2024-137 Rvs. Wijziging Huisvestingsverordening regio Utrecht Gemeente Nieuwegein
Tekst van het document
Gemeenteraad
Onderwerp
Wijziging Huisvestingsverordening regio Utrecht 2023 Gemeente Nieuwegein
Datum
14 mei 2024
Raadsvoorstel
Afdeling RD E-mailadr es opst eller c.hofstede@nieuwegein.nl
2024-137
Portefeuilleh ouder
Marieke Schouten
Onderwerp Wijziging Huisvestingsverordening regio Utrecht Gemeente Nieuwegein
Gevraagd besluit 1. De wijziging van de Huisvestingsverordening regio Utrecht 2023 gemeente Nieuwegein vast te stellen, met als belangrijkste wijzigingen: a.
Invoeren vergunningplicht betaalbare nieuwbouw koopwoningen tot € 275.000,--;
b. Woonruimte met het label seniorenruimte wordt na de voorrang voor de doelgroep senioren (65 plussers) met voorrang aangeboden aan huishoudens waarvan één van de leden 55 jaar is of ouder tot 65 jaar; c.
Gelijktrekken voorrangscriteria bezettingsnormentabel voor grote woningen (zes kamers of meer).
d. Technische wijzigingen door te voeren, waaronder de toevoeging van het maximum van 50% voorrang voor economische of maatschappelijke binding en monitoring hiervan. 2. Voor het aanvragen van een huisvestingsvergunning voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen een legestarief in te voeren. 3. Hiervoor de Verordening tot wijziging van de Legesverordening gemeente Nieuwegein 2024 vast te stellen.
Inleiding Per 1 juli 2023 is de nieuwe Huisvestingsverordening regio Utrecht 2023 gemeente Nieuwegein in werking getreden. Jaarlijks vindt regionaal een check plaats of aanpassing van de Huisvestingsverordening noodzakelijk is. Dit jaar ligt de focus van de aanpassingen op het implementeren van de wijzigingen uit de Huisvestingswet die per 1 januari 2024 van kracht zijn. Daarnaast worden enkele optimalisaties voorgesteld. Nieuw is ook het verplichte advies van de provincie over de verordening. Dit advies is aangevraagd en wordt nagezonden.
Bladnummer 2/4 Raadsvoorstel 14 mei 2024
Maatschappelijke en economische binding De gewijzigde wet biedt meer ruimte voor lokale voorrang ten opzichte van regionale voorrang. De totale ruimte voor het verlenen van voorrang blijft hetzelfde. Tevens is verduidelijkt in de wet welke vormen van voorrang vallen onder maatschappelijke en economische binding aan de regio en de gemeente. Met de regio is afgesproken de monitoring van binding vorm te geven om inzicht te krijgen in de percentages. Voor de Huisvestingsverordening leidt dit alleen tot een technische wijziging, het maximumpercentage van 50% is opgenomen. Vergunningplicht betaalbare nieuwbouw koopwoningen De gewijzigde Huisvestingswet maakt het mogelijk om een vergunningplicht in te voeren voor betaalbare nieuwbouwkoopwoningen tot aan de landelijke betaalbaarheidsgrens van € 390.000,--. Voorgesteld wordt alleen een vergunningplicht in te stellen voor betaalbare nieuwbouwkoopwoningen, tot en met € 275.000,--, en hierbij inkomenseisen te stellen. Voor eenpersoonshuishoudens wordt een maximum inkomensgrens voorgesteld van € 60.000,-- en voor meerpersoonshuishouden een grens van € 65.000,--.
Wat er aan vooraf ging De wijziging van de Huisvestingswet heeft lang op zich laten wachten. De invoering van de Huisvestingsverordening per 1 juli 2023 kon hier niet op wachten. Over de gewijzigde verordening heeft regionale afstemming plaatsgevonden binnen de U10.
Gewenst effect Met het instrumenten die de Huisvestingsverordening biedt, wordt beoogd de schaarse beschikbare woonruimte zo eerlijk, rechtvaardig en optimaal mogelijk te verdelen.
Argumenten 1.a.1. De vergunningsplicht zorgt ervoor dat schaarse woningen terecht komen bij de inkomensgroep die we met dit aanbod willen bedienen. In het omgevingsprogramma wonen hebben we de ambitie opgenomen om 200 betaalbare koopwoningen te realiseren tot maximaal € 260.000,--. We kiezen voor een lagere grens dan de landelijke grens van € 390.000,-- omdat we die niet betaalbaar vinden. We leggen de grens in de huisvestingsverordening op € 275.000,-- om nog wat speling te hebben bij eventuele stijging van kosten, maar de ambitie blijft om woningen onder deze grens te realiseren. Omdat realisering van deze woningen extra inspanning vraagt, willen we dat deze woningen ook bij de juiste inkomensgroep terecht komen. We leggen de inkomensgrens op € 60.000,-- voor alleenstaanden en € 65.000,-- voor meerpersoonshuishoudens. 1.b.1. Door invoering van de tweetrapsvoorrang bij seniorenwoningen, blijven seniorenwoningen zoveel mogelijk behouden voor ouderen. Op dit moment geldt een voorrang voor 65plussers bij de toewijzing van seniorenwoningen. Wanneer zich geen 65 plussers melden kan de woning naar
Bladnummer 3/4 Raadsvoorstel 14 mei 2024
iedereen gaan, afhankelijk van de inschrijfduur. Door toevoeging van een tweede voorrang, voor woningzoekenden tussen 55 en 65 jaar, blijven van woningen behouden voor ouderen en kan er bovendien een mix ontstaan van jonge en oudere senioren.
1.c.1.
Door de bezettingsnorm aan te passen voor grote woningen wordt
wachttijd voor grote gezinnen weer een belangrijkere reden van toewijzing, wat beter uitlegbaar is. Grote woningen zijn heel schaars, hoe groter hoe schaarser. Met de huidige bezettingsnormentabel worden woningen met 7 of 8 kamers toegewezen aan een kleine groep woningzoekenden met een relatief korte wachttijd. Omdat alle grote woningen met zes of meer kamers heel schaars zijn, is dit moeilijk uitlegbaar. Met deze aanpassing vallen alle huishoudens van zes of meer personen in dezelfde categorie en worden woningen vanaf zes kamers toegewezen aan het ‘grote’ gezin met de langste wachttijd in plaats van het grootste gezin. 1.d.1. Het wettelijke percentage van 50% wordt regionaal gemonitord. Voorrang op grond van economische of maatschappelijke binding is al geregeld in de huisvestingsverordening. Hieraan wordt nu het maximum percentage van 50% toegevoegd. In de toelichting is opgenomen wat hieronder valt en regionaal wordt dit percentage gemonitord. De toepassing moet worden onderbouwd en uitgewerkt in de nadere regels door het college. Bij de eerste verhuur van nieuwbouw seniorenwoningen en bij verzorgd wonen maken we gebruik van voorrang op grond van maatschappelijke binding, zodat senioren binnen hun sociale netwerk kunnen verhuizen. De nadere regels en de gewijzigde nadere regels zijn opgenomen in de bijlagen. 3.1
De kosten voor deze vergunning kunnen hierdoor net als andere
vergunningen worden doorberekend aan de aanvrager. De kosten per aanvraag zijn € 54,--. Bij opkoopbescherming, de leegstandsvergunning en vergunning voor splitsen en verkamering brengen we ook de kosten van het verlenen van een vergunning in rekening. Bij huisvestingsvergunningen voor sociale huur wordt geen leges in rekening gebracht, deze vergunningen worden voor het overgrote deel door de corporaties verleend en zijn destijds met de corporaties verrekend.
Kanttekeningen 1.a.1. De vergunningplicht voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen zorgt voor meer regeldruk. De vergunningplicht is weer een extra regel voor ontwikkelaars en beleggers. De verwachting is extra dat ontwikkelaars hier relatief weinig last van hebben omdat we de grens lager leggen dan de landelijke betaalbaarheidsgrens. Bovendien ligt de inkomensgrens voldoende hoog zodat voldoende kopers in aanmerking blijven komen met een geschikte leencapaciteit. De koper zelf zal de vergunning moeten aanvragen.
Bladnummer 4/4 Raadsvoorstel 14 mei 2024
1.c.1. Een versimpelde bezettingsnorm leidt tot een relatief langere wachttijd voor hele grote gezinnen. Grote gezinnen moeten voortaan voor woningen vanaf zes kamers concurreren met gezinnen met vijf of meer personen. Dat zijn meer woningzoekenden die geïnteresseerd zijn, waarmee de wachttijd voor hen een grotere rol gaat spelen. We achten dit verantwoord nu grote woningen schaars zijn en ook iets kleinere gezinnen met lange wachttijd goed in deze woningen terecht kunnen.
Financiële aspecten Het voorstel tot invoering van een vergunningplicht voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen brengt ook kosten voor toetsing met zich mee. Het voorstel is om deze kosten door te berekenen aan de aanvrager. De kosten (leges) per aanvraag zijn € 54,-- (prijspeil 2024).
Communicatie aspecten De verordeningen worden gepubliceerd in het gemeenteblad om formeel in werking te treden. De corporaties en regiogemeenten zijn betrokken geweest bij de voorgestelde aanpassingen conform de uitgangspunten van de Huisvestingsweet. Deze afstemming heeft plaatsgevonden via de regionale bestuurstafel en het RWU, het samenwerkingsverband van 18 corporaties in de Utrechtse regio. De gewijzigde Huisvestingsverordening zal worden gecommuniceerd via de gemeentelijke website, de U10 en via WoningNet Regio Utrecht.
Bijlagen 1.
Raadsbesluit Huisvestingsverordening regio Utrecht 2023 gemeente Utrecht
2.
Wijzigingsbesluit Huisvestingsverordening regio Utrecht 2023 gemeente Nieuwegein
3.
Wijzigingsbesluit Legesverordening 2024 Gemeente Nieuwegein
4.
Huisvestingsverordening regio Utrecht 2023 gemeente Nieuwegein
5.
Advies provincie Utrecht (wordt na ontvangst toegevoegd)
6.
Wijziging nadere regels Huisvestingsverordening regio Utrecht 2023 gemeente Nieuwegein;
7.
Nadere regels Huisvestingsverordening regio Utrecht 2023 gemeente Nieuwegein.
burgemeester en wethouders,
Ellie Liebregts
Marijke van Beukering-Huijbregts
secretaris
burgemeester