2024-016 Bijlage 3- 3. Rapport Plan van aanpak
Tekst van het document
2024-016 Bijlage 3-3
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit Wettelijke en maatschappelijke taken biodiversiteit in gemeente Nieuwegein
Gemeente Nieuwegein
Definitief
Barchman Wuytierslaan 10 3818 LH Amersfoort T 0384236464
Colofon
E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit Wettelijke en maatschappelijke taken biodiversiteit in gemeente Nieuwegein
20-264
22 maart 2021
Definitief
S.E. (Sebastiaan) Kraaijeveld & F.A. (Floris) Jansen
-
E. (Erik) Riphagen
Gemeente Nieuwegein
©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Kraaijeveld, S.E. (2021). Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit. Wettelijke en maatschappelijke taken biodiversiteit in gemeente Nieuwegein. Rapport 20-264. Ecogroen bv
Inhoud 1.
Inleiding 1.1 Inleiding 1.2 Scope
4 4 4
2.
Wettelijke taken 2.1 Borgen van ecologische inhoud in de verschillende rollen 2.1.1 Initiatiefnemer van projecten, plannen en beheer 2.1.2 Vergunningverlening 2.1.3 Handhaving & toezicht 2.2 Overige adviezen 2.2.1 Soortenmanagementplan 2.2.2 Verspreidingskaart soorten
6 7 7 8 9 10 10 13
3.
Maatschappelijke taken 3.1 Beleid 3.2 Plannen, projecten en beheer
14 14 15
4.
Communicatie 4.1 Intern 4.2 Extern
17 17 18
Bijlagen Bijlage 1 - Samenvatting adviesrapporten
Plan Planvan vanAanpak AanpakWet Wetnatuurbescherming natuurbeschermingen enbiodiversiteit biodiversiteit
1. Inleiding 1.1
Inleiding Gemeente Nieuwegein wil weten welke wettelijke verplichte taken en welke maatschappelijke rondom natuur en biodiversiteit zij moet uitvoeren. In dit kader zijn twee adviesrapporten opgesteld, één met advies over de wettelijke taken en één met de maatschappelijke taken 1,2. In voorliggende rapport wordt enkele keren naar deze rapportages verwezen. Een samenvatting van de rapporten zijn opgenomen in bijlage 1. De gemeente Nieuwegein wil nu over gaan tot de implementatiefase. Voorliggend rapport beschrijft een plan van aanpak met daarin een werkwijze om de adviezen te borgen in het beleid en de bestaande werkprocessen. Doel van het plan is om te komen tot uitvoering van de adviezen.
1.2
Scope In de adviesrapporten zijn diverse adviezen gegeven die tot stand zijn gekomen door middel van literatuuronderzoek en werksessies met werknemers van de gemeente. Uit aanvullende gesprekken en werksessies gericht op de implementatiefase is gebleken dat twee activiteiten de meeste impact zullen hebben op het succesvol uitvoeren van de wettelijke en maatschappelijke taken. Voor het uitvoeren van de wettelijke taken is geadviseerd: • Zorg voor voldoende ecologische vakkennis binnen de organisatie om de kwaliteit van juridische ecologische stukken en werkprocessen te borgen om op deze wijze te voldoen aan wettelijk verplichte taken, bijvoorbeeld door het aanstellen van een ecologisch deskundige of door een aantal specifieke medewerkers op te leiden. Voor het uitvoeren van de maatschappelijke taken is naast het borgen van ecologische kennis ook geadviseerd: • Werk het huidige Groenstructuurplan uit tot een uitvoeringsprogramma met heldere kaders, doelstellingen, planning en monitoring.
________________________________________________________________________________ 1
Jansen, F.A & Kraaijeveld, S.E. (2020). Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein. Invulling van de wettelijke taken rond het natuurbeschermingsrecht. Rapport 20-264. Ecogroen bv Zwolle. 2 Jansen, F.A. & Kraaijeveld, S.E. (2020). Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein. Maatschappelijke taken rondom natuur en biodiversiteit in Nieuwegein. Rapport 20-264. Ecogroen bv Zwolle.
04
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
Voorliggende rapport beschrijft een aanpak om aan de hand van deze twee adviezen de wettelijk (hoofdstuk 2) en maatschappelijke taken (hoofdstuk 3) met succes uit te voeren. Daarnaast zijn op verzoek nog twee andere adviezen nader uitgewerkt: het opstellen van een Soortenmanagementplan (SMP) en het actualiseren van verspreidingsgegevens van beschermde soorten. Deze twee adviezen worden onder de wettelijke taken behandeld. In hoofdstuk 4 wordt advies gegeven over mogelijk in te zetten communicatiemiddelen en over het realiseren van bewustwording binnen en buiten de gemeente.
05
Plan Planvan vanAanpak AanpakWet Wetnatuurbescherming natuurbeschermingen enbiodiversiteit biodiversiteit
2. Wettelijke taken Het natuurbeschermingsrecht is, zoals beschreven in het eerdere adviesrapport de paraplu waaronder de verschillende gemeentelijke rollen en taken kunnen worden onderscheiden. De belangrijkste conclusie in het rapport is dat de kwaliteit van wettelijke werkprocessen beter geborgd moet worden. Een belangrijk aspect hierbij is de borging van ecologische en juridische kennis op dit vlak binnen de gemeente. De gemeente heeft daarom op basis van de werksessies en het adviesrapport de wens om de borging van ecologische kennis binnen de organisatie nader uit te werken. Er is daarnaast behoefte aan een aanspreekpunt voor de werknemers van de gemeente die beschikt over gedegen kennis op het gebied van ecologie en het natuurbeschermingsrecht. Voor de werknemers is het van belang om te weten wanneer en hoe zij kunnen beschikken over de benodigde ecologische kennis om de kwaliteit van hun wettelijke taken te borgen. In kader 1 is een beschrijving van de benodigde ecologische kennis en vaardigheden (o.a. als aanspreekpunt) binnen de gemeente opgenomen. De implementatie van de werkprocessen rondom deze taken is hieronder per rol van de gemeente beschreven.
Kader 1 Benodigde ecologische kennis en deskundigheid binnen de gemeente Ten behoeve van taken rond het natuurbeschermingsrecht • Basiskennis Wet natuurbescherming, juridische en procedurele aspecten, toezicht en handhaving; • Kennis van soorten, beschermd onder de Wet natuurbescherming, met name binnen de gemeente te verwachten beschermde soorten; • Kennis van gebiedsbescherming onder de Wet natuurbescherming: Natura 2000 (Wnb), NNN (Barro); • Kennis van relevant provinciaal beleid / provinciale regelgeving; • Kennis van passende compenserende of mitigerende maatregelen als er beschermde soorten in het geding zijn; • Kennis van relevante gemeentelijke gedragscodes. Ten behoeve van taken rond biodiversiteit • Kennis van binnen de gemeente aanwezige natuurwaarden, (populatie-)trends en potenties voor ontwikkeling van biodiversiteit in de gemeente; • Kennis van passende (soortgerichte) inrichtings- en beheermaatregelen ter bevordering van biodiversiteit in de gemeente; • Kennis van actueel biodiversiteitsbeleid; • Kennis van subsidieregelingen rond biodiversiteit. Overig • •
Deskundigheid op het gebied van communicatie: goede uitleg kunnen geven over de Wet natuurbescherming, procedurele aspecten, planning, kennis goed kunnen overdragen aan anderen; Deskundigheid op het gebied van coördinatie: aanspreekpunt voor medewerkers, zorgen voor een goede timing van stappen en handelingen die moeten worden uitgevoerd.
06
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
2.1
Borgen van ecologische inhoud in de verschillende rollen
2.1.1
Initiatiefnemer van projecten, plannen en beheer Voor de gemeentelijke rol als initiatiefnemer in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het van belang om ecologische kennis op specifieke momenten in te kunnen zetten om de voortgang en kwaliteit van een initiatief (project, plan of beheer) te borgen. Dit is met name het geval bij grotere projecten met veel actoren en belangen, beschermde soorten of bij weerstand uit de omgeving. Elk initiatief verloopt anders, maar in grote lijnen zijn minstens een aantal stappen en onderzoeken nodig. Deze onderzoeken zijn uitvoerig beschreven in het eerdere adviesrapport. In tabel 2.1 is een voorbeeld gegeven van een standaard project waarbij bijvoorbeeld een gebouw wordt gesloopt of een gebied heringericht wordt. In de tabel is te zien dat voorbereiding van dit project al minstens 1 ¾ jaar van tevoren start. In enkele gevallen is deze periode korter, bijvoorbeeld wanneer uit een quickscan (natuurtoets) blijkt dat aanvullend onderzoek niet nodig is. Het kan echter dan nog steeds nodig zijn om bepaalde mitigerende maatregelen te treffen zoals werken buiten het broedseizoen. Het is daarom raadzaam om al vanaf de ontwerpfase minstens één tot twee jaar van tevoren een persoon met voldoende ecologische kennis (ecologische deskundige of ecologisch adviesbureau) te betrekken bij de voorbereiding van een initiatief.
Beheer Beheer valt onder de rol van initiatiefnemer, maar er gelden soms andere procedures. In het kader van (on)bestendig beheer is het niet altijd noodzakelijk om een quickscan te laten uitvoeren door een extern adviesbureau omdat ook gewerkt kan worden volgens een gedragscode (Gedragscode soortbescherming voor gemeenten, zie ook adviesrapport). In dat geval is het noodzakelijk om tijdig (minstens één tot twee jaar voor aanvang van het project) een ecologisch deskundige te betrekken bij het werkproces om te achterhalen wat wel nodig is, bijvoorbeeld werken buiten bepaalde kritische periodes (broedseizoen). Dergelijke aanvullende maatregelen kunnen bij het uitvoeren van werkzaamheden worden uitgewerkt in werkprotocollen en, in aanvulling op de gedragscode, van toepassing worden verklaard. De uitwerking hiervan kan ook via bestekken worden uitbesteed aan aannemers waarbij de ecologisch deskundige een toetsende rol vervult. Tabel 2.1 Overzicht stappen van een standaard ecologisch onderzoek. Tijdslijn
Onderdeel
Activiteit
Week 1
Voorbereiding
Bespreek met ecologisch des-
Aandachtspunten
kundige risico’s Week 3 Week 5
Onderzoeksfase Onderzoeksfase
Vraag een offerte quickscan
Bespreek met ecologisch deskundige
Wnb aan bij adviesbureau
wat er in de offerte moet staan.
Ontvangst offerte
Bespreek met ecologisch deskundige kwaliteit en volledigheid van de offerte.
Week 7
Onderzoeksfase
Start uitvoering quickscan
Week 14
Onderzoeksfase
Resultaten quickscan
Bespreek met ecologisch deskundige kwaliteit en volledigheid van de quickscan.
Week 16
Onderzoeksfase
Indien uit quickscan blijkt dat
Bespreek met ecologisch deskundige
aanvullend onderzoek nodig is,
wat in de offerte moet komen te staan.
offerte aanvragen. Week 18
Onderzoeksfase
Ontvangst offerte
Bespreek met ecologisch deskundige kwaliteit en volledigheid van de offerte. Controleer of de onderzoeksmethodiek
07
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
overeenkomt met de richtlijnen uit soortenprotocollen en kennisdocumenten van BIJ123. Week 20*
Onderzoeksfase
Adviesbureau voert noodzake-
aanvullend on-
lijk aanvullend onderzoek uit
derzoek Week 40*
Onderzoeksfase
Resultaten aanvullend onder-
Bespreek met ecologisch deskundige
aanvullend on-
zoek
de kwaliteit en volledigheid van het
derzoek
aanvullend onderzoek. Vergelijk de onderzoeksmethodiek met wat is afgesproken in de offerte.
Week 42
Aanvraag ont-
Vraag een offerte aan bij ad-
Bespreek met ecologisch deskundige
heffing/ vergun-
viesbureau
wat er in de offerte moet staan.
Ontvangst offerte
Bespreek met ecologisch deskundige
ning Week 44
Aanvraag ontheffing/ vergun-
kwaliteit en volledigheid van de offerte.
ning Week 54
Aanvraag ont-
Adviesbureau dient aanvraag
Bespreek met ecologisch deskundige
heffing/ vergun-
namens de gemeente in bij pro-
kwaliteit en volledigheid aanvraag. Ad-
ning
vincie
viesbureau moet hiertoe gemachtigd zijn.
Week 75
Aanvraag ont-
Ontheffing / vergunning wordt
Bespreek met ecologisch deskundige
heffing/ vergun-
na max 20 weken verleend, mo-
de inhoud van de ontheffing/ vergun-
ning
gelijk enkel periode van zien-
ning.
wijze en bezwaar volt. Week 75
Ecologische be-
Adviesbureau stelt ecologisch
Bespreek met ecologisch deskundige
geleiding
werkprotocol op (EWP).
de volledigheid en kwaliteit van het
Start uitvoering
Indien de voorschriften uit de
Bespreek met de ecologisch deskun-
ontheffing / vergunning vol-
dige de voortgang van de werkzaamhe-
doende zijn opgevolgd, kunnen
den. Controleer of werkzaamheden
de werkzaamheden na circa
volgens de voorschriften worden uitge-
1,75 jaar worden gestart.
voerd, eventueel samen met een eco-
EWP. Week 80
logisch deskundige. * Aanvullend onderzoek wordt in veel gevallen uitgevoerd aan de hand van soortenprotocollen, bijvoorbeeld het vleermuisprotocol. In dit protocol staat beschreven waar het onderzoek aan moet voldoen om juridisch houdbaar te zijn. Vleermuisonderzoek moet bijvoorbeeld in de periode mei – september uitgevoerd worden.
2.1.2
Vergunningverlening In het geval dat een ontheffing dan wel vergunning Wnb is aangehaakt bij de omgevingsvergunning, is de gemeente verantwoordelijk voor vergunningverlening. Op een aantal momenten is het verstandig om een ecologisch deskundige in te schakelen (zie tabel 2.2). Met name bij grote projecten met veel verschillende actoren, complexe ecologische projecten en projecten met weerstand vanuit de omgeving is een ecologische kennis binnen de organisatie onmisbaar. De vergunningverlener is in eerste instantie verantwoordelijk om te controleren of ecologisch onderzoek is uitgevoerd. Is dit niet het geval, dan dient de initiatiefnemer hierop gewezen te worden. De ecologisch deskundige ________________________________________________________________________________ 3 De uitvoeringsorganisatie van de twaalf provincies, zie www.bij12.nl.
08
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
kan gevraagd worden om mee te denken over het benodigde ecologisch onderzoek en de onderzoeksmethodiek. Indien wel ecologisch onderzoek is uitgevoerd, dan dienen voorschriften uit het ecologisch onderzoek te worden opgenomen in de vergunning. Deze voorschriften kunnen voortvloeien uit bijvoorbeeld een quickscan ecologie, aanvullend ecologisch onderzoek of de aangehaakte ontheffing/ vergunning Wnb. Geadviseerd wordt om de ecologische voorschriften in de vergunning te laten controleren door een ecologisch deskundige. Indien gewenst kan ook de provincie worden gevraagd om mee te kijken door middel van een verklaring van geen bedenkingen. Tabel 2.2 Overzicht contactmomenten met de ecologisch deskundige ten aanzien van vergunningverlening.
Onderdeel
Taak
Aandachtspunten per taak
Vooroverleg vergunningtraject*
Bespreek met ecologisch deskundige en eventueel initiatiefnemer de risico’s. Vraag de deskundige welke onderzoeken minimaal nodig zijn om vergunning te kunnen verlenen. Onderzoek of de nodige ecologische onderzoeken zijn uitgevoerd. Haak ecologisch deskundige aan bij beoordeling van de kwaliteit van deze rapporten. Bespreek met de ecologisch deskundige de voorschriften uit de ontheffing en borg deze in de vergunning.
Zet afspraken op papier en controleer deze op het moment dat de vergunning wordt aangevraagd.
Opstellen vergunning zonder aangehaakte ontheffing
Opstellen vergunning met aangehaakte ontheffing
Indien er geen of niet voldoende onderzoeken zijn uitgevoerd dan dient de vergunningverlener de initiatiefnemer daarop te wijzen. Communiceer met handhaving en toezicht over de voorschriften uit de ontheffing. Doel is om handhaafbare voorschriften op te stellen.
* In sommige gevallen is het wenselijk om (met name grotere projecten) vooraf te bespreken zodat zowel de initiatiefnemer als de vergunningverlener niet voor verrassingen komt te staan.
2.1.3
Handhaving & toezicht De gemeente is ervoor verantwoordelijk om te controleren of de voorschriften uit de aangehaakte ontheffing dan wel vergunning worden nageleefd. Zodra een ontheffing Wnb niet is aangehaakt ligt de verantwoordelijkheid van het naleven van de voorwaarden uit de ontheffing bij de provincie. Ook als er geen sprake is van ontheffing, maar als er voorschriften uit het ecologisch onderzoek zijn overgenomen in de vergunning of het bestemmingsplan, is de gemeente verantwoordelijk om erop toe te zien dat de voorschriften worden nageleefd. Uit de werksessie blijkt dat de gemeente niet bevoegd is om te handhaven op de Wnb omdat de gemeente niet beschikt over een zogenoemde BOA 2. Binnen de gemeente zijn alleen BOA’s 1 actief en (groene) toezichthouders bij het Openbaar Domein (OD), zij mogen niet handhaven op de Wnb. Wel kunnen zij bij vermoedelijke overtredingen van de Wnb contact leggen met handhavers van de provincie / RUD zodat er alsnog gehandhaafd kan worden. Om voor een BOA 2 in aanmerking te komen worden volgens de gemeente strenge voorwaarden gesteld door het Openbaar Ministerie. De gemeente wordt geadviseerd om de mogelijkheden te bespreken om een BOA 2 aan te stellen die kan handhaven op de Wnb.
09
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
Toezicht vindt momenteel wel plaats door de gemeente, maar er is geen beleid ten aanzien van de Wnb. Kortom, de Wnb krijgt geen prioriteit waardoor het aan toezicht en handhaving ontbreekt. Geadviseerd wordt om dit beleid op te stellen en afspraken te maken wie verantwoordelijk is voor het toezien op voorschriften die zijn opgenomen in de vergunning. Een ecologisch deskundige kan adviseren over de wijze van toezicht. Indien de gemeente niet over een BOA 2 beschikt, dan kan in overleg met de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) handhaving plaats vinden. Er wordt geadviseerd hiervoor budget te reserveren. De RUD beschikt over de expertise om te handhaven op de Wnb. Handhaving en toezicht is met name van belang bij: • Grotere projecten met veel verschillende actoren • Complexe ecologische projecten met veel soorten of beschermde gebieden • Projecten met veel weerstand vanuit de omgeving Tabel 3.3 Overzicht taken toezicht en handhaving.
Onderdeel Vooroverleg tussen toezichthouder en vergunningverlener / ecologisch deskundige Toezichthouder of derde partij vraagt om handhaving
Uitvoering handhaving RUD
Evaluatie handhaving RUD
2.2
Taak Bespreek de voorschriften uit de vergunning met de vergunningverlener en de ecologisch deskundige. Overleg met RUD over de situatie. Betrek ecologisch deskundige, toezichthouder en vergunningverlener. Ecologisch deskundige, toezichthouder en vergunningverlener zijn op de hoogte van de handhaving. Ecologisch deskundige, toezichthouder of vergunningverlener neem contact op met RUD.
Aandachtspunt per taak
Bepaal waar de verantwoordelijkheid van de coördinatie ligt.
Bespreek met RUD gemaakte afspraken. Leg deze vast. De gemaakte afspraken dienen in sommige gevallen opnieuw gecontroleerd te worden door de RUD.
Overige adviezen Een ecologisch deskundige functioneert met name als vraagbaken voor de verschillende rollen. Desondanks kunnen ook door andere middelen werkprocessen versoepelen. Uit de gevoerde werksessies blijkt dat er behoefte is aan een zogenoemde Soortenmanagementplan en een actualisatie van de verspreidingskaart van beschermde soorten.
2.2.1
Soortenmanagementplan Een Soortenmanagementplan (SMP) is een middel om voor een langere periode (circa 10 jaar) een ontheffing te krijgen voor een aantal veel voorkomende beschermde soorten. Een SMP dat veel voorkomt is een SMP voor vleermuizen, gierzwaluw en huismus in het stedelijk gebied. Deze beschermde soorten worden veruit het meeste aangetroffen in bebouwing waardoor het vaak voorkomt dat voor sloop of renovatie intensief onderzoek en een ontheffing Wnb nodig is. Dergelijk onderzoek kan oplopen tot meer dan € 10.000 per project (denk aan renovatie van een woonwijk).
10
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
Met een vastgesteld SMP kan worden voorkomen dat bij ieder (deel)project waarin bijvoorbeeld woningen worden gerenoveerd of verduurzaamd ecologisch onderzoek moet worden uitgevoerd en een ontheffing Wnb moet worden aangevraagd. Het SMP is dus een middel om activiteiten aan woningen te versnellen zonder afbreuk te doen aan de instandhouding van populaties. Hierdoor kunnen dergelijke projecten makkelijker doorgang vinden en worden kosten (onderzoek, leges) en proceduretijd bespaard. Stappenplan opstellen SMP Voor het opstellen van een SMP voor vleermuizen, gierzwaluw en huismus in het stedelijk gebied zijn een aantal stappen nodig: 1. Bepaal scope van het SMP De eerste stap is om te bepalen waar het SMP voor wordt gebruikt. In dit voorbeeld zijn de soorten al duidelijk: vleermuizen, gierzwaluw en huismus. De werkzaamheden waar de ontheffing voor dient, liggen meestal ook vast: renovatie/verduurzaming en eventueel sloop van bebouwing. Daarnaast is het van belang om het onderzoeksgebied te bepalen. Hoe kleiner het onderzoeksgebied hoe eenvoudiger en goedkoper het SMP wordt, maar des te beperkter de mogelijkheden binnen het SMP. Bij de meeste SMP’s wordt minimaal de bebouwde kom volledig geïnventariseerd, omdat daar de grootste verduurzamingsopgave ligt. Het is echter ook mogelijk om slechts een deel van de bebouwde kom of bepaalde wijk te in inventariseren.
De verhouding van de kosten en de baten zijn het meest gunstig wanneer een deel van de gemeente wordt geïnventariseerd waarbij veel bebouwing aanwezig is die binnen tien jaar gerenoveerd moet worden. Het inventariseren van het buitengebied is arbeidsintensief, kostenverhogend en bovendien liggen hier minder vaak grote verduurzamingsopgaven. 2. Betrek partners bij SMP In veel gevallen worden woningcorporaties betrokken bij het opstellen van een SMP. Woningcorporaties hebben veel baat bij een SMP, omdat zij hiermee de verduurzaming van hun woningen kunnen bespoedigen. Daardoor kunnen ook de kosten van het SMP worden gedeeld. 3. Betrek provincie Een plan van aanpak (punt 4 hieronder) dient voorafgaand aan de uitvoering van het SMP te worden voorgelegd aan de provincie ter goedkeuring. In de aanpak kan de provincie voorwaarden stellen aan bijvoorbeeld de inventarisatietechnieken en de te nemen mitigerende maatregelen die in het SMP worden vastgelegd. Door hier aan het begin van het traject afspraken over te maken wordt het risico op vragen van de provincie en het afbreukrisico bij het verlenen van de ontheffing geminimaliseerd. 4. Plan van Aanpak Een ecologisch deskundige (meestal door een adviesbureau) kan een PvA opstellen en deze voorleggen aan de provincie.
In het PvA dient minimaal het volgende opgenomen te worden: • onderzoeksgebied • betreffende soortgroepen • werkzaamheden • inventarisatiemethodiek • planning Met name de inventarisatiemethodiek is van belang om goed te laten keuren door de provincie. Bij een standaard ontheffingsaanvraag (bijvoorbeeld sloop van een schoolgebouw) worden de
11
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
richtlijnen uit kennisdocumenten en het vleermuisprotocol opgevolgd om tot een juridisch houdbaar onderzoek op te stellen. Bij de inventarisatie van een groter gebied -zoals het geval is bij een SMP- zijn deze richtlijnen op sommige punten niet haalbaar. Een regel uit het vleermuisprotocol is bijvoorbeeld dat tijdens een veldbezoek 75% van het projectgebied moet worden overzien, dat is bij grotere projectgebieden (zoals een hele gemeente) nagenoeg onmogelijk. Bovendien is een SMP er met name voor bedoeld om een uitspraak te doen over de instandhouding van bepaalde soorten. Het grotere plaatje van een populatie en de belangrijkste locaties met verblijfplaatsen zijn daarmee uitermate van belang. De inventarisatiemethodiek dient daarop afgestemd te worden en goedgekeurd te worden door de provincie. Het is overigens raadzaam om bij de provincie eerst een concept PvA voor te leggen voordat deze definitief wordt ingediend. Op deze manier wordt voorkomen dat het PvA volledig wordt afgekeurd. 5. Uitvoeren inventarisaties (april – september) De inventarisatie naar huismus, gierzwaluw en vleermuizen vindt plaats in de periode april tot en met september. De inventarisatie dient uitgevoerd te worden conform goedgekeurd PvA. In de meeste gevallen wordt de gemeente opgedeeld in tientallen deelgebieden die elk door enkele ecologen opeenvolgend worden geïnventariseerd. 6.
Opstellen SMP Zodra de veldinventarisatie is afgerond kan de rapportage en het kaartmateriaal worden opgesteld. Dit is eigenlijk de kern van het SMP. Het is raadzaam met conceptversies te werken en deze iteratief te bespreken met de provincie. Zodra de provincie akkoord gaat met de laatste versie kan een definitief SMP opgesteld worden, die als input voor de ontheffingsaanvraag dient. 7. Indienen ontheffingsaanvraag Het definitieve SMP dient als ontheffingsaanvraag ingediend te worden met een begeleidende brief. 8. Beoordelingsprocedure Zodra het SMP is ingediend heeft de provincie 13 tot 20 weken de tijd (exclusief zes weken bezwaartermijn) om het SMP te beoordelen. In deze weken is het gebruikelijk dat de provincie aanvullende vragen stelt over het SMP, welke naar verwachting goeddeels ondervangen worden door vooraf een helder aanpak vast te stellen en conceptdocumenten tussentijds te bespreken. 9. Ontheffing Als de provincie akkoord gaat met de ontheffingsaanvraag wordt een conceptbesluit opgesteld. Hierna volgt een bezwaartermijn van zes weken, waarna de ontheffing definitief wordt (mits er geen bezwaar wordt gemaakt). Vanaf dit moment kunnen de werkzaamheden die onder de ontheffing vallen uitgevoerd worden conform het SMP. 10. Implementatie SMP Binnen de gemeente dient het SMP helder uiteengezet te worden binnen de verschillende teams.
Een coördinator en/of ecologisch deskundige dient aangehaakt te blijven om het SMP binnen de gemeente te implementeren en om initiatiefnemers/bewoners te begeleiden. Daarnaast is veelal de voorwaarde dat na vaststelling van het SMP monitoring plaatsvindt. Dit varieert van één keer in de twee jaar tot één keer in de vijf jaar of een combinatie hiervan. Kosten en planning De kosten van een SMP lopen sterk uiteen. De orde van grootte ligt tussen de €50.000,- en €150.000,-. Na afloop is ook monitoring noodzakelijk wat tevens enkele tienduizenden euro’s kan
12
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
kosten. Ook zijn er interne kosten voor de coördinatie binnen de gemeente. Het opstellen van een SMP neemt circa 1,5 jaar in beslag, mits op het goede moment wordt gestart (oktober). Voor een SMP kan subsidie aangevraagd worden bij provincie4. Zij stimuleren gemeenten om een SMP op te stellen en zo de gezamenlijke administratieve last naar beneden te brengen. Hierbij kan maximaal 50% van het totale bedrag worden aangevraagd. Voor meer informatie over het opstellen van een SMP wordt verwezen naar Richtlijn soortenmanagementplan stedelijk gebied dat is opgesteld door provincie Zuid-Holland in 20205. 2.2.2
Verspreidingskaart soorten In 2012 is in kaart gebracht waar ongeveer welke beschermde soorten voorkomen in de gemeente 6. Dit onderzoek is echter gedateerd en bovendien is de toenmalige Flora- en faunawet vervangen door de Wet natuurbescherming (2017). Door het onderzoek te actualiseren, ontstaat een beeld van de huidige verspreiding van beschermde soorten en waar zij zich bevinden. Hiermee kan per deelgebied of activiteit een risicoschatting worden gemaakt. Op basis van deze risico’s kan aan de voorkant in kaart worden gebracht welke onderzoeken en stappen nodig zijn om een bepaald initiatief uit te voeren. Bovendien helpt het ook de afdeling vergunningverlening bij het inschatten van risico’s/ het toetsen van vergunningaanvragen als het gaat om (uitgevoerd onderzoek naar) beschermde natuurwaarden en is het een middel voor de ecologisch deskundige om de natuur binnen de gemeente beter te leren kennen. Het product kan een digitale webviewer zijn waarin de gebruiker per deelgebied kan zien waar zich (beschermde) natuurwaarden bevinden. Deze webviewer kan ook bijdragen aan de maatschappelijke taak (het vergroten van biodiversiteit in de gemeente) door naast de verspreiding van natuurwaarden ook kansen te laten zien.
De kosten voor het opstellen van verspreidingskaarten en daarmee de koppeling met risico’s en kansen wordt geschat op een bedrag van € 10.000,- tot € 25.000,- (zie ook adviesrapport wettelijke taken). Bij het actualiseren van het onderzoek is het van groot belang om de ecologisch deskundige binnen de gemeente te betrekken. Ook bij het naderhand raadplegen van de webviewer, bijvoorbeeld wanneer de gemeente van plan is een gebied te herontwikkelingen, is ruggenspraak met een deskundige onvermijdelijk. De webviewer (en het achterliggende onderzoek) kan namelijk niet gebruikt worden als juridisch document. In nagenoeg alle gevallen is alsnog onderzoek nodig in de vorm van een quickscan ecologie en vervolgens mogelijk aanvullend onderzoek. Het is daarom raadzaam om actualisatie van het onderzoek met name te baseren op literatuuronderzoek aangevuld met beknopt veldonderzoek om de kosten te drukken. Met het literatuuronderzoek ontstaat al een goed beeld van mogelijke risico’s en kansen per deelgebied in de gemeente. Om de gegevens actueel te houden wordt aanbevolen om iedere vijf jaar bekende verspreidingsgegevens te raadplegen, een inventarisatieronde uit te voeren en het onderzoek te actualiseren. Voor gebruik van informatie door initiatiefnemers en belangstellenden in de gemeente kan het onderzoek via de website openbaar toegankelijk worden gemaakt.
________________________________________________________________________________ 4 Zie https://www.provincie-utrecht.nl/loket/subsidies/biodiversiteit-soortenmanagementplan-smp 5 Zie https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/files/wnb/Richtlijn_soortenmanagementplan_Wnb_ZH.pdf 6 Brekelmans et al. (2012). Beschermde flora en fauna Nieuwgein. Bureau Waardenburg. Rapport nr 11-197.
13
Plan Planvan vanAanpak AanpakWet Wetnatuurbescherming natuurbeschermingen enbiodiversiteit biodiversiteit
3. Maatschappelijke taken Gemeente Nieuwegein voelt een maatschappelijke verantwoordelijkheid om de natuurwaarden en biodiversiteit in de gemeente te verhogen. Er wordt al veel gedaan in Nieuwegein aan biodiversiteit, maar een actueel beeld van de mogelijkheden en samenhang ontbreekt. Er is in rapport Jansen en Kraaijeveld (2020) een start gemaakt met het in beeld brengen van welke opties en wensen er zijn, welke acties er al door de gemeente worden uitgevoerd en waar verbeterpunten en kansen liggen, onderverdeeld in de verschillende vlakken waarop biodiversiteit een rol speelt in de gemeente; te weten beleid, projecten en plannen, beheer, faciliteren, informeren en monitoring. In dit implementatieplan wordt beschreven hoe op het advies uit het eerdere rapport uitgevoerd en geïmplementeerd kan worden op deze vlakken. Zie bijlage 1 voor samenvatting van de adviesrapporten.
3.1
Beleid Zoals ook bij de wettelijke taken beschreven staat is het wenselijk om de juiste ecologische vakkennis over biodiversiteit te borgen in de organisatie zodat men zorg kan dragen voor coördinatie van monitoring, maatregelen en de aandachtspunten op het gebied van biodiversiteit vakkundig kan begeleiden. Het is wenselijk als een ecologisch deskundige zitting kan nemen in de een klankbordgroep waarin medewerkers van de gemeente in diverse rollen zijn vertegenwoordigd (zie rapport ‘Natuurbeschermingsrecht in de gemeente Nieuwegein’ en zo ook de maatschappelijke kanten van biodiversiteit onder de aandacht kan blijven brengen. Het globale gemeentelijke beleid kan verder uitgewerkt worden in een uitvoeringsprogramma/Groenstructuurplan met daarin de volgende onderdelen en prioritering (zie ook figuur 3.1): 1. Het uitvoeren van een verkenning van doelen en natuurwaarden waarop de gemeente in wil spelen. Geadviseerd wordt om hierbij het provinciale beleid (o.a. Supplement Biodiversiteit: aandachtsoorten en icoonsoorten7), eigen beleidsstukken en soorten van de Rode lijst te raadplegen. Per soort kunnen doelen worden gesteld. Bijvoorbeeld op basis van populatiegrootte of de grootte en kwaliteit van het leefgebied. 2. Inventariseer de (globale) verspreiding van de in stap 1 vastgestelde natuurwaarden in de gemeente. 3.
Stel een kansenkaart op, waarop te zien is in welke gebieden ingespeeld kan worden op bepaalde natuurwaarden. Zo kan bijvoorbeeld in het stedelijk gebied met jaren 30 woningen ingespeeld worden op nestplaatsen van gierzwaluw en huismus en in het buitengebied op bepaalde amfibieën. Deze kansenkaart kan ook bijdragen aan de risicokaart in het kader van de wettelijke taken door aan te geven waar beschermde soorten mogelijk voorkomen (paragraaf 2.3.2). Bij het opstellen van een kansenkaart kunnen naast gegevens uit ________________________________________________________________________________ 7 Te downloaden van de website www.provincie-utrecht.nl.
14
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
4.
5.
6.
ecologische inventarisaties / kansrijke gebieden ook ideeën en initiatieven van bewoners worden betrokken. In het uitvoeringsprogramma kan hierop worden ingespeeld door bij voorbeeld budget (subsidie), grond of ondersteuning met kennis in te zetten. Bepaal aan de hand van stap 1 t/m 3 ambities en concrete doelen en prioriteer door doelen en een visie op te stellen. De nadruk kan bijvoorbeeld komen te liggen op soorten waar het slecht mee gaat, op gebieden die soortenarm zijn of op kansrijke maatregelen in gebieden die ontwikkeld worden voor andere doelen zoals klimaatadaptatie. Maak hierbij gebruik van bestaande beleidskaders uit het natuurbeleid van de provincie en gemeentelijke visies. Stel per doelstelling een programma met concrete en meetbare maatregelen op voorzien van planning en budget en benoem een verantwoordelijke voor de uitvoering. Hierdoor kunnen de maatregelen eenvoudig worden geïmplementeerd bij uitwerking van projecten en plannen of overige initiatieven. Een doelstelling is bijvoorbeeld een toename van het aantal broedende gierzwaluwen met 50 broedgevallen door het plaatsen van 200 nestkasten in 5 jaar, te realiseren via maatregel x / y /z. Leg genomen maatregelen vast (bijvoorbeeld in een web viewer) zodat ook later voor de monitoring bijgehouden kan worden waar en waarvoor maatregelen zijn genomen.
Voortgang van de geformuleerde doelstellingen dienen gemonitord te worden. Op basis van deze monitoring kan bepaald worden of de doelstelling is behaald of dat bijgestuurd moet worden. Aanbevolen wordt om de monitoring door een deskundig bureau te laten uitvoeren. Ecologisch deskundige en klankbordgroep aanstellen
Monitor maatregelen
Evalueer maatregelen
Verken doelstellingen (visie)
Voer maatregelen uit en communiceer mogelijkheden intern en extern
Stel maatregelen bij
Inventariseer natuurwaarden
Formuleer per doelstelling maatregelen
Realiseer kansenkaart en betrek derden
Formulieer meetbare doelen en indicatoren
Figuur 3.1 Schematische weergave en prioritering van te nemen stappen om tot een succesvol uitvoeringsprogramma te komen.
3.2
Plannen, projecten en beheer De maatregelen die uit het uitvoeringsplan naar boven komen, dienen gebudgetteerd, uitgevoerd en geïmplementeerd te worden door de gemeente. Het uitvoeringsplan dient hiermee als uitgangspunt voor de te nemen maatregelen. Hoewel het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit structuur en overzicht biedt, is het altijd zinvol om in de ontwerpfase van een initiatief de ecologisch deskundige
15
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
te betrekken. De deskundige kan meedenken over kansen voor een groene invulling van het initiatief en deze koppelen aan het Uitvoeringsprogramma. Initiatieven kunnen twee karakters hebben: ruimtelijk en sociaal. Ruimtelijke initiatieven zijn terug te vinden in het landschap, bijvoorbeeld de aanleg van een pluktuin of natuurvriendelijke oever. Sociale initiatieven gaan over educatie en bewustwording, bijvoorbeeld workshops of tentoonstellingen. Met name bij de ruimtelijke initiatieven gelden een aantal aandachtspunten. Naast afwegingen over grondeigendom en beheer is het bij ruimtelijke initiatieven van groot belang om vooraf na te denken over de geschiktheid van een locatie. Niet elke locatie is bijvoorbeeld geschikt voor een pluktuin vanwege de bodemsamenstelling, grondwaterstand of de afstand tot een bepaalde dorpskern. Bovendien levert een pluktuin minder voordeel op voor de gierzwaluw maar wel voor de huismus. De ecologisch deskundige kan daarom meedenken over de locatie van ruimtelijke initiatieven en aan welke doelstellingen het initiatief bijdraagt. Wordt er gekozen voor het maximaal aantal verschillende soorten of voor een maximale oppervlakte groen waar slechts enkele soorten van profiteren? De gemeente heeft tijdens één van de werksessies al aangegeven aan beide categorieën doelstellingen te verbinden.
Het team Milieu Educatief Centrum ‘Natuurkwartier’ (onderdeel van afdeling Ruimtelijk Domein) heeft veel ervaring met de uitvoering van ruimtelijke (en sociale) initiatieven. Geadviseerd wordt om nauw samen te werken met het team Natuurkwartier. Het uitvoeringsprogramma biedt de kaders om te bepalen welke maatregelen waar uitgevoerd kunnen worden en hoe de maatregelen bijdragen aan de doelstellingen. Daarin is ook opgenomen hoe de maatregelen gemonitord moeten worden. Succesvolle implementatie start echter bij bewustwording. Het belang van biodiversiteit en de integratie van biodiversiteitmaatregelen in bestaande werkprocessen dient volledig ingebed te zijn in de gemeentelijke organisatie en informatie hierover dient beschikbaar te zijn voor bedrijven en inwoners. Advies hierover wordt besproken in hoofdstuk 4.
16
Plan Planvan vanAanpak AanpakWet Wetnatuurbescherming natuurbeschermingen enbiodiversiteit biodiversiteit
4. Communicatie Uit de werksessies is gebleken dat communicatie over de wettelijke en maatschappelijke taken en verantwoordelijkheden uitermate belangrijk is. Zowel binnen de gemeente als naar buiten. Het belang van biodiversiteit en de wettelijke bescherming van soorten en gebieden is niet altijd bekend binnen de gemeente en bij de inwoners van de gemeente of overige initiatiefnemers. Het is in het belang van de gemeente om een strategie te bepalen om op een eenduidige manier consequent te communiceren.
4.1
Intern Geadviseerd wordt om een klankbordgroep op te zetten waarbij elke relevante afdeling van de gemeente (Openbaar Domein, Toezicht, Veiligheid en Leefbaarheid, Ruimtelijke Domein en Communicatie, Juridische Zaken) aan tafel zit, inclusief een ecologisch deskundige. Met deze groep kan eens in het kwartaal of eens per half jaar de voortgang van de wettelijke taken van het natuurbeschermingsrecht en de maatschappelijke taken (aan de hand van het beoogde Uitvoeringsprogramma) worden besproken en geëvalueerd. Daarnaast is het van belang om ook buiten de klankbordgroep in gesprek te gaan met werknemers over de wettelijke en maatschappelijke taken en verantwoordelijkheden van de gemeente. Dit geldt bijvoorbeeld voor de projectleiders. De vertegenwoordigers van de afdeling die deel uitmaken van de klankbordgroep functioneren daarom tevens als ambassadeur om collega’s te onderrichten en ondersteunden op het gebied van het natuurbeschermingsrecht en het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit. De ambassadeurs pakken daarmee ook een zekere verantwoordelijkheid die erkend moet worden binnen de gemeente. Hiervoor geldt de voorwaarde dat binnen de gemeente enige mate van prioriteit moet worden gegeven aan biodiversiteit, zodat er snelheid in de uitvoering komt en resultaten zichtbaar worden voor de burgers.
De voornaamste valkuil is dat door andere taken en werkzaamheden geen tijd overblijft om aandacht te schenken aan de wettelijke taken en aan het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit, waardoor het niet echt van de grond komt. Bewustwording moet ingebed worden binnen de organisatie. Voorliggende Plan van Aanpak en de gevoerde werksessies helpen daarbij. Geadviseerd wordt om deze aandacht vast te houden bijvoorbeeld door nieuwsberichten op gemeentelijke intranet, interviews met experts, podcasts, het delen van voorbeeldprojecten en het evalueren van initiatieven. Een communicatiedeskundige kan gevraagd worden om te bepalen welke strategie hier het beste bij past.
17
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
4.2
Extern Invalshoek De gemeente heeft ervoor gekozen om maatschappelijk taken niet afdwingbaar te maken, kortom het bevorderen van de biodiversiteit in de gemeente moet vrijwillig zijn. De gemeente kiest daarmee om een faciliterende, stimulerende en verbindende rol te pakken. Dit houdt in dat de gemeente initiatieven ondersteunt met kennis, subsidie, beschikbaar stellen van grond en door zelf het goede voorbeeld te geven. Ook voor een groot deel van de wettelijke taken geldt dat de gemeente initiatiefnemers wil ondersteunen met kennis en door mee te denken, hoewel hier verwezen kan worden naar het natuurbeschermingsrecht en daarmee het dwingende karakter van de Wet natuurbescherming. Eenieder wordt immers geacht de wet te kennen. Toch blijft hier een stimulerende en verbindende rol van de gemeente centraal staan. Informatievoorziening Naast de gemeente treden ook bedrijven, organisaties en particulieren op als initiatiefnemer. Deze initiatiefnemers spelen een rol bij het uitvoeren van zowel de wettelijke als de maatschappelijke taken. Van belang is dat een initiatiefnemer op een laagdrempelige en eenvoudige wijze de gemeente kan benaderen voor vragen. De ambassadeurs uit de klankbordgroep zijn hiervoor verantwoordelijk. Een eenvoudige manier om te starten met het communiceren van wettelijke en maatschappelijke taken is het realiseren van een pagina op de website van de gemeente.
Op deze pagina kan informatie worden gegeven over hoe om te gaan met het natuurbeschermingsrecht en hoe om te gaan met het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit. Zo kunnen artikelen, interviews, podcasts, instructiefilmpjes en relevante links worden geplaatst. Hiermee ontstaat een verzamelplaats van relevante informatie waar initiatiefnemers en geïnteresseerden geïnformeerd kunnen worden over de taken, plichten en mogelijkheden binnen de gemeente. Voor vragen of initiatieven van burgers kan een mailbox worden aangemaakt waar de ambassadeurs of een coördinator bij kunnen. Zij kunnen de berichten doorsturen naar betrokkenen binnen de organisatie afhankelijk van het onderwerp. Daarnaast kunnen evenementen (te denken valt aan markten, openluchtvoorstellingen, klusprojecten etc.) helpen om het belang van biodiversiteit onder de aandacht te brengen. Bij dergelijke bijeenkomsten kan gelijk gedeeld worden hoe inwoners zelf hun steentje bij kunnen dragen. In aanvulling daarop kan de gemeente faciliteren door het geven van adviezen, het beschikbaar stellen van subsidies of verwijzen naar subsidiemogelijkheden van derden (bijvoorbeeld Groen doet Goed). Van belang daarbij is dat een persoon of afdeling wordt aangewezen als aanspreekpunt en dat dit aanspreekpunt via de gemeentelijk website goed is te vinden.
Bewoners moeten op een laagdrempelige en simpele manier de gemeente kunnen benaderen om hun initiatieven te bespreken. Het kan overwogen worden om communicatiedeskundigen te benaderen om een campagne te starten om biodiversiteit onder de aandacht te brengen en hoe inwoners hier zelf aan bij kunnen dragen. Op deze manier wordt meer maatschappelijk draagvlak gecreëerd. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een webinar-serie of werksessies over de plichten, mogelijkheden en de goede voorbeelden uit de gemeenten/provincie die online gezet wordt.
18
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
Particulieren, bedrijven en organisaties Partijen als particulieren, bedrijven en organisaties voeren veel initiatieven uit binnen de gemeente. Zij kunnen daarom voor een groot deel bijdragen aan een groen Nieuwegein. Geadviseerd wordt om met dergelijke partijen in gesprek te gaan en aanknopingspunten met biodiversiteit onder de aandacht te brengen. Voor het opstellen van een Soortenmanagementplan is het bijvoorbeeld van meerwaarde om woningcorporaties en aannemers aan te haken. Partners Het is van belang dat er een nauwe samenwerking is tussen de gemeente en mogelijke partners. Het betreft bijvoorbeeld terreinbeherende organisaties (bijv. Staatsbosbeheer), natuurwerkgroepen en de provincie Utrecht. Door hen vroegtijdig te betrekken bij het opstellen van het Uitvoeringsprogramma Biodiversiteit ontstaat een breed gedragen plan. De kans op eventueel bezwaar of weerstand wordt daarmee verkleind terwijl steun uit de omgeving wordt vergroot.
19
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
Inhoud Bijlagen
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
Bijlage 1 Samenvatting adviesrapporten Samenvatting adviesrapport wettelijke taken Gemeente Nieuwegein wil inzicht in haar wettelijke taken in het kader van het natuurbeschermingsrecht. Voorliggend rapport is het resultaat van literatuuronderzoek en gesprekken met de werknemers van de gemeente. Uit het onderzoek zijn diverse rollen naar voren gekomen waarin de gemeente wettelijke taken heeft ten aanzien van het natuurbeschermingsrecht. In de tabel op de volgende pagina wordt een samenvatting gegeven van dit rapport. Het natuurbeschermingsrecht, beschreven in hoofdstuk 2 en bijlage 1, is de paraplu waaronder de verschillende gemeentelijke rollen en taken kunnen worden onderscheiden. De rollen waarin de gemeente met het natuurbeschermingsrecht te maken heeft zijn de rijen in de tabel. Per rol zijn de bijbehorende taken, de invulling hiervan door de gemeente en aanbevelingen (waar in hoofdstukken 3 t/m 5 van dit rapport op in wordt gegaan) aangeduid in de kolommen. De kleuren in de tabel hebben de volgende betekenis: Wordt uitgevoerd: taak is goed bekend bij de gemeente en wordt al uitgevoerd.
Verdient aandacht: taak wordt niet altijd uitgevoerd of er is weinig ervaring mee.
Verdient extra aandacht: er is meer kennis of nieuw beleid nodig om deze taak goed uit te kunnen voeren. Hiermee is in één overzicht de inhoud van de verschillende hoofdstukken weergegeven. In de hoofdstukken zelf is achtergrondinformatie te vinden voor datgene dat beschreven is in de tabel. Hoofdstukken 1 en 2 zijn niet opgenomen in de tabel. Hoofdstuk 1 omvat de inleiding en hoofdstuk 2 beschrijft kort de achtergrond bij het natuurbeschermingsrecht. Voor nadere informatie over het natuurbeschermingsrecht wordt verwezen naar bijlage 1: ‘Uitwerking natuurbeschermingsrecht’. Parallel aan dit rapport is een tweede rapport opgesteld waarin is beschreven wat de gemeentelijke maatschappelijk taken zijn rond biodiversiteit en een leefbare en groene stad (rapport ‘Biodiversiteit in de gemeente Nieuwegein’, Ecogroen 2020). Enkele keren -met name wanneer een bepaalde taak niet meer als wettelijke taak kan worden gezien- wordt in voorliggend rapport dan ook verwezen naar het rapport met de maatschappelijke taken van de gemeente.
Rol
H3 Wettelijke taken gemeente
H4 Invulling gemeente Nieuwegein
H5 Advies
Uitvoeren Quickscan Natuurtoets
Wordt meestal gedaan.
Standaard laten uitvoeren door deskundige.
Beoordelen kwaliteit Quickscan Natuurtoets
Deed voorheen beleidsmedewerker ecologie, Aanstellen ecoloog/ adviseur. momenteel niet de kennis in huis. Nauwelijks van toepassing, weinig ervaring Standaard laten uitvoeren indien de mee. Quickscan hierom vraagt. Nauwelijks van toepassing omdat binnen Standaard laten uitvoeren indien de Nieuwegein geen N2000-gebieden liggen, Quickscan hierom vraagt. onderdeel stikstof is wel relevant. Wordt rekening mee gehouden in plannen, Standaard laten uitvoeren indien de komt weinig voor. Quickscan hierom vraagt. Wordt rekening mee gehouden in projecten Standaard laten uitvoeren indien de maar komt weinig voor, voorheen was Quickscan of het aanvullend onderzoek beleidsmedewerker ecologie betrokken, meer hierom vraagt. deskundigheid nodig Wordt rekening mee gehouden in projecten, Standaard laten uitvoeren indien de komt weinig voor. Quickscan of het aanvullend onderzoek hierom vraagt.
Aanvullend onderzoek soortbescherming Wnb Aanvullend onderzoek gebiedsbescherming Wnb Initiatiefnemer plan Aanvullend onderzoek Natuurnetwerk Nederland of project (alleen van toepassing bij plan). Aanvragen ontheffing uitvoering van plan of project soortbescherming dan wel vergunning gebiedsbecherming. Verzorgen ecologische begeleiding bij uitvoering plan of project.
Beheerder openbare ruimte
Rekening houden met zorgplicht Wnb.
Wordt rekening mee gehouden in beheer.
N.v.t.
Werken volgens gedragscode (bij bestendig beheer), ecologisch werkprotocol. Verzorgen ecologische begeleiding van werkzaamheden. Exotenbestrijding (niet wettelijk verplicht vanuit Wnb, wel taak op grond van procinciale verordening).
Wordt rekening mee gehouden in beheer.
Nieuwe gedragscoden bestuderen en implementeren. N.v.t.
Wordt rekening mee gehouden in beheer.
Wordt uitgevoerd maar niet volgens Plan vaststellen en implementeren. concreet plan van aanpak. Voorstel aanpak ligt voor aan bestuur.
Uitvoeren volledigheidstoets (Wnb) bij aanvragen Wordt rekening mee gehouden in omgevingsvergunning. ontvangstbevestiging. Bij beoordeling aanvraag wordt niet altijd getoetst aan volledigheid/kwaliteit van toets Wnb. Beoordelen wijzigingsverzoek bestemmingsplan, nagaan toetsing aan Wnb (inclusief NNN).
Toetsing wordt uitgevoerd. Tot voorkort in afstemming met beleidsmedewerker ecologie, meer deskundigheid nodig. Toets kwaliteit Quickscan Natuurtoets (en indien Werd tot voorkort door beleidsmedewerker aan de orde ook overige effectbeoordleingen). ecologie gedaan, meer deskundigheid en kennis van natuurwaarden in gemeente nodig. Onderdeel stikstof wordt gedegen Vergunningbeoordeeld. verlener Indien nodig: opvragen aanvullende info. Bij beoordeling aanvraag wordt niet altijd getoetst aan volledigheid op gebied van Wnb, meer deskundigheid nodig. Onderdeel stikstof wordt beoordeeld. Indien sprake is van aangehaakte Werd tot voorkort in overleg met ontheffing/vegunning Wnb bij beleidsmedewerker ecologie afgehandeld, omgevingsvergunning, dan VVGB aanvragen bij de weinig ervaring mee, meer deskundigheid provincie. nodig. Verlenen vergunning incl. eventuele eisen ten Weinig ervaring mee. aanzien van compensatie, mitigatie, ecologisch werkprotocol/ gedragscode, planning, ecologische begeleiding op grond van VVGB. Afhandelen bezwaarprocedures Weinig ervaring mee. Toezien op naleving van bepalingen uit omgevingsvergunning, Wnb (eisen op grond van VVGB). Toezicht & handhaving Indien nodig handhavend optreden.
Overige taken
Niet verplicht, wel wenselijk
Vaststellen gedragscode Wnb (ruimtelijke ontwikkeling/ inrichting, bestendig beheer/ onderhoud) voor gemeente. Vaststellen bebouwde kom Houtopstanden Wnb Vaststellen bebouwde kom jacht Wnb
Bij inhoudelijke beoordeling ook letten op Wnb, kennis van medewerkers op peil brengen, inventarisatie natuurwaarden in gemeente, opstellen risicokaart, aanstellen ecoloog. Aanstellen ecoloog/ adviseur, inventarisatie natuurwaarden in gemeente. Kennis van medewerkers op peil brengen, aanstellen ecoloog/ adviseur, inventarisatie natuurwaarden in gemeente, opstellen risicokaart. Kennis medewerkers van natuurwaarden in gemeente op peil, aanstellen ecoloog/ adviseur. Aanstellen ecoloog/ adviseur.
N.v.t.
N.v.t.
Prioriteit ligt momenteel niet bij toezicht en Opstellen kader voor toezicht & handhaving, handhaving op bepalingen vanuit Wnb, opleiden mensen (domein 2), evt. hiervoor is geen duidelijke taak. samenwerking met andere partijen (overige gemeenten, RUD) zoeken. Prioriteit ligt momenteel niet bij toezicht en Opstellen kader voor toezicht & handhaving, handhaving op bepalingen vanuit Wnb, opleiden mensen (domein 2), evt. hiervoor is geen duidelijke taak. samenwerking met andere partijen (overige gemeenten, RUD) zoeken. Nieuwe gedragscode is in ontwikkeling, dient t.z.t. te worden vastgesteld.
Ontwikkelingen volgen en werkwijze die volgt uit de gedragscode implementeren.
Ligt in provincie Utrecht al vast. Ligt in provincie Utrecht al vast.
N.v.t. N.v.t.
Overkoepelend advies (H5): - Opstellen communicatieplan voor interne (medewerkers) en externe (burgers) communicatie over de Wet natuurbescherming. - Zorgen voor coördinatie van de verschillende taken binnen de organisatie. - Betrek een klankbordgroep met vertegenwoordigers van de diverse rollen die de gemeente heeft.
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
Samenvatting adviesrapport maatschappelijke taken Aanleiding en werkwijze Gemeente Nieuwegein voelt een maatschappelijke verantwoordelijkheid om de natuurwaarden en biodiversiteit in de gemeente te verhogen. Er wordt al veel gedaan in Nieuwegein aan biodiversiteit, maar het beeld van de mogelijkheden en samenhang ontbreekt. Ecogroen heeft daarom in beeld gebracht welke opties er zijn, welke acties al door de gemeente worden uitgevoerd en waar verbeterpunten en kansen liggen. Voorliggende rapportage is bedoeld voor bestuur en betrokken medewerkers van de gemeente om een verdere koers te bepalen om de natuurwaarden in de gemeente te versterken. Resultaten Het biodiversiteitsbeleid van de provincie Utrecht is uitgewerkt in de natuurvisie 2017 van de provincie, specifiek in het Supplement biodiversiteit (zie bijlage 2). Relevante speerpunten vanuit provinciaal beleid zijn het uitvoeren van soortgerichte maatregelen (Utrechtse aandachts- en icoonsoorten), behoud van natuurparels (zoals het fort, park, kanaal Nieuwegein), maatregelen in het stedelijk gebied voor vergroten natuurbeleving, gezonde leefomgeving en klimaatadaptatie en het bestrijden van invasieve exoten. Gemeente Nieuwegein heeft beleid rondom biodiversiteit verweven in het Groenstructuurplan 2017 en in diverse visies: visie klimaatadaptie en de omgevingsvisie.
Belangrijke taken van gemeenten rond biodiversiteit zijn het opstellen en uitvoeren van gemeente-specifiek biodiversiteitsbeleid, uitvoeren van maatregelen in het openbaar domein (door projecten en beheer) het stellen van eisen bij stadsontwikkeling, het informeren en faciliteren van burgers bij eigen initiatief door middel van onder andere educatie en subsidies en het monitoren van de toestand van de biodiversiteit in de gemeente. Taken die al geregeld of opgepakt zijn: • Opstellen van globaal beleid, o.a.: groenstructuurplan, omgevingsvisie en visie klimaatadaptatie; • Biodiversiteitmaatregelen inpassen in beheer openbare ruimte, exotenbestrijding; • Biodiversiteitmaatregelen inpassen in stadontwikkelingsprojecten; • Subsidies en ondersteuning bij burgerinitiatieven; • Educatie.
Taken waar verbetering mogelijk is: 1. Er is nog geen concreet handelingskader met doelstellingen en ambities ten aanzien van biodiversiteit waarbinnen maatregelen worden uitgevoerd. Hiervoor is concreter beleid noodzakelijk. 2. Er bestaat binnen de organisatie een behoefte aan een betere coördinatie voor het uitvoeren van beleidsmaatregelen. 3. Om gerichte maatregelen voor het verbeteren van biodiversiteit te kunnen uitwerken is kennis nodig. Er is nu bijvoorbeeld geen actueel beeld van aanwezige natuurwaarden en effecten van maatregelen op natuurwaarden worden niet gemonitord. 4. De meeste maatregelen worden bekostigd door werk met werk te maken of zijn gericht op behouden van de natuurwaarde die er nu al is. Er is beperkt budget beschikbaar om aanvullende maatregelen uit te voeren specifiek gericht op de maatschappelijke verantwoordelijkheid die de gemeente heeft ten aanzien van biodiversiteit. 5. Burgers en andere initiatiefnemers kunnen actiever worden benaderd met informatie (concrete maatregelen) over wat zij zelf kunnen bijdragen aan biodiversiteit. Aanbevelingen vervolgstappen: Wanneer het (bestuurlijk) gewenst is om de verbeteringen door te voeren, zijn een aantal vervolgstappen aanbevolen. Deze zijn te verdelen in drie pijlers:
Plan van Aanpak Wet natuurbescherming en biodiversiteit
Beleid 1. Zorg voor de juiste (ecologische) vakkennis in de organisatie en/of voor een coördinator om monitoring, maatregelen en aandachtspunten vakkundig te begeleiden. 2. Werk het bestaande globale beleid verder uit in een uitvoeringsprogramma waarbij de volgende stappen worden gevolgd: 1. Het uitvoeren van een verkenning van doelen en natuurwaarden waarop de gemeente in wil spelen. Geadviseerd wordt om hierbij het provinciale beleid (o.a. Supplement Biodiversiteit: aandachtsoorten en icoonsoorten) en eigen beleidsstukken te raadplegen. Per soort kunnen doelen worden gesteld. Bijvoorbeeld op basis van populatiegrootte of de grote en kwaliteit van het leefgebied. 2. Inventariseer de (globale) verspreiding van de in stap 1 vastgestelde natuurwaarden in de gemeente. 3. Realiseer een kansenkaart waarop te zien is in welke gebieden ingespeeld kan worden op bepaalde natuurwaarden. Zo kan bijvoorbeeld in het stedelijk gebied met jaren 30 woningen ingespeeld worden op nestplaatsen van gierzwaluw en huismus en in het buitengebied op bepaalde amfibieën. 4. Bepaal aan de hand van stap 1 t/m 3 ambities en concrete doelen en prioriteer. De nadruk kan bijvoorbeeld komen te liggen bij soorten waar het slecht mee gaat, in gebieden die soortenarm zijn of bij kansrijke maatregelen in gebieden die ontwikkeld worden voor andere doelen zoals klimaatadaptatie.
Maak hierbij gebruik van bestaande beleidskaders uit het natuurbeleid van de provincie en gemeentelijke visies. 5. Stel per doelstelling een programma met concrete en meetbare maatregelen op voorzien van planning en budget en benoem een verantwoordelijke voor de uitvoering. Hierdoor kunnen de maatregelen eenvoudig worden geïmplementeerd bij uitwerking van projecten en plannen of overige initiatieven. Een doelstelling is bijvoorbeeld een toename van het aantal broedende gierzwaluwen met 50 broedgevallen door het plaatsen van 200 nestkasten in 5 jaar, te realiseren via maatregel x / y /z. Leg genomen maatregelen vast (bijvoorbeeld in een web viewer) zodat ook later voor de monitoring bijgehouden kan worden waar en waarvoor maatregelen zijn genomen. 6. Voortgang van de geformuleerde doelstellingen dienen gemonitord te worden. Op basis van deze monitoring kan bepaald worden of de doelstelling is behaald of dat bijgestuurd moet worden. Aanbevolen wordt om de monitoring door een deskundig bureau te laten uitvoeren. 3. Zet in op actieve(re) communicatie aan burgers, bijvoorbeeld door gebruik te maken van social media. Werk hierbij concrete maatregelen uit of verwijs naar bestaande informatie over wat mensen zelf kunnen bijdragen aan biodiversiteit en maak mensen bewust van het belang hiervan.
Plannen, projecten en beheer De maatrelen die uit het beleid voortkomen dienen geïmplementeerd te worden door de gemeente als initiatiefnemer van plannen, projecten en beheer. Dit betekent ook dat de gemeente hier extra budget aan dient te koppelen. Informeren en faciliteren Geadviseerd wordt om burgers actiever te informeren over het belang van biodiversiteit en maatregelen die zij hierin zelf kunnen nemen. De gemeente kan hierin actief optreden door uitbreiding van de bestaande websites / webpagina’s met aanvullende informatie en downloads maar ook door benaderen van burgers via social media. In aanvulling daarop kan de gemeente faciliteren door het geven van adviezen, het beschikbaar stellen van subsidies of verwijzen naar subsidiemogelijkheden van derden.