2023-325 Bijlage 17 AB-voorstel en besluit begroting 2024
Tekst van het document
2023-325 Bijlage 17
Agendapunt 4
AFVALVERWIJDERING UTRECHT Nr. 23/010/4v Begroting 2024 Aan het Algemeen Bestuur van de AVU Soest, 31 mei 2023 Bijlage(n) : - Besluit Algemeen Bestuur - Begroting 2024 - Notitie zienswijzen begroting 2024 - Brieven (4) reacties zienswijzen gemeenten Houten, IJsselstein, Oudewater en Utrecht
Geachte leden van het Algemeen Bestuur, Inleiding Uitvoering gevend aan artikelen 33 en 34 van de statuten van de gemeenschappelijke regeling Afval Verwijdering Utrecht, heeft het Dagelijks Bestuur de ontwerpbegroting 2024 op 16 februari 2023 aan de raden van de deelnemende gemeenten aangeboden. De raden zijn in de gelegenheid gesteld om vóór 1 mei 2023 zienswijzen in te dienen. Reacties van de raden van de deelnemende gemeenten Ambtelijke reacties zijn binnengekomen van de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Houten, Leusden, Oudewater, Renswoude, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden en Wijk bij Duurstede en betroffen enkele verduidelijkingen met betrekking tot de begrotingsgegevens, enkele verbeteringen in de begrotingstekst en aanpassingen van de hoeveelheden. De gemeenten Amersfoort, Lopik, Renswoude, Soest, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden, Wijk bij Duurstede en Zeist hebben laten weten geen zienswijzen in te dienen. De gemeenten Houten, IJsselstein, Oudewater en Utrecht hebben zienswijzen ingediend. Zienswijze gemeente Houten Met de zienswijze verzoekt de gemeente Houten om een toelichting op de vertegenwoordiging van de gemeenten door de AVU in diverse overlegstructuren en op het betrekken van de raden bij beleidsmatige keuzes. Tevens wordt gevraagd om inzicht in de berekening van de hoeveelheden glas die per gemeente worden ingezameld.
Het betreft hier alleen de gemeenten waar de inzameling door Stadsbedrijven Utrecht wordt verzorgd, 14 in totaal. Tenslotte wordt verzocht om de begroting 2024 te corrigeren met betrekking tot de nascheidingskorting welke de gemeente Houten toekomt. De ingediende zienswijze heeft een informatief karakter waardoor de begroting 2024 inhoudelijk niet behoeft te worden aangepast, met uitzondering van de paragraaf-titel “De AVU vertegenwoordigt!” op pagina 9. Met betrekking tot de nascheidingskorting die voor de gemeente Houten nog moet worden opgenomen, geldt dat dit geen invloed heeft op de begrote bedragen voor de andere gemeenten. Zienswijze gemeente IJsselstein De gemeenteraad van IJsselstein dient geen inhoudelijke zienswijze in, maar verzoekt de AVU in breder AVU-verband te onderzoeken naar mogelijkheden om kosten op lange termijn te beheersen. Op dit moment acht de gemeenteraad van IJsselstein de kosten voor verwerken
1
van met name brandbaar afval/grof afval en gft-afval fors hoog en vindt het belangrijk dat er minder restafval wordt aangeboden, ingezameld en verwerkt. Deze vraag heeft een informatief karakter en de zienswijze heeft geen invloed op de begroting, inhoudelijk noch getalsmatig. Zienswijze gemeente Oudewater De gemeenteraad van Oudewater voorziet als gevolg van de inzet op vermindering van restafval naar 0 kg/inw in 2050 een transitie van de functie van de AVU van een verwijderaar en verwerker van afvalstoffen naar een aanbieder van grondstoffen en verwacht daarin van de AVU-organisatie een ambitieuze houding. Het verzoek hierbij aan de AVU is om in alle branche-overleggen alsmede overleggen in het kader van de samenwerking CirkelWaarde, afvalpreventie bij alle ketenpartners te agenderen en tot speerpunt van beleid te maken. De gemeenteraad van Oudewater wil in het komende jaar graag op de hoogte worden gehouden van de activiteiten die voortvloeien uit deze overleggen en samenwerkingen, alsmede van de betrokkenheid van de AVU bij zaken als publiekscampagnes en het informeren en ondersteunen bij het beleid van gemeenten. Tenslotte verzoekt de gemeenteraad aan de AVU om in samenwerking met de deelnemende gemeenten daadwerkelijk werk te gaan maken van verminderen van de hoeveelheid afval.
Het is wenselijk om te komen tot een realistisch afbouwplan richting 0 kilo afval in 2050, inclusief een begroting die daarbij past. De gemeenteraad van Oudewater vraagt de AVU hier in 2024 een aanvang mee te maken. De vragen hebben een informatief karakter en de zienswijze heeft geen invloed op de begroting, inhoudelijk noch getalsmatig. Zienswijze gemeente Utrecht Met de zienswijze verzoekt de gemeente Utrecht om een toelichting op het betrekken van de raden bij de aanbesteding van de hoofdstromen (huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval. Tevens verzoekt de raad om de aanbestedingsstrategie, het aanbestedingsadvies en stelt de vraag of de kleine AVU-organisatie is toegerust op intensiever contractbeheer wanneer ervoor wordt gekozen om de hoofdstromen te gaan aanbesteden in meerdere contracten of percelen. De vragen hebben een informatief karakter en de zienswijze heeft geen invloed op de begroting, inhoudelijk noch getalsmatig. Verwerking zienswijzen In de notitie welke ter informatie bij dit voorstel is gevoegd, zijn de zienswijzen en de reacties van het Dagelijks Bestuur samengevat. Deze notitie is conform hetgeen hierover in de nieuwe Wgr is bepaald, via de colleges ter informatie aan de raden van de deelnemende gemeenten verzonden.
De gemeenten Houten, IJsselstein, Oudewater en Utrecht hebben tevens de reactie op de zienswijzen per brief ontvangen. De begroting 2024 inhoudelijk In de ontwerpbegroting 2024 zijn evenals in voorgaande jaren de 2 belangrijke uitgangspunten de hoeveelheden en de tarieven. Voor een zo goed mogelijke weergave van de werkelijkheid worden de hoeveelheden van de diverse afvaldeelstromen op daartoe geëigende wijze bepaald op basis van de in de begroting van 2023 opgenomen gegevens, welke worden vergeleken met de werkelijke gegevens die bekend zijn over de jaren 2021, 2022 en mogelijk met de al bekende gegevens over 2023. Zoals eerder aangegeven en in sommige gevallen ook is gebeurd, kunnen de hoeveelheden door de gemeenten worden bijgesteld. Kijkende naar de productbegroting als onderdeel van de ontwerpbegroting 2024, dan is deze op hoofdlijnen gelijk aan de begroting 2023. Als gemeenten hoeveelheden afval willen aanpassen, kunnen deze aanpassingen veelal worden verklaard door beleidswijzigingen zoals bijvoorbeeld het invoeren van het “omgekeerd inzamelen” of nascheiding van pmd. Omdat het binnen de AVU om grote hoeveelheden afval gaat en beleidswijzigingen zich geleidelijk
2
voltrekken, bestaat er toch een zekere stabiliteit in de hoeveelheden, getuige de volgende tabellen : Jaar 2020 (jr) 2021 (jr) 2022 (jr) 2023 (bg) 2024 (bg)
Brandbaar afval 282.893 ton 266.614 ton 255.200 ton 266.650 ton 262.305 ton
% t.o.v. jaar -1 -5,8 -4,28 +4,5 -1,6
GFT-afval 115.954 ton 114.650 ton 100.499 ton 114.450 ton 113.650 ton
% t.o.v. jaar -1 -1,1 -12,3 +13,9 -0,7
Zoals de tabel laat zien, fluctueren de (begrote) hoeveelheden brandbaar afval en gft-afval ieder jaar, met dien verstande dat de pieken en dalen voornamelijk worden veroorzaakt omdat in de begroting wordt gewerkt met schattingen en berekende waarden. Pas na het opstellen van de jaarrekening kunnen conclusies worden getrokken. Een enigszins vertekend beeld geven de werkelijke hoeveelheden van 2020. Deze lagen aanmerkelijk hoger dan in 2019 of 2021. Een conclusie die breed wordt gedeeld is dat deze afwijkingen voornamelijk gerelateerd zijn aan het coronajaar, waarin erg veel in en om het huis werd geleefd en gewerkt. In 2021 zijn weer een verklaarbare (want na het coronajaar 2020) daling van de hoeveelheid brandbaar afval en een lichte daling van de hoeveelheid gft-afval waarneembaar. In 2022 zet als gevolg van de economische omstandigheden de daling van het restaval door. De daling van de hoeveelheid gft is volgens de verwerkers meer te wijten aan de zeer droge zomer. Mogelijk herstelt de economie zich wat in 2023 en is de zomer minder droog. Daarom wijken de ramingen van 2023 en 2024 niet significant af van de hoeveelheden in 2021.Wel moet hierbij worden gerealiseerd dat op de hoeveelheden die de AVU omzet, afwijkingen van de werkelijke hoeveelheden op de begroting van 2 à 3 % normaal zijn.
De afvalstoffenbelasting welke per ton wordt geheven over al het te verbranden afval bedroeg in 2023 € 35,70. Omdat er momenteel nog geen berichten over een verdere verhoging bekend zijn, wordt voor 2024 uitgegaan van een indexering van 2% en komt deze op € 36,41 per ton. De hoeveelheden glas en oud papier piekten ook in 2020, om daarna in 2021 weer licht te dalen. In 2022 was er naast een bijstelling van 900 ton glas door gemeente Utrecht en het uittreden van de gemeente Vijfheerenlanden sprake van een forse correctie op de gestegen hoeveelheden in de coronaperiode, maar ook de economisch mindere omstandigheden lieten zich in dat jaar gelden. Omdat de begroting voor 2023 al in 2021 is opgesteld, zijn hierin naar alle verwachting te hoge hoeveelheden opgenomen. Jaar 2020 (jr) 2021 (jr) 2022 (jr) 2023 (bg) 2024 (bg)
Glas
% t.o.v. jaar -1
30.400 ton 30.119 ton 27.825 ton 30.210 ton 27.030 ton
-0,9 -7,6 +8,5 -10,5
Oud papier 59.292 ton 58.303 ton 51.590 ton 58.950 ton 51.450 ton
% t.o.v. jaar -1 -1,7 -11,5 +14,3 -12,7
Doorredenerend naar 2024 betekent dit dat er wel een daling van de hoeveelheden glas en oud papier ten opzichte van de begroting voor 2023 is te zien, maar dat de raming van deze hoeveelheden voor 2024 wel in lijn ligt met de werkelijke cijfers over 2022. De glasopbrengsten zijn per ton en per kleur vastgelegd in een contract met de glasverwerker, teruglopende hoeveelheden hebben geen invloed op de hoogte van de opbrengsten per ton. De hoeveelheden oud papier vertoonden na jaren van stijging, na het piekmoment in 2020 een lichte daling waarvan aanvankelijk werd gedacht dat er een stabilisatie zou plaatsvinden rond 58.000 ton. Dit lag in lijn met minder huis-aan-huis-drukwerkverspreiding, minder zakelijk en privé papiergebruik en minder verspreiding van kranten en tijdschriften. Dat deze verwachting niet bewaarheid gaat worden, blijkt nu al over 2022. Dit is één op één te relateren aan de huidige economische crisis. Consumenten kopen minder en bestellen minder via internet en bedrijven produceren minder, waardoor er minder verpakkingen nodig 3
zijn. Ook worden abonnementen op kranten en tijdschriften opgezegd of omgezet naar digitale vormen en is er minder reclamedrukwerk. In feite geldt hier voor wat betreft de ingezamelde hoeveelheid dezelfde analyse als bij glas. Een piek in 2020, gevolgd door correcties in 2021 en 2022. In begroting van 2023 is met de kennis van 2021 een te hoge hoeveelheid oud papier en karton opgenomen. De lagere hoeveelheid van 2024 ligt in lijn met de werkelijke cijfers van 2022. Daarnaast staat de opbrengst van het oud papier onder druk. Omdat de vraag naar verpakkingen terugloopt én het als gevolg van de hoge energieprijzen bijna niet meer rendabel is om oud papier te verwerken, daalt de opbrengst fors en is in het derde kwartaal van 2022 al gezakt van € 182,50 naar € 70,00 per ton. Deze forse schommelingen zijn niet onbekend op de oud papiermarkt. Bij een aantrekkende economie kan de opbrengst zomaar weer met tientjes per maand stijgen. Omdat wel op basis van de huidige bekende cijfers wordt geraamd en wordt ingeschat dat energie voorlopig duur blijft, wordt voor 2024 wel zeer conservatief geraamd met € 50,00 per ton. De contractueel vastgelegde bonus van € 40,32 per ton oud papier wordt vooralsnog begroot, echter ook hierbij heeft het recente verleden laten zien dat zekerheden niet bestaan. Een aandachtspunt zijn de indexeringen die gelden voor 2024.
Normaliter gelden contractueel overeengekomen indexeringen en waarvoor dit niet is vastgelegd, wordt uitgegaan van 2%. Dat dit voor 2022 en 2023 ver bezijden de realiteit zou zijn, is duidelijk. Uitgaande van de gemiddelde inflatie over 2022 is de voor 2022 - 2023 toe te passen index beter vast te stellen op 8%, rekening houdende met de fors toegenomen energie-, brandstof- en personele lasten. Voor 2024 wordt voorzichtig in de markt gesproken over een wat lagere inflatie. Daarom wordt een index van 5% over 2023 - 2024 vooralsnog reëel geacht. Een uitzondering is de afvalstoffenbelasting. Omdat deze belasting een “milieu-instrument” is, is er eigenlijk nog niets over te zeggen zonder een besluit van de Rijksoverheid. Vooralsnog wordt daarom 2% aangehouden als index. Omdat de begroting 2023 aanvankelijk is opgezet op basis van een indexering van 2% ten opzichte van de begroting 2022, zullen er wel significante afwijkingen tussen de begroting 2023 en de begroting 2024 te zien zijn. Voor het begrotingsjaar 2024 blijven de beheerlasten voor wat betreft de opzet in lijn met de voorgaande jaren. De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de personele lasten, de huur- en servicelasten en hogere lasten voor het digitale gegevensbeheer. De programmabegroting als onderdeel van de ontwerpbegroting 2024 is op hoofdlijnen gelijk aan die van 2023.
Wel is met een nieuwe vormgeving en vernieuwde teksten de begroting meer toegesneden op het informeren van de gemeenteraden. In hoofdstuk 2 van deze programmabegroting worden de financiële kaders beschreven. Dit zijn de uitgangspunten waarop de productbegroting is gebaseerd. In de Wgr is vastgelegd dat deze financiële kaders voor 15 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten moeten worden toegezonden. Door het toezenden van de ontwerpbegroting op of rond 15 februari 2023 is aan de in de Wgr gestelde termijn ruimschoots voldaan. Correcties in de begroting n.a.v. inhoudelijke reacties van de gemeenten en algemeen Naast enkele getalsmatige aanpassingen als gevolg van gewijzigde hoeveelheden op verzoek van diverse gemeenten, - welke slechts marginaal van invloed zijn op de begroting voor de overige gemeenten - en preciseringen van enkele berekeningen aan de hand van de meest recente gegevens, zijn er geen wijzigingen ten aanzien van de structuur aangebracht in de begroting van 2024 zoals deze door het Dagelijks Bestuur in de vergadering van 16 februari 2023 in ontwerp is behandeld. De begroting 2024 en de BBV De begroting 2024 voldoet aan de laatste BBV-eisen.
4
De begroting en de gewijzigde Wgr In 2022 is de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke Regelingen van kracht geworden. Voor zover nu kan worden beoordeeld, voldoet de GR AVU in de praktijk al aan de meeste wijzigingen met betrekking tot de P&C-cyclus. Momenteel is de aanpassing van de GR AVU aan de nieuwe Wgr in procedure. Conclusie De begroting 2024 wordt zorgvuldig en op basis van jarenlange ervaring op het vakgebied samengesteld en verschaft daarom een reëel zicht op de te verwachten financiële ontwikkelingen binnen de AVU. Advies Het Algemeen Bestuur wordt geadviseerd de thans voorliggende begroting 2024 ongewijzigd vast te stellen. Voorstel Het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld de thans voorliggende begroting 2024 van de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht ongewijzigd vast te stellen en aan te bieden aan Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht. Het Dagelijks Bestuur, De secretaris,
de voorzitter,
F.A. van Dijk
G.J. Spelt
5
Agendapunt 4
AFVALVERWIJDERING UTRECHT BESLUIT ALGEMEEN BESTUUR
Nr. 23/010/4b Begroting 2024
Het Algemeen Bestuur van het openbaar lichaam Afvalverwijdering Utrecht; gelezen het voorstel van 31 mei 2023, nr. 23/010/4v; gelet op artikelen 33 en 34 van de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht;
BESLUIT:
De begroting voor 2024 ongewijzigd vast te stellen en aan te bieden aan Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht.
Aldus besloten in de vergadering van woensdag 28 juni 2023.
De secretaris,
De voorzitter,
F.A. van Dijk
G.J. Spelt
6