakt onlosmakelijk deel uit van deze gedragscode. 4. De burgemeester, c.q. de vicevoorzitter van de raad, kan de raad verzoeken in specifieke gevallen gemotiveerd af te mogen wijken van onderdelen van het protocol. Artikel 7.3 Als is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van een regel van de gedragscode, kan dit leiden tot een sanctie. 8

2025-069 Bijlage 1

Toelichting Artikel 7.1: De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden. Artikel 7.2: De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor raadsleden, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de raadsleden zich committeren. Daarnaast maakt artikel 170, tweede lid, Gemeentewet duidelijk dat de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk is belegd, namelijk bij de burgemeester. Als de burgemeester hierin om wat voor reden dan ook wordt belemmerd, kan de Commissaris van de Koning (CdK) bijstand verlenen. Dit volgt uit de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur die sinds 1 januari 2023 van kracht is. Op grond van het gewijzigde artikel 182 Provinciewet heeft de CdK een bestuurlijke toegangsbevoegdheid gekregen waardoor deze o.a. een besloten Wettelijk kader De Gemeentewet (artikel 15, derde lid) verplicht de gemeenteraad om voor de raadsleden een gedragscode vast te stellen. De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen (artikel 170 lid 2 Gemeentewet).

raadsvergadering kan bijwonen en/of documenten kan inzien. Deze bevoegdheid is pas van toepassing in geval van bestuurlijke problemen of gemeentelijke integriteitskwesties en alleen als dit in redelijkheid nodig is voor het vervullen van de taak van de CdK. In zijn totaliteit bieden de verschillende wettelijke bepalingen de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in de bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt (zie bijv. de spreekregels in het Reglement van Orde voor de raad). Artikel 7.3 : Als is komen vast te staan dat een raadslid een regel van de gedragscode heeft overtreden, dan kan dit tot een sanctie leiden.

Deze sanctie dient proportioneel te zijn. Bij het bepalen van de sanctie spelen de aard van de schending en de context waarbinnen de schending heeft plaatsgevonden, een belangrijke rol. Niet alle schendingen zijn even zwaar en moeten of kunnen op dezelfde manier worden gesanctioneerd. Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming raken, zoals belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rondom het gebruik van informatie, raken aan de kerntaak van politieke ambtsdragers en zijn om die reden het ernstigst. Hier zijn de gevolgen voor burgers en het vertrouwen van burgers in het openbaar bestuur het meest in het geding. Bij dergelijke schendingen passen in de regel dan ook de zwaarste sancties. Een te lichte sanctie die volgt op een ernstige schending kweekt onbegrip en tast de geloofwaardigheid aan; hetzelfde geldt voor een te zware sanctie op een lichte schending. Van belang is vervolgens om zowel verzwarende als verzachtende omstandigheden in kaart te brengen. Was er sprake van opzet? Van naïviteit? Is het raadslid onder druk gezet van zijn partijgenoten of anderen? Hoe ernstiger de schending en hoe duidelijker de regel is die is overtreden, hoe minder snel er een verzachtende omstandigheid zal worden aangenomen.

Er zijn verschillende ‘sancties’ die aan de orde kunnen zijn voor raadsleden: • aanspreken; • afkeuring door partijen (motie van treurnis); • uit de fractie verwijderen door de eigen partij; • royement van het lidmaatschap van de eigen partij; 9

2025-069 Bijlage 1 • het doen van aangifte met mogelijk strafrechtelijke vervolging. Daarnaast biedt de wet de mogelijkheid tot het toepassen van verschillende formele sancties. Zo kan een raadslid voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de raadsvergadering worden ontzegd indien deze bij herhaling de vergadering verstoord (artikel 26, derde lid, Gemeentewet). Een ander voorbeeld is het uitsluiten van het raadslid voor ten hoogste drie maanden van het ontvangen van informatie waarop geheimhouding rust (artikel 89, vijfde lid, Gemeentewet). Sommige overtredingen van de gedragscode leveren daarnaast ook een strafbaar feit op waarvan aangifte kan of moet worden gedaan en die kunnen leiden tot strafrechtelijke vervolging.

Paragraaf 8

Slotbepalingen

Artikel 8.1 De Gedragscode integriteit politiek ambtsdragers gemeente Nieuwegein 2015, zoals door de raad vastgesteld, wordt ingetrokken. Artikel 8.2 De Gedragscode integriteit raadsleden Nieuwegein 2024 treedt in werking op 11 april 2025

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 11 april 2025

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=296a8ad7-cccd-4fdd-9a2c-72841da86bfe