CConstaterende datNieuwegein
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-016 Bijlage 1 Omgevingsprogramma_Natuur in de stad

Raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente NieuwegeinBij agendapunt: Omgevingsprogramma Natuur in de stad33.341 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Omgevings­programma 2023-2033

Natuur in de stad

Bekijk het programma digitaal

Colofon | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

Omgevingsprogramma 2023-2033

V Colofon Omgevingsprogramma 2023-2033, Natuur in de stad. Copyright Niets uit deze uitgave mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van Gemeente Nieuwegein. Aan dit Omgevingsprogramma Natuur in de stad werkten mee: Gemeente Nieuwegein; Angelique Hoppezak, Herman Westland, Friso Ockhuizen, Gert van Doorn, Theo Kleijer NL Adviseurs; Tessa van Vreeswijk, Koen Wegerif

oor u ligt het omgevingsprogramma Natuur in de stad. We nemen u mee in onze groene stad en hoe we haar de komende jaren nog meer willen vergroenen, bijdragen aan de biodiversiteit en klimaatadaptatie. Het omgevingsprogramma draagt bij aan de uitvoering van de fijne en groene stad die als ambitie genoemd wordt in de Omgevingsvisie Nieuwegein verstedelijkt en vergroent. De biodiversiteit staat onder flinke druk en niet alleen in Nieuwegein. We staan voor een grote uitdaging als het gaat om onze bijdrage aan de biodiversiteit. Hoe zetten we ons de komende jaren in? En wie hebben we daarvoor nodig? We kunnen dit niet alleen als gemeente. We doen dit samen met u als partner, inwoner, organisatie en collega. In de eerste hoofdstukken nemen we u mee in de geschiedenis van onze gemeente en onze visie voor natuur in de stad. In hoofdstuk 5 leest u onze doelen en maatregelen. Ik hoop dat u niet alleen plezier beleeft aan het lezen van dit omgevingsprogramma, maar dat we u ook vooral inspireren: Samen vergroenen we Nieuwegein!

| Natuur in de stad

Samengevat p.5 - p.8 Inleiding p.9 - p.14 1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Scope 1.4 Looptijd 1.5 Totstandkomingsproces Gebieds­beschrijving en situatie natuur p.15 - p.28 2.1 Het landschap 2.2 De natuur Wet- en regelgeving p.29 - p.34 3.1 Wet natuurbescherming 3.2 De rol van de gemeente Visie en strategie p.35 - p.42 4.1 Visie 4.2 Strategie

John van Engelen Wethouder Openbaar Domein

Doelen en maatregelen p.43 - p.68 5.1 Wat doen we al? 5.2 Wat gaan we doen?

Tekstredactie Gemeente Nieuwegein; Archena Soekhai, Magda Rink NL Adviseurs; Regina Zoeter

Uitvoering p.69 - p.74 6.1 Wanneer doen we wat? 6.2 Wat kost het? 6.3 Wie gaat het doen? 6.4 Onderzoek en monitoring 6.5 Evaluatie en rapportage over de voortgang

Cover Pinkt.nl Vormgeving en ontwerp Pinkt.nl Illustraties Pinkt.nl

Begrippenlijst p.75 - p.80

Fotografie Neeltje Kleijn en anderen

Bronnen p.81 - p.84

Contactgegevens www.nieuwegein.nl natuurindestad@nieuwegein.nl

Bijlagen p.85 - p.111 – 3–

Omgevingsprogramma 2023-2033

| Natuur in de stad

In de afgelopen 30 jaar zien we het aantal insecten afnemen met

75%

Eikenpage (Favonius quercus)

Samengevat H

et aantal soorten planten en dieren is flink afgenomen in de afgelopen 30 jaar. Misschien herken je dit zelf ook wel? 15 jaar geleden zat je auto na een stukje rijden vol met vliegen en insecten, tegenwoordig kun je behoorlijk wat kilometers rijden en zitten er amper vliegen en insecten op je auto. Dat scheelt natuurlijk in het aantal keren dat je je auto moet wassen, maar die insecten zijn enorm belangrijk in de hele voedselketen. De afname van het aantal insecten is dus helemaal niet positief voor de leefomgeving van dieren, planten en mensen. Ook het klimaat verandert sneller dan gedacht. We hebben vaker te maken met droogte, hitte of juist te veel water. In de Omgevingsvisie ‘Nieuwegein verstedelijkt en vergroent’ staan doelen voor Nieuwegein in 2040. Hoe zorgen we samen voor een gezondere leefomgeving? In het Omgevingsprogramma Natuur in de stad bekijken we de basis van onze natuurlijke omgeving en bepalen we wat we moeten doen om te werken aan die gezondere leefomgeving. Wat hebben we nu, wat is haalbaar? Om te kunnen bepalen hoe we voor de natuur van onze stad willen zorgen, moeten we eerst antwoord geven op de vraag: ‘Wat hebben we nu en wat is haalbaar?’ Nieuwegein ligt tussen snelwegen en rivieren. Aan de zuidkant ligt de rivier de Lek. Vroeger overstroomde deze rivier regelmatig. Daardoor

Terug naar inhoudsopgave

– 5–

Samenvatting | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

voelden bepaalde planten en dieren zich hier goed thuis. Tegenwoordig hebben we dijken die ons beschermen tegen overstromingen. Dat betekent ook dat de leefruimte voor planten en dieren is veranderd. Door de overstromingen bleef zand en klei achter. Onze bodem bestaat daarom vooral uit kleigrond. Als we kiezen voor plantensoorten, kijken we naar soorten die goed kunnen groeien op een kleibodem. We richten ons ook op inheemse soorten. Dat zijn soorten die altijd al in Nederland een plek hadden. Hoe meer kansen we deze soorten bieden, hoe beter onze leefomgeving zich kan ontwikkelen.

Omgevingsprogramma 2023-2033

| Natuur in de stad

Verbeteren: We verbeteren de kwaliteit van het groen, de bodem en het water. Wat kan anders? Hoe kunnen we zorgen voor een betere leefruimte voor planten en dieren die hier altijd al thuishoren? We kiezen de juiste soort op de juiste plek. Vergroten: We werken aan meer groen. Het is belangrijk dat de gemeente meer vergroent en dat andere partijen ook meedoen. Beschermen: We beschermen wat we hebben. We moeten zuinig zijn op de aanwezige planten en dieren en hun bestaan beschermen. Wetten zoals de Wet natuurbescherming helpen ons hierbij.

Meten is weten Om te weten wat we hebben, is het belangrijk om te meten. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) vinden we veel informatie over welke soorten en aantallen planten en dieren we nu hebben. Daarnaast doen we regelmatig zelf onderzoek buiten in het groen. We gaan een meetsysteem maken, dat we steeds op dezelfde manier gebruiken. Daarmee kunnen we voortdurend in de gaten houden welke soorten er leven en groeien. We weten dan wat er verandert door onze maatregelen en of het beter gaat. Of dat we onze maatregelen moeten aanpassen.

Betrekken: Klimaatadaptatie en het verbeteren van de biodiversiteit is iets waar iedereen mee te maken heeft. Als we willen zorgen voor een gezondere leefomgeving dan is dat een gezamenlijke opdracht. Een opdracht van de gemeente, maar ook van iedereen die woont en/of werkt in Nieuwegein. Daarom moeten we samen werken aan de uitvoering. Samen vergroenen we Nieuwegein! De natuur kan niet wachten Terwijl we dit omgevingsprogramma maken, zijn we buiten al bezig om anders met onze omgeving om te gaan. We proberen maatregelen uit en kijken wat er gebeurt. We verwerkten de resultaten in dit programma. Zo hebben we ervaring opgedaan met een andere manier van maaien. We weten nu hoe we vanaf 2024 een andere manier van maaien kunnen toepassen in grotere gebieden. Ook gaan we anders om met dood hout en takken. We gebruiken ze bijvoorbeeld om leef- en schuilplekken te maken voor verschillende soorten dieren.

Waar willen we heen? Met dit omgevingsprogramma zetten we een stap in de richting van ons toekomstbeeld voor Nieuwegein. We hebben hiervoor de volgende visie: In 2040 is Nieuwegein een stad waar de aanwezigheid van algemene inheemse planten en dieren heel normaal is en blijft. Met alles wat deze planten en dieren nodig hebben om goed te groeien en bloeien. Wat gaan we doen? We gaan werken aan het toekomstbeeld. Dit doen we met vijf pijlers. Deze pijlers zijn de basis in het omgevingsprogramma.

Waarom een periode van 10 jaar? We hebben dit omgevingsprogramma geschreven voor de komende 10 jaar. Natuur heeft de tijd nodig om zich te ontwikkelen. Bij veel maatregelen kunnen we pas na een paar jaar zien of ze de goede resultaten opleveren. Deze tijd heeft de natuur nodig en we moeten die tijd ook geven aan de natuur. 

Verbinden: We verbinden groene gebieden in de gemeente, maar ook in aangrenzende gebieden. Zo zorgen we voor een gesloten Natuurnetwerk. – 6–

 Locatie Park Oudegein

– 7–

Omgevingsprogramma 2023-2033

| Natuur in de stad

Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas)

1.1 Aanleiding 1.2 Doel 1.3 Scope 1.4 Looptijd 1.5 Totstandkomingsproces

Inleiding N ieuwegein is groen en wil groen blijven. Met een robuuste, groene omgeving bereiden we onze stad voor op klimaatverandering. We werken op deze manier ook aan een gezondere leefomgeving met veel biodiversiteit. Met dit omgevingsprogramma voeren we de ambities en doelen uit die staan in de omgevingsvisie Nieuwegein verstedelijkt en vergroent (2020).

Terug naar inhoudsopgave

– 9–

Inleiding | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

1.1

Aanleiding

Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

voor dat mensen gezonder blijven. Mensen in een groene omgeving bewegen meer en hebben meer sociale contacten. Ze zijn minder vaak ziek, hebben minder stress en voelen zich gelukkiger. (Wageningen University & Research, z.d.) De natuur is dus de basis voor ons bestaan.

Leven op aarde is niet mogelijk zonder biodiversiteit. Het samenspel van duizenden soorten planten en dieren is de basis van een gezonde leefomgeving, een duurzame voedselproductie en het tegengaan van klimaatverandering. Biodiversiteit zorgt namelijk voor een vruchtbare bodem waarop gewassen goed kunnen groeien. Bovendien helpt die vruchtbare, gezonde bodem bij het opnemen van water tijdens heftige regenbuien. Een gezond ecosysteem (planten en dieren die een relatie met elkaar hebben) is ook beter bestand tegen ziektes en overlast van plagen. En de natuur doet nog veel meer! Bomen en planten beschermen ons tegen de verdere opwarming van de aarde. Dat doen ze door het opnemen van CO2. Ze zorgen schaduw en koelte bij hitte, houden vocht vast in de bodem en halen fijnstof uit de lucht. De natuur zorgt er ook

1.1.1 Hebben we zelf invloed? Hebben wij invloed op de biodiversiteit? Het simpele antwoord is: ‘Ja’. De manier waarop wij ons gedragen zorgt voor veranderingen. Denk aan ander gebruik van de grond, vervuiling en klimaatverandering. Die veranderingen zijn een belangrijke oorzaak voor de afname van de biodiversiteit. Levende planten en dieren zijn met elkaar verbonden binnen ecosystemen. Daarom kan het verdwijnen van één soort een grote invloed hebben op onze voedselketen. Het is onmogelijk precies te voorspellen welke gevolgen een enorme sterfte zou hebben voor mensen. (Nieuws

Bron Wageningen University & Research

wegein tussen snelwegen, steden en water en na 2030 gaan er woningen gebouwd worden in de A12-zone. Ook eerder gemaakte keuzes voor boomsoorten en plantensoorten hebben invloed op onze biodiversiteit van nu. Daarnaast zijn er, net als in veel andere gemeenten, bepaalde ziektes in bomen en planten. Die ziektes hebben grote gevolgen voor ons groen.

Europees Parlement – Het verlies aan biodiversiteit: waarom is dit een probleem en wat zijn de oorzaken?) 1.1.2 Het is nu of nooit Het gaat niet goed met de biodiversiteit. Dat is allang geen nieuws meer. Er verdwijnen steeds meer dieren en planten. De zwarte lijn in Figuur 1 laat zien dat het gaat om een afname van de soorten én de aantallen per soort. Dat heeft grote gevolgen voor de hele leefomgeving. De aarde wordt niet meer leefbaar als het verlies van biodiversiteit met dezelfde snelheid doorgaat zonder dat we ingrijpen. (Zie de grijze lijn in Figuur 1.) Veel ecosystemen kunnen dan niet meer goed functioneren. Dit heeft grote gevolgen, ook voor ons mensen. Schoon drinkwater, schone lucht en een gezonde bodem komen in gevaar. En dat is de basis voor ons leven en ons voedsel. En daarmee ook de basis voor onze economie. De groene lijn in Figuur 1 laat zien wat we kunnen bereiken als we allemaal meehelpen de biodiversiteit te behouden en te verbeteren. We kunnen verdere verliezen beperken en zelfs weer wat herstellen wanneer we samenwerken. Het is nu of nooit!

1.1.4 De visie van Nieuwegein In de omgevingsvisie van Nieuwegein staan vier punten met duidelijke ambities en keuzes voor een gezond, veilig en duurzaam Nieuwegein. Eén van deze vier punten gaat over onze groene ruimte: Nieuwegein wil in 2040 een fijne en groene stad zijn met een levendig centrum. (Punt twee in de omgevingsvisie.) Er staan in de omgevingsvisie keuzes voor het groen, de natuur en de biodiversiteit in de stad. Ook het Coalitieakkoord – ‘Meer voor elkaar’ ( 2022-2026) heeft aandacht voor biodiversiteit. Het beschermen en verbeteren van biodiversiteit is daarbij belangrijk. Zowel in eigen tuinen als op openbare plekken. Met dit omgevingsprogramma Natuur in de Stad werken we ook aan vier Duurzame Ontwikkelingsdoelen: goede gezondheid en welzijn, duurzame steden en gemeenschappen, klimaatactie en leven op het land. Deze Duurzame Ontwikkelingsdoelen noemen we ook wel Sustainable Development Goals (SDG). Dit zijn wereldwijde afspraken om met elkaar te werken aan de bescherming van onze planeet. Zo laten we zien dat we dit niet alleen doen of kunnen, maar dat een brede samenwerking heel belangrijk is. In Bijlage A, Bijlage B en Bijlage C staan de ambities en keuzes over biodiversiteit, natuur en groen. Er staat bij onder welke pijler en doelen ze terugkomen in het omgevingsprogramma.

1.1.3 Nu of nooit! Ook voor Nieuwegein In Nieuwegein hebben we natuurlijk ook te maken met dit verlies van biodiversiteit. Er zijn allerlei uitdagingen voor onze stad. Zo ligt Nieu-

Wat is biodiversiteit?

Figuur 1 Wereldwijd verlies van biodiversiteit valt nog te stoppen – 10 –

Bio” betekent leven “diversiteit” betekent afwisseling, verschil, verscheidenheid. Biodiversiteit verwijst naar de verschillende soorten levende wezens, zoals planten, dieren en insecten, die in een bepaald gebied voorkomen.

| Inleiding

1.2 Doel Nieuwegein wil dus in 2040 een fijne en groene stad met een levendig centrum zijn. Daarvoor staan in de omgevingsvisie en het Coalitieakkoord ambities en keuzes. Voor de uitvoering daarvan is dit omgevingsprogramma geschreven. We gebruiken vijf pijlers: verbinden, vergroten, – 11 –

Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

verbeteren, betrekken en beschermen. Bij die pijlers horen duidelijke doelen, maatregelen en acties waarmee Nieuwegein werkt aan een stad die klaar is voor de toekomst.

1.3

‘De keuzes die we nu maken in ons natuurbeleid bepalen hoe de natuur in Nieuwegein er in de toekomst uit zal zien.’

Looptijd

deze nieuwe serie. In juli 2023 gingen we tijdens een inwonersavond actief aan de slag met onderwerpen in het omgevingsprogramma. En op 23 oktober 2023 was er een tweede inwonersavond voor dezelfde groep. We vroegen toen om feedback op de inhoud van het voorlopige omgevingsprogramma. Voor de medewerkers van de gemeente zelf en voor partners en organisaties buiten de gemeente zijn twee werksessies gehouden. Zij konden daarnaast meelezen met voorlopige versies van dit omgevingsprogramma. Ook de raad heeft een voorlopige versie besproken tijdens de Avond voor de Stad op 28 september 2023. Op de website ikbennieuwegein.nl hebben we een speciale pagina gemaakt. Daarop kon en kan iedereen volgen wat we aan het doen waren. Mensen lazen daar ook op welke momenten zij mee konden denken of mee konden doen aan activiteiten. We hebben meerdere artikelen geschreven in Het Kontakt (de Molenkruier). Daarnaast maakten we twee soorten nieuwsbrieven. Een voor mensen die graag op de hoogte wilden blijven, maar niet actief meededen met het maken van het omgevingsprogramma. En een voor mensen die actief mee hebben gewerkt. Denk bijvoorbeeld aan gemeenten rondom Nieuwegein, scholen, wijkplatforms en inwoners. Bijlage D laat zien welke contactmomenten er waren. In diezelfde bijlage staat ook het communicatie- en participatieplan dat we in april 2023 hebben gepresenteerd.

Een omgevingsprogramma heeft meestal een looptijd, de tijd dat iets bezig is, van vier jaar. Het omgevingsprogramma Klimaatadaptatie loopt bijvoorbeeld van 2023 tot en met 2026. Het omgevingsprogramma Natuur in de stad heeft een langere looptijd van 10 jaar. Want het duurt langer om in de natuur de gevolgen te zien van de maatregelen die we nemen. Vergelijk het met een tuin. Een tuin ontwerpen en aanleggen is snel gedaan. Maar daarna kost het vaak nog vijf tot zes jaar aan onderhoud tot je tuin eruitziet zoals je wilt. Pas daarna kun je iets zeggen over de kwaliteit van de tuin. Zo gaat dat ook in de natuur. De natuur in onze gemeente heeft tijd nodig om zich te ontwikkelen. Daarom kiezen we voor een periode van 10 jaar. Tijdens die 10 jaar moeten we natuurlijk wel goed monitoren en beoordelen of de maatregelen die we buiten uitvoeren ook de juiste resultaten hebben. We kunnen maatregelen aanpassen als dat nodig is.

Scope Het omgevingsprogramma gaat over alles binnen de gemeentegrenzen van Nieuwegein. Het gaat over waar we zelf voor zorgen en over het bezit van anderen. Op bijvoorbeeld wegen, vlieg­ routes en het weer hebben we geen invloed. We richten ons op de dingen waarop we wél invloed hebben. We omschrijven dit in de hoofdstukken 4 en 5. Met dit omgevingsprogramma leggen we ook een basis voor een (sterkere) samenwerking met andere (gemeentelijke) organisaties. Naast dit omgevingsprogramma werken we namelijk ook aan andere uitdagingen, zoals woningbouw, energietransitie, klimaatadaptatie, gezondheid en veiligheid, toezicht en handhaving. Duurzame productie, consumptie en circulariteit zijn geen onderdeel van dit omgevingsprogramma. Op 6 juli 2023 is Motie 38 ‘Duurzaamheid kan niet zonder circulariteit’ aangenomen. Dit onderwerp wordt apart behandeld, maar niet binnen dit omgevingsprogramma.

Blauwe reiger (Ardea cinerea)

1.4

1.5

| Inleiding

Totstandkomingsproces Bij het schrijven van het omgevingsprogramma Natuur in de stad werkten we volgens de participatienota en de participatieleidraad van gemeente Nieuwegein. Hiermee is een participatieplan gemaakt. Dit plan is besproken tijdens de Avond voor de Stad in april 2023. In dit plan staat hoe inwoners, ondernemers, partners en organisaties buiten de gemeente en de gemeente zelf betrokken zijn bij het maken van dit omgevingsprogramma. Zo hebben de inwoners van Nieuwegein in mei 2023 een online vragenlijst ingevuld. Wie in die enquête liet weten nieuws over het omgevingsprogramma te willen ontvangen, krijgt sinds die tijd nieuwsbrieven. In juni 2023 verzorgden we enkele buurtsafari’s. Tijdens die safari’s liepen we door Nieuwegeinse wijken en konden inwoners meer leren over de natuur in de stad. De deelnemers waren zo enthousiast, dat we een hele serie buurtsafari’s gaan houden. Op 7 november 2023 liepen we de eerste safari van

Drie maanden extra tijd In april 2023 deelden we een planning. Volgens die planning zou dit omgevingsprogramma in september 2023 klaar zijn. Dit werd uitgesteld naar eind 2023. De extra tijd gebruikten we natuurlijk niet alleen om een goed omgevingsprogramma te schrijven. We gingen ook direct buiten aan het werk, want de natuur kan niet wachten. Tegelijk met het maken van het omgevingsprogramma voerden we al maatregelen uit. Deze maatregelen staan in paragraaf 5.1. Zo maakten we een vliegende start met ons werk in de natuur. We dragen zo nu al bij aan het waarmaken van het toekomstbeeld voor Nieuwegein in 2040.  – 13 –

Omgevingsprogramma 2023-2033

| Natuur in de stad

Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)

Gebieds­ beschrijving en situatie natuur I n dit hoofdstuk vertellen we hoe het landschap van Nieuwegein is ontstaan. We vertellen ook over de verschillende natuurtypen en de dieren en planten die daar vanaf het begin leven en groeien. Als we biodiversiteit willen verbeteren, is het belangrijk te weten welke planten en dieren vanaf het begin in een gebied thuishoren, wat de (a)biotische omstandigheden zijn en hoe die zijn ontstaan. Denk hierbij aan bodemopbouw, waterhuishouding en de landschapstypen die daarbij horen. Deze informatie is noodzakelijk om te begrijpen welke ambities nu (haalbaar) zijn voor de natuur in Nieuwegein.

2.1 Het landschap 2.2 De natuur

Terug naar inhoudsopgave

– 15 –

Gebieds­beschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

Het rivierengebied was op een natuurlijke manier in beweging. Door de aanleg van dijken en polders is deze natuurlijke beweging niet meer mogelijk. Wij mensen regelen nu de waterstanden binnen de dijken. Daardoor zijn er geen regelmatige overstromingen meer binnendijks en houden wij droge voeten. Het betekent echter ook dat de biodiversiteit binnen de dijken anders is geworden. Het is belangrijk om te weten hoe die biodiversiteit was voor de aanleg van de dijken en polders. Het geeft ons een inzicht in de soorten die hier van nature thuishoren en wat die soorten betekenen voor onze leefomgeving.

2.1

en Wierschstroomgordels (onderdeel van het Benschopsysteem), de Jutphaas- en Blokstroomgordels (onderdeel van het Linschotensysteem) en de Hollandsche IJssel- en Lekstroomgordels (onderdeel van het Krimpensysteem). Stroomgordels zijn de restanten van vroegere rivieren en geulen. Nieuwegein is onderdeel van de Lekstroomgordels. Door de stromingen is er een dynamisch en gestapeld landschap ontstaan. Daarmee bedoelen we een landschap dat in beweging is en bestaat uit verschillende lagen. Figuur 2 laat dit soort afzettingslagen zien. Dekzandvorming Lang geleden was dit gebied deel van het pleistocene deklandschap (71.000-12.500 jaar voor Chr.). We weten niet hoe diep dit dekzand ligt in Nieuwegein. Wel weten we dat dit dekzand in het zuidwestelijke deel van de provincie Utrecht tussen 2,5 en 7 meter onder NAP ligt.

Het landschap Het ontstaan Er is veel te vertellen over hoe bijvoorbeeld de invloed van mensen bijdraagt aan de bodem die we nu hebben. Voor het overzicht kijken we nu vooral naar bodemfeiten. De andere informatie staat in Bijlage E . Nieuwegein hoort bij het Utrechtse rivierengebied. Het (eerdere) rivierensysteem heeft een belangrijke rol gespeeld bij het ontstaan van onze huidige gemeente. Het rivierensysteem bestaat uit de Benschop-

Veenvorming Tijdens het Holoceen (11.700 jaar geleden tot nu) steeg het grondwater door de stijgende zeespiegel. Hierdoor ontstond er veel veen. Het zuidelijke Utrechtse rivierengebied werd helemaal bedekt met een laag veen. Op het veen kwamen de rivierafzettingen. In Nieuwegein is daardoor

Zavel en fijn zand Iets grindhoudend zand Sterk grindhoudend zand

Doorsnede

Figuur 2 vorming van afzettingslagen Oeverwal

Grind

Klei

Crevasseafzetting – 16 –

Oudere afzettingen

Stroomrichting rivier

Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

| Gebieds­beschrijving en natuur

maar weinig veen terug te vinden. Het veen dat we vinden, zit ten minste 40 cm diep. Het meeste veen is nog te vinden in de noordelijke en westelijke provincies van ons land. Rivierafzettingen Waar rivieren door het landschap slingerden, spoelde het stromende water steeds grond weg. Op andere plaatsen bleef die grond weer achter. In deze tijd zijn de Lek en de Hollandsche IJssel de meest recente stroomgordels die ook nu nog belangrijk zijn voor wateraanvoer en -afvoer. De vroegere rivieren hebben het landschap gemaakt en de bodemsamenstelling beïnvloed. Er zijn drie type afzettingen: Stroomrug, oeverwal Oeverwallen zijn eigenlijk dijken, die door de rivier zelf gemaakt werden. Dat gebeurde tijdens overstromingen. Allerlei materialen, zoals zand, grind en klei, kwamen met het water naast de rivier terecht. Deze materialen bleven achter op de oevers. We zeggen dan dat de materialen op de oevers werden afgezet. Het zand bleef achter naast de rivierbedding. De klei bleef wat verderop achter in de komgronden, áchter de oeverwallen. Dit gebeurde bij elke overstroming. Zo ontstond na jaren een steeds hogere en bredere natuurlijke wal. Oeverwallen van verdwenen rivieren kun je nog altijd zien. We noemen ze dan stroomruggen (Janssen, 2008). Zie ook Figuur 3.

Figuur 3 Natuurlijke Systeem Nederland Legenda

Rg1 Stroomrug, oeverwal Rg2 Rivierkom

Crevasse Als tijdens hoog water een oeverwal doorbrak of overstroomde, ontstond een erosiegeul. We noemen dat een crevasse. In de erosiegeul werd zand en klei afgezet. Zie ook Figuur 3, categorie Rg5 Restgeul.

Rg3 Uiterwaard Rg5 Restgeul Bron Wageningen Enverironmental research

Kom Komgronden ontstonden ook door overstromingen. Het zijn de lagere delen achter de oeverwallen. Daar bleef klei achter. Zie ook Figuur 3, categorie Rg2 Rivierkom. Uiterwaardafzettingen Natuurlijke afzetting verandert wanneer de rivieren dijken krijgen. Afzetting stapelt zich dan – 17 –

Gebieds­beschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

| Gebieds­beschrijving | Natuur in ende natuur stad

2023-2040 NatuurOmgevingsprogramma 2023-2033 Omgevingsprogramma 2023-2033 in de stad

op tussen de dijken. Zo ontstaan uiterwaard­ afzettingen. In Figuur 3 is dit Rg3 Uiterwaard. In de Bossenwaard (aan beide kanten van de Lek bij de brug over de A2) zijn in de ondergrond geul-, kom- en oeverafzettingen gevonden. De bovenlagen zijn uiterwaardafzettingen van zo’n 1,5 tot 2 meter. In de Waalse waard (in de zuidoostelijke hoek van onze gemeente) zijn ook geulafzettingen gevonden. Als we kijken naar de plek en de diepte in de grond is het meest waarschijnlijk een uiterwaardgeul van de Lek. Daarnaast zijn er komafzettingen en een laklaag. In die laklaag zijn enkele spikkels houtskool gevonden. Onder de komafzettingen zijn op 1,6 m onder NAP kalkloze oeverafzettingen gevonden. Bodemopbouw Figuur 4 laat zien welke bodemsamenstelling waar te vinden is: Ooivaaggronden Dit zijn diepbruine en goed gehomogeniseerde (gelijkmatig vermengde) zavel- en kleigronden. Poldervaaggronden Ze behoren tot de hydrokleivaaggronden. Het zijn zavel- en kleigronden waarin regelmatige, hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Ze hebben geen veen binnen 80 cm en geen donkere bovengrond. Drechtvaaggronden Ze behoren tot de hydrokleivaaggronden. Het zijn zavel- en kleigronden waarin regelmatige, hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. De gronden bestaan uit een kleidek dat tussen 40 en 80 cm diepte overgaat in veen. Dit veenpakket (ook wel moerig materiaal genoemd) is dikker dan 40 cm.

Figuur 4 Bodemindeling Legenda

Bodemdaling Bodemdaling (we noemen dat ook wel inklinking) ontstaat door het ontwateren en belasten van een slappe ondergrond als klei en veen. Dit werd vaak gedaan om de grond geschikt te maken voor landbouw en woningbouw. Door klimaatveranderingen kan de ontwatering versnellen. De bodem wordt dan steeds droger, het

Kalkloze poldervaaggronden Kalkhoudende poldervaaggronden Kalkloze drechtvaaggronden Kalkhoudende ooivaaggronden Bron Wageningen Enverironmental research

– 18 –

Locatie De Lek

– 19 –

Gebieds­beschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

| Gebieds­beschrijving en natuur Bron NL Adviseurs, natura2000.nl, GSP

veen verteert en de bodem daalt. de rivier en regelmatig overstromen zijn binnendijks daardoor niet haalbaar. We kiezen wel Nieuwegein is in bepaalde mate kwetsbaar voor voor beheertypen die het best passen bij de bodemdaling. Want in sommige delen en op verschillende lagen onder de bebouwde omgeving lokale bodem en vochthuishouding. Zo is er in ligt een veenlaag. Als het veen droog komt te het IJsselbos N16.04 Vochtig bos met productie, staan, wordt de natuurlijke bodemdaling verN14.03 Vochtig bos Haagbeuken en essen en sneld door inklinking. Dit kan gevolgen hebben N10.02 Vochtig hooiland terug te vinden. De voor het groen, maar er kan ook schade ontstaan soorten zijn in Bijlage F terug te vinden. aan gebouwen, woningen en wegen. Daarom staat in het omgevingsprogramma Klimaatadaptatie dat er een eerste onderzoek wordt gestart 2.2 De natuur naar de grootte van deze problematiek. Uit het In deze paragraaf beschrijven we de natuur in onderzoek kan volgen dat een plan moet komen Nieuwegein: waar deze ligt, hoe deze heet en met doelen en maatregelen om het probleem wat de stand van zaken hiervan is. We bespreken van inklinking aan te pakken. Hierover zijn nog eerst de natuurgebieden in en rondom Nieuwegeen afspraken gemaakt. gein. Daarna de natuur in de delen buiten de natuurgebieden. Ook daar is natuur te vinden.

Het landschap van nu Deze delen horen bij industrie, wonen, en water. Nieuwegein ligt dus in een rivierenlandschap dat We gebruiken hiervoor wijknamen. altijd sterk in beweging was, ook wel rivierdynamiek genoemd. Met die dynamiek bedoelen we overstromingen vanuit de rivier, veenvorming 2.2.1 Natuurgebieden en kleiafzetting. Door de aanleg van de dijken Op ongeveer 9 en 15 kilometer van Nieuwegein en polders is die dynamiek voor een groot deel liggen Natura 2000-gebieden (Figuur 5). Deze verdwenen. Alleen in het ‘buitendijkse’ deel is gebieden worden beschermd volgens Europese die dynamiek er nog. We noemen de buitendijkse regels. (Zie de uitleg in Bijlage F.) In Nieuwegein delen de uiterwaarden. zelf zijn geen Natura 2000-gebieden. De uiterwaarden en de Lek horen bij het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN verbindt de Buitendijks De uiterwaarden van de Lek bieden kansen voor Natura 2000-gebieden met elkaar (Figuur 5). het herstel van het oorspronkelijke rivierenlandIn Nieuwegein hebben we ook het Nieuwegeinse schap. Met het project Ruimte voor de Rivier zijn Natuurnetwerk (Figuur 5, groene lijn Ecologische veel landbouwgronden gebruikt voor natuurontverbinding). Waar dit Nieuwegeinse Natuurnewikkeling (Provincie Utrecht, 2021). Binnen deze twerk precies ligt, is te lezen in het Groenstructuurplan uit 2017.

Het Nieuwegeinse Natuurgebieden is ruimte voor het rivierenlandschap netwerk bestaat naast het eerdergenoemde dat hier altijd al was. Hier worden pioniervegetaties opgevolgd door graslanden, struwelen Natuurnetwerk Nederland uit lokale groene hotspots en de groene verbindingen hiertussen. In en bossen. Op de hogere delen staat rivier- en 2018 is een onderzoek uitgevoerd door Bureau beekgeleidend bos (bos langs oevers van rivieren Waardenburg (Boddeke). Hier is gekeken hoe en beken dat regelmatig met de voeten in het we een zo hoog mogelijk ambitieniveau kunnen water staat door hoog water) en droog schraalland. In de lagere delen staat vochtig hooiland halen binnen ons Natuurnetwerk. Deze ambitieniveaus zijn sterk afhankelijk van de omvang van en glanshaverhooiland. De soorten die hierbij de aanwezige natuur. In een ideale situatie is het horen, staan in Bijlage F. Natuurnetwerk één ongedeelde zone, in de praktijk is dat niet zo. Er is daarom gekeken naar zo Binnendijks Binnendijks is er eigenlijk geen rivierenlandschap groot mogelijke aangesloten groenzones en wat meer. Beheertypen die onder invloed staan van ervoor zorgt dat ze niet verder kunnen groeien. – 20 –

Figuur 5 De ligging van het Natuurnetwerk Nederland en de Natura 2000-gebieden in de omgeving van Nieuwegein Legenda

Grens gemeente Nieuwegein Natuurnetwerk Nederland Natura 2000-gebieden Ecologische verbinding

– 21 –

Gebieds­beschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

Tabel 1 6 groene zones met ieder een ambitieniveau en doelsoorten Zone

Ambitieniveau

Doelsoorten

1 Hoge landen-Park Oudegein circa 150 hectare

Niveau 4: ontwikkeling oud parkbos met ruimte voor holenbroeders, bloemrijke weides voor vlinders, moerasvegetaties.

Boomvalk, boommarter, bunzing, groot heksenkruid, ringslang, oranjetipje.

2 Kanaalzone Plettenburg-De Wiers circa 80 hectare

Niveau 3 (2): ontwikkeling bloemrijke grazige vegetaties op dijk (verbindingszone) en grotere graslanden. Aaneengesloten laanbeplantingen.

Migratie/foerageerzone voor vleermuizen en leefgebied voor egel en bunzing. Kleine vuur­ vlinder, bruine sprinkhaan, margriet, knoopkruid.

Niveau 3: ontwikkeling oud parkbos met ruimte voor holenbroeders, bloemrijke weides voor vlinders. Versterken van doorlopende boomstructuren en ruigte/ struweelranden in de ecologische verbindingszone.

Bunzing, boomvalk, watervleermuis, franjestaart, rosse vleermuis, bruin zandoogje, groot heksenkruid.

4 Westelijke groenzone Batau-Galecop circa 80 hectare

Niveau 3: ontwikkeling van een afwisselende groenstrook met opgaande bosschages, graslanden en watergangen. In verband met de omvang en recreatief gebruik niet te hoge doelen.

Bunzing, hermelijn, egel, laat­ vlieger, kleine karekiet, bont zandoogje, gewone pad.

5 Tramremiseterrein en groenstroken Huis de Geer circa 50 hectare

Niveau 3: ontwikkeling van ouder parkbos. Sinds 40 jaar een compensatiegebied (Provincie). Belangrijk voor natuurontwikkeling. Tevens laatste stapsteen in de verbinding met de gemeente Utrecht.

Bunzing, boomvalk, egel, bont zandoogje, gewone pad.

6 Galecopperzoom circa 50 hectare

Niveau 3: ontwikkeling van een parkzone met bloemrijk grasland, moerasstroken en beperkte bosverbindingen.

Gewone margriet, moeras­spirea, grauwe wilg, bunzing, bont zandoogje, gewone pad, heikikker, kleine karekiet.

3 Rijnhuizen-Noorderveld circa 65 hectare

Op basis van hun ligging zijn er zes grote stedelijke parkachtige groenzones aangegeven. Iedere zone is ten minste 50 hectare groot. Voor deze zes zones zijn, per zone, ambities en doelsoorten aangegeven (zie Tabel 1). De meeste gebieden in het Natuurnetwerk Nieuwegein zijn een parklandschap. Daarbinnen richten we ons vooral op soorten die leven in bebouwd gebied. Denk aan de egel, bunzing, franjestaart, bruin zandoogje, gewone pad en groot heksenkruid (Tabel 1). De ambitieniveaus die we hier noemen komen uit het rapport van Boddeke (2018) en zijn anders dan de ambities in de omgevingsvisie. In Bijlage A staan de ambities en keuzes uit de Omgevingsvisie. De ambities die we hier noemen helpen meer bij het herstellen en verbeteren van de biodiversiteit.

2.2.2 Wonen In gemeente Nieuwegein is veel groen rondom de woningen. Per woning is er nu gemiddeld ongeveer 170 m2 openbaar groen. Dit is ruim boven de minimale 75 m2 openbaar groen per woning volgens de Nota Ruimte (2004). Wel zijn er grote verschillen tussen de wijken. Zo heeft Zandveld het minste openbaar groen per woning en de Wiers juist heel veel (Tabel 2). Het groen is vooral te vinden aan de oostelijke kant van de Wiers. Er is minder groen tussen de woningen dan je zou verwachten. De cijfers geven inzicht in de verdeling van het openbaar groen in de wijken. Stapstenen Een deel van het openbare groen ligt als groen lint door de bebouwing. Dit zijn zowel grotere – 22 –

Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

| Gebieds­beschrijving en natuur

groengebieden als kleinere, langgerekte groenstroken met bomen, heesters, grasvelden, oevers en water. Deze groene linten worden stapstenen genoemd. Stapstenen zijn “steunpunten” voor het Natuurnetwerk Nieuwegein: het zijn natuurverbindingen tussen de parken en het buitengebied en tussen de parken onderling. Via deze stapstenen kunnen planten en dieren zich verplaatsen van het ene naar het andere groengebied. Daarmee wordt uitwisseling van planten en dieren mogelijk. De inrichting van een stapsteen bepaalt welke soorten (dieren en/of planten) er gebruik van kunnen maken. Eén van de stapstenen is het groen langs de Reinesteijnseweg, Batauweg en de A.C. Verhoefweg. Hiermee worden het Park Galecop en het Park Kokkebogaard aan elkaar verbonden. Door heel Nieuwegein zijn dit soort gebieden die werken als

7 9 3 1

11 19

2

15

10 16

14

13

5 4 6

8

18

17

12

Tabel 2 De groengegevens per wijk (het groen van Park Oudegein en het groen in gebied Het Klooster niet meegenomen). De gegevens komen uit ons beheersysteem Greenpoint (d.d. juli 2023). Wijk

Aantal inwoners

Oppervlakte groen (m2)

Aantal bomen

Groen per inwoner (m2)

Groen per woning (m2)

1 Batau Noord

7.414

351.629

2.902

47,4

102,86

2 Batau Zuid

6.542

344.375

2.960

52,6

114,14

3 Blokhoeve

1.768

140.696

743

79,5

172,52

4 De Wiers

125

63.426

780

507,5

1101,28

5 Doorslag

6.026

264.709

3.411

43,9

95,26

6 Fokkesteeg

6.523

238.999

2.316

36,6

79,42

7 Galecop

8.189

708.346

4.387

86,5

187,71

8 Hoogzandveld

3.016

186.636

1.218

61,9

134,32

9 Huis de Geer

656

109.849

644

167,4

363,26

10 Jutphaas en Wijkersloot

6.578

185.253

2.091

28,2

61,19

11 Liesbosch -Laagraven

191

48.165

401

252

2408,25

12 Lekboulevard

1.666

41.473

427

24,9

54,03

13 Merwestein

1.625

51.586

628

31,7

68,79

14 Plettenburg

497

238.606

837

480,1

1041,82

15 Rijnhuizen

1.872

100.866

1.613

53,9

116,96

16 Stadscentrum

1.827

9.831

317

5,4

11,72

17 Vreeswijk

3.394

123.438

1.174

36,4

78,99

18 Zandveld

2.332

40.059

670

17,2

37,32

19 Zuilenstein

5.324

201.324

2.630

37,8

82,03

– 23 –

Gebieds­beschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

Tabel 3 % onverhard in tuinen (2018) Wijk

Percentage onverhard

Doorslag-Noord

46%

Doorslag-Oost

47%

Batau Zuid

30%

Doorslag-Zuidwest

55%

Blokhoeve

7%

Driften-Noord

20%

De Wiers

11%

Driften-Zuid

46%

Doorslag

49%

Gaarden

35%

Fokkesteeg

24%

Galecopperzoom

61%

Galecop

18%

Graven en Gravinnen

31%

Het Klooster

36%

Hagen

19%

Hoge Landen

71%

Het Klooster

36%

Hoogzandveld

28%

Hoge Landen

71%

Huis de Geer

52%

Hoogzandveld-Oost

28%

Jutphaas Wijkersloot

49%

Hoogzandveld-West

28%

Laagraven

37%

Hoven-Oost

21%

Lekboulevard

18%

Hoven-West

9%

Merwestein

12%

Huis de Geer

52%

Park Oudegein

55%

Jutphaas

39%

Plettenburg

59%

Lekboulevard

18%

Rijnhuizen

50%

Merwestein

12%

Stadscentrum

30%

Nieuw Vreeswijk

24%

Vreeswijk

16%

Park Oudegein

55%

Zandveld

24%

Plettenburg

59%

Zuilenstein

15%

Rijnhuizen

50%

Schansen

14%

Stadscentrum

30%

Buurt

1,00,80,60,40,20,0

Percentage onverhard Binnenweides

15%

Vesten

29%

Blokhoeve

7%

Vreeswijk

13%

Buitengebied Laagraven

41%

Wijkersloot-Oost

44%

Buitenweides

34%

Wijkersloot-West

65%

Burgen

15%

Zandveld

24%

De Liesbosch

19%

Zuilenstein-Noord

16%

De Wiers

11%

Zuilenstein-Zuid

15%

1,00,80,60,40,20,0

– 24 –

30% of meer onverhard

22%

minder dan 30% onverhard

Batau Noord

| Gebieds­beschrijving en natuur

2.2.3 Industrie Nieuwegein heeft vier bedrijventerreinen: Liesbosch-Laagraven, Het Klooster, Plettenburg en de Wiers. Deze terreinen hebben weinig groen, veel rechte lijnen en veel verharding. Toch is er genoeg kans om ze groener te maken. Bijvoorbeeld door parkeerplekken anders in te richten, zodat er meer mogelijkheden ontstaan voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. Dat is niet alleen goed voor planten en dieren, maar ook voor de mensen die er werken; uit onderzoek blijkt dat werknemers gezonder en blijer zijn in een groenere omgeving. In Liesbosch-Laagraven valt vooral Downunder op. Dat is een groene plek voor watersport, recreatie en evenementen. De rest van Liesbosch-Laagraven is vooral versteend, met bijna nergens groenstroken. Een klein (westelijk) deel van Het Klooster is zo ingericht dat er mogelijkheden zijn voor natuur en biodiversiteit. We noemen het een compensatiegebied voor natuur, omdat ergens anders natuur is verdwenen. In dit geval was de inrichting van dit compensatiegebied noodzakelijk vanwege de aanleg van de bedrijven op Het Klooster. Door de bouw van de bedrijven zou een belangrijke voortplantingsplek voor (beschermde) diersoorten verloren gaan. Door dit compensatiegebied in te richten hebben deze soorten een leef- en voortplantingsplek behouden.

groene stapstenen. Ook plekken zoals groene schoolpleinen, volkstuinen, begraafplaatsen, sportvelden en groene speellocaties kunnen een stapsteen zijn. Groene tuinen Veel bewoners hebben minder dan 30% groen in hun tuin. In de helft van onze wijken bestaat de tuin uit meer dan 70% verharde ondergrond. We hebben dit in 2019 laten onderzoeken door Adviesbureau Neo (disclaimer: onzekerheidsmarge van ± 10%). Tabel 3 laat een overzicht zien van het percentage groen (onverhard) in de tuinen. In hoofdstuk 5 noemen we doelen en maatregelen voor het vergroenen van de particuliere tuinen, meestal in samenwerking met klimaatadaptatie. Soortkeuze planten en bomen Voor heel Nieuwegein geldt dat de stad snel gegroeid is en ook snel groen moest zijn. De eerder gemaakte keuzes voor plantensoorten zijn op basis van de kennis, ervaringen en wensen van nu niet altijd de juiste gebleken. Veel bomen zorgen voor (ernstige) wortelopdruk, staan niet op de juiste plek of zijn aan het einde van hun levensduur. Daarnaast spelen ziekten een belangrijke rol bij het toekomstbestendig maken van onze leefomgeving. Hoe we hiermee om willen gaan is te lezen in hoofdstuk 5.

2.2.4 Water Water is belangrijk in de leefomgeving. Naast biodiversiteit is ook de waterkwaliteit de laatste

Zinloze verharding Gemiddeld is er in Nieuwegein per woning veel openbaar groen. Toch is er binnen de gemeente nog behoorlijk wat aan zinloze verharding in de openbare ruimte. Er is door bureau Cleverland in 2022 onderzoek gedaan naar de hoeveelheid zinloze verharding. Dat onderzoek geeft aan dat er 122.000 m2 onnodige verharding is. Voor ongeveer 77.000 m2 daarvan is het vergroenen veel werk. Er moeten bijvoorbeeld straten anders worden ingericht. De overige 45.000 m2 is wél makkelijk te vergroenen: door asfalt en tegels weg te halen en de grond te beplanten. Deze vergroening helpt bij klimaatadaptatie en biedt kansen voor verbetering van de biodiversiteit.

Streefbeeld ‘zichtbaar’ – 25 –

Gebieds­beschrijving en natuur | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

Streefbeeld ‘levendig’

Streefbeeld waterkwaliteit Wanneer een watergang aan het streefbeeld (zichtbaar) voldoet, heeft het de volgende waterkwaliteit:

tientallen jaren flink achteruitgegaan. De gemeente Nieuwegein en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden wil dat alle watergangen in Nieuwegein tenminste het streefbeeld ‘zichtbaar’ hebben. Dit is op dit moment nog niet overal het geval. In 2021 is er op 44 locaties in Nieuwegein de waterkwaliteit beoordeeld. Er was één locatie met streefbeeld ‘natuurlijk’, 15 locaties met streefbeeld ‘levendig’, 13 locaties met streefbeeld 'zichtbaar' en 15 locaties met streefbeeld ‘laag’. Soms is er sprake van overmatige kroosvorming, zijn waterplanten helemaal afwezig of is er sprake van botulisme of blauwalg. Op andere plekken gaat het eigenlijk heel goed en wordt voldaan aan het streefbeeld ‘levendig’ of ‘natuurlijk’.

er is minder dan 40% bedekkingspercentage algen en/of kroos aanwezig;

het doorzicht in het water is minimaal twintig centimeter;

2.2.5 Stand van zaken Op bepaalde plekken wordt aan monitoring gedaan. En steeds meer mensen geven hun waar­ nemingen door via websites als waarneming.nl en telmee.nl. Toch blijkt het lastig om met die gegevens goed bij te houden hoe het met de biodiversiteit in gemeente Nieuwegein gaat. Daarvoor is het nodig om lange tijd op dezelfde manier natuurgegevens te verzamelen. Daarom is in dit omgevingsprogramma opgenomen dat we een methode en een meetnet dat daarbij hoort gaan opzetten. (zie paragraaf 6.4) Toch kunnen we al wat opvallende dingen noemen. We beginnen met een aantal negatieve ontwikkelingen. Hiermee benadrukken we meteen dat dit omgevingsprogramma nodig is:

er is een minimale diversiteit* van waterplanten en oevervegetatie aanwezig is;

er liggen minder dan tien stuks zwerfafval in of op honderd m2 wateroppervlak.

*Voor de precieze randvoorwaarden: zie de ecoscans zoals gepubliceerd op de website van het Hoogheemraadschap. (De link staat op pagina zeven in het Meerjarenplan Waterkwaliteit Nieuwegein.)

– 26 –

Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

| Gebieds­beschrijving en natuur

schillende soorten groeiden. We zien ook meer orchideeën, zoals de bijenorchis.  Door te laten zien wat we doen en met elkaar in gesprek te gaan, kunnen we steeds beter uitleggen dat het heel belangrijk is wat we doen. We zorgen zo dat steeds meer mensen ons steunen bij het werken aan een gezondere leefomgeving.

 De natuur is sterk versnipperd geraakt door de bouw van woonwijken en wegen. Voor dieren die niet vliegen, is het vaak onmogelijk om de drukke wegen over te steken. Door de aanleg van ecoducten en wildtunnels is dat de afgelopen jaren wel iets verbeterd. Maar er blijven veel plekken over waar dieren moeilijk de weg over kunnen. Een voorbeeld van zo’n plek is de verbinding tussen het buitengebied van IJsselstein en het IJsselbos. Daar lopen de A2 en de N210 doorheen.  Er is steeds meer druk op iedere m2 groen. Daarmee bedoelen we dat er weinig ruimte is voor groen. Dat komt niet alleen door hoe we die ruimte inrichten, maar ook door de ‘overlast’ van groen. Denk aan schaduw op zonnepanelen, gladde straten door vallend (nat) blad in de herfst, bloesem in het voorjaar, hooikoorts, enz.

We gaan voor nog veel meer positieve veranderingen. Daarbij houden we in de gaten wat de effecten zijn van wat we doen. Zo weten we straks goed hoe de biodiversiteit in onze leefomgeving verder verbetert. A12-zone De A12-zone is na 2030 een belangrijk gebied voor de gemeente en de regio om te ontwikkelen. In de Omgevingsvisie staat dat dit gebied wordt onderzocht voor grootschalige stedelijke ontwikkeling. De Raad heeft in oktober 2022 een positiebepaling vastgesteld. Daarin staat wat de A12-zone moet opleveren voor Nieuwegein. Er staat ook in hoe die ambities worden beoordeeld. We noemen dat het beoordelingskader. Groen en natuurlijke ontwikkeling (biodiversiteit en Natuurnetwerken), recreatie en klimaatadaptatie zijn onderdeel van dit beoordelingskader. Bescherming en ontwikkeling van groen/natuur horen bij een complete ontwikkeling van een gebied. Daarnaast is besloten dat bestaande waarden belangrijker zijn dan het ‘pauzelandschap’ dat al zou worden ontwikkeld. Dit betekent dat er belangrijke en overtuigende redenen moeten zijn om bestaande waarden aan te tasten, te verplaatsen of te veranderen. Op deze manier wordt bij de ontwikkeling van de A12-zone rekening gehouden met groen en natuur. Bij de ontwikkeling van de A12-zone moeten we de juiste keuzes maken en op een goede manier samenwerken om de verschillende doelen voor het gebied samen te laten komen.

Hoe krijgen we het groen zover mogelijk het stedelijk gebied in? Dat is namelijk de bedoeling van de leidraad 3-30-300. Er zijn ook juist kansen om ecologische verbindingen te maken naar gebieden als Laagraven Oost en Rijnenburg. Deze verbindingen kunnen we slim combineren met bijvoorbeeld routes voor langzaam rijdend verkeer. 

Gelukkig zijn er ook positieve ontwikkelingen:  City Nieuwegein wil minder verharding (stenen en asfalt) en wil de meest duurzame binnenstad van Nederland worden. Bij vernieuwing ligt de nadruk op het toevoegen van groen aan de stad. Ook wordt het water opgevangen en weer gebruikt om het openbaar groen in droge periodes water te geven. Het nieuwe City Park (het voormalige rosarium) is pas geopend. Dit park biedt niet alleen mogelijkheden om te spelen en wandelen, maar is ook een mooie stapsteen door de bomen, het vele groen en de bloemen. Zo komen dieren, vogels en insecten weer terug naar de stad.  We hebben een aantal proeflocaties gekozen waar we gaan onderzoeken wat de resultaten van bepaalde maatregelen zijn. Hier plaatsen we ook bodemsensoren om de kwaliteit van de bodem bij de resultaten te kunnen betrekken.  In 2023 begonnen we met de pilot ‘Anders maaien’. Daarnaast deden we mee met ‘Maai Mei Niet’. (de locaties van de pilot zijn buiten het ‘Maai Mei Niet’ gehouden.) We bekijken en beoordelen de resultaten van beide initiatieven. (De evaluatie van ‘Maai Mei Niet’ is in december 2023 afgerond.) We kunnen in ieder geval zeggen dat we op bepaalde locaties meer dan twintig verschillende plantensoorten hebben waargenomen, terwijl daar eerst maar zes ver– 27 –

Omgevingsprogramma 2023-2033

| Natuur in de stad

Gewone dwergvleermuis

Wet- en regelgeving H

et omgevingsprogramma Natuur in de stad is een strategisch initiatief met als doel de bescherming, ontwikkeling en het beheer van groene gebieden te verbeteren. Om dit programma succesvol uit te voeren, moeten we rekening houden met wetten en regels. Deze wet- en regelgeving is belangrijk voor het behoud van natuur en biodiversiteit in Nederland. De wetten en regels beschermen soorten en leefplekken van dieren en natuurgebieden. Zo helpen ze bij het behoud van ons natuurlijke erfgoed voor nu en later. Daarnaast hebben deze regels en wetten een positieve invloed op de kwaliteit en het behoud van ecosystemen en ze helpen de natuur te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering.

3.1 Wet natuurbescherming 3.2 De rol van de gemeente Terug naar inhoudsopgave

– 29 –

Wet- en regelgeving | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

3.1

Wet natuurbescherming

Omgevingsprogramma 2023-2033

maatregelen algemeen nuttig zijn; het isoleren van één woning zou dan ook niet goedgekeurd worden. Een SMP helpt daarom beide partijen; allerlei soorten worden beschermd terwijl ook bijvoorbeeld isolaties per woning mogelijk zijn. Op basis van het SMP worden ontheffingen (toestemmingen) gegeven voor isolatie op specifieke plekken. Daarmee wordt gewerkt volgens de eisen van de Wet natuurbescherming. Het maken van een SMP kan tot twee jaar duren. Dat komt doordat er bijvoorbeeld een jaar lang onderzoek en tellingen van soorten moet worden gedaan. Voor de tijd die nodig is om het SMP te maken, is een ‘pre-SMP’ ontheffing aangevraagd bij de provincie. De provincie kan op basis van dit pre-SMP een tijdelijke ontheffing voor specifieke plekken geven. Deze ontheffing maakt het mogelijk om al te gaan verduurzamen. De ontheffing wordt in het eerste kwartaal van 2024 verleend. Dat wil zeggen dat er dan toestemming is gegeven.

De Wet natuurbescherming is een van de belangrijkste wetten. We geven in deze paragraaf een uitleg over soortenbescherming. De andere regelgeving leggen we uit in Bijlage G. In Nederland zijn meer dan drieduizend soorten die kwetsbaar (gevoelig) zijn of dreigen te verdwijnen. De Wet natuurbescherming is geschreven om deze soorten te beschermen. Naast beschermde soorten zijn er ook ‘rode Lijst soorten’. Dit zijn soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Een soort die op de rode Lijst staat, is niet automatisch ook beschermd. Een soort komt op de lijst met beschermde soorten met een Algemene maatregel van bestuur. In de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) worden alle waarnemingen verzameld. Deze kunnen worden bekeken door bijvoorbeeld bouwers en ontwikkelaars. In Bijlage H staat welke beschermde soorten en welke rode lijst soorten zijn waargenomen in Nieuwegein en tot 500 meter buiten Nieuwegein. Bij de pijler Beschermen in hoofdstuk 5 noemen we een aantal maatregelen om deze soorten te beschermen of te versterken. Centraal in de aanpak van soortenbescherming staat het SoortenManagementPlan (SMP) voor gebouwbewonende soorten. Dat zijn soorten die in en om gebouwen wonen. Zie ook de maatregelen bij de pijler Beschermen in hoofdstuk 5.

De pre-SMP geldt voor de volgende soorten: Gierzwaluw (Apus apus) Huismus (Passer domesticus) Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)

Wat is een SMP? In een SMP staat welke maatregelen wanneer en waarvoor moeten worden genomen om soorten te beschermen bij bepaalde activiteiten. Denk bijvoorbeeld aan het isoleren van een woning. Soorten als de vleermuis wonen vaak in de muren van een woning. Bij het isoleren, raken deze dieren verstikt en sterven ze en/of wordt het aantal mogelijkheden om nesten te maken een stuk kleiner. In een SMP staat welke maatregelen moeten worden genomen zodat de dieren ergens anders kunnen verblijven. Daarna kan het isoleren veilig gebeuren, zonder schade aan de natuur. Zonder een SMP moet voor elke activiteit apart een onderzoek worden gedaan, met bijbehorende maatregelen. Daarnaast moeten de

Laatvlieger (Eptesicus serotinus) Ruige dwergvleermuis (Myotis dasycneme) Meervleermuis (Myotis dasycneme) Baardvleermuis (Myotis mystacinus) Brandt’s vleermuis (Myotis brandti)

– 30 –

Foto Unsplash

– 31 –

| Natuur in de stad

Wet- en regelgeving | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

Franjestaart (Myotis nattereri)

Controleren Het controleren van onderzoeksrapporten zoals Quickscans of inventarisatierapporten.

Tweekleurige vleermuis (Vespertilio murinus)

| Natuur in de stad

Huismus (Passer domesticus) Foto Unsplash

Handhaven Ervoor zorgen dat iedereen zich houdt aan de regels van de Wet natuurbescherming. Wanneer dat niet gebeurt of als we vermoeden dat het niet gebeurt, zorgt de RUD ervoor dat de regels wél worden gevolgd.

Gewone grootoorvleermuis (Plecotus auritus) Kleine dwergvleermuis (Pipistrellus pygmaeus)

3.2

Omgevingsprogramma 2023-2033

Adviseren De RUD geeft gemeente Nieuwegein advies. Wanneer meer advies of ondersteuning bij onderzoeken nodig is, kan de gemeente ecologen van de RUD inschakelen. 

De rol van de gemeente De gemeente heeft een aantal taken en rollen in de wet- en regelgeving. Quickscan Een Quickscan is een natuurtoets, die wordt gedaan door een gespecialiseerd (ecologisch) adviesbureau. De Quickscan maakt duidelijk of in een bepaald gebied beschermde soorten zijn. Ook maakt de Quickscan duidelijk of bepaalde plannen, activiteiten of projecten nadelig kunnen zijn voor die soorten. In Bijlage G geven we een uitgebreidere uitleg hierover. Gedragscode soortbescherming De gedragscode van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zorgt ervoor dat iedereen goed omgaat met beschermde planten en dieren. Deze gedragscode is gemaakt op basis van de gedragscode Ruimtelijke Ontwikkeling of Inrichting (van RVO) en de gedragscode Bestendig Beheer of Onderhoud (van RVO). De gedragscode soortbescherming is er voor alle gemeenten. Elke gemeente kan deze gedragscode van toepassing laten verklaren door middel van een collegebesluit (zie ook paragraaf 5.2).

'Naast beschermde soorten zijn er ook ‘rode lijst soorten’. Dit zijn soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwij-

Samenwerking Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht Voor de Wet natuurbescherming werkt gemeente Nieuwegein sinds 1 januari 2023 samen met de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht. Deze samenwerking geldt voor drie taken:

nen. Een soort die op de rode Lijst staat, is niet automatisch

ook beschermd'. – 32 –

– 33 –

Omgevingsprogramma 2023-2033

| Natuur in de stad

Honingbij (Apis mellifera)

4.1 Visie 4.2 Strategie Terug naar inhoudsopgave

Visie en strategie O

nze visie is het beeld van hoe we willen dat de toekomst eruitziet. Het toekomstbeeld van de omgevingsvisie ligt verder in de toekomst dan het eind van dit omgevingsprogramma. Met dit programma zetten we een stap richting die toekomst.

– 35 –

Visie en strategie | Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

4.1

Visie

Omgevingsprogramma 2023-2033

Vanuit dit natuurnetwerk dringen planten en dieren ver de stad in. De bunzing, egel en gewone pad zijn hierdoor verspreid door Nieuwegein te vinden. Op schoolpleinen en in eigen (buurt) tuinen beleven kinderen de levendige natuur van dichtbij. Dagvlinders zoals het Klein koolwitje, de Atalanta-vlinder en het Boomblauwtje weten ze zo te herkennen. De grote hoeveelheid aan groene balkons, gevels, daken en tuinen hebben veel verschillende inheemse plantensoorten en bloeiende planten. Insecten gebruiken deze planten om te eten, schuilen en zich voort te planten. Deze insecten vormen op hun beurt weer voedsel voor de Egel, Huismus en gewone Dwergvleermuis. De natuur in de stad is zo een evenwichtig samenspel tussen wonen, werken en ontspannen. Kortom, een prettige en groene stad, zoals afgebeeld op de cover van dit omgevingsprogramma!

In 2040 is Nieuwegein een stad waar de aanwezigheid van algemene inheemse planten en dieren heel normaal is en blijft. Met alles wat deze planten en dieren nodig hebben om goed te groeien en bloeien. Dit beschrijven we beeldend in het volgende toekomstbeeld: In ons beeld van de toekomst wordt het Nieuwegeinse Natuurnetwerk de levendige groene kern van de stad. Het Nieuwegeinse Natuurnetwerk is de groene ader in de stad, het barst hier van het leven. De Laatvlieger (een vleermuis) jaagt hier op insecten en het Groot heksenkruid (een plant) bloeit uitbundig in het voorjaar in de bosrijke delen. Het Oranjetipje (een vlinder) heeft ruime keus in het leggen van haar eitjes, die zij het liefst legt op de Pinksterbloem en Look-zonder-look. Bermen en oevers bieden ruimte aan veel verschillende planten en dieren. De Watervleermuis en Boomvalk jagen hier op grote aantallen Libellen, Juffers en andere waterinsecten. Op de 4.2 Strategie bloemrijke dijken krioelt het van insecten. Wilde Onze strategie laat zien hoe we toewerken naar bijen leggen hier hun eitjes in de zanderige delen. De rupsen van de Distelvlinder smullen van die stad waar de aanwezigheid van inheemse de Akkerdistel, Gewone klis en Grote brandnetel. planten en dieren heel normaal is en blijft. En hoe we ervoor zorgen dat ze alles hebben om goed te groeien en bloeien.

We doen dit met vijf pijlers. Deze pijlers vormen de basis van het omgevingsprogramma:  Verbinden  Verbeteren  Vergroten  Beschermen  Betrekken

'Het Nieuwegeinse Natuurnet-

Verbinden Verbinding is een belangrijk onderwerp in de stadsnatuur. Een gevarieerde stadsnatuur, die verbonden is met het buitengebied en andere groene plekken zorgt voor meer verschillende planten en dieren. Veel dieren, zoals bijen, vleermuizen, padden, eekhoorns en egels hebben groene routes nodig om zich te verspreiden in de stad. Ons Natuurnetwerk Nieuwegein helpt deze dieren een handje. Er zijn ook plekken die we 'stapstenen' noemen, deze helpen dieren en

werk wordt de levendige groene kern van de stad. Vleermuizen als de laatvlieger jagen er op insecten, terwijl planten tijdens het voorjaar uitbundig bloeien.' – 36 –

Locatie Herenstraat Foto Neeltje Klein

| Natuur in de stad

Natuur in de stad | Omgevingsprogramma 2023-2033

Omgevingsprogramma 2023-2033 Natuur in de stad

planten om van het ene naar het andere gebied te komen. De inrichting van deze stapstenen, bepaalt welke dieren en planten er gebruik van kunnen maken. Groene daken, muren, tuinen en balkons dragen ook bij aan het verbinden van verschillende leefgebieden. We moedigen ook inwoners aan om zelf iets te doen in hun tuinen. Dit valt onder de pijler betrekken. Door de juiste planten op de juiste plek te kiezen, draagt elke vorm van vergroening bij aan meer verbinding. Elke vier jaar vernieuwen we onze beheerplannen voor het groen in de stad. Het algemene groenbeheerplan, maar ook de beheerplannen voor fruitboomgaarden, vogelbroedbossen en grienden. We kijken dan bijvoorbeeld naar welke planten we kiezen en hoe we het groen onderhouden. De groene hoofdlijnen, die het natuurnetwerk weergeven, zijn te zien in het Groenstructuurplan 2017.

 Schone lucht is voor iedereen belangrijk. Vervuilde lucht kan luchtwegklachten erger maken en zelfs invloed hebben op hoe lang mensen gemiddeld leven. Dit omgevingsprogramma heeft daarom een aparte pijler om de kwaliteit van de bodem, het water en de lucht te verbeteren. We willen ook zorgen voor leefruimte voor meer verschillende planten en dieren. Dit doen we door bijvoorbeeld meer lokale soorten te laten groeien, zodat er meer variatie aan leven ontstaat. In juni 2023 zijn de luchtkwaliteitsresultaten voor Nieuwegein van 2021 bekendgemaakt. Het laat zien dat de luchtkwaliteit in Nieuwegein de laatste jaren beter is geworden en dat we ruim voldoen aan de Europese normen. Vergroten Als er meer groen is, hebben planten en dieren meer plek om te leven. Goede leefomstandigheden helpen hen niet alleen om te overleven, maar ook om zich beter te verspreiden. Zo kunnen sterkere populaties ontstaan. Meer groen in de stad kan worden bereikt door het planten van bomen. In de stad worden dieren sneller verstoord in struiken of andere kleine planten. In bomen kunnen vogels rustig broeden. Verschillende lokale planten vergroten ook de variatie en structuur van groen en trekken meer insecten aan, waardoor de biodiversiteit groeit. In steden is veel van het oppervlak bebouwd en bestraat, soms zelfs tot 70%.

Op plekken in het centrum en bedrijventerreinen kan dit oplopen tot wel 90% (Bron: Wageningen University & Research, 2018). Gemeente Nieuwegein wil daarom vooral minder verharde en betegelde plekken hebben. We richten ons op gebieden zoals bedrijventerreinen, tuinen en openbare ruimte. We willen dit bereiken door mensen te informeren, aan te moedigen en zelf het goede voorbeeld te geven. Ook onderzoeken we hoe we deze plannen kunnen vastleggen in gemeentelijke verordeningen en/of het omgevingsplan. Het omgevingsprogramma Klimaatadaptatie legt al de basis voor een groener Nieuwegein en we sluiten hierbij aan om de biodiversiteit te verbeteren.

Verbeteren Om meer verschillende planten en dieren te laten groeien en leven, moeten we het hele ecosysteem beter maken. Is een ecosysteem gezond? Dan draagt dat bij aan de biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. Een gezond ecosysteem kan ook beter omgaan met lange, droge periodes of zware regenval. Een gezonde bodem, gezond water en een goede luchtkwaliteit zijn allemaal belangrijk voor de biodiversiteit en onze leefomgeving. Alles staat met elkaar in verbinding. Een gezonde leefomgeving is niet alleen belangrijk voor de biodiversiteit, maar ook voor de economie en de dingen die we samen doen. In het Onderzoek Groei van de stad 2023-172' ( juni 2023) gaat het over 'kwalitatief' groen. Dat betekent dat we moeten bepalen wat wij 'kwalitatief' goed groen vinden. Welke keuzes maken we voor de inrichting en welke soorten kiezen we daarvoor.” Hieronder een aantal voorbeelden:  Een gezonde bodem is heel belangrijk voor de landbouw, omdat dit invloed heeft op ons voedsel.  Schoon (en genoeg) water is niet alleen nodig om te drinken en voor de landbouw, maar ook voor recreatie en toerisme.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Nieuwegein&id=51e65c5e-cd17-4991-af46-f94ec28a75c1