CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-074 STV Bijlage 3 Wijziging omgevingsplan duurzaam bouwen - wijzigingen in pdf

Raadsvergadering 30 mei 2024, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Wijziging Omgevingsplan Duurzaam Bouwen11.172 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3 Van ambities naar regels 3.1 Inleiding De prestatie-eisen uit het Omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen Woningbouw worden met deze wijziging van het omgevingsplan verankerd in de regels van het omgevingsplan. In dit hoofdstuk wordt onderbouwd hoe de prestatie-eisen zijn vertaald naar planregels. De maatwerkvoorschriften met betrekking tot energieprestatieeisen zijn komen te vervallen, aangezien deze mogelijkheid uit het Bkl is geschrapt.

3.2 Windhinder en windgevaar De vorm en de gevel van een gebouw bepalen de mate van windhinder direct rond het gebouw. Een duurzaam gebouw is niet alleen een gebouw met weinig energiegebruik of veel duurzaam opgewekte elektriciteit maar ook een gebouw met goede gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. In Nederland bestaat geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Windhinder is een aspect van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Ow). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Ow) in het omgevingsplan. Er is in Nederland door het Nederlands Normalisatie Instituut in 2006 een richtlijn gepubliceerd voor het bepalen van het windklimaat op loop- respectievelijk verblijfsniveau rond een gebouw: de NEN 8100. In dit omgevingsplan wordt aangesloten bij deze richtlijn.

3.3 Verharding van percelen Voor de buitenruimte is het uitgangspunt een goede verhouding tussen verhard en onverhard/half verhard. Een natuurlijke balans tussen groen en verharding draagt bij aan een klimaatadaptieve

Pagina 35 van 40

inrichting van de stad. Het groen in de stad zorgt ervoor dat het water lokaal kan infiltreren, water dat nodig is voor het groen in de wijken, met name in droge perioden. Voldoende groen gaat ook een sterke opwarming van de wijken tegen tijdens hete dagen door het tegengaan van het zgn. hitte-eiland effect. Groen is een optimale koelmachine: beplante oppervlakken verdampen water en verlagen zo de luchttemperatuur. In subparagraaf 5.1.2.2.1 zijn daarom drie bepalingen opgenomen om de mate van verharding bij nieuwbouwontwikkelingen te reguleren. Bij het bouwen van een grondgebonden woning blijft het bouwperceel voor ten minste 50% onverhard. Bij de ontwikkeling van een woongebouw of een woningbouwontwikkeling bestaande uit zowel één of meerdere grondgebonden woningen als éen of meerdere woongebouwen is dat 30%. Deze percentages zijn gebaseerd op basis van ervaringen die zijn opgedaan in Rijnhuizen.

3.4 Berging en infiltratie van hemelwater Door klimaatverandering is de kans op hevige neerslag toegenomen en deze zal de komende jaren verder toenemen door stijging van de temperatuur. Voor wateroverlast in bebouwd gebied zijn korte hevige buien (lokaal) van 1 uur veelal maatgevend. Dit zijn vaak onweersbuien in de lente of de zomer die de capaciteit van het rioolstelsel te boven gaan. Dit kan leiden tot water-op-straat, overlast en schade. Het is daarom van belang om ervoor te zorgen dat extreme neerslag van het privaat gebied niet in zijn geheel op het openbaar gebied wordt afgewenteld. De berging van 50 mm is afgeleid van de bui 70 mm in een uur bij het klimaat in 2050 (kans op voorkomen 1/100 jaar). Met de norm sluiten we aan bij de norm in de provinciale handreiking klimaatadaptatief bouwen van de provincie Utrecht. Gekozen is voor een berging van 50mm, omdat de reeds aanwezige berging in het openbaar gebied voldoende is om het resterende deel van een piekbui van 70 mm te verwerken. Om het stedelijk watersysteem effectief te ontlasten moet de berging geleidelijk afgevoerd worden in een periode vanaf minimaal 24 uur na de bui (ongeveer 2 mm per uur). De berging moet binnen 60 uur na de bui weer beschikbaar zijn om een volgende bui op te vangen. Daarmee is de berging weer beschikbaar voor de berging van een volgende extreme bui.

Klimaatverandering zorgt naast hevigere buiten ook voor langere periodes van droogte en daarmee verminderde toevoer van water naar het oppervlakte- en grondwater. Het college wil de nadelige gevolgen, zoals schade aan houten fundering, schade aan begroeiing, extra bodemdaling en een slechte waterkwaliteit, voorkomen dan wel zo veel mogelijk beperken. Daarom wordt met deze wijziging van het omgevingsplan een bepaling toegevoegd dat minimaal 50% van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd wordt in de bodem. Om uiteindelijk 50% van de jaarlijkse neerslagsom te infiltreren dient van iedere bui 5 mm lokaal geïnfiltreerd te worden. Als 15 mm van een bui lokaal kan infiltreren wordt 90% van de jaarlijkse neerslagsom geïnfiltreerd. Het minimum van 50% komt overeen met het advies voor klei-op-veenbodems, zoals we die in Nieuwegein hebben.

3.5 Hitte in de leefomgeving Klimaatverandering zorgt daarnaast voor meer extreme en langdurige hitte. Dit heeft een nadelig effect op het functioneren van mensen en kan schadelijk zijn voor de gezondheid. De stedelijke omgeving warmt meer op dan het buitengebied. De opwarming van het stedelijk gebied wordt deels veroorzaakt door het opnemen van zonnestraling door oppervlakken en het vervolgens afgeven van warmte door deze oppervlakken. Een hoog albedo zorgt ervoor dat zonnestraling

Pagina 36 van 40

wordt weerkaatst en een lage warmtecapaciteit zorgt ervoor dat ’s nachts weinig warmte wordt afgegeven. Daarom wordt met deze wijziging van het omgevingsplan een bepaling toegevoegd dat 40% van het totale oppervlak (dus de gehele schil, horizontaal en verticaal) warmtewerend en verkoelend wordt ingericht. Ook met deze norm wordt aangesloten bij de norm in de provinciale handreiking klimaatadaptatief bouwen van de provincie Utrecht. Een andere maatregel om verdere opwarming te voorkomen en daarmee schadelijke effecten voor de gezondheid zoveel mogelijk te beperken is het voorkomen van opwarming van de omgeving door gebouwgebonden of mobiele installaties voor verwarming en koeling. Deze maatregel wordt met deze wijziging van het omgevingsplan opgenomen. Een condensor van een technische installatie kan veel warmte uitstoten en daardoor voor opwarming van de omgeving zorgen. Met deze regel wordt (verdere) hittestress voorkomen.

3.6 Voorkomen Wateroverlast Woningen Zoals onder 3.5 aangegeven zorgt klimaatverandering onder meer voor meer en hevigere buien. Om schade als gevolg van deze neerslag zoveel mogelijk te beperken, is in artikel 5.26 de regel opgenomen dat de begane grondlaag van een grondgebonden woning of woongebouw ten minste 30 centimeter hoger dan het straatniveau wordt gerealiseerd. Daarmee wordt voorkomen dat overvloedige neerslag woningen binnen kan stromen. In artikel 5.26, tweede lid is een afwijkingsmogelijkheid op deze regel opgenomen, voor die gevallen dat deze regel in strijd is met artikel 4.189 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.

3.7 Nuancering en aanvullingen ten opzichte van het omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen Woningbouw In de paragrafen hiervoor is beschreven hoe de prestatie-eisen uit het omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen Woningbouw zijn vertaald naar de regels van het omgevingsplan. Daarbij zijn enkele aanvullingen gedaan en nuanceringen aangebracht. Uitzondering voor tijdelijke woningen In het toepassingsbereik van de regels is een uitzondering opgenomen voor tijdelijke woningen (maximaal tien jaar). Deze termijn komt overeen met de termijn voor tijdelijke woningen uit de kruimellijst. Voor die woningen geldt een beperkte motiveringsplicht en gelden beperkte eisen. Zo hoeft bijvoorbeeld niet getoetst te worden aan de geluidsnormen uit de Wet geluidhinder. Daarnaast geldt op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving een termijn van 15 jaar voor tijdelijke woningen. Voor deze tijdelijke bouw gelden zeer beperkte eisen voor onder meer energiezuinigheid. Op grond van huidige wetgeving kunnen dus zeer weinig eisen gesteld worden aan duurzame bouw. Met name gelet op regeldrukeffecten is in deze wijziging van het omgevingsplan gekozen voor een middenweg: er is een uitzondering opgenomen voor tijdelijke woningen tot een termijn van 10 jaar.

Afwijkingsmogelijkheid In artikel 5.11 zijn afwijkingsmogelijkheden opgenomen voor het bevoegd gezag om af te wijken van de regels voor de mate van verharding op een perceel waarop woningen worden gebouw en de regels voor berging en infiltratie van hemelwater. Afwijken kan indien naar het oordeel van het bevoegd gezag te weinig ruimte op een perceel aanwezig is om te voldoen aan de betreffende Pagina 37 van 40

regels. Dat is bijvoorbeeld het geval indien bij een woongebouw geen of onvoldoende buitenruimte en geen gebouwde parkeervoorziening aanwezig is. In dat geval kan maatwerk worden geboden, eventueel in combinatie met het stellen van maatwerkvoorschriften.

4 Maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid en regeldruk 4.1 Participatie De prestatie-eisen die met deze wijziging van het omgevingsplan juridisch-planologisch worden verankerd, zijn samen met inwoners, ontwikkelende partijen, brancheverenigingen en medeoverheden tot stand gekomen. Het omgevingsprogramma Duurzaam Bouwen Woningbouw is een uitwerking van de ambities uit de omgevingsvisie. Daarvoor heeft een breed participatietraject plaatsgevonden met diverse stakeholders in en om Nieuwegein. De prestatie-eisen voor klimaatadaptatie uit het Omgevingsprogramma zijn daarnaast gebaseerd op de regionale ‘Afspraken klimaatbestendig bouwen’, die op initiatief van de provincie tot stand zijn gekomen. Dit gebeurde via een intensief co-creatie traject met ontwikkelende partijen, brancheverenigingen en mede-overheden. Gedurende het totstandkomingsproces van het omgevingsprogramma zijn drie projectontwikkelaars en drie woningcorporaties geïnterviewd. Ook zijn zij, aangevuld met enkele brancheverenigingen (zoals VvE Belang en IVBN), in de gelegenheid gesteld om te reflecteren op een conceptversie van het omgevingsprogramma. Het voorontwerp van de wijziging van het omgevingsplan wordt nu op grond van de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegd en voorgelegd aan de overlegpartners.

Na de terinzagelegging worden de resultaten van de inspraak, participatie en het vooroverleg in deze paragraaf verwerkt.

4.2 Financiële uitvoerbaarheid Voor deze wijziging van het omgevingsplan worden geen extra financiële middelen aangewend. Door het wijzigen van het omgevingsplan worden de prestatie-eisen uit het omgevingsprogramma Duurzaam bouwen woningbouw onderdeel van het toetsingskader voor aanvragen om omgevingsvergunning voor nieuwe woningen. De kosten die de gemeente maakt voor vergunningverlening kunnen worden gedekt via kostendekkende leges. Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) loopt op dit moment een nader onderzoek naar de impact op het bouwtoezicht. Indien de uitkomsten van dit onderzoek daar aanleiding toe geven, zal deze paragraaf op een later moment worden aangevuld.

4.3 Regeldruk De gemeente Nieuwegein wil in 2040 een energieneutrale gemeente zijn en daarmee de uitstoot van broeikassen drastisch verlagen. Deze ambitie sluit aan bij de nationale en internationale klimaatdoelen. Bijna de gehele uitstoot van broeikasgassen in Nieuwegein is afkomstig van energieverbruik en mobiliteit. Met deze wijziging van het omgevingsplan worden regels gesteld om de uitstoot van broeikasgassen door energieverbruik te beperken. De regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn namelijk onvoldoende toereikend en zouden zorgen voor een aanvullende verduurzamingsopgave in de toekomst voor woningen die nu gebouwd worden.

Pagina 38 van 40

De gemeente Nieuwegein wil dat de stad in 2050 de gevolgen van klimaatverandering op kan vangen. Met deze wijziging van het omgevingsplan worden regels gesteld om hiervoor te zorgen. Het niet stellen van dergelijke regels vergroot de kans op schade en overlast bij zware neerslag, ook voor eigenaren van bestaand vastgoed en heeft een nadelig effect voor de volksgezondheid. In het kader van de afspraken Klimaatadaptief bouwen Utrecht is onderzoek gedaan naar de kosten van dergelijke maatregelen. Wanneer alle prestatie-eisen uit de afspraken Klimaatadaptief bouwen Utrecht uitgevoerd worden (met deze wijziging van het omgevingsplan wordt slechts een deel van deze prestatie-eisen vertaald in regels) bedragen de meerkosten een van € 1.390,- tot € 2.900,- per nieuwbouwwoning (dit zijn geactualiseerde bedragen). Voor een gebiedsontwikkeling is dat een bedrag van € 105.000,- tot € 369.000,- per hectare, waarbij de kosten voor de maatregelen aan de nieuwbouw woningen zijn inbegrepen (dit zijn geactualiseerde bedragen). De meerkosten vermindert met de baten en/of subsidies vinden wij proportioneel gezien de uitdagingen en de gevraagde inspanningen om de klimaatdoelstellingen van Parijs te halen en de gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan.

Door veelal gebruik te maken van doelvoorschriften, blijft er voor initiatiefnemers een grote mate van vrijheid bij de wijze waarop zij invulling willen geven aan de betreffende regels. De regels die met deze wijziging van het omgevingsplan worden aangepast zijn van toepassing op de bouw en vervolgens instandhouding van nieuwe woningen en woongebouwen. Deze worden in Nieuwegein vrijwel uitsluitend gebouwd door professionele ontwikkelaars die in staat zijn om invulling te geven aan de opgenomen regels. De regels gelden niet voor bestaande woningen. Daarmee is er geen sprake van regeldrukeffecten voor eigenaren van bestaand vastgoed.

Pagina 39 van 40

Duurzaam bouwen

/join/id/regdata/gm0356/2024/d01aa5db6e824fc586eda4780afe70da/nld@2024-05-06;12342874

Pagina 40 van 40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=23219ccd-2c0c-4b06-9fcc-a171d0480585