2024-052 Bijlage 2 Ecologie onderzoek Evenementlocaties Nieuwegein
Tekst van het document
Biotoopbeschrijving
Het gebied ligt in het noorden van het park Oudegein. Aan de oostkant wordt het plangebied begrensd door een looppad, watergang en tennisbanen. Ook ten noorden en het zuiden is een looppad en watergang aanwezig. Aan de west- en zuidkant wordt het gebied omgeven door bossen. Ten noorden op korte afstand van het gebied bevindt zich een tramlijn waar regelmatig een tram voorbijkomt. Het gebied zelf bevat meerdere vegetatielagen, waaronder grassen, brandnetels, bramen en verjonging van struiken en bomen. De bomen in het plangebied zijn onvoldoende ontwikkeld om grote nesten te ondersteunen. Wel zijn er in de omgeving van het gebied meerdere bomenrijen en goed ontwikkelde bomen aanwezig. Het gebied zelf is redelijk ontoegankelijk voor recreanten door de aanwezigheid van hoge begroeiing en brandnetels. De paden rondom het gebied zijn niet belicht en worden gebruikt door wandelaars, fietsers en mensen met (loslopende) honden.
Figuur 7.1 Ligging van Kop Park Oudegein
7.2
Risico’s per natuurwaarde samengevat
Flora Het gebied wordt voornamelijk gedomineerd door brandnetels en in mindere mate bramen en distel. Door de hoge mate aan (jonge) bomen en struiken is de bodem beschaduwd. De locatie is daarom niet optimaal voor beschermde planten. Dit wordt eveneens bevestigd door de
27/36
Kenmerk
R001-1293668EHD-V01
afwezigheid van waarnemingen in de afgelopen 10 jaar in (de omgeving van) het gebied. Het voorkomen van en negatieve effecten op flora zijn hierdoor uitgesloten. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn meerdere holen waargenomen in (de directe omgeving van) het gebied. Door de dichte ondergroei is voldoende dekking aanwezig voor voornamelijk kleinere zoogdieren zoals marterachtigen, muizen, egel en konijn. Verscholen verblijfplaatsen en essentiële leefgebieden zijn niet uitgesloten. Het is een reëel risico dat een evenement op dit terrein verblijfplaatsen aantasten. Dit is een overtreding van de Wnb waarvoor geen ontheffing wordt verleend voor een evenement. Vleermuizen Op het terrein zijn geen bomen waargenomen met geschikte holtes of loshangende schors. In de omgeving van het gebied zijn echter mogelijk geschikte bomen met holtes aangetroffen. Het gebied kan deel uitmaken van het foerageergebied van vleermuizen. Daarnaast zijn er voldoende lijnvormige elementen, zoals bomenrijen en watergangen, in de omgeving aanwezig die deel kunnen zijn van het vliegroutes van vleermuizen. Door het terrein in gebruik te nemen voor evenementen kan het niet uitgesloten worden dat een foerageergebied voor vleermuizen aangetast wordt of verdwijnt. Het is onbekend of dit een essentieel foerageergebied van vleermuizen betreft, dit kan op dit moment nog niet worden uitgesloten.
Er zal geen fysieke aantasting van dit foerageergebied plaatsvinden, maar met name licht kan wel voor een tijdelijke aantasting van dit leefgebied zorgen. Vogels Het gebied bevat geen bomen die voldoende ontwikkeld zijn voor jaarrond beschermde nesten. In de omgeving van de locatie zijn deze wel aanwezig. Mogelijke nestplaatsen van vogels bevinden zich in de jonge bomen en overige struwelen binnen het gebied en de aangrenzende watergangen. Ook in de omgeving worden vele soorten broedende vogels verwacht. Op de locatie vinden in de reguliere situatie weinig menselijke activiteiten plaats. Hiervoor is de vegetatie te dicht begroeid. Hierdoor zijn op de locatie verschillende soorten broedende vogels te verwachten. Deze zijn niet gewend aan menselijke activiteiten op de locatie waardoor eerder risico is op verstoring of aantasting van nesten. Gelet op het voorgaande moeten bij evenementen op dit terrein rekening gehouden worden met (jaarrond) beschermde nesten in (de omgeving van) het terrein. Vissen Tijdens de evenementen vinden geen activiteiten plaats in het wateroppervlak, waardoor het onderwaterbiotoop onaangetast blijft. Effecten op vissen zijn hierdoor uitgesloten. Vlinders Geschikte bodembedekkende waardplanten voor vlinders worden niet verwacht. Mogelijk maken de bomen deel uit van een voortplantingshabitat voor grote vos.
28/36
Kenmerk
R001-1293668EHD-V01
Libellen Het aanwezige water biedt geen geschikt habitat voor Wnb beschermde libellen soorten. Negatieve effecten op libellen zijn hierdoor uitgesloten. Amfibieën De waterlopen in de omgeving kunnen mogelijke voortplantingsplekken van amfibieën zijn. In de directe omgeving van het terrein zijn oevers met een natuurlijk verloop, oeverbegroeiing en schuilplekken aanwezig. Op het terrein zelf zorgt de dichte onderbegroeiing en de aanwezigheid van holen in het gebied geschikt landhabitat voor amfibieën. Hierdoor kan het voorkomen van amfibieën op het terrein niet uitgesloten worden. Doordat de watergangen ontzien worden hebben evenementen geen effect op voortplantingsplekken. Mogelijk treden er echter wel effecten op voor het land- en overwinteringshabitat van amfibieën. Het is een reëel risico dat een evenement op dit terrein verblijfplaatsen aantasten. Dit is een overtreding van de Wnb waarvoor geen ontheffing wordt verleend voor een evenement. Reptielen Een rondzwervende ringslang nabij waterlopen in de omgeving is niet volledig uit te sluiten. Verblijfplaatsen of essentieel leefgebied worden hier echter niet verwacht. Binnen het plangebied is zeker geen sprake van vaste verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van ringslang. Een overtreding van de wet treedt daarom niet op, er zijn geen maatregelen nodig.
7.3
Geschiktheid voor evenementen
Het terrein heeft door de inrichting habitatseigenschappen een verhoogde natuurwaarde voor de soortgroepen grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, vogels en amfibieën. Het is een reëel risico dat een evenement op dit terrein een verblijfplaats, nest of leefgebied aantast. Dit is een overtreding van de Wnb waarvoor geen ontheffing wordt verleend voor een evenement.
7.4
Voorwaarden en maatregelen
Gelet op het voorgaande zijn er minstens de volgende voorwaarden en maatregelen noodzakelijk voorafgaand aan het in gebruik nemen van het terrein. Het is voor dit terrein niet zeker of deze maatregelen volstaan om effecten te voorkomen: • •
Aanwezige waterwegen moeten altijd worden ontzien De bomen en watergangen dienen niet direct belicht te worden. Dit houdt in dat de verlichting op het evenemententerrein gericht is en dat voorkomen wordt dat deze naar boven en de omgeving uitstraalt. Dit kan door gebruik te maken van gerichte armaturen, waarbij de
•
voorkeur heeft vleermuisvriendelijke (amberkleurige) verlichting te gebruiken Voorafgaand aan het in gebruik nemen dient een controle op verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren en nestplaatsen van broedvogels plaats te vinden. Mogelijk zijn hier maatregelen nodig die de uitvoering van een evenement onmogelijk maken, in het gehele terrein zijn namelijk mogelijk verblijfplaatsen en nesten aanwezig.
29/36
Kenmerk
R001-1293668EHD-V01
8 Centraal deel Park Oudegein 8.1
Biotoopbeschrijving
Het Centraal deel Park Oudegein is in de huidige situatie ingedeeld als recreatiepark. Het terrein bestaat uit een onderhouden grasveld met geasfalteerde voetbalkooi en basketbalveld. Ook is een halfpipe aanwezig waar de grond rondom betegeld is. In het park is een tevens een parcours voor Disc Golf aangelegd. Direct grenzend aan het terrein zijn verharde wandelpaden aangelegd waar fietsers, wandelaars en wandelaars met (loslopende) honden gebruik van maken. De paden in het park zijn niet belicht, maar de paden die het gehele park begrenzen zijn belicht door lampen met gerichte armaturen. Grenzend aan het gebied zijn eveneens bomenrijen, bosgebied en waterpartijen, zowel beschoeid als onbeschoeid.
Figuur 8.1 Ligging van Centraal deel Park Oudegein
8.2
Risico’s per natuurwaarde samengevat
Flora Het kortgemaaide gras is in de huidige situatie onderhevig aan een jaarronde recreatiedruk en een regulier maaibeleid. Hierdoor worden Wnb beschermde flora uitgesloten binnen het terrein. Grondgebonden zoogdieren Het betreft een open druk bezocht recreatieveld met een intensief maaibeheer. Dit is geen optimaal leefgebied voor zoogdieren. Tijdens het veldbezoek zijn er geen graafsporen of holen
30/36
Kenmerk
R001-1293668EHD-V01
aangetroffen. Gelet op het intensieve gebruik en de terreinkenmerken zal ook geen sprake zijn van een essentieel foerageergebied. In de omgeving is geschikter leefgebied aanwezig in de bosschages. Vleermuizen Op het terrein zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. In de directe omgeving staan echter geschikte bomen voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Tevens kunnen de bomenrijen, bosschages en wateroppervlakken onderdeel zijn van vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen. Deze onderdelen dienen dan ook niet direct belicht te worden om negatieve effecten te voorkomen. Gelet op ervaringen in vergelijkbare parken zijn waarschijnlijk voldoende maatregelen te treffen om verstoring te voorkomen. Vogels De bomen in de omgeving van het terrein en de wateroppervlakken grenzend aan het gebied kunnen nestlocaties bieden voor broedvogels. Deze dienen voorafgaand aan een evenement in kaart te worden gebracht, mogelijk gevolgd door maatregelen. Op en rondom het grasveld en de aanwezige sportfaciliteiten worden geen of minder verstoringsgevoelige broedvogels verwacht. Eventuele nesten zijn hier in gebruik genomen in een omgeving met vele menselijke activiteiten, het betreft daarom geen verstoringsgevoelige soorten. De locatie ligt binnen een park met beschutte en rustige delen. Hier kunnen verstoringsgevoelige soorten broeden.
Voorafgaand aan de opbouw is daarom een broedvogelcontrole noodzakelijk, uitgevoerd door een ecoloog. Mogelijk zijn aanvullende maatregelen nodig die invloed kunnen hebben op de uitvoering van het evenement. Gelet op ervaringen in vergelijkbare parken zijn waarschijnlijk voldoende maatregelen te treffen om verstoring te voorkomen. Vissen Het aanwezige water is geen geschikt biotoop voor beschermde vissen. Het water is niet direct aangesloten op het water in de omgeving, waardoor migratie van Wnb beschermde vissen naar het plangebied toe geen mogelijkheid is. Tijdens de evenementen vinden geen activiteiten plaats in het wateroppervlak, waardoor het onderwaterbiotoop onaangetast blijft. Effecten op vissen zijn hierdoor uitgesloten. Vlinders Het terrein bevat geen geschikte waardplanten voor het voorkomen van Wnb beschermde vlinders. Negatieve effecten op vlinders zijn hierdoor uitgesloten. Libellen De aanwezige wateroppervlakken in de omgeving bieden geen geschikt habitat voor Wnb beschermde libellen soorten. Negatieve effecten op libellen zijn hierdoor uitgesloten.
31/36
Kenmerk
R001-1293668EHD-V01
Amfibieën Binnen het terrein zijn geen wateren aanwezig. Tevens bevat het terrein geen dekking waar amfibieën gebruik van kunnen maken als landhabitat. Negatieve effecten op amfibieën zijn hierdoor uitgesloten. Reptielen Er zijn geen wateren aanwezig waar de ringslang gebruik van kan maken. Binnen het terrein is sprake van kort gemaaide grasvelden, dit is geen geschikt leefgebied voor reptielen. Door de ligging en onvoldoende dekkingsmogelijkheden is het voorkomen van reptielen op het terrein uitgesloten.
8.3
Geschiktheid voor evenementen
De omgeving van het terrein heeft door de inrichting, ligging en habitatseigenschappen een verhoogde natuurwaarde voor de soortgroepen vleermuizen en vogels. Hieronder worden vliegroutes en foerageergebied van vleermuizen en mogelijke nestplaatsen van vogels in (de omgeving van) het terrein. Door het nemen van maatregelen zijn negatieve effecten te voorkomen.
8.4
Voorwaarden en maatregelen
Gelet op het voorgaande zijn er minstens de volgende voorwaarden en maatregelen noodzakelijk voorafgaand aan het in gebruik nemen van het terrein: • Aanwezige waterwegen moeten altijd worden ontzien • De bosschages en wateroppervlakken in de omgeving dienen niet direct belicht te worden. Dit
•
houdt in dat de verlichting op het evenemententerrein gericht is en dat voorkomen wordt dat deze naar boven en de omgeving uitstraalt. Dit kan door gebruik te maken van gerichte armaturen, waarbij de voorkeur heeft vleermuisvriendelijke (amberkleurige) verlichting te gebruiken Voorafgaand aan de opbouw is daarom een broedvogelcontrole noodzakelijk, uitgevoerd door een ecoloog. Mogelijk zijn aanvullende maatregelen nodig die invloed kunnen hebben op de uitvoering van het evenement. Gelet op ervaringen in vergelijkbare parken zijn waarschijnlijk voldoende maatregelen te treffen om verstoring te voorkomen.
32/36
Kenmerk
R001-1293668EHD-V01
9 Conclusie locatiekeuze Uit voorgaande analyse blijkt dat de locaties verschillen in verwachte beschermde soorten en de mogelijke effecten daarop. De locaties verschillen in terreinkenmerken en regulier gebruik. De minste beschermde soorten worden verwacht in de meest open en meest intensief gebruikte en locaties. Hoewel ook hier beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, zijn deze minder verstoringsgevoelig. De prioritering ten aanzien van een ecologische beoordeling is als volgt: 1)
Park Galecopperzoom
2) 3) 4)
Centraal deel Park Oudegein Populierenbos Kop Park Oudegein
Ecologisch gezien heeft het indelen van Park Galecopperzoom als evenemententerrein de voorkeur. Hier treden de minste effecten op bij de mogelijk aanwezige soorten. Op deze locatie zijn negatieve effecten op goed te voorkomen door het nemen van eenvoudige maatregelen. Door de huidige inrichting, de ligging, het beheer en de mate van recreatie in dit gebied is de algemene natuurwaarde voor soorten aanzienlijk lager dan de overige onderzochte locaties. Voor het centraal deel Park Oudegein geldt dat de huidige mate van recreatie, de aanwezigheid van geasfalteerde sportvelden en het beheer van het terrein het gebied eveneens aantrekkelijk maakt als optie voor een evenemententerrein. De ligging van het gebied, namelijk grenzend aan een bosrijk gedeelte en de aanwezigheid van meerdere wateroppervlakken in de nabijheid, maakt dit gebied gezien de natuurwaarden in de omgeving minder geschikt dan Park Galecopperzoom. Waarschijnlijk zijn meer maatregelen nodig. Gelet op ervaringen in vergelijkbare gebieden is de verwachting dat deze maatregelen wel zullen volstaan om effecten te voorkomen. Voor het Populierenbos geldt dat door het gebruik als hondenlosloopterrein minder gevoelige soorten worden verwacht. Er zijn echter delen die minder toegankelijk zijn voor honden. Vogels kunnen bijvoorbeeld hoger in de bomen broeden. Het gehele terrein bestaat uit bos.
Het is daardoor niet van te voren te voorspellen waar broedende vogels te verwachten zijn. Hetzelfde geldt voor verblijfplaatsen van zoogdieren. Het bos of de bosranden is tenslotte mogelijk essentieel leefgebied voor vleermuizen. Gelet hierop staat niet op voorhand vast dat het gehele terrein voor een evenement gebruikt kan worden. Mogelijk blijft na een veldbezoek voorafgaand aan het evenement, maar een klein oppervlak over. Kop Park Oudegein is door de ligging, de huidige afwezigheid van recreatie, geschikt voor vele soorten dieren. Doordat het terrein niet goed begaanbaar is voor recreanten zijn ook gevoelige soorten niet uitgesloten. Bovendien kunnen in het hele terrein verblijfplaatsen en broedende vogels aanwezig zijn. Het is een reëel risico dat een evenement op dit terrein een verblijfplaats, nest of leefgebied aantast. Dit is een overtreding van de Wnb waarvoor geen ontheffing wordt verleend voor een evenement.
33/36
Kenmerk
R001-1293668EHD-V01
10 Literatuur Anteagroup, 2016. Broedvogelonderzoek in het Twiske, begeleiding broedvogels bij het Lente Kabinet festival, d.d. 18 juli 2016. Anteagroup, 2017. Broedvogelonderzoek in het Twiske, begeleiding broedvogels bij het Lente Kabinet festival, d.d. 24 juli 2017. Anteagroup, 2018. Broedvogelonderzoek in het Twiske, begeleiding broedvogels bij het Lente Kabinet festival, d.d. 9 juli 2018. Anteagroup, 2019. Broedvogelonderzoek in het Twiske, begeleiding broedvogels bij het Lente Kabinet festival, d.d. 25 juli 2019. Beason, R.C. 2004. What can birds hear? USDA NWRC Staff publications. University of Nebraska. Brown, A.L. 1990. Measuring the Effect of Aircraft Noise on Sea Birds. Environment International, Vol. 16, pp. 587-592. Cunnington, Glenn & Fahrig, Lenore. (2010). Plasticity in the vocalizations of anurans in response to traffic noise. Acta Oecologica-international Journal of Ecology - ACTA OECOL. 36. 463-470. Delaney, D. K., Grubb, T. G., Beier, P., Pater, L. L., & Reiser, M. H. (1999). Effects of Helicopter Noise on Mexican Spotted Owls. The Journal of Wildlife Management, 63(1), 60–76. Delaney, D.K., L.L. Pater, L.D. Carlile, E.W. Spadgenske, T.A. Beatty, and R.H. Melton. 2011. Response of red-cockaded woodpeckers to military training operations. Wildlife Monographs 177:1-38. De Vries, E.W 2014. Ecologische begeleiding Pussy Lounge festival 2014 te Breda.
A&W-notitie 2225. Altenburg & Wymenga bv, Feanwâlden. De Vries, E.W. 2015. Ecologische begeleiding Pussy Lounge festival 2015 te Breda. A&W-notitie 2353. Altenburg & Wymenga bv, Feanwâlden. Dooling, R.J., A. Popper, 2016. The Effects of Highway Noise on Birds Eigenbrod, F., Hecnar, S. J., & Fahrig, L. (2009). Quantifying the Road-Effect Zone: Threshold Effects of a Motorway on Anuran Populations in Ontario, Canada. Ecology and Society, 14(1). Gemeente Nieuwegein, 2016. Evenementenvergunningenbeleid Nieuwegein. In werking getreden op 15 december 2016 tot heden.
34/36
Kenmerk
R001-1293668EHD-V01
Ginder, 2023. Haalbaarheidsonderzoek evenemententerrein Nieuwegein. Project G-VT-22080, april 2023, Den Bosch. Henkens, R., M. Liefting, C. Hallmann & A. van Kleunen, 2012. Storen broedvogels zich aan het geluid van race- evenementen? Effect van de in 2010/2011 op het TT-Circuit Assen gehouden Superbike- en Superleague-evenementen op broedvogels in het Natura 2000-gebied Witterveld. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2288/SOVON-rapport 2012/05. Hooker, J., Daley, E., Stone, E., & Lintott, P., 2023. Assessing the impact of festival music on bat activity. Ecological Solutions and Evidence, 4., 11 mei 2023. Jansen, R., R. Delbroek, T. Molenaar, 2017. Vleermuizen op de Lonnekerberg mede in relatie tot het Airforce Festival. Monitoring en analyse van het gedrag van de passieve luisteraars gewone grootoorvleermuis, vale vleermuis en Bechsteins vleermuis. Bionet Natuuronderzoek Krijgsveld, K.L., R.J. Jonkvorst & F. van der Vliet, 2012. Effecten van dancefestival Amsterdam Open Air op broedvogels. Rapportnr. 12-115. Bureau Waardenburg, Culemborg. Krijgsveld KL, B Klaassen & J van der Winden, 2022. Verstoring van vogels door recreatie. Literatuurstudie van verstoringsgevoeligheid en overzicht van maatregelen. Deel 1 hoofdrapport & deel 2 soortbesprekingen. Uitgave Vogelbescherming Nederland, Zeist Oudega, H. N. Jeurink, H. Bouman 2012. Monitoring broedvogels Festival Fusion of Dance.
TAUW bv, Deventer. Pater, L.D., D.K. Delaney, T.J. Hayden, B. Lohr, and R. Dooling. 1999. Assessment of Training Noise Impacts on the Red-cockaded Woodpecker: Preliminary Results - Final Report. Technical Report. U.S. Army, Corps of Engineers, CERL, Champaign, IL, Report Number 99/51, ADA Number 367234. Sun, Jennifer & Narins, Peter. (2005). Anthropogenic sounds differentially affect amphibian call rate. Biological Conservation. 121. 419-427. Tempel, D. J., & Gutiérrez, R. J. (2003). Fecal Corticosterone Levels in California Spotted Owls Exposed to Low-Intensity Chainsaw Sound. Wildlife Society Bulletin (1973-2006), 31(3), 698–702. Tennessen, et al., 2014. Traffic noise causes physiological stress and impairs breeding migration behaviour in frogs, Conservation Physiology, Volume 2, Issue 1, 2014.
35/36
Kenmerk
R001-1293668EHD-V01
Zeale, M. R. K., E. Bennitt, S. E. Newson, C. Packman, W. J. Browne, S. Harris, G. Jones, E. Stone, 2016. Mitigating the Impact of Bats in Historic Churches: The Response of Natterer’s Bats Myotis nattereri to Artificial Roosts and Deterrence. PLoS ONE 11(1): e0146782.
36/36