2024-025 Rvs. Wijziging Algemene plaatselijke verordening
Tekst van het document
Gemeenteraad
Onderwerp wijziging Algemene plaatselijke verordening Datum
Raadsvoorstel
30 januari 2024
Afdeling
Communicatie en Juridische Zaken
2024-025
E-mailadres opsteller m.murray@nieuwegein.nl Portefeuillehouder
Marijke van BeukeringHuijbregts
Onderwerp Wijziging Algemene plaatselijke verordening
Gevraagd besluit 1. De Algemene plaatselijke verordening te actualiseren door de volgende nieuwe verboden daarin te verordenen: a.
een verbod voor het plaatsen van openbare laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, tenzij het college een concessie hiervoor verleent;
b.
een verbod om openbare inrichtingen die zich in een bibobrisicogebied bevinden en in een bibob-branche vallen te exploiteren en daarmee samenhangende criteria, tenzij de burgemeester hier een vergunning voor verleent;
c.
Een verbod voor de dienstverlening van deelvoertuigen door derden, tenzij het college hier een vergunning voor verleent;
d.
een verbod om dieren op openbare plaatsen en bij openbaar water te voeren;
e.
een verbod om in of bij door het college aangewezen openbaar water te baggeren, te dreggen, of te steken in de waterbodem, alsmede te vissen naar voorwerpen dan wel stoffen met behulp van magneten of enige techniek met een vergelijkbare werking;
f.
een verbod om zich te bevinden met een metaaldetector of enig ander voorwerp, kennelijk bedoeld voor het opsporen van wapens, munitie, munten, explosieven, metalen voorwerpen en dergelijke in een door het college aangewezen gebied.
2. Aan het college de bevoegdheid over te dragen om: a. ook nadere regels te stellen over bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie (BLVC) bij -
het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden;
-
het plaatsen van voorwerpen in de openbare ruimte.
Bladnummer 2/9 Raadsvoorstel 30 januari 2024
b. plekken aan te wijzen waar het aanbrengen van afbeeldingen met kleur of verfstof wordt toegestaan. c. nadere regels te kunnen stellen over het aanbrengen van afbeeldingen met kleur of verfstof op de door het college aangewezen plekken; d. om openbaar water aan te wijzen waar het verbod, bedoeld in beslispunt 1e geldt; e. om gebieden aan te wijzen waar het verbod, bedoeld in beslispunt 1f geldt. 3. De volgende bepalingen te schrappen: a.
het verbod om Outlaw-Motor-Gang-kleding (OMG), die door de rechter verboden is bij een evenement te dragen;
b.
de bevoegdheid van de burgemeester om gebiedsontzeggingen op te leggen aan personen;
c.
Hoofdstuk 3 over Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.
4. De strafbaarstelling voor: a.
de verboden in de beslispunten 1a tot en met 1e, en 2a vast te stellen op: hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
b.
het verbod in het beslispunt 1f vast te stellen op: een geldboete van de eerste categorie.
5. Redactionele aanpassingen door te voeren. 6. Hiervoor de Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening vast te stellen.
Inleiding De huidige Algemene plaatselijke verordening (APV) is voor het laatst integraal vastgesteld in 2009. Daarna zijn er telkens op bepaalde onderdelen wijzigingen doorgevoerd in de APV. Die wijzigingen hebben betrekking gehad op beleidsmatige aanpassingen of op het doorvoeren van nieuwe bepalingen op grond van hogere wetgeving. De beleidsmatige aanpassingen waren gewenst door uw raad, politie of justitie. De meeste aanpassingen zijn doorgevoerd op basis van wensen van Boa’s, (handhavings)juristen en andere medewerkers. De voorstellen zijn vaak bedoeld om de regels verder aan te scherpen, zodat het toezicht en de handhaving van de APV-regels effectiever uitgevoerd kan worden. De maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen staan niet stil. Zoals bekend is er heel wat dynamiek in de stad, ook als het om de openbare orde en veiligheid gaat. Dat is genoeg reden om het wettelijk kader voor lokale regels over openbare orde en veiligheid te actualiseren. Daarom stellen wij uw raad voor om een aantal nieuwe verboden te verordenen en een aantal verboden aan te passen. Bij het actualiseren van de APV gebruiken wij de model-APV van de VNG als leidraad. In het tweede of derde kwartaal van dit jaar zal de VNG naar verwachting een geheel nieuwe model-APV publiceren. De volgende actualisatie zal in dat geval in het teken staan van een integrale vernieuwing van de APV.
Wat er aan vooraf ging
Bladnummer 3/9 Raadsvoorstel 30 januari 2024
De APV is voor het laatst integraal opnieuw vastgesteld op 25 maart 2009. Uw raad heeft daarna in 2012, 2013, 2015, 2017, 2018, 2020, 2021 en 2023 verschillende aanpassingen op de APV vastgesteld. De bijlage 'Overzicht van de genomen raadsbesluiten tot wijziging van de APV bevat een korte beschrijving van de inhoud van de raadsbesluiten.
Gewenst effect Het gewenst effect is het hebben van actuele handhaafbare lokale regels over openbare orde en veiligheid die bijdragen aan een veilige leefomgeving in de stad.
Argumenten 1.1 Actuele regels over openbare orde en veiligheid dragen eraan bij dat op een effectieve manier toezicht kan worden gehouden en zo nodig daarop gehandhaafd kan worden Voor Boa’s is het toezicht houden op en het handhaven van de APV een belangrijke taak. Daarom is het van belang dat de regels in de APV actueel én handhaafbaar zijn. 1.2 De verschillende vakdisciplines in het APV-netwerk hebben integraal overleg gehad over de voorgestelde wijzigingen Het APV-netwerk bestaat uit diverse collega’s van de afdelingen Communicatie en Juridische Zaken (CJZ), Toezicht, Veiligheid en Leefbaarheid (TVL), Stadswinkel, Ruimtelijk Domein en Openbaar Domein. Het netwerk bestaat uit juristen en specialisten van deze beleidsafdelingen. In APV-overlegtafels hebben deze vakspecialisten overleg gehad over welke nieuwe regels nodig zijn in de APV zoals verwoord in beslispunten 2 tot en met 6. Daarbij is nadrukkelijk gekeken naar de bestaande wettelijke kaders en handhaafbaarheid van regels. 1a.1 Het is gewenst om regelgeving over laadinfrastructuur aan te passen Het college stelt aan de raad voor om de regelgeving over het plaatsen van laadpalen aan te passen. De huidige bepaling voldoet niet.
Wij stellen nu voor om een verbodsbepaling op te nemen voor het (laten) plaatsen van openbare laadpalen in de openbare ruimte, tenzij het college een concessie (toestemming) verleend aan externe partijen. Deze toestemming betekent dat laadpalen alleen door deze partijen mogen worden geplaatst. We stellen voor om deze systematiek te hanteren om te voorkomen dat hiermee andere aanbieders rechten en ruimte zouden kunnen claimen voor het plaatsen van laadpalen. Om de openbare parkeerplaatsen beschikbaar en toegankelijk te houden voor inwoners en bedrijven is het nodig dat van tevoren duidelijk is op welke locaties laadpalen geplaatst worden en welke regels daarbij gelden. Daarom stellen we voor dat aan het college de bevoegdheid wordt overgedragen om regels te stellen over het plaatsen van laadpalen op parkeerplaatsen in de openbare ruimte. In de huidige bepaling heeft het college deze bevoegdheid ook. Met deze bevoegdheid hangt nauw samen dat het college plekken in de
Bladnummer 4/9 Raadsvoorstel 30 januari 2024
stad kan aanwijzen voor het inrichten van zogenaamde laadpleinen en laadstraten. Het artikel betreft alleen openbare laadpalen in de openbare ruimte. Er worden ook laadpalen op eigen terrein geplaatst, zoals bij inwoners, bedrijven en tankstations. Bij tankstations zijn openbare laadpalen door de exploitant van het tankstation zelf geplaatst. Ook kunnen er gereserveerde elektrische deelautoplekken komen met een eigen laadpaal. De laadpaal bij deze parkeerplekken is dan niet openbaar maar alleen bestemd voor het opladen van de deelauto. De nieuwe bepaling over openbare laadpalen wordt voorgesteld in artikel 2:10a van de APV. 1b.1 Een specifieke vergunningplicht voor deze openbare inrichtingen draagt bij aan het voorkomen dan wel beperken van de risico’s voor openbare orde en veiligheid Met dit artikel is getracht de exploitatievergunning openbare inrichting risico gestuurd in te zetten. Niet voor iedere openbare inrichting (met een voor het publiek toegankelijke ruimte) geldt een vergunningplicht. Deze plicht geldt enkel als er sprake is van bepaalde omstandigheden (waarbij ook een bibobtoets moet worden doorlopen). Naast bestaande plichten waaraan deze bedrijven moeten voldoen, geldt een vergunningplicht ook voor openbare inrichtingen die zowel binnen een bibobrisicogebied als een bibob-risicobranche vallen.
In het gemeentelijke Bibobbeleid is opgenomen welke gebieden en welke branches hier onder worden verstaan. Gedacht kan worden aan bijvoorbeeld een autosloperij (valt onder één van de risicobranches) op het industrieterrein Laaggraven (één van de risicogebieden). Daarnaast zal de exploitatievergunning openbare inrichting ook gelden voor openbare inrichtingen waartegen al eerder meerdere malen (minimaal 2 keer) bestuurlijk en/of strafrechtelijk handhavend is opgetreden (hieronder worden geen waarschuwingen verstaan). Tot slot kan een openbare inrichting verplicht worden een vergunning aan te vragen, als de gemeente, politie of het OM concrete redenen hebben dat hiertoe een noodzaak bestaat. Reden hiervoor kan bijvoorbeeld een strafrechtelijk verleden zijn van de exploitant of een strafrechtelijk verleden van personen waarmee de exploitant nauw in contact staat, het vermoeden dat er in enige mate sprake is van slecht levensgedrag, als er sprake is van veel bezoekers met antecedenten of als het betreffende pand in het verleden eerder betrokken is geweest bij handhavingstrajecten. Deze nieuwe bepaling wordt voorgesteld in artikel 2:28a van de APV. 1c.1 Deelmobiliteit draagt bij om de schaarse ruimte in de stad goed te gebruiken De startnotitie deelmobiliteit is onlangs gedeeld met de raad.
Om mobiliteit en woningbouw in balans te houden, kiezen wij voor duurzame integrale mobiliteitsoplossingen. Leidend voor deze oplossingen is het STOMPprincipe: eerst Stappen, dan Trappen, vervolgens het Openbaar Vervoer, dan Mobiliteitsdiensten waaronder deelmobiliteit, en als het moet gewoon de personenauto. Er zijn regels nodig om deelmobiliteit op een doeltreffende
Bladnummer 5/9 Raadsvoorstel 30 januari 2024
manier van de grond te krijgen. Zonder regels te stellen zullen aanbieders van deelmobiliteit de schaarse openbare ruimte illegaal gebruiken om hun deelvoertuigen door de gebruikers te laten stallen. Het gevolg is een verrommeling van de openbare ruimte en handhavingsperikelen daarbij. Het is in de praktijk lastig om te bepalen wie de overtreder is van verkeerd gestalde deelvoertuigen. Daarom stellen wij voor om een vergunningstelsel te hanteren voor het laten gebruiken van deelvoertuigen. Dit vergunningstelsel houdt in dat er verbod is op het aanbieden van deelmobiliteit, tenzij het college een vergunning verleent aan een bepaalde dienstverlener volgens de vereisten van de jurisprudentie over schaarse rechten. Ook stellen wij voor dat het college bevoegd wordt om locaties aan te wijzen waar deelmobiliteit wordt toegestaan. Dit wordt nu voorgesteld in artikel 2:51a van de APV. De deelmobiliteit die in de APV is geregeld heeft geen betrekking op auto’s. We stellen voor om de deelmobiliteit voor auto’s apart te regelen in de Parkeerverordening. Die verordening regelt namelijk specifiek het parkeren van auto’s in de openbare ruimte met een parkeervergunningstelsel voor divers autogebruik. 1d.1 Nieuwegein kent regelmatig rattenplagen. Deze plagen worden veroorzaakt door het (overvloedig) voeren van meeuwen, duiven of eenden dan wel andere vogels/dieren.
Voedsel blijft dan liggen en trekt ratten aan. Dit artikel is vooral bedoeld om structureel overlast van rattenplagen te voorkomen. Deze bepaling stellen wij voor om in artikel 2:61 van de APV op te nemen. 1e.1 Dit verbod kan bijdragen aan het voorkomen van mogelijke gevaarlijke incidenten door het magneetvissen. Magneetvissen naar archeologische voorwerpen is bij wet verboden (Erfgoedwet), want dit wordt gezien als het graven in de waterbodem. Verder worden er geregeld explosieven in water gevonden. Dit verbod geldt met name op historische locaties. De raad wordt geadviseerd om het aanwijzen van deze locaties aan het college over te dragen (zie ook argument 2e.1). Deze bepaling is opgenomen in artikel 5:30a van de APV. 1f.1 Sinds juli 2016 geldt er geen landelijk metaaldetectorverbod meer Daardoor is metaaldectectie onder strikte voorwaarden toegestaan op beschermde terreinen, archeologische rijksmonumenten en terreinen waar een aanwijzingsprocedure loopt, provinciale en gemeentelijke monumenten, terreinen waar een opgraving wordt uitgevoerd én op terreinen waarvoor de gemeente geen metaaldetectieverbod heeft ingesteld. Het magneetvissen komt ook in Nieuwegein voor. Een aantal keren is bij de BOA’s melding binnengekomen van jongeren die handgranaten met magneetvissen hebben opgevist.
Daarnaast geldt landelijk de beperking dat men niet dieper dan 30 cm mag graven, en men is verplicht gedane vondsten z.s.m. bij de Minister te melden (en beschikbaar te houden voor wetenschappelijk onderzoek). Dit verbod wordt geregeld om de al bekende archeologische vindplaatsen in Nieuwegein te beschermen, die in sommige gevallen erg dicht onder de oppervlakte liggen. Dit zijn zogenaamde AMK-terreinen (Archeologische
Bladnummer 6/9 Raadsvoorstel 30 januari 2024
Monumenten Kaart). Voor deze terreinen geldt in Nieuwegein binnen het archeologiebeleid al het strengste regime. Denk hierbij aan terreinen als de forten, en (voormalige) kasteelterreinen. Door dit verbod is het ook mogelijk andere terreinen toe te voegen bij voortschrijdend inzicht. Uw raad wordt ook hier geadviseerd om het aanwijzen van deze locaties aan het college over te dragen (zie ook argument 2f.1). Deze bepaling is opgenomen in artikel 5:38 van de APV. 2a.1 De wettelijke grondslag voor de BLVC-regeling dient uitgebreid te worden De BLVC-regeling Nieuwegein 2021 is sinds september 2021 van kracht. Destijds is afgesproken dat de regeling over bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie met enige regelmaat geëvalueerd zou worden aan de hand van de opgedane praktijkervaring. Begin 2023 heeft de eerste evaluatie plaatsgevonden en daaruit is voortgekomen dat de wens bestaat om de reikwijdte van de regeling uit te breiden. Op dit moment is de regeling uitsluitend van toepassing op bouw- en sloopwerkzaamheden. Echter blijkt in de praktijk dat ook voor het plaatsen van objecten in de openbare ruimte de bescherming die BLVC biedt, gewenst is. Daarnaast vinden er ook veel werkzaamheden plaats waarbij de weg tijdelijk wordt opengebroken, bijvoorbeeld voor de aanleg van kabels en leidingen.
Ook voor dit soort werkzaamheden waarbij voor een periode langer dan één of enkele dagen hinder wordt veroorzaakt kan de BLVC-regeling bijdragen aan het beperken van de hinder. Vandaar dat ook voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de BLVC van toepassing zou moeten worden. Tot op heden is de wettelijke grondslag voor de BLVC-regeling geregeld in het algemene artikel die over voorwerpen op de weg gaat (artikel 2:10 APV). Om dit goed te regelen stelt het college aan uw raad voor om de grondslag voor BLVC in de APV in een apart artikel te regelen. Wij stellen voor om dit nieuwe BLVC-artikel in artikel 2:13 van de APV op te nemen. 2b.1, 2c.1 Het maken van straatkunst in de openbare ruimte kan bijdragen aan een prettige woon- en leefomgeving voor inwoners. Ook kan straatkunst een positief effect hebben op het uiterlijk aanzien van de stad. In de stad zijn meerdere initiatieven van inwoners om de buitenruimte te verfraaien met creatieve uitingen zoals Street art (straatkunst). Dit gebeurt bijvoorbeeld in het kader van het project Betere buurten. Ook organiseren instellingen en/of ondernemersinitiatieven, zoals bijvoorbeeld een Streetartfestival. Niet elke locatie is geschikt voor straatkunst, daarom stellen we aan uw raad voor om aan het college de bevoegdheid over te dragen om plekken aan te wijzen waar straatkunst wordt toegestaan (vierde lid).
Het college kan ook nadere regels hierover opstellen. Dit wordt nu voorgesteld in artikel 2:42 van de APV. 2d1, 2e.1 Door het aanwijzen van openbaar water/gebieden waar deze verboden gelden kan het college deze verboden gericht toepassen Het uitgangspunt van dit soort verboden is dat deze alleen gelden op de locaties waar verwacht wordt dat op deze verboden overtredingen plaats kunnen vinden. Het aanwijzen van locaties draagt hieraan bij.
Bladnummer 7/9 Raadsvoorstel 30 januari 2024
3a.1 De Hoge Raad heeft uitgesproken dat een dergelijk verbod in de APV onverbindend moet worden verklaard. Tot op heden is een verbod op het dragen van Outlaw-Motorcycle-Gangvestjes (OMG-kleding) opgenomen in de APV. Dit zijn vestjes die leden van verboden (motor)clubs dragen. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad is gebleken dat de gemeenteraad niet bevoegd is om een dergelijk verbod te regelen en dat een dergelijk verbod onverbindend moet worden verklaard. Daarom stellen wij aan uw raad voor om dit verbod niet meer op te nemen in de APV. 3b.1 Uit de handhavingspraktijk blijkt dat de huidige regels om iemand een verblijfsontzegging op te leggen niet doeltreffend zijn De burgemeester is nu bevoegd om een persoon, als daarvoor gerechtvaardigde redenen zijn, voor maximaal 24 uur zijn of haar verblijf te ontzeggen op een bepaalde locatie. Deze verplichting werkt voor ontzeggingen die bijvoorbeeld gaan over een evenement of sportwedstrijden. Voor structurele overlastsituaties werkt de 24-uurs ontzeggingsmogelijkheid in de praktijk in Nieuwegein niet. In Nieuwegein hebben wij meer te maken met structurele overlastsituaties, zoals vandalisme en stalking. Dit zijn situaties waarin een gebiedsverbod (vaak op verzoek van de politie of Veilig Thuis) gewenst zijn. Een gebiedsverbod voor maximaal 3 maanden helpt in de praktijk om de spreekwoordelijke "angel" uit de situatie te halen.
Aangezien wij een 24-uurs verbod hebben in de APV zijn wij wettelijk verplicht die eerst toe te passen. Echter is een 24-uurs ontzegging zelden/nooit afdoende in een structurele overlastsituatie. In het land wordt dit artikel steeds vaker verwijderd uit de APV. Dit om de bevoegdheden op grond van de op dit punt Gemeentewet toe te kunnen passen op dergelijke situaties. De portefeuillehouder stelt voor om dit voorbeeld te volgen en daarmee over te gaan tot het toepassen van de Gemeentewet in voornoemde situaties. 3c.1 Dit is een complex onderwerp dat in een aparte verordening geregeld dient te worden Daarom legt het college gelijktijdig met dit raadsvoorstel een apart raadsvoorstel aan u voor over de vaststelling van de Verordening regulering seksinrichtingen. Deze verordening zal gelijktijdig in werking treden met de wijziging op de APV. Hiermee zal er geen leemte ontstaan in de regels over dit onderwerp. 4.1 De raad is op grond van de Gemeentewet bevoegd om de strafbaarstelling op de overtreding van verboden te bepalen Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de raad op overtreding van zijn verordeningen strafbaar stellen. Door dit beslispunt wordt deze bevoegdheid geformaliseerd. 5.1 Het gaat hier om het doorvoeren van tekstuele aanpassingen om bepaalde regels in de APV aan te scherpen
Bladnummer 8/9 Raadsvoorstel 30 januari 2024
6.1 Hierdoor worden de voorgestelde wijzigingen formeel vastgesteld
Kanttekeningen 1.1 Eerst was het de bedoeling om een geheel nieuwe APV aan uw raad voor te leggen De VNG gaat in het tweede of derde kwartaal van 2024 een geheel vernieuwde model-APV publiceren. Met de inwerkingtreding van Omgevingswet heeft de VNG gelijk te kans waargenomen om de model-APV in lijn te brengen met de Omgevingswet en daarbij is de VNG kritisch aan het kijken naar de regels in de model-APV. Dit betekent dat er een vernieuwde indeling van de model-APV komt. Het college zal op basis van de nieuwe model-APV een geheel nieuwe APV aan uw raad ter vaststelling voorleggen zodra de VNG deze nieuwe model-APV heeft gepubliceerd. 1.2 en 6.2 De wettelijke grondslag van de nadere regels en beleidsregels op grond van de APV kloppen niet Er is een aantal (beleids)regels die op grond van de APV zijn vastgesteld door het college of de burgemeester. Denk bijvoorbeeld o.a. aan collegeregelingen zoals het Aanwijsbesluit APV 2013, Regeling BLVC Nieuwegein 2021 en de Beleidsregel sluiting van voor publiek openstaande gebouwen, niet voor publiek toegankelijke lokalen, woningen en daarbij behorende erven Gemeente Nieuwegein 2021 van de burgemeester. Nadat uw raad de wijziging op de APV heeft vastgesteld zullen ook deze (beleids)regels aangepast worden aan de APV. Voor zover nodig zal per regeling geïnventariseerd worden of overgangsrecht nodig is. Zie ook de paragraaf uitvoering.
2a.1 De concessie is een schaars recht en mag niet voor onbepaalde tijd worden verleend Volgens vaste jurisprudentie hoort een schaars recht voor een bepaalde periode toegekend te worden. Daarom wordt de concessie voor een bepaalde periode aan de externe partijen verleend. Dit betekent dat voor een nieuwe concessietermijn telkens een nieuwe selectie zal moeten plaatsvinden. Daarmee is de mogelijkheid om laadpalen te plaatsen geborgd. 2b.1 Een vergunning is een schaars recht en mag niet voor onbepaalde tijd worden verleend Verwezen wordt naar de eerste zin van de onderbouwing van argument 2a.1. 2b.2 De VNG adviseert om bestrijding van bedrijfsmatige ondermijnende activiteiten anders te regelen De VNG heeft in haar ledenbrief van 7 november 2023 (23/041) geadviseerd om twee bepalingen op te nemen om bedrijfsmatige ondermijnende activiteiten te bestrijden. Het gaat om het overdragen van de bevoegdheid aan de burgemeester om voor het publiek openstaande bedrijfspanden ter bestrijding te kunnen sluiten. En ook om een vergunningplicht voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning. Beide artikelen zijn nog geen onderwerp geweest van een APV-overlegtafel. De beide artikelen betreffen vergaande bevoegdheden die de nodige impact hebben en daarvoor is nodig dat er heldere beleidsregels worden opgesteld
Bladnummer 9/9 Raadsvoorstel 30 januari 2024
hoe deze bevoegdheden zullen worden toegepast. Het huidig beleidsinstrumentarium is daar nog niet voldoende op toegespitst. De voorgestelde sluitingsbevoegdheid is grotendeels al gedekt door de bepaling ‘Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen’ (artikel 2:50a APV en de daarbij behorende beleidsregels). Het opnemen van dit artikel betekent dat we nieuwe beleidsregels moet opstellen. De juridische structuur van dit VNG-modelartikel is gebaseerd op een andere opbouw/structuur van openbare inrichtingen dan hoe het in de huidige APV is bepaald. Wij gaan erna toewerken om deze bepalingen in de nieuwe APV op te nemen. Verder verwijzen wij naar de onderbouwing van kanttekening 1.1.
Financiële aspecten Geen.
Communicatie aspecten De wijziging op de APV wordt na vaststelling in de raad in het gemeenteblad op overheid.nl gepubliceerd om de inwerkingtreding daarvan te bewerkstelligen. De vastgestelde wijzigingen zullen vervolgens verwerkt worden in de doorlopende tekst van de APV zoals die te raadplegen is op overheid.nl
Uitvoering Als de wijziging op de APV in werking is getreden zal het college de verschillende nadere regels en beleidsregels aanpassen op de wijziging. Dit geldt ook voor de beleidsregels waar de burgemeester bevoegd voor is.
Bijlagen 1.
Raadsbesluit;
2.
Bijlage ‘Overzicht genomen raadsbesluiten tot wijziging van Algemene plaatselijke verordening’
3.
Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening;
4.
Was-wordt-overzicht (servicedocument);
5.
VNG-ledenbrief 23/041.
burgemeester en wethouders,
Ellie Liebregts
Marijke van Beukering-Huijbregts
secretaris
burgemeester