2024-275 Bijlage 4 City Nieuwegein - Ontwikkelkader blok C1 City West_
Tekst van het document
CITY NIEUWEGEIN 2024-275 Bijlage 4
ONTWIKKELKADER BLOK C1
INHOUDSOPGAVE 1.0
2
INLEIDING
5
2.0 GEMEENTELIJKE VISIES
7
2.1 Woonvisie en Woningbouwprogramma 2030 2.2 Koersdocument City 2.3 Procesdocument City 2.4 Gebiedsopgave City 2.5 Duurzaamheidsvisie 2.6 Richtlijn Wmo-proof 2.7 Mobiliteitsvisie
7 9 9 11 11 13 13
3.0 PROGRAMMA
15
3.1 3.2
15 15
Woningbouwprogramma Programma plint
4.0 RUIMTELIJK KADER C1
17
4.1 4.2 4.3
17 19 21
Ontwikkeling City West Ligging blok C1 Bestemmingsplan
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6 4.4.7 4.4.8 4.5 4.5.1 4.5.2 4.5.3 4.6 4.6.1 4.6.2
Ruimtelijke en organisatorische principes blok C1 21 Rooilijnen 21 Bouwmassa en windhinder 23 Geleding 23 Oriëntatie 23 Flexibele stedelijke plinten 25 Groene daken 25 Overgangszone tussen woonbebouwing en openbaar gebied 25 Aansluiting nutsvoorzieningen en inpandig trafostation 27 Beeldkwaliteit en architectuur 27 Materialisering gevels 27 Energieopwekking gevel 27 Groene gevels 29 Toegankelijkheid 29 Entrees 29 Toegankelijkheid gebouw en woningen 29
5.0
DUURZAAMHEID 31
5.1 5.2 5.3 5.4
Groen en natuurinclusief 31 Water en nieuwe sanitatie 33 Energie 33 Circulariteit 35
6.0
VERKEER, OPENBARE RUIMTE EN OMGEVING 37 Mobiliteit en parkeren 37 Parkeren (auto) 39 Parkeren (fiets en overig) 39 Openbare ruimte en omgeving 39 Groene overgangszone 41 Verlichting 41 Nutsvoorzieningen 41 Kabels en leidingen 41 Afval 41 Bouwfase 41
6.1 6.1.1 6.1.2 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.5 6.2.6
COLOFON
42
BIJLAGEN
• Notitie richtlijn Wmo-proof (Gemeente Nieuwegein, 2023) • Handreiking Nieuwegein City Natuurinclusief (SWECO, mei 2021)
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
3
OVERZICHTSKAART CITY WEST
Spoor stede
Hag este de
C1
C5
groe
ne h
C4
1.0
INLEIDING
B2
C2
De binnenstad van Nieuwegein is in ontwikkeling. De afgelopen jaren is al veel gerealiseerd en de komende jaren zal de ontwikkeling van City Nieuwegein worden voortgezet. City, de binnenstad van Nieuwegein, zal ontwikkelen tot een kwalitatief hoogwaardige binnenstad, waarin de leefbaarheid en het verblijfsklimaat worden versterkt. De toekomstige ontwikkeling moet zorgvuldig aansluiten op de al bestaande binnenstad en het daarin aanwezige winkelcentrum CityPlaza
art
C3
B1
B3
In het Koersdocument City (2017) is de ambitie verwoord om van City de meest duurzame binnenstad van Nederland te maken. In 2019 is de Gebiedsopgave City vastgesteld, waarbij met name ambities op het gebied van duurzaamheid verder zijn aangegeven. Deze duurzaamheidsambities zijn geconcretiseerd in de in 2021 vastgestelde Duurzaamheidsvisie City. Op deze en andere relevante beleidsdocumenten wordt in hoofdstuk 2 van dit ontwikkelkader nader ingegaan. Bouwblok C1 is onderdeel van City West. City West bestaat uit een vijftal woningbouwlocaties. De ontwikkeling van de bouwblokken B1, C3 en C5 lopen hierin voorop, waarna C1 zal volgen. Bouwblok B1 is inmiddels in gebruikt genomen, C5 is in een eerdere fasen via een tender gegund aan VINK Bouw en C3 is enkelvoudig onderhands gegund aan woningcorporatie Woonin. Nieuwegein is op dit moment nog grondeigenaar van de bouwblokken C1, C2 en C4. Voor bouwblok C1 zal in de loop van 2025 een tender worden uitgeschreven. Voorliggend ontwikkelkader heeft als doel vorm en inhoud te geven aan de planvorming van bouwblok C1 en dient als leidraad bij de uitwerking van ontwerpen voor het bouwblok. De leidraad en kaders komen voort uit eerder vastgesteld beleid. Dit beleid wordt in hoofdstuk 2 op hoofdlijnen beschreven. De beleidsdocumenten kunt u raadplegen via de projectwebsite.
Dit ontwikkelkader is verder als volgt opgebouwd: de programmatische kaders staan in hoofdstuk 3, het ruimtelijke kader voor C1 in hoofdstuk 4, de duurzaamheidseisen in hoofdstuk 5 en als laatste hoofdstuk 6 met daarin de randvoorwaarden voor verkeer en de openbare ruimte.
4
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
5
Omgevingsprogramma wonen Nieuwegein
Omgevingsprogramma wonen Februari 2024
2.0
1
GEMEENTELIJK BELEIDSKADER 2.1 OMGEVINGSPROGRAMMA WONEN 2024 – 2040 (2024 – 044) Het Omgevingsprogramma Wonen van de gemeente Nieuwegein is in 2024 vastgesteld door de gemeenteraad en is een van de programma’s in het kader van de Omgevingswet. Dit programma beschrijft de uitwerking van de ambitie uit de omgevingsvisie Nieuwegein om in 2040 een aantrekkelijke, toekomstbestendige woonstad voor iedereen te zijn. Dit wordt beschreven aan de hand van een viertal pijlers, die zich toespitsen op een passende woningvoorraad, het huisvesten van aandachtsgroepen, de leefbaarheid van de wijken en de kwaliteit en duurzaamheid van de woningen. Elementen die in het Omgevingsprogramma Wonen voor de blok B3 van belang zijn betreffen o.a.: • Het toevoegen van (betaalbare) woningen aan de stad; • De Wmo-proof eisen aan de woningen vanwege de ligging in een zorgcirkel; • Groen, duurzaam en klimaatadaptief bouwen.
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
7
Leidraad voor de verdere ontwikkeling van City Nieuwegein
2.2 KOERSDOCUMENT CITY (2017-350) De gemeente heeft in 2017 het Koersdocument City 2017, Leidraad voor de verdere ontwikkeling van City vastgesteld. City is de nieuwe naam voor de binnenstad van Nieuwegein. Deze naam markeert de nieuwe fase die in 2017 is ingegaan bij het verder ontwikkelen van het centrum van Nieuwegein. Het Koersdocument omschrijft de ambities die de gemeente Nieuwegein heeft voor het (door)ontwikkelen van de resterende opgaven in de Binnenstad, en dan met name voor het Stationsgebied en West. Duurzaamheid zal het leidende principe zijn bij de verdere doorontwikkeling.
Koers document
2.3 PROCESDOCUMENT CITY (2018-321) In het Procesdocument City Nieuwegein staat het ontwikkelproces beschreven om tot deze ambities te komen. Hierin wordt andere ingegaan op de borging van de kwalitatieve ambities via het Q-team City, het betrekken van bewoners en bedrijven door het werken in co-creatie, de besluitvormingsprocessen en de BLVC-aspecten tijdens de uitvoeringsfase van projecten. Kwaliteitsborging via Q-team In City is een Quality-team (Q-team) ingesteld voor de beoordeling en borging van de integrale kwaliteit van de ontwerpen van gebouwen en openbare ruimte. Het Q-team bestaat uit experts op het gebied van architectuur/stedenbouw, duurzaamheid en financiën (business-case). In het Q-team zit ook een gemandateerd lid vanuit de commissie ruimtelijke kwaliteit. Het Q-team adviseert het College van B en W en toetst de stedenbouwkundige, civieltechnische en architectonische ontwerpen alsmede de inrichtingsplannen voor de openbare ruimte op samenhang, consistentie en kwaliteit. Zo wordt geborgd dat er een resultaat wordt bereikt dat recht doet aan de ambities (een kwalitatief hoogwaardig City) en het totaalresultaat meer wordt dan de som der delen. Betrekken omgeving bij de planvorming De gemeente Nieuwegein heeft participatie hoog in het vaandel staan. Bij (ruimtelijke) projecten van enige omvang wordt er altijd een participatie-traject gevolgd.
Ook in City is tot nu toe volgens de richtlijnen van participatie gewerkt. City is van alle Nieuwegeiners en moet ook voor alle Nieuwegeiners wat te bieden hebben. De wens is daarbij om, waar het kan, in co-creatie projecten uit te werken. Hoe dit toegepast wordt staat beschreven in het procesdocument. Besluitvormingsprocessen Een planproces van ruimtelijke initiatieven duurt lang en is door de verschillende soorten planologische procedures en fasen vaak ook ingewikkeld. In het procesdocument is het schema “Procedures bij ruimtelij-
8
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
9
Kaderstellende Duurzaamheidsvisie: voor City Nieuwegein
Inhoud Voorwoord ................................................................................................... 2 1. 2.
Gebiedsopgave
Inleiding ................................................................................................ 2 Sustainable Development Goals .......................................................... 4 2.1
Algemeen ..................................................................................... 4
2.2
Rol gemeenten ............................................................................. 4
2.2
Rol vastgoedsector en de bouw ................................................... 5
2.3
SDG’s en City ................................................................................ 5
3.
Klimaat en groen .................................................................................. 7
4.
Water & Nieuwe Sanitatie ................................................................. 10
5.
Energie ............................................................................................... 12
6.
Mobiliteit ............................................................................................ 14
7.
Circulariteit ......................................................................................... 16
8.
Aanbesteding ..................................................................................... 18
Afkortingen en definities:........................................................................... 19 Co-creatie en meedenken: ......................................................................... 20
10 maart 2021
ke initiatieven” opgenomen, waarin de specifieke formele stappen van planologische procedures (omgevingsvergunning en bestemmingsplan) inzichtelijk zijn gemaakt. Daarnaast is het gehele planproces schematisch 1 weergegeven. Ook is omschreven hoe de gemeente handelt bij ingediende initiatieven. BLVC-kader Om de bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie rondom bouwprojecten te waarborgen zal er voor elk uitvoeringsproject een BLVC-kader worden opgesteld en meegegeven aan de initiatiefnemer. Op basis van dit kader dient de initiatiefnemer, ofwel de aannemer, een BLVC-plan op te stellen. Dit document wordt uiterlijk bij de aanvraag omgevingsvergunning ingediend bij de gemeente. Een uitvoeringsproject kan niet eerder starten dan dat er door de gemeente formeel goedkeuring is gegeven aan dit BLVC-plan.
2.4 GEBIEDSOPGAVE CITY (2019-391) De Gebiedsopgave City is onder meer het resultaat van een co-creatieproces waarbij de ambities van het in november 2017 vastgestelde Koersdocument geconcretiseerd zijn naar uitgangspunten en leidende principes. De gebiedsopgave omvat de volgende onderdelen: • Programmatisch onderlegger waarin het te realiseren programma wordt geduid; • Ruimtelijke onderlegger, waarin de ruimtelijke- en stedenbouwkundige principes aan de orde komen; • Mobiliteit, waarin de voorgestelde maatregelen op het gebied van toeleidende infrastructuur zijn • opgenomen; • Duurzaamheid, waarin uitgangspunten, leidende principes en het proces om te komen tot de meest duurzame binnenstad wordt aangegeven.
2.5 DUURZAAMHEIDSVISIE (2021-121) De Kaderstellende Duurzaamheidsvisie City dient als leidend principe voor de verdere ontwikkeling van City, zoals bij het opstellen van ontwikkelkaders en tenders. Normeringen zullen op basis van een bindend advies van het Q-team City per individueel ontwikkelkader bijgesteld worden naar de meest actuele stand der techniek. Zo kan steeds weer een optimale mix tussen verschillende thema’s behouden blijven, waarbij aanpassingen geen afbreuk mogen doen aan de overall ambities voor City.
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
11
Mobiliteitsvisie Nieuwegein 2030 2.6 RICHTLIJN WMO-PROOF (2023) Er is een toenemende vraag naar nultredenwoningen voor ouderen, bij voorkeur in de nabijheid van voorzieningen, zorg, welzijn, mantelzorg en soms ook dagbesteding. De gemeente Nieuwegein wil een goede basiskwaliteit voor wat betreft de toegankelijkheid en aanpasbaarheid van de woningvoorraad en nieuwbouw in Nieuwegein. Voor de nieuwbouw in de zorgcirkels (en daarbuiten) is deze richtlijn opgesteld. Het projectgebied van City ligt in een zorgcirkel. In deze richtlijn zijn aanvullende eisen opgenomen om deze woningen geschikt te maken voor bewoning door ouderen en waaraan een wooncomplex voor ouderen moet voldoen.
2.7 MOBILITEITSVISIE (2021-386) De gemeente wil dat Nieuwegein kan groeien en tegelijk voor de toekomst aantrekkelijk, verkeersveilig en bereikbaar is. Op basis van het huidige mobiliteitsbeeld en het gewenste toekomstbeeld worden in de mobiliteitsvisie een aantal doelstellingen omschreven op basis waarvan de Mobiliteitsvisie uitwerking moet krijgen in de programma’s en projecten.
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
13
3.0
PROGRAMMA 3.1 WONINGBOUWPROGRAMMA Voor City West heeft gemeente Nieuwegein in het Koersdocument en de Gebiedsopgave maar ook in de onlangs vastgestelde Woonvisie 2024 aangegeven een gevarieerd woonmilieu te willen realiseren. Een woonmilieu bestaande uit mix van verschillende huur- en koopwoningen in verschillende segmenten (sociaal, midden en duur). Voor alle doelgroepen moet plaats zijn in het centrum van de stad, maar per bouwblok in City kan de gewenste doelgroep verschillen. Voor blok C1 is het uitgangspunt appartementengebouwen in een hoge dichtheid. Het betreft de realisatie van maximaal 102 woningen. Zowel vrijesector koopwoningen als woningen in het betaalbare segment. De woningen dragen met de levendige en gevarieerde plinten bij aan het versterken van het binnenstedelijke woonmilieu. Van de 102 woningen is het uitgangspunt dat er 17 in het betaalbare segment gerealiseerd worden. Uitgangspunt voor de woninggrootte van koopwoningen in bouwblok C1 is een gemiddelde woning grootte van 75 m2 GO. Voor midden huur woningen geldteen gemiddelde woning grootte van 70 m2 GO. Voor alle woningen in bouwblok C1 geldt een minimale grootte van 50 m2 GO.
3.2 PROGRAMMA PLINT Alleen direct bij Plein 1971 is er beperkte mogelijkheid voor kleinschalige detailhandel. Deze dient ondersteunend te zin aan de functie van het plein als OV-knooppunt. De overige plinten in City West, dus ook de plint van bouwblok C1, kunnen gevuld worden met entrees van appartementen, woon-werkwoningen, woningen, kleinschalige maatschappelijke functies, ateliers en niet-commerciële voorzieningen.
14
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
15
GELEDING EN HOOGTE ACCENTEN LANGS ZUIDSTEDEWEG
4.0
RUIMTELIJKE KADERS 4.1 ONTWIKKELING CITY WEST Blok C1 maakt onderdeel uit van City West. Dit is een gebied dat grotendeels nog tot ontwikkeling moet komen. In het stationsgebied is het tramstation reeds verplaatst als voorbereiding op de realisatie van het nieuwe OV-knooppunt en het bouwblok B1 inmiddels ontwikkeld en in gebruik genomen. De combinatie van een vernieuwd tram- en busstation in een nieuw OV-knooppunt op Plein 1971 draagt bij aan een versterking van het openbaar vervoer in Nieuwegein. Plein 1971 ligt als een schakel tussen de entree van Cityplaza en West. City West krijgt meer het karakter van een woonbuurt. Blok C5 Zadelstede is de eerste nieuwe ontwikkeling in West. Hiervoor is een tenderprocedure doorlopen en momenteel worden de ontwerpen uitgewerkt door de betrokken partijen. In dit blok wordt een gemengd programma gerealiseerd van sociale huur, middenhuur en vrije sector. De bouw van blok C5 Zadelstede zal naar verwachting in het vierde kwartaal van 2024 starten. Na C5 is blok C3 de volgende ontwikkeling in West. In blok C3 zullen in opdracht van Woonin voornamelijk woningen worden gerealiseerd in de categorie sociale huur. Daarnaast is er in bouwblok C3 extra aandacht voor wonen met zorg. In de eerste helft van 2024 is het ontwikkelkader voor dit bouwblok vastgesteld door de raad. Komende tijd zal er een begin gemaakt worden aan het ontwerp van het bouwblok.
Na bovengenoemde bouwblokken zal Blok C1 deels gelijktijdig worden gerealiseerd. Na C1 zal blok C2 de volgende ontwikkeling zijn in City West.
16
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
17
VOLUMEONTWIKKELING BLOK C1 4.2 LIGGING BLOK C1 Blok C1 grenst aan het tramspoor dat onderdeel is van de SUNIJ-lijn. Tussen deze trambaan en het bouwblok loopt de Spoorstede die het gebied City West ontsluit. Aan de Spoorstede wordt ook het bezoekers parkeren van City West geregeld. Het blok wordt gerealiseerd op een plek die tot voor kort gebruikt werd als parkeerplaats en bouwterrein. Aan de westzijde van bouwblok C1 staat het Hagestede/Borgstede complex. Dit is een appartementengebouw dat deel in privaatbezit is en deel in bezit is van de woningcorporatie Portaal. Door een goed ontwerp en een diverse programmering draagt het blok bij aan de identiteit van een kwalitatief hoogwaardige en duurzame binnenstad. Het blok heeft een footprint van ca. 2015m2. De zuid- en oostzijde grenzen aan het groene, autovrije, hart van City West en aan autovrije straten. De autovrije straat tussen blok C2 en C1 zorgt voor geleding in de blokkenstructuur.
20.1
17m
30m 36m 23
38. 6
30
17m
8
42 50
40. 8
20m 17 .
3
5
De uitwerking van het blok vraagt om een alzijdig georiënteerd gebouw dat communiceert met zijn omgeving en daar direct op reageert. De ligging van blok C1 aan het groene hart dient in de architectuur tot uitdrukking te komen. Aan de westzijde grenst het bouwblok zoals eerder aangegeven aan het Hagestede/Borgstede complex. De hoogteaccenten aan deze zijde mogen daarom niet hoger zijn dan 30 meter. De rechterzijde van de noordelijke gevel mag in hoogte oplopen tot 36 meter. De zuidzijde van het bouwblok heeft een maximale hoogte van 20 meter met een setback van 3 meter met een maximale hoogte van 17 meten de westzijde.
0
10
50
Het hoogteaccent van blok C1 is van een lagere orde als de reeks van drie hoogteaccenten aan de Zuidstedeweg van 70m hoog. Deze hoogteaccenten liggen aan de belangrijkste kruisingen van de Zuidstedeweg met de andere infrastructuur. Bij de Doorslag is dat de kruising van de Zuidstedeweg met het water van de Doorslag, bij blok B1 is dat de kruising met de Koekoekslaan waar de tram City binnenkomt en bij blok C5 de kruising met de Wijkerslootweg en de A.C. Verhoefweg. De betekent dat er in hoogte afgebouwd wordt van zuid naar noord dus van de Zuidstedeweg met hoogteaccenten naar de Spoorstede met lagere maximale hoogtes.
18
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
19
ENTREES EN INGANG PARKEERGARAGE 4.3 BESTEMMINGSPLAN Het bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein omsluit een aantal gebieden die reeds in ontwikkeling zijn en waarvoor separaat bestemmingsplannen zijn of worden opgesteld. Dit betreft de HN-locatie, de Doorslagzone, het stationsgebied en blok B1 en de Erfstede. Het nieuwe bestemmingsplan Binnenstad (City) Nieuwegein voorziet in een scherper gedefinieerd ruimtelijk kader voor de nog te bestemmen blokken in Oost (NVM-Dyade locatie, politiebureau) en het Stationsgebied (blok B3, ABC locatie). Voor West is het bestemmingsplan globaler omdat voor de blokken C1-C5 de exacte contouren nog niet bekend zijn. Het bestemmingsplan City is op 2 oktober 2024 onherroepelijk geworden.
P
Voor City geldt het Omgevingskwaliteitsplan dat een globaal kwaliteitskader biedt voor heel City. In de ontwikkelkaders van de nog te ontwikkelen blokken, waaronder voorliggend document, worden nadere eisen gesteld op het gebied van onder andere duurzaamheid, massaopbouw, beeldkwaliteit, woonprogramma en mobiliteit. Uitgangspunt voor de gebouwen in West is dat er flexibele en hoge plinten worden gerealiseerd en dat deze bijdragen aan een prettig verblijfsklimaat. Wonen, werken aan huis, kantoren en maatschappelijke doeleinden zijn in West overal mogelijk in de plint en aan Plein 1971 zijn dienstverlening en ambachtelijke bedrijven mogelijk.
P
4.4 RUIMTELIJKE EN ORANISATORISCHE PRINCIPES BLOK C1
Algemeen: Basis aan stationsplein max. 17m, overige plekken max. 20m
entrees voorzieningen en woningen ontsluiting gebouwd parkeren binnengebied, privé
A
hoogte max. 65m, footprint toren vanaf 30m max. 550m2
B
hoogte max. 45m, footprint toren vanaf 25m max. 550m2
C
hoogte max. 35m, footprint toren vanaf 25m max. 550m2
D
hoogte max. 40m, footprint toren vanaf 25m max. 550m2
0
10
50
rooilijn bebouwing accent op voorzieningen, entree appartementen aan openbaar gebied overwegend entrees woningen, voorzieningen mogelijk voorzieningen en woningentrees, koppeling aan voetgangersbrug mogelijk
20
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
In de volgende paragrafen worden voor de nieuw te realiseren bebouwing in City de te hanteren ruimtelijke en organisatorische principes nader toegelicht.
4.4.1 ROOILIJNEN De nieuw te realiseren bouwblokken hebben kwalitatief hoogwaardige wanden naar het (aangrenzende) openbaar gebied. Op de kaart is aangegeven waar de bebouwing de rooilijnen volgt, zodat er een heldere en duidelijke begrenzing naar de openbare ruimte ontstaat. Het gaat om de volgende structuren: Spoorstede Hagestede; De overige rooilijnen grenzen aan het groene hart en de aangrenzende autovrije straat tussen blok C1 en C2.
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
21
Doorsneden blok C3
orsneden blok C3
MOGELIJKE DOORSNEDEN BLOK C1 4.4.2 BOUWMASSA EN WINDHINDER
36m 36m
orsneden blok C3
Doorsneden blok C3
plint ≥ 4,5m
plint ≥ 4,5m
plint 4,5m
plint 4,5m
Het accent wordt geflankeerd door lagere volumes waarvan de hoogten zijn aangegeven op de kaart op pagina 18, aan de Spoorstede naast het hoogteaccent maximaal 30m. Aan de zijde van de Hagestede wordt een setback met een maximale bouwhoogte van 17m gehanteerd net als aan de autovrije straat tussen blok C1 en C2 zodat er rekening wordt gehouden Ruimtelijke Ontwikkeling met de bezonning, de bouwhoogte van Hagestede en het karakter van de Stedenbouw smalle autovrije straat.
inrichting openbare ruimte ntb
inrichting openbare ruimte ntb
variabel
1.0
doorsnede A-A pad tussen C1 en C2
doorsnede A-A straat tussen C1 en C2 30m
1.0
Nieuwegeinhart doorsnede B-B over 36m groene
Ruimtelijke Ontwikkeling
doorsnede B-B over groene hart
Nieuwegein
Stedenbouw
doorsneden blok C1 Dat.: 30-05-2024
doorsneden blok C1
seed_ro2d
Get.: AL
Schaal: 1:500
Form.: Formaat Blad: 1 van 1
Dat.: 30-05-2024
seed_ro2d
Get.: AL
postbus 1, 3430 AA Nieuwegein
plint ≥ 4,5m
Martinbaan 2
tel. 14 030
fax. 030 60 48 781
Schaal: 1:500
postbus 1, 3430 AA Nieuwegein
e-mail: stedenbouw@nieuwegein.nl
Martinbaan 2
tel. 14 030
plint ≥ 4,5m
inrichting openbare ruimte ntb
e-mail: stedenbouw@nieuwegein.nl
4.4.3 GELEDING
1.0
doorsnede D-D straat tussen C1 en C2
doorsnede C-C straat tussen blok C1 en gebouw Hagestede doorsnede D-D C3-C2Nieuwegein
Ruimtelijke Ontwikkeling
Nieuwegein
doorsneden blok C1 Schaal: 1:500
Form.: Formaat Blad: 1 van 1
D
Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend. postbus 1, 3430 AA Nieuwegein
Martinbaan 2
tel. 14 030
fax. 030 60 48 781
e-mail: stedenbouw@nieuwegein.nl
C C
Stedenbouw
doorsneden blok C1
seed_ro2d
Get.: AL
Dat.: 30-05-2024
Blok C1 is voorzien van een verticale geleding, waarmee het beeld ontstaat dat verschillende panden binnen het bouwblok zelfstandig op de grond staan. Het blok mag niet te massief ogen. Binnen het bouwblok is architectseed_ro2d onische verwantschap goed mogelijk. Het bouwblok bestaat uit afzonderlijk herkenbare delen die door hun geleding een verrijking vormen voor het beeld en de afzonderlijke programmaonderdelen herkenbaar maken.
Ruimtelijke Ontwikkeling
Stedenbouw
Dat.: 30-05-2024
fax. 030 60 48 781
Get.: AL
Schaal: 1:500
Form.: Formaat Blad: 1 van 1
Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend. postbus 1, 3430 AA Nieuwegein
Martinbaan 2
tel. 14 030
fax. 030 60 48 781
e-mail: stedenbouw@nieuwegein.nl
D
doorsnede C-C straat tussen C1 en C4
variabel
B
1.0
A
A
B
inrichting openbare ruimte ntb
Aan het groene hart is de bouwhoogte maximaal 20m hoog zijn. Aan de zijde van het groene hart en de aangrenzende autovrije straten is de bebouwing lager: tussen C2 en C1 is de gevel maximaal 15m hoog en tussen C1 en C4 is de maximale bouwhoogte 17m, zodat er rekening wordt gehouden met de bezonning in de omgeving en het karakter van de smallere autovrije straten. De oppervlakte van de bebouwing hoger dan 5m is maximaal 75% van de oppervlakte van het bouwblok.
Form.: Formaat Blad: 1 van 1
Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend.
Aan deze tekening kunnen geen rechten worden ontleend.
17m
13.9
Om een aangenaam verblijfsklimaat te realiseren moet rekening gehouden worden met het beperken, dan wel uitsluiten van windhinder bij de hoge bouwvolumes. De gemeente heeft voor West reeds een eerste windstudie laten verrichten. Bij het schetsontwerp van blok C1 is het verplicht een studie te doen naar de mogelijke windhinder bij de te realiseren bouwvolumes. Voor blok C1 is een geleding in hoogte mogelijk met een hoogteaccent op de oosthoek van C1 aan de Spoorstede van maximaal 35m.
20m
20m 17m
4.4.4 ORIËNTATIE Blok C1 heeft een alzijdige oriëntatie die communiceert met de openbare ruimte en reageert op de omgeving. Bergingen en stallingsgarages grenzen nooit direct aan het openbaar gebied. De fietsenstallingen moeten goed en makkelijk bereikbaar zijn vanuit het openbaar gebied. In de architectuur van het gebouw moet tot uitdrukking komen hoe de relatie van de bebouwing met de openbare ruimte samenhangt. Het blok heeft een eigen identiteit en de architectuur reageert op de omgeving. De voorzieningen voor de ontsluiting van het bouwblok zijn nadrukkelijk onderdeel van de opgave en worden binnen het bouwblok opgelost. Het bouwblok past in maat en schaal bij de levendige moderne binnenstad.
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
23
7.2.2 Extensieve daken Alleen als de draagkracht dit niet toelaat kunnen in City ook extensieve groene daken worden aangelegd. De substraatlaag van deze extensieve daken is meestal minder dan 15 cm waardoor deze daken licht zijn en vrijwel overal toegepast kunnen worden, zelfs bij schuurtjes en bushokjes. Geschikte beplanting voor extensieve daken zijn sedum, mos, kruiden en gras. De veel toegepaste sedumdaken leveren weliswaar nectar voor algemene bestuivers (generalisten), maar hebben verder een beperkte ecologische waarde. Echter, de substraatdiktes voor sedum en kruiden verschillen niet veel, de voorkeur heeft dan altijd om een kruidenmengsel te gebruiken, al dan niet in comDebinatie stedelijke plint vormt belangrijk met (inheemse) sedums.een Het type vegetatie kwaliteitsaspect van de verschillenmogelijk is, is afhankelijk vanen de ook dikte van hetblok C1. De plinten moeten daarom dewat bouwblokken in West voor substraat.
4.4.5 FLEXIBELE STEDELIJKE PLINT
Bron: Bronbewoners-stadseiland.nl
pandsgewijze architectuur als leidraad voor de ontwikkeling van alsopmoestuin (HandreiFruitbomendaktuin worden geplant dak erasmus MC (bron groeien met groen). Dakakker Rotterdam (rechts) het grote blok king Nieuwegein Natuurinclusief) Eetbaar groen Intensieve daken kunnen ook gebruikt worden door bewoners, bijvoorbeeld als daktuin. Hierbij kan ook de link gelegd worden naar de fruitteelt uit de regio. De daktuinen kunnen deels gebruikt worden als moestuin met eetbare bessenstruiken als doornloze braam, aardbeien, framboos, zwarte, blauwe en rode bessen. Maar ook met kleine fruitbomen als appel, peer, kers en eetbare bloemen en kruiden. Tuinkruiden als bieslook, rozemarijn, oregano, munt, citroenmelisse, peterselie, salie, basilicum, maar er zijn ook vele eetbare wilde kruiden. Voorbeelden van eetbare kruiden zaadmengsel: • •
gevel van hout
https://www.cruydthoeck.nl/winkel/c1-eetbaar-bloemenmengsel-voor-culinaire-avonturen/p2532 https://www.bolster.nl/zadenpakket-eetbare-bloemen/p2997
•
https://www.debolderik.net/mengsel_details. php?id=89&naam=E3+Eetbaar+bloemenmengsel+meerjarig+inheems
Kosten en beheer Bij de aanleg van een intensief groen dak moet je denken aan bedrag tussen de €80,- en €250,- per m2. Bij deze daken is regelmatig onderhoud nodig wat vergelijkbaar is met een gewone tuin of park.
overal een verdiepingshoogte hebben van minimaal 4,50 meter ter verSedum van het binnenstedelijk karakter en het borgen van flexibiliteit voor sterking Voor een sedumdak wordt een minimale substraat- Doel is om de mate van toekomstde• invulling met verschillende functies. dikte van 6-8cm nodig geacht. bestendigheid vergroten. De plint is verder transparant, representatief, • Het gewicht vanteeen met water verzadigd sedumdak met 6-8cm substraat isIn circa 100bouwblok – 120 kg/m2. moeten meerdere entrees gerealiseerd royaal en levendig. het Kruiden worden waarbij de woningen op de begane grond worden ontsloten via • Voor een kruidenrijk dak met wilde bloemen is een het maaiveld. De entrees vormen minimale substraatdikte van 10cm gewenst, een maar verbijzondering en integraal onderliever meer (15cm). Het dakgeldt kan hierna ingezaaid deel van de gevel, dat ook vooren/ de fietsenstallingen. •
of aangeplant worden. Het gewicht van een verzadigd kruidenrij dak met 10 cm substraat is circa 150-170 kg/m2 en met 15 cm substraat circa 225 kg/m2
4.4.6 GROENE DAKEN
Blok C1 is zeer compact en heeft naar verwachting geen binnenterrein maar alleen daken. De lager gelegen daken van blok C1 zorgen voor een optimale groene beleving van City door de bewoners van het blok. Doelstelling is om de vergroening van de stad zichtbaar en beleefbaar te maken voor bewoners. Ambitie is om zoveel mogelijk groen in de volle grond en zoveel mogelijk waterberging op de binnenterreinen van de bouwblokken te realiseren en maximaal in te zetten op circulair water (zie ook H5 over Duurzaamheid). De vegetatie die toegepast gaat worden in city Natuurinclusief -47 soortenlijst zoals opgenomen in het binnenterrein Nieuwegein moet voorkomen in de het rapport: Handreiking natuur inclusief City
4.4.7 OVERGANGSZONE TUSSEN WOONBEBOUWING EN OPENBAAR GEBIED
doorlopende flexibele hoge plint
De woningen op de begane grond hebben een groene ‘hybride’ overgangszone tussen woonbebouwing en openbaar gebied van 1m. Hierdoor ontstaat een geleidelijke overgang tussen (semi-)openbaar en privé terrein en kan er groen voor de woongevel gerealiseerd worden. Bovendien krijgen bewoners dan de mogelijkheid om iets persoonlijks toe te voegen op deze strook (bankje, bloembak, etc.) waardoor het contact met de omgeving wordt versterkt.
groene gevel als onderdeel van de architectuur
overgangszone tussen openbaar en privé
24
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
25
RINGLEIDING EN LOCATIE INPANDIG TRANSFORMATORSTATION
4.4.8 AANSLUITING NUTSVOORZIENINGEN EN INPANDIG TRAFOSTATION zijd
zijde a
e aa nslu iten
10
anslu
iten n uts en
nuts e
zoe kge bied
trafo
Blok C1 kan aan 2 zijden worden aangesloten op de nutsvoorzieningen (water, elektra, data en riool), aan de zijde van de Spoorstede en de zijde van de Hagestede. Hier is de ringleiding gesitueerd die de blokken in West bediend. Het groene hart en de groene autovrije straten kunnen dan maximaal vergroend worden. Voor de inpandige transformatorruimte is een locatie aangegeven op de kaart hiernaast aan de zijde van de Spoorstede. De afmetingen van de transformatorruimte zijn 4m aan de gevelzijde en 3m diep. Ook dient er in het gebouw ruimte te worden gereserveerd voor een inkoopstation van stadswarmte ten behoeve van de warmtapwatervoorziening.
riool
5
n rio ol
4.5 BEELDKWALITEIT EN ARCHITECTUUR Voor bouwblok C1 dient een tenderprocedure te worden doorlopen. De architect dient te worden goedgekeurd door het Q-team. Duuraamheid en architectuur zijn belangrijke onderwerpen voor het ontwerp van de bebouwing op deze locatie. Het Q-team blijft tot en met het definitieve ontwerp toetsen op de kwaliteit en duurzaamheid.
4.5.1 MATERIALISERING GEVELS 0
10
50
De toegepaste materialen in de gevels hebben variatie en een warme uitstraling, bij voorkeur biobased materialen. Leidend principe is dat het kleurenpalet van de gevels een vrije keuze is, maar donkere gevels zijn ongewenst vanuit de beleving en de bijdrage aan de klimaatadaptatie. Het gebruik van zoveel mogelijk circulaire materialen is gewenst en zal in de beoordeling van de plannen worden meegenomen, zie ook paragraaf 5.4.
4.5.2 ENERGIEOPWEKKING GEVEL EN DAKEN Voor blok C1 geldt dat in de hogere delen van de gevel op het zuiden (aan de Zuidstedeweg) een architectonisch hoogwaardige toepassing van zonnepanelen mogelijk is om het aandeel hernieuwbare energie binnen BENG 3 te verhogen. Echter zonnepanelen in de gevel hebben een negatieve invloed op de MilieuPrestatieGebouw (MPG) en de DPG-score (DuurzaamheidsPrestatie Gebouwen). Het verminderen van het energieverbruik heeft daarom de voorkeur. Zonnepanelen op daken worden boven de 20m gerealiseerd.
26
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
27
4.5.3 GROENE GEVELS EN DAKTUINEN
zonnepanelen op een aantrekkelijke wijze verwerkt in gevel
De eerste 4 bouwlagen dragen bij aan de groene beleving, de biodiversiteit van de stad en het tegengaan van hittestress door een begroeiing, bijvoorbeeld met klimplanten. Voor de hogere bouwlagen geldt dat het toevoegen van groen aan de gevel of het realiseren van zichtbaar groen in de daktuinen bijdraagt bij aan de leefbaarheid van City en door bewoners en bezoekers positief wordt gewaardeerd.
groene gevel draagt bij aan de groene beleving op straat
4.6
TOEGANKELIJKHEID
4.6.1 ENTREES
Bron: RdV
Bron: Sweco
De woningen op de begane grond hebben altijd een eigen entree. In blok C1 is minimaal één volwaardige entree voor de bovengelegen woningen opgenomen. De entrees zijn herkenbaar en vormen een integraal onderdeel van de gevel. De ontsluiting van de parkeergarage inclusief hellingbaan is in het bouwvolume opgenomen en is gesitueerd aan de Spoorstede. De WMO-richtlijnen volgend dienen er twee liften in C1 gerealiseerd te worden.
Gelaagdheid met bomen, struiken, klimplanten en balkons. Eindhovenomgeving groene gevels als tegenwicht tegenMedina de steninge
Gelaagdheid en structuur: In stedelijke gebieden kunnen natuurlijke overgangen worden nagebootst met structuur en gelaagdheid van de vegetatie. Dit kan worden vergeleken met een natuurlijke overgang van bos naar grasland. Deze bosrand benadering bestaat uit bomen, struiken, vaste planten en kruiden. Denk in het ontwerp aan bomen met een ondergroei van struiken en vaste planten. Door deze gelaagdheid worden ecologische verbindingen horizontaal en verticaal versterkt. Bij
gebouwen kan deze gelaagdheid terug komen via het maaiveld, gevel en daken. Ook kunnen gebouwen onderling worden verbonden met klimplanten.
voorjaar en het late najaar voedsel nodig. Een goed hulpmiddel hiervoor zijn bloeibogen. Hierbij kies je planten op bloeiperiode en zorg je dat er jaarrond voldoende bloemen aanwezig zijn. Ook kan hierbij 7.2.2 en Extensieve daken Bloeiboog, drachtwaardplanten specifiek gekeken worden naar de vliegtijd van de Alleen als draagkracht niet toelaat kunnen in Wilde bijen, vlinders en de andere insectendit hebben gewenste bijen en vlinders. City ook en extensieve worden aangelegd. verschillende planten bloemengroene nodig. daken Zo hebben substraatlaag van deze extensieve vlinders naastDe nectarplanten (drachtplanten) speci- daken is meestal minder 15 cmop waardoor deze fieke planten nodig waardan ze eitjes leggen en de daken licht zijn en vrijwel overal toegepast kunnen worden, zelfs bij rupsen het bladgroen van kunnen eten (waardplanschuurtjes bushokjes. beplanting voor hebbenen gedurende deGeschikte verschillende ten). Wilde bijen extensieve zijn sedum,voldoende mos, kruiden en gras. perioden dat ze actief zijndaken (vliegperioden) veel toegepaste sedumdaken leveren weliswaar voedsel nodigDe in de vorm van nectar en stuifmeel. nectar voor algemene bestuivers (generalisten), maar hebben verderdat eenerbeperkte ecologische waarde.
Zorg in het beplantingsplan veel verschillende Echter, de substraatdiktes voorwaardsedum en kruiden (wilde) planten gebruikt worden met zowel verschillen niet veel, de voorkeur heeft dan altijd om planten als drachtplanten. Waardplanten worden kruidenmengsel gebruiken, al dan niet in comvaak vergeten,een maar zijn essentieelte om City vlinderbinatie met (inheemse) Het type vegetatie vriendelijk te maken. Daarnaast is eensedums. flinke variatie wat mogelijk is afhankelijk van de dikte van het aan drachtplanten nodig dieis,bloeien in verschillende seizoenen.substraat. Insecten hebben ook in het vroege
fruitbomen worden geplant op dak (Handreiking Nieuwegein Natuurinclusief)
MC (bron groeien met groen). Dakakker Rotterdam (rechts)
worden door ierbij kan ook elt uit de re-
28 •
https://www.debolderik.net/mengsel_details. php?id=89&naam=E3+Eetbaar+bloemenmengsel+meerjarig+inheems
voorbeeld van sedum dak op supermarkt geSedum combineerd met PV wordt een minimale substraat• Voor een sedumdak •
Vanwege de doelgroep (zie ook H3) worden aan het gebouw (aanvullende) eisen op het gebied van toegankelijkheid gehanteerd, via de als bijlage bijgevoegde Richtlijn Wmo-proof. Ook zijn er in dit document toegankelijkheidseisen opgenomen voor alle woningen. Voor de zorggeschikte woningen gelden daarbij nog extra eisen, zoals de rolstoeltoegankelijkheid van de woningen.
Bron: Ecopedia
(Handreiking Nieuwegein Natuurinclusief)
Aantrekkelijk beplantingsplan Bij elke functie die het groen heeft zijn er mogelijkheden om de biodiversiteitswaarde te optimaliseren. Geef voldoende aandacht aan een beplantingsplan dat aantrekkelijk is voor mens én dier. Beplanting die aantrekkelijk is voor bijen en vlinders, bloemrijk, gevarieerd en daarmee ook aantrekkelijk voor mensen. Pas gelaagdheid en structuur toe en zorg bij de keuze in beplanting voor veel variatie en een lange bloeiperiode.
4.6.2 TOEGANKELIJKHEID GEBOUW EN WONINGEN
Nieuwegein city Natuurinclusief - 28
dikte van 6-8cm nodig geacht. Het gewicht van een met water verzadigd sedumdak met 6-8cm substraat is circa 100 – 120 kg/m2.
Kruiden CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER • Voor een kruidenrijk dak met wilde bloemen is een minimale substraatdikte van 10cm gewenst, maar liever meer (15cm). Het dak kan hierna ingezaaid en/ of aangeplant worden.
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
29
klimplanten in de volle grond voor de eerste 4 lagen
Plantensoorten Nieuwegein City De ecologische functie van een intensief groen dak benaderd dat van een tuin tot een simpel park. Het zorgt voor een habitat voor planten en dieren en het fungeert als een ecologische stapsteen. De vegetatie op groene daken kan heel gevarieerd zijn. Om een echte bijdrage te leveren aan de biodiversiteit in City kan het beste aangesloten worden op de visie en gebruik gemaakt worden van de kenmerkende soorten. De omstandigheden op het dak zijn vaak extreem voor planten, veel wind en snel last van droogte. Planten van de hogere, zandige delen van de uiterwaarden en droge zandruggen zijn hierop aangepast. Op daktuinen kan tevens de link gelegd worden naar fruitteelt uit de regio.
groen dak onder de 20m, daktuin als park voor bewoners (Handreiking Nieuwegein Natuurinclusief)
Kruiden en vaste planten Er zijn speciale dakmengsels met meerjarige kruiden en vaste planten die bestand zijn tegen de omstandigheden daken. Voor boven de 20mop voorkeur voor Nieuwegein kenmerkende soorten die terug kunnen zonnepanelen met groendak komen op groene daken zijn wilde marjolein, veldsalie, grote tijm en inheemse sedums muurpeper en wit vetkruid. Deze soorten komen ook voor op de droge delen van de uiterwaarden van de Lek. Geschikte dakmengsels zijn bijvoorbeeld dakmengsel D2 van Cruydt-Hoek of het DK1 mengsel van De Bolderik. Deze mengsels hebben een minimale substraatdikte van 10 cm nodig, maar liever dikker. Bij dikkere substraten (vanaf 25 cm) kan ook prima het Nieuwegeinse mengsel voor droge bermen (zie paragraaf 2) toegepast worden. Indien het dak niet ingezaaid kan worden, kan het geënt worden met vaste planten (zie paragraaf 6.5 voor verschillende soorten). Ook kunnen vegetatiematten toegepast worden. Gebruik dan matten met inheemse soorten, bijvoorbeeld de ’wild flowermat’ of ’bees and butterflymat’ van Sempergreen.
Bron: Waterleider
Bron: mooiwatplantendoen.nl
DUURZAAMHEID
groene gevel met bewateringssysteem als optie
Daktuin in Rotterdam
waterretentiedak met drijvende eilanden
30
5.0
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
Struiken en bomen Het toepassen van struiken en bomen is specialistisch werk. Er moet rekening gehouden wordenenmet Duurzaamheid klimaatadaptatie zijn belangrijke ambities in City. In de substraatdiktes, waterregulatieGebiedsopgave en veiligheid. Voor City 2019 is voor wat betreft het realiseren van de duurwaterregulatie wordt vaak gewerkt met een systeem zaamheidsambities ingezet op de thema’s groen en natuurinclusiviteit, wamet vlotters die de grondwaterstand hoog genoeg ter, energie, mobiliteit en circulair bouwen. Ter concretisering hiervan is de houden. Er moet voorkomen worden dat de bomen kaderstellende Duurzaamheidsvisie City opgesteld en op 29 april 2021 door verdrogen en herplanting kan de ookgemeenteraad ingewikkeld zijn.vastgesteld. Beide documenten zijn integraal uitgangsZeker niet alle bomen en struiken da-het Ontwikkelkader van bouwblok C1 en de verdere puntzijn engeschikt leidend op voor ken. Kwekerijen hebben tegenwoordig speciaalvan voor planuitwerking dit bouwblok. In dit hoofdstuk wordt aanvullend per daken gekweekte varianten van bomen. Deze zijn thema uitgewerkt. vaak laagblijvend, meerstammig en met oppervlakkige wortelgroei. Laat dan ook altijd een specialist tijdig Duurzaamheid is op een aantal gebieden goed meetbaar en kwantitatief meekijken met het ontwerp. Geschikte bomenEchter en op onderdelen kunnen verschillende duurzaamheidsuit te drukken.
struiken die in ieder geval passen bij Nieuwegein zijn: ook tegenspreken. Daarnaast is de locatie van een ambities en eisen elkaar ontwikkeling ook een bepalende factor. Een gebouw dat met een beperkte Wetenschappelijke naam Nederlandse naam footprint de hoogte in gaat heeft andere mogelijkheden en uitdagingen Acer campestre (B) met een groot dakoppervlak per woning. De techniek danVeldesdoorn een gebouw Betula sp. Berk (B) en methodiek zijn volop in ontwikkeling, waardoor bijvoorbeeld bij een Carpinus sp Haagbeukhet (B) versiegebruik van de methodiek tot verschillende uitkomsten GPR-score Tilia sp. (B) Verschillende locaties en gebouwmassa’s zijn daarom beperkt kanLinde leiden. Mespilus garmanica (B)vergelijkbaar. Dit is voor de ontwikkelingen in City ook het geval. metMispel elkaar Sorbus aucuparia Cornus mas Cornus sanguinea Euonymus europaeus Salix caprea Rhamnus frangula Viburnum opulus Styphnolobium japonicum
Planttype
(H) - Heester (B) - Boom
Gewone lijsterbes (B/H)
Gele kornoelje (H) Vanwege deze beperkte vergelijkbaarheid en de snelle ontwikkelingen op Rode kornoelje (H) duurzaamheidsgebied wordt in City de integrale duurzaamheidsambiWilde kardinaalsmutsook (H) kwalitatief getoetst door het Q-team City. Hierbij tie per ontwerpfase Boswilg wordt per (H) ontwikkelingslocatie gekeken naar de (on)mogelijkheden, de Sporkehout (H) door de ontwikkelaar voorgestelde duurzaamheidsprestatie en de hierbij Gelderse afwegingen. roos (H) gemaakte De verder in dit hoofdstuk genoemde scores zijn Honingboom (B) daarom minimumscores. Ontwikkelende partijen worden uitgedaagd hier bovenuit te stijgen en de grens op te zoeken, door met een goed afgewogen, ambitieus, locatie-specifiek en integraal ontwerp en verhaal te komen op het gebied van duurzaamheid. Het Q-team bepaalt per fase (SO, VO, DO) of dit voldoet, ofwel dient te worden aangescherpt.
Voor de kwantitatieve beoordeling van duurzaamheid van bouwblok C1 wordt als ondergrens een GPR-Gebouwscore van minimaal 8,4 gehanteerd, gebaseerd op de GPR-versie 4.4. Dit is inclusief een DPG-score (DuurzaamheidsPrestatie Gebouwen) op de thema’s Energie en Milieu. Er dient een GPR-certificeren te worden gemaakt en te worden overhandigd. Het GPR-certificaat laat zien dat het gebouwontwerp is getoetst op
Nieuwegein city Natuurinclusief - 46 CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
31
kwaliteit door een GPR Gebouw Expert of Assessor. GPR wordt al vanaf het begin van de ontwikkeling gebruikt, omdat zodoende direct het duurzaamheidseffect van bepaalde keuzes inzichtelijk wordt. Bij het VO en DO wordt dit getoetst door het Q-team. De GPR-score is normaliter het gewone gemiddelde van de vijf thema-scores. Wanneer van de DPG-methodiek gebruik wordt gemaakt is de berekening als volgt: de DPG-score (energie en milieu) telt voor 2/5 mee, de andere drie thema-scores (gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde) tellen ieder voor 1/5 mee. Het gemiddelde van de scores vormt uiteindelijk de GPR-score op basis van de DPG-methodiek. Deze dient zoals eerder aangegeven minimaal 8.4 te zijn.
centrale wateropslag in het gebied
In dit hoofdstuk wordt aanvullend per thema uitgewerkt aan welke minimale voorwaarden dient te worden voldaan bij het ontwikkelen van bouwblok C1.
5.1 GROEN EN NATUURINCLUSIEF Op het gebied van vergroening van City en een natuurinclusieve stad wordt uitgegaan van de volgende punten voor blok C1: • Partijen worden uitgedaagd natuurinclusief te ontwerpen (zie hiervoor de bijlage Handreiking Nieuwegein City Natuurinclusief) en positief bij te dragen aan de biodiversiteit van City en de directe omgeving; er dient gebruik te worden gemaakt van de in deze bijlage opgenomen soortenlijst; • natuurinclusieve maatregelen hebben de voorkeur boven (civiel)technische; • De eerste 4 verblijfslagen dragen bij aan de groene beleving en versterken de biodiversiteit; • De eerste 4 verblijfslagen dragen bij aan het tegengaan van hittestress door vergroening; • Partijen worden gevraagd actief te zoeken naar een optimale groenblauw inrichting van het daarvoor geschikte dakoppervlak; • Dakoppervlak tot 20 meter hoog wordt, waar mogelijk intensief groen ingericht; • 50 millimeter regenwater moet op eigen terrein (per bouwblok) worden opgevangen alvorens het vertraagt mag worden afgevoerd.; • In het ontwerpprincipe is het uitgangspunt op het gebied van hemelwater: vasthouden → bergen → hergebruiken → vertraagd afvoeren. • Binnentuinen zijn ontworpen volgens een intensief groenontwerpprincipe; • De aanplant van vegetatie gebeurt bij voorkeur in de volle grond.
schematische weergave gebieds-WKO voor warmte en koude
5.2 WATER EN NIEUWE SANITATIE Afvalwater dient in drie verschillende stromen te worden aangeboden op een door de gemeente aangewezen locatie. De drie waterstromen zijn: • Hemelwater -> regenwater • Licht grijs water -> douche water • Zwart water -> overig afvalwater, toilet, keuken, wastafels, wasmachine. Er dient gebruik gemaakt te worden van extreem waterzuinige toiletten of vacuüm toiletten. Ten behoeve van goed en duurzaam watermanagement 32
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
33
in City dient er in het bouwblok een ruimte van 100m2 te worden gereserveerd. Deze ruimte zal gebruikt worden als waterbuffer voor het afvalwater in City West.
5.3 ENERGIE • Voor verwarming en koeling van het gebouw en warm tapwater dient aangesloten te worden op het collectieve Hybride Warmte Koude Opslag systeem van City West. • Uitgangspunt is dat elk bouwblok in City West een BENG 3 score 60% haalt. Dit geldt dus ook voor bouwblok C1. • PV wordt niet toegepast op daken van 20 meter hoog of lager dan 20 meter. • Een zo laag mogelijke gebouwgebonden energievraag is het uitgangspunt. • PV in de gevel is toegestaan mits dit op een hoogwaardige architectonische wijze gebeurt. • Er dient gezocht te worden naar een optimale oriëntatie van de PV op de daken. • Het zoeken naar een goede balans en of combinatie tussen groene daken en energieopwekking op de daken is wenselijk. • Er wordt waar mogelijk tijdens de bouw gebruik gemaakt van elektrisch materieel.
afspraken voor moeten maken. En waarvoor we, om die keuzes te onderbouwen, aanvullend onderzoek is of nog wordt gedaan. De daarvoor beschikbare stukken zijn bij het raadsvoorstel gevoegd. Dat betreft: ▪ ▪ ▪ De zeven voor City Nieuwegein relevante SDG’s conDehet zeven voor City Nieuwegein relevante SDG’s form Koersdocument en de gebiedsopgave
opslag herbruikbare materialen
conform het Koersdocument en de gebiedsopgave
Aan de hand van deze SDG’s worden in het navolgende de uitkomsten van het duurzaamheidsonderzoek nader toegelicht. Daarbij wordt tevens aangegeven voor welke van deze thema’s nog nader onderzoek is/wordt verricht om tot een nadere onderbouwing te komen van een aantal reeds gemaakte of nog te maken keuzes op systeemniveau. Daarbij zijn alle zeven genoemde SDG’s voor de duurzaamheid van City weliswaar even belangrijk, maar een aantal zijn meer ‘sturend’, terwijl andere meer ‘volgend’ zijn. 34 CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER Als voorbeeld noemen we klimaatmaatregelen (SDG13) die je neemt om niet alleen wateroverlast tegen te gaan, maar ook om droogte te
5.4 CIRCULARITEIT
aanvullend (ontwerpend) onderzoek op gebied van groenblauwe De gebouwde omgeving is goed voor een groot deel van het grondstofmaatregelen door Sweco en AM Landskap; fengebruik, energiegebruik en watergebruik in ons Nederland. Bovendien bestaat de helft van ons afval uit bouw- en sloopafval. aanvullendHergebruik onderzoek op het gebied van bodemenergie door daarvan gebeurt weliswaar op grote schaal, maar is niet circulair. Zuiniger omgaan met grondstoffen door anders te denken over Merosch en IF Technology; bouwproducten, ze anders te ontwerpen en productieprocessen anders in aanvullendteonderzoek opbeoogd het gebied van (afval)water en gelden (nieuwe) richten, dat is wat wordt met circulair bouwen. Daarom voor blok C1 de volgende uitgangspunten: sanitatie door LEAF en een consortium onder leiding van KWR in • Minimaal de helft van alle inkomendeWater materialen secundair of biobahet kader van het Topsectorenbeleid enisde TKI Watersed, waarbij de voorkeur uitgaat naar biobased. Daarnaast is evenzoveel technologie. materiaal bij einde levensduur herbruikbaar of recyclebaar.
Er dient bij de omgevingsvergunningaanvraag inzichtelijk te worden gemaakt welke materialen er in welke hoeveelheden zijn gebruikt; • Ontwikkelaar dient verantwoording af te leggen over de milieukwaliteit van de gekozen materialen, bijvoorbeeld op grond van NIBE’s Milieukwalificatie (best, goed, aanvaardbaar, minder goed, af te raden op grond van LCA’s) en daarbij aan te geven het percentage gebruikte primaire en secundaire grondstoffen. • Met het oog op de toekomstige demontage van gebouwen na einde levensduur en hergebruiksmogelijkheden van grondstoffen en materialen worden ontwikkelaar en bouwer, maar ook architecten, constructeurs en installateurs nadrukkelijk gevraagd aandacht te besteden aan de losmaakbaarheid van verbindingen en toegankelijkheid van de verbindingen.
Met het oog op een duurzame ontwikkeling van City als duurzame stad en gemeenschap (SDG11) zijn er aldus vier SDG’s die geprioriteerd kunnen worden. Biodiversiteit, gezondheid en welzijn volgen daar uit, terwijl circulair bouwen (SDG12), wat nog niet genoemd is, in eerste instantie vooral op gebouw niveau zal worden geregeld en vastgelegd in ontwikkelkaders en tenderdocumenten. In het navolgende is dat steeds aangegeven. CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
6
35
impressie zone aan Zuidstedeweg uit concept Masterplan openbare ruimte
6.0
VERKEER EN OPENBARE RUIMTE 6.1 MOBILITEIT EN PARKEREN In City West wordt een hoogwaardig binnenstedelijk woonmilieu gerealiseerd waarbij langzaam verkeer en het stimuleren van OV-gebruik prioriteit krijgen. Voor voetgangers is er centraal in het gebied een oversteek over de Kapittelstede naar het nieuwe OV-knooppunt op Plein 1971. Daarnaast is er voor voetgangers een spoorovergang naar de Ruiterstede en de Schouwstede. De auto is te gast in West aan de randen van het plangebied. De ontsluiting van de parkeergarages voor de bewoners is inpandig opgelost en heeft zo min mogelijk impact op de kwaliteit van de openbare ruimte. Voor de auto-ontsluiting van City West vanaf de hoofdwegen is naast de Kapittelstede een aansluiting op de AC Verhoefweg gerealiseerd.
impressie groene hart uit concept Masterplan openbare ruimte
De ontsluitingen van de bouwblokken en van het plangebied moeten de toestroom van distributie/expeditie (pakketdiensten) aan kunnen. De minimaal benodigde ruimte voor nooddiensten, vuilnisophaal, bezorgdiensten, etc. is daarbij maatgevend om zo min mogelijk verharding toe te passen. Het ontwerpprincipe STOP dient gehanteerd te worden (prioriteit tijdens het ontwerp: Stappen (voetgangers) - Trappen (fiets) – Openbaar vervoer – Personenwagens);
36
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
37
tabel parkeernormen City:
grootte bewoners parkeernorm
Sociale huurappartement tot 80m2 GO 0,3 goedkoop/middelduur huurappartement tot 80 m2 GO 0,3 duur huurappartement groter dan 80 m2 GO 0,6 goedkoop koopappartement tot 50m2 GO 0,5 middelduur koopappartement 50m2 tot 80m2 GO 0,6 duur koopappartement groter dan 80m2 GO 0,7
6.1.1 PARKEREN (AUTO) Het parkeren voor bewoners dient inpandig plaats te vinden binnen de uitgiftegrenzen. Bewoners kunnen geen aanspraak maken op een parkeervergunning voor het openbaar gebied. Voor het bewonersparkeren gelden de uitgangspunten uit bijgaande tabel met een gedifferentieerde norm naar woningtype en -grootte, en daarbij de mogelijkheid voor het toepassen van deelmobiliteit. Het is verplicht om voldoende elektrische laadinfra te realiseren. Ook dient er rekening te worden gehouden met speciale parkeerfaciliteiten voor de beoogde doelgroep ouderen/zorgwoningen. Het is mogelijk een binnenterrein verhoogd aan te leggen met daaronder parkeerfaciliteiten. De maximale hoogte van het binnenterrein is 5m inclusief het groendak. Bezoekers van blok C1 worden zoveel mogelijk gestimuleerd op een andere manier dan per auto naar City te komen (zie het ontwerpprincipe STOP in de vorige paragraaf). Auto’s van bezoekers parkeren bij voorkeur in de bestaande parkeergarages van City. Daarnaast worden er in City-West een aantal parkeerplaatsen aangelegd in de openbare ruimte, volgens een parkeernorm van 0,1 parkeerplek per woning. Hiervoor geldt een betaald parkeren regime, gelijk aan de overige openbare parkeerplekken op straat in City.. Bestaande vergunningen in City West van de Borgstede worden meegenomen in de verdere uitwerking van de openbare ruimte van City West.
6.1.2 PARKEREN (FIETS EN OVERIG) Om te stimuleren dat bewoners en bezoekers van blok C1 de fiets gebruiken is het belangrijk dat er voldoende en kwalitatief goede fietsvoorzieningen in en om het gebouw worden gerealiseerd. Minimale eisen zijn hierbij: • Elke woning dient minimaal 2 inpandige goed bereikbare fietsstallingsplaatsen te hebben waarbij de fietsrekken minimaal 40cm breed zijn; • Er dient voldoende inpandige ruimte te zijn voor buitenmodelfietsen, scootmobielen, bakfietsen, etc. • Bij het ontwerp van de inpandige fietsenstallingen wordt rekening gehouden met elektrische voertuigen en bijbehorende laadinfrastructuur.
6.2 OPENBARE RUIMTE EN OMGEVING Voor de inrichting van de buitenruimte dient aangesloten te worden bij de inrichtingsprincipes uit de Ruimtelijke kwalitatieve verkenning van City. De Ruimtelijke kwalitatieve verkenning is als bijlage bij dit ontwikkelkader gevoegd.
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
39
uitsnede uit impressiekaart
6.2.1 GROENE OVERGANGSZONE Rond de bouwblokken ligt een overgangszone van minimaal 1 meter voor de woningen. In deze groene overgangszone tussen (semi-)openbaar en privé bestaat de mogelijkheid voor bewoners om iets persoonlijks te kunnen toevoegen, bijvoorbeeld een bankje, een bloembak, etc. In deze strook wordt ook ruimte opgenomen voor de begroeiing van de gevels.
6.2.2 VERLICHTING Uitgangspunt is het hanteren van een basisverlichting rondom blok C1. Voor het hoogteaccent van blok C1 is wellicht een passende aanlichting denkbaar, dit dient te worden afgestemd op het verlichtingsplan van de gemeente.
6.2.3 NUTSVOORZIENINGEN Nutsvoorzieningen en trafo’s worden geïntegreerd in de gevel en zorgvuldig vormgegeven en mee-ontworpen. Liften en machineruimten worden binnen het bouwvolume gerealiseerd. Brandhydranten worden opgenomen in de gevel. De locatie van de brandhydranten dient te worden afgestemd met de gemeente ivm toegankelijkheid voor nood- en hulpdiensten en de opstelplek.
6.2.4 KABELS EN LEIDINGEN Rondom de blokken C1-C4 ligt een ringleiding van waaruit de blokken worden aangesloten op riolering, nuts- en datavoorzieningen. In het groene binnengebied en de autovrije straten is niet voorzien in leidingtracés om zoveel mogelijk ruimte in de ondergrond vrij te maken voor bomen.
6.2.5 AFVAL Afval inzameling is voorzien in een afvalinzamelpunt met ondergrondse afvalcontainers aan de Zuidstedeweg. Hier zijn zowel containers voor restafval, GFT, glas en papier voorzien.
6.2.6 BOUWFASE Voor de bouwfase is als leidraad het BLVC-kader City van toepassing, welke specifiek wordt aangepast voor blok C1. Op basis van dit kader dient een BLVC-plan te worden uitgewerkt en goedgekeurd door de gemeente, alvorens te kunnen starten met de bouw.
40
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER
41
COLOFON: dit is een uitgave van de gemeente Nieuwegein: Gemeente Nieuwegein Bezoekadres: Stadsplein 1 3431 LZ Nieuwegein Telefoon: 14030 E-mail: city@nieuwegein.nl Postadres: Postbus 1 3430 AA Nieuwegein Website: www.city-nieuwegein.nl www.nieuwegein.nl oktober 2024
42
CITY NIEUWEGEIN - ONTWIKKELKADER